<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91-->
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR88186_8</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijchen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijchen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-123037.html">gmb-2015-123037</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-04-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Artt. 2:12, 2:24, 2:26A, 2:26, 2:28, 2:49, 2:50, 2:51, 2:51A, 2:57, 2:59, 4:1, 4:6, 4:11, 4:15, 4:18, 5:8, 5:9, 5:22, 5:23, 5:24, 5:25, 5:26, 5:33</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15AZ174</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al><extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/regelingen/Nadere-regels-voor-terrassen-in-Wijchen">Nadere regels voor terrassen in WIjchen</extref></al><al><extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/regelingen/Notitie-standplaatsen-gemeente-Wijchen-2008">Notitie standplaatsen gemeente Wijchen 2008</extref></al><al><extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/regelingen/Beleidsregels-Wet-Bibob">Beleidsregels Wet Bibob</extref></al><al><extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/regelingen/Beleidsregels-uitwegen">Beleidsregels uitwegen</extref></al><al><extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/regelingen/Nadere-regels-inzake-uitstallingen-in-het-centrum-van-Wijchen">Nadere regels inzake uitstallingen in het centrum van Wijchen</extref></al><al><extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/regelingen/Beleidsregels-inzake-uitstallingen-in-het-centrum-van-Wijchen">Beleidsregels inzake uitstallingen in het centrum van Wijchen</extref></al><al><extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/regelingen/Aanwijzingsbesluit-Verblijfsontzeggingen">Aanwijzingsbesluit Verblijfsontzeggingen</extref></al><al><extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/regelingen/Beleidsregel-definitie-growshop-gemeente-Wijchen">Beleidsregel definitie growshop gemeente Wijchen</extref></al><al><extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/regelingen/Aanwijzingsbesluit-Stationsgebied-Wijchen">Aanwijzingsbesluit Stationsgebied Wijchen</extref></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Afdeling 16 (artikelen 2:78 t/m 2:91) is van rechtswege vervallen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene plaatselijke verordening
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties/article=1">artikel 1 van de Wet openbare manifestaties</extref>
                                        daaronder wordt verstaan;</al></li>
                <li nr="b."><al>weg: weg als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1">artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet
                                            1994</extref>;</al></li>
                <li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of
                                        op andere wijze toegankelijk zijn;</al></li>
                <li nr="d."><al>bromfiets: bromfiets als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1">artikel 1, eerste lid, onder e, van de
                                            Wegenverkeerswet</extref>;</al></li>
                <li nr="e."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de
                                        gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld overeenkomstig
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=20a">artikel 20a, lid 1, Wegenverkeerswet
                                        1994</extref>;</al></li>
                <li nr="f."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                        krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li>
                <li nr="g."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                        Bouwverordening;</al></li>
                <li nr="h."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=1">artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                            Woningwet</extref>;</al></li>
                <li nr="i."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                        diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel
                                        belang te dienen;</al></li>
                <li nr="j."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht/article=1.1">artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht</extref>.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 1:2 Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                        vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
                                        ontvangst van de aanvraag.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht
                                        weken verlengen.</al></li>
                <li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht/article=3.9">artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht</extref> van toepassing indien beslist
                                        wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in
                                        artikel 2:11, derde lid, aanhef en onder a, 2:12 , 4:11 of
                                        artikel 4:15.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                        ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                        aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                        bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
                                        behandelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                        vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid
                                        genoemde termijn worden verlengd.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                        beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en
                                        beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang
                                        of de belangen in verband waarmee de vergunning of
                                        ontheffing is vereist.</al></li>
                <li nr="2."><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                        verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen
                                        na te komen.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of
                                ontheffing</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                                krachtens deze verordening anders is bepaald.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of
                                ontheffing</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of
                                gewijzigd:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li>
                <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                        vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege
                                        het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                                        vergunning of ontheffing is vereist;</al></li>
                <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                        voorschriften en beperkingen niet zijn of worden
                                        nagekomen;</al></li>
                <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                        gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                        ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                        termijn;</al></li>
                <li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 1:7 Termijnen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij
                                de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de
                                vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Tenzij bij deze verordening anders is bepaald kan de vergunning of
                                ontheffing door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan
                                worden geweigerd in het belang van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
                <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
                <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 1:9 Toepassing lex silencio positivo voor
                                diensten</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Gelet op het bepaalde in artikel 28 van de Dienstenwet is:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>paragraaf 4.1.3.3 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> van toepassing op
                                        de vergunning, ontheffing of vrijstelling als bedoeld in: </al><lijst>
                    <li nr="1."><al>artikel 2:11;</al></li>
                    <li nr="2."><al>artikel 2:39;</al></li>
                    <li nr="3."><al>artikel 2:64;</al></li>
                    <li nr="4."><al>artikel 2:67;</al></li>
                    <li nr="5."><al>artikel 4:15;</al></li>
                    <li nr="6."><al>artikel 4:18;</al></li>
                    <li nr="7."><al>artikel 5:2</al></li>
                    <li nr="8."><al>artikel 5:6;</al></li>
                    <li nr="9."><al>artikel 5:7;</al></li>
                    <li nr="10."><al>artikel 5:8;</al></li>
                    <li nr="11."><al>artikel 5:11;</al></li>
                    <li nr="12."><al>artikel 5:13;</al></li>
                    <li nr="13."><al>artikel 5:16;</al></li>
                    <li nr="14."><al>artikel 5:22;</al></li>
                    <li nr="15."><al>artikel 5:23;</al></li>
                    <li nr="16."><al>artikel 5:31D;</al></li>
                    <li nr="17."><al>artikel 5:33;</al></li>
                    <li nr="18."><al>artikel 5:36;</al></li>
                    <li nr="19."><al>artikel 5:38.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al>paragraaf 4.1.3.3 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> niet van toepassing
                                        op de vergunning, ontheffing of vrijstelling als bedoeld in: </al><lijst>
                    <li nr="1."><al>artikel 2:1</al></li>
                    <li nr="2."><al>artikel 2:10A;</al></li>
                    <li nr="3."><al>artikel 2:22;</al></li>
                    <li nr="4."><al>artikel 2:25;</al></li>
                    <li nr="5."><al>artikel 2:28;</al></li>
                    <li nr="6."><al>artikel 2:29;</al></li>
                    <li nr="7."><al>artikel 2:39;</al></li>
                    <li nr="8."><al>artikel 2:47A;</al></li>
                    <li nr="9."><al>artikel 2:60;</al></li>
                    <li nr="10."><al>artikel 2:79;</al></li>
                    <li nr="11."><al>artikel 3:4;</al></li>
                    <li nr="12."><al>artikel 4:6;</al></li>
                    <li nr="13."><al>artikel 5:18</al></li>
                    <li nr="14."><al>artikel 5:34.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Openbare orde</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan
                                            een samenscholing, onnodig op te dringen of door
                                            uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                            ongeregeldheden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats </al><lijst>
                    <li nr=""><al>a. aanwezig is bij een voorval waardoor
                                                  ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                                  ontstaan;</al></li>
                    <li nr=""><al>b. aanwezig is bij een gebeurtenis die
                                                  aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor
                                                  ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
                                                  of</al></li>
                    <li nr=""><al>c. zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                  samenscholing;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr=""><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn
                                            weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen
                                            richting te verwijderen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op
                                            openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid
                                            of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                            derde lid gestelde verbod.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                            betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                            levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                            openbare manifestaties.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 2 Betoging</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:2 Optochten
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare
                                    plaatsen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                            betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare
                                            aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging
                                            wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                            burgemeester.</al></li>
                <li nr="2."><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging
                                                  houdt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en
                                                  het tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route
                                                  en de plaats van beëindiging;</al></li>
                    <li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                                  samenstelling;</al></li>
                    <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                  treffen om een regelmatig verloop te
                                                  bevorderen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een
                                            bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is
                                            vermeld.</al></li>
                <li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving
                                            valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een
                                            zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de
                                            kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag
                                            van dat tijdstip voorafgaande werkdag.</al></li>
                <li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in
                                            het eerste lid genoemde termijn verkorten en een
                                            mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:4 Afwijking termijn
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                    gedrukte stukken of afbeeldingen
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op openbare plaatsen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:8 Dienstverlening
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:9 Straatartiest
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als
                                            straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur
                                            of gids op te treden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het optreden plaatsvindt buiten de door de
                                                  burgemeester aangewezen openbare plaatsen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>Het optreden plaatsvindt tussen 9.00 uur en
                                                  18.00 uur;</al></li>
                    <li nr="c."><al>Niet langer dan een half uur aaneengesloten op
                                                  dezelfde locatie wordt opgetreden;</al></li>
                    <li nr="d."><al>Geen geluidsversterkende apparatuur wordt
                                                  gebruikt;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de vrije doorgang van voetgangers en ander
                                                  verkeer niet wordt belemmerd;</al></li>
                    <li nr="f."><al>er niet actief om een geldelijke bijdrage wordt
                                                  gevraagd;</al></li>
                    <li nr="g."><al>er geen goederen te koop worden aangeboden.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet op Koningsdag.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van openbare plaatsen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:10A Het plaatsen van voorwerpen op of aan een
                                    openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning een
                                            openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig
                                            de publieke functie daarvan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de
                                            vergunning worden geweigerd: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan
                                                  de openbare plaats, gevaar oplevert voor de
                                                  bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het
                                                  doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                                  belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer
                                                  en onderhoud van de openbare plaats;</al></li>
                    <li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                  hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                  redelijke eisen van welstand;</al></li>
                    <li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                  overlast, die betrekking heeft op de bruikbaarheid
                                                  en het aanzien van openbare plaatsen, voor
                                                  gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                                  onroerende zaak.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>De vergunning wordt verleend: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                  voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld
                                                  in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht/article=2.2">artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van
                                                  de Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht</extref>;</al></li>
                    <li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:10B Afbakeningsbepaling en uitzonderingen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel
                                            geldt niet voor: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li>
                    <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid van artikel 2:10A geldt
                                            tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten
                                            of gevoelens worden geopenbaard.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid van artikel 2:10A geldt
                                            niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatwerken</extref> of de
                                            Wegenverordening Gelderland 2010..</al></li>
                <li nr="4."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van
                                            artikel 2:10A geldt niet voorzover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet/article=5">artikel 5 van de Wegenverkeerswet</extref>.</al></li>
                <li nr="5."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van
                                            artikel 2:10A geldt niet voor bouwwerken waarvoor op
                                            grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht/article=2.1">artikel 2.1, onder a, van de Wet algemene
                                                bepalingen omgevingsrecht</extref> een
                                            omgevingsvergunning is vereist.</al></li>
                <li nr="6."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van
                                            artikel 2:10A geldt niet voorzover in het geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> of het een activiteit
                                            betreft waarvoor op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht%20/article=2.1">artikel 2.1, onder e, van de Wet algemene
                                                bepalingen omgevingsrecht</extref> een
                                            omgevingsvergunning is vereist.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:10C Vrij te stellen voorwerpen
                     </tussenkop>
              <al>Het verbod van het eerste lid van artikel 2:10A geldt niet voor
                                    voorwerpen die voldoen aan de door het college vastgestelde
                                    nadere regels. Het college kan deze nadere regels vaststellen
                                    met in achtneming van de belangen zoals bedoeld in artikel 2:10A
                                    tweede lid.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen,
                                    beschadigen en veranderen van een weg
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                            vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan
                                            op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard
                                            of breedte van de wegverharding te veranderen of
                                            anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg
                                            van een weg.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden
                                            bij het uitvoeren van hun publieke taak.</al></li>
                <li nr="3."><al>De vergunning wordt verleend: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                  indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                                  bestemmingsplan, beheersverordening,
                                                  exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;</al></li>
                    <li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref>, de
                                            Wegenverordening Gelderland 2010, de Waterschapskeur, de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet">Telecommunicatiewet</extref> of de daarop
                                            gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:12 <vet>Omgevingsvergunning voor het maken,
                                        veranderen van een uitweg</vet></tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het
                                            college een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                            te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan nadere regels vaststellen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet als voldaan
                                            wordt aan de door het college vastgestelde nadere
                                            regels.</al></li>
                <li nr="4."><al>Voor het maken of het veranderen van een uitweg die
                                            voldoet aan de nadere regels zoals bedoeld in het derde
                                            lid geldt een meldingsplicht.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het college kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de
                                            in lid 4 bedoelde melding besluiten het maken of
                                            veranderen van een uitweg te verbieden.</al></li>
                <li nr="6."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1.8 wordt de
                                            vergunning slechts geweigerd: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien het gaat om een tweede uitweg en deze ten
                                                  koste gaat van een openbare parkeerplaats of het
                                                  openbaar groen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de
                                                  weg;</al></li>
                    <li nr="c."><al>indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat
                                                  van een openbare parkeerplaats;</al></li>
                    <li nr="d."><al>indien door de uitweg het openbaar groen op
                                                  onaanvaardbare wijze wordt aangetast.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="7."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin
                                            wordt voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20Rijkswaterstaatswerken">Wet beheer Rijkswaterstaatswerken</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=5">artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994</extref>, de
                                            Waterschapskeur of de Wegenverordening Gelderland
                                            2010.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 6 Veiligheid op openbare plaatsen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:14 Winkelwagentjes
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                            beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                            winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van
                                            de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken,
                                            en de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op
                                            een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes
                                            terstond te verwijderen of te doen verwijderen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of
                                    gevaar oplevert.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.
                     </tussenkop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                    behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar
                                    te maken of af te dekken.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                            gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen
                                            gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers
                                            opleveren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=427">artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                                Wetboek van Strafrecht</extref>.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of
                                            veengronden dan wel in duingebieden of binnen een
                                            afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het
                                            college aangewezen periode.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan
                                            wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd
                                            meter daarvan, voorzover het de open lucht betreft,
                                            brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg
                                            te werpen of te laten liggen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=429">artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                                Strafrecht</extref>.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                            voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en
                                            aangrenzende erven.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                            (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei
                                            wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere
                                            scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen
                                            lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geld niet voor prikkeldraad, schrikdraad,
                                            puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere
                                            afstand dan 0,25 meter uit de uiterste boord van de weg,
                                            op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn
                                            aangebracht.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=5">artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                            1994</extref>.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:20 Vallende voorwerpen
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:20A Gevaarlijke voorwerpen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op door burgemeester en wethouders
                                            aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek
                                            toegankelijke gebouwen en terreinen messen, knuppels,
                                            slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen
                                            worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                            wapens die behorend tot categorie I, II, III en IV van
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie">Wet wapens en munitie</extref> en voorzover door
                                            het bij zich dragen van de voorwerpen, bedoeld in het
                                            eerste lid, de openbare orde of veiligheid niet in
                                            gevaar komt of kan komen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en
                                    verlichting
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te
                                            laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of
                                            voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                            verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
                                            of verwijderd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterstaatswet%201900">Waterstaatswet 1900</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Onteigeningswet">Onteigeningswet</extref>, of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Belemmeringenwet%20Privaatrecht">Belemmeringenwet Privaatrecht</extref>.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                            weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                            bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                            houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te
                                            merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen
                                            of te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde
                                            verbod ontheffing verlenen indien de elektrische
                                            spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                                            toelaat.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                            objecten die deel uitmaken van de
                                            hoogspanningslijn.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                  beschadigen, te verontreinigen, te versperren of
                                                  het verkeer daarop op enige andere wijze te
                                                  belemmeren of in gevaar te brengen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                  veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde
                                                  ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                  beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                  daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht</extref> of de Provinciale
                                            vaarwegenverordening.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 7 Evenementen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:24 Begripsbepaling
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke
                                            voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                            uitzondering van: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>markten als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=160">artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                                  Gemeentewet</extref> en artikel 5:22 van deze
                                                  verordening;</al></li>
                    <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Wet op de kansspelen</extref>;</al></li>
                    <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank%20en%20Horecawet">Drank en Horecawet</extref> gelegenheid geven tot
                                                  dansen;</al></li>
                    <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                  bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties">Wet openbare manifestaties</extref>;</al></li>
                    <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39
                                                  van deze verordening;</al></li>
                    <li nr="g."><al>sportactiviteiten en daaraan gerelateerde
                                                  activiteiten in of op een sportaccommodatie tussen
                                                  7:00 uur en 23:00 uur met uitzondering van
                                                  vechtevenementen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een rommelmarkt;</al></li>
                    <li nr="d."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als
                                                  bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de
                                                  weg;</al></li>
                    <li nr="e."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of
                                                  aan een openbare plaats;</al></li>
                    <li nr="f."><al>een klein evenement.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:25 Evenement
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                            een evenement te organiseren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor kleine
                                            evenementen die voldoen aan de door de burgemeester
                                            vastgestelde nadere regels. De burgemeester kan deze
                                            nadere regels vaststellen met inachtneming van de
                                            belangen zoals bedoeld in het vierde lid.</al></li>
                <li nr="3."><al>Voor evenementen zoals bedoeld in lid 2 geldt een
                                            meldingsplicht.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van
                                            de in lid 3 bedoelde melding besluiten het organiseren
                                            van het evenement te verbieden, indien daardoor de
                                            openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                            volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een
                                            wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=10">artikel 10</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=148">148 van de Wegenverkeerswet 1994</extref>.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:26 Openbare orde en veiligheid bij
                                    evenementen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden bij een evenement de orde te
                                            verstoren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen,
                                            door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                            wanordelijkheden of wanordelijkheden te
                                            veroorzaken.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het is verboden bij evenementen messen, knuppels,
                                            slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen
                                            worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat
                                            de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan
                                            komen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen
                                            van ambtenaren van politie en brandweer in het belang
                                            van openbare orde of veiligheid ter stond en stipt op te
                                            volgen.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:27 Begripsbepalingen
                     </tussenkop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                            besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang
                                            alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
                                            dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor
                                            directe consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een
                                            openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een
                                            hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                            discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder openbare
                                            inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting
                                            behorend terras en andere aanhorigheden;</al></li>
                <li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                            inrichting liggend deel daarvan waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare
                                    inrichting
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
                                            zonder vergunning van de burgemeester.</al></li>
                <li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                            burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk
                                            weigeren: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>in of bij de openbare inrichting hebben zich de
                                                  afgelopen 12 maanden geen incidenten voorgedaan
                                                  die gepaard gingen met geweld, ernstige overlast
                                                  op straat of drugsgebruik en/of –handel of
                                                  vermoeden is dat ernstig gevaar bestaat dat uit
                                                  gepleegde strafbare feiten verkregen of te
                                                  verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen worden
                                                  benut of worden gebruikt om strafbare feiten mee
                                                  te plegen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>vanwege strijd met een geldend
                                                  bestemmingsplan.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting
                                            die zich bevindt in </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Winkeltijdenwet/article=1">artikel 1 van de Winkeltijdenwet</extref> voor
                                                  zover de activiteiten van de openbare inrichting
                                                  een nevenactiviteit vormen van de
                                                  winkelactiviteit;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een museum;</al></li>
                    <li nr="d."><al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod genoemd in lid 1 geldt niet voor de in lid 5
                                            genoemde openbare inrichtingen, mits aan de volgende
                                            voorwaarde wordt voldaan: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>in of bij de openbare inrichting hebben zich de
                                                  afgelopen 12 maanden geen incidenten voorgedaan
                                                  die gepaard gingen met geweld, ernstige overlast
                                                  op straat of drugsgebruik en/of –handel of
                                                  vermoeden is dat ernstig gevaar bestaat dat uit
                                                  gepleegde strafbare feiten verkregen of te
                                                  verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen worden
                                                  benut of worden gebruikt om strafbare feiten mee
                                                  te plegen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="5."><al>De in lid 4 bedoelde openbare inrichtingen zijn: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een horecabedrijf zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=1">artikel 1 van de Drank- en
                                                  Horecawet</extref>;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een buurthuis;</al></li>
                    <li nr="c."><al>clubhuis van een (sport)vereniging met
                                                  uitzondering van motor(sport)clubs;</al></li>
                    <li nr="d."><al>een kantine in een sporthal;</al></li>
                    <li nr="e."><al>lunchroom;</al></li>
                    <li nr="f."><al>openbare inrichting in een speeltuin;</al></li>
                    <li nr="g."><al>bed and breakfast;</al></li>
                    <li nr="h."><al>theetuin;</al></li>
                    <li nr="i."><al>ijssalon;</al></li>
                    <li nr="j."><al>openbare inrichting in een kinderboerderij;</al></li>
                    <li nr="k."><al>openbare inrichting in een openlucht
                                                  theater;</al></li>
                    <li nr="l."><al>openbare inrichting in een educatief
                                                  (tuin)centrum;</al></li>
                    <li nr="m."><al>congrescentrum.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:29 Sluitingstijd
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en
                                            met vrijdag tussen 02.00 uur en 05.00 uur, en op
                                            zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 05.00 uur.</al></li>
                <li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn terrassen
                                            gesloten tussen 24.00 en 9.00 uur.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
                                            geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te
                                            laten verblijven na sluitingstijd.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                            sluitingstijd.</al></li>
                <li nr="5."><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel
                                            2:28, derde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden
                                            als voor de winkel.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in
                                            die situaties waarin bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> is voorzien.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:29A Openbare orde en veiligheid
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en
                                    binnen een door de burgemeester aangewezen periode in de
                                    openbare inrichting of alleen op het terras drank te verstrekken
                                    en te gebruiken in glas, in flessen van glas en in blikjes.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke
                                    sluiting
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                            veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                            bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare
                                            inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden
                                            vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties
                                            waarin <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> voorziet.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:31 Verboden gedragingen
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li>
                <li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd
                                            dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van
                                            een besluit krachtens artikel 2:30 eerste lid, voorzover
                                            het bezoekers van de inrichting betreft;</al></li>
                <li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
                                            personen die geen gebruik maken van de sta- of
                                            zitgelegenheden die aanwezig zijn op het terras.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de
                                            handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene
                                            maatregel van bestuur op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=437">artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                                Strafrecht</extref>.</al></li>
                <li nr="2."><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe
                                            dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in
                                            dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig
                                            andere wijze overdraagt.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
                     </tussenkop>
              <al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                    gebouw of bijbehorend erf is in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174">artikel 174 van de Gemeentewet</extref>, treedt het college
                                    bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als
                                    bevoegd bestuursorgaan.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:34 Ordeverstoring
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 8a Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als
                                bedoeld in de Drank- en horecawet</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:34a Begripsbepaling
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="a:"><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst>
                    <li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li>
                    <li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li>
                    <li nr="-"><al>horecalokaliteit,</al></li>
                    <li nr="-"><al>inrichting,</al></li>
                    <li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li>
                    <li nr="-"><al>sterke drank,</al></li>
                    <li nr="-"><al>slijtersbedrijf en</al></li>
                    <li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder
                                                  wordt verstaan in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet">Drank- en Horecawet</extref>.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b:"><al>Bijeenkomst van persoonlijke aard: een bijeenkomst,
                                            waarbij alcoholhoudende drank wordt verstrekt, die geen
                                            direct verband houdt met de statutaire doelstelling van
                                            de paracommerciële rechtspersoon.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:34b Regulering paracommerciële
                                    rechtspersonen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Een paracommerciële rechtspersoon kan alcoholhoudende
                                            drank uitsluitend verstrekken dagelijks van 10.00 tot
                                            01.00 uur;</al></li>
                <li nr="2."><al>In afwijking hiervan geldt op zaterdagen een afwijkende
                                            aanvangstijd voor een paracommerciële rechtspersoon die
                                            zich richt op het organiseren van sportactiviteiten voor
                                            jeugdigen. Zij mogen op zaterdagen pas alcoholhoudende
                                            dranken verstrekken vanaf 15.00 uur.</al></li>
                <li nr="3."><al>Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen
                                            alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van
                                            persoonlijke aard en tijdens bijeenkomsten die gericht
                                            zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de
                                            activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                                            betrokken zijn.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en
                                    slijtersbedrijven
                     </tussenkop>
              <al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de
                                    openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de
                                    volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=3">artikel 3 van de Drank- en Horecawet</extref> voorschriften
                                    verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van
                                    zwakalcoholhoudende drank.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:34d Koppeling toegang aan leeftijden
                     </tussenkop>
              <al>gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan
                                    slijtersbedrijven
                     </tussenkop>
              <al>gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:34f Verbod 'happy hours'
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
                                    bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te
                                    verstrekken voor gebruik ter plaatse die voor een periode van 24
                                    uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk
                                    wordt gevraagd.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:35 Begripsbepaling
                     </tussenkop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan
                                    niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of
                                    bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of
                                    gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
                     </tussenkop>
              <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                    exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                    verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis
                                    te geven aan de burgemeester.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:37 Nachtregister
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
                     </tussenkop>
              <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de
                                    kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk
                                    leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid
                                    naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, dag van
                                    aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:39 Speelgelegenheden
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor
                                            het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig
                                            of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de
                                            mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen,
                                            waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                            worden gewonnen of verloren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                            een speelgelegenheid te exploiteren of te doen
                                            exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Kansspelen/article=30c">artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op
                                                  de Kansspelen</extref> vergunning is
                                                  verleend;</al></li>
                    <li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van
                                                  Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel
                                                  bevoegd is vergunning te verlenen;</al></li>
                    <li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt
                                                  geboden om het kleine kansspel als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=7c">artikel 7c van de Wet op de kansspelen</extref>
                                                  te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30 van de Wet op de kansspelen</extref>,
                                                  of de handeling als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=1">artikel l, onder a, van de Wet op de
                                                  kansspelen</extref> te verrichten.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de
                                            burgemeester de vergunning: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen
                                                  dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                                  speelgelegenheid of de openbare orde op
                                                  ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door
                                                  de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li>
                    <li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in
                                                  strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:40 Kansspelautomaten
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>Wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Wet op de kansspelen</extref>;</al></li>
                    <li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30, onder c. van de Wet</extref>;</al></li>
                    <li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30, onder d, van de Wet</extref>;</al></li>
                    <li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30, onder e, van de Wet</extref>.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2
                                            kansspelautomaten toegestaan.</al></li>
                <li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten
                                            niet toegestaan.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> gesloten
                                            woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een
                                            bij die woning of dat lokaal behorend erf te
                                            betreden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> gesloten
                                            woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                            een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor
                                            het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                            behorend erf te betreden.</al></li>
                <li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier
                                            aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende
                                            reden noodzakelijk is.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:41a Verblijfsontzeggingen
                     </tussenkop>
              <al>Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in het
                                    belang van de openbare orde of zedelijkheid is bekendgemaakt,
                                    verboden zich anders dan in een openbaar middel van vervoer te
                                    bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen en
                                    plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd. Dit verbod geldt
                                    gedurende de in de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste
                                    twaalf weken.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:42 Plakken, krassen en kladden
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van
                                            een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                            bekrassen of te bekladden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                            rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van
                                            een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding
                                                  of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken,
                                                  op andere wijze aan te brengen of te doen
                                                  aanbrengen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof
                                                  een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te
                                                  brengen of te doen aanbrengen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van
                                            toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk
                                            voorschrift.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het
                                            aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde
                                            aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van
                                            handelsreclame.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het
                                            aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die
                                            geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de
                                            meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li>
                <li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde
                                            schriftelijke toestemming is verplicht die aan een
                                            opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond
                                            ter inzage af te geven.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren
                                            of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek,
                                            kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></li>
                <li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                            materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet
                                            zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel
                                            2:42.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats
                                            inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te
                                            hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                            gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn
                                            gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het eerste lid
                                            bedoelde handelingen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te
                                                  bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                                  constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                                  hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair
                                                  en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li>
                    <li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden
                                                  dat aan gebruikers of bewoners van nabij de weg
                                                  gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                                  veroorzaakt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=424">artikel 424</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=426bis">426bis</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=431">431 van het Wetboek van Strafrecht</extref> of
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=5">artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                            1994</extref>.</al></li>
                <li nr="3."><al>Hij, aan wie door een ambtenaar van de politie een bevel
                                            is gegeven, gelet op de naleving van het in het eerste
                                            lid gestelde verbod, is verplicht zijn weg te vervolgen
                                            of zich in de door die ambtenaar aangewezen richting te
                                            verwijderen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:47A Verplichte route
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is de door de burgemeester aangewezen groepen van
                                            personen verboden op door hem aangewezen tijdstippen van
                                            een door hem aangewezen route af te wijken.</al></li>
                <li nr="2."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                            eerste lid gestelde verbod.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:48 Verboden drankgebruik
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is voor personen die de leeftijd van 18 jaar hebben
                                            bereikt verboden op een openbare plaats, die deel
                                            uitmaakt van een door het college aangewezen gebied,
                                            alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken
                                            flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank
                                            bij zich te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf,
                                                  als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=1">artikel 1 van de Drank- en
                                                  Horecawet</extref>;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de plaats niet zijnde een horecabedrijf, als
                                                  bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
                                                  krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=35">artikel 35</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=4">artikel 4 lid 4 van de Drank- en
                                                  Horecawet</extref>.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:49 verboden gedrag bij of in gebouwen en
                                    ruimten
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of
                                                  poort op te houden;</al></li>
                    <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een
                                                  raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten
                                                  of te liggen.</al></li>
                    <li nr="c."><al>zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                                  hinderlijke wijze op te houden of te bevinden in
                                                  of op een voor het publiek toegankelijk portaal,
                                                  wachtlokaal voor een openbaar vervoer- middel,
                                                  parkeergarage, rijwielstalling, flatgebouw,
                                                  appartementsgebouw, soortgelijke meergezinshuizen
                                                  of een andere soortgelijke, voor het publiek
                                                  toegankelijke ruimte of gebouw dan wel deze te
                                                  verontreinigen of te bezigen voor een ander doel
                                                  dan waarvoor de desbetreffende ruimte is
                                                  bestemd.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Hij, aan wie door een ambtenaar van de politie een bevel
                                            is gegeven, gelet op de naleving van het in het eerste
                                            lid gestelde verbod, is verplicht zijn weg te vervolgen
                                            of zich in de door die ambtenaar aangewezen richting te
                                            verwijderen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek
                                    toegankelijke ruimten
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Gereserveerd.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een
                                            bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam,
                                            een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan
                                            wel in de ingang van een portiek indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde
                                                  wil van de eigenaar of gebruiker van dat gebouw of
                                                  dat portiek;</al></li>
                    <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen
                                            plaats een fiets of bromfiets te plaatsen of te laten
                                            staan.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2.51A Fietsen, bromfietsen e.d.
                     </tussenkop>
              <al>Vervallen.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2.51B Skaten, rolschaatsen, skateboarden e.d.
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden op de daartoe door het college aangewezen
                                    plaatsen te skaten, rolschaatsen, skateboarden of met een
                                    soortgelijk rollend voorwerp voort te bewegen .</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                    kermisterrein e.d.
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester
                                    aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te
                                    bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                    terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                    plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod
                                    kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:53 Bespieden van personen
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:56 Alarminstallaties
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:57 (Loslopende) honden
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die
                                            hond te laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op een openbare plaats
                                                  zonder dat die hond fysiek met een riem aangelijnd
                                                  is;</al></li>
                    <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en
                                                  kennelijk als zodanig ingerichte
                                                  kinderspeelplaats, zandbak of kinderspeelweide of
                                                  op een andere door het college aangewezen
                                                  plaats.</al></li>
                    <li nr="c."><al>op een openbare plaats indien de hond niet is
                                                  voorzien van een halsband met daaraan een
                                                  hondenpenning waaruit blijkt wie de eigenaar of
                                                  houder is .</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod genoemd in het eerste lid onder a is niet van
                                            toepassing op door het college aangewezen
                                            hondenuitlaatvoorzieningen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid onder a en b geldt niet
                                            voor zover de eigenaar of houder van een hond zich
                                            vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale
                                            hulphond laat begeleiden en deze vanwege de uitoefening
                                            van zijn taak onaangelijnd moet werken. Het verbod in
                                            het eerste lid onder a geldt tevens niet voor zover de
                                            eigenaar of houder van een hond in opleiding taken
                                            oefent, waarvoor deze onaangelijnd moet zijn.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats
                                            binnen de bebouwde kom of op een door het college
                                            aangewezen openbare plaats buiten de bebouwde kom
                                            begeeft is verplicht er voor te zorgen dat de
                                            uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden
                                            verwijderd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            door het college aangewezen
                                            hondenuitlaatvoorzieningen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:59 Gevaarlijke honden
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn
                                            gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de
                                            eigenaar of houder van die hond een kort aanlijngebod of
                                            een kort aanlijn- en muilkorf- gebod opleggen voor zover
                                            die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op
                                            het terrein van een ander.</al></li>
                <li nr="2."><al>Een kort aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                            verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn
                                            van een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten
                                            hoogste 1,50 meter.</al></li>
                <li nr="3."><al>een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                            verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
                                            die: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig
                                                  leer of van beide stoffen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig
                                                  rond de hals is aangebracht dat verwijdering
                                                  zonder toedoen van de mens niet mogelijk is;
                                                  en</al></li>
                    <li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan
                                                  bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf
                                                  een geringe opening van de bek toelaat en dat geen
                                                  scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Onverminderd artikel 2:57, eerste lid aanhef en onder c,
                                            dient een hond als bedoeld in het eerste lid dient
                                            voorzien te zijn van een uniek identificatienummer door
                                            middel van een microchip die met een chipreader
                                            afleesbaar is.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of
                                            opheffing van overlast of schade aan de openbare
                                            gezondheids aangewezen plaatsen, buiten een inrichting
                                            in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>, bij dat
                                            aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li>
                    <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming
                                                  van de door hen gestelde regels;</al></li>
                    <li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in
                                                  die aanwijzing is aangegeven.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                            gelegen binnen een krachtens het eerste lid is
                                            aangewezen plaats, ontheffing verlenen van een of meer
                                            verboden bedoeld in het eerste lid.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:61 Wilde dieren
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:62 Loslopend vee
                     </tussenkop>
              <al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg
                                    liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden
                                    door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg
                                    niet kan bereiken.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:63 Duiven
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:64 Bijen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen
                                                  of andere gebouwen waar overdag mensen
                                                  verblijven;</al></li>
                    <li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de
                                                  weg.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien
                                            op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven
                                            of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter
                                            hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag
                                            uit- en invliegen van de bijen te voorkomen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde
                                            verbod geldt niet voorzover de bijenhouder rechthebbende
                                            is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat
                                            lid.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde
                                            verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal
                                            wegenreglement Gelderland.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde
                                            verbod ontheffing verlenen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:65A Bestrijding akkerdistels
                     </tussenkop>
              <al>Indien zich op een terrein een aantal akkerdistels (cirsium
                                    averse) bevindt dat naar het oordeel van burgemeester en
                                    wethouders gevaar oplevert voor verspreiding van deze plant, is
                                    de rechthebbende, indien hij daartoe door burgemeester en
                                    wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
                                    aanschrijving vast te stellen termijn het terrein van
                                    akkerdistels te zuiveren.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:65B Bestrijding sint Jacobskruiskruid
                     </tussenkop>
              <al>De rechthebbende, van gronden grenzend aan plaatsen waar vee of
                                    hobbydieren worden geweid en landbouwgronden waar voedergewassen
                                    worden geteeld, is verplicht een strook van 100 meter breed van
                                    sint Jacobskruiskruid te bestrijden.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van
                                goederen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:66 Begripsbepaling
                     </tussenkop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar
                                    als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur
                                    op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=437">artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                        Strafrecht</extref>.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                            gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                            andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door
                                            of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                            onverwijld op te nemen: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking
                                                  tot het goed;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het
                                                  goed;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder
                                                  begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort,
                                                  merk en nummer van het goed;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                                  overdracht van het goed; en</al></li>
                    <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed
                                                  heeft verkregen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>De burgemeester kan vrijstelling te verlenen van deze
                                            verplichtingen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het
                                    Wetboek van Strafrecht
                     </tussenkop>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is
                                    verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis
                                            te stellen: </al><lijst>
                    <li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                  vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                  bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li>
                    <li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1,
                                                  bedoelde adressen;</al></li>
                    <li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                  uitoefent;</al></li>
                    <li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat
                                                  redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of
                                                  voor de rechthebbende verloren is gegaan;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                            register ter inzage te geven;</al></li>
                <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te
                                            hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming
                                            duidelijk zichtbaar zijn;</al></li>
                <li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                            dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                            verkregen is.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen
                                    goederen
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 13 Vuurwerk</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:71 Begripsbepalingen
                     </tussenkop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                    Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002,
                                    houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                    professioneel vuurwerk (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vuurwerkbesluit">Vuurwerkbesluit</extref>) van toepassing is.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk
                                    tijdens de verkoopdagen
                     </tussenkop>
              <al>[Gereserveerd]</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een
                                            door het college in het belang van de voorkoming van
                                            gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare
                                            plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast
                                            kan veroorzaken.</al></li>
                <li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=429">artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                                Strafrecht</extref>.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 14 Drugsoverlast</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:74 Drugshandel op straat
                     </tussenkop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of
                                    aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen
                                    en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of
                                    daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel
                                    om middelen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=2">artikel 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=3">3 van de Opiumwet</extref>, of daarop gelijkende waar, al
                                    dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                    verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                                    bemiddelen.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebiedenm,
                                cameratoezicht op openbare plaatsen en gebiedsontzegging</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
                     </tussenkop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=154a">artikel 154a van de Gemeentewet</extref> besluiten tot het
                                    tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van
                                    personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen
                                    het bepaalde in artikel 2:1, 2:10A, 2:11, 2:16, 2:19, 2:20A,
                                    2:26A, 2:47, 2:47A, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73 of 5:35 van deze
                                    Verordening groepsgewijs niet naleven.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden
                     </tussenkop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=151b">artikel 151b van de Gemeentewet</extref> bij verstoring van
                                    de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij
                                    ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met
                                    inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                    gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                    veiligheidsrisicogebied.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=151c">artikel 151c van de Gemeentewet</extref> besluiten
                                            tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                            ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                            plaats.</al></li>
                <li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                            eerste lid eveneens ten aanzien van andere openbare
                                            plaatsen: parkeerplaatsen of parkeerterreinen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 2:77A Gebiedsontzegging
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De burgemeester is bevoegd om in het belang van de
                                            openbare orde of zedelijkheid aan een persoon het bevel
                                            te geven zich anders dan in een openbaar middel van
                                            vervoer niet te bevinden op of aan door de burgemeester
                                            aangewezen openbare plaatsen gedurende de uren daarbij
                                            genoemd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Dit bevel geldt gedurende de in de bekendmaking genoemde
                                            periode van ten hoogste twaalf weken.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 1 Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:1 Begripsbepalingen
                     </tussenkop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
                                            verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                            vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                            verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                            vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                            besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang
                                            alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden
                                            verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                            aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in
                                            elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                            sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                            waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al
                                            dan niet in combinatie met elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van
                                            personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een
                                            omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                            die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                            uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                            ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                            erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                            worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                            rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting
                                            of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de
                                            tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of
                                            rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of
                                            personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                            onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                            uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting,
                                            met uitzondering van: </al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                    <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                  is;</al></li>
                    <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                  artikel 6.2 van deze verordening;</al></li>
                    <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                  seksinrichting wegens dringende redenen
                                                  noodzakelijk is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan
                     </tussenkop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan:
                                    het college of, voorzover het betreft voor het publiek
                                    openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174">artikel 174 van de Gemeentewet</extref>, de
                                    burgemeester.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:3 Nadere regels
                     </tussenkop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het
                                    college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in
                                    dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:4 Seksinrichtingen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                            exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het
                                            bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt
                                            in ieder geval vermeld: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het
                                                  escortbedrijf.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit
                                                  de ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                    <li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                                  en</al></li>
                    <li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar
                                                  bereikt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de
                                            exploitant en de beheerder niet: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>met toepassing van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=37">artikel 37 van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> in een psychiatrisch
                                                  ziekenhuis geplaatst of met toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=37a">artikel 37a van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> ter beschikking gesteld;</al></li>
                    <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                                  veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                                  vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                                  rechter in Nederland, inclusief de openbare
                                                  lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba,
                                                  Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                                  rechter wegens een misdrijf waarvoor naar
                                                  Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                                  hechtenis ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering/article=67">artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                                  Strafvordering</extref> is toegelaten;</al></li>
                    <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                                  rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                  tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro
                                                  of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld
                                                  in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=9">artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek
                                                  van Strafrecht</extref>, wegens dan wel mede
                                                  wegens overtreding van: </al><lijst>
                        <li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet">Drank- en Horecawet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet">Vreemdelingenwet</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen">Wet arbeid vreemdelingen</extref>;</al></li>
                        <li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=137c">artikelen 137c tot en met 137g</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=140">140</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=240b">240b</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=242">242 tot en met 249</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=252">252</extref>, 250a (oud), <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=273a">273a</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=300">300 tot en met 303</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=416">416</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=417">417</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=417bis">417bis</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=426">426</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=429quater">429quater</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=453">453 van het Wetboek van Strafrecht</extref>;</al></li>
                        <li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=8">artikelen 8</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=162">162, derde lid</extref>, alsmede <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=6">artikel 6</extref> juncto artikel 8 of juncto
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=163">artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                                  1994</extref>;</al></li>
                        <li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=1">artikelen 1, onder a, b en d</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=13">13</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=14">14</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=27">27</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30b">30b van de Wet op de kansspelen</extref>;</al></li>
                        <li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20weerkorpsen/article=2">artikelen 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20weerkorpsen/article=3">3 van de Wet op de weerkorpsen</extref>;</al></li>
                        <li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie/article=54">artikelen 54</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie/article=55">55 van de Wet wapens en munitie</extref>.</al></li>
                      </lijst></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                            gelijk gesteld: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld
                                                  in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=74">artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek
                                                  van Strafrecht</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20inzake%20rijksbelastingen/article=76">artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet
                                                  inzake rijksbelastingen</extref>, tenzij de
                                                  geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                  voorwaardelijke straf.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                            wordt: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning
                                                  teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de
                                                  aanvraag van de vergunning;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning
                                                  teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van
                                                  deze vergunning.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf
                                            jaar geen exploitant of beheerder geweest van een
                                            seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een
                                            maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of
                                            waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste
                                            lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem
                                            terzake geen verwijt treft.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:6 Sluitingstijden
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers
                                            geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te
                                            laten verblijven: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur
                                                  en 05.00 uur;</al></li>
                    <li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 05.00
                                                  uur.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een
                                            voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een
                                            afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                            vaststellen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich
                                            daarin te bevinden gedurende de tijd dat die
                                            seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid,
                                            dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten
                                            dient te zijn.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt
                                            niet voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt
                                            voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                            voorschriften.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden;
                                    (tijdelijke) sluiting
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                            belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen
                                            in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6,
                                                  eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren
                                                  vaststellen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                                  tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                                  bevelen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A41">artikel 3:41 van de Algemene wet
                                                bestuursrecht</extref>, maakt het bevoegd
                                            bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit
                                            bekend overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A42">artikel 3:42 Algemene wet
                                            bestuursrecht</extref>.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers
                                            geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4
                                            op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de
                                            seksinrichting aanwezig is.</al></li>
                <li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe
                                            dat in de seksinrichting: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                                  ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                                  (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven
                                                  tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                                  (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling)
                                                  van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Tweede Boek van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref>, in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> en in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie">Wet wapens en munitie</extref>; en</al></li>
                    <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen
                                                  in strijd met het bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen">Wet arbeid vreemdelingen</extref> of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet">Vreemdelingenwet</extref> bepaalde.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:9 Straatprostitutie
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord,
                                            gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te
                                            bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen
                                                  wegen of gebieden;</al></li>
                    <li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college
                                                  vastgestelde tijden.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                            gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel
                                            worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde
                                            richting te verwijderen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                            belangen kan door politieambtenaren aan personen die
                                            zich bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld
                                            in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich
                                            onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                            verwijderen.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13,
                                            tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten
                                            minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het
                                            derde lid hij besluit verbieden zich gedurende een
                                            bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van
                                            vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden
                                            bedoeld in het eerste lid.</al></li>
                <li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde
                                            verbod indien dat in verband met de persoonlijke
                                            omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door
                                            de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het
                                            vierde lid.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:10 Sekswinkels
                     </tussenkop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang
                                    van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen
                                    gebieden of delen van de gemeente.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                            daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                            gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                            erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te
                                            stellen, aan te bieden of aan te brengen: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                  rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                  tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan,
                                                  de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                                  gevaar brengt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                  bestuursorgaan in het belang van de openbare orde
                                                  of de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                            toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of
                                            aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen,
                                            gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die
                                            dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet/article=7">artikel 7, eerste lid, van de
                                            Grondwet</extref>.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 3 Beslissingstermijn: weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:12 Beslissingstermijn
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de
                                            aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste
                                            lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag
                                            ontvangen is.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten
                                            hoogste twaalf weken verdagen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:13 Weigeringsgronden
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                            geweigerd indien: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan
                                                  de in artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de
                                                  seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is
                                                  met een geldend bestemmingsplan,
                                                  stadsvernieuwingsplan of
                                                  leefmilieuverordening;</al></li>
                    <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of
                                                  het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen
                                                  zijn in strijd met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=273f">artikel 273f van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> of met het bij of krachtens de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen">Wet arbeid vreemdelingen</extref> of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet">Vreemdelingenwet</extref> bepaalde.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde
                                            escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in
                                            artikel 1:8, de vergunning als bedoeld in artikel 3:4,
                                            eerste lid, worden geweigerd danwel de aanwijzing of
                                            vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                            achterwege gelaten, in het belang van: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                    <li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het
                                                  woon- en leefklimaat;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li>
                    <li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li>
                    <li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op
                                            de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                            seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                            beëindigd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                            exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk
                                            kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:15 Wijziging beheer
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder
                                            g, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                            feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan
                                            binnen een week na de feitelijke beëindiging van het
                                            beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                            bestuursorgaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe
                                            beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag
                                            van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning
                                            overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen.
                                            Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en
                                            onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></li>
                <li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid,
                                            kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe
                                            beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld
                                            in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de
                                            aanvraag is besloten.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 5 Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 3:16 Overgangsbepaling
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:1 Begripsbepalingen
                     </tussenkop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: <extref doc="1.0:v:BWBR0022762" struct="BWB">Activiteitenbesluit
                                                milieubeheer</extref>;</al></li>
                <li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in
                                            het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer">Besluit</extref>;</al></li>
                <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                            bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                            drijft;</al></li>
                <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek
                                            aan één of een klein aantal inrichtingen is
                                            verbonden;</al></li>
                <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                            gebonden is aan één of een klein aantal
                                            inrichtingen;</al></li>
                <li nr="f."><al>gevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                            van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20geluidhinder/article=1">artikel 1 van de Wet geluidhinder</extref> worden
                                            aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met
                                            uitzondering van die gebouwen behorende bij de
                                            betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20geluidhinder/article=1">artikel 1 van de Wet geluidhinder</extref> worden
                                            aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met
                                            uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende
                                            inrichting;</al></li>
                <li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                            versterkt.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.17">artikelen 2.17</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.19">2.19</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.20">2.20 van het Besluit</extref> en artikel 4:5 van
                                            deze verordening gelden niet voor door het college per
                                            kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                            gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                            dagdelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten
                                            behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=3.148">artikel 3.148, eerste lid van het Besluit</extref>
                                            gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan
                                            te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij
                                            aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li>
                <li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede
                                            lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts
                                            geldt in de hoofdkern Wijchen en/of de diverse
                                            dorpskernen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken
                                            voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                            redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                            terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                            eerste lid aanwijzen.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                            inrichting, bedraagt niet meer dan 75 dB(A) en 90 dB(C),
                                            gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte
                                            van 1,5 meter.</al></li>
                <li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is
                                            inclusief onversterkte muziek. De bedrijfsduurcorrectie
                                            wordt buiten beschouwing gelaten.</al></li>
                <li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                            gehore brengen van extra muziek - hoger dan de
                                            geluidsnorm als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.17">artikelen 2.17</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.19">2.19</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.20">2.20 van het Besluit</extref> en artikel 4:5 van
                                            deze verordening- uiterlijk om 01.00 uur te worden
                                            beëindigd.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal zes
                                            incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden
                                            waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.17">artikelen 2.17</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.19">2.19</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.20">2.20 van het Besluit</extref> en artikel 4:5 van
                                            deze verordening niet van toepassing zijn, mits de
                                            houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
                                            aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis
                                            heeft gesteld.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal zes
                                            incidentele festiviteiten per kalenderjaar de
                                            verlichting langer aan te houden ten behoeve van
                                            sportactiviteiten waarbij <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=4.113">artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit</extref>
                                            niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting
                                            ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de
                                            festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                            gesteld.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van
                                            een kennisgeving.</al></li>
                <li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                            formulier, volledig en naar waarheid is ingevuld, tijdig
                                            is ingeleverd en de locatie inclusief plattegrond op dat
                                            formulier is vermeld.</al></li>
                <li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan
                                            wanneer het college op verzoek van de houder van een
                                            inrichting een incidentele festiviteit, die
                                            redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                            toestaat.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                            inrichting bedraagt niet meer dan 75 dB(A) en 90 dB(C),
                                            gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een
                                            hoogte van 1,5 meter.</al></li>
                <li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is
                                            inclusief onversterkte muziek. De bedrijfsduurcorrecte
                                            wordt buiten beschouwing gelaten.</al></li>
                <li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten
                                            gehore brengen van extra muziek - hoger dan de
                                            geluidsnorm als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.17">artikelen 2.17</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.19">2.19</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.20">2.20 van het Besluit</extref> en artikel 4:5 van
                                            deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur
                                            beëindigd.</al></li>
                <li nr="9."><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor
                                            het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                            buitenruimte.</al></li>
                <li nr="10."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven
                                            ramen en deuren gesloten, behoudens voor het
                                            onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:5 Onversterkte muziek
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek,
                                            zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.18">artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van
                                                het Besluit</extref> binnen inrichtingen is de onder
                                            e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande
                                            dat: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                  aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien
                                                  de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                  toestemming geeft voor het in redelijkheid
                                                  uitvoeren of doen uitvoeren van
                                                  geluidsmetingen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel
                                                  ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van
                                                  het terrein;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden
                                                  in geluidsgevoelige ruimten en
                                                  verblijfsruimten;</al></li>
                    <li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals
                                                  vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie
                                                  wordt toegepast.</al></li>
                    <li nr="e."><al>Tabel e</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <table>
                <tgroup cols="4">
                  <colspec colname="col1" colwidth="25*"/>
                  <colspec colname="col2" colwidth="25*"/>
                  <colspec colname="col3" colwidth="25*"/>
                  <colspec colname="col4" colwidth="25*"/>
                  <thead>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al/>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al/>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al/>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al/>
                      </entry>
                    </row>
                  </thead>
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>7.00-19.00 uur</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>19.00-23.00 uur</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>23.00-7.00 uur</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al/>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>50 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>45 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>40 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>35 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>30 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>25 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>70 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>65 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>60 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>55 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>50 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>45 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>Voor de duur van drie uur in de week is onversterkte
                                            muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen
                                            zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in
                                            een inrichting gedurende de dag- en avondperiode
                                            uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het
                                            eerste lid.</al></li>
                <li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                            onversterkte elementen, wordt het hele samenspel
                                            beschouwd als versterkte muziek en is het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer">Besluit</extref> van toepassing.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel
                                            4:3 van deze verordening van toepassing is.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:6 Overige geluidhinder
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> op een zodanige wijze
                                            onversterkte muziek ten gehore brengen, toestellen of
                                            geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                            verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                            geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20geluidhinder">Wet geluidhinder</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Zondagswet">Zondagswet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties">Wet openbare manifestaties</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vuurwerkbesluit">Vuurwerkbesluit</extref> of de Provinciale
                                            milieuverordening Gelderland.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:7 Straatvegen
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                    werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                    weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                    laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden zijn natuurlijke behoefte te doen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>op een openbare plaats binnen de bebouwde kom buiten
                                            daarvoor bestemde plaatsen;</al></li>
                <li nr="b."><al>op een openbare plaats buiten de bebouwde kom op door
                                            het college aangewezen plaatsen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                    openbare riolen en putten buiten gebouwen
                     </tussenkop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten
                                    buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die
                                    gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of
                                    hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:10 Begripsbepalingen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
                                                  bomen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn
                                                  geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li>
                    <li nr="c."><al>lijst van waardevolle bomen: lijst waarop
                                                  bijzondere beschermwaardige houtopstanden zijn
                                                  opgenomen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan:
                                            rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het
                                            verrichten van handelingen die de dood of ernstige
                                            beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge
                                            kunnen hebben.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                            de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan
                                            vermeld op de lijst van waardevolle bomen.</al></li>
                <li nr="2."><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de natuur- en ecologische waarde van de
                                                  houtopstand;</al></li>
                    <li nr="b."><al>landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li>
                    <li nr="c."><al>cultuurhistorische waarde van de
                                                  houtopstand;</al></li>
                    <li nr="d."><al>waarde voor de recreatie van de
                                                  houtopstand;</al></li>
                    <li nr="e."><al>belevingswaarde van de houtopstand;</al></li>
                    <li nr="f."><al>dendrologische waarde van de houtopstand.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>H et eerste lid is niet van toepassing als de
                                            burgemeester toestemming verleent voor het vellen van
                                            een houtopstand in verband met een spoedeisend belang
                                            voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen
                                            of goederen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder
                                            nader te stellen voorschriften.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het vellen of doen vellen van gemeentelijke houtopstand
                                            die niet staat vermeld op de lijst van waardevolle bomen
                                            is alleen toegestaan na voorafgaande kapmelding.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:12A Herplantplicht illegale kap
                     </tussenkop>
              <al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot het vellen zoals
                                    bedoeld in het eerste lid van artikel 4:11 van toepassing is
                                    zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, kan het
                                    bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond dan wel
                                    aan degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het treffen van
                                    voorzieningen, de verplichting opleggen te herbeplanten
                                    overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
                                    en binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:12B Afstand van beplanting tot particuliere
                                    perceelsgrens
                     </tussenkop>
              <al>De plantafstand, zoals bedoeld in het tweede lid van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20Wetboek%20Boek%205/article=42">artikel 42 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek</extref>,
                                    bedraagt voor beplantingen welke de gemeente aanbrengt langs de
                                    grenslijn van een anders erf en voor beplantingen welke de
                                    rechthebbende van een perceel dat grenst aan gemeentelijk
                                    plantsoen aanbrengt langs de grenslijn van dat gemeentelijke
                                    plantsoen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor bomen 0,50 meter te rekenen vanaf het midden van de
                                            voet van de boom;</al></li>
                <li nr="b."><al>voor heesters en heggen 0,30 meter.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                    afvalstoffen enz.
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen
                                            plaats buiten een inrichting in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>, in de openlucht en
                                            buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk
                                            aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                                            overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                            gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te
                                            slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke
                                                  bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of
                                                  onderdelen daarvan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                  daarvan;</al></li>
                    <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                                  onderdelen daarvan, indien het plaatsen of
                                                  aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
                                                  verhuur of anderszins voor een commercieel
                                                  doel;</al></li>
                    <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere
                                                  verzamelplaatsen van vuil, een verzameling
                                                  ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                                  landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                                  metalen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen
                                            plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te
                                            slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het
                                            eerste en tweede lid nadere regels stellen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
                                            daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                            ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening
                                            Gelderland.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van
                                    meststoffen
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke
                                    reclame
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>O p of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                                  maken of te voeren door middel van een opschrift,
                                                  aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in
                                                  gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat
                                                  voor de omgeving</al></li>
                    <li nr="b."><al>Indien de handelsreclame, geen bouwwerk zijnde,
                                                  hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                                                  omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van
                                                  welstand.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         4.16 Vergunningsplicht lichtreclame
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:17 Begripsbepaling
                     </tussenkop>
              <al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een
                                    onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor
                                    het bouwen in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht/article=2.1">artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene
                                        bepalingen omgevingsrecht</extref> is vereist, dat bestemd
                                    of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt
                                    voor recreatief nachtverblijf.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten
                                    kampeerterreinen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                            kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden
                                            buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het
                                            bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van
                                            kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende
                                            op het terrein.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                            bedoeld in het eerste lid.</al></li>
                <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                            ontheffing worden geweigerd in het belang van: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de bescherming van een stads- of
                                                  dorpsgezicht.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van
                                            artikel 4:18, eerste lid niet geldt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het
                                            belang van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde
                                            lid.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 1 Parkeerexcessen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:1 Begripsbepalingen
                     </tussenkop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=RVV%201990/article=1">artikel 1, onder al, van het Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens</extref> (RVV 1990)
                                            met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                            kinderwagens en rolstoelen;</al></li>
                <li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=RVV%201990/article=1">artikel 1, onder ac, van het Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens</extref> ( RVV
                                            1990).</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf
                                    e.d.
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                            verstaan: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven
                                                  van lessen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het
                                                  vervoeren van personen tegen betaling.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                            gerekend: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                  onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                  totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                                  gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt
                                                  voor deze werkzaamheden;</al></li>
                    <li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in
                                                  het derde lid bedoelde persoon.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel
                                            een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te
                                            herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen,
                                            verboden: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of
                                                  zijn toevertrouwd, op een openbare plaats te
                                                  parkeren binnen een cirkel met een straal van 100
                                                  meter met als middelpunt een van deze
                                                  voertuigen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een openbare plaats als werkplaats voor
                                                  voertuigen te gebruiken.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen
                                            openbare plaats een voertuig te parkeren met het
                                            kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                            verhandelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:4 Defecte voertuigen
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                    eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                    langer dan op drie achtereenvolgende dagen op een openbare
                                    plaats te parkeren.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:5 Voertuigwrakken
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in
                                            onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een
                                            kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op een
                                            openbare plaats te parkeren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:6 Caravans e.a.
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan,
                                            camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander
                                            dergelijk voertuig dat voor de recreatie danwel
                                            anderszins uitsluitend of mede voor andere
                                            verkeersdoeleinden wordt gebezigd langer dan 3
                                            achtereenvolgende dagen op een openbare plaats te
                                            plaatsen of te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerst
                                            lid gestelde verbod.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                            voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                            Provinciale landschapsverordening.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                            aanduiding van handelsreclame, op een openbare plaats te
                                            parkeren met het kennelijk doel om daarmee
                                            handelsreclame te maken.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                            lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een
                                            hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op andere dan
                                            door het college aangewezen plaatsen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                            gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor
                                            het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid
                                            van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerst lid is niet van toepassing op
                                            een kampeerwagen, caravan, camper of bestelauto.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende
                                    voertuigen
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                    voertuigen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze
                                            te doen of te laten staan in een park of plantsoen of in
                                            een voor recreatief gebruik beschikbaar terrein of een
                                            van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
                                            Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                    <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor
                                                  werkzaamheden door of vanwege de overheid;</al></li>
                    <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                  ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                                  bestemd.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
                     </tussenkop>
              <al>1. Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het
                                    college aangewezen gebied, in het belang van het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                                    overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                    bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al>
              <al>2. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op een openbare plaats te laten staan.</al>
              <al>3. Het is verboden om in door het college aangewezen openbare
                                    (brom)fietsenstallingsgebieden, ter bescherming van de in het
                                    eerste lid genoemde belangen en in het belang van het beheer van
                                    de openbare ruimte, een (brom)fiets langer dan 28 dagen
                                    onafgebroken te stallen.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 2 Collecteren</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                            openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                            daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                            verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe
                                            ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan
                                            wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld
                                            of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of
                                            de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten
                                            dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een inzameling die in besloten kring gehouden
                                                  wordt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>instellingen die zijn opgenomen in en
                                                  collecteren conform het landelijk collecterooster
                                                  van het Centraal Bureau Fondsenwerving;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een inzameling ten behoeve van een plaatselijke
                                                  vereniging of stichting mits deze niet plaatsvindt
                                                  op zondag of op een andere dag tussen 21.00 uur en
                                                  8.00 uur.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 3 Venten</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:14 Begripsbepaling
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                            uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                            verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op
                                            een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan
                                            huis.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of
                                                  vanwege degene die dit doet ter exploitatie van
                                                  zijn winkel als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Winkeltijdenwet/article=1">artikel 1 van de Winkeltijdenwet</extref>;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                  goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                                  jaarmarkten en markten als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=160">artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                                  Gemeentewet</extref> of op snuffelmarkten als
                                                  bedoeld in artikel 5:22;</al></li>
                    <li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                  goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                                  standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:15 Ventverbod
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden te venten op door het college in het
                                            belang van de openbare orde aangewezen dagen en
                                            uren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Venten is in ieder geval verboden op de hieronder
                                            genoemde aangewezen dagen en uren: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op zondagen, met uitzondering van het venten van
                                                  snacks en ijs tussen 12.00 uur en 21.00 uur;</al></li>
                    <li nr="b."><al>van maandag tot en met zaterdag tussen 21.00 uur
                                                  en 8.00 uur;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            situaties waarin wordt voorzien door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet/article=5">artikel 5 van de Wegenverkeerswet</extref>.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van
                                            toepassing op het venten met gedrukte of geschreven
                                            stukken waarin gedachten en gevoelens worden
                                            geopenbaard.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting
                     </tussenkop>
              <al>[Gereserveerd]</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 4 Standplaatsen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:17 Begripsbepaling
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het
                                            vanaf een vaste plaats op een openbare en in de
                                            openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of
                                            afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend
                                            van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een
                                            tafel.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=160">artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van
                                                  de Gemeentewet</extref>;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                                  artikel 2:24.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en
                                    weigeringsgronden
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                            standplaats in te nemen of te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert het
                                            college de vergunning wegens strijd met een geldend
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan nadere regels stellen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van
                                            toepassing indien voldaan wordt aan de nadere regels
                                            voor standplaatsen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende
                     </tussenkop>
              <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                    daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                    ingenomen.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                                  wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet
                                                  beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                                  wegenreglement.</al></li>
                    <li nr="b."><al>voor een standplaats bij natuurijs.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a,
                                            geldt niet voor bouwwerken.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 5 Snuffelmarkten</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:22 Begripsbepaling
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt
                     </tussenkop>
              <al>Gereserveerd.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 6 Openbaar water</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar
                                    water
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar
                                            water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig,
                                            op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te
                                            brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of
                                            vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of
                                            voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een
                                            belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud
                                            van het openbaar water.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            situaties waarin wordt voorzien door het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Scheepvaartverkeerswet">Scheepvaartverkeerswet</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Binnenvaartpolitiereglement">Binnenvaartpolitiereglement</extref>, de
                                            Waterschapskeur, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                            het bepaalde bij of krachtens de <extref doc="1.0:v:BWBR0009950" struct="BWB">Telecommunicatiewet</extref>.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te
                                            nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een
                                            vaartuig beschikbaar te stellen op door het college
                                            aangewezen gedeelten van openbaar water.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                            stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig
                                            op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten
                                            van openbaar water: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de
                                                  openbare orde, volksgezondheid, veiligheid,
                                                  milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;</al></li>
                    <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                                  vaartuigen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                            daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Binnenvaartpolitiereglement">Binnenvaartpolitiereglement</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref>, de
                                            Waterschapskeur, de Provinciale vaarwegenverordening
                                            Gelderland of de Provinciale landschapsverordening
                                            Gelderland.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel
                                            5:25 bepaalde kan het college aan de rechthebbende op
                                            een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het
                                            innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het
                                            belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                            veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de
                                            gemeente.</al></li>
                <li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door
                                            of vanwege het college gegeven aanwijzingen met
                                            betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van
                                            een ligplaats op te volgen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin
                                            wordt voorzien door het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Binnenvaartpolitiereglement">Binnenvaartpolitiereglement</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref>, de
                                            Waterschapskeur, de Provinciale vaarwegenverordening
                                            Gelderland of de Provinciale landschapsverordening
                                            Gelderland.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of
                                    beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:25,
                                    tweede lid bepaalde.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of
                                            veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de
                                            gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens,
                                            dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                                            oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen,
                                            waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                            bakens of sluizen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld
                                            onderwerp wordt voorzien door het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Binnenvaartpolitiereglement">Binnenvaartpolitiereglement</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref>, de
                                            Waterschapskeur of de Provinciale vaarwegenverordening
                                            Gelderland.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:29 Reddingsmiddelen
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                    daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                    ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te
                                    maken.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:30 Veiligheid op het water
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in
                                            het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te
                                            gedragen dat het scheepvaartverkeer of andere gebruikers
                                            van het openbaar water daarvan hinder of gevaar kan
                                            ondervinden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Binnenvaartpolitiereglement">Binnenvaartpolitiereglement</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref>, de
                                            Waterschapskeur of de Provinciale vaarwegenverordening
                                            Gelderland.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden
                                            aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of
                                            zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden
                                            een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los
                                            te maken.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:31A Vaartuigen op Wijchense Meer
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden zich door middel van een vaartuig of soortgelijk
                                    voorwerp te doen bevinden op het Wijchense Meer.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:31B Vaartuigen op Vormerse Plas
                     </tussenkop>
              <al>Het is verboden zich met een gemotoriseerd vaartuig of
                                    soortgelijk gemotoriseerd voorwerp te doen bevinden op de
                                    Vormerse Plas.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:31C Vaartuigen op recreatieplas Berendonck
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zich met een gemotoriseerd vaartuig of
                                            soortgelijk gemotoriseerd voorwerp te doen bevinden op
                                            recreatieplas de Berendonck.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor erkende
                                            reddingsbrigades.</al></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                            eerste lid gestelde verbod.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:31D Vaartuigen in de Loonse Waard
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zich met een jetski of waterscooter te
                                            doen bevinden in de Loonse Waard met het voornemen deze
                                            ter plaatse te gebruiken.</al></li>
                <li nr="2."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                            eerste lid gestelde verbod.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:32 Crossterreinen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met
                                            een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan
                                            wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings-
                                            of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan
                                            deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                            bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                            hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod
                                            niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen
                                            voor het gebruik van deze terreinen: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                  overlast;</al></li>
                    <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het
                                                  uiterlijk aanzien van de omgeving en ter
                                                  bescherming van andere milieuwaarden;</al></li>
                    <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de
                                                  deelnemers van de in het eerste lid bedoelde
                                                  wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> of het Besluit
                                            geluidproductie sportmotoren.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden e.d.
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                            natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                            gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te
                                            bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=RVV%201990/article=1">artikel 1, onder z, Reglement Verkeersregels en
                                                verkeerstekens 1990</extref>, een bromfiets, een
                                            fietsof een paard</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                            eerste lid gestelde verbod. Het kan daarbij regels
                                            stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                            terreinen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders
                                            van motorvoertuigen en bromfietsen en fietsers of
                                            berijders van paarden: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en
                                                  geneeskundige hulpverlening en van andere
                                                  krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990/article=29">artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels
                                                  en verkeerstekens 1990</extref> door de minister
                                                  van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                                  hulpverleningsdiensten;</al></li>
                    <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer,
                                                  onderhoud of exploitatie van de terreinen als in
                                                  het eerste lid bedoeld;</al></li>
                    <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die
                                                  krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                                  uitgevoerd;</al></li>
                    <li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en
                                                  pachters van percelen die gelegen zijn binnen de
                                                  terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li>
                    <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van
                                                  de verzorging van de onder d bedoelde
                                                  personen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op wegen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de
                                                  Omgevingsverordening Gelderland aangewezen
                                                  stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                  bij of krachtens die verordening zijn aangewezen
                                                  als 'toestel'.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                                    inrichtingen of anderszins vuur te stoken
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te
                                            verbranden buiten inrichtingen in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> of anderszins vuur aan te
                                            leggen, te stoken of te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder
                                            voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                  dergelijke;</al></li>
                    <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven op
                                                  eigen terrein met een maximale inhoud van 25
                                                  liter, indien geen afvalstoffen worden
                                                  verbrand;</al></li>
                    <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                            ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora
                                            en fauna.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=429">artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                                Wetboek van Strafrecht</extref> of de Provinciale
                                            milieuverordening.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 9 Verstrooiing van as</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:35 Begripsbepaling
                     </tussenkop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele
                                    asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20lijkbezorging">Wet op de lijkbezorging</extref> op een door de overledene
                                    of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe
                                    bestemd terrein.</al>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:36 Verboden plaatsen
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                    <li nr="b."><al>speelterreinen;</al></li>
                    <li nr="c."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                                  crematoriumterreinen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een
                                            bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen
                                            en dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                            plaatsvindt.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die
                                            zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere
                                            omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit
                                            het eerste lid, behoudens de gemeentelijke
                                            begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li>
              </lijst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:37 Hinder of overlast
                     </tussenkop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                    overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 10 Gevonden voorwerpen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5:38 Detectorverbod
                     </tussenkop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zich zonder vergunning van burgemeester
                                            en wethouders, met een metaaldetector te bevinden op het
                                            grondgebied van de gemeente Wijchen met het kennelijke
                                            doel deze te gebruiken voor het opsporen van
                                            metalen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            degene aan wie ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Monumentenwet%201988/article=45">artikel 45 van de Monumentenwet 1988</extref> een
                                            opgravingvergunning is verstrekt.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <titel>Afdeling 11 Naaktrecreatie</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop>
                         Artikel 5.39 Aanwijzen gebieden naaktrecreatie
                     </tussenkop>
              <al>De in bijlage 1 bij deze verordening aangeduide gebieden worden
                                    als geschikt voor naaktrecreatie, in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=430a">artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht</extref>,
                                    aangemerkt.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 6:1 Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening
                                        bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                        voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis
                                        van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                                        categorie.</al></li>
                <li nr="2."><al>De strafbaarstelling in het eerste lid is niet van
                                        toepassing op overtredingen ten aanzien waarvan straf is
                                        bedreigd in of bij andere wetten.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 6:2 Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De opsporingsambtenaren genoemd in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering/article=141">artikelen 141</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering/article=142">142 van het Wetboek van Strafvordering</extref> en de door het
                                college dan wel door de burgemeester aangewezen toezichthouders zijn
                                belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                                van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                                veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van
                                personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder
                                toestemming van de bewoner.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 6:3a Binnentreden woningen ter uitvoering van
                                noodverordeningen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift
                                van een door de burgemeester op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=176">artikel 176 van de Gemeentewet</extref> vastgesteld algemeen
                                verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een
                                woning zonder toestemming van de bewoner.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                verordening</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De Algemene plaatselijke verordening van de gemeente
                                        Wijchen, vastgesteld bij raadsbesluit op 26 juni 2008, wordt
                                        ingetrokken met uitzondering van afdeling 6.</al></li>
                <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die
                                        waarop zij is bekendgemaakt.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                                eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van
                                deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige
                                besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Artikel 6:6 Citeertitel</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                                verordening.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>