<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR87422_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening cliëntenparticipatie WWB en WIJ</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2010, 2</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie WWB en WIJ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147, lid 1, en Wet investeren in jongeren, artikel 12, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB09.0174</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Verordening cliëntenparticipatie WWB 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening cliëntenparticipatie WWB en WIJ</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                        worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand,
                        de Wet investeren in jongeren en de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>2. In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wetten: Wet werk en bijstand (WWB) en Wet investeren in jongeren
                                (WIJ);</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van Burgemeester en Wethouders van Den
                                Helder;</al></li><li nr="c."><al>de gemeente: de gemeente Den Helder;</al></li><li nr="d."><al>cliënt: de persoon die een uitkering ingevolge de WWB, een
                                inkomensvoorziening ingevolge de WIJ of een andere voorziening
                                ontvangt dan wel aan wie op grond van artikel 7, eerste lid van de
                                WWB door de gemeente ondersteuning wordt geboden of op grond van
                                artikel 11, eerste lid van de WIJ een werkleeraanbod is gedaan:</al></li><li nr="e."><al>belangenorganisaties: organisaties die de belangen van cliënten
                                behartigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><al>Met cliëntenparticipatie wordt beoogd meerwaarde te bereiken in de kwaliteit
                        van de dienstverlening bij de uitvoering van de wetten. Ten behoeve van dit
                        doel wordt een organisatie in het leven geroepen die zal opereren onder de
                        naam cliëntenadviesraad WWB en WIJ.</al></artikel><artikel><kop><titel>Beleidsterreinen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>1. In het kader van de cliëntenparticipatie adviseert de cliëntenadviesraad
                        over het (gemeentelijk) beleid en de uitvoering in het kader van de Wet werk
                        en bijstand en daarmee samenhangende regelingen, inclusief het minimabeleid
                        alsmede de uitvoering in het kader van de Wet investeren in jongeren.</al><al>2. De cliëntenadviesraad is niet bevoegd te adviseren naar aanleiding van
                        klachten, bezwaarschriften en andere zaken die op individuele cliënten
                        betrekking hebben, met uitzondering van de hierbij gehanteerde procedures en
                        regelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Samenstelling adviesraad</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>1. De cliëntenadviesraad bestaat uit cliënten van de afdeling Werk, Inkomen
                        en Zorg.</al><al>2. Deelnemers dienen te behoren tot de doelgroep minima en kunnen zowel
                        cliënten als niet-cliënten zijn.</al><al>3. In het kader van de Wet Suwi kunnen ook cliënten van het CWI en het UWV
                        bij de participatiebetrokken worden.</al><al>4. Indien er geen of onvoldoende respons is vanuit de doelgroep om deel te
                        nemen aan een cliëntenadviesraad WWB en WIJ, zullen belangenorganisaties
                        benaderd worden om deel te gaan nemen.</al><al>5. Het minimum aantal leden van de cliëntenadviesraad is 3 en het maximum
                        aantal leden 7.</al><al>6. Nieuwe leden van de cliëntenadviesraad worden door het college van
                        Burgemeester en Wethouders benoemd op voordracht van de leden van de
                        cliëntenadviesraad.</al><al>7. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter en een secretaris.</al><al>8. Het lidmaatschap van de cliëntenadviesraad is onverenigbaar met het de
                        functie van lid van de gemeenteraad, fractieassistent, lid van het college
                        of ambtenaar van de gemeente.</al><al>9. De leden van de cliëntenadviesraad worden benoemd voor een periode van
                        vier jaar, welke periode gelijk is aan de zittingsduur van de
                        gemeenteraad.</al><al>10. Na deze periode van vier jaar kan een herbenoeming volgen van nog één
                        keer vier jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De leden van de cliëntenadviesraad worden benoemd, geschorst en ontslagen
                        door het college van Burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het college van Burgemeester en wethouders ziet er op toe dat de
                        samenstelling van de cliëntenraad een evenredige afspiegeling is van de
                        cliënten van de afdeling Werk, Inkomen en Zorg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Door een oproep op de stadspagina in het weekblad en de internetsite van de
                        gemeente, worden kandidaten verzocht zitting te nemen in de
                        cliëntenadviesraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het lidmaatschap van de adviesraad eindigt door:</al><lijst><li nr="a."><al>het verstrijken van de zittingstermijn;</al></li><li nr="b."><al>vestiging in een andere gemeente;</al></li><li nr="c."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="d."><al>overlijden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>1. Het lidmaatschap eindigt tevens als er tegen (verdere) deelname door een
                        persoon ernstige bezwaren bestaan.</al><al>2. Indien zich omstandigheden als bedoeld in het eerste lid voordoen, dan
                        wordt de beslissing tot beëindiging van het lidmaatschap van de cliëntenraad
                        genomen door het college van Burgemeester en wethouders.</al><al>3. Binnen twee weken, nadat het college heeft besloten de persoon als
                        bedoeld in het eerste lid van verdere deelname aan de cliëntenraad uit te
                        sluiten, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk en gemotiveerd in
                        kennis gesteld.</al><al>4. De in het eerste lid bedoelde beslissing is een beschikking in de zin van
                        artikel 1:3 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Werkwijze cliëntenadviesraad</titel></kop><al>1. In het kader van de cliëntenparticipatie vraagt het college de
                        cliëntenadviesraad om advies. De cliëntenadviesraad is ook gerechtigd om uit
                        eigen beweging advies uit te brengen aan het college.</al><al>2. Het college vraagt de cliëntenadviesraad in ieder geval advies
                        betreffende het gemeentelijke beleid over de uitvoering van de Wet werk en
                        bijstand en de Wet investeren in jongeren.</al><al>3. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het uitgebrachte
                        advies toegevoegd kan worden aan de Gemeenteraad ter beschikking te stellen
                        stukken.</al><al>4. Indien het belang van de zaak daartoe aanleiding geeft, vindt bij de
                        aanbieding van het advies overleg plaats tussen de eerst betrokken wethouder
                        en de voorzitter van de cliëntenadviesraad.</al><al>5. Tussen de wethouder Sociale Zaken, bijgestaan door de afdelingsmanager
                        Werk, Inkomen en Zorg en de voorzitter van de cliëntenadviesraad vindt,
                        minstens twee maal per jaar, overleg plaats.</al><al>Het college draagt er zorg voor dat van de zijde van de gemeente aan de
                        cliëntenadviesraad de nodige informatie tijdig wordt verstrekt voor het naar
                        behoren kunnen functioneren van de cliëntenadviesraad. Het betreft hier alle
                        informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en
                        ontwikkelingen te kunnen volgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><al/><al>1. Ten behoeve van de cliëntenadviesraad wordt jaarlijks in de begroting een
                        budget opgenomen.</al><al>2. Ten laste van het budget kunnen, ter beoordeling van het college, onder
                        meer kosten worden gebracht die verband houden met gemaakte onkosten, kosten
                        voor deskundigheidsbevordering en organisatiekosten.</al><al>3. De leden van de cliëntenadviesraad ontvangen een persoonlijke
                        onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk.</al><al>4. De gemeente stelt ambtelijke ondersteuning, vergaderruimte en
                        kopieerfaciliteiten beschikbaar ten behoeve van het naar behoren kunnen
                        functioneren van de cliëntenadviesraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>Het college kan met betrekking tot de uitvoering van deze verordening nadere
                        regels stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening cliëntenparticipatie
                        WWB en WIJ.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 1009.</al><al/><al>De Verordening Cliëntenparticipatie WWB 2007 wordt ingetrokken.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2009.</ondertekening><ondertekening>ir. J.C. Vriesman, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Inleiding</vet></al><al>In artikel 47 van de Wet werk en bijstand is geregeld dat de gemeenteraad bij
                    verordening regels vaststelt over de wijze waarop de doelgroep, zoals opgenomen
                    in artikel 7 eerste lid WWB, of hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de
                    uitvoering van de WWB. In artikel 12 van de Wet investeren in jongeren is
                    geregeld dat de gemeenteraad regels vaststelt met betrekking tot de wijze waarop
                    jongeren, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van de
                    WIJ.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Begripsomschrijving</vet></al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB en de WIJ
                        niet afzonderlijk te definiëren in de verordening. In het tweede lid worden
                        omschrijvingen gegeven van begrippen die meer dan eens in de verordening
                        voorkomen en waarvan het van belang is dat er telkens hetzelfde onder wordt
                        verstaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><vet>Doelstelling</vet></al><al>De gemeente heeft behoefte aan ondersteuning bij de uitvoering van de WWB en
                        de WIJ in de vorm van een klankbord. Daarnaast is er de politieke en
                        bestuurlijke wens om via interactieve beleidsontwikkeling de stem van de
                        burger beter door te laten klinken en zo een kwaliteitsimpuls aan de
                        uitvoering te geven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><vet>Beleidsterreinen</vet></al><al>De cliëntenparticipatie wordt geregeld in de vorm van adviesrecht met
                        betrekking tot het gemeentelijke beleid op het gebied van de WWB, de WIJ én
                        het overige beleid van de afdeling Werk, Inkomen en Zorg. Omdat het algemene
                        belang prevaleert, omvat het adviesrecht niet de klachten, bezwaarschriften
                        en andere individuele cliëntzaken.</al><al>Tot de taak van de cliëntenadviesraad wordt in ieder geval gerekend het
                        informeren en adviseren over het uitvoeringsbeleid en de
                        uitvoeringspraktijk. Daarbij kan gedacht worden aan: de bejegening van</al><al>cliënten, de schriftelijke en mondelinge informatievoorziening, het
                        serviceniveau, de bereikbaarheid, wachttijden, privacybescherming,
                        (klachten-) procedures, evenals het signaleren van ontwikkelingen,</al><al>klanttevredenheidsonderzoeken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al><vet>Samenstelling</vet></al><al>In dit artikel is geregeld dat de cliëntenadviesraad door cliënten wordt
                        gevormd. Als ervaringsdeskundigen kan van de cliënten veel informatie
                        verwacht worden over de gevolgen van beleid en over de wijze van uitvoering.
                        Indien er vanuit de cliënten onvoldoende respons komt om zitting te nemen in
                        de adviesraad, zullen belangenorganisaties die met dit terrein bekend zijn,
                        worden benaderd.</al><al>De leden worden door het college benoemd voor een bepaalde periode welke
                        gelijk loopt met de zittingsperiode van de gemeenteraad. De zittingsperiode
                        kan verlengd worden met eenzelfde (raads)periode.</al><al>Als belangenorganisaties (gaan) deelnemen, hebben zij het recht om het
                        namens hen benoemde lid/leden tussentijds gemotiveerd te vervangen.</al><al>In dit artikel is ook opgenomen welke (gemeentelijke) functies niet
                        verenigbaar zijn met het lidmaatschap van de cliëntenadviesraad. Wij
                        verstaan daar ook onder leden van adviescommissies die namens een in</al><al>de raad vertegenwoordigde politieke partij daarin zitting hebben.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Er is een beperkt aantal redenen om het lidmaatschap te beëindigen. Dat
                        gebeurt automatisch als de zittingsduur is afgelopen (a), als de persoon
                        door een verhuizing geen inwoner meer is van de gemeente (b), als iemand
                        daar zelf om vraagt (c) en door overlijden (d)</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>In de Algemene wet bestuursrecht (artikel 2:2 Awb) is bepaald dat een
                        bestuursorgaan iemand kan weigeren als vertegenwoordiger als er tegen die
                        persoon ernstige bezwaren bestaan. Op analoge wijze is de bepaling in de
                        verordening opgenomen. Omdat het gaat om een zeer bijzondere situatie wordt
                        geen definitie gegeven van die omstandigheden, juist omdat er vanuit gegaan
                        wordt dat een dergelijke omstandigheid zich alleen bij zeer hoge
                        uitzondering zal voordoen. Deze bepaling is louter in de verordening
                        opgenomen voor het geval een dergelijke, hopelijk zeer uitzonderlijke,
                        situatie zich voordoet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al><vet>Werkwijze</vet></al><al>In dit artikel is geregeld dat het college de cliëntenadviesraad om advies
                        vraagt op het gebied van beleid en uitvoering. In dat geval is het
                        uitbrengen van het advies aan een termijn gebonden, daar dit advies
                        toegevoegd dient te worden aan de stukken ten behoeve van de Gemeenteraad.
                        In dit kader dient gedacht te worden aan een termijn van vier weken, behalve
                        in uitzonderlijke gevallen waarvoor meer tijd noodzakelijk is, zoals
                        klanttevredenheidsonderzoeken. De cliëntenadviesraad stelt het college
                        schriftelijk op de hoogte van haar advies. Een advies van de
                        cliëntenadviesraad is niet bindend. Indien het college afwijkt van het
                        advies wordt dit door hen schriftelijk gemotiveerd.</al><al>Daarnaast is in het eerste lid ook opgenomen dat de cliëntenadviesraad
                        ongevraagd adviezen kan geven, signalen kan afgeven of verbetervoorstellen
                        kan doen (initiatiefrecht).</al><al>Het college vindt de inbreng van cliënten belangrijk teneinde inzicht in het
                        functioneren van de eigen organisatie te verkrijgen en de dienstverlening
                        waar nodig te verbeteren. In de dialoog tussen de wethouder,
                        afdelingsmanager en de voorzitter van de cliëntenadviesraad zal aldus een
                        duidelijke meerwaarde voor de kwaliteit van de dienstverlening door de
                        afdeling Werk, Inkomen en Zorg ontstaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet>Faciliteiten</vet></al><al>Het college draagt er zorg voor dat de leden van de cliëntenadviesraad
                        scholing kunnen ontvangen teneinde hun taken te kunnen uitvoeren. Deze
                        scholing kan omvatten: de hoofdlijnen van en relevante ontwikkelingen op het
                        gebied van de WWB, de WIJ dan wel sociale zekerheid, trainingen op het
                        terrein van vergadertechniek en voorzitterschap.</al><al>Het college zorgt ook voor vergaderaccommodatie en daarbij behorende
                        aanvullende voorzieningen. Het college draagt er zorg voor dat de
                        cliëntenadviesraad, in de vorm van een ambtelijke ondersteuning,</al><al>adequaat wordt ondersteund.</al><al>Omdat burgers die vertegenwoordigd zijn in gemeentelijke adviesraden
                        daarvoor vacatiegelden (presentiegelden) ontvangen, ligt het in de rede om
                        leden van de cliëntenadviesraad eveneens een persoonlijke onkostenvergoeding
                        te verstrekken. Om te voorkomen dat deze persoonlijke onkostenvergoeding in
                        mindering gebracht wordt op de uitkering, wordt het bedrag als een
                        onkostenvergoeding vrijwilligerswerk aangemerkt (artikel 31 tweede lid sub k
                        WWB). Het bedrag is afgestemd op de fiscale forfaitaire
                        vrijwilligersregeling zoals die op grond van de Coördinatiewet sociale
                        verzekeringen geldt voor de werknemersverzekering en deze vergoeding wordt
                        ook door de belastingdienst buiten beschouwing gelaten. Dit betekent wel dat
                        zowel binnen een maand als binnen een kalenderjaar rekening gehouden moet
                        worden met het maximaal aantal bijeenkomsten van de cliëntenadviesraad en
                        het maximale bedrag van de vrijwilligersvergoeding (zowel per maand als op
                        jaarbasis in verband met verrekening met uitkering of bijtelling
                        belastingdienst) dat verstrekt kan worden.</al><al>De persoonlijke onkostenvergoeding is in ieder geval bestemd voor de
                        uitgaven die gemoeid zijn voor de vervoerskosten tussen woonhuis en de
                        plaats waar de vergadering van de adviesraad wordt gehouden, evenals
                        gesprekskosten telefoon.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al><vet>Bevoegdheid college</vet></al><al>In gevallen waarin niet is voorzien dan wel voor een juiste uitvoering van
                        de verordening kan het college, in goed overleg met de cliëntenadviesraad,
                        beslissen nadere regels vast te stellen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>