<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR88309_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening monumentenzorg 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Duinkoerier</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening monumentenzorg 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening monumentenzorg 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit</vet></al><al>De raad van de gemeente Loon op Zand;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 10
                        november 2009, nummer 2009/73.</al><al>gelet op het advies van de commissie Fysieke Omgeving en Milieu d.d. 1
                        december 2009 ;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en de
                        Monumentenverordening 1998 </al><al>b e s l u i t :</al><al>1.De subsidieverordening monumentenzorg 2009 vast te stellen</al><al>SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTENZORG 2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>monumenten en beeldbepalende zaken</al><al>beschermde gemeentelijke monumenten en beschermde beeldbepalende
                                zaken waarvan het besluit tot aanwijzing zoals bedoeld in artikel 3
                                lid 1 of artikel 21 lid 1 van de Monumentenverordening 1998
                                onherroepelijk is geworden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>eigenaar</al><al>eigenaar is diegene, die in de kadastrale registratie als eigenaar
                                en beperkt gerechtigde staan vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>restauratiewerkzaamheden</al><al>de werkzaamheden aan een beschermd gemeentelijk monument of een
                                beschermde beeldbepalende zaak, die het normale onderhoud te boven
                                gaan en die voor het herstel of conservering van de monumentale
                                waarde zoals bedoeld in artikel 1 lid 5 a en b van deze verordening
                                noodzakelijk zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>onderhoudswerkzaamheden</al><al>de periodiek noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan onderdelen
                                van het beschermd monument of een beeldbepalende zaak, die
                                monumentale of beeldbepalende waarde bezitten.</al></lid><lid><lidnr>5.a</lidnr><al>monumentale waarde van een beschermd gemeentelijk monument</al><al>De monumentale waarde van een beschermd monument wordt bepaald door
                                de dragende onderdelen en het omhulsel en/of door die onderdelen of
                                objecten die blijkens het register, bedoeld in artikel 6 van de
                                Monumentenverordening 1998, of naar het oordeel van burgemeester en
                                wethouders van belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor
                                de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden. Indien uit het
                                register blijkt, dat een monument uitsluitend beschermd is vanwege
                                één of meer met name genoemde onderdelen of objecten, dan wordt de
                                monumentale waarde uitsluitend bepaald door die onderdelen of
                                objecten.</al></lid><lid><lidnr>5.b</lidnr><al>beeldbepalende waarde van een beschermde beeldbepalende zaak</al><al>De beeldbepalende waarde van een beschermde beeldbepalende zaak
                                wordt bepaald door het aan de openbare weg gelegen (deel van een)
                                onroerende zaak, die qua schoonheid van algemeen belang is vanwege
                                het stedenbouwkundig-, architectonisch- en/of landschappelijk beeld
                                en/of door die onderdelen die overeenkomstig artikel 21 van de
                                Monumentenverordening 1998 als beschermde beeldbepalende zaak zijn
                                geregistreerd. </al><al>Indien uit het register blijkt, dat een monument uitsluitend
                                beschermd is vanwege één of meer met name genoemde onderdelen of
                                objecten, dan wordt de monumentale danwel beeldbepalende waarde
                                uitsluitend bepaald door die onderdelen of objecten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>subsidiabele restauratiekosten</al><al>de kosten die naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                noodzakelijk zijn om de onderdelen van een monument of
                                beeldbepalende zaak, die blijkens artikel 1 lid 5 van deze
                                verordening en het register, bedoeld in artikel 6 lid 2 van de
                                Monumentenverordening 1998 of naar het oordeel van burgemeester en
                                wethouders van belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor
                                de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden monumentale waarde
                                bezitten, te herstellen of te conserveren. Als een eigenaar zelf
                                werkzaamheden in het kader van een restauratie verricht zijn de
                                materiaalkosten subsidiabel. De loonkosten zijn subsidiabel als hij
                                de werkzaamheden verricht in het kader van een door hem gedreven
                                onderneming, die voldoet aan het Vestigingsbesluit bedrijven.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>subsidiabele onderhoudskosten</al><al>de kosten van werkzaamheden, die regelmatig moeten worden verricht,
                                om die onderdelen van een monument of beeldbepalende zaak, die
                                overeenkomstig de beschrijving in het monumentenregister,
                                monumentale of beeldbepalende waarde bezitten in goede staat te
                                houden en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                noodzakelijk zijn. Als een eigenaar zelf werkzaamheden in het kader
                                van het onderhoud verricht zijn de materiaalkosten subsidiabel. De
                                loonkosten zijn subsidiabel als hij de werkzaamheden verricht in het
                                kader van een door hem gedreven onderneming, die voldoet aan het
                                Vestigingsbesluit bedrijven.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>rieten daken</al><al>met riet gedekte daken van gebouwen die ouder dan 25 jaar zijn en
                                voor permanente bewoning in gebruik zijn alsmede boerderijen,
                                schuren, kap- en hooibergen en karschoppen, die bedrijfsmatig in
                                gebruik zijn en onherroepelijk zijn geregistreerd op de
                                gemeentelijke lijst beeldbepalende zaken.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>monumentencommissie</al><al>de door de raad ingestelde Commissie of aangewezen instantie, met
                                als taak de werkzaamheden, die beschreven zijn in de “Verordening
                                regelende de taak, de samenstelling en de werkwijze van de
                                Monumentencommissie”.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>De gemeenteraad neemt jaarlijks een besluit waarin het subsidieplafond
                            voor een bepaald jaar voor de uitvoering van de Subsidieverordening
                            monumentenzorg 2009 wordt aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op grond van deze regeling niet
                                dan nadat de Monumentencommissie is gehoord. De Monumentencommissie
                                betrekt het advies van de Welstandscommissie bij haar advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts kan het treffen van voorzieningen subsidiabel worden gesteld,
                                als deze verband houden met de architectuur-historische waarde van
                                het monument en deze door burgemeester en wethouders noodzakelijk
                                worden geacht.</al><al> Deze voorzieningen dienen gelijktijdig met de onder in artikel 1
                                lid 3 bedoelde werkzaamheden te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de Monumentencommissie,
                                in het belang van de monumentenzorg en in gevallen waarin deze
                                verordening niet voorziet, afwijken van het bepaalde in deze
                                subsidieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen om subsidie worden in volgorde van binnenkomst behandeld
                                met in achtneming van de artikel 2 en 3 lid 1 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de beslissing op aanvragen om geldelijke steun houden
                                burgemeester en wethouders in elk geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de prioriteiten, die in het kader van het gemeentelijk
                                        monumentenbeleid worden gesteld.</al></li><li nr="b."><al>de monumentale waarde van het object.</al></li><li nr="c."><al>de bouwtechnische- en uiterlijke staat van het monument
                                        alsmede het gebruik daarvan, mede in relatie tot zijn
                                        omgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie kan worden vastgesteld nadat de werkzaamheden conform de
                                subsidieverlening zijn uitgevoerd, gereed gemeld en akkoord zijn
                                bevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de voortgang van de werkzaamheden dat rechtvaardigt kan een
                                voorschot op de subsidieverlening worden uitbetaald. Het voorschot
                                kan ten hoogste 60% van de subsidieverlening bedragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Aanvragen om subsidie, waarover in verband met het bepaalde in
                                het eerste lid niet positief kan worden beschikt, worden door
                                burgemeester en wethouders voor dat betreffende jaar afgewezen.</al></li><li nr="b."><al>Aanvragen als bedoeld in artikel 4 lid 5 sub a behoeven niet
                                        opnieuw te worden ingediend. Deze worden in het eerst
                                        volgend jaar, waarop door de gemeenteraad een
                                        subsidieplafond is vastgesteld op de oorspronkelijk
                                        ingediende volgorde als eerste in behandeling genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van een calamiteit, waarbij de monumentale waarde van een
                                monument in het geding is, kunnen burgemeester en wethouders met in
                                achtneming van artikel 4 lid 1 van deze verordening, afwijken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Met de uitvoering van de werkzaamheden mag niet worden begonnen
                                voordat op de aanvraag om subsidie door burgemeester en wethouders
                                is beslist. Op verzoek van de eigenaar kan desgewenst vooruit lopend
                                op de te nemen beslissing omtrent de subsidieverlening door
                                burgemeester en wethouders met de werkzaamheden worden gestart nadat
                                de subsidiabele restauratiekosten zijn vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag om een subsidie wordt op een door burgemeester en
                                wethouders beschikbaar te stellen formulier bij burgemeester en
                                wethouders ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast het in het eerste lid genoemde formulier dient de aanvraag te
                                bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>een gespecificeerde begroting van de kosten.</al></li><li nr="b."><al>een werkomschrijving.</al></li><li nr="c."><al>tekeningen, die de bestaande en de te maken toestand van het
                                        monument aangeven.</al></li><li nr="d."><al>de naam en het adres van de voor de uitvoering
                                        verantwoordelijke persoon/bedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de aanvrager, waarvan de aanvraag
                                niet aan de in lid 1 en 2 gestelde voorwaarden voldoet, in de
                                gelegenheid zijn aanvraag binnen twee weken aan te vullen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een monument of een beeldbepalende zaak niet door het plegen van
                                onderhoud wordt gewijzigd is daarvoor geen vergunning noodzakelijk
                                op grond van artikel 9 of 23 van de Monumentenverordening 1998.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen omtrent een ontvankelijke aanvraag
                            om subsidie binnen 12 weken. Zij kunnen hun beslissing eenmaal voor ten
                            hoogste 12 weken verdagen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uitbetaling van de subsidie door burgemeester en wethouders vindt
                                plaats nadat:</al><lijst><li nr="a."><al>de werkzaamheden op grond waarvan de subsidie is verleend
                                        schriftelijk gereed zijn gemeld onder overlegging van de
                                        daarop betrekking hebbende afrekening met
                                        betalingsbewijzen.</al></li><li nr="b."><al>de onder a. bedoelde werkzaamheden door burgemeester en
                                        wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden en de
                                        subsidietoekenning door burgemeester en wethouders heeft
                                        plaatsgehad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uitbetaling geschiedt uitsluitend op een door aanvrager op te geven
                                giro- of bankrekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Er wordt geen subsidie verstrekt als de kosten van restauratie,
                            onderhoud, herstel of vernieuwing voor monumenten of beeldbepalende
                            zaken voortvloeien uit brand- en stormschade, waartegen verzekering
                            mogelijk is, alsmede voor zover de kosten van voorzieningen op andere
                            wijze kunnen worden vergoed.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>RESTAURATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een monument
                                of een beeldbepalende zaak éénmaal per 25 jaar een subsidieverlening
                                doen in restauratiekosten als bedoeld in artikel 1 lid 6.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele restauratie
                                kosten als bedoeld in artikel 1 lid 6 doch ten hoogste € 15.523,-
                                Voor een beschermd gemeentelijk monument of een beschermde
                                beeldbepalende zaak geen gebouw zijnde, bedraagt de bijdrage 50% van
                                de subsidiabele kosten doch ten hoogste € 7761,-</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidiabele restauratiekosten worden bepaald aan de hand van
                                noodzakelijkheid, soberheid, doelmatigheid, de bepalingen in het
                                bouwbesluit en de Monumentenverordening 1998.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieverlening wordt gedaan onder de voorwaarden dat:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen 12 weken, na de toekenning, met de
                                        restauratiewerkzaamheden een aanvang is gemaakt.</al></li><li nr="b."><al>de restauratiewerkzaamheden zijn uitgevoerd binnen 52 weken
                                        na toekenning.</al></li><li nr="c."><al>de bescheiden en gegevens, die nodig zijn voor de juiste
                                        toepassing van deze regeling, worden verstrekt.</al></li><li nr="d."><al>de in artikel 6 lid 2 of 3 en artikel 22 van de
                                        Monumentenverordening 1998 genoemde monumentale- of
                                        beeldbepalende waarden na restauratie in stand zijn
                                        gebleven.</al></li><li nr="e."><al>de eigenaar het monument of de beeldbepalende zaak na het
                                        ontvangen van de subsidie goed onderhoudt en dit vijf maal
                                        in 25 jaar (eenmaal per vijf jaar) aantoont door middel van
                                        een rapport van een onafhankelijke deskundige op het gebied
                                        van monumenten.</al></li><li nr="f."><al>de eigenaar het monument of beeldbepalende zaak op
                                        gebruikelijke wijze verzekert en verzekerd houdt.</al></li><li nr="g."><al>de uitvoering geschiedt met inachtneming van het bepaalde in
                                        de Vestigingsbesluit bedrijven zoals dat met ingang van 1
                                        januari 1996 in werking is getreden.</al></li><li nr="h."><al>de bijdrage ingevolge artikel 9 wordt slechts toegekend
                                        wanneer de onroerende zaak, na het treffen van de
                                        voorzieningen, in haar geheel beschouwd, geen strijdigheid
                                        oplevert met bouw- en/of constructieve eisen die volgens
                                        wettelijk voorschriften die aan een onroerende zaak moeten
                                        worden gesteld en de in artikel 6 lid 2 of 3 en artikel 22
                                        van de Monumentenverordening 1998 beschreven waarden van het
                                        monument of de beeldbepalende zaak instant worden gehouden
                                        en/of worden hersteld.</al></li><li nr="i."><al>in afwijking van het bepaalde in lid h kunnen burgemeester
                                        en wethouders toestaan, dat een monument in ten hoogste twee
                                        fasen wordt gerestaureerd, mits in de eerste fase ten minste
                                        alle bouwtechnische gebreken van de gehele onroerende zaak
                                        worden opgeheven. Een aanvraag voor de tweede fase kan niet
                                        eerder worden ingediend, dan nadat is voldaan aan het
                                        gestelde in artikel 7 lid 1 sub a en b.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De subsidie wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="1."><al>voor de te treffen voorzieningen een vergunning op grond van de
                                    Monumentenverordening 1998 is aangevraagd en deze is
                                    geweigerd.</al></li><li nr="2."><al>voor zover de kosten van voorzieningen op grond van een
                                    verzekering worden gedekt of op andere wijze worden vergoed,
                                    blijven die kosten voor het bepalen van de subsidiabele
                                    restauratiekosten buiten beschouwing.</al></li><li nr="3."><al>indien de subsidiabele restauratiekosten minder dan € 1.500,-
                                    bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de subsidiabele restauratiekosten worden die kosten verstaan,
                                die direct samenhangen met de in artikel 1 lid 3 bedoelde
                                restauratiewerkzaamheden en die zijn opgenomen in de “Beleidsregels
                                onderhoud en restauratie monumenten” van december 2001 van het
                                Ministerie van OCW.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het betreft de volgende kosten:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanneemsom, die betrekking heeft op de
                                        restauratiewerkzaamheden.</al></li><li nr="b."><al>het architectenhonorarium, de constructeur en de kosten van
                                        het dagelijks toezicht naar evenredigheid van verhouding
                                        tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele
                                        restauratiekosten, waarbij de berekeningsmethodiek wordt
                                        aangehouden, zoals die is opgenomen in de “Beleidsregels
                                        onderhoud en restauratie monumenten” van het Ministerie van
                                        OCW van 4 januari 2002.</al></li><li nr="c."><al>bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek, dat
                                        noodzakelijk is om inzicht te krijgen in de monumentale
                                        waarde, voor zover die niet blijkt uit de beschrijving in de
                                        gemeentelijke monumentenlijst.</al></li><li nr="d."><al>de leges die evenredig wordt verdeeld tussen de subsidiabele
                                        en niet-subsidiabele restauratiekosten.</al></li><li nr="e."><al>de verschuldigde omzetbelasting, mits deze niet verrekenbaar
                                        is.</al></li><li nr="f."><al>installaties ter voorkoming van brand of blikseminslag voor
                                        zover deze door burgemeester en wethouders zijn
                                        voorgeschreven.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>ONDERHOUD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een monument
                                of beeldbepalende zaak een bijdrage toekennen in de subsidiabele
                                onderhoudskosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage in de subsidiabele onderhoudskosten bedraagt 50% van de
                                subsidiabele kosten doch ten hoogste € 3.881,- éénmaal per vijf
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidiabele kosten met betrekking tot de in artikel 1 lid 7
                                genoemde voorzieningen worden bepaald aan de hand van beoordeling op
                                noodzakelijkheid, soberheid, doelmatigheid en de bepalingen in de
                                bouw- en monumentenverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de kosten van voorzieningen op grond van een verzekering
                                worden gedekt of op andere wijze worden vergoed blijven die kosten
                                voor het bepalen van de subsidiabele onderhoudskosten buiten
                                beschouwing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Tot het plegen van onderhoud worden volgende werkzaamheden
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>het dak : reparatie van dakbedekking (vervangen enkele pannen,
                                    repareren van de dakbedekking, dakbeschot, zink of lood.)</al></li><li nr="b."><al>schoorstenen : reparaties, voegwerk herstel.</al></li><li nr="c."><al>goten of hemelwaterafvoeren : partieel herstel en
                                    reparaties.</al></li><li nr="d."><al>gevels : partieel voegen, pleisteren, metselwerk of natuursteen
                                    en vochtbestrijding met een totaal oppervlak van kleiner dan 20%
                                    van het geveloppervlak.</al></li><li nr="e."><al>vensters : reparaties en herstel van buitenkozijnen, inclusief
                                    luiken en buitendeuren, ramen en sponningen.</al></li><li nr="f."><al>buitenschilderwerk : vensters, luiken, goten,
                                    boeiboorden/windveren en muren/plinten.</al></li><li nr="g."><al>rieten daken : aan- en afvoer en verwerken van riet,
                                    bindmateriaal, sporen, rietlatten, nokvorsten, kantplanken en
                                    steigermateriaal waarbij het te onderhouden deel maximaal 5 %
                                    van het totale rietendak mag bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>De subsidie wordt geweigerd indien:</al><al>1. in de kosten van onderhoud van rijkswege en/of van provinciewege
                            financiële steun wordt verleend.</al><al>2. met de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden is begonnen voordat
                            op de aanvraag door burgemeester en wethouders is beslist.</al><al>3. voor de te treffen voorzieningen een vergunning op grond van de
                            Monumentenverordening 1998 is vereist en deze is geweigerd.</al><al>4. de subsidiabele onderhoudskosten minder bedragen dan € 150,-.</al><al>5. voor de uitvoering van de werkzaamheden het bepaalde in de
                            Vestigingsbesluit bedrijven, zoals dat met ingang van 1 januari 1996 in
                            werking is getreden, van kracht is en hieraan niet is voldaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>TOEZICHT EN HANDHAVING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de door burgemeester en wethouders
                                aangewezen personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de toezichthouders bedoeld in lid 1 komen slechts de
                                bevoegdheden toe als genoemd in de artikelen 5:15 tot en met 5:17
                                van de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in deze verordening genoemde bedragen worden jaarlijks
                                geïndexeerd gebaseerd op de in de gemeentebegroting aangehouden
                                percentages voor indexaties.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>SLOT- en OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Aanvragen, die zijn ingediend, nadat deze verordening in procedure is
                            gebracht en voordat dat deze in werking treedt, worden aangehouden
                            totdat deze verordening in werking is getreden, daarna zullen ze worden
                            afgehandeld met in achtneming van de bepalingen van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als "Subsidieverordening
                                    monumentenzorg 2009".</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2010.</al></li><li nr="3."><al>Met ingang van 1 januari 2010 komt de ''subsidieverordening
                                    gemeentelijke monumenten en beeldbepalende zaken 1998'' te
                                    vervallen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Loon op Zand van 17 december 2009.</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD</ondertekening><ondertekening>de secretaris de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop><vet>Toelichting per artikel: De toelichting dient nog
                        aangepast te worden als de artikelen zijn vastgesteld.</vet></tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In dit artikel zijn de definities opgenomen van begrippen die in de verordening
                    worden gehanteerd.</al><al>Lid 3</al><al>Restauratiewerkzaamheden hebben betrekking op die werkzaamheden aan onderdelen
                    van het monument die monumentale waarde bezitten. Deze waarde wordt bepaald door
                    de dragende onderdelen, de vloeren, het omhulsel alsmede die onderdelen of
                    objecten, die blijkens de gemeentelijke monumentenlijst als bedoeld in artikel 6
                    lid 2 of 3 van de Monumentenverordening 1998, dan wel naar het oordeel van
                    burgemeester en wethouders van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid,
                    betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden.</al><al>Indien uit de gemeentelijke monumentenlijst blijkt, dat een monument uitsluitend
                    beschermd is vanwege één of meer met name genoemde onderdelen of objecten,
                    worden de restauratiewerkzaamheden uitsluitend bepaald door die onderdelen of
                    objecten.</al><al>Lid 4</al><al>De periodiek te verrichten onderhoudswerkzaamheden, die voor subsidie in
                    aanmerking kunnen worden genomen zijn genoemd in artikel 14 van deze
                    verordening. Het betreft geen limitatieve opsomming, doch een aantal periodiek
                    voorkomende onderhoudswerkzaamheden die er op gericht zijn de bouwkundige staat
                    van een monument in stand te houden. </al><al>Lid 5</al><al>De monumentale waarde, die in stand dient te worden gehouden en waarop deze
                    verordening van toepassing is wordt enerzijds expliciet beschreven in de
                    omschrijving van het monument (het registerblad) en anderzijds bepaald door in
                    de toekomst te verkrijgen aanvullende informatie over waarden die zich aan of in
                    het monument bevinden. Het vaststellen van de monumentale waarde van deze nader
                    verkregen informatie geschied door burgemeester en wethouders, nadat de
                    monumentencommissie daarover heeft geadviseerd. Deze waarde kan onder meer
                    betrekking hebben op een dragend onderdeel als de kapconstructie waarvan de
                    gordingen, de kapconstructie en de gebinten onderdeel van uitmaken.</al><al>Lid 6</al><al>Door burgemeester en wethouders zijn beleidsregels vastgesteld waardoor de
                    subsidiabele restauratiekosten objectief kunnen worden berekend. Onder deze
                    kosten kunnen die kosten worden verstaan, die direct samenhangen met de in
                    artikel 1 lid 3 bedoelde restauratiewerkzaamheden. Een gerichte opsomming van
                    kosten en te subsidiëren onderdelen zijn opgenomen in de “Beleidsregel onderhoud
                    en restauratie” van december 2001 van het Ministerie van OCW.</al><al>Lid 7</al><al>Dit lid behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Lid 8</al><al>Rieten daken vormen belangrijke karakteristieken elementen in de gemeente.
                    Indien rieten daken voorkomen op gemeentelijke monumenten, dan kan
                    instandhouding worden bevorderd door toepassing van de hoofdstukken 2 en 3 van
                    deze verordening. </al><al>Betreffen het rieten daken, die zich niet op gemeentelijke monumenten bevinden
                    maar op rijksmonumenten dan is het Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie
                    Monumenten 1997 (BRRM 1997) van kracht. Betreffen het rieten daken, die zich
                    niet op gemeentelijke of rijksmonumenten bevinden en toch van groot belang zijn
                    voor het karakter van een gebied kan het in stand houden van deze daken worden
                    gestimuleerd door toepassing van hoofdstuk 4 van deze verordening. </al><al>De Monumentencommissie zal advies worden gevraagd over de in stand te houden
                    rieten daken, die zich niet op gemeentelijke of rijksmonumenten bevinden. De
                    bedoeling is deze aan te wijzen als beschermde beeldbepalende zaak en te
                    registeren op de gemeentelijk lijst beeldbepalende zaken. </al><al>Lid 9</al><al>Dit lid behoeft geen nadere toelichting. </al><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Om de verordening te kunnen toepassen zijn financiële middelen noodzakelijk, die
                    de gemeenteraad jaarlijks beschikbaar kan stellen. Bij het besluit tot verdeling
                    van de financiële middelen is het noodzakelijk dat de ervaringen van het
                    afgelopen jaar worden ingebracht en knelpunten ten aanzien van de
                    subsidiebehoefte versus de beschikbare gestelde of gevraagde financiële middelen
                    wordt aangegeven.</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>De z.g. hardheidsclausule (artikel 3, lid 3: afwijken van de bepalingen van deze
                    verordening) kan worden toegepast in het belang van de monumentenzorg. De
                    monumentencommissie is de adviseur van burgemeester en wethouders als het gaat
                    om de belangen van de monumentenzorg. De Monumentencommissie als onafhankelijk
                    deskundige heeft een rol gekregen in de advisering over de toepassing van deze
                    verordening. </al><al>In “Hoofdstuk 2: Restauratie” is opgenomen, dat een monumentenvergunning wordt
                    geëist als de restauratiewerkzaamheden daartoe aanleiding geven. Dit kan het
                    geval zijn als er gelijktijdig met het opheffen van (monumentale) technische
                    gebreken, wijzigingen aan het monument worden uitgevoerd. </al><al>“Terugrestaureren” (van onderdelen) van monumenten wordt in beginsel niet
                    gesubsidieerd. Als een eigenaar dat op eigen initiatief wil doen, is dat
                    toegestaan, mits daarvoor een monumentenvergunning wordt verleend. Als uit een
                    bouwhistorisch of architectuurhistorisch onderzoek blijkt dat het essentieel is
                    voor het behoud of de herkenbaarheid van een monument om een deel van het
                    bouwwerk te reconstrueren, en dit door burgemeester en wethouders in het belang
                    van de monumentenzorg noodzakelijk wordt geacht, kan dit subsidiabel worden
                    gesteld, mits is voldaan aan artikel 3 lid 1 van deze verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Dit artikel regelt de procedures, die moeten worden gevolgd. Hierbij is
                    aangesloten bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor de duidelijkheid naar
                    eigenaren is opgenomen dat als de gemeenteraad onvoldoende financiële middelen
                    beschikbaar stelt, aanvragen op grond hiervan kunnen worden afgewezen. De
                    eigenaar ontvangt van een afwijzing bericht. </al><al>Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij enerzijds de
                    Monumentencommissie dient te adviseren en anderzijds de aanvraag moet worden
                    getoetst aan het gemeentelijk monumentenbeleid, de monumentale waarde van het
                    object, de bouwtechnische en uiterlijke staat en het gebruik van het beschermde
                    gemeentelijk monument. </al><al>Gekozen is om de begrippen uit de Awb aan te houden. Nadrukkelijk zijn
                    voorwaarden opgenomen om prioriteiten te kunnen stellen. Hiermee kan de
                    kwaliteit van de uit te voeren restauratie- en onderhoudswerkzaamheden worden
                    gecontroleerd en worden beïnvloed. </al><al>Omdat eigenaren veelal grote investeringen moeten doen is de mogelijkheid in de
                    verordening aanwezig om indien de uitgevoerde werkzaamheden dat rechtvaardigen,
                    een voorschot uit te betalen tot ten hoogste 60% van de subsidietoezegging.</al><al>Ingeval zich een calamiteit voordoet, waarbij gedacht kan worden aan schade die
                    aan een monument of een belangrijk monumentaal onderdeel van het monument wordt
                    veroorzaakt, die niet door een verzekering wordt gedekt kan met behulp van een
                    subsidietoezegging herstel plaatshebben. Nadrukkelijk zal hierbij moeten worden
                    afgewogen of de monumentale waarde in het geding is en deze zonder subsidie niet
                    zal worden hersteld.</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Nadat de subsidieverordening is vastgesteld kunnen eigenaren met behulp van een
                    formulier een aanvraag indienen. Het formulier is een leidraad voor zowel de
                    gemeente als de eigenaar voor de bescheiden die moeten worden ingediend om de
                    aanvraag te kunnen behandelen. De eigenaar stemt door ondertekening van dit
                    formulier in met de voorwaarden zoals die zijn opgenomen in de
                    subsidieverordening. </al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Dit artikel regelt de uitbetaling en de voorwaarden waaronder de uitbetaling
                    plaatsheeft.</al><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Op grond van dit artikel kan een aanvraag om subsidie worden geweigerd, indien
                    een eigenaar verzuimd heeft een monument of een beeldbepalende zaak te
                    verzekeren tegen brand- of stormschade. Het eigen risico, dat een eigenaar loopt
                    bij een verzekering, wordt zoals bij andere gebouwen ten laste van het
                    eigenaarrisico gebracht en wordt niet betrokken bij de subsidieverlening.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Dit artikel regelt de voorwaarden, waaronder een subsidietoezegging wordt
                    gedaan. Gebleken is dat het om financiële redenen wenselijk kan zijn, dat een
                    eigenaar de restauratie van een monument in twee fasen uitvoert (dus twee maal
                    de maximale subsidie kan krijgen). De verordening maakt dit mogelijk. In de
                    eerste fase dient bij een maximale subsidieverlening in ieder geval het casco in
                    een goede bouwtechnische en/of constructieve staat te worden gebracht. Dit is
                    dan ook als voorwaarde gesteld. In een tweede fase zouden dan andere belangrijke
                    monumentale onderdelen zoals plafonds, schouwen, wanden, deuren e.d. kunnen
                    worden gerestaureerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 en 13</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen verdere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>Volgens dit artikel kan 1x per vijf jaar in de kosten, zoals genoemd in artikel
                    16 een beperkte bijdrage in de onderhoudskosten worden toegekend. Vooralsnog
                    wordt uitgegaan van het plegen van onderhoud aan de buiten zijde van een
                    monument, omdat in de omschrijvingen van de monumenten in de meeste gevallen
                    geen inwendige monumentale waarden zijn beschreven. Indien zich gevallen
                    voordoen, zoals beschilderde plafonds of wandbespanningen, schouwen, trappen
                    e.d. kan nadat over de monumentale waarden de Monumentencommissie positief heeft
                    geadviseerd een bijdrage worden toegekend. De omschrijving van het monument
                    dient te worden aangevuld met de nader bepaalde monumentale waarden.</al><al/><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>In hoofdstuk 5 van de Awb is in hoofdstuk 5 een regeling opgenomen over het
                    toezicht op de naleving. Aangezien de aangewezen toezichthouders voor de
                    uitoefening van hun taken niet over alle in de Awb genoemde bevoegdheden
                    behoeven te beschikken, zijn deze in lid 2 beperkt tot de strikt noodzakelijke
                    (inzage van gegevens en bescheiden, vorderen van inlichtingen, betreden van
                    plaatsen anders dan woningen) en daarom in die afdeling opgenomen. De
                    strafrechtelijke handhaving van subsidiebesluiten ligt niet voor de hand, zodat
                    een opsporingsbepaling niet noodzakelijk is.</al><al>Voorts zijn er binnen het subsidiëringsproces voldoende handhavingsmiddelen
                    aanwezig (intrekking, lagere vaststelling) om het geen medewerking verlenen aan
                    de toezichthouders te sanctioneren. Daarom is ook afgezien van een afzonderlijke
                    op artikel 149a Gemeentewet gebaseerde binnentredingsbepaling.</al><al/><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>Nadat enige tijd met deze verordening is gewerkt is een evaluatie hiervan
                    noodzakelijk. In de eerste plaats gaat het daarbij om de ervaringen van de
                    eigenaren en het gemeentelijk apparaat. In de tweede plaats gaat het om de
                    effecten en de resultaten van de verordening en het gereserveerde budget op de
                    gemeentebegroting. Op basis van globale uitgangspunten wordt nu een
                    subsidieplafond voor de toepassing van deze verordening vastgesteld. Gekozen is
                    voor 3 jaar omdat bij het opstellen en de behandeling van de gemeentebegroting
                    2012 met de ervaringen rekening kan worden gehouden.</al><al/><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat de behandeling van aanvragen die zijn ingediend voordat
                    deze verordening door de gemeenteraad is vastgesteld.</al><al/><tussenkop>Artikel 19</tussenkop><al>Dit artikel regelt de naam van de verordening en de inwerkingtreding.</al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op
                    Zand van 17 december 2009.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>voorzitter,</al><al>griffier,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>