<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR87459_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Trompetter, 28-02-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">bepalingen van de Wet Werk en Bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">bepalingen van de Wet Suwi</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-03-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/02/16/06</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet
                                nader worden om-schreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                werk en bijstand (WWB) en de Al-gemene wet bestuursrecht (Awb).
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand (Staatsblad 2003, nummer
                                        375), zoals deze na-dien is of wordt gewijzigd;</al></li><li nr="b."><al>Ioaw: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werknemers;</al></li><li nr="c."><al>Ioaz: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte zelf-standigen;</al></li><li nr="d."><al>uitkeringsgerechtigde: degene die een periodieke uitkering
                                        voor levensonderhoud ontvangt op grond van de wet, de Ioaw
                                        of de Ioaz;</al></li><li nr="e."><al>Anw-er: persoon die een uitkering ingevolge de Algemene
                                        nabestaandenwet ont-vangt en die als werkloze werkzoekende
                                        staat ingeschreven bij het Centrum Werk en Inkomen;</al></li><li nr="f."><al>niet-uitkeringsgerechtigde (nugger): een persoon als bedoeld
                                        in artikel 6 onder a. van de wet, die als werkloos
                                        werkzoekende staat ingeschreven bij het Centrum-Werk en
                                        Inkomen;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbende: een persoon die behoort tot de doelgroep en
                                        die aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie
                                        ondersteuning wordt geboden;</al></li><li nr="h."><al>werknemer in gesubsidieerde arbeid: werknemer als bedoeld in
                                        artikel 10, lid 2 van de wet;</al></li><li nr="i."><al>doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7, lid 1
                                        onder a. van de wet door burgemeester en wethouders
                                        ondersteuning kan worden geboden;</al></li><li nr="j."><al>voorzieningen: voorzieningen bedoeld in artikel 7, lid 1
                                        onder a. van de wet; een instrument binnen een traject dat
                                        ingezet wordt om belemmeringen bij aanvaar-ding van algemeen
                                        geaccepteerde arbeid weg te nemen;</al></li><li nr="k."><al>arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                        recht. Met een ar-beidsovereenkomst wordt gelijkgesteld een
                                        aanstelling op grond van het ambtena-renrecht;</al></li><li nr="l."><al>vrijwilligerswerk: het verrichten van onbetaalde
                                        maatschappelijk nuttige activiteiten gericht op
                                        arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke
                                        participatie;</al></li><li nr="m."><al>traject: een met de belanghebbende overeengekomen, dan wel
                                        door burgemees-ter en wethouders aan hem opgelegd geheel van
                                        activiteiten gericht op het verkrij-gen en behouden van
                                        betaalde arbeid;</al></li><li nr="n."><al>wettelijk minimumloon: het wettelijk minimumloon dat van
                                        toepassing is op de werknemer, exclusief
                                        werkgeverslasten;</al></li><li nr="o."><al>medische belemmering: ten gevolge van ziekte of gebrek
                                        objectief aantoonbare langdurige beperking als het gaat om
                                        arbeidsinschakeling of verrichten van arbeid.</al></li><li nr="p."><al>draagkracht: het gedeelte van het inkomen voor zover dat
                                        hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm
                                        en toeslag (inclusief vakantiegeld) en/of het van toepassing
                                        zijnde vrij te laten vermogen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bieden ondersteuning aan belanghebbenden.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zorgen voor een voldoende gevarieerd
                                aanbod van voorzieningen. Burgemeester en wethouders houden daarbij
                                rekening met de aard en omvang van door burgemeester en wethouders
                                te bepalen doelgroepen en de voor-zieningen die het meest geschikt
                                zijn voor de leden van die doelgroepen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij het bepalen van het aanbod aan
                                voorzienin-gen prioriteiten stellen in verband met de financiële
                                mogelijkheden en met maat-schappelijke, economische en conjuncturele
                                ontwikkelingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bevorderen de beschikbaarheid van
                                voorzieningen voor de opvang van kinderen jonger dan 12 jaar voor
                                belanghebbende, voor zover die op-vang nodig is voor het volgen van
                                een traject of voor deelname aan een voorziening, of voor het
                                bereiken van het doel van een traject of een voorziening. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Uitvoering van dit artikel vindt plaats binnen de daarvoor door de
                                gemeenteraad be-schikbaar gestelde middelen.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Doel en doelgroep</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel van de ondersteuning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een belanghebbende ondersteuning
                            bieden bij het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid, of als dat doel
                            nog niet bereikbaar is, bij zelfstandige maatschappelijke
                            participatie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vorm van de ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden van een traject,
                                waarbij zo-nodig voorzieningen kunnen worden ingezet, en/of door het
                                bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar andere
                                instanties. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorziening
                                die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor het doel
                                dat beoogd wordt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder een voorziening wordt tevens verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>vergoeding van noodzakelijke reiskosten voor deelname aan
                                        een voorziening, vol-gens het goedkoopste openbaar vervoer
                                        tarief, kosten van noodzakelijke kinder-opvang gedurende
                                        deelname aan een voorziening en de hiermee samenhangende
                                        reistijd;</al></li><li nr="b."><al>de kosten onder a. en b. worden niet vergoed indien de
                                        voorziening bestaat uit een voorziening als bedoeld in
                                        artikel 11 of artikel 12 van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voorzieningen die gericht zijn op de arbeidsinschakeling worden
                                alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen
                                geaccepteerde arbeid niet mogelijk is. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening
                                be&amp;#xEB;indigen:</al><lijst><li nr="a."><al> indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting als bedoeld in artikel 9 van de wet niet
                                        nakomt;</al></li><li nr="b."><al> indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep van de wet;</al></li><li nr="c."><al> indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen ge-bruik wordt gemaakt van een
                                        voorziening;</al></li><li nr="d."><al>indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de
                                        voorziening onvol-doende bijdraagt aan een snelle
                                        arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen, voordat besloten wordt tot het
                            aanbieden, van voorzieningen een onderzoek (laten) doen naar de
                            mogelijkheden van de belanghebben-de en naar de geschiktheid voor hem
                            van de voorzieningen of andere vormen van bege-leiding.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>Onverminderd de verplichtingen die gelden op grond van de wet of van
                            andere wetten gelden voor de belanghebbende de volgende
                            verplichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>verstrekken van de inlichtingen aan burgemeester en wethouders
                                    die nodig zijn voor het bepalen van een geschikt traject en/of
                                    een geschikte voorziening;</al></li><li nr="b."><al>verlenen van medewerking aan een onderzoek als bedoeld in
                                    artikel 5;</al></li><li nr="c."><al>het naar vermogen deelnemen aan de verschillende onderdelen van
                                    het traject;</al></li><li nr="d."><al>na te laten hetgeen de realisatie van het doel van het traject
                                    of van de voorzieningen belemmert;</al></li><li nr="e."><al>anderszins het slagen van een traject te bevorderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beperking</titel></kop><al>Geen recht op ondersteuning bestaat indien sprake is van een
                            voorliggende voorziening welke naar mening van burgemeester en
                            wethouders in voldoende mate bijdraagt aan de reïntegratie van de
                            belanghebbende of als er sprake is van voldoende draagkracht.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Werken als instrument voor reïntegratie</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Sociale activering en werken met behoud van uitkering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een belanghebbende als
                                    onderdeel van een traject activiteiten in het kader van sociale
                                    activering aanbieden gericht op ar-beidsinschakeling of, als dat
                                    nog niet mogelijk is, gericht op maatschappelijke partici-patie
                                    en het voorkomen van sociaal isolement. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Activiteiten als bedoeld in lid 1 hebben als doel de
                                    belanghebbende werkritme op te laten doen en/of behouden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vrijwilligerswerk wordt alleen verricht bij organisaties zonder
                                    winstoogmerk. In afwij-king daarvan kan vrijwilligerswerk ook
                                    verricht worden bij een organisatie die ten be-hoeve van de
                                    gemeente reïntegratieactiviteiten verricht als bedoeld in deze
                                    verorde-ning. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Sociale activering kan ingezet worden wanneer door burgemeester
                                    en wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat
                                    de belanghebbende op middellan-ge of lange termijn een reëel
                                    perspectief heeft op regulier werk, dan wel dat dit per-spectief
                                    onduidelijk is en dat inzet van het instrument nodig is om dit
                                    perspectief duide-lijk te krijgen .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Leerwerkstages</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een belanghebbende als
                                    onderdeel van een traject een werkstage aanbieden, gericht op
                                    arbeidsinschakeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leerwerkstage heeft als doel de belanghebbende door middel
                                    van een stage werk-ervaring en vaardigheden op te laten doen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit instrument kan ingezet worden wanneer door burgemeester en
                                    wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de
                                    belanghebbende op korte termijn een reëel perspectief heeft op
                                    regulier werk en een leerwerkstage geïndiceerd is. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd
                                    het doel de duur en de inhoud van de werkstage, alsmede de wijze
                                    waarop de begeleiding plaatsvindt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leerwerkstage duurt maximaal 12 maanden.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Proefplaatsingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een belanghebbende een
                                    proefplaatsing aanbieden als onderdeel van een traject gericht
                                    op arbeidsinschakeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De proefplaatsing heeft als doel de belanghebbende te laten
                                    wennen aan aspecten die samenhangen met het verrichten van
                                    betaalde arbeid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door burgemeester en
                                    wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de
                                    belanghebbende op korte termijn een reëel perspectief heeft op
                                    regulier werk en een proefplaatsing geïndiceerd is. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd
                                    het doel, de duur en de inhoud van de proefplaatsing, alsmede de
                                    wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De proefplaatsing duurt maximaal 12 maanden</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor een proefplaatsing kan van de instelling of het bedrijf een
                                    inleenvergoeding wor-den gevraagd.</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Betaald werk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Detacheringsbanen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een uitkeringsgerechtigde
                                    een detache-ringsbaan aanbieden als een onderdeel van een
                                    traject gericht op arbeidsinschake-ling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dragen de uitvoering van artikel 11
                                    op aan een rechts-persoon. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Plaatsing in een baan heeft ten doel om de uitkeringsgerechtigde
                                    vaardigheden te la-ten behouden of te laten opdoen die nodig
                                    zijn om betaalde arbeid te verrichten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde wordt een arbeidsovereenkomst voor
                                    bepaalde tijd aange-boden. De duur van de arbeidsovereenkomst
                                    bedraagt minimaal 6 maanden en maximaal 12 maanden met een loon
                                    van 100% van het bruto wettelijk minimumloon (WML). </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechtspersoon als bedoeld in lid 2 van dit artikel heft een
                                    inleentarief van minimaal 30 % van het bruto wettelijk
                                    minimumloon per gedetacheerde werknemer.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Loonkostensubsidie gericht op reïntegratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van een
                                    uitkeringsgerechtigde een loonkostensubsidie aan een werkgever
                                    verstrekken om daarmee het opdoen van werkervaring of de
                                    overgang naar een reguliere functie bij betreffende werkgever
                                    voor een belanghebbende mogelijk te maken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie wordt slechts uitbetaald voor zover de
                                    arbeidsovereenkomst daadwerkelijk van kracht is en naar rato van
                                    een voltijds dienstverband. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van de subsidie bedraagt minimaal een periode van zes
                                    maanden, tenzij op een eerder moment uitstroom naar regulier
                                    werk bij een andere werkgever gereali-seerd wordt, en maximaal 2
                                    jaar. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 100% van het voor
                                    belanghebbende geldende netto wettelijk minimum loon. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De duur en hoogte van de subsidie worden met inachtneming van
                                    het bepaalde in dit artikel door burgemeester en wethouders
                                    vastgesteld op basis van een individuele af-weging ten aanzien
                                    van de betreffende belanghebbende.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanvullende voorwaarde</titel></kop><al>Aan de loonkostensubsidie wordt de voorwaarde verbonden dat een
                                overeenkomst tus-sen werkgever en gemeente wordt afgesloten waarin
                                de wederzijdse rechten en plichten zijn opgenomen. Door werkgever en
                                belanghebbende wordt een trajectplan opgesteld. In dit trajectplan
                                staan de vorm van begeleiding, de evaluatiemomenten en concrete
                                afspraken beschre-ven. Het trajectplan vormt een integraal onderdeel
                                van de overeenkomst die afgesloten wordt tussen de werkgever en
                                gemeente.De werkgever en belanghebbende kunnen bij het opstellen van
                                het traject door burge-meester en wethouders worden
                                ondersteund.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Samenloop van subsidies</titel></kop><al>Geen subsidie wordt verstrekt voor kosten waarvoor, al dan niet door
                                de gemeente, reeds een andere subsidie wordt verstrekt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Aanvraag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie dient te worden aangevraagd bij burgemeester en
                                    wethouders voor de datum waarop de arbeidsovereenkomst van
                                    kracht wordt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast met
                                    betrekking tot de wijze van indiening van de aanvraag.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Definitieve vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de subsidie wordt na afloop van de subsidieperiode
                                    definitief vastge-steld door burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking
                                    tot de bescheiden die voor de definitieve vaststelling van de
                                    subsidie moeten worden overgelegd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast met
                                    betrekking tot de voor-waarden waaraan een toekenning van de
                                    subsidie moet voldoen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschotten verstrekken als
                                    aan de voorlopige voorwaarden voor subsidie is voldaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschotten worden verrekend met de definitief vastgestelde
                                    subsidie.</al><al/></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Scholing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vorm van scholing aanbieden
                                gericht op ar-beidsinschakeling</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde scholing kan worden aangeboden in de
                                vorm van subsi-die. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de scholing die wordt aangeboden of waarvoor subsidie wordt
                                verleend gelden de navolgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de scholing dient te zijn gericht op het behalen van een
                                        startkwalificatiearbeidsmarkt;</al></li><li nr="b."><al>andere scholing dient kortdurend te zijn en gericht op
                                        snelle arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="c."><al>de goedkoopste scholingsmogelijkheid moet worden benut;</al></li><li nr="d."><al>uitgesloten zijn scholingen die gericht zijn op het
                                        zelfstandig ondernemen.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Specifieke kosten in verband met scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de scholing die met toepassing van artikel 18 wordt gevolgd
                                komen de volgende kostensoorten voor vergoeding in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>opleidingskosten en cursusbijdragen;</al></li><li nr="b."><al>boeken en leermiddelen die door het opleidingsinstituut
                                        verplicht zijn gesteld; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers geldt naast de in
                                artikel 18, lid 3 ge-noemde voorwaarden dat de kosten van
                                kinderopvang niet voor vergoeding in aan-merking komen.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Inkomensvrijlating en premies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inkomensvrijlating</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin zich een situatie voordoet als bedoeld in
                                artikel 31 lid 2 onder o. van de WWB, moet er sprake zijn van
                                werkzaamheden die in belangrijke mate bij-dragen aan fulltime
                                arbeidsinschakeling; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijlating als bedoeld in lid 1 wordt ambtshalve toegepast; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de vrijlating als bedoeld in lid 1 kan men eens in de drie jaar
                                in aanmerking ko-men.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Premies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een uitkeringsgerechtigde een
                                premie toe-kennen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze premie wordt verstrekt in de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="a."><al>bij uitstroom door werkaanvaarding wordt een eenmalige
                                        premie verstrekt ter hoogte van 50% van het in artikel 31,
                                        lid 2 onder j. van de wet genoemde bedrag nadat gedurende
                                        een half jaar aaneengesloten het werk is verricht;</al></li><li nr="b."><al>de persoon die blijvend is aangewezen op deeltijdwerk en
                                        werkzaam is in een dienstbetrekking met een omvang van
                                        tenminste 16 uur per week, komt in aan-merking voor een
                                        eenmalige premie ter hoogte van het in artikel 31 lid 2
                                        onder k. van de wet genoemde maximum bedrag per jaar. Indien
                                        als gevolg van in de per-soon gelegen beperkingen een
                                        dienstbetrekking met een omvang van tenminste 16 uur per
                                        week niet mogelijk is, kunnen burgemeester en wethouders
                                        besluiten om in afwijking van het voorgaande een premie toe
                                        te kennen tot maximaal de in dit lid bedoelde premie;</al></li><li nr="c."><al>de alleenstaande ouder van wie het jongste kind jonger is
                                        dan 12 jaar en die werk-zaam is in een of meer
                                        dienstbetrekkingen met een totale omvang van tenminste 16
                                        uur per week, komt in aanmerking voor een eenmalige premie
                                        ter hoogte van het in artikel 31 lid 2 onder k. van de wet
                                        genoemde maximum bedrag per jaar.Indien als gevolg van in de
                                        persoon gelegen beperkingen een of meer dienstbe-trekkingen
                                        met een totale omvang van tenminste 16 uur per week niet
                                        mogelijk is, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om
                                        in afwijking van het voorgaan-de een premie toe te kennen
                                        tot maximaal de in dit lid bedoelde premie;</al></li><li nr="d."><al>voor de premie als bedoeld in lid twee onder a. kan men eens
                                        in de 3 jaar in aan-merking komen;</al></li><li nr="e."><al>de premies als bedoeld in dit artikel onder a., b. en c.
                                        worden ambtshalve toege-kend. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Anti-cumulatiebepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen één kalenderjaar bestaat slechts aanspraak op ofwel een
                                vrijlating (artikel 20) ofwel een premie (artikel 21); </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bijstandsgerechtigden met een norm voor gehuwden hebben slechts
                                aanspraak op één van de genoemde vrijlating of premie.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Afstemming en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Afstemming en terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon die door burgemeester en wethouders een voorziening
                                wordt aangebo-den is verplicht hiervan gebruik te maken, en wel op
                                zodanige wijze dat uitstroom naar betaalde arbeid niet belemmerd
                                wordt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden de
                                verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur
                                Uitvoering Werk en Inkomen, artikel 7, als-mede de verplichtingen
                                die burgemeester en wethouders aan de aangeboden voor-ziening hebben
                                verbonden, na te komen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beoordelen of aan een
                                uitkeringsgerechtigde die deel-neemt aan een voorziening en die niet
                                voldoet aan het gestelde in het eerste of twee-de lid een maatregel
                                wordt opgelegd conform hetgeen hierover is bepaald in de
                                Af-stemmingsverordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van een belanghebbende niet zijnde
                                een uitke-ringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening en
                                die niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, de kosten van
                                de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk
                                terugvorderen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze
                            verorde-ning nadere beleidsregels vaststellen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van
                            de belang-hebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening,
                            indien toepassing van de ver-ordening tot onbillijkheden van overwegende
                            aard leidt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Reïntegratieverordening Wet
                            werk en bij-stand 2009”.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>op de Reïntegratieverordening WWB.</titel></kop><al>Algemeen</al><al/><al>Deze verordening regelt de ondersteuning die burgemeester en wethouders bieden
                    bij de arbeidsinschakeling van werklozen die horen tot de doelgroep. De opdracht
                    om die ondersteuning te bieden is geregeld in artikel 7 van de Wet werk en
                    bijstand (WWB). Het voorschrift om een verordening vast te stellen waarin deze
                    ondersteuning nader vorm wordt gegeven volgt uit artikel 8 WWB.</al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al/><al><onderstreept>Artikel 1. Begripsbepaling</onderstreept></al><al/><al>Medische belemmering: Als een belanghebbende aangeeft vanwege medische
                    beperkingen niet in staat te zijn om bepaalde arbeid of in het geheel geen
                    arbeid te kunnen verrichten is het in eerste instantie aan hem om aan te tonen
                    dat er sprake is van een objectief aantoonbare langdurige beperking ten gevolge
                    van ziekte of gebrek. Pas nadat dit is aangetoond wordt er een medisch advies of
                    een onderzoek door een arbeidsdeskundige aangevraagd.Belanghebbenden kunnen
                    onder andere middels afsprakenkaarten, medicijn recepten en brieven van
                    behandelaars aantonen dat er sprake is van een objectief aantoonbare langdurige
                    beperking. Als een belanghebbende niet onder behandeling is, of onder
                    behandeling is geweest, voor een medische beperking wordt er vanuit gegaan dat
                    er geen sprake is van een medische belemmering.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 2. Opdracht aan burgemeester en
                    wethouders</onderstreept></al><al/><al>De WWB geeft aan burgemeester en wethouders de verantwoordelijkheid voor het
                    bieden van ondersteuning. Hoewel belanghebbenden aanspraak kunnen maken op
                    ondersteuning, is er geen afdwingbaar recht op ondersteuning op de manier zoals
                    de belanghebbende dat mogelijk het liefst zou zien. Het is aan burgemeester en
                    wethouders om zorg te dragen voor een voldoende aanbod van voorzieningen,
                    waarbij zij te maken hebben met beperkte financiële middelen, terwijl de vraag
                    naar ondersteuning afhankelijk is van een veelheid aan sociaal-economische
                    factoren.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 3. Doel van de ondersteuning</onderstreept></al><al/><al>Het doel van de ondersteuning zoals in allerlei vormen is vastgelegd in deze
                    verordening, is het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid of als dat doel nog
                    niet bereikbaar is, zelfstandige maatschappelijke participatie. Bij dit laatste
                    valt te denken aan vrijwilligerswerk, mantelzorg of deelname aan activiteiten in
                    dorpskern of gemeente.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 4. Vorm van de ondersteuning</onderstreept></al><al/><al>Ondersteuning hoeft niet altijd te bestaan uit een door derden uitgevoerde
                    diagnose, gevolgd door een vastgesteld traject met één of meerdere
                    voorzieningen. Als dat kan, kan worden volstaan met advies of doorverwijzing
                    naar andere instanties. Voorzieningen worden alleen ingezet als zonder die inzet
                    het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is. Bovendien worden
                    de voorzieningen alleen ingezet als aan de hand van onderzoek is gebleken dat
                    door de inzet van die voorzieningen het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid
                    binnen afzienbare tijd mogelijk wordt. Gesubsidieerde arbeid wordt op grond van
                    de WWB gezien als vorm van algemeen geaccepteerde arbeid, met dien verstande dat
                    gesubsidieerde arbeid in beginsel geen einddoel kan zijn.Reïntegratie moet
                    bovendien de kortste weg naar arbeid zijn. Daarmee wordt niet alleen de tijd
                    tussen de inzet van het instrument en de werkaanvaarding bedoeld, maar ook de
                    inspanningen die het kost om dat doel te bereiken. Alleen als
                    arbeidsinschakeling binnen afzienbare termijn niet tot de mogelijkheden behoort,
                    kan zelfstandige maatschappelijke participatie een doel van de inzet van
                    voorzieningen zijn. Ook in dat geval geldt dat de voorziening beschikbaar moet
                    zijn en dat het adequaat en toereikend moet zijn voor het beoogde doel. De
                    uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de inhoud van het traject ligt bij
                    burgemeester en wethouders, die immers ook verantwoordelijk zijn voor de
                    effectieve en doelgerichte inzet van schaarse middelen. Binnen de grenzen van
                    die verantwoordelijkheid wordt rekening gehouden met de wensen van de
                    belanghebbende. Voor het slagen van het traject is de motivatie van de
                    belanghebbende belangrijk. Bovendien wordt, voordat tot het traject wordt
                    besloten, de inhoud van het traject besproken met de belanghebbende, waarna het
                    trajectplan door beide partijen ondertekend wordt. Ook vergoeding van
                    noodzakelijke reiskosten en kosten van noodzakelijke kinderopvang worden
                    aangemerkt als voorziening. Er is sprake van noodzakelijk reiskosten onder de 10
                    kilometer indien iemand als gevolg van medische beperkingen en/of sociale
                    omstandigheden niet in staat is om met de fiets te kunnen reizen. In alle ander
                    gevallen komen alleen de noodzakelijke reiskosten, voor zover de enkele
                    reisafstand van woonadres tot het adres waar aan de voorziening dient te worden
                    deelgenomen meer bedraagt dan 10 kilometer enkele reis, voor vergoeding in
                    aanmerking. Indien iemand meerdere dagen per week moet deelnemen aan een
                    voorziening kan dit leiden tot een cumulatie van reiskosten. In dit geval kan er
                    op individuele gronden een tegemoetkoming in de reiskosten worden verstrekt.
                    Ingeval van een gesubsidieerde baan of loonkostensubsidie is er sprake van een
                    arbeidsovereenkomst met een werkgever en ligt de verantwoordelijkheid voor het
                    al dan niet vergoeden van deze kosten bij de werkgever. Dit is voortzetting van
                    bestaand beleid.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 5. Onderzoek</onderstreept></al><al/><al>In de meeste gevallen zal voordat tot de inzet van voorzieningen wordt besloten
                    een advies worden gevraagd van een bedrijf dat gespecialiseerd is in diagnoses
                    met betrekking tot reïntegratie. Niet uitgesloten is dat het onderzoek door
                    burgemeester en wethouders wordt verricht. Eventueel kan na zo'n onderzoek
                    besloten worden alsnog advies van derden in te winnen. Ook is denkbaar dat uit
                    het eigen onderzoek al blijkt dat een diagnose door derden en/of de inzet van
                    voorzieningen niet nodig is.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 6. Verplichtingen</onderstreept></al><al/><al>Deelname aan reïntegratie is niet vrijblijvend. Bijstandsgerechtigden zijn reeds
                    door het ontvangen van een uitkering aan bepaalde verplichtingen gehouden. Voor
                    diegenen zonder uitkering moeten voorwaarden aan het reïntegratietraject
                    gekoppeld worden. Deze gelden vanzelfsprekend ook voor de bijstandsgerechtigden.
                    Het niet nakomen van de verplichtingen geeft de mogelijkheid om een traject af
                    te breken of gevraagde ondersteuning te weigeren, bijvoorbeeld als iemand niet
                    mee wil werken aan een onderzoek. De vergoeding voor een voorziening worden aan
                    de niet uitkeringsgerechtigde verstrekt als lening. Tijdens de looptijd van de
                    voorziening wordt er geen rente in rekening gebracht en bestaat er geen
                    verplichting tot terugbetaling. Bij beëindiging van het traject wordt beoordeeld
                    of belanghebbende zich gehouden heeft aan de verplichtingen verbonden aan de
                    voorziening. Naar aanleiding van deze beoordeling wordt beslist of de lening
                    wordt omgezet in een voorziening om niet of dat de lening (deels) terug betaald
                    moet gaan worden. De voorwaarden en verplichting verbonden aan de voorziening,
                    dienen vooraf in een, door de niet uitkeringsgerechtigde ondertekende
                    overeenkomst, te worden opgenomen.Natuurlijk heeft de belanghebbende ook
                    rechten. Deze rechten zijn elders in wet- of regelgeving ondergebracht. Tegen
                    beslissingen op grond van deze verordening staat bezwaar en beroep open op grond
                    van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het recht op inzage in gegevens en
                    zonodig correctie daarvan is geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens
                    (Wbp). </al><al/><al><onderstreept>Artikel 7. Beperking</onderstreept></al><al/><al>Indien gebruik gemaakt kan worden van een voorliggende voorziening (bijvoorbeeld
                    WSF, AWBZ, reïntegratieverantwoordelijkheid UWV) vindt geen ondersteuning op
                    basis van deze wet plaats.De ondersteuning voor de doelgroep nuggers en Anw-ers
                    wordt in deze verordening beperkt tot diegenen die niet over een
                    startkwalificatie voor de arbeidsmarkt beschikken, dan wel van wie de
                    kwalificatie dusdanig is verouderd dat actualisering noodzakelijk is voor
                    duurzame arbeidsinschakeling, waarbij tevens het in de wet vastgelegde
                    uitgangspunt van de kortste weg naar werk blijft gelden. Bepaling van de
                    draagkracht zal, behoudens voor wat betreft hetgeen gesteld is onder artikel 19,
                    op dezelfde wijze plaatsvinden als bij de bijzondere bijstand. Eventuele
                    toekenning en hoogte van de subsidie voor een voorziening is afhankelijk van de
                    draagkracht van belanghebbende.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 8. Sociale activering</onderstreept></al><al/><al>Activiteiten in het kader van sociale activering, waaronder vrijwilligerswerk
                    met behoud van uitkering, kunnen een nuttig instrument zijn om werkritme op te
                    doen of te laten behouden. Zij kunnen worden ingezet als uitstroom naar algemeen
                    geaccepteerde arbeid pas op middellange of lange termijn te realiseren is, of
                    als nog onduidelijk is of er perspectief is op regulier werk .Er is bewust voor
                    gekozen om geen exacte termijnen te noemen voor dit arbeidsperspectief. Niet
                    alleen zou dat ten onrechte de suggestie wekken dat dit altijd vooraf exact vast
                    te stellen is, het arbeidsperspectief is ook niet alleen afhankelijk van in de
                    persoon gelegen omstandigheden. Ook een veranderende arbeidsmarkt maakt dat het
                    arbeidsperspectief wijzigtAls indicatie kan worden aangehouden:- Korte termijn:
                    binnen anderhalf jaar;- Middellange termijn: tussen anderhalf en tweeënhalf
                    jaar;- Lange termijn: niet binnen tweeënhalf jaar.Vrijwilligerswerk wordt alleen
                    verricht bij organisaties die geen winstoogmerk hebben, het moet bovendien gaan
                    om maatschappelijk nuttige activiteiten. Voor sociale activering in het kader
                    van reïntegratie naar algemeen geaccepteerde arbeid is een maximale duur van
                    drie jaar vastgesteld. Daar waar arbeidsinschakeling niet mogelijk is en als
                    zodanig vastgesteld, kan sociale activering op grond van de Zorgwet c.q. de
                    beleidsnotitie bijzondere bijstand aangeboden worden met als doel de
                    zelfstandige maatschappelijke participatie te bevorderen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 9. Leerwerkstages</onderstreept></al><al/><al>De leerwerkstage heeft als belangrijkste doel het opdoen van vaardigheden in een
                    vakgebied, waardoor uitstroom naar betaald werk mogelijk wordt gemaakt. De
                    leerwerkstage is bedoeld voor belanghebbenden, niet fase 1, die op korte termijn
                    (kort omdat na 1 jaar het effect van een leerwerkstage weg is) perspectief op
                    betaald werk hebben. Wat die termijnen inhouden is nader uitgewerkt in de
                    toelichting in artikel 8. Voor de leerwerkstage geldt dat niet alleen het
                    arbeidsperspectief maar ook de in de persoon gelegen mogelijkheden bepalend zijn
                    voor de inzet van de voorziening.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 10. Proefplaatsingen</onderstreept></al><al/><al>Bij de proefplaatsing is het doel vooral het wennen aan aspecten die samenhangen
                    met betaald werk. Net als de leerwerkstage kan het instrument worden ingezet
                    voor leden van de doelgroep, niet fase 1, met een perspectief op betaald werk op
                    korte termijn. Wat die termijnen inhouden is nader uitgewerkt in de toelichting
                    op artikel 8.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 11. Detacheringsbanen</onderstreept></al><al/><al>De detacheringsbaan is een baan die bedoeld is om de belanghebbende sneller op
                    een reguliere baan geplaatst te krijgen. Gelet op de maximale duur van een
                    detacheringsbaan is deze alleen bedoeld voor mensen, niet fase 1, die op korte
                    termijn naar regulier werk kunnen uitstromen. Alleen bij bijzondere individuele
                    omstandigheden kan de detachering met 6 maanden worden verlengd.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 12 en 13. Doel van de subsidies voor de werkgever en
                        aanvullende voorwaarde</onderstreept></al><al/><al>Doel van subsidiering van arbeidsplaatsen is om uitkeringsgerechtigden die door
                    de grotere afstand tot de arbeidsmarkt minder productief zijn, of waarvoor
                    werkgevers door een gebrek aan werkervaring huiverig zijn deze in dienst te
                    nemen vanwege de extra financiële risico's die daaraan verbonden zijn, sneller
                    en makkelijker aan werk te helpen. Door deze subsidiering worden die financiële
                    risico’s tijdelijk gecompenseerd. Uitgangspunt is, dat belanghebbende gedurende
                    de periode dat de loonkostensubsidie wordt verstrekt, aanvullende vaardigheden
                    en werkervaring opdoet, zodat de afstand tot de arbeidsmarkt aan het eind van de
                    subsidieperiode is verdwenen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 14. Samenloop van subsidies</onderstreept></al><al/><al>Dit artikel beoogt dubbele subsidiëring van dezelfde kosten uit verschillende
                    bronnen te voorkomen. Bijvoorbeeld als een Rea geïndiceerde in een
                    detacheringsbaan zich ziek meld hoeft de werkgever geen loonkosten te betalen,
                    over deze periode zal er dan ook geen subsidie worden verstuurd.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 15. Aanvraag subsidie</onderstreept></al><al/><al>Een loonkostensubsidie dient te worden aangevraagd voordat de
                    arbeidsovereenkomst van kracht wordt.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 16. Definitieve vaststelling</onderstreept></al><al/><al>Het definitieve recht op subsidie wordt vastgesteld na afloop van de
                    subsidieperiode. Immers, pas op dat moment kan definitief worden bepaald of en
                    gedurende welke periode aan de subsidievoorwaarden is voldaan.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 17. Voorschotten</onderstreept></al><al/><al>Voorschotverlening is mogelijk gemaakt omdat de subsidie pas achteraf definitief
                    wordt vastgesteld, en de bedrijfsvoering van werkgevers niet altijd toelaat dat
                    de loonkosten worden betaald zonder dat daar de inkomsten uit de
                    loonkostensubsidie tegenover staat. Als is vastgesteld dat aan de voorwaarden
                    van subsidiering is voldaan, kunnen periodiek voorschotten worden verstrekt ter
                    hoogte van een voorlopige schatting van het uiteindelijk toe te kennen
                    subsidiebedrag. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie vindt
                    verrekening van de verstrekte voorschotten plaats.</al><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 18. Scholing</onderstreept></al><al/><al>Met dit artikel worden regels gesteld ten aanzien van de noodzakelijkheid, de
                    duur van de scholing en de maximale kosten.Het tweede lid geeft aan dat de
                    scholing zowel aangeboden kan worden als voorziening die door de gemeente
                    ingekocht kan worden, als in de vorm van een subsidie. Dit laatste kan van
                    belang zijn indien de cliënt op eigen initiatief met een vorm van scholing komt
                    die door het college als noodzakelijk wordt geacht, maar die niet bestaat binnen
                    het reguliere scholingsaanbod van de gemeente.Met de in het derde lid bedoelde
                    startkwalificatie wordt bedoeld het succesvol afronden van een beroepsopleiding
                    op niveau 2 in het MBO of met het behalen van een diploma van het HAVO of het
                    VWO. Voor de beoordeling van de vraag of de scholing leidt tot snelle
                    arbeidsinschakeling, wordt gebruik gemaakt van de meest recente RAIL
                    -rapportage/rayonrapportage. In beginsel wordt enkel scholing ingezet die
                    opleidt naar beroepssectoren, waarnaar volgens deze rapportages op de korte of
                    middellange termijn vraag naar is. Indien er twijfels bestaan over het feit of
                    belanghebbende capabel genoeg is om de startkwalificatie te behalen, kan het
                    college een (onderwijs)instelling om advies vragen en het besluit hierop
                    baseren.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 19. Specifieke kosten in verband met
                        scholing</onderstreept></al><al/><al>Met dit artikel worden regels gesteld ten aanzien van de maximale kosten die in
                    verband met scholing voor vergoeding in aanmerking komen. Voor nuggers en
                    Anw-ers gelden beperkende voorwaarden om de instroom te kunnen reguleren. De
                    vergoeding wordt op declaratiebasis verleend.De kosten van de eigen bijdrage
                    kinderopvang worden in mindering gebracht op de draagkracht. De kosten van
                    kinderopvang komen voor nuggers en Anw-ers niet voor vergoeding in aanmerking
                    omdat voor de ouderbijdrage kinderopvang reeds een inkomensafhankelijke bijdrage
                    geldt.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 20. Inkomensvrijlating</onderstreept></al><al/><al>Met dit artikel wordt geregeld dat voor wat betreft de inkomensvrijlating
                    gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid als bedoeld in artikel 31 tweede lid
                    onder o van de WWB.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 21. Premies</onderstreept></al><al/><al>Met dit artikel wordt gebruik gemaakt van de in de WWB (artikel 31, lid 2 sub
                    j.) bepaalde mogelijkheid om jaarlijks een premie te verstrekken. De premie is
                    onbelast en telt dus ook niet mee bij de toepassing van inkomensafhankelijke
                    regelingen. De premie bij werkaanvaarding wordt ambtshalve toegekend. Dit
                    betekent dat degene die hiervoor in aanmerking komt een half jaar na
                    werkaanvaarding hierom moet verzoeken. De periode van een half jaar dient
                    aaneengesloten te zijn. Belanghebbende zullen actief benaderd worden door de
                    gemeente.De premie voor het verrichten van deeltijdwerk wordt een keer per drie
                    jaar betaalbaar gesteld. Het begrip “blijvend” moet zijn onderbouwd door een
                    medisch, arbeidskundig rapport/besluit.De premie wordt achteraf betaalbaar
                    gesteld. Dit betekent dat over de maanden waarover voorafgaande aan de maand van
                    indiening van de aanvraag deeltijdwerk is verricht, naar rato de hoogte van de
                    eenmalige premie wordt bepaald. Heeft men bijvoorbeeld gedurende 7 maanden
                    deeltijdwerk verricht, dan bedraagt de eenmalige premie 7/12 van het bedrag
                    zoals dat genoemd is in artikel 31 lid 2 onder k van de WWB. De periode waarover
                    op deze wijze met terugwerkende kracht een premie wordt berekend, duurt maximaal
                    een jaar. Deze periode hoeft niet gelijk te zijn aan een kalenderjaar en kan dus
                    bijvoorbeeld de periode van 1 juli tot 1 juli zijn. Indien men in een volgend
                    kalenderjaar wederom op aanvraag voor een eenmalige premie in aanmerking komt,
                    dan wordt voor wat betreft de berekening van de periode waarover men hiervoor in
                    aanmerking komt, aansluiting gezocht bij de periode waarover men reeds een
                    premie heeft ontvangen. Er kan dus geen sprake zijn van overlapping van
                    periodes.Ook als door in de persoon gelegen beperkingen een of meer
                    dienstbetrekkingen van tenminste 16 uur niet mogelijk is kunnen burgemeester en
                    wethouders toch een premie naar evenredigheid toekennen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 22. Anti-cumulatiebepaling</onderstreept></al><al/><al>Dit artikel is ingevoegd om cumulatie van een vrijlating en/of een premie te
                    voorkomen. Het is niet wenselijk om aan een uitkeringsgerechtigde meerdere
                    vrijlatingen en/of premies per kalenderjaar toe te kennen omdat hierdoor de
                    prikkel om fulltime te gaan werken verminderd. Om dezelfde reden geldt voor
                    uitkeringsgerechtigden die een gehuwdennorm ontvangen dat slechts een van beiden
                    eenmaal per kalenderjaar voor een vrijlating/premie in aanmerking kan komen.
                    Voor personen waarvoor arbeidsinschakeling niet mogelijk is bestaat de
                    langdurigheidstoeslag.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 23. Afstemming en terugvordering</onderstreept></al><al/><al>In dit artikel wordt verwezen naar de bepalingen in de afstemmingsverordening,
                    waarin is geregeld welke gevolgen het niet of onvoldoende voldoen aan de
                    verplichtingen ingevolge de wet, de Wet SUWI alsmede deze verordening voor de
                    hoogte van de uitkering van een uitkeringsgerechtigde kan hebben. Voor Anw-ers
                    en nuggers is dit niet van toepassing. Voor deze doelgroepen is een mogelijkheid
                    tot (gehele of gedeeltelijke) terugvordering van kosten van een voorziening
                    opgenomen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 24. Beleid</onderstreept></al><al/><al>In deze verordening zijn de belangrijkste voorwaarden voor subsidieverlening
                    opgenomen. Desondanks kan het wenselijk zijn dat bepaalde voorwaarden worden
                    aangevuld of aangescherpt, bijvoorbeeld als blijkt dat bestaande regels
                    oneigenlijke subsidiering mogelijk maken. Omgekeerd kan het wenselijk zijn dat
                    ten behoeve van bepaalde categorieën van de doelgroep of van werkgevers in
                    gunstige zin kan worden afgeweken. Om te voorkomen dat telkens in individuele
                    gevallen van de gestelde regels wordt afgeweken, is de mogelijkheid voor
                    burgemeester en wethouders opgenomen tot vaststelling van algemene nadere
                    regels.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 25. Hardheidsclausule</onderstreept></al><al/><al>Indien de toepassing van deze verordening tot onbillijkheden leidt, kunnen
                    burgemeester en wethouders ten gunste van de belanghebbende afwijken van de
                    bepalingen. Van deze mogelijkheid dient zeer terughoudend gebruik gemaakt te
                    worden, om het scheppen van precedenten tegen te gaan. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>