<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR87446_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand 2008 gemeente Krimpen aan den IJssel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Krimpen aan den IJssel 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-12-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand 2008 gemeente Krimpen aan den IJssel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Ontwerp-besluit</vet></al><al>De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 september
                        2008;</al><al>b e s l u i t :</al><al>de Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand 2008 gemeente Krimpen aan
                        den IJssel vast te stellen.</al><al><vet>TOESLAGENVERORDENING</vet><vet>WET</vet><vet>WERK</vet><vet>EN</vet><vet>BIJSTAND
                        2008</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder :</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet Werk en Bijstand (hierna te noemen: WWB);</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande: de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan
                                    65 jaar die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen
                                    gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft
                                    een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de
                                    tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de
                                    tweede graad sprake is van zorgbehoefte;</al></li><li nr="c."><al>alleenstaande ouder : de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch
                                    jonger dan 65 jaar die de volledige zorg heeft voor een of meer
                                    tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding
                                    voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de
                                    eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er
                                    bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
                                    zorgbehoefte;</al></li><li nr="d."><al>gehuwden: de personen die gehuwd zijn en beiden 21 jaar of ouder
                                    zijn en beiden jonger dan 65 jaar zijn;</al></li><li nr="e."><al>kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind;</al></li><li nr="f."><al>ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie de
                                    alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan
                                    maken;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit
                                    is betrokken;</al></li><li nr="h."><al>woning: een woning, een woonwagen en een woonschip;</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="76*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>woonkosten:</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>indien een huurwoning wordt bewoond: de geldende
                                                huurprijs per maand verschuldigd als bedoeld in de
                                                Wet op de Huurtoeslag (conform artikel 5 en artikel
                                                27 Wht);</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="-"><al>indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per
                                    maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van
                                    de woning verschuldigde hypotheekrente, de in verband met het in
                                    eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een
                                    naar de omstandigheden vast te stellen bedrag voor
                                    onderhoud;</al></li><li nr="-"><al>onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het
                                    eigenaarsdeel van de onroerende-zaakbelasting, de
                                    brandverzekering, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de
                                    waterschapslasten.</al><lijst><li nr="j."><al>nettominimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in
                                            artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
                                            minimumloon en minimum vakantiebijslag, verhoogd met de
                                            aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op
                                            grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon
                                            ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan
                                            in te houden loonbelasting, premies volksverzekeringen,
                                            premies werknemersverzekeringen en het werknemersaandeel
                                            in de ziekenfondspremie.</al></li></lijst></li></lijst><al>De loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend
                            overeenkomstig de bepalingen in artikel 37 van de Wet Werk en
                            Bijstand.</al><al>2.Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 21
                            jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die met een persoon van 21 jaar of
                            ouder doch jonger dan 65 jaar een gezamenlijke huishouding voert, tenzij
                            het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in
                            de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede
                            graad sprake is van zorgbehoefte.</al><al>3 Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar of ouder doch
                            jonger dan 65 jaar die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie
                            hij is gehuwd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Categorieën</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor belanghebbenden aan wie bijstand volgens de wet als toeslag kan
                                worden verleend, geldt een categorieaanduiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De categorieën worden aangeduid als:</al><lijst><li nr="a."><al>alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>gehuwde.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Toeslagen- en kortingenbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toeslag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de
                                alleenstaande of de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder, doch
                                jonger dan 65 jaar, hogere algemeen noodzakelijke kosten van het
                                bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van
                                het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een
                                ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande
                                en de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen, in
                                wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in
                                artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
                                alleenstaande en de alleenstaande ouder, op wie het tweede lid niet
                                van toepassing is, 10% van het netto minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Inwonende eigen kinderen van 18, 19 en 20 jaar, alsmede inwonende
                                eigen kinderen van 21 jaar en ouder die een financiering op grond
                                van de Wet studiefinanciering dan wel een tegemoetkoming in de
                                onderwijsbijdrage en schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de
                                Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of een
                                uitkering op grond van de Wet werk en bijstand met verlaging op
                                grond van artikel 6 van deze verordening ontvangen, hebben geen
                                invloed op de te verstrekken toeslag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De uitwonende alleenstaande van 18 tot en met 20 jaar ontvangt geen
                                toeslag, maar een door burgemeester en wethouders in de richtlijnen
                                vast te stellen bijzondere bijstand, indien de individuele
                                omstandigheden daartoe noodzaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verlaging voor gehuwden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm voor gehuwden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan
                                65 jaar, wordt lager vastgesteld indien de belanghebbende lagere
                                algemeen noodzakelijk kosten van het bestaan heeft dan waarin de
                                bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk
                                kunnen delen van deze kosten met een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inwonende eigen kinderen van 18, 19 en 20 jaar, alsmede inwonende
                                eigen kinderen van 21 jaar en ouder die een financiering op grond
                                van de Wet op studiefinanciering, dan wel een tegemoetkoming in de
                                studiekosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                studiekosten ontvangen, hebben geen invloed op de te verstrekken
                                bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het
                                netto minimumloon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlaging in verband met ontbreken van woonkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld
                                        indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de
                                        gehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
                                        heeft dan waarin de bijstandsnorm of de toeslag voorziet,
                                        als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen
                                        kosten zijn verbonden.</al></li><li nr="2."><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor
                                        personen van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar 17%
                                        van het netto minimumloon.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde verlagingen vinden bij
                                        voorrang plaats op de toeslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verlaging toeslag voor alleenstaanden van 21 jaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toeslag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt voor
                                        een alleenstaande van 21 jaar, die geen woning deelt met een
                                        ander, vastgesteld op 10% van het netto minimumloon.</al></li><li nr="2."><al>De toeslag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt voor
                                        een alleenstaande van 21 jaar, die een woning deelt met een
                                        ander, vastgesteld op nihil.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Anti-cumulatiebepaling</titel></kop><al>Indien voor de belanghebbende een combinatie van een lagere toeslag
                                en één of meer verlagingen in verband met het delen van
                                respectievelijk het ontbreken van woonkosten of samenloop van deze
                                verlagingen onderling van toepassing is, bedraagt de totale
                                verlaging niet meer dan 25% van het netto minimumloon.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Categoriale
                                    bijzondere bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bijzondere bijstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de verstrekking
                                        van bijzondere bijstand op individuele en categoriale
                                        wijze.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd de bijzondere bijstand vorm te geven
                                        binnen de wettelijke kaders en is tevens bevoegd
                                        beleidsregels vast te stellen ter uniformering van de
                                        bijzondere bijstandsverlening in de vorm van
                                        richtlijnen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Overige
                                    tegemoetkomingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tegemoetkomingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de verstrekking
                                        van tegemoetkomingen, bijdragen en toeslagen die de raad uit
                                        oogpunt van aanvullende inkomensondersteuning verantwoord
                                        vindt.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 8, tweede lid geldt dienovereenkomstig voor de
                                        vorengenoemde tegemoetkomingen, bijdragen en toeslagen die
                                        uit de wet of door de raad vastgestelde
                                        inkomensvoorzieningen voortvloeien.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Richtlijnen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 8 en 9 is het college bevoegd om de
                                algemene bijstand vorm te geven binnen de wettelijke kaders en is
                                tevens bevoegd beleidsregels vast te stellen ter uniformering van de
                                algemene bijstandsverlening in de vorm van richtlijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitvoering en mandatering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van
                                        het bepaalde in deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van de
                                        door burgemeester en wethouders te nemen bijstandsbesluiten,
                                        voor zover het individuele aanspraken op uit kering
                                        betreft:</al><lijst><li nr="-"><al>Volgens de WWB.</al></li><li nr="-"><al>Volgens de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand.</al></li><li nr="-"><al>Volgens de uitkerings- en
                                                  uitvoeringsvoorschriften van de minister SZW,
                                                  alsmede volgens de door het college vastgestelde
                                                  richtlijnen, te mandateren aan de directeur sector
                                                  Samenleving (SSL), zulks onder nader door de
                                                  burgemeester en wethouders te stellen regels met
                                                  betrekking tot de verantwoording van de
                                                  mandatering. </al><al>Voorts zijn burgemeester en wethouders bevoegd
                                                  ondermandaat te verlenen. De reikwijdte van het
                                                  mandaat betreft tevens het instellen van bezwaar
                                                  en beroep namens de gemeente, met inbegrip van
                                                  procesmandaat.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De onder het tweede lid genoemde mandaatregeling geldt niet
                                voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het vaststellen van de beleidsregels in de vorm van
                                        richtlijnen;</al></li><li nr="-"><al>het nemen van besluiten op ingekomen bezwaarschriften.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van
                                        beheersbesluiten inzake de verlenging van bijstand, evenals
                                        het nemen van besluiten met betrekking tot de inrichting van
                                        de administratieve organisatie, te mandateren aan de
                                        directeur SSL, zulks onder nader door burgemeester en
                                        wethouders te stellen regels met betrekking tot de
                                        verantwoording van de mandatering. Voorts zijn burgemeester
                                        en wethouders bevoegd ondermandaat te verlenen.</al></li><li nr="5."><al>De onder 2 en 4 genoemde regeling geldt evenzeer voor de
                                        uitvoering van de producten en processen, vermeld in het
                                        jaarlijks vast te stellen sectorplan, voor zover zij geen
                                        betrekking hebben op de uitvoering van de WWB, maar op
                                        andere wettelijke regelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Toeslagenverordening Wet
                                werk en bijstand Krimpen aan den IJssel 2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                        2008.</al></li><li nr="2."><al>Gelijktijdig wordt ingetrokken de Toeslagenverordening Wet
                                        werk en bijstand 2005.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel
                        in zijn openbare vergadering van 25 september 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijving</vet></al><al>De begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben een
                                gelijkluidende betekenis als de omschrijving in de WWB.</al><al><vet>Artikel 2 Categorieën</vet></al><al>Artikel 30 van de WWB schrijft voor dat de verordening vaststelt
                                voor welke categorieën de bijstandsnorm wordt verlaagd of verhoogd.
                                De categorie-indeling is gebaseerd op de categorieën genoemd in
                                artikel 21 WWB en heeft betrekking op personen van 21 jaar of ouder
                                doch jonger dan 65 jaar.</al><al><vet>Artikel 3 Toeslag voor alleenstaanden en alleenstaande
                                    ouders</vet></al><al>Bij de vaststelling van de basisnorm voor de alleenstaande en de
                                alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar,
                                is de wetgever ervan uitgegaan dat deze de bestaanskosten geheel met
                                een ander kan delen, net zoals dat bij gehuwden het geval is. De
                                gehuwdenuitkering dient dan ook als uitgangspunt bij de vaststelling
                                van de hoogte van de toeslag.</al><al>Artikel 30, tweede lid WWB schrijft voor dat de toeslag,
                                onverminderd het bepaalde in artikel</al><al>27, 28 en 29 van de wet, voor de alleenstaande en de alleenstaande
                                ouder met zijn kinderen in wiens woning geen ander zijn
                                hoofdverblijf heeft, wordt bepaald op het maximumbedrag, genoemd in
                                artikel 25, tweede lid, van de WWB. De maximale toeslag komt neer op
                                20% van het netto minimumloon.</al><al>In deze verordening wordt volstaan met een verwijzing naar het
                                bedrag zoals dat in de wet is genoemd. Dit bedrag wordt regelmatig,
                                veelal (half)jaarlijks, bijgesteld. De artikelen 27, 28 en 29 WWB
                                geven de gemeente de bevoegdheid om voor bepaalde categorieën de
                                bijstandsnorm of de toeslag lager vast te stellen. Dit betekent dat
                                indien aanvrager voldoet aan de voorwaarde genoemd in artikel 25 van
                                de wet, het toch kan zijn dat er geen recht op een toeslag bestaat
                                van 20% van het netto minimumloon, indien de gemeente daarnaast
                                tevens gebruik maakt van de mogelijkheid om de bijstandsnorm of de
                                toeslag te verlagen (zie ook de artikelen 4 tot en met 6 van deze
                                verordening).</al><al>Het gezamenlijk bewonen van een woning levert schaalvoordelen op.
                                Deze schaalvoordelen treden op omdat de woonlasten kunnen worden
                                gedeeld. De kosten van huur, heffingen, belastingen, verzekeringen,
                                vastrecht nutsbedrijven en dergelijke zijn voor personen die een
                                woning delen lager, omdat deze kosten per woning slechts eenmaal in
                                rekening worden gebracht. Deze schaalvoordelen worden geraamd op 10%
                                van het minimumloon. Dientengevolge wordt de toeslag als gevolg van
                                de optredende schaalvoordelen vastgesteld op 10% van het netto
                                minimumloon.</al><al><vet>Artikel 4 Verlaging voor gehuwden</vet></al><al>Ook gehuwden kunnen schaalvoordelen genieten aangezien zij de kosten
                                van het bestaan kunnen delen omdat zij de door hen bewoonde woning
                                niet alleen bewonen. Deze schaalvoordelen leiden ertoe dat de
                                gehuwdenuitkering wordt verlaagd met 10% van het netto
                                minimumloon.</al><al><vet>Artikel 5 Verlaging in verband met ontbreken van
                                    woonkosten</vet></al><al>De bijstandsuitkering dient voldoende te zijn om in de algemeen
                                noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien. De kosten
                                van het wonen maken daar deel van uit. Indien betrokkene geen
                                woonkosten heeft, wordt de uitkering verlaagd.</al><al>Uitgangspunt voor de verlaging is het bedrag dat de Minister van
                                Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer hanteert als
                                minimumbedrag bij het toepassen van huursubsidie. Omgerekend naar
                                een percentage van het netto minimumloon bedraagt deze verlaging,
                                afgerond, 17% van het netto minimumloon.</al><al><vet>Artikel 6 Verlaging toeslag voor alleenstaanden van 21
                                    jaar</vet></al><al>De uitkering voor een alleenstaande komt, bij verstrekking van de
                                maximale toeslag van 20% van het netto minimumloon, vrijwel overeen
                                met het netto minimumjeugdloon voor een 21-jarige en zou daardoor
                                een belemmering kunnen vormen voor het aanvaarden van arbeid. Daarom
                                is er aanleiding met toepassing van artikel 29 WWB de toeslag voor
                                deze groep op een lager niveau vast te stellen.</al><al>Als gevolg van fiscale maatregelen is de afstand tussen de netto
                                inkomsten uit dienst- betrekking en de hoogte van de
                                bijstandsuitkering in de afgelopen jaren vergroot. Voor 22-jarigen
                                is inmiddels een aanmerkelijk verschil ontstaan, zodat voor deze
                                leeftijdsgroep er geen sprake meer is van een belemmering voor het
                                aanvaarden van arbeid.</al><al><vet>Artikel 7 Anti-cumulatiebepaling</vet></al><al>Indien gebruik wordt gemaakt van de verlagingsmogelijkheden zoals
                                die in de verordening zijn genoemd dient rekening te worden gehouden
                                met de effecten van cumulatie van factoren. Een dergelijke cumulatie
                                kan er toe leiden dat de uitkering die overblijft onvoldoende is om
                                in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Dit
                                artikel voorziet in een beperking van bedoelde cumulatie voor zover
                                het gaat om het toeslagenbeleid.</al><al>Gedacht is uitsluitend aan verlagingen als gevolg van:</al><lijst><li nr="-"><al>woningdelen;</al></li><li nr="-"><al>ontbrekende woonkosten;</al></li><li nr="-"><al>de lagere toeslag als bedoeld in artikel 6.</al></li></lijst><al>Dit betekent in het geval dat de uitkering wordt verlaagd als gevolg
                                van andere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld tekortschietend besef
                                van verantwoordelijkheid voor zelfstandige voorziening in het
                                bestaan, dat de anticumulatie volgens artikel 7 niet van toepassing
                                is.</al><al><vet>Artikel 8 </vet></al><al>Als gevolg van de Nota stimulering zelfredzaamheid en ondersteuning
                                minima Krimpen aan den IJssel 2007 wordt de categoriale bijstand
                                voor onze gemeente als nieuw instrument ingezet. </al><al> Gedacht kan worden aan een Bijdrageregeling chronisch zieken en
                                gehandicapten, ter uitvoering van artikel 10 Invoeringswet WWB.
                                Immers: volgens de nota dient reeds vanaf 2008 aan deze doelgroep
                                een specifieke uitkering te worden verstrekt. Hetzelfde geldt voor
                                de nieuwe Beleidsregels Ouderentoeslag 65+. </al><al>In verband hiermee wordt de Toeslagenverordening uit 2005 technisch
                                herzien. Aangesloten wordt bij de staande praktijk, namelijk dat het
                                college reeds voor andere vormen van bijstandverlening de aanspraken
                                op bijstand zorgvuldig bepaalt via richtlijnen. </al><al>Indien de wetgever de mogelijkheden voor categoriale bijzondere
                                bijstand voor de toekomst verruimt, kan op grond van deze bepaling
                                de eventuele verruiming ook onder deze bepaling worden gebracht. Bij
                                het opstellen van deze wijziging is bijvoorbeeld sprake van een
                                aanpassing van artikel 36 WWB met ingang van 1 januari 2009. Deze
                                wetswijziging kan eveneens met de thans voorliggende aanpassing op
                                de verordening worden opgevangen. </al><al><vet>Artikel 9 Tegemoetkomingen</vet></al><al>Voor de overige tegemoetkomingen e.d. die voortvloeien uit de
                                geacualiseerde inkomensvoorzieningen wordt eenzelfde systematiek
                                gehanteerd als bedoeld in het nieuw toegevoegde artikel 8, zodat de
                                Nota stimulering zelfredzaamheid en ondersteuning minima 2007, door
                                de raad vastgesteld op 17 december 2007, op een zorgvuldige wijze
                                kan worden uitgevoerd. </al><al><vet>Artikel 10 Richtlijnen</vet></al><al>Voor de juiste uitvoering van de verordening kan het noodzakelijk
                                zijn dat nadere uitvoeringsregels worden vastgesteld. Dit artikel
                                geeft het college de bevoegdheid om dergelijke beleidsregels vast te
                                stellen in de vorm van richtlijnen, die in het Handboek SSL worden
                                gepubliceerd. Het betreft niet alleen de bijstandsverlening sec,
                                maar ook de door de raad noodzakelijk geachte aanvullingen uit
                                hoofde van verantwoorde inkomensvoorzieningen. </al><al><vet>Artikel 11 Uitvoering en mandatering</vet></al><al>Met dit artikel wordt de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het
                                college gehandhaafd, maar wordt het uit oogpunt van een efficiënte
                                inrichting van werkprocessen noodzakelijk geacht de dagelijkse
                                besluitvorming te mandateren aan de directeur sector Samenleving. </al><al>In principe worden alle individuele uitvoeringsbesluiten
                                gemandateerd. Voortschrijdende ontwikkelingen kunnen aanleiding
                                geven tot het vaststellen van nadere regels in de sfeer van het
                                afleggen van verantwoording achteraf. Daartoe kan onder andere
                                worden gerekend de verplichting van de directeur om bij klachten de
                                portefeuillehouder te informeren over de klacht en het onderzoek
                                daar naar.</al><al>Het derde lid van artikel 11 somt limitatief enige uitzonderingen
                                op. Het is op deze onderdelen gewenst niet te volstaan met een
                                ambtelijke afdoening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>