<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
	<!--export0.91-->
	<!--volledig0.92-->
	<!--wrapper0.90-->
	<!--modificeer_20.90-->
	<!--cvdr2gvop0.94-->
	<!--pre_struct0.90-->
	<!--pre_source0.93-->
	<!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92-->
	<!--metadata_tussenformaat0.91-->
	<meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml">
		<owmskern>
			<dcterms:identifier>CVDR88568_8</dcterms:identifier>
			<dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Urk 2008</dcterms:title>
			<dcterms:language>nl</dcterms:language>
			<dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
			<dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:creator>
			<dcterms:modified>2018-07-20</dcterms:modified>
			<dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:spatial>
		</owmskern>
		<owmsmantel>
			<dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Urkerland 29 december 2014</dcterms:isFormatOf>
			<dcterms:alternative>APV Urk 2008</dcterms:alternative>
			<dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl/">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source>
			<overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
			<dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject>
			<dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued>
			<dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights>
		</owmsmantel>
		<cvdripm>
			<overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
			<overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
			<overheidrg:betreft>Wijziging APV 2008</overheidrg:betreft>
			<overheidrg:kenmerk>2015.000021</overheidrg:kenmerk>
			<overheidrg:onderwerp>APV Urk 2008</overheidrg:onderwerp>
			<overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
				<al>Gebiedsaanwijzing beperking verspreiding</al>
				<al>drukwerk.</al>
				<al>Paardenverbod strand.</al>
				<al>Aanwijzing openbaar water voor woonschepen.</al>
				<al>Gebiedsaanwijzing alcoholverbod.</al>
				<al>Gebiedsaanwijzing drugsverbod.</al>
				<al>Gebiedsaanwijzing caravanverbod.</al>
				<al>Parkeerverbod vrachtwagens.</al>
				<al>Beleidsregel evenementen op schepen.</al>
				<al>Nota Standplaatsenbeleid.</al>
				<al>Terrassen- en uitstallingenbeleid.</al>
			</overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
			<overheidrg:redactioneleToevoeging>
				<al>Betreft wijziging APV 2008</al>
			</overheidrg:redactioneleToevoeging>
		</cvdripm>
	</meta>
	<body>
		<intitule>Algemene laatselijke verordening Urk 2008</intitule>
		<regeling>
			<aanhef>
				<preambule>
					<al>De raad van de gemeente Urk, </al>
					<al>op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente
                        Urk d.d. 29 oktober 2014</al>
					<al>besluit:</al>
					<al>vast te stellen de navolgende</al>
					<al>‘<vet>Algemene plaatselijke verordening Urk 2008’</vet>
					</al>
				</preambule>
			</aanhef>
			<regeling-tekst>
				<hoofdstuk>
					<kop>
						<label>Hoofdstuk</label>
						<nr>1</nr>
						<titel>Algemene bepalingen</titel>
					</kop>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>1.1</nr>
							<titel>Begripsomschrijvingen</titel>
						</kop>
						<al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
						<lijst>
							<li nr="a.">
								<al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al>
							</li>
							<li nr="b.">
								<al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al>
							</li>
							<li nr="c.">
								<al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al>
							</li>
							<li nr="d.">
								<al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al>
							</li>
							<li nr="e.">
								<al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al>
							</li>
							<li nr="f.">
								<al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening;</al>
							</li>
							<li nr="g.">
								<al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al>
							</li>
							<li nr="h.">
								<al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al>
							</li>
							<li nr="i.">
								<al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende
                                    omgevingsvergunning.</al>
							</li>
						</lijst>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>1.2</nr>
							<titel>Beslistermijn</titel>
						</kop>
						<lid>
							<lidnr>1.</lidnr>
							<al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al>
						</lid>
						<lid>
							<lidnr>2.</lidnr>
							<al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al>
						</lid>
						<lid>
							<lidnr>3.</lidnr>
							<al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 tweede lid,
                                aanhef en onder a,</al>
							<al> of artikel 4:11.</al>
						</lid>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>1.3</nr>
							<titel>Indiening aanvraag</titel>
						</kop>
						<lid>
							<lidnr>1</lidnr>
							<al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vcS5r het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
						</lid>
						<lid>
							<lidnr>2</lidnr>
							<al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al>
						</lid>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>1.4</nr>
							<titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
						</kop>
						<lid>
							<lidnr>1</lidnr>
							<al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
						</lid>
						<lid>
							<lidnr>2</lidnr>
							<al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al>
						</lid>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>1.5</nr>
							<titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
						</kop>
						<al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden.</al>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>1.6</nr>
							<titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
						</kop>
						<al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
						<lijst>
							<li nr="a.">
								<al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al>
							</li>
							<li nr="b.">
								<al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al>
							</li>
							<li nr="c.">
								<al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al>
							</li>
							<li nr="d.">
								<al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al>
							</li>
							<li nr="e.">
								<al>indien de houder dit verzoekt.</al>
							</li>
						</lijst>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>1.7</nr>
							<titel>Vergunning voor onbepaalde tijd</titel>
						</kop>
						<al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>1.8</nr>
							<titel>Weigeringsgronden</titel>
						</kop>
						<al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag of het
                            bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al>
						<lijst>
							<li nr="a.">
								<al>de openbare orde;</al>
							</li>
							<li nr="b.">
								<al>de openbare veiligheid;</al>
							</li>
							<li nr="c.">
								<al>de volksgezondheid;</al>
							</li>
							<li nr="d.">
								<al>de bescherming van het milieu.</al>
							</li>
						</lijst>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>1.9</nr>
							<titel>Uitzonderingen positieve fictieve beslissing bij niet tijdig
                                beslissen</titel>
						</kop>
						<al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                            beslissing bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al>
						<al>- Artikel 2.9 Ontheffing van het verbod optreden als straatartiest;</al>
						<al>- Artikel 5.23 Vergunning organisatie snuffelmarkt;</al>
						<al>- Artikel 2.10a Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de
                            weg;</al>
						<al>- Artikel 2.25 Vergunning evenementen;</al>
						<al>- Artikel 2.39 Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al>
						<al>- Artikel 3.4 Vergunning seksinrichting;</al>
						<al>- Artikel 4.18 Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf
                            buiten kampeerterreinen.</al>
					</artikel>
				</hoofdstuk>
				<hoofdstuk>
					<kop>
						<label>Hoofdstuk</label>
						<nr>2</nr>
						<titel>Openbare orde</titel>
					</kop>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>1</nr>
							<titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.1</nr>
								<titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een samenscholing,
                                    onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te
                                    geven tot wanordelijkheden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen terreinen, wegen of weggedeelten die door of vanwege
                                    het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare
                                    veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn
                                    afgezet.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>2</nr>
							<titel>Betoging</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.2</nr>
								<titel>Optochten</titel>
							</kop>
							<al>(Gereserveerd)</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.3</nr>
								<titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 72 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De kennisgeving bevat:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>het doel van de betoging;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al>
									</li>
									<li nr="d.">
										<al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al>
									</li>
									<li nr="e.">
										<al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al>
									</li>
									<li nr="f.">
										<al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.4</nr>
								<titel>Afwijking termijn</titel>
							</kop>
							<al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2.3)</al>
							<al/>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.5</nr>
								<titel>Te verstrekken gegevens</titel>
							</kop>
							<al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2.3).</al>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>3</nr>
							<titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.6</nr>
								<titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>4</nr>
							<titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.7</nr>
								<titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel>
							</kop>
							<al>Vervallen).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.8</nr>
								<titel>Dienstverlening</titel>
							</kop>
							<al>Vervallen).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.9</nr>
								<titel/>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>4a</nr>
							<titel>Vloekverbod</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.9a</nr>
								<titel>Vloekverbod</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden in het openbaar de naam van God vloekende te
                                    gebruiken.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is verboden in het openbaar ruwe of onzedelijke taal te
                                    gebruiken.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het bepaalde in lid 1 en 2 geldt niet voor zover het betreft het
                                    openbaren van gevoelens of gedachten, zoals bedoeld in artikel 7
                                    van de Grondwet of indien het Wetboek van Strafrecht van
                                    toepassing is.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>5</nr>
							<titel>Bruikbaarheid ten aanzien van de weg</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.10a</nr>
								<titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg, in strijd met
                                    de publieke functie van de weg</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1.</lidnr>
								<al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college
                                    de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig
                                    de publieke functie daarvan.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2.</lidnr>
								<al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3.</lidnr>
								<al>In afwijking van het eerste lid beslist de burgemeester in geval
                                    van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of
                                    meer bij een horecabedrijf behorende terrassen voor zover deze
                                    zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die weg ten
                                    behoeve van het terras.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4.</lidnr>
								<al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.10b</nr>
								<titel>Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>evenementen als bedoeld in artikel 2.25;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.18.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopen baard.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                            Wegenreglement.</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt
                                            niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>De weigeringsgrond van het vierde lid, onder b, geldt
                                            niet voor bouwwerken;</al>
									</li>
									<li nr="d.">
										<al>De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt
                                            niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.10c</nr>
								<titel>Vrij te stellen categorieën</titel>
							</kop>
							<al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel 2.l0a niet geldt.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.11</nr>
								<titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1.</lidnr>
								<al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharing
                                    te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze
                                    van aanleg van een weg.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2.</lidnr>
								<al>De vergunning wordt verleend</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>als de omgevingsvergunning door het bevoegde gezag,
                                            indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                            bestemmingsplan, beheersverordening of
                                            voorbereidingsbesluit;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>door het college in de overige gevallen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3.</lidnr>
								<al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4.</lidnr>
								<al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal Wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.12</nr>
								<titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                            gedaan aan het college, onder indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                            bestaande situatie;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                            heeft verboden.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al>
									</li>
									<li nr="d.">
										<al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen
                                    vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    gewenste uitweg wordt verboden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>6</nr>
							<titel>Veiligheid op de weg</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.13</nr>
								<titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.14</nr>
								<titel>Winkelwagentjes</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op of langs de weg
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.15</nr>
								<titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.16</nr>
								<titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
							</kop>
							<al>is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                                rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting die behoort tot
                                een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af
                                te dekken.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.17</nr>
								<titel>Kelderingangen e.d.</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.18</nr>
								<titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende de door het college aangewezen periode.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als
                                    tuin ingerichte, erven.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.19</nr>
								<titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad
                                    of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m
                                    uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte
                                    delen van een afscheiding zijn aangebracht.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat
                                    artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.20</nr>
								<titel>Vallende voorwerpen</titel>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.21</nr>
								<titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                    voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                    openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
                                    of verwijderd.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende zijn besluit
                                    bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een
                                    voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste
                                    lid.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
                                    1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.22</nr>
								<titel>Veiligheid op het ijs</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.2</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>7</nr>
							<titel>Evenementen</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.24</nr>
								<titel>Begripsbepaling</titel>
							</kop>
							<al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al>
							<lijst>
								<li nr="a.">
									<al>bioscoopvoorstellingen;</al>
								</li>
								<li nr="b.">
									<al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet en artikel 5.2.4 van deze verordening;</al>
								</li>
								<li nr="c.">
									<al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al>
								</li>
								<li nr="d.">
									<al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;</al>
								</li>
								<li nr="e.">
									<al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        Wet openbare manifestaties;</al>
								</li>
								<li nr="f.">
									<al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.9 en 2.39 van deze
                                        verordening.</al>
								</li>
							</lijst>
							<al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
							<lijst>
								<li nr="a.">
									<al>een herdenkingsplechtigheid;</al>
								</li>
								<li nr="b.">
									<al>een braderie;</al>
								</li>
								<li nr="c.">
									<al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2.3, op de weg;</al>
								</li>
								<li nr="d.">
									<al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                        weg.</al>
								</li>
							</lijst>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.25</nr>
								<titel>Evenement</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement
                                te organiseren. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor
                                eendaagse evenementen, indien:</al>
							<lijst>
								<li nr="a.">
									<al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 75
                                        personen;</al>
								</li>
								<li nr="b.">
									<al>het evenement niet geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op een
                                        zondag of op een maandag tot en met zaterdag tussen 23.00 en
                                        09.00 uur of op een erkende nationale feest- of
                                        denkdag;</al>
								</li>
								<li nr="c.">
									<al>niet langer dan tot 22.00 uur muziek ten gehore wordt
                                        gebracht;</al>
								</li>
								<li nr="d.">
									<al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, fiets-,
                                        bromfiets- of parkeergelegenheid of anderszins een
                                        belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;</al>
								</li>
								<li nr="e.">
									<al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan 10 m2 per object en niet meer dan twee
                                        objecten per straat;</al>
								</li>
								<li nr="f.">
									<al>er een organisator is;</al>
								</li>
								<li nr="g.">
									<al>de organisator de burgemeester tenminste 10 werkdagen
                                        voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan
                                        aan de burgemeester;</al>
								</li>
							</lijst>
							<al>De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding
                                besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt. Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een
                                wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp
                                wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                1994.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.25a</nr>
								<titel>Aanvullende eisen voor grote evenementen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Onder ‘groot evenement” wordt voor de toepassing van dit artikel
                                    verstaan:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>Een evenement waar het aantal bezoekers per dag meer dan
                                            600 bedraagt, of</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>Indien het evenement, of een gedeelte daarvan, wordt
                                            georganiseerd in een aaneengesloten periode van meer dan
                                            twee achtereenvolgende dagen, of</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>Indien naar het oordeel van de burgemeester een
                                            evenement ernstige gevolgen kan hebben voor de openbare
                                            orde.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Ten aanzien van het bepaalde in lid 1 onder c stelt de
                                    burgemeester nadere regels vast. Deze kunnen betrekking hebben
                                    op specifieke evenementen en op bepaalde categorieën
                                    evenementen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Voor een evenement als bedoeld in het eerste lid dient de
                                    organisator voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het
                                    jaar waarin het evenement zal plaatsvinden een principeverzoek
                                    bij de burgemeester in te dienen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Uiterlijk op 1 december van ieder jaar stelt de burgemeester een
                                    evenementenkalender vast voor het daarop volgend kalenderjaar
                                    waarin de evenementen als bedoeld in het eerste lid zijn
                                    opgenomen voor zover daartoe op grond van het derde lid een
                                    principeverzoek is ingediend.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>De burgemeester kan besluiten om principeverzoeken als bedoeld
                                    in het derde lid niet op te nemen in de evenementenkalender als
                                    bedoeld in het vierde lid op grond van de belangen genoemd in
                                    artikel 1 .8 en het beperken van overlast.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>6</lidnr>
								<al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van artikel 1.3
                                    kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een vergunning
                                    als bedoeld in het eerste lid die wordt ingediend minder dan
                                    twaalf weken v55r het tijdstip waarop het evenement plaatsvindt
                                    niet te behandelen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>7</lidnr>
								<al>Een vergunning voor een evenement als bedoeld in het eerste lid
                                    wordt geweigerd in het geval deze niet is opgenomen in de
                                    evenementenkalender bedoeld in het vierde lid.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>8</lidnr>
								<al>Met betrekking tot een niet-voorzienbaar incidenteel evenement
                                    kan de burgemeester in afwijking van het bepaald in het zevende
                                    lid vergunning verlenen zonder dat dit evenement is opgenomen in
                                    de evenementenkalender als bedoeld in het vierde lid.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.26</nr>
								<titel>Ordeverstoring</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.26a</nr>
								<titel>Verbod erotische evenementen</titel>
							</kop>
							<al>Begripsbepaling</al>
							<lijst>
								<li nr="1.">
									<al>Onder een erotisch evenement wordt verstaan:- Een voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak waarbij
                                        vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden.-
                                        Een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak
                                        waarbij aan het publiek de gelegenheid wordt geboden op
                                        fysieke wijze deel te nemen aan het erotische vermaak.</al>
								</li>
								<li nr="2.">
									<al>Het is verboden een erotisch evenement te laten
                                        plaatsvinden.</al>
								</li>
							</lijst>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>8</nr>
							<titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.27</nr>
								<titel>Begripsbepalingen</titel>
							</kop>
							<al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
							<lijst>
								<li nr="a.">
									<al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                        worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                        consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare
                                        inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                        restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                        buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt
                                        tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en
                                        andere aanhorigheden;</al>
								</li>
								<li nr="b.">
									<al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt.</al>
								</li>
							</lijst>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.28</nr>
								<titel>Exploitatie openbare inrichting</titel>
							</kop>
							<al>(vervallen).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.29</nr>
								<titel>Sluitingstijden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is de houder van een openbare inrichting verboden dit voor
                                    bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of
                                    te laten verblijven van 23.30 tot 06.00 uur.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke
                                    openbare inrichting of een daartoe behorend terras.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.30</nr>
								<titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of
                                    meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens
                                    artikel 2.29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.31</nr>
								<titel>Verboden gedragingen</titel>
							</kop>
							<al>1. Het is verboden in een openbare inrichting:</al>
							<al>a. de orde te verstoren;</al>
							<al>b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de
                                inrichting gesloten dient te zijn opgrond van een besluit krachtens
                                artikel 2:30, eerste lid;</al>
							<al> lid;</al>
							<al>c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die
                                geen gebruik van het terras.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.32</nr>
								<titel>Handel in openbare inrichtingen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.33</nr>
								<titel/>
							</kop>
							<al>Vervallen.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.34</nr>
								<titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
							</kop>
							<al>Indien een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.27 geen
                                inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt
                                niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd bestuursorgaan
                                ten behoeve van artikel 2.28 en met 2.31.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.34a</nr>
								<titel>Beperking verstrekken sterke drank</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden sterke drank te verstrekken in een
                                    inrichting;</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>waarin uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren,
                                            zoals belegde broodjes, patates frites of kroketten,
                                            worden verkocht;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt
                                            gegeven;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak
                                            in gebruik is bij jeugd- of sportorganisaties of
                                            -instellingen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De burgemeester kan van het in het eerste lid opgenomen verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling 8a Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de drank/ en horecawet</label>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel 2.34b Begripsbepaling</label>
							</kop>
							<al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
							<al>a. </al>
							<al>- alcoholhoudende drank,</al>
							<al>- horecabedrijf,</al>
							<al>- horecalokaliteit,</al>
							<al>- inrichting,</al>
							<al>- paracommerciële rechtspersoon,</al>
							<al>- sterke drank,</al>
							<al>- slijtersbedrijf en</al>
							<al>- zwak-alcoholhoudende drank,</al>
							<al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al>
							<al/>
							<al>b. </al>
							<al>- Bijeenkomsten van persoonlijke aard: Bijeenkomsten met een veelal
                                feestelijk karakter, waarbij meestal alcoholhoudende drank wordt
                                genuttigd, die geen direct verband houden met de doelstelling van de
                                paracommerciële rechtspersonen, zoals bruiloften, feesten, partijen,
                                recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels,
                                condoleancebijeenkomsten en dergelijke;</al>
							<al>- Sportieve- en recreatieve rechtspersonen: rechtspersonen, niet
                                zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met
                                beperkte aansprakelijkheid, die zich richten op activiteiten van
                                sportieve aard (bijvoorbeeld: voetbalvereniging, tennisvereniging,
                                korfbalvereniging);</al>
							<al>- Overige rechtspersonen: hier vallen uitsluitend onder
                                sociaal-culturele rechtspersonen en rechtspersonen van
                                levensbeschouwelijke of godsdienstige aard;</al>
							<al>- Sociaal-culturele rechtspersonen: rechtspersonen, niet zijnde een
                                naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte
                                aansprakelijkheid, die zich richten op activiteiten van
                                sociaal-culturele aard (bijvoorbeeld: dorpshuis);</al>
							<al>- Rechtspersonen van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard:
                                rechtspersonen, niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten
                                vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich richten op
                                activiteiten van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard
                                (bijvoorbeeld: verenigingsgebouw van de kerk).</al>
							<al/>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel 2.34c Regulering paracommerciële rechtspersonen</label>
							</kop>
							<al>1.a. Een paracommercieel rechtspersoon, categorie sportieve en
                                recreatieve rechtspersonen kan alcoholhoudende drank uitsluitend
                                verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk één uur
                                na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de
                                statutaire doelen van de rechtspersoon. </al>
							<al>b. Het is een paracommercieel rechtspersoon, categorie sportieve en
                                recreatieve rechtspersonen in ieder geval verboden om
                                alcoholhoudende drank te verstrekken op maandag tot en met zaterdag
                                buiten de volgende tijden: maandag tot en met vrijdag van 19.00 uur
                                tot uiterlijk 23.00 uur, en; zaterdag van 12.00 uur tot uiterlijk
                                23.00 uur.</al>
							<al>c. Een paracommercieel rechtspersoon, categorie sportieve en
                                recreatieve rechtspersonen kan alcoholhoudende drank verstrekken
                                tijdens per jaar ten hoogste 12 bijeenkomsten voor leden en
                                introducés welke gericht zijn op de activiteiten die worden
                                uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon
                                (niet zijnde bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften
                                en verjaardagsfeesten).</al>
							<al>2. a. Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende
                                drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot
                                uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend
                                in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon;</al>
							<al>b Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende
                                drank verstrekken tijdens per jaar ten hoogste 12 bijeenkomsten van
                                persoonlijke aard.</al>
							<al>3. De bijeenkomsten bedoeld in lid 1 onder c en lid 2 onder b moeten
                                twee weken van tevoren schriftelijk worden gemeld bij de
                                burgemeester.</al>
							<al/>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.34d Verbod happy hours</nr>
								<titel/>
							</kop>
							<al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende
                                dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die
                                voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs
                                die in de desbetreffende horecalokaliteit of op het desbetreffende
                                terras gewoonlijk wordt gevraagd.</al>
							<al/>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>9</nr>
							<titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.35</nr>
								<titel>Begripsbepaling</titel>
							</kop>
							<al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.36</nr>
								<titel>Kennisgeving exploitatie</titel>
							</kop>
							<al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die inrichting
                                volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst, alsmede
                                de dag van vertrek te verstrekken.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.37</nr>
								<titel>Nachtregister</titel>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.38</nr>
								<titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel>
							</kop>
							<al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die inrichting
                                volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst, alsmede
                                de dag van vertrek te verstrekken.</al>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>10</nr>
							<titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.39</nr>
								<titel>Speelgelegenheden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en
                                            Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is
                                            vergunning te verlenen;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>De burgemeester weigert de vergunning:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid.</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positeive fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.40</nr>
								<titel>Kansspelautomaten</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>Wet: de Wet op de kansspelen</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al>
									</li>
									<li nr="d.">
										<al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet</al>
									</li>
									<li nr="e.">
										<al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee
                                    kansspelautomaten.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>11</nr>
							<titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.41</nr>
								<titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                    behorend erf te betreden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.42</nr>
								<titel>Plakken en kladden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                    bekladden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats op dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>6</lidnr>
								<al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>7</lidnr>
								<al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.43</nr>
								<titel>Vervoer plakgereedschap</titel>
							</kop>
							<al>(Vervallen).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.44</nr>
								<titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1.</lidnr>
								<al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2.</lidnr>
								<al>Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.45</nr>
								<titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel>
							</kop>
							<al>(Vervallen).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.46</nr>
								<titel>Rijden over bermen e.d.</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Onder weg wordt verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet
                                    1994 daaronder verstaat.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet indien dat rijden door de omstandigheden
                                    redelijkerwijs gebillijkt wordt.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.47</nr>
								<titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden:</al>
								<al>a. op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                    beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                    toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                    verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al>
								<al>b. zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                    gebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig
                                    overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426 bis of 431 van
                                    het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.48</nr>
								<titel>Verboden drankgebruik</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt</al>
								<al>verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door
                                    het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen
                                    of aangebroken of gesloten flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben, wanneer daarmee wordt
                                    beoogd op die openbare plaats alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.49</nr>
								<titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden:</al>
								<lijst>
									<li nr="1.">
										<al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al>
									</li>
									<li nr="2.">
										<al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.50</nr>
								<titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.51</nr>
								<titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al>
							<lijst>
								<li nr="a.">
									<al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al>
								</li>
								<li nr="b.">
									<al>daardoor die ingang versperd wordt.</al>
								</li>
							</lijst>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.52</nr>
								<titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en evenementterrein
                                    e.d.</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, evenement, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.53</nr>
								<titel>Bespieden van personen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is verboden door middel van een verrekijker een zich in een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te
                                    bespieden.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.54</nr>
								<titel>Bewakingsapperatuur</titel>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.55</nr>
								<titel>Nodeloos alarmeren</titel>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.56</nr>
								<titel>Alarminstallaties</titel>
							</kop>
							<al>gereserveerd).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.57</nr>
								<titel>Loslopende honden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al>
								<al>a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                    sociale hulphond laat begeleiden; of</al>
								<al>b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                    geleidehond of sociale hulphond.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.58</nr>
								<titel>Verontreiniging door honden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1. </lidnr>
								<al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2.</lidnr>
								<al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3.</lidnr>
								<al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.59</nr>
								<titel>Gevaarlijke honden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al>
								<al> a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                    beide stoffen;</al>
								<al> b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals
                                    is aangebracht dat verwijder zonder toedoen van een mens niet
                                    mogelijk is; en</al>
								<al> is; en</al>
								<al> c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                    afgesloten ruimte binnen de korf </al>
								<al>geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen
                                    binnen de korf aanwezig zijn.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek </al>
								<al>iidentificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al>
								<al/>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.60</nr>
								<titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van de
                                    Wet milieubeheer gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen
                                    aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast
                                    of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij
                                    aangeduide dieren:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>aanwezig te hebben; dan wel</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen ter voorkoming of opheffing van overlast of
                                            schade aan de openbare gezondheid gestelde regels; dan
                                            wel</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben tot een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.61</nr>
								<titel>Wilde dieren</titel>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.62</nr>
								<titel>Loslopend vee</titel>
							</kop>
							<al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.63</nr>
								<titel>Duiven</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.64</nr>
								<titel>Bijen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden bijen te houden:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                            andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel
                                    hoger.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
                                    voorkomen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>6</lidnr>
								<al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel 2.65 Nachtvissen</label>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1.</lidnr>
								<al>Het is verboden te vissen in openbaar water binnen de bebouwde
                                    kom tussen 22.00 uur en 06.00 uur.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2.</lidnr>
								<al> Het verbod geldt niet op door het college aangewezen gedeelten
                                    van openbaar water.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>12</nr>
							<titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.66</nr>
								<titel>Begripsbepaling</titel>
							</kop>
							<al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
							<lijst>
								<li nr="a.">
									<al>handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al>
								</li>
								<li nr="b.">
									<al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar.</al>
								</li>
							</lijst>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.67</nr>
								<titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al>
									</li>
									<li nr="d.">
										<al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; e. de naam en het adres van degene die het
                                            goed heeft verkregen.</al>
									</li>
									<li nr="e.">
										<al>e naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.68</nr>
								<titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437, eerste lid, van het
                                    Wetboek van Strafrecht</titel>
							</kop>
							<al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
							<al>a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen:</al>
							<al>1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van
                                zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging;</al>
							<al>2. van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                adressen;</al>
							<al>3. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al>
							<al>4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                gegaan;</al>
							<al>b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register
                                ter inzage te geven;</al>
							<al>c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar
                                zijn;</al>
							<al>d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.69</nr>
								<titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.70</nr>
								<titel>Handel in horicabedrijven</titel>
							</kop>
							<al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2.32).</al>
							<al/>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>13</nr>
							<titel>Vuurwerk</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.71</nr>
								<titel>Begripsbepalingen</titel>
							</kop>
							<al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.72</nr>
								<titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1.</lidnr>
								<al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2.</lidnr>
								<al>Op de vergunning is <extref doc="">paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuur</extref>posittieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</nr>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken alsdat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>14</nr>
							<titel>Drugsoverlast</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.74</nr>
								<titel>Drugshandel op straat</titel>
							</kop>
							<al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.74a</nr>
								<titel>Gebruik van verdovende middelen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor het publiek
                                    toegankelijke plaats, of in een voor het publiek toegankelijk
                                    gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de
                                    Opiumwet te gebruiken, toe te dienen dan wel voorbereidingen
                                    daartoe te treffen, of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen
                                    en/of stoffen openlijk voorhanden te hebben.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover het gebruik
                                    betrekking heeft op de uitoefening van de artsenijbereidkunst,
                                    de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door
                                    apothekers, artsen, tandartsen en dierenartsen dan wel door een
                                    persoon die het middel in het kader van een ziekte, gebrek of
                                    aandoening om medische redenen moet gebruiken en het middel hem
                                    rechtmatig is verstrekt door een apotheker, arts of tandarts dan
                                    wel door een andere beroepsbeoefenaar die bevoegd is de
                                    geneeskunst of de tandheelkunst uit te oefenen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.74b</nr>
								<titel>Verzameling van personen in verband met drugs</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden op of aan wegen of andere voor publiek
                                    toegankelijke plaatsen die door de burgemeester zijn aangewezen
                                    indien de openbare orde dat in verband met het openlijk gebruik
                                    van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en
                                    3 van de Opiumwet naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, aan een
                                    verzameling van meer dan vier personen deel te nemen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de
                                    verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik
                                    van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en
                                    3 van de Opiumwet.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als
                                    in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend
                                    bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of
                                    zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.74c</nr>
								<titel>Verblijfsontzegging in verband met drugs</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene die zich gedraagt in strijd met artikel 2.74, 2.74a en
                                    2.74b een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod
                                    genoemd tijdvak van ten hoogste 24 uur te bevinden op in dat
                                    verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de
                                    genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid
                                    is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het
                                    opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat hij zich
                                    wederom gedraagt met de in het eerste lid genoemde artikelen,
                                    een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd
                                    tijdvak van ten hoogste veertien dagen te bevinden op in dat
                                    verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de
                                    genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>De burgemeester beperkt het in het eerste of tweede lid genoemde
                                    verbod, indien dit in verband met de persoonlijke omstandigheden
                                    van degene voor wie het verbod geldt noodzakelijk is.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>15</nr>
							<titel>Bestuurlijke ophouding, Veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht
                                op openbare plaatsen en gebiedsontzegging</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.75</nr>
								<titel>Bestuurlijke ophouding</titel>
							</kop>
							<al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2.1, 2.lOa, 2.11, 2.48, 2.49, 2.50,
                                of 2.73 van de Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet
                                naleven.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.76</nr>
								<titel/>
							</kop>
							<al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.77</nr>
								<titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
							</kop>
							<al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151 c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>2.78</nr>
								<titel>Gebiedsontzegging</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1.</lidnr>
								<al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een
                                    persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten
                                    hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de
                                    gemeente op een </al>
								<al> openbare plaats op te houden.</al>
								<al/>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2.</lidnr>
								<al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                    burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel
                                    als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare
                                    feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een
                                    bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of
                                    meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare </al>
								<al> plaats op te houden.</al>
								<al/>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3.</lidnr>
								<al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven
                                    als de overtreding ofhet strafbare feit of de
                                    openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het
                                    geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of
                                    tweede lid, plaatsvindt.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4.</lidnr>
								<al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
                                    bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                    burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van
                                    een bevel.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
				</hoofdstuk>
				<hoofdstuk>
					<kop>
						<label>Hoofdstuk</label>
						<nr>3</nr>
						<titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel>
					</kop>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>1</nr>
							<titel>Begripsbepalingen</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.1</nr>
								<titel>Begripsbepalingen</titel>
							</kop>
							<al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
							<lijst>
								<li nr="a.">
									<al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al>
								</li>
								<li nr="b.">
									<al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al>
								</li>
								<li nr="c.">
									<al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al>
								</li>
								<li nr="d.">
									<al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al>
								</li>
								<li nr="e.">
									<al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al>
								</li>
								<li nr="f.">
									<al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al>
								</li>
								<li nr="g.">
									<al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al>
								</li>
								<li nr="h.">
									<al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:-1. de exploitant;-2. de beheerder;-3. de
                                        prostituee;-4. het personeel dat in de seksinrichting
                                        werkzaam is;-5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond
                                        van artikel 6.2 van deze verordening;-6. andere personen
                                        wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende
                                        redenen noodzakelijk is.</al>
								</li>
							</lijst>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.2</nr>
								<titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
							</kop>
							<al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.3</nr>
								<titel>Nadere regels</titel>
							</kop>
							<al>Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>2</nr>
							<titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.4</nr>
								<titel>Seksinrichtingen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.5</nr>
								<titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>De exploitant en de beheerder:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al>
										<al>- bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen;</al>
										<al>-de artikelen 137c, 137d, 137e, 137f, 137g, 140, 240b,
                                            242, 243, 244, 245, 246, 247, 248, 248a, 248b, 248c,
                                            248d, 248e, 248bis, 248ter, 249, 252, 273f, 300, 301,
                                            302, 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van
                                            het Wetboek van Strafrecht; </al>
										<al>-de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                            juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994; </al>
										<al>- de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van
                                            de Wet op de kansspelen; -5. de artikelen 2 en 3 van de
                                            Wet op de weerkorpsen; -6. de artikelen 54 en 55 van de
                                            Wet wapens en munitie.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.2.1, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.6</nr>
								<titel>Sluitingstijden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 23.30 en 06.00 uur.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4,
                                    eerste lid, gesloten dient te zijn.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.7</nr>
								<titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting3</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3, eerste
                                            of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.8</nr>
								<titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en
                                            XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.9</nr>
								<titel>Straatprostitutie</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden
                                    gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                    verwijderen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>6</lidnr>
								<al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.10</nr>
								<titel>Sekswinkels</titel>
							</kop>
							<al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.11</nr>
								<titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-portnografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>3</nr>
							<titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.12</nr>
								<titel>Beslissingstermijn</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.13</nr>
								<titel>Weigeringsgronden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>De vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3.2.2 gestelde eisen;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3.9, eerste lid,
                                    worden geweigerd in het belang van:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>de openbare orde;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>het voorkomen of beperken van overlast;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>het voorkomen of beperken van aantasting van de woon- en
                                            leefklimaat;</al>
									</li>
									<li nr="d.">
										<al>de veiligheid van personen of goederen;</al>
									</li>
									<li nr="e.">
										<al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al>
									</li>
									<li nr="f.">
										<al>de gezondheid of zedelijkheid;</al>
									</li>
									<li nr="g.">
										<al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Geen inhoud aanwezig van lid</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>4</nr>
							<titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.14</nr>
								<titel>Beëindiging exploitatie</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.15</nr>
								<titel>Wijziging beheer</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.3.2, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>5</nr>
							<titel>Overgangsbepaling</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>3.16</nr>
								<titel>Overgangsbepaling</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>(Vervallen)</lidnr>
								<al/>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
				</hoofdstuk>
				<hoofdstuk>
					<kop>
						<label>Hoofdstuk</label>
						<nr>4</nr>
						<titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel>
					</kop>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>1</nr>
							<titel>Geluidhinder </titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.1</nr>
								<titel>Geluidhinder</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit algemene regels voor
                                    inrichtingen milieubeheer op een zodanige wijzetoestellen of
                                    geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor
                                    de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                    milieuverordening.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Op de ontheffing is de paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.2 tm 4.6</nr>
								<titel/>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>2</nr>
							<titel>Bodem-, weg en milieuverontreiniging</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.7</nr>
								<titel>Straatvegen</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.8</nr>
								<titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.9</nr>
								<titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel>
							</kop>
							<al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>3</nr>
							<titel>Het bewaren van houtopstanden</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.10</nr>
								<titel>Begripsbepalingen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>houtopstand: hakhout, een houlwal of een of meer
                                            bomen;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.11</nr>
								<titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op
                                    de lijst vermeld op bijlage 1 (Bomenlijst).</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>de landschappelijke waarde van de hou</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>topstand;</al>
									</li>
									<li nr="d.">
										<al>de waarde van de houtopstandvoor stads- en
                                            dorpsschoon;</al>
									</li>
									<li nr="e.">
										<al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al>
									</li>
									<li nr="f.">
										<al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al>
									</li>
									<li nr="g.">
										<al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.12</nr>
								<titel>Vergunning van rechtswege</titel>
							</kop>
							<al>(Vervallen)</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.12a</nr>
								<titel>Melding voornemen kappen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden houtopstanden, die niet staan vermeld op de in
                                    artikel 4.11, lid 1 bedoelde Bomenlijst, te vellen of te doen
                                    vellen zonder voorafgaande melding aan het college.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De houtopstand kan worden geveld indien het college niet binnen
                                    vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    gewenste veiling wordt verboden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    houtopstanden buiten de bebouwde kom in de zin van de Boswet
                                    indien het betreft:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>populieren en wilgen als wegbeplatingen en éénrijige
                                            beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze
                                            zijn geknot;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf
                                            jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op
                                            daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;</al>
									</li>
									<li nr="d.">
										<al>kweekgoed;</al>
									</li>
									<li nr="e.">
										<al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                            Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet
                                            gelegen is binnen een bebouwde kom tenzij de houtopstand
                                            een zelfstandige eenheid vormt en, ofwel geen grotere
                                            oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van
                                            rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen,
                                            niet meer bomen bevat dan 20.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet
                                    voor:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>de boom welke op 1.30 m boven het maaiveld een
                                            stamomtrek heeft van minder dan 60 cm;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van burgemeester en wethouders; zulks onverminderd het
                                            bepaalde in artikel 9 van deze verordening</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                            reguliere onderhoud;</al>
									</li>
									<li nr="d.">
										<al>het periodiek knotten of kandelaberen als
                                            cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte
                                            boomsoorten;</al>
									</li>
									<li nr="e.">
										<al>het vellen van een dode houtopstand en Amerikaanse
                                            vogelkers mits:- het voornemen tot vellen hiervan
                                            schriftelijk bij burgemeester en wethouders is gemeld;-
                                            burgemeester en wethouders de ontvangst van de melding
                                            schriftelijk hebben bevestigd en hierbij hebben
                                            aangegeven dat de gemelde boom c.q. houtopstand een boom
                                            c.q. houtopstand is als bedoeld in dit artikellid;</al>
									</li>
									<li nr="f.">
										<al>wanneer niet binnen zes weken na indiening van de
                                            melding als bedoeld onder e. een schriftelijke
                                            bevestiging is verzonden door burgemeester en
                                            wethouders, mag tot vellen van de dode houtopstand of de
                                            Amerikaanse vogelkers worden overgegaan. Burgemeester en
                                            wethouders kunnen de termijn waarbinnen de bevestiging
                                            dient te zijn verzonden met maximaal acht weken
                                            verlengen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>4</nr>
							<titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.13</nr>
								<titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al>
									</li>
									<li nr="c.">
										<al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4.17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al>
									</li>
									<li nr="d.">
										<al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens
                                    een provinciale verordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.14</nr>
								<titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.15</nr>
								<titel>Vebod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.16</nr>
								<titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een
                                    onroerende zaak verlicht handelsreclame te maken of te voeren
                                    die vanaf de weg zichtbaar is.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan een vergunning als
                                    bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>indien de handelsreclame, op zichzelf of in verband met
                                            de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van
                                            welstand;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder a geldt niet
                                            voor bouwwerken;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>de weigeringsgrond van het tweede lid, onder b geldt
                                            niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>5</nr>
							<titel>Kamperen buiten kampeerterrein</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.17</nr>
								<titel>Begripsbepaling</titel>
							</kop>
							<al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.18</nr>
								<titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden ten behoeve van recreatie nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat alszodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>de bescherming van natuur en landschap;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>de bescherming van een stadsgezicht.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>4.19</nr>
								<titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4.18, eerste lid niet geldt.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4.18, vierde lid.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
				</hoofdstuk>
				<hoofdstuk>
					<kop>
						<label>Hoofdstuk</label>
						<nr>5</nr>
						<titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel>
					</kop>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>1</nr>
							<titel>Parkeerexcessen</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.1</nr>
								<titel>Begripsbepalingen</titel>
							</kop>
							<al>In deze afdeling wordt verstaan onder:a. voertuigen: voertuigen als
                                bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en
                                verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals:
                                kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;b. parkeren: parkeren als
                                bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en
                                verkeerstekens (RVV 1990).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.2</nr>
								<titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:a. drie of meer
                                    voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te
                                    parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als
                                    middelpunt een dezer voertuigen; dan welb. de weg als werkplaats
                                    voor voertuigen te gebruiken.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan:a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                    lessen;b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                    personen tegen betaling.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend:a. voertuigen waaraan herstel- of
                                    onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer
                                    dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;b. voertuigen gebezigd
                                    voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde
                                    persoon.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.3</nr>
								<titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden op door het college aangewezen weg een voertuig
                                    te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of
                                    te verhandelen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.4</nr>
								<titel>Defecte voertuigen</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.5</nr>
								<titel>Voertuigwrakken</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.6</nr>
								<titel>Kampeermiddelen e.a.</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een voertuig dat voor de recreatie dan wel
                                    anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:a.
                                    langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                    zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente;b. op een door het college aangewezen
                                    plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                    voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.7</nr>
								<titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al>
								<al/>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.8</nr>
								<titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al>
								<al/>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>6</lidnr>
								<al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de ALgemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.9</nr>
								<titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.10</nr>
								<titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.11</nr>
								<titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door
                                    dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen
                                    of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Dit verbod is niet van toepassing:a. op de weg;b. op voertuigen
                                    die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de
                                    overheid;c. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                    ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.12</nr>
								<titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel>
							</kop>
							<al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de
                                openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd
                                buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>2</nr>
							<titel>Collecteren</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.13</nr>
								<titel>Inzameling van geld of goederen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>3</nr>
							<titel>Venten</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.14</nr>
								<titel>Begripsbepaling</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>In deze paragraaf wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen op of aan de weg, aan huis dan wel op
                                    een andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht
                                    gelegen plaats, dan wel diensten aan te bieden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Onder venten wordt niet verstaan:a. het aan de huis afleveren
                                    van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie
                                    van zijn winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;b.
                                    het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als
                                    bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld
                                    in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                    snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.22;</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5.17.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.15</nr>
								<titel>Ventverbod</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden te venten: </al>
								<al>a. op door het college in het belang van de openbare orde
                                    aangewezen openbare plaatsen; of</al>
								<al>b. op door het college aangewezen dagen en uren.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.16</nr>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>Vervallen.</lidnr>
								<al/>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>4</nr>
							<titel>Standplaatsen</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.17</nr>
								<titel>Begripbepalingen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden,, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Onder standplaats wordt niet verstaan:a. een vaste plaatsen op
                                    jaarmarkten of markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid
                                    onder h, van de Gemeentewet;b. een vaste plaatsen op een
                                    evenement als bedoeld in artikel 2.24.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.18</nr>
								<titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:a. indien de standplaats hetzij op zichzelf
                                    hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                    redelijke welstand;b. indien als gevolg van bijzondere
                                    omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente
                                    redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de
                                    vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen
                                    een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                    gevaar komt. </al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.19</nr>
								<titel>Toestemming rechthebbenden</titel>
							</kop>
							<al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.20</nr>
								<titel>Afbakeningsbepalingen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het verbod van artikel 5.18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De weigeringsgrond van artikel 5.18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.21</nr>
								<titel/>
							</kop>
							<al>(gereserveerd).</al>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>5</nr>
							<titel>Snuffelmarkten</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.22</nr>
								<titel>Begripsbepaling</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:a. een markt of
                                    jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en
                                    onder h, van de Gemeentewet;b. een evenement als bedoeld in
                                    artikel 2.24.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.23</nr>
								<titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1.</lidnr>
								<al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2.</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3.</lidnr>
								<al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>6</nr>
							<titel>Openbaar water</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.24</nr>
								<titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1.</lidnr>
								<al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op,in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2.</lidnr>
								<al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3.</lidnr>
								<al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4.</lidnr>
								<al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.25</nr>
								<titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1.</lidnr>
								<al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2.</lidnr>
								<al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al>
								<lijst>
									<li nr="a.">
										<al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al>
									</li>
									<li nr="b.">
										<al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al>
									</li>
								</lijst>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3.</lidnr>
								<al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale Vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.26</nr>
								<titel/>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale Vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.27</nr>
								<titel>Verbod inneming ligplaats</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikel 5.26, tweede lid
                                bepaalde.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.28</nr>
								<titel>Beschadigen van waterstraatswerken</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoelingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    Vaarwegenverordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.29</nr>
								<titel>Reddingsmiddelen</titel>
							</kop>
							<al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.30</nr>
								<titel>Veiligheid op het water</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.31</nr>
								<titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>7</nr>
							<titel>Gemeentewapen en gemeentevlag</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.32</nr>
								<titel>Gemeentewapen en gemeentevlag</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden het gemeentewapen te voeren en de gemeentevlag
                                    te gebruiken.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste lid.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
					<afdeling>
						<kop>
							<label>Afdeling</label>
							<nr>8</nr>
							<titel>Verbod vuur te stoken</titel>
						</kop>
						<artikel>
							<kop>
								<label>Artikel</label>
								<nr>5.33</nr>
								<titel>Verbod afvalstoffern te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel>
							</kop>
							<lid>
								<lidnr>1</lidnr>
								<al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>2</lidnr>
								<al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al>
								<al> a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                    dergelijke;</al>
								<al> b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al>
								<al> c. vuur voor koken, bakken en braden.</al>
								<al/>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>3</lidnr>
								<al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>4</lidnr>
								<al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al>
							</lid>
							<lid>
								<lidnr>5</lidnr>
								<al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al>
							</lid>
						</artikel>
					</afdeling>
				</hoofdstuk>
				<hoofdstuk>
					<kop>
						<label>Hoofdstuk</label>
						<nr>6</nr>
						<titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel>
					</kop>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>6.1</nr>
							<titel>Strafbepaling</titel>
						</kop>
						<lid>
							<lidnr>1</lidnr>
							<al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                                op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                                gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al>
						</lid>
						<lid>
							<lidnr>2</lidnr>
							<al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                                categorie: artikel 2.47, 2.48, 2.49, 2.50, 2.51, 2.52, 2.59 en
                                4.8.</al>
						</lid>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>6.2</nr>
							<titel>Toezichthouders</titel>
						</kop>
						<al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aangewezen personen.</al>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>6.3</nr>
							<titel>Binnentreden woningen</titel>
						</kop>
						<al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>6.4</nr>
							<titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel>
						</kop>
						<lid>
							<lidnr>1</lidnr>
							<al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al>
						</lid>
						<lid>
							<lidnr>2</lidnr>
							<al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Urk,
                                vastgesteld d.d. 29 september 2005 wordt ingetrokken op het tijdstip
                                bedoeld in het eerste lid.</al>
						</lid>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>6.5</nr>
							<titel>Overgangsbepaling</titel>
						</kop>
						<al>Besluiten genomen krachtens deze verordening bedoeld in artikel 6.4,
                            eerste lid, die golden op het moment van inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al>
					</artikel>
					<artikel>
						<kop>
							<label>Artikel</label>
							<nr>6.6</nr>
							<titel>Citeertitel</titel>
						</kop>
						<al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene plaatselijke
                            verordening Urk 2008” of als “APV Urk 2008”.</al>
					</artikel>
				</hoofdstuk>
			</regeling-tekst>
			<bijlage>
				<al>
					<vet>Inhoudsopgave</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Hoofdstuk 1</onderstreept>
					<vet>Algemene bepalingen</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 1.1</onderstreept> Begripsomschrijvingen</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 1.2</onderstreept> Beslistermijn</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 1.3</onderstreept> Indiening aanvraag </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 1.4</onderstreept> Voorschriften en beperkingen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 1.5</onderstreept> Persoonlijk karakter van vergunning of
                    ontheffing </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 1.6</onderstreept> Intrekking of wijziging van vergunning
                    of ontheffing </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 1.7</onderstreept> Termijnen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 1.8</onderstreept> Weigeringsgronden </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 1.9</onderstreept> Uitzonderingen</al>
				<al> positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen </al>
				<al>
					<onderstreept>Hoofdstuk 2</onderstreept>
					<vet>Openbare orde</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 1</onderstreept>
					<vet>Bestrijding van
                        ongeregeldheden</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.1</onderstreept> Samenscholing en ongeregeldheden</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 2</onderstreept> Betoging</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.2</onderstreept> Optochten (gereserveerd) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.3</onderstreept> Kennisgeving betogingen openbare
                    plaatsen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.4</onderstreept> Afwijking termijn (vervallen; opgenomen
                    in artikel 2.<onderstreept>3) </onderstreept>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.5</onderstreept> Te verstrekken gegevens (vervallen;
                    opgenomen in artikel 2.3)</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 3</onderstreept>
					<vet>Verspreiden van gedrukte
                        stukken</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.6</onderstreept> Beperking aanbieden e.d. van geschreven
                    stukken of gedrukte stukken en afbeeldingen</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 4</onderstreept>
					<vet>Vertoningen e.d. op de
                    weg</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.7</onderstreept> Feest, muziek en wedstrijd
                    e.d.(vervallen)</al>
				<al>
					<onderstreept> Artikel 2.8</onderstreept> Dienstverlening (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.9</onderstreept> Straatartiest</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 4a</onderstreept>
					<vet>Vloekverbod</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.9a</onderstreept> Vloekverbod</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 5</onderstreept>
					<vet>Bruikbaarheid en aanzien van de
                        weg</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.l0a</onderstreept> Het plaatsen van voorwerpen of
                    stoffen op, aan of boven de weg, in strijd met de publieke functie van de weg </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.l0b</onderstreept> Afbakeningen en uitzonderingen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.l0c</onderstreept> Vrij te stellen categorieën </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.11</onderstreept> Aanleggen, beschadigen en veranderen
                    van een weg </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.12</onderstreept> Maken en veranderen van een
                    uitweg</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 6</onderstreept>
					<vet> Veiligheid op de weg</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.13</onderstreept> Veroorzaken van gladheid (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.14</onderstreept> Winkelwagentjes </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.15</onderstreept> Hinderlijke beplanting of voorwerp </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.16</onderstreept> Openen straatkolken e.d. </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.17</onderstreept> Kelderingangen e.d. </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.18</onderstreept> Rookverbod in bossen en
                    natuurterreinen</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.19</onderstreept> Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.20</onderstreept> Vallende voorwerpen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.21</onderstreept> Voorzieningen voor verkeer en
                    verlichting </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.22</onderstreept> Veiligheid op het ijs </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.23</onderstreept> (gereserveerd)</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 7</onderstreept>
					<vet> Evenementen</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.24</onderstreept> Begripsbepaling </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.25</onderstreept> Evenement </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.25a</onderstreept> Aanvullende eisen grote evenementen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.26</onderstreept> Ordeverstoring</al>
				<al>Artikel 2.26a Verbod erotische evenementen</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 8 </onderstreept>
					<vet>Toezicht op
                    horecabedrijven</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.27</onderstreept> Begripsomschrijvingen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.28 </onderstreept>Exploitatie horecabedrijf (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.29</onderstreept> Sluitingstijden </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.30 </onderstreept>Afwijking sluitingstijden, tijdelijke
                    sluiting </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.31</onderstreept>Verboden gedragingen.</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.32</onderstreept> Handel in horecabedrijven </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.33</onderstreept>Vervallen</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.34</onderstreept> College als bevoegd bestuursorgaan </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.34a</onderstreept> Beperking verstrekken sterke
                    drank</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 8a <vet>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als
                            bedoeld in de Drank- en Horecawet</vet>
					</onderstreept>
				</al>
				<al>Artikel 2.34b Begripsbepaling</al>
				<al>Artikel 2.34c Regulering paracommerciële rechtspersonen</al>
				<al>Artikel 2.34d Verbod happy hours</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 9 </onderstreept>
					<vet>Inrichtingen tot het verschaffen
                        van nachtverblijf</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.35</onderstreept> Begripsbepaling </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.36</onderstreept> Kennisgeving exploitatie </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.37</onderstreept> Nachtregistratie (gereserveerd) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.38</onderstreept> Verschaffing gegevens
                    nachtregister</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 10</onderstreept>
					<vet>Toezicht op
                    speelgelegenheden</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.39</onderstreept> Speelgelegenheden </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.40</onderstreept> Speelautomaten</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 11</onderstreept>
					<vet>Maatregelen tegen overlast en
                        baldadigheid</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.41</onderstreept> Betreden gesloten woning of lokaal </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.42 </onderstreept>Plakken en kladden </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.43 </onderstreept>Vervoer plakgereedschap e.d.
                    (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.44</onderstreept> Vervoer inbrekerswerktuigen
                    (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.45</onderstreept> Betreden van plantsoenen e.d.
                    (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.46</onderstreept> Rijden over bermen e.d. </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.47</onderstreept> Hinderlijk gedrag op Openbare plaatsen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.48 </onderstreept>Verboden drankgebruik </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.49 </onderstreept>Verboden gedrag bij of in gebouwen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.50 </onderstreept>Hinderlijk gedrag in voor publiek
                    toegankelijke ruimten </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.51</onderstreept> Neerzetten van fietsen e.d. </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.52</onderstreept> Overlast van fiets of bromfiets op
                    markt- en kermisterreinen e.d. <onderstreept>Artikel 2.53
					</onderstreept>Bespieden van personen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.54</onderstreept> Bewakingsapparatuur (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.55</onderstreept> Nodeloos alarmeren (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.56</onderstreept> Alarminstallaties (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.57</onderstreept> Loslopende honden, verboden plaatsen,
                    identificatie </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.58</onderstreept> Verontreiniging door honden </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.59</onderstreept> Gevaarlijke honden </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.60</onderstreept> Houden van hinderlijke of schadelijke
                    dieren </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.61</onderstreept> Wilde dieren (vervallen)</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.62</onderstreept> Loslopend vee </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.63</onderstreept> Duiven </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.64</onderstreept> Bijen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.65</onderstreept> Nachtvissen</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 12</onderstreept>
					<vet> Bepalingen ter bestrijding van
                        heling van goederen</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.66</onderstreept> Begripsbepaling </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.67</onderstreept> Verplichting met betrekking tot het
                    register </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.68</onderstreept> Voorschriften als bedoeld in artikel
                    437 ter, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.69</onderstreept> Vervreemding van door opkoop verkregen
                    goederen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.70</onderstreept> Handel in horecabedrijven (verplaatst
                    naar afdeling 8)</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 13</onderstreept>
					<vet>Vuurwerk</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.71 </onderstreept>Begripsbepalingen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.72</onderstreept> Ter beschikking stellen van
                    consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.73</onderstreept> Bezigen van consumentenvuurwerk
                    tijdens de jaarwisseling</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 14</onderstreept> Drugsoverlast </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.74</onderstreept> Verbod verhandelen drugs </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.74a</onderstreept> Gebruik van verdovende middelen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.74b</onderstreept> Verzameling van personen in verband
                    met drugs </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.74c</onderstreept> Verblijfsontzegging in verband met
                    drugs</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 15</onderstreept>
					<vet>Bestuurlijke ophouding,
                        veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en
                        gebiedsontzegging</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.75</onderstreept> Bestuurlijke ophouding </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.76</onderstreept> Veiligheidsrisicogebieden </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.77</onderstreept> Cameratoezicht op openbare
                    plaatsen</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 2.78</onderstreept> Gebiedsontzegging</al>
				<al>
					<onderstreept>Hoofdstuk 3</onderstreept>
					<vet>Seksinrichtingen, sekswinkels,
                        straatprostitutie e.d.</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 1</onderstreept>
					<vet>Begripsbepalingen</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.1</onderstreept> Begripsbepalingen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.2</onderstreept> Bevoegd bestuursorgaan </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.3</onderstreept> Nadere regels</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 2</onderstreept>
					<vet>Seksinrichtingen, straatprostitutie,
                        sekswinkels e.d</vet>. </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.4</onderstreept> Seksinrichtingen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.5</onderstreept> Gedragseisen exploitant en beheerder </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.6</onderstreept> Sluitingstijden </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.7</onderstreept> Tijdelijke afwijking sluitingsuur;
                    (tijdelijke) sluiting </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.8</onderstreept> Aanwezigheid van en toezicht door
                    exploitant en beheerder </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.9</onderstreept> Straatprostitutie </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.10</onderstreept> Sekswinkels </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.11</onderstreept> Tentoonstellen, aanbieden en
                    aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 3</onderstreept>
					<vet> Beslissingstermijn;
                        Weigeringsgronden </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.12</onderstreept> Beslistermijn </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.13</onderstreept> Weigeringsgronden</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 4</onderstreept>
					<vet>Beëindiging exploitatie; wijziging
                        beheer </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.15</onderstreept> Wijziging beheer</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.14</onderstreept> Beëindiging exploitatie </al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 5</onderstreept>
					<vet>Overgangsbepaling </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 3.16</onderstreept> Overgangsbepaling</al>
				<al>
					<onderstreept>Hoofdstuk 4</onderstreept>
					<vet>Bescherming van het milieu en het
                        natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 1</onderstreept>
					<vet>Geluidhinder en verlichting
					</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.1</onderstreept> Geluidhinder </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.2-4.6</onderstreept> (gereserveerd)</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 2</onderstreept>
					<vet>Bodem- en weg- en
                        milieuverontreiniging </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.7</onderstreept> Straatvegen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.8</onderstreept> Natuurlijke behoefte doen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.9</onderstreept> Toestand van sloten en andere wateren
                    en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 3</onderstreept>
					<vet>Het bewaren van houtopstanden
					</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.10</onderstreept> Begripsbepalingen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.11 </onderstreept>Omgevingsvergunning voor het vellen
                    van houtopstanden</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.12 </onderstreept>Vergunning van rechtswege </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.12a</onderstreept> Melding voornemen kappen</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 4</onderstreept>
					<vet>Maatregelen tegen ontsiering en
                        stankoverlast </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.13</onderstreept> Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                    afvalstoffen enz. </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.14</onderstreept> Stankoverlast door gebruik van
                    meststoffen (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.15</onderstreept> Verbod hinderlijke of gevaarlijke
                    reclame </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.16</onderstreept> Vergunningplicht lichtreclame
                    (vervallen)</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 5</onderstreept>
					<vet>Kamperen buiten kampeerterreinen
					</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.17</onderstreept> Begripsbepaling </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.18 </onderstreept>Recreatief nachtverbl ijf buiten
                    kampeerterreinen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 4.19 </onderstreept>Aanwijzing kampeerplaatsen</al>
				<al>
					<onderstreept>Hoofdstuk 5</onderstreept>
					<vet>Andere onderwerpen betreffende de
                        huishouding der gemeente </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 1</onderstreept>
					<vet>Parkeerexcessen </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.1</onderstreept> Begripsbepalingen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.2</onderstreept> Parkeren van voertuigen van autobedrijf
                    e.d. </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.3</onderstreept> Te koop aanbieden van voertuigen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.4</onderstreept> Defecte voertuigen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.5</onderstreept> Voertuigwrakken </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.6</onderstreept> Kampeermiddelen e.a. </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.7</onderstreept> Parkeren van reclamevoertuigen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.8</onderstreept> Parkeren van grote voertuigen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.9</onderstreept> Parkeren van uitzichtbelemmerende
                    voertuigen</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.10 </onderstreept>Parkeren van voertuigen met
                    stankverspreidende stoffen (vervallen) </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.11</onderstreept> Aantasting groenvoorzieningen door
                    voertuigen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.12</onderstreept> Overlast van fiets of bromfiets</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 2</onderstreept>
					<vet>Collecteren </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.13</onderstreept> Inzameling van geld of goederen</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 3</onderstreept>
					<vet>Venten </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.14</onderstreept> Begripsbepaling </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.15 </onderstreept>Ventverbod </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.16</onderstreept> Vervallen</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 4</onderstreept>
					<vet>Standplaatsen</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.17 </onderstreept>Begripsbepaling </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.18</onderstreept> Standplaatsvergunning en
                    weigeringsgronden </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.19 </onderstreept>Toestemming rechthebbenden </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.20</onderstreept> Afbakeningsbepalingen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.21</onderstreept> (gereserveerd)</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 5</onderstreept>
					<vet>Snuffelmarkten </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.22</onderstreept> Begripsbepaling </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.23</onderstreept> Organiseren snuffelmarkt</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 6</onderstreept>
					<vet>Openbaar water </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.24</onderstreept> Voorwerpen op, in of boven openbaar
                    water </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.25 </onderstreept>Ligplaats woonschepen en overige
                    vaartuigen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.26</onderstreept> Aanwijzingen ligplaats </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.27 </onderstreept>Verbod innemen ligplaats </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.28</onderstreept> Beschadigen van waterstaatswerken </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.29 </onderstreept>Reddingsmiddelen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.30</onderstreept> Veiligheid op het water </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.31</onderstreept> Overlast aan vaartuigen</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 7</onderstreept>
					<vet>Gemeentewapen en gemeentevlag
					</vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.32</onderstreept> Gemeentewapen en gemeentevlag</al>
				<al>
					<onderstreept>Afdeling 8</onderstreept>
					<vet>Verbod vuur te stoken </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 5.33</onderstreept> Verbod vuur te stoken</al>
				<al>
					<onderstreept>oofdstuk 6</onderstreept>
					<vet> Straf-, overgangs- en
                        slotbepalingen </vet>
				</al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 6.1 </onderstreept>Strafbepaling </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 6.2</onderstreept> Toezichthouders </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 6.3</onderstreept> Binnentreden woningen </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 6.4</onderstreept> Inwerkingtreding nieuwe en intrekking
                    oude verordening </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 6.5 </onderstreept>Overgangsbepaling </al>
				<al>
					<onderstreept>Artikel 6.6</onderstreept> Citeertitel</al>
			</bijlage>
		</regeling>
	</body>
</cvdr>