<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR87825_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Notitie Beleidsregels gehandicaptenparkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Enkhuizen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Enkhuizen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Drom, 11-05-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Notitie Beleidsregels gehandicaptenparkeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer, artikel 12</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW05.0352</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>parkeren, gehandicapten, parkeerkaart, parkeerplaats,</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      NOTITIE BELEIDSREGELS GEHANDICAPTENPARKEREN
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>INLEIDING</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Wij ontvangen geregeld aanvragen voor het aanwijzen van een
                        parkeerplaats ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen van mensen met een fysieke handicap. Voor het
                        verkrijgen van een gehandicaptenparkeerplaats is bezit van een gehandicaptenparkeerkaart vrijwel altijd een
                        voorwaarde. Daarom wordt in deze notitie eerst ingegaan op
                        gehandicaptenparkeerkaarten en daarna op gehandicaptenparkeerplaatsen.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>GEHANDICAPTENPARKEERKAARTEN</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Gemeenten kunnen geen eigen beleid voeren met betrekking tot
                            gehandicaptenparkeerkaarten. De regels over het verstrekken van
                            gehandicaptenparkeerkaarten zijn opgenomen in het Besluit
                            administratieve </al>
            <al>bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), het Reglement verkeersregels en
                            verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en de Regeling gehandicaptenparkeerkaart. </al>
            <al>Aan een gehandicapte die zich niet of nauwelijks te voet kan
                            voortbewegen kan door de gemeenteraad -of krachtens delegatiebesluit -
                            door burgemeester en wethouders van de gemeente waar deze persoon staat
                            ingeschreven een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt. Zo’n kaart
                            is in principe voor een periode van vijf jaar geldig, tenzij duidelijk
                            is dat de handicap korter zal duren dan vijf jaar. </al>
            <al>In de Regeling gehandicaptenparkeerkaart wordt bepaald wie voor een
                            gehandicaptenparkeerkaart in aanmerking kan komen en welke procedure
                            hiervoor moet worden gevolgd. </al>
            <al>Iemand kan voor een gehandicaptenparkeerkaart in aanmerking komen
                            wanneer er sprake is van een invaliditeit met een permanent of
                            progressief karakter, waardoor deze persoon zich zonder hulpmiddel en
                            zonder hulp van een ander redelijkerwijs niet over een bepaalde afstand
                            te voet kan voortbewegen. </al>
            <al>Een geneeskundig onderzoek vormt een essentieel onderdeel van de
                            procedure. </al>
            <al>De gehandicaptenparkeerkaart wordt na vijf jaar automatisch verlengd
                            indien er sprake is van invaliditeit met een permanent of progressief
                            karakter. Indien er nog kans bestaat op verbetering en een kaart voor
                            één of twee jaar is verstrekt, dan wordt opnieuw een medisch advies
                            aangevraagd. </al>
            <al>Onderscheid wordt gemaakt tussen een bestuurderskaart en een
                            passagierskaart. </al>
            <al>In het algemeen komt voor een gehandicaptenparkeerkaart in aanmerking: </al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>een bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen of
                                    van een brommobiel die zich ten gevolge van een gebrek
                                    redelijkerwijs niet over een langere afstand dan 100 meter te
                                    voet kan voortbewegen (op de kaart wordt de letter B vermeld)
                                    en</al></li>
              <li nr="-"><al>voor een passagierskaart een passagier van een motorvoertuig op
                                    meer dan twee wielen of van een brommobiel die zich ten gevolge
                                    van een gebrek redelijkerwijs niet over een langere afstand dan
                                    100 meter te voet kan voortbewegen en die voor vervoer van deur
                                    tot deur continu afhankelijk is van de hulp van een ander. Op de
                                    kaart wordt de letter P vermeld. Tevens is een combinatie
                                    mogelijk. Op de kaart worden dan de letters B en P vermeld.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>Daarnaast kunnen personen die permanent rolstoelgebonden zijn een kaart
                            krijgen of personen die andere aantoonbare ernstige beperkingen hebben
                            (anders dan loopbeperkingen). Tenslotte kan ook een kaart worden
                            verstrekt aan het bestuur van een instelling (verpleegtehuis e.d.) ten
                            behoeve van het personeel belast met het vervoer van bewoners. </al>
            <al>Afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten vindt plaats door de afdeling
                            Burgerzaken. </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>GEHANDICAPTENPARKEERPLAATSEN </titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Er bestaan twee soorten gehandicaptenparkeerplaatsen: individuele en
                            algemene. Individuele zijn bestemd voor één bepaald voertuig en algemene
                            zijn bestemd voor voertuigen van alle personen die in het bezit zijn van
                            een bestuurders- of passagierskaart. De aanwijzing van beide soorten
                            parkeerplaatsen gebeurt krachtens een verkeersbesluit, zoals bedoeld in
                            artikel 12 BABW. </al>
          </structuurtekst>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Individuele gehandicaptenparkeerplaatsen </titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Er zijn regels gesteld over het aanwijzen van individuele
                                parkeerplaatsen. Gemeenten zijn vrij om zelf beleid te bepalen over
                                hoe zij omgaan met verzoeken tot aanwijzing van zo’n
                                gehandicaptenparkeerplaats. </al>
              <al>In onze gemeente krijgt in principe elke persoon die in het bezit is
                                van een bestuurderskaart op aanvraag een gehandicaptenparkeerplaats
                                bij de woning, behalve als de verkeerssituatie dat niet toelaat. </al>
              <al>In die gevallen wordt een andere oplossing gezocht. Wij willen in
                                ieder geval afstappen van de regel “een bestuurderskaart geeft
                                automatisch een plaats” o.a. om te voorkomen dat verkeerstechnische
                                problemen ontstaan. </al>
              <al>Bij het bepalen van beleid met betrekking tot aanwijzing van een
                                gehandicaptenparkeerplaats ligt het voor de hand te kijken naar: </al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>de parkeerdruk in de directe omgeving van de locatie waar de
                                        individuele parkeerplaats zou moeten worden
                                        gerealiseerd;</al></li>
                <li nr="-"><al>de mogelijkheid voor de aanvrager om zelf in een eigen
                                        parkeerplaats te voorzien, bijvoorbeeld op eigen terrein, in
                                        een garage e.d.;</al></li>
                <li nr="-"><al>de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer die
                                        wellicht in het geding kunnen zijn;</al></li>
                <li nr="-"><al>het al dan niet beschikken over een
                                        gehandicaptenparkeerkaart, waarbij onderscheid gemaakt wordt
                                        tussen een bestuurderskaart en een passagierskaart. De
                                        urgentie bij een passagierskaart is lager, omdat de
                                        chauffeur zijn voertuig kan voorrijden voor het laten in- en
                                        uitstappen van zijn gehandicapte passagier.</al></li>
              </lijst>
              <al/>
              <al>De parkeerdruk in de directe omgeving is slechts een bijkomend
                                argument om wel of geen parkeerplaats toe te wijzen. Is de
                                parkeerdruk laag, dan zal een gehandicaptenparkeerplaats geen
                                probleem opleveren omdat er genoeg parkeerruimte aanwezig is. Is de
                                parkeerdruk hoog, dan is het voor een </al>
              <al>gehandicapte juist noodzakelijk dat er een parkeerplaats dicht bij
                                de woning wordt gereserveerd. Hierbij zal dus heel goed naar
                                alternatieven moeten worden gekeken. </al>
              <al>Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat het beschikken over een
                                gehandicaptenparkeerkaart op zich geen voorwaarde is om tot
                                aanwijzing van een individuele parkeerplaats over te gaan. Dit geldt
                                bijvoorbeeld </al>
              <al>in de volgende gevallen: </al>
              <lijst>
                <li nr="A."><al>iemand is in het bezit van een kaart, maar</al><lijst>
                    <li nr="1."><al> krijgt géén plaats omdat het een passagierskaart is
                                                én er geen andere dringende redenen zijn de plaats
                                                toe te kennen; </al></li>
                    <li nr="2."><al> de verkeersveiligheid laat het absoluut niet toe en
                                                in de directe omgeving is geen andere geschikte
                                                locatie voorhanden; </al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="B."><al>iemand is niet in het bezit van een kaart, maar krijgt wel
                                        een plaats. Dit geldt voor iemand die wel in staat 100 meter
                                        te voet te overbruggen, maar geen 300 meter. Als er vanwege
                                        de grote parkeerdruk binnen die straal van 300 meter
                                        doorgaans géén parkeergelegenheid voor die persoon is, dan
                                        zou een individuele gehandicaptenparkeerplaats kunnen worden
                                        aangewezen. </al></li>
              </lijst>
              <al/>
              <al>Op grond van het bepaalde in artikel 29 BABW kunnen gemeenten kosten
                                die voortvloeien uit de plaatsing van het verkeersbord waarmee een
                                gehandicaptenparkeerplaats wordt aangegeven (bord E6 uit bijlage 1
                                van het RVV 1990) verhalen op degene ten behoeve van wie het bord is
                                geplaatst. </al>
              <al>Indien het gebruik van een (eigen) auto voor een gehandicapte
                                medisch noodzakelijk is, kan de gemeente de kosten die verband
                                houden met het aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats
                                vergoeden in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten. In de
                                praktijk vindt alleen toewijzing </al>
              <al>plaats uit medische noodzaak en vindt vergoeding vanuit het
                                WVG-budget plaats. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <titel>Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen </titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Ook voor de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen geldt, dat
                                gemeenten hierin volledig autonoom handelen. Dit soort
                                parkeerplaatsen wordt doorgaans gerealiseerd bij winkelcentra,
                                ziekenhuizen, gemeentehuizen, </al>
              <al>bibliotheken en vele andere instellingen waar regelmatig
                                gehandicapte personen komen. </al>
              <al>Bij het aanwijzen van deze categorie gehandicaptenparkeerplaatsen
                                zijn geen problemen. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>CONCLUSIE </titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Ten aanzien van de uitgifte van gehandicaptenparkeerkaarten zijn er geen
                            problemen. Het beleid is door het rijk vastgesteld. Bij afgifte worden
                            uit sociaal oogpunt geen legeskosten in rekening gebracht. </al>
            <al>Er zijn eveneens geen problemen bij de realisatie van algemene
                            gehandicaptenparkeerplaatsen. Bovendien komt deze laatste categorie
                            zelden voor omdat deze plaatsen veelal bij de aanleg van terreinen wordt
                            meegenomen. </al>
            <al/>
            <al>Ten aanzien van de aanwijzing van individuele parkeerplaatsen is, om de
                            wildgroei tegen te gaan, een verandering in beleid noodzakelijk. </al>
            <al>Gelet op het vorenstaande zullen wij per 1 juni 2005 de navolgende
                            regels hanteren bij het aanwijzen van individuele
                            gehandicaptenparkeerplaatsen: </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>een aanvraag dient schriftelijk te worden ingediend (door een
                                    aanvraagformulier);</al></li>
              <li nr="2."><al>blijkt dat iemand op eigen terrein ruimte heeft om een
                                    parkeerplaats te realiseren, dan wordt geen plaats op de
                                    openbare weg aangewezen;</al></li>
              <li nr="3."><al>de aanwezigheid van een garage wordt als parkeerplaats gezien
                                    ook al wordt deze voor andere doeleinden gebruikt, behalve als
                                    de garage een breedte heeft die minder is dan 3,50 meter
                                    (uitsluitend voor bestuurders);</al></li>
              <li nr="4."><al>een gehandicaptenparkeerplaats wordt in eerste instantie
                                    gerealiseerd op een bestaande parkeerplaats. Is de afstand
                                    hiertoe te groot (langer dan 100 meter), dan wordt gekeken of
                                    een parkeerplaats dichter bij de woning kan worden gecreëerd.
                                    Hierbij geldt de verkeersveiligheid en de doorstroming van het
                                    verkeer als toets waar een plaats wordt aangewezen; </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="5."><al>alleen aan personen die houder zijn van een bestuurderskaart
                                    wordt een individuele parkeerplaats aangewezen. Slechts in
                                    bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken;</al></li>
              <li nr="6."><al>in bijzondere gevallen (bijvoorbeeld als iemand geen kaart
                                    heeft) wordt advies gevraagd aan de Gewestelijke
                                    Gezondheidsdienst over de noodzaak van het al dan niet aanwijzen
                                    van een plaats;</al></li>
              <li nr="7."><al>voor iedere aanwijzing wordt een verkeersbesluit genomen ex
                                    artikel 12 BABW; (het nemen van verkeersbesluiten is door ons
                                    college gemandateerd . Deze lijn kan ook hier gevolgd worden,
                                    behalve wanneer punt 6 van toepassing is); </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="8."><al>voor het plaatsen van een bord worden geen kosten in rekening
                                    gebracht, met uitzondering van de bijdrage voor het onderbord
                                    met het kenteken;</al></li>
              <li nr="9."><al>bij verhuizing binnen de gemeente dient een nieuwe aanvraag te
                                    worden gedaan en zal de situatie opnieuw worden bezien;</al></li>
              <li nr="10."><al>deze regels treden op 1 juni 2005 in werking.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>Deze notitie kan worden aangehaald als de “Notitie Beleidsregels
                            Gehandicaptenparkeren” en is bekend gemaakt door publicatie op de
                            gemeentelijke voorlichtingspagina van het weekblad De Drom op 11 mei
                            2005. </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Enkhuizen, 26 april 2005. </ondertekening>
        <ondertekening>Burgemeester en wethouders van E n k h u i z e n </ondertekening>
        <ondertekening>De secretaris, De burgemeester, </ondertekening>
        <ondertekening>(mw. H. Raasing) (J.G.A. Baas) </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>