<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR87816_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening doelmatigheid en doeltreffendheid 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-02-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Apeldoorns Stadsblad, 23 februari
                2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening doelmatigheid en doeltreffendheid 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 213a Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011-6a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING DOELMATIGHEID EN DOELTREFFENDHEID 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Apeldoorn;</al><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 07-01-2011, nr. 2011-000972</al><al>gelet op artikel 213a van de Gemeentewet;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende Verordening voor periodiek onderzoek door het
                        college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem gevoerde
                        bestuur.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                beperkt mogelijke inzet van middelen; </al></li><li nr="b."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde
                                maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden
                                behaald; </al></li><li nr="c."><al>organisatie: de ambtelijke organisatie van de gemeente Apeldoorn,
                                ingedeeld in organisatorische eenheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Zelfonderzoeken college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot het instellen van onderzoeken ex artikel 213a GW wordt besloten door
                            het college en over de uitkomsten van deze onderzoeken wordt rapport
                            uitgebracht aan het college;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verricht periodiek onderzoek om zichzelf, de raad en de
                            burgers inzicht en helderheid te verschaffen in de doelmatigheid en
                            doeltreffendheid van het gevoerde beleid en bestuur, en om de
                            organisatie mogelijkheden tot verbeteringen te verschaffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel onderzoeken ex artikel 213a GW</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het doel van het uitvoeren van collegeonderzoeken is het college de
                            garantie te bieden dat de kwaliteit van inrichting en functioneren van
                            de gemeentelijke organisatie in principe aan de daaraan te stellen eisen
                            voldoet;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het collegeonderzoek levert, op basis van een analyse van de bestaande
                            situatie, behalve een aantal bevindingen en aanbevelingen een conclusie
                            op over de mate van toereikendheid van de getroffen
                            beheersingsmaatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verantwoordelijken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeentesecretaris is de secretaris van het college en voert een
                            kwalitatieve toets uit over het plan van aanpak;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De concernauditor regisseert en coördineert de collegeonderzoeken en is
                            eindverantwoordelijk voor de definitieve rapportage;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De concerncontroller is gemandateerd opdrachtgever door college en
                            concretiseert in overleg met de concernauditor de opdracht en bespreekt
                            de conceptrapportages met de auditors;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De proceseigenaar is eigenaar van het onderzoeksobject. Het plan van
                            aanpak en de conceptrapportage worden uitvoerig met de proceseigenaar
                            besproken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><al>1.Het college voert per jaar één tot maximaal twee onderzoeken naar de
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van de organisatie. Hiervoor wordt een
                        tweejarige cyclus gehanteerd. In het ene jaar worden twee onderzoeken en één
                        follow-uponderzoek uitgevoerd en in het tweede jaar één onderzoek en twee
                        follow-uponderzoeken. Deze onderzoeken richten zich vooral op de meest
                        risicovolle processen. Dat zijn die processen waar aspecten als
                        betrouwbaarheid, beheersbaarheid, continuïteit, afbreukrisico, imago,
                        integriteit en beveiliging een belangrijke rol spelen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Collegeonderzoeksprogramma</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stuurt ieder jaar uiterlijk op 31 december ter kennisgeving
                            het collegeonderzoeksprogramma naar de raad en de rekenkamercommissie
                            voor de in het erop volgend jaar te verrichten onderzoeken naar
                            doelmatigheid en de doeltreffendheid;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De selectie van de onderwerpen gebeurt op basis van een risicoanalyse.
                            Deze werkwijze staat beschreven in de beleidsnotitie collegeonderzoeken
                            2010-2014;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het collegeonderzoeksprogramma wordt aangegeven welke budgetten in de
                            begroting zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Plan van aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt, voordat het onderzoek begint, een plan van aanpak
                            vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het plan van aanpak wordt per onderzoek globaal aangegeven: </al><lijst><li nr="·"><al>de aanleiding van het onderzoek;</al></li><li nr="·"><al>de onderzoeksvraag; </al></li><li nr="·"><al>de afbakening van het onderzoek;</al></li><li nr="·"><al>het normenkader;</al></li><li nr="·"><al>de onderzoeksaanpak; </al></li><li nr="·"><al>de onderzoeksmethode;</al></li><li nr="·"><al>de wijze van uitvoering;</al></li><li nr="·"><al>de doorlooptijd en de planning van het onderzoek;</al></li><li nr="·"><al>de verantwoordelijken van het onderzoek. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>het informeren aan de raad en de rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na behandeling stuurt het college het onderzoeksrapport en het
                            verbetervoorstel ter informatie naar de raad en de
                            rekenkamercommissie;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college rapporteert over de voortgang van de onderzoeken en de
                            bijbehorende onderzoeksbudgetten in de bedrijfsvoeringparagraaf van de
                            tussentijdse rapportages en de jaarstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Doel van het rapport is een kritische en objectieve weergave van het
                                onderzoeksobject. Het rapport bevat de volgende elementen:</al><lijst><li nr="·"><al>het object van onderzoek;</al></li><li nr="·"><al>de opdrachtgever en proceseigenaar;</al></li><li nr="·"><al>het normenkader;</al></li><li nr="·"><al>de onderzoeksaanpak;</al></li><li nr="·"><al>de duur van het onderzoek;</al></li><li nr="·"><al>de beschrijving van de huidige situatie;</al></li><li nr="·"><al>de bevindingen met een oordeel van het auditteam; </al></li><li nr="·"><al>de conclusies en aanbevelingen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op basis van de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport wordt door
                                de betrokken dienst/afdeling een verbeterplan opgesteld. De
                                besluitvormingsfase ziet er als volgt uit: </al><lijst><li nr="·"><al>bespreken met de opdrachtgever en de proceseigenaar;</al></li><li nr="·"><al>bespreken met de dienstdirecteur;</al></li><li nr="·"><al>doornemen met de portefeuillehouder en wethouder planning en
                                        control;</al></li><li nr="·"><al>voorleggen aan het MT;</al></li><li nr="·"><al>het definitieve rapport en verbetervoorstel ter
                                        besluitvorming naar college;</al></li><li nr="·"><al>het definitieve rapport plus verbetervoorstel ter kennisname
                                        aan de raad.</al></li></lijst><al>In deze fase zorgt de concernauditor ervoor dat alle stukken op tijd
                                worden aangeleverd. Voor deze besluitvormingsfase hanteren we een
                                termijn van maximaal acht weken.</al><al>Bij overschrijding van deze termijn is het noodzakelijk dat het
                                college van het onderzoeksrapport, maar dan zonder verbetervoorstel,
                                kennis neemt.</al></li><li nr="3."><al>Het college neemt op basis van het verbeterplan organisatorische
                                maatregelen en informeert de raad over de voortgang van de
                                maatregelen. Dit gebeurt op basis van een follow-up uitgevoerd door
                                de concernauditor. Afhankelijk van de doorlooptijd van de uitvoering
                                van de verbeteringen gebeurt dit na één of twee jaar. Bij de
                                besluitvorming van het onderzoeksrapport plus verbeterplan wordt dat
                                vastgelegd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2011. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening doelmatigheid en
                        doeltreffendheid 2010’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 27 januari 2011</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in het Apeldoorns Stadsblad d.d. 23 februari 2011</ondertekening><ondertekening>Inwerking getreden d.d. 1 januari 2011.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP DE VERORDENING</titel></kop><tussenkop>“DOELMATIGHEID EN DOELTREFFENDHEID 2010”</tussenkop><al>Het is zinvol om regelmatig beleid te evalueren en aan te passen aan de
                    hedendaagse praktijk. Dit geldt ook voor het beleid ten aanzien van de
                    collegeonderzoeken. Het collegeonderzoek richt zich vooral op de verbeter- en
                    leerfunctie van de organisatie. Bij elk onderzoek worden de beschikbare
                    benchmark en best practices gegevens betrokken. Het doel van deze onderzoeken is
                    het college de zekerheid te bieden dat de kwaliteit van inrichting en
                    functioneren van onze organisatie in principe aan de daaraan te stellen eisen
                    voldoet. Dit maakt het mogelijk dat de organisatiedoelstellingen en de daarvan
                    afgeleide beleidsdoelstelling ook gehaald worden. </al><al>In 2008 heeft de Rekenkamer een onderzoek ingesteld naar de uitvoering van
                    artikel 213a van de Gemeentewet. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de
                    verordening niet meer up-to-date is op basis van de volgende punten: </al><lijst><li nr="·"><al>de ambitie in de verordening komt niet overeen met de
                            onderzoekscapaciteit;</al></li><li nr="·"><al>er ontbreekt een bepaling over de doorlooptijd van de rapportages;</al></li><li nr="·"><al>er zijn geen duidelijke criteria en werkwijze voor de onderwerpkeuze
                            voor collegeonderzoeken. </al></li></lijst><al>Naar aanleiding van het Rekenkameronderzoek en de daaruit voortvloeiende
                    aanbevelingen is de Beleidsnotitie collegeonderzoeken 2010-2014 opgesteld. In
                    deze notitie staat het beleid en de uitvoering rondom de collegeonderzoeken
                    beschreven. Vervolgens dienen op basis van de beleidsnotitie de artikelen 3, 4
                    en 6 van de Verordening doelmatigheid en doeltreffendheid 2003 te worden
                    aangepast. </al><al>Ter informatie bevindt zich hieronder in een korte toelichting op de
                    belangrijkste wijzigingen. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 Onderzoeksfrequentie</tussenkop><al>De onderzoeksfrequentie wordt teruggebracht naar maximaal twee onderzoeken per
                    jaar. Hierdoor wordt de belasting voor de organisatie beperkt en de kwaliteit en
                    doorlooptijd beter geborgd. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 van de aangepaste tekst, in de nieuwe verordening artikel
                    5:</tussenkop><al>1.Het college voert per jaar één tot maximaal twee onderzoeken uit naar de
                    doelmatigheid en doeltreffendheid van de organisatie. Hiervoor wordt een
                    tweejarige cyclus gehanteerd. In het ene jaar worden twee onderzoeken en één
                    follow-uponderzoek uitgevoerd en in het tweede jaar één onderzoek en twee
                    follow-uponderzoeken. Deze onderzoeken richten zich vooral op de meest
                    risicovolle processen. Dat zijn die processen waar aspecten als betrouwbaarheid,
                    beheersbaarheid, continuïteit, afbreukrisico, imago, integriteit en beveiliging
                    een belangrijke rol spelen. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 Collegeonderzoeksprogramma</tussenkop><al>Met het oog op de functie van 213a onderzoeken (primair zelfonderzoek) zullen
                    wij uw raad over de onderzoeken informeren door u na behandeling in ons college
                    het onderzoeksrapport en het verbetervoorstel toe te sturen. Rapportage over de
                    voortgang van de onderzoeken vindt plaats via de gebruikelijke rapportages uit
                    de planning en controlcyclus. </al><tussenkop>Artikel 4 de aangepaste tekst, in de nieuwe verordening artikel
                    6:</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt elk jaar een onderzoeksprogramma vast dat de
                            voorwaarden bevat waaraan de onderzoeken naar doelmatigheid en
                            doeltreffendheid moeten voldoen.</al></li><li nr="2."><al>Het college stuurt ieder jaar uiterlijk op 31 december ter kennisgeving
                            het onderzoeksprogramma naar de raad en de rekenkamercommissie voor de
                            in het erop volgend jaar te verrichten onderzoeken naar doelmatigheid en
                            doeltreffendheid. </al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 6 Rapportage en gevolgtrekking</tussenkop><al>In de praktijk blijkt dat de doorlooptijd van de onderzoeksrapportage nogal
                    langs is. Om dezet te beperken wordt daarvoor een extra bepaling opgenomen: als
                    de termijnen met betrekking tot de doorlooptijd worden overschreden wordt dat
                    direct gerapporteerd aan het college met het verzoek daar actief op te
                    anticiperen. </al><al/><tussenkop>Artikel 6 de aangepaste tekst, in de nieuwe verordening artikel
                    9:</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Doel van het rapport is een kritische en objectieve weergave van het
                            onderzoeksobject, met daarin in ieder geval de volgende de volgende
                            elementen: </al><lijst><li nr="·"><al>het object van onderzoek</al></li><li nr="·"><al>de opdrachtgever en proceseigenaar</al></li><li nr="·"><al>het normenkader</al></li><li nr="·"><al>de onderzoeksaanpak</al></li><li nr="·"><al>de duur van het onderzoek</al></li><li nr="·"><al>de beschrijving van de huidige situatie</al></li><li nr="·"><al>de bevindingen met een oordeel van het auditteam </al></li><li nr="·"><al>de conclusies en aanbevelingen </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op basis van de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport wordt door de
                            dienst/afdeling een verbeterplan opgesteld. Daarna volgt de
                            besluitvormingsfase die er als volgt uit ziet: </al><lijst><li nr="·"><al>bespreken met de opdrachtgever en de proceseigenaar;</al></li><li nr="·"><al>bespreken met de dienstdirecteur;</al></li><li nr="·"><al>doornemen met de portefeuillehouder en wethouder planning en
                                    control;</al></li><li nr="·"><al>voorleggen aan het MT;</al></li><li nr="·"><al>het definitieve rapport en verbetervoorstel ter besluitvorming
                                    naar college;</al></li><li nr="·"><al>het definitieve rapport plus verbetervoorstel ter kennisname aan
                                    de raad.</al></li></lijst><al>In deze fase zorgt de concernauditor ervoor dat alle stukken op tijd
                            worden aangeleverd. Voor deze besluitvormingsfase hanteren we een
                            termijn van maximaal acht weken. </al><al>Bij overschrijding van deze termijn is het noodzakelijk dat het college
                            van het onderzoeksrapport, maar dan zonder verbetervoorstel, kennis
                            neemt. </al></li><li nr="3."><al>Het college neemt op basis van het verbeterplan organisatorische
                            maatregelen en informeert de raad over de voortgang van de maatregelen.
                            Dit gebeurt op basis van een follow-up uitgevoerd door de
                            concernauditor. Afhankelijk van de doorlooptijd van de uitvoering van de
                            verbeteringen gebeurt dit na één of twee jaar. Bij de besluitvorming van
                            het onderzoeksrapport plus verbeterplan wordt dat vastgelegd. </al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>