<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR87370_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant 29-6-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8 WWB</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-07-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>‘RE-INTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND’</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad der gemeente Delft;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders,</al><al>gelet op artikel 6, 7, 8 en 10 lid 2 van de Wet werk en bijstand, artikel
                        34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 34, 35 en 36 van de Wet
                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeids-ongeschikte gewezen
                        zelfstandigen, de Invoeringswet Wet werk en bijstand en artikel 1 van het
                        Besluit van 10 oktober 2003 houdende vaststelling van het tijdstip van
                        inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand en van de Invoeringswet Werk en
                        bijstand,</al><al>voorts gelet op Verordening (EG) nr. 2204/2002 van de Europese Commissie van
                        12 december 2002 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het
                        EG -Verdrag op werkgelegenheidssteun, Pb. 202, nr. L 337,</al><al>B e s l u i t:</al><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>uitkeringsgerechtigde: Persoon, jonger dan 65 jaar, die algemene
                                    bijstand ontvangt in de zin van artikel 5 sub b van de wet,
                                    uitkering ontvangt ingevolge de Wet Inkomensvoorziening oudere
                                    en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of
                                    de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeids-ongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);</al></li><li nr="c."><al>niet-uitkeringsgerechtigde: Persoon, jonger dan 65 jaar, die als
                                    werkloze werkzoekende staat geregistreerd bij het CWI en die
                                    geen aanspraak op een uitkering heeft ingevolge de wetten en
                                    regelingen als genoemd in artikel 6 sub a van de wet;</al></li></lijst><al>Met een niet-uitkeringsgerechtigde wordt gelijkgesteld de persoon die
                            arbeid verricht waarmee volledig in de kosten van het bestaan kan worden
                            voorzien, doch waarvoor een vorm van subsidie aan de werkgever wordt
                            verleend. Van toepassing is artikel 10, lid 2 van de wet; </al><lijst><li nr="d."><al>Anw -er: Persoon met een uitkering volgens de Algemene
                                    nabestaanden wet en ingeschreven als werkzoekende bij het
                                    CWI;</al></li><li nr="e."><al>het college: Het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Delft;</al></li><li nr="f."><al>de raad: De gemeenteraad van de gemeente Delft;</al></li><li nr="g."><al>Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeids-
                                    ongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="h."><al>Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeids-ongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="i."><al>belanghebbende: Persoon die overeenkomstig artikel 10 van de wet
                                    aanspraak kan maken op een voorziening, met inbegrip van de
                                    instelling of onderneming waaraan een werkgelegenheidsubsidie
                                    wordt toegekend;</al></li><li nr="j."><al>voorziening: Specifiek re-integratiemiddel gericht op
                                    arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 7, lid 1 sub a. van
                                    de wet;</al></li><li nr="k."><al>premie: De premie, als bedoeld in artikel 31 lid 1, sub j van de
                                    wet, die kan worden toegekend in het kader van een voorziening
                                    gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="l."><al>dienstbetrekking: Een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel
                                    7:610 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een aanstelling als
                                    ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de
                                    Ambtenarenwet, uitge-zonderd arbeidsovereenkomsten waarvan de
                                    bedongen arbeid wordt gesubsidieerd op grond van de wet en
                                    arbeids-overeenkomsten ingevolge de Wet sociale
                                    werkvoorziening;</al></li><li nr="m."><al>sociale activering: Het verrichten van onbeloonde
                                    maatschappelijke zinvolle activiteiten gericht op
                                    arbeidsinschakeling of, als arbeids-inschakeling nog niet
                                    mogelijk is, op zelfstandige maatschappe-lijke
                                    participatie;</al></li><li nr="o."><al>CWI: Centrum voor Werk en Inkomen.</al></li><li nr="p."><al>algemeen geaccepteerde Arbeid die maatschappelijk aanvaardbaar
                                    wordt geacht.</al></li></lijst><al> arbeid:</al><al>q.voorliggende voorziening: Elke voorziening buiten deze verordening
                            waarop de belang-hebbende aanspraak kan maken dan wel een beroep kan
                            doen ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke
                            uitgaven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beleid en financiën.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht aan het college.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt aan uitkeringsgerechtigden,
                                niet-uitkeringsgerechtigden, Anw-ers alsmede werknemers met
                                gesubsidieerde arbeid, voorzieningen gericht op het vinden van
                                algemeen geaccepteerde arbeid of, als dat doel niet of nog niet
                                bereikbaar is, sociale activering. Artikel 40, eerste lid van de wet
                                is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het aanbieden van voorzieningen maakt het college een afweging,
                                waarbij beoordeeld wordt of de voorziening, gelet op de
                                mogelijkheden en capaciteiten van de belang-hebbende, het meest
                                doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij het bepalen van het aanbod van voorzieningen
                                prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en
                                met maatschappelijke en economische ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uitvoering van dit artikel vindt plaats binnen de daarvoor door de
                                gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanspraak.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde, de Anw-er en de niet-uitkeringsgerechtigde
                                hebben van rechtswege aanspraak op ondersteuning bij
                                arbeidsinschakeling en op een voorziening, indien de inzet daarvan
                                door het college noodzakelijk wordt geacht. Het college bepaalt
                                welke voorziening of combinatie van voorzieningen wordt
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanspraak op voorzieningen is beperkt tot personen die woonplaats
                                hebben in de gemeente Delft. Indien na aanvang van een voorziening
                                de woonplaats van een rechthebbende wijzigt, is het college bevoegd
                                te bepalen of de voorziening desondanks kan worden voortgezet. Van
                                toepassing is artikel 40, lid 1. van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er bestaat geen aanspraak op ondersteuning of een voorziening indien
                                sprake is van een voorliggende voorziening, welke naar het oordeel
                                van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie van
                                de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan één of meerdere subsidie- of budgetplafonds
                                vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het
                                college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een
                                weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verplichtingen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde is vanaf de dag van de melding bij het CWI
                                verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>naar vermogen te trachten algemeen geaccepteerde arbeid te
                                        verkrijgen die leidt tot uitkeringsonafhankelijkheid;</al></li><li nr="b."><al>ervoor te zorgen dat hij/zij geregistreerd is en blijft als
                                        werkzoekende bij het CWI;</al></li><li nr="c."><al>algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden;</al></li><li nr="d."><al>na te laten hetgeen inschakeling in de arbeid
                                        belemmert;</al></li><li nr="e."><al>mee te werken aan een onderzoek naar de geschiktheid voor
                                        scholing of opleiding en aan scholing of een opleiding die
                                        het college noodzakelijk acht;</al></li><li nr="f."><al>een trajectplan, opgesteld door een van gemeentewege
                                        aangewezen re-integratiebedrijf, tijdig te
                                        ondertekenen;</al></li><li nr="g."><al>beschikbaar te zijn voor door het college aangeboden
                                        voorzieningen, mee te werken aan het verkrijgen van die
                                        voorzieningen, daarvan gebruik te maken en gehoor geven aan
                                        een oproep van de gemeente / re-integratiebedrijf om daartoe
                                        op een aangegeven tijd en plaats te verschijnen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De niet-uitkeringsgerechtigde en de Anw-er zijn vanaf de dag van de
                                melding bij het CWI verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>naar vermogen te trachten algemeen geaccepteerde arbeid te
                                        verkrijgen;</al></li><li nr="b."><al>ervoor te zorgen dat hij/zij geregistreerd is en blijft als
                                        werkzoekende bij het CWI;</al></li><li nr="c."><al>algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden;</al></li><li nr="d."><al>na te laten hetgeen inschakeling in de arbeid
                                        belemmert;</al></li><li nr="e."><al>mee te werken aan een onderzoek naar de geschiktheid voor
                                        scholing of opleiding en aan scholing of een opleiding die
                                        het college noodzakelijk acht;</al></li><li nr="f."><al>een trajectplan, opgesteld door een van gemeentewege
                                        aangewezen re-integratiebedrijf, tijdig te
                                        ondertekenen;</al></li><li nr="g."><al>beschikbaar te zijn voor door het college aangeboden
                                        voorzieningen, mee te werken aan het verkrijgen van die
                                        voorzieningen, daarvan gebruik te maken en gehoor geven aan
                                        een oproep van de gemeente / re-integratiebedrijf om daartoe
                                        op een aangegeven tijd en plaats te verschijnen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de
                                verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur
                                Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de
                                verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening,
                                niet voldoet aan het gestelde in het eerste en derde lid, verlaagt
                                het college de uitkering conform hetgeen hierover is bepaald in de
                                Maatregelenverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die
                                gebruikmaakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in
                                het tweede lid en derde lid, kan het college de kosten van de
                                voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk
                                terugvorderen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het eerste,
                                tweede en vijfde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eigen bijdrage.</titel></kop><al>Het college kan bepalen dat de niet-uitkeringsgerechtigde of de Anw-er,
                            aan wie een voorziening wordt aangeboden, een eigen bijdrage is
                            verschuldigd. De wijze waarop, de gevallen waarin en de voorwaarden
                            waaronder een zodanige bijdrage wordt opgelegd, worden door het college
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beleidsplan.</titel></kop><al>Periodiek, maar tenminste één keer per vier jaar, wordt door het college
                            een plan aan de raad ter vaststelling aangeboden, waarin in ieder geval
                            de aard, de omvang en het financiële kader van de aan te bieden
                            voorzieningen aan de orde komt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beleidsverslag.</titel></kop><al>Periodiek, maar tenminste één keer per vier jaar, wordt door het college
                            een verslag ter vaststelling aan de raad aangeboden, waarin wordt
                            gerapporteerd over de wijze waarop en de mate waarin het plan, als
                            bedoeld in het vorige artikel, ten uitvoer is gebracht. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorzieningen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het beleidsplan als bedoeld in artikel 6 wordt vastgelegd welke
                                voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de
                                voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze
                                verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening wordt alleen ingezet als zonder die voorziening het
                                vinden van algemeen geaccepteerde arbeid naar het oordeel van het
                                college niet mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor die
                                voorziening die beschikbaar, adequaat en toereikend is voor het doel
                                dat met het traject beoogd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting
                                als bedoeld in artikel 4 van deze verordening dan wel in artikel 9
                                van de wet, Ioaw of Ioaz niet nakomt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de persoon die deelneemt aan de voorziening niet meer behoort
                                tot de doelgroep van de wet, Ioaw of Ioaz;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt en
                                hierdoor uitkerings-onafhankelijk wordt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
                                bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Gesubsidieerde arbeid.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien arbeidsinschakeling in een reguliere werkkring naar het
                                oordeel van het college nog niet mogelijk is, kan het college ten
                                behoeve van de uitkeringsgerechtigde, de Anw-er en de
                                niet-uitkeringsgerechtigde een arbeids-overeenkomst tussen de
                                belang-hebbende en een werkgever subsidiëren, al dan niet in
                                aansluiting op één of meer andere voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt regels met betrekking tot de hoogte van de
                                subsidie, zoals bedoeld in het eerste lid, de voorwaarden waaronder
                                deze subsidie wordt toegekend en de voorwaarden die aan het
                                ontvangen van deze subsidie worden verbonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien arbeidsinschakeling in een reguliere werkkring naar het
                                oordeel van het college nog niet mogelijk is, kan het college aan
                                een uitkeringsgerechtigde, de Anw-er en de
                                niet-uitkeringsgerechtigde een dienstverband aanbieden, gericht op
                                arbeidsinschakeling;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid, zoals bedoeld in
                                het derde lid, gedetacheerd bij een onderneming. De detachering
                                wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder
                                de detachering, zoals bedoeld in het vierde lid, wordt
                                toegekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Werken met behoud van uitkering.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde toestaan met behoud
                                van uitkering gedurende ten hoogste 24 uur per week activiteiten te
                                verrichten bij een werkgever. Deze activiteiten dienen gericht te
                                zijn op arbeidsinschakeling, zo mogelijk bij de werkgever die de
                                werkplek aanbiedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt regels met betrekking tot de voorwaarden die aan
                                het werken met behoud van uitkering zijn verbonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De loonkostensubsidie.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                persoon bedoeld in artikel 1 sub b, c en d van deze verordening een
                                arbeidsovereenkomst sluiten gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt regels ten aanzien van de duur van de subsidie, de
                                hoogte en de verplichtingen die aan de subsidie worden
                                verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Premies.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen bedoeld in artikel 1 sub b, c en d van
                                deze verordening een premie toekennen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt regels ten aanzien van de hoogte en de
                                verplichtingen die aan de premie worden verbonden. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13. Persoonsgebonden re-integratiebudget.</label></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Het college kan aan personen bedoeld in
                                            artikel 1 sub
                                            </onderstreept><onderstreept>b</onderstreept><onderstreept>,
                                            c en d van deze verordening, een subsidie verstrekken in
                                            de vorm van een op arbeidsinschakeling gericht
                                            persoonsgebonden
                                            </onderstreept><onderstreept>re-integratiebudget</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept></al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Het college stelt regels met betrekking tot de
                                            uitvoering van dit artikel.</onderstreept></al><al/></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4. Slotbepalingen.</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 15. Bevoegdheid college.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                                    het College.</al></li><li nr="2."><al>Het College kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                    bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot
                                    onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16. Overgangsrecht.</label></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening gelden de
                            dienstbetrekkingen bedoeld in artikel 4 van de Wet Inschakeling
                            Werkzoekenden en arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 5, eerste
                            lid van die wet en de dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 6 van
                            het Besluit Instroom en Doorstroombanen als voorzieningen in artikel 7,
                            lid 1 sub a van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17. Inwerkingtreding.</label></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2008 en heeft
                            onmiddellijke werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18. Citeertitel.</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: de Re-integratieverordening
                            Wet werk en bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19. Intrekking bestaande verordeningen.</label></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                            “Re-integratieverordening Wet werk en bijstand met reg.nr. 417554”
                            ingetrokken.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 juni 2008.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>R.H. van Luyk ,griffier.</ondertekening><ondertekening>Bekendgemaakt 29 juni 2008</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Artikelgewijze toelichting.</label></kop><divisie><kop><label>Aanhef en Artikel 1. Begripsomschrijvingen.</label></kop><al>In de aanhef is expliciet gewezen op de EU-verordening betreffende
                            staatssteun, die voorschrijft dat wanneer sprake is in een gemeentelijke
                            regeling van werkgelegenheidssteun aan bedrijven, een verwijzing naar
                            deze verordening noodzakelijk is, inclusief de vindplaats in het
                            Publicatieblad. Aan deze verplichting is hiermee voldaan.</al><al>Met het in de begripsbepalingen aangehaalde begrip ‘algemeen
                            geaccepteerde arbeid’ wordt bedoeld arbeid die algemeen maatschappelijk
                            aanvaard is. Werkzaamheden die niet algemeen geaccepteerd zijn, zoals
                            prostitutie, worden hiermee uitgesloten. Ook werkzaamheden die ingaan
                            tegen de integriteit van de persoon, zoals werkzaamheden die
                            gewetensbezwaren oproepen, worden uitge-sloten.</al><al>De overige begripsbepalingen van artikel 1. spreken verder voor
                            zich.</al><al>verder voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht aan het college.</titel></kop><al>De WWB geeft aan het college de verant-woordelijkheid voor het bieden
                            van ondersteuning. Hoewel belanghebbenden aanspraak kunnen maken op
                            ondersteuning, is er geen afdwingbaar recht op ondersteuning op de
                            manier zoals de belanghebbende dat het liefst zou zien. Het is aan het
                            college om te zorgen voor een voldoende aanbod van
                            re-integratie-instrumenten, maar het college heeft daarbij te maken met
                            beperkte middelen, terwijl de vraag naar ondersteuning afhankelijk is
                            van een veelheid aan sociaal-economische factoren.</al><al>Re-integratieinstrumenten worden alleen ingezet als zonder die inzet het
                            vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is. Bovendien
                            worden de instrumenten alleen ingezet als aan de hand van onderzoek is
                            gebleken dat door de inzet van die instrumenten het vinden van algemeen
                            geaccepteerde arbeid binnen afzienbare tijd mogelijk wordt.
                            Re-integratie moet bovendien de kortste weg naar arbeid zijn. Daarmee
                            wordt niet alleen de tijd tussen de inzet van het instrument en de
                            werkaanvaarding bedoeld, maar ook de inspanningen die het kost om dat
                            doel te bereiken. Alleen als arbeidsinschakeling binnen afzienbare tijd
                            termijn niet tot de mogelijkheden behoort, kan zelfstandige
                            maatschappelijke participatie een doel van de inzet van
                            re-integratie-instrumenten zijn. Ook in dat geval geldt dat het
                            instrumentbeschikbaar moet zijn en dat het adequaat en toereikend moet
                            zijn voor het beoogde doel.</al><al>De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de inhoud van het traject
                            ligt bij het college, dat immers ook verantwoordelijk is voor de
                            effectieve en doel-gerichte inzet van schaarse middelen.</al><al>In de WWB is in artikel 10, derde lid aangegeven dat de aanspraak op
                            voorzieningen alleen geldt voor die personen die ook daadwerkelijk
                            inwoners van de gemeente zijn, door middel van een verwijzing naar
                            artikel 40, eerste lid van de wet. Door deze verwijzing geeft de
                            gemeente nog eens expliciet aan voorzieningen alleen voor de eigen
                            doelgroep in te zetten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanspraak.</titel></kop><al>Naast de verantwoordelijkheid van gemeenten om voorzieningen gericht op
                            arbeidsinschakeling aan te bieden, is in de wet een aanspraak van de
                            betrokkene opgenomen op ondersteuning door de gemeente bij
                            re-integratie. Het gaat daarbij niet om een recht op een specifieke
                            voorziening, maar om het recht om door de gemeente geholpen te worden
                            bij re-integratie. Een dergelijke aanspraak stimuleert de eigen </al><al>verantwoordelijkheid van de betrokkene voor zijn re-integratie en kan
                            ertoe bijdragen dat gemeenten niet ten onrechte personen negeren of over
                            het hoofd zien bij het aanbieden van voorzieningen. Het is aan de
                            gemeente om te beoordelen op welke wijze het verzoek van de betrokkene
                            wordt gehonoreerd. De gemeente bepaalt allereerst, mede op basis van het
                            re-inte-gratieadvies van het CWI, of een ondersteuning richting
                            arbeidsinschakeling noodzakelijk is.</al><al>Vervolgens moet de gemeente bepalen uit welke elementen deze
                            ondersteuning bestaat. </al><al>Het uiteindelijke aanbod moet passen binnen wat de gemeente, mede gelet
                            op de beschikbare financiële kaders, in de re-integratieverordening
                            heeft opge-nomen. </al><al>De gemeente kan middels het beleidsplan of in de begroting een verdeling
                            maken van de middelen over de verschillende voorzieningen. Het ontbreken
                            van financiële middelen alleen kan geen reden zijn voor afwijzing van
                            een aanvraag, echter wel voor een specifieke voorziening. De gemeente
                            dient dan na te gaan welke andere of goedkopere alternatieven er
                            beschikbaar zijn waar naartoe kan worden uitgeweken. </al><al>Artikel 40 van de wet bepaalt dat recht op bijstand bestaat jegens het
                            college van de gemeente waar men woonplaats heeft. Deze bepaling is van
                            overeenkomstige toepassing verklaard op de aanspraak op ondersteuning en
                            voorzieningen in het kader van re-integratie. Omdat bij verhuizing naar
                            een (rand)gemeente het niet altijd logisch is iemand het recht op
                            voltooiing van een voorziening te ontzeggen, uitsluitend op grond van
                            die verhuizing, maakt deze bepaling het college bevoegd om van de
                            algemene regel af te wijken en de voorziening voort te zetten totdat
                            deze is afgerond. Het is aan het college te bepalen hiervoor te zijner
                            tijd hiervoor regels op te stellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verplichtingen.</titel></kop><al>Deelname aan re-integratie is niet vrijblijvend. Bijstandsgerechtigden
                            zijn reeds door het ontvangen van een uitkering aan bepaalde
                            verplichtingen gehouden. Hiervoor wordt verwezen naar de
                            Maatregelenverordening. De Maatregelen-verordening regelt het opleggen
                            van een maatregel indien de uitkeringsgerechtigde niet aan zijn
                            verplichtingen voldoet. Deze maatregel bestaat uit het verlagen van de
                            uitkering met een bepaald percentage en voor een bepaalde duur. </al><al>Voor diegenen zonder uitkering moeten voor-waarden aan het
                            re-integratietraject gekoppeld worden. Deze gelden vanzelfsprekend ook
                            voor de bijstandsgerechtigden. Het niet nakomen van deze verplichtingen
                            geeft de mogelijkheid om een traject af te breken of de gevraagde
                            ondersteuning te weigeren. Ook is denkbaar dat gemaakte kosten op de
                            belanghebbende worden verhaald, als door verwijtbaar handelen een
                            traject niet tot het gewenste resultaat leidt. Om die mogelijkheid open
                            te houden, is het wenselijk dat de belangrijkste voorwaarden voor het
                            behalen van succes als verplichting zijn opgenomen. </al><al>Het is mogelijk dat verplichtingen met de komst van nieuwe wetgeving
                            (bijv de inschrijfplicht CWI voor nuggers) veranderen.</al><al>Natuurlijk heeft de belanghebbende ook rechten. Deze rechten zijn
                            meestal elders in wet- of regelgeving ondergebracht. Tegen beslissingen
                            op grond van deze verordening bestaat bezwaar en beroep open op grond
                            van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eigen bijdrage.</titel></kop><al>Het opleggen van een eigen bijdrage voor een voorziening kan in de rede
                            liggen indien sprake is van een niet-uitkeringsgerechtigde met een
                            partner met een inkomen. Er kunnen zich situaties voor-doen waarin het
                            onredelijk wordt geacht, gezien de hoogte van het </al><al>inkomen, om een voorziening geheel gratis te verstrekken. Tevens kan van
                            een eigen bijdrage een stimulerende werking uitgaan in het vervolbrengen
                            van een traject. Daarom is het college bevoegd verklaard om een
                            eigen-bijdrage-systematiek te ontwerpen, indien daaraan behoefte blijkt
                            te bestaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beleidsplan.</titel></kop><al>Voor de methodiek van een periodiek door de raad vast te stellen
                            beleidsplan met betrekking tot re-integratie van werkzoekenden is
                            gekozen, omdat daarmee wordt bereikt dat concreet en gedetailleerd kan
                            worden beschreven welke doelen worden nagestreefd, welke voorzieningen
                            worden ingezet voor welke groepen, wat het financiële belang is, alsmede
                            de kwantificering van de diverse instrumenten.</al><al>Op deze wijze kan de raad de ontwikkelingen rond de re-integratie op de
                            voet volgen en controleren of met het door het college vastgestelde
                            beleid sprake is van een evenwichtige verdeling van aandacht,
                            voorzieningen en financiën over de verschillende doelgroepen en
                            subdoelgroepen en of verant-woorde keuzes worden gemaakt bij het
                            toeleiden naar werk van belanghebbenden die werk en zorg moeten
                            combineren.</al><al>Er wordt genoemd welke onderwerpen in principe in het beleidsplan verder
                            uitgewerkt worden. Het betreft hier geen limitatieve opsomming.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beleidsverslag.</titel></kop><al>Door periodiek verantwoording af te leggen over de resultaten van eerder
                            voorgenomen beleid ontstaat een voortdurend toetsingskader van de
                            effecten van beleid en kan waar nodig tijdig worden bijgesteld, verruimd
                            of juist beperkt, al naar gelang de uitkomsten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Algemene bepalingen over voor-zieningen.</titel></kop><al>Dit artikel strekt ertoe enkele zaken te regelen die te maken hebben met
                            alle voorzieningen, ook die voorzieningen die niet met name in de
                            verordening zijn opgenomen. Het eerste lid geeft daarom aan dat de
                            verordening geen uitputtende opsomming van voorzieningen bevat.</al><al>Re-integratie-instrumenten worden alleen ingezet als zonder die inzet
                            het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.
                            Instrumenten als schuldhulpverlening, sociaal medische advise-ring,
                            kinderopvang, individuele begeleiding van gemeentelijke consulenten en
                            verzuimaanpak behoren nadrukkelijk tot deze aanpak.</al><al>Bovendien worden de instrumenten alleen ingezet als aan de hand van
                            onderzoek is gebleken dat door de inzet van die instrumenten het vinden
                            van algemeen geaccepteerde arbeid binnen afzienbare tijd mogelijk
                            wordt.</al><al>Het vierde lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen
                            en in welke gevallen zij dat kan doen. Onder beëindigen wordt hierbij
                            ook verstaan het stopzetten van de subsidie aan een werkgever of het
                            opzeggen van de arbeids-overeenkomst bij een detacheringsbaan. Bij deze
                            laatste wijze van beëindigen dienen vanzelf-sprekend de toepasselijke
                            bepalingen uit het arbeidsrecht en de eventueel aanwezige
                            rechts-positieregeling in acht te worden genomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Gesubsidieerde arbeid.</titel></kop><al>De gemeente heeft de mogelijkheid om een arbeids-overeenkomst tussen een
                            werkgever en een belanghebbende te subsidiëren. Met deze banen is de
                            werknemer rechtstreeks in dienst van de werkplekverschaffende werkgever. </al><al>Het derde lid biedt de mogelijkheid tot het aangaan van een
                            dienstverband en in het vierde lid wordt bepaald dat het gaat om
                            detachering. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Werken met behoud van uitkering.</titel></kop><al>Dit artikel geeft de mogelijkheid tot het inzetten van werkgerichte
                            activiteiten met behoud van uitkering, om deelnemers zoveel mogelijk in
                            het werktempo te houden of te brengen en een snelle terugkeer op de
                            arbeidsmarkt en uitstroom uit de uitkering mogelijk te maken. Deelnemers
                            blijven verplicht te sollici-teren en worden ondersteund met enige vorm
                            van begeleiding en scholing. </al><al>Werken met behoud van uitkering vindt plaats op basis van een
                            overeenkomst, waarin het doel van de activiteiten, de wijze van
                            begeleiding en de aansprakelijkheid vastgelegd zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De loonkostensubsidie.</titel></kop><al>Met het verstrekken van subsidie aan een werkgever bij het aangaan van
                            een arbeids-overeenkomst met een werkzoekende kan de gemeente
                            ondersteuning bieden bij het regulier in dienst nemen van personen die
                            tijdelijk extra ondersteuning nodig hebben.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Premies.</titel></kop><al>In de WWB is geregeld in artikel 31 lid 2 sub j dat jaarlijks een
                            activeringspremie kan worden verstrekt. Dit artikel geeft het college de
                            mogelijk-heid een dergelijke premie aan een persoon toe te kennen,
                            waarbij de inzet met name gericht zal zijn op een stimulans tot het
                            volgen van activiteiten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Persoonsgebonden re-integratie-budget.</titel></kop><al>Met dit artikel wordt het college de mogelijkheid geboden om een
                            persoonsgebonden budget (PRB) aan een deelnemer te verstrekken. Met de
                            inzet van een PRB kan een klant zelf zijn/haar traject naar werk
                            inkleuren. Hiermee wordt een grote mate van verantwoordelijkheid bij de
                            klant zelf gelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Bevoegdheid college.</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overgangsrecht.</titel></kop><al>Met het wegvallen van de Wiw en I/D regelgeving is ook de basis
                            verdwenen waarop werkgevers subsidie in dit kader kregen dan wel
                            werknemers die werkzaam waren in de Wiw gesubsidieerd konden worden. </al><al>Door middel van het aanwijzen van dit soort dienstbetrekkingen als
                            zijnde voorzieningen in het kader van de WWB blijft het mogelijk
                            subsidies te verstrekken ten behoeve van deze werknemers.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><al>Deze verordening heeft onmiddellijke werking. Dit betekent o.a. dat op
                            bezwaarschriften ingediend tegen besluiten genomen onder de thans in te
                            trekken verordening wordt beslist met toepassing van de nieuwe
                            verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Intrekking bestaande verordeningen.</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>