<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR87296_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">WeesperNieuws, 09-02-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet veiligheidsregio's, art. 9</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-08-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.11243/D.9594</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>terugwerkende kracht</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek
                        2011</vet></al><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Blaricum,
                        Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren;</al><al>Gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Gemeentewet en de Wet
                        gemeenschappelijke regelingen;</al><al/><al><vet>Overwegende,</vet>dat de raden, de colleges van
                        burgemeester en wethouders en de burgemeesters in 2006 besloten hebben om
                        vooruitlopend op de komst van de Wet veiligheidsregio’s per 1 januari 2007
                        een Veiligheidsregio te vormen en hiertoe per die datum een
                        gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek zijn
                        aangegaan;dat de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het
                        algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben
                        om per 1 januari 2009 de gemeentelijke brandweer over te dragen aan de
                        Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en dat om die reden de
                        gemeenschappelijke regeling per die datum gewijzigd werd;dat de
                        inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s per 1 oktober 2010 leidt tot
                        de noodzaak om de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en
                        Vechtstreek uiterlijk binnen drie maanden na deze datum aan deze wet aan te
                        passen;dat daarnaast de toegenomen samenwerking van de deelnemende gemeenten
                        bij de gemeentelijke bevolkingszorg vraagt om borging van deze samenwerking
                        in de gemeenschappelijke regeling;dat het, nu de Wet veiligheidsregio’s de
                        colleges van burgemeester en wethouders opdraagt om op basis van die wet een
                        gemeenschappelijke regeling te treffen, om redenen van duidelijkheid en
                        bestuurlijke transparantie aanbeveling verdient de Gemeenschappelijke
                        Regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2009 in zijn geheel te
                        herzien;</al><al><vet>Besluiten:</vet>de volgende gemeenschappelijke regeling te
                        treffen:</al><al><vet>Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek
                        </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze regeling wordt verstaan onder:a. de Veiligheidsregio: het
                                openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;b. ramp:
                                een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de
                                gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen
                                in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een
                                gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende
                                disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke
                                gevolgen te beperken;c. rampenbestrijding: het geheel van
                                maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding
                                daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een
                                veiligheidsregio treft met het oog op een ramp, het voorkomen van
                                een ramp en het beperken van de gevolgen van een ramp;d. crisis: een
                                situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of
                                dreigt te worden aangetast;e. crisisbeheersing: het geheel van
                                maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding
                                daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een
                                veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare
                                orde, indien van toepassing in samenhang met de maatregelen en
                                voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet
                                toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen;f.
                                de minister: de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties;g. regeling: de gemeenschappelijke regeling
                                Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige
                                andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing
                                worden verklaard, moeten in die artikelen in de plaats van de
                                gemeente, de raad, het college en de burgemeester respectievelijk
                                gelezen worden de Veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het
                                dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Openbaar lichaam</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd: ‘Veiligheidsregio Gooi en
                                Vechtstreek’.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te
                                Hilversum.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het gebied waarvoor deze regeling geldt betreft de regio Gooi en
                                Vechtstreek zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet
                                veiligheidsregio’s. De regio omvat de gemeenten Blaricum, Bussum,
                                Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><al>De Veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen:a. het algemeen
                            bestuur;b. het dagelijks bestuur;c. de voorzitter.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belangen</titel></kop><al>De Veiligheidsregio behartigt de gemeenschappelijke belangen van de aan
                            deze regeling deelnemende gemeenten op de volgende terreinen:a. de
                            brandweerzorg;b. de rampenbestrijding en de crisisbeheersing en de
                            daaraan verbonden bevolkingszorg;c. de geneeskundige hulpverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>Aan de Veiligheidsregio worden de volgende taken en bevoegdheden
                            overgedragen.
                        </al><lijst><li nr="1."><al>Algemeena. het inventariseren van risico’s van branden,
                            rampen en crises;b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s
                            van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen
                            gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan als bedoeld in
                            artikel 7 zijn bepaald;c. het adviseren van het college van burgemeester
                            en wethouders van de aan deze regeling deelnemende gemeenten over de
                            brandweerzorg, waartoe behoort: het voorkomen, beperken en bestrijden
                            van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van
                            ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; alsmede het
                            beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen
                            anders dan bij brand.d. het voorbereiden op de bestrijding van branden
                            en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;e.
                            het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;f. het
                            inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de
                            diensten van de Veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere
                            diensten en organisaties die betrokken zijn bij de in dit artikel onder
                            1d, 2, 3, 4 en 5 genoemde taken. </al></li><li nr="2."><al>BrandweerHet instellen en in stand houden van de Brandweer Gooi en
                            Vechtstreek die in ieder geval de volgende taken uitvoert;1. het
                            voorkomen, beperken en bestrijden van brand;2. het beperken en
                            bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan
                            bij brand;3. het waarschuwen van de bevolking;4. het verkennen van
                            gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting;5. het adviseren
                            van andere overheden en organisaties op het gebied van de
                            brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en
                            bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen;6. taken in het kader
                            van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing. </al></li><li nr="3."><al>Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR)a. het
                            instellen en in stand houden van de GHOR Gooi en Vechtstreek die in
                            ieder geval de volgende taken uitvoert;1. de coördinatie, aansturing en
                            regie van de geneeskundige hulpverlening in het kader van de
                            rampenbestrijding en de crisisbeheersing door daartoe aangesteld
                            personeel, als onderdeel van een gecoördineerde inzet van diensten en
                            organisaties van verschillende disciplines, door tussenkomst van een
                            meldkamer;2. de advisering van andere overheden en organisaties op dat
                            gebied;b. de dienstverleningstaak van de GHOR is structureel
                            ondergebracht bij de Gewestelijke Gezondheids Dienst en als zodanig
                            opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Gewest Gooi en Vechtstreek. </al></li><li nr="4."><al>Meldkamera. het al dan niet gezamenlijk met het algemeen bestuur van
                            naastliggende veiligheidsregio’s instellen en in stand houden van een
                            gemeenschappelijke meldkamer ten behoeve van de brandweertaak, de
                            geneeskundige hulpverlening, het ambulancevervoer en de politietaak, met
                            dien verstande dat het regionaal college van de politie zorg draagt voor
                            het in stand houden van de meldkamer politie, als onderdeel van die
                            meldkamer, die in ieder geval de volgende taken uitvoert:1. het
                            ontvangen, registreren en beoordelen van alle acute hulpvragen ten
                            behoeve van de brandweer, de geneeskundige hulpverlening, het
                            ambulancevervoer, de politie en de bevolkingszorg;2. het bieden van een
                            adequaat hulpaanbod;3. het begeleiden en coördineren van de
                            hulpdiensten;b. de meldkamer staat onder leiding van een directeur die
                            door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio (en indien het een
                            gezamenlijk met naastliggende veiligheidsregio’s in stand gehouden
                            meldkamer betreft: door de algemeen besturen van de betrokken
                            veiligheidsregio’s) na overleg met het regionaal college van de politie
                            wordt benoemd;c. de directeur rapporteert periodiek aan het algemeen
                            bestuur over de wijze waarop de meldkamer functioneert en heeft
                            instemmingsrecht bij het aanstellen en aangesteld houden van personeel
                            van de meldkamer. </al></li><li nr="5."><al>Bevolkingszorga. het instellen en in stand houden van een
                            operationele organisatie voor de uitvoering van de gemeenschappelijke
                            taken ten aanzien van gemeentelijke bevolkingszorg waaronder in ieder
                            geval wordt verstaan de gecoördineerde inzet van daartoe aangesteld en
                            opgeleid personeel belast met de maatregelen en voorzieningen die de
                            gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis;b. de coördinerend
                            gemeentesecretaris als bedoeld in artikel 27 lid 5 van deze regeling
                            benoemt namens het algemeen bestuur een hoofd Bureau gemeentelijke
                            bevolkingszorg en het overige personeel. Voor benoeming van het hoofd
                            Bureau gemeentelijke bevolkingszorg is instemming nodig van de
                            gemeentesecretarissen van de aan deze regeling deelnemende gemeenten;c.
                            het hoofd Bureau gemeentelijke bevolkingszorg is belast met de
                            aansturing van de organisatie ten behoeve van de gemeentelijke
                            bevolkingszorg onder ambtelijke eindverantwoordelijkheid van de
                            coördinerend gemeentesecretaris. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Risicoprofiel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een risicoprofiel vast</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het risicoprofiel bestaat uit:a. een overzicht van de risicovolle
                                situaties binnen de Veiligheidsregio die tot een brand, ramp of
                                crisis kunnen leiden,b. een overzicht van de soorten branden, rampen
                                en crises die zich in de Veiligheidsregio kunnen voordoen, enc. een
                                analyse waarin de weging en inschatting van de gevolgen van de
                                soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt het risicoprofiel vast na overleg met de
                                raden van de aan deze regeling deelnemende gemeenten, waarbij het
                                algemeen bestuur de raden tevens verzoekt hun wensen kenbaar te
                                maken omtrent het in het beleidsplan als bedoeld in artikel 7 op te
                                nemen beleid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het algemeen bestuur nodigt voor de vaststelling van het
                                risicoprofiel in ieder geval het regionaal college van de politie
                                Gooi en Vechtstreek, de besturen van de betrokken waterschappen en
                                door het rijk daartoe aangewezen functionarissen uit hun zienswijze
                                ter zake kenbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het algemeen bestuur nodigt ten minste eenmaal per jaar de bij
                                mogelijke rampen en crises in de regio betrokken partijen uit voor
                                een gezamenlijk overleg over de risico’s in de regio.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beleidsplan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een
                                beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de
                                taken van de Veiligheidsregio. Wat betreft de procedure tot
                                vaststelling van het beleidsplan is het bepaalde in artikel 32 van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het beleidsplan omvat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van
                                        de diensten en organisaties van de Veiligheidsregio, en van
                                        de politie, alsmede van de gemeenten in het kader van de
                                        rampenbestrijding en de crisisbeheersing;</al></li><li nr="b."><al>een uitwerking, met inachtneming van de omstandigheden in de
                                        Veiligheidsregio, van door het rijk vastgestelde landelijke
                                        doelstellingen;</al></li><li nr="c."><al>een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt
                                        gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de
                                        onder a bedoelde diensten en organisaties;</al></li><li nr="d."><al>een oefenbeleidsplan;</al></li><li nr="e."><al>een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie,
                                        bedoeld in artikel 5 lid 1, onder b van deze regeling;</al></li><li nr="f."><al>de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een
                                        beschrijving van de voorzieningen en maatregelen,
                                        noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het algemeen bestuur stemt het beleidsplan af met de beleidsplannen
                                van de aangrenzende veiligheidsregio’s en van de betrokken
                                waterschappen, en met het beleidsplan van het regionale
                                politiekorps.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het beleidsplan is mede gebaseerd op het door het algemeen bestuur
                                vastgesteld risicoprofiel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Crisisplan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een
                                crisisplan vast, waarin in ieder geval de organisatie, de
                                verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden in het kader van de
                                rampenbestrijding en de crisisbeheersing worden beschreven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het crisisplan omvat een beschrijving van de organisatie, de
                                verantwoordelijkheden, de taken en de bevoegdheden met betrekking
                                tot de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen inzake
                                de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, alsmede van de
                                afspraken die zijn gemaakt met andere bij mogelijke rampen en crises
                                betrokken partijen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het crisisplan is in ieder geval afgestemd met crisisplannen,
                                vastgesteld voor het gebied van aangrenzende
                                veiligheidsregio’s.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het algemeen bestuur zendt het vastgestelde crisisplan aan de
                                commissaris van de Koning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Rampbestrijdingsplan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt conform de daartoe door het rijk gestelde
                                regels een rampbestrijdingsplan vast voor door het rijk aangewezen
                                categorieën inrichtingen, categorieën rampen en luchtvaartterreinen.
                                In dat plan worden de maatregelen opgenomen die bij een ramp in die
                                categorieën dan wel op die luchtvaartterreinen moeten worden
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan op grond van de ingevolge artikel 48 van de
                                Wet veiligheidsregio’s verschafte informatie besluiten dat voor een
                                krachtens het eerste lid aangewezen inrichting geen
                                rampbestrijdingsplan behoeft te worden vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overige bevoegdheden</titel></kop><al>Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio is bevoegd ter uitvoering
                            van de taken en bevoegdheden die bij wet zijn opgedragen of die
                            krachtens deze regeling aan de Veiligheidsregio zijn overgedragen, tot:
                            Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio is bevoegd ter uitvoering
                            van de taken en bevoegdheden die bij wet zijn opgedragen of die
                            krachtens deze regeling aan de Veiligheidsregio zijn overgedragen,
                            tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in
                                    artikel 63 van de Wet veiligheidsregio&amp;#x2019;s;</al></li><li nr="b."><al>het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures en het opstarten
                                    van een civiele procedure ter waarborging van de belangen die in
                                    het kader van de wettelijke en door de gemeenten aan de
                                    Veiligheidsregio opgedragen taken in het geding zijn;</al></li><li nr="c."><al>het heffen en innen van retributies en/of leges met betrekking
                                    tot aan de Veiligheidsregio overgedragen brandweertaken op basis
                                    van een daartoe door het algemeen bestuur vast te stellen
                                    verordening;</al></li><li nr="d."><al>het verrichten van diensten voor een of meer aan deze regeling
                                    deelnemende gemeenten of voor andere gemeenten, indien deze
                                    daarom verzoeken.Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio is
                                    bevoegd ter uitvoering van de taken en bevoegdheden die bij wet
                                    zijn opgedragen of die krachtens deze regeling aan de
                                    Veiligheidsregio zijn overgedragen, tot:</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verplichte advisering</titel></kop><al>De aan deze regeling deelnemende gemeenten leggen de volgende
                            onderwerpen ter advisering voor aan de Veiligheidsregio:a. het beleid en
                            de regelgeving op het gebied van crisisbeheersing;b. de voorbereidende
                            maatregelen op het gebied van crisis- en brandbestrijding en
                            veiligheidsbevordering bij bijzondere objecten, omstandigheden en
                            situaties met een hoog risicoprofiel, algemene advisering op grond van
                            de omgevingsvergunning, de verlening van bouw-, milieu- en
                            gebruiksvergunningen daaronder begrepen;c. de aanschaf van voorzieningen
                            die betrekking hebben op de crisisbeheersing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist op een verzoek tot dienstverlening van
                                een of meer aan deze regeling deelnemende gemeenten of van een
                                andere gemeente of derden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De dienstverlening geschiedt op basis van een overeenkomst tussen de
                                Veiligheidsregio, gemeente(n) of derden die het aangaat voor zover
                                hierin niet in deze regeling is voorzien. In deze overeenkomst wordt
                                neergelegd welke prestaties de Veiligheidsregio zal leveren, de
                                kosten die daarvoor in rekening worden gebracht en de voorwaarden
                                waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>HET ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de aan deze
                                regeling deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid
                                ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hij
                                vertegenwoordigt;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een burgemeester wordt waargenomen op de wijze zoals is bepaald in
                                de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur heeft naast de taken genoemd in artikel 5 en
                                artikel 10 de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen toezicht op al wat het openbaar lichaam
                                        aangaat;</al></li><li nr="b."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de
                                        controle op het beheer van de vermogenswaarden en de
                                        boekhouding;</al></li><li nr="c."><al>de zorg voor en het houden van toezicht op de bewaring en
                                        het beheer van de archiefbescheiden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het algemeen bestuur heeft naast de bevoegdheden genoemd in artikel
                                5 en artikel 10 de volgende bevoegdheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het beheer van de vermogenswaarden;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van en het nemen van besluiten
                                        voortvloeiende uit de arbeidsvoorwaardenregeling(en) voor
                                        personeel in dienst van de Veiligheidsregio (waaronder de
                                        Brandweer Gooi en Vechtstreek), waaronder begrepen het
                                        aanstellen, schorsen en ontslaan van personeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor nader door hem aan te geven
                                onderwerpen een mandaatregeling vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert ten minste viermaal per jaar en
                                voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit
                                nodig oordelen, dan wel indien ten minste drie leden daarom
                                verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het reglement van orde, dat door het algemeen bestuur wordt
                                vastgesteld, wordt aan de aan deze regeling deelnemende gemeenten,
                                het regionaal college van de politie Gooi en Vechtstreek en aan het
                                bestuur van de GGD Gooi en Vechtstreek en de Regionale Ambulance
                                Voorziening Gooi en Vechtstreek gezonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Door de voorzitter of op verzoek van ten minste twee leden kan door
                                het algemeen bestuur besloten worden om de vergadering in
                                beslotenheid te doen plaatsvinden. In een besloten vergadering kan
                                niet worden beraadslaagd of besloten over:</al><lijst><li nr="a."><al>a. het vaststellen van het risicoprofiel, het beleidsplan,
                                        het crisisplan en rampbestrijdingsplannen;</al></li><li nr="b."><al>b. het vaststellen of wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="c."><al>c. het vaststellen van de rekening;</al></li><li nr="d."><al>d. het wijzigen van deze regeling;</al></li><li nr="e."><al>e. het vaststellen van het liquidatieplan;</al></li><li nr="f."><al>f.Invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies en /of
                                        leges</al></li><li nr="g."><al>invoeren, wijzigen of afschaffen van
                                        rechtspositieregelingen;</al></li><li nr="h."><al>h. regelingen met andere openbare lichamen;</al></li><li nr="i."><al>i. doen van uitgaven voordat de begroting of
                                        begrotingswijziging die dat mogelijk maakt is
                                        goedgekeurd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De hoofdofficier van justitie en de voorzitter van het waterschap
                                Amstel Gooi en Vecht worden uitgenodigd deel te nemen aan de
                                vergaderingen van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De commissaris van de Koning wordt uitgenodigd om bij de
                                vergaderingen van het bestuur van de Veiligheidsregio aanwezig te
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De voorzitter nodigt de regionaal commandant brandweer, de directeur
                                GHOR, de coördinerend gemeentesecretaris, de korpschef en andere
                                functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen
                                onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen
                                van het algemeen bestuur. Ter vergadering hebben zij een adviserende
                                stem.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>In uitzondering op het bepaalde in lid 7 heeft bij de bespreking van
                                onderwerpen verband houdende met de rechtspositie van het personeel
                                van de Brandweer Gooi en Vechtstreek alleen de regionaal commandant
                                een adviserende stem.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>De besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één
                                stem.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de
                                stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voorstellen betreffende een wijziging van de verdeelsystematiek van
                                de kosten van de Brandweer Gooi en Vechtstreek dienen met instemming
                                van alle leden van het algemeen bestuur aan de raden te worden
                                voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bovenlokale rampen en crises</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis,
                                of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de voorzitter
                                van de Veiligheidsregio ten behoeve van de rampenbestrijding en
                                crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bij uitsluiting bevoegd
                                toepassing te geven aana. de artikelen 4 tot en met 7 van de Wet
                                veiligheidsregio’s;b. de artikelen 172 tot en met 177 van de
                                Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met
                                zesde lid;c. de artikelen 12, 15, eerste lid, 54, eerste lid, 57,
                                eerste lid en 60b, eerste lid, van de Politiewet 1993;d. de
                                artikelen 5 tot en met 9 van de Wet openbare manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter roept een regionaal beleidsteam bijeen, dat bestaat
                                uit de burgemeesters van de gemeenten die betrokken zijn of dreigen
                                te worden bij de ramp of crisis, alsmede uit de hoofdofficier van
                                justitie. De voorzitter van het waterschap Amstel Gooi en Vecht
                                wordt uitgenodigd deel uit te maken van het beleidsteam.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter wijst een regionaal operationeel leider aan, die is
                                belast met de leiding van een regionaal operationeel team, dat
                                bestaat uit leidinggevenden van de betrokken diensten. De regionaal
                                operationeel leider neemt deel aan de vergaderingen van het
                                regionaal beleidsteam. De voorzitter van de Veiligheidsregio nodigt
                                voorts de functionarissen wier aanwezigheid in verband met de
                                omstandigheden van belang is, uit deel te nemen aan de
                                vergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, neemt de voorzitter
                                geen besluiten met toepassing van de in het eerste lid genoemde
                                artikelen dan nadat hij het regionaal beleidsteam daarover heeft
                                geraadpleegd. Een burgemeester kan in het regionaal beleidsteam
                                schriftelijk bezwaar doen aantekenen, indien hij van mening is dat
                                een voorgenomen besluit het belang van zijn gemeente onevenredig
                                schaadt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De voorzitter geeft de regionaal operationeel leider de bevelen die
                                hij nodig acht in verband met de uitvoering van de door hem genomen
                                besluiten.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Zodra de omstandigheden het toelaten, ontbindt de voorzitter het
                                regionaal beleidsteam.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>HET DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter van het algemeen bestuur</al></li><li nr="b."><al>twee leden, aan te wijzen door en uit het algemeen
                                        bestuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter van het algemeen bestuur is ook voorzitter van het
                                dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste
                                vergadering van het algemeen bestuur. De zittingsperiode van de
                                leden van het dagelijks bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van
                                de raden. Deze leden kunnen opnieuw worden aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur blijven in geval van beëindiging
                                op opzegging van het lidmaatschap hun functie waarnemen totdat in
                                hun opvolging is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt door het
                                algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het dagelijks bestuur heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het dagelijks toezicht op al wat het openbaar lichaam
                                        aangaat;</al></li><li nr="b."><al>het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij
                                        andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact
                                        voor de Veiligheidsregio van belang is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het dagelijks bestuur heeft de bevoegdheid tot het nemen van alle
                                conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van
                                alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht
                                of bezit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Werkwijze en vergaderorde</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter het nodig
                            oordeelt of twee leden dit de voorzitter schriftelijk en met redenen
                            omkleed verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen
                            veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>DE VOORZITTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aanwijzing en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter van het algemeen bestuur is de burgemeester die
                                ingevolge de Politiewet 1993 is benoemd als korpsbeheerder. De
                                voorzitter kan geschorst en ontslagen worden met toepassing van
                                artikel 23 van de Politiewet 1993.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze
                                vervangen door de burgemeester die door het Regionaal college van de
                                politie is aangewezen als plaatsvervangend korpsbeheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Taken</al><lijst><li nr="a."><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen
                                        van het dagelijks en algemeen bestuur en draagt er zorg
                                        voor, dat de besluiten van het algemeen bestuur en het
                                        dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd.</al></li><li nr="b."><al>De voorzitter verstrekt de minister op diens verzoek
                                        informatie over de wijze waarop de Veiligheidsregio haar
                                        taken uitvoert.</al></li><li nr="c."><al>De voorzitter zendt de minister jaarlijks een rapportage
                                        over de uitvoering van de landelijke doelstellingen door de
                                        Veiligheidsregio.</al></li><li nr="d."><al>d. De voorzitter geeft de commissaris van de Koning alle
                                        inlichtingen die deze voor de uitoefening van diens
                                        toezichthoudende rol nodig heeft.</al></li><li nr="e."><al>De voorzitter brengt na afloop van een ramp of crisis van
                                        meer dan plaatselijke betekenis, in overeenstemming met de
                                        burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal
                                        beleidsteam, schriftelijk verslag uit aan de raden van de
                                        getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen
                                        en de besluiten die hij heeft genomen. Hij vermeldt daarbij
                                        of een burgemeester gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid
                                        schriftelijk bezwaar aan te tekenen.</al></li><li nr="f."><al>De voorzitter beantwoordt, in overeenstemming met de
                                        burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal
                                        beleidsteam, schriftelijk de vragen die de raden na
                                        ontvangst van het verslag stellen.</al></li><li nr="g."><al>De voorzitter verstrekt in een raad van een gemeente uit
                                        deze Veiligheidsregio mondelinge inlichtingen over de
                                        besluiten, bedoeld in het eerste lid, indien de
                                        desbetreffende raad daarom verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bevoegdhedena. De voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in
                                en buiten rechte.b. De voorzitter tekent de stukken die van het
                                algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.c. De voorzitter kan
                                functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen
                                onderwerpen van belang is, uitnodigen deel te nemen aan de
                                vergaderingen van het bestuur.</al><al>d. De voorzitter kan, indien de uitvoering van de geneeskundige
                                hulpverlening of de voorbereiding daarop door een instelling die een
                                taak heeft binnen de geneeskundige hulpverlening, naar het oordeel
                                van het bestuur van de Veiligheidsregio tekort schiet, de
                                desbetreffende instelling en zorgaanbieder een schriftelijke
                                aanwijzing geven. Blijft de instelling in gebreke, dan kan de
                                voorzitter de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
                                verzoeken tegen de desbetreffende instelling of zorgaanbieder de
                                nodige maatregelen te treffen.e. In geval van een brand, ramp of
                                crisis of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan kan de
                                voorzitter een verzoek om bijstand richten tot de minister. Hij
                                stelt de commissaris van de Koning van het verzoek in kennis. Hij
                                kan een dergelijk verzoek ook richten tot de voorzitter van een
                                aangrenzende veiligheidsregio, , mits de crisisplannen van beide
                                regio’s afspraken daaromtrent omvatten en er sprake is van spoed. In
                                dat geval stelt hij van zijn verzoek de minister en de commissaris
                                van de Koning in kennis.f. De voorzitter is bevoegd elke plaats te
                                betreden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn
                                taak nodig is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>COMMISSIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Commissies van advies</titel></kop><al>Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen, met
                            inachtneming van artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen,
                            commissies van advies instellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het
                                algemeen bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd
                                voor het door hen gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die
                                voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te
                                voeren en gevoerde bestuur nodig is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Zij geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur,
                                wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt,
                                alle gevraagde inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een lid van het dagelijks bestuur – behalve de voorzitter – kan door
                                het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen
                                van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de
                                artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van
                                overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem
                                gevoerde bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van
                                colleges</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de colleges van de
                                aan deze regeling deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie
                                die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en
                                te voeren beleid nodig is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de colleges
                                van de aan deze regeling deelnemende gemeenten alle inlichtingen die
                                door een of meer leden van die colleges worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van raden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van de eigen
                                gemeente met inachtneming van artikel 16 van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad
                                of door één of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de
                                in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad
                                aangegeven wijze.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur is de raad van de eigen gemeente
                                met inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat
                                bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor
                                de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>DE VEILIGHEIDSDIRECTIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Samenstelling van de veiligheidsdirectie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er is een veiligheidsdirectie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De leden van de veiligheidsdirectie zijn:a. de regionaal commandant
                                van de Brandweer Gooi en Vechtstreek;b. de directeur GHOR;c. de
                                coördinerend gemeentesecretaris;d. de korpschef van politie;e. een
                                door de hoofdofficier van justitie aangewezen vertegenwoordiger van
                                het Openbaar Ministerie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het algemeen bestuur benoemt de regionaal commandant van de
                                Brandweer Gooi en Vechtstreek. De regionaal commandant is belast met
                                de operationele leiding van de brandweer.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De directeur GHOR is belast met de operationele leiding van de
                                geneeskundige hulpverlening. Hij maakt deel uit van de directie van
                                de GGD Gooi en Vechtstreek.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het algemeen bestuur wijst de coördinerend gemeentesecretaris aan op
                                voordracht van de gemeentesecretarissen in de regio en met
                                instemming van het betrokken college van burgemeester en wethouders.
                                De coördinerend gemeentesecretaris is belast met de coördinatie van
                                de gemeentelijke bevolkingszorg. Het algemeen bestuur stelt vast
                                welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden aan de
                                coördinerend gemeentesecretaris worden gemandateerd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het algemeen bestuur wijst uit de leden van de veiligheidsdirectie
                                een voorzitter aan.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De voorzitter van de veiligheidsdirectie is secretaris van het
                                dagelijks en algemeen bestuur; de secretaris ondertekent mede de
                                stukken die van het dagelijks en algemeen bestuur uitgaan.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor de secretaris, de regionaal
                                commandant, de coördinerend gemeentesecretaris en de directeur GHOR
                                een taakomschrijving, mandaat en instructie vast.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>De leden van de veiligheidsdirectie kunnen zich ter vergadering
                                laten vervangen door hun plaatsvervanger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Taken van de veiligheidsdirectie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De veiligheidsdirectie heeft de volgende taken met betrekking tot
                                onderwerpen die het bestuur aangaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van de besluiten van het dagelijks en
                                        algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het bewaken van de uitvoering van de besluiten die door het
                                        dagelijks en algemeen bestuur zijn genomen;</al></li><li nr="c."><al>het zorgdragen voor de organisatorische voorwaarden die een
                                        geco&amp;#xF6;rdineerd grootschalig optreden van de
                                        hulpverleningsdiensten in deze regio te allen tijde mogelijk
                                        maken;</al></li><li nr="d."><al>het onderhouden van lokale, regionale en interregionale
                                        contacten ter bevordering van de uitwisseling van
                                        deskundigheid en de samenwerking;</al></li><li nr="e."><al>de bevordering van de totstandkoming en de realisatie van
                                        het risicoprofiel, het beleidsplan, het crisisplan en de
                                        rampbestrijdingsplannen;</al></li><li nr="f."><al>de zorg voor een adequaat financieel management en beheer
                                        ten behoeve van een adequate taakuitoefening van de
                                        Veiligheidsregio, binnen de door het algemeen bestuur
                                        vastgestelde kaders.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Advisering betreffende onderwerpen die specifiek betrekking hebben
                                op taken van de organisatie waaraan een lid van de
                                veiligheidsdirectie leiding geeft, blijven de uitsluitende
                                bevoegdheid van dat lid afzonderlijk.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>DE AMBTELIJKE ORGANISATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>De inrichting van de ambtelijke organisatie</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt de inrichting van de ambtelijke organisatie
                            vast. Deze bestaat in ieder geval uit:</al><lijst><li nr="1."><al>de Brandweer Gooi en Vechtstreek;</al></li><li nr="2."><al>de gemeenschappelijke meldkamer;</al></li><li nr="3."><al>het Bureau gemeentelijke bevolkingszorg Gooi en
                                    Vechtstreek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>De rechtspositie</titel></kop><al>Conform het bepaalde in artikel 14 lid 2 stelt het algemeen bestuur de
                            arbeidsvoorwaardenregeling(en) voor het personeel van de
                            Veiligheidsregio (waaronder de Brandweer Gooi en Vechtstreek) vast en
                            neemt de hieruit voortvloeiende besluiten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Administratie en controle</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie
                            van de financiële administratie en van het beheer van de geldmiddelen,
                            met inachtneming van de artikelen 212 tot en met 213 van de
                            Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Begrotingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur zendt vóór 1 april een ontwerpbegroting van de
                                Veiligheidsregio voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een
                                behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de aan deze regeling
                                deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze ontwerpbegroting wordt door de Veiligheidsregio voor een ieder
                                ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen
                                verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de
                                Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De raden van de aan deze regeling deelnemende gemeenten kunnen
                                binnen twee maanden na toezending bij het algemeen bestuur hun
                                zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het
                                jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Meteen na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting
                                aan de raden van de aan deze regeling deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de
                                vaststelling doch in ieder geval vóór 15 juli aan Gedeputeerde
                                Staten.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op
                                besluiten tot wijziging van de begroting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Bijdragen van het Rijk en van de gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de begroting van de Veiligheidsregio wordt ten minste aangegeven
                                welke bijdrage van het rijk wordt ontvangen en welke bijdrage elke
                                deelnemende gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de
                                begroting betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aan deze regeling deelnemende gemeenten brengen in het kader van
                                de regionalisering van de gemeentelijke brandweerkorpsen de
                                begrotingen van de brandweerorganisatie in (niveau 2008), inclusief
                                eventuele structurele lasten voortvloeiend uit de inhaalslag in het
                                kader van het regionale kwaliteitsniveau. De in de begrotingen
                                opgenomen bedragen worden gefixeerd (nominaal 2008). De gefixeerde
                                bedragen worden in drie jaar (2009 – 2011) gecorrigeerd met de
                                verrekening formatie bedrijfsvoeringskosten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Per 1 januari 2014, ofwel 5 jaar na de instelling van de Brandweer
                                Gooi en Vechtstreek, zal een evaluatie van de financiële opzet
                                plaatsvinden. Het algemeen bestuur zal hiertoe voorstellen aan de
                                raden van de aan deze regeling deelnemende gemeenten
                                voorleggen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor ontwikkelingen vanaf 1 januari 2009, inclusief loon- en
                                prijsontwikkelingen over het gefixeerde deel van de begroting van de
                                Brandweer Gooi en Vechtstreek, wordt als verdeelsleutel voor de
                                gemeentelijke bijdragen gehanteerd het aantal inwoners volgens de
                                door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte
                                bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat,
                                waarvoor de bijdrage verschuldigd is.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De aan deze regeling deelnemende gemeenten blijven verantwoordelijk
                                voor de door hen ten tijde van de instelling van de Brandweer Gooi
                                en Vechtstreek verstrekte feitelijke gegevens, financiële
                                opstellingen, personeelsgegevens of anderszins. Indien blijkt dat
                                sprake is van onverwachte gebreken of andere tekortkomingen in het
                                kader van huisvesting, materiaal, materieel, personeel, financieel
                                of anderszins, zullen de hieraan verbonden kosten voor rekening
                                komen van de betreffende gemeente waar dit betrekking op heeft.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen voor uitvoering
                                van gemeenschappelijke taken ten aanzien van de gemeentelijke
                                bevolkingszorg wordt gehanteerd dat de kosten voor de helft worden
                                gedekt uit een gemeentelijke bijdrage naar rato van het aantal
                                inwoners en voor de andere helft uit een voor iedere gemeente
                                gelijke vaste voet. Daadwerkelijke repressieve inzeturen komen ten
                                laste van de betrokken gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De aan deze regeling deelnemende gemeenten betalen bij wijze van
                                voorschot voor 16 januari en 16 juli telkens de helft van de
                                verschuldigde bijdrage voor het lopende kalenderjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur zendt de rekening over het afgelopen jaar en
                                het jaarverslag, daarbij gevoegd de accountantsverklaring, bedoeld
                                in artikel 213, derde lid van de Gemeentewet, evenals het verslag
                                van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid van de
                                Gemeentewet jaarlijks vóór 1 juli toe aan de raden van de aan deze
                                regeling deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raden kunnen binnen twee maanden na toezending bij het algemeen
                                bestuur hun zienswijze over de jaarrekening naar voren brengen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli,
                                volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De jaarrekening wordt binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15
                                juli, met alle bijbehorende stukken en het jaarverslag aan
                                Gedeputeerde Staten aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Verrekening van de voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de rekening wordt het werkelijke bedrag opgenomen dat elk van de
                                aan deze regeling deelnemende gemeenten verschuldigd is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Verrekening van het verschil tussen de reeds verrichte betalingen en
                                het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de
                                kennisgeving aan de gemeenten van de vaststelling van de
                                rekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Waarborg / Garantstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aan deze regeling deelnemende gemeenten dienen er steeds zorg
                                voor te dragen dat het op grond van deze regeling ingestelde
                                openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om
                                aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat
                                een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen,
                                doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het
                                verzoek over te gaan tot toepassing van de artt. 194 en 195
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De deelnemers verbinden zich ingeval van opheffing van het openbaar
                                lichaam de rechten en verplichtingen van het lichaam over de
                                deelnemers te verdelen op basis van een door het algemeen bestuur op
                                te stellen verdeling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel
                                stellen zich garant tegenover de Veiligheidsregio voor betaling van
                                rente en aflossing van door de Veiligheidsregio aangegane leningen
                                en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van
                                de Veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het
                                algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>HET ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Het archief</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het algemeen bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de
                                Veiligheidsregio en haar organen, in overeenstemming met een door
                                dit bestuur vast te stellen regeling. Deze regeling wordt
                                Gedeputeerde Staten medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De secretaris van het algemeen bestuur is belast met het feitelijke
                                beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid,
                                overeenkomstig de door het algemeen bestuur vast te stellen
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet 1995 over te
                                brengen archiefbescheiden is de archiefbewaarplaats van de gemeente
                                Hilversum aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De beheerder van de in het vorige lid aan te wijzen
                                archiefbewaarplaats oefent overeenkomstig de regeling als bedoeld in
                                het eerste lid toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden
                                van de Veiligheidsregio en haar organen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12</nr><titel>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Toetreding van gemeenten tot deze regeling of uittreding uit deze
                                regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van
                                gemeenten in regio’s als bedoeld in de bij de Wet veiligheidsregio’s
                                behorende bijlage.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de
                                uittreding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Wijziging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Zowel het algemeen bestuur als de colleges van burgemeester en
                                wethouders van ten minste een derde van de aan deze regeling
                                deelnemende gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van de
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De regeling kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit
                                van de Colleges van burgemeester en wethouders van ten minste twee
                                derde van de aan deze regeling deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het regionaal college van de politie Gooi en Vechtstreek en het
                                bestuur van de GGD Gooi en Vechtstreek en de Regionale Ambulance
                                Voorziening Gooi en Vechtstreek worden van het ontwerp van een
                                besluit tot wijziging van de regeling ten minste tien weken
                                voorafgaande aan de besluitvorming door het algemeen bestuur in
                                kennis gesteld en in de gelegenheid gesteld te reageren.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>13</nr><titel>GESCHILLEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Geschillen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen de beslissing van Gedeputeerde Staten
                                wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een
                                daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, één
                                aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede
                                een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken
                                besturen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit
                                over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>14</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Duur van de regeling</titel></kop><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Vervanging en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De regeling vervangt de ‘Gemeenschappelijke regeling
                                Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2009’.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Titel</titel></kop><al>De regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling
                            Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2011’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel/></kop><al/><al/><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING </vet></al><al>Bij de vorming van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is bij het
                    vaststellen van de gemeenschappelijke regeling 2007 gekozen voor een groeimodel.
                    Daarvoor bestonden enkele redenen. Allereerst was het rijksbeleid nog niet
                    uitgekristalliseerd in wetgeving. Het is dan ook steeds de bedoeling geweest de
                    gemeenschappelijke regeling na vaststelling van de Wet veiligheidsregio´s aan te
                    passen.Daarnaast waren met name de regionale ontwikkelingen op het gebied van
                    regionalisering van de brandweer en de samenwerking op het terrein van de
                    gemeentelijke rampenbestrijding en crisisbeheersing nog niet geheel
                    uitgekristalliseerd. Die ontwikkelingen leidden tot een aanpassing van de
                    gemeenschappelijke regeling op 1 januari 2009. De voornaamste wijzigingen
                    betroffen de regionalisering van de gemeentelijke brandweerkorpsen en de daarmee
                    gepaard gaande vorming van de Regionale Brandweer Gooi en Vechtstreek.De
                    voorliggende gemeenschappelijke regeling is een aangepaste versie van de
                    gemeenschappelijke regeling van 1 januari 2009.Voor de onderhavige aanpassing
                    van de regeling bestaan twee aanleidingen.</al><al/><al><vet>1. De Wet veiligheidsregio’s</vet>Allereerst is dat de komst
                    van de Wet veiligheidsregio´s (Wet van 11 februari 2010, houdende bepalingen
                    over de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de
                    geneeskundige hulpverlening, Staatsblad Stb. 145) en de Aanpassingswet
                    veiligheidsregio’s (Wet van 11 maart 2010, tot aanpassing van een aantal wetten
                    aan de Wet veiligheidsregio’s en enkele wijzigingen in de Wet
                    veiligheidsregio’s, Staatsblad. 146). De inwerkingtreding van de Wet
                    veiligheidsregio’s per 1 oktober 2010 vereist dat de tekst van de
                    gemeenschappelijke regeling binnen uiterlijk drie maanden daarna aan de wet
                    wordt aangepast.De Brandweerwet 1985, de Wet van 1 november 2007 tot wijziging
                    van de Brandweerwet 1985 in verband met het verzekeren van de kwaliteit van
                    brandweerpersoneel en de verbreding van de wettelijke taken van het Nederlands
                    instituut fysieke veiligheid (Stb. 481), de Wet rampen en zware ongevallen en de
                    Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen worden ingetrokken. Dat
                    betekent dat verwijzingen naar deze wetten in de tekst van de gemeenschappelijke
                    regeling moeten worden geschrapt.</al><al/><al><vet>2. Gemeentelijke bevolkingszorg</vet>Daarnaast zijn er in de
                    afgelopen twee jaar op advies van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio
                    door de colleges van burgemeester en wethouders nadere afspraken gemaakt over
                    samenwerking bij de uitvoering van gemeentelijke taken bij de rampenbestrijding.
                    Deze ontwikkeling vraagt om vastlegging van een aantal van de overeengekomen
                    uitgangspunten in de gemeenschappelijke regeling. Ter toelichting moge het
                    volgende dienen.Intergemeentelijke samenwerking bij rampbestrijding en
                    crisisbeheersing heeft meerwaarde in doelmatigheid en kwaliteit maar is ook
                    noodzakelijk omdat landelijke evaluaties bevestigen dat individuele gemeenten
                    niet in staat zijn om de noodzakelijke inspanningen in deze te kunnen
                    waarborgen.In 2007 heeft het Veiligheidsbestuur ingestemd met het
                    ‘Implementatieplan Gemeentelijke Kolom’. Dit werd de start van de
                    intergemeentelijke samenwerking bij rampbestrijding en crisisbeheersing, hierna
                    te noemen: gemeentelijke bevolkingszorg. In de loop van 2009 is een bedrijfsplan
                    voor de gemeentelijke bevolkingszorg opgesteld en begin 2010 is dat
                    bedrijfsplan, op voorstel van de coördinerend gemeentesecretaris namens de Kring
                    van gemeentesecretarissen, door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio
                    voor kennisgeving aangenomen.Dit bedrijfsplan geeft de vertaling van het
                    strategische doel naar concrete producten, de organisatievorm en de middelen.
                    Ook is dit plan het middel waarmee de Gemeentelijke bevolkingszorg zich
                    positioneert naar de gemeenten en naar partners als Brandweer, GHOR en Politie.
                    Het bedrijfsplan zal jaarlijks worden geactualiseerd en vormt de basis voor de
                    jaarplannen (jaarlijks afdelingsplan) en uitvoeringsplannen (o.a. oefenplan,
                    opleidingsplan, werving en selectie).Gemeenten hebben vanuit de gemeentelijke
                    bevolkingszorg bezien een bijzondere status. Aan de ene kant zijn zij
                    stakeholders en eigenaren van de gemeentelijke bevolkingszorg en bepalen zij het
                    beleid. Dit terwijl zij aan de andere kant de primaire afnemers zijn. De
                    gemeenten zijn immers onder meer verantwoordelijk voor een adequate
                    voorbereiding op de crisisbeheersing, zodanig dat de gemeentelijke processen
                    voor een periode van 72 uur onafgebroken uitgevoerd kunnen worden.De
                    voorbereiding van een goede crisisbeheersing hangt samen met planvorming,
                    opleiding en beoefening van gemeentelijke processen. Daarnaast spelen
                    randvoorwaarden voor de invulling van gemeentelijke processen een belangrijke
                    rol. Dit zijn onder andere het opbouwen van een informatiepositie
                    (risicoanalyse) en het creëren van goede voorzieningen (crisisruimte en
                    actieruimte). Bij vele acties in het kader van crisisbeheersing , zowel in de
                    voorbereiding als in de uiteindelijke implementatie, moet samenwerking worden
                    gezocht met andere gemeenten om tot een zo efficiënt mogelijke uitvoering te
                    komen.De Veiligheidsregio is het verband waarin gemeenten en
                    hulpverleningsorganisaties (brandweer, politie en GHOR) in regionaal verband
                    samenwerken aan het voorkomen van, voorbereiden op en het bestrijden van
                    incidenten en de hulpverlening aan de burger. De negen gemeenten in onze regio
                    vormen, naast brandweer, politie en GHOR, de vierde kolom genaamd Gemeentelijke
                    bevolkingszorg.De brandweer, politie en geneeskundige dienst hebben elk hun
                    taken bij het adviseren, coördineren en uitvoeren van taken op het gebied van
                    crisisbeheersing. Een optimale samenwerking met deze diensten is dan ook
                    cruciaal. Om een betrouwbare, transparante en gelijkwaardige partner te kunnen
                    zijn zullen de gemeentelijke processen in de crisisbeheersing verder worden
                    versterkt.OrganisatiemodelDe gemeentelijke bevolkingszorg Gooi- en Vechtstreek
                    is een herkenbaar en zelfstandig onderdeel binnen de Veiligheidsregio.De
                    daadwerkelijke uitvoering van de taken vindt plaats verspreid over de
                    deelnemende gemeenten. Dit is voor de meeste medewerkers geen hoofdtaak. Dit
                    gegeven vraagt een transparante en sterk servicegerichte en communicatieve
                    organisatievorm. Gekozen is voor het volgende model. De gemeentelijke
                    bevolkingszorg wordt qua bedrijfsvoering en ondersteuning bemenst door vaste
                    medewerkers waarbij de ambtenaren rampenbestrijding (ARB) fungeren als
                    front-office/ambassadeur in de eigen gemeente. Hiernaast worden inhoudelijke
                    taken, bijvoorbeeld opleiden en oefenen, uitgevoerd door gedetacheerde ARB-en of
                    door derden (Veiligheidsregio, externen e.d.). Hierbij moet de uitvoerend
                    medewerker voldoen aan het functieprofiel dat voor deze taak is vestgesteld.Als
                    frontoffice/ambassadeur fungeert de ARB als aanspreekpunt voor gemeentelijke
                    collega’s, voert hij de behoeftepeiling naar opleidingen uit en zorgt hij voor
                    advisering en begeleiding van de gemeentelijke medewerkers in de
                    crisisbeheersing. Hierdoor ontstaat een eenduidig aanspreekpunt voor
                    gemeentelijke medewerkers en een heldere en stevige verbinding tussen de
                    gemeenten en de gemeentelijke bevolkingszorg.AansturingDe koers van de
                    gemeentelijke bevolkingszorg wordt bepaald door de coördinerend
                    gemeentesecretaris. De Kring van Gemeentesecretarissen en het hoofd van de
                    gemeentelijke bevolkingszorg adviseren de coördinerend gemeentesecretaris
                    daarbij. De coördinerend gemeentesecretaris is lid van de Veiligheidsdirectie en
                    stemt daarin af met de overige leden. De coördinerend gemeentesecretaris legt
                    verantwoording af aan het Veiligheidsbestuur.Het hoofd van de gemeentelijke
                    bevolkingszorg is verantwoordelijk voor de uitvoering van taken, het dagelijks
                    management en advisering van de coördinerend gemeentesecretaris. Hij werkt onder
                    ambtelijke eindverantwoordelijkheid van de coördinerend
                    gemeentesecretaris.FinanciënDe gemeentelijke bijdragen worden gebaseerd op
                    artikel 33 van de regeling. De kosten worden voor de helft gedekt uit een
                    gemeentelijke bijdrage naar rato van het aantal inwoners en voor de andere helft
                    uit een voor iedere gemeente gelijke vaste voet. Daadwerkelijke repressieve
                    inzeturen komen ten laste van de gemeenten.Na vaststelling van de voorliggende
                    gemeenschappelijke regeling worden de gemeentelijke bijdragen ten behoeve van de
                    gemeentelijke bevolkingszorg opgenomen in de begroting van de
                    Veiligheidsregio..</al><al>De twee genoemde ontwikkelingen, de inwerkingtreding van de Wet
                    veiligheidsregio’s en het opnemen van de gemeentelijke bevolkingszorg in de
                    Veiligheidsregio vragen nu om ‘codificering’, waaronder op deze plaats wordt
                    verstaan het in de gemeenschappelijke regeling vastleggen van eerder gemaakte
                    bestuurlijke afspraken. De wijziging van de gemeenschappelijke regeling
                    introduceert als zodanig dus geen nieuw beleid, maar legt reeds overeengekomen
                    afspraken slechts vast. Bij die codificering zijn de volgende overwegingen
                    gehanteerd.De gemeenschappelijke regeling is te zien als de ‘grondwet’ van de
                    Veiligheidsregio. Dat betekent dat in de gemeenschappelijke regeling alleen de
                    hoofdlijnen van de Veiligheidsregio worden geregeld.Vaststelling van de
                    voorliggende gemeenschappelijke regeling past volledig binnen de afspraken die
                    in het kader van de samenwerking in de gemeentelijke rampenbestrijding in
                    regionaal verband in het vastgestelde bedrijfsplan voor de gemeentelijke
                    bevolkingszorg al zijn gemaakt. De inhoud van dat bedrijfsplan wordt in de
                    gemeenschappelijke regeling niet herhaald.De toelichting bij de nu voorgestelde
                    regeling is beperkt gehouden tot die onderdelen die feitelijk gewijzigd zijn.In
                    algemene zin moet op deze plaats wel worden gewezen op de volgende – op de Wet
                    veiligheidsregio’s gebaseerde – wijziging in het karakter van de
                    gemeenschappelijke regeling.De oorspronkelijke gemeenschappelijke regeling
                    (2007) is aangegaan door de drie gemeentelijke bestuursorganen (raad, college en
                    burgemeester), ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft. In de Wet
                    veiligheidsregio’s is, in artikel 2, het college van burgemeester en wethouders
                    belast met de organisatie van de brandweerzorg, de rampenbestrijding en de
                    crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Dientengevolge schrijft
                    artikel 9 van deze Wet voor dat ‘de colleges van burgemeester en wethouders’ van
                    de gemeenten die behoren tot de politieregio ‘een gemeenschappelijke regeling
                    treffen’ waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding:
                    Veiligheidsregio.Dit betekent dat, anders dan bij het aangaan van de
                    gemeenschappelijke regeling in 2007 en bij de wijziging daarvan in 2009, voor
                    het aangaan van de nu voorliggende gewijzigde gemeenschappelijke regeling geen
                    raadsbesluiten en burgemeestersbesluiten behoeven te worden genomen. Besluiten
                    van de negen colleges van B&amp;amp;W volstaan. Voor wat betreft de rol van de
                    gemeenteraden hierbij kan verwezen worden naar artikel 1 van de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen. Daarin is bepaald dat de colleges van
                    burgemeester en wethouders niet tot het treffen van een regeling overgaan dan na
                    verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden
                    onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Onder het treffen
                    van een regeling wordt in dit artikel mede verstaan het wijzigen van een
                    regeling, zoals hier het geval is.De wijzigingen in de gemeenschappelijke
                    regeling worden hierna toegelicht.</al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet>De begripsomschrijvingen
                    zijn aangepast aan de tekst van artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.Bij de
                    begripsomschrijvingen is ‘de wet’ geschrapt. In de bestaande regeling werd onder
                    ‘de wet’ nog de Wet gemeenschappelijke regelingen verstaan. In de nieuwe
                    regeling is om redenen van duidelijkheid ervoor gekozen de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen steeds voluit te noemen, zoals dat bij alle andere
                    in de regeling genoemde wetten ook het geval is. Om dezelfde reden is ervoor
                    gekozen de Wet veiligheidsregio’s steeds voluit te noemen.Het tweede lid vloeit
                    voort uit artikel 33, eerste lid, Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit artikel
                    bepaalt met zoveel woorden dat de verdeling van bevoegdheden over de
                    bestuursorganen van een gemeenschappelijke regeling dezelfde is als de
                    bevoegdheidsverdeling over de bestuursorganen van de gemeente. </al><al><vet>Artikel 2 Openbaar lichaam</vet>Een openbaar lichaam is een
                    rechtspersoon, waardoor het zelfstandig kan deelnemen aan het rechtsverkeer en
                    bijvoorbeeld overeenkomsten kan aangaan. </al><al><vet>Artikel 3 Bestuursorganen</vet>Artikel 12 Wet
                    gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat een openbaar lichaam de volgende
                    drie bestuursorganen heeft: een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een
                    voorzitter. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam
                    (artikel 12, tweede lid). </al><al><vet>Artikel 4 Belangen</vet>Artikel 10, eerste lid Wet
                    gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat de gemeenschappelijke regeling
                    het belang of de belangen waarvoor ze wordt aangegaan, vermeldt. Onder ‘belang’
                    wordt verstaan het beleidsterrein waarop wordt samengewerkt. Met het vastleggen
                    van het belang of de belangen wordt het werkgebied van de gemeenschappelijke
                    regeling afgebakend.De betreffende formuleringen in dit artikel zijn overgenomen
                    van de tekst van artikel 2 van de Wet veiligheidsregio’s. </al><al><vet>Artikel 5 Taken en bevoegdheden</vet>Dit artikel komt in de
                    plaats van de artikelen 5 (taken) en 6 bevoegdheden) van de oude
                    gemeenschappelijke regeling. De tekst is aangepast aan de tekst van de artikelen
                    3 en 10 van de Wet veiligheidsregio’s en kon daardoor aanzienlijk worden
                    vereenvoudigd.In lid 3 is het instellen en in stand houden van een GHOR
                    opgenomen. Voor deze regio is vastgesteld om de GHOR fysiek, in de vorm van een
                    structurele vorm van dienstverlening vanuit de GGD aan het Veiligheidsbestuur,
                    gekoppeld te houden aan de GGD organisatie. De ratio hiervoor is dat de
                    koppeling met de witte kolom het beste vorm te geven is met de bestaande
                    netwerken die de GGD in belang van de openbare gezondheidszorg met de
                    gezondheidssector onderhoudt. </al><al><vet>Artikelen:6 Risicoprofiel; 7 Beleidsplan; 8 Crisisplan en 9
                    Rampbestrijdingsplan</vet>Met het oog op het bereiken van éénduidige
                    terminologie is in de regeling de tekst van de artikelen 14, 15, 16 en 17 van de
                    Wet veiligheidsregio’s gevolgd. Overeenkomstige bepalingen in de
                    gemeenschappelijke regeling 2009 zijn bijgevolg geschrapt.De procedure van de
                    totstandkoming van de begroting wordt in dit artikel ook van toepassing
                    verklaard op de vaststelling van het beleidsplan. Deze procedure zorgt er voor
                    dat de raden van de deelnemende gemeenten bij het besluitvormingsproces worden
                    betrokken. De raden krijgen de mogelijkheid hun zienswijze over het
                    ontwerpbeleidsplan aan het algemeen bestuur kenbaar te maken. </al><al><vet>Artikel 10 Overige bevoegdheden</vet>In de bestaande
                    gemeenschappelijke regeling was geregeld dat het algemeen bestuur bevoegd is tot
                    het opleggen van een bestuurlijke boete overeenkomstig de bepalingen in
                    Hoofdstuk VIII van de Gemeentewet en afdeling 5.3 en 5.4 van de Algemene wet
                    bestuursrecht. Nu artikel 63 van de Wet veiligheidsregio’s een specifieke
                    bestuursdwangbevoegdheid aan het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio geeft
                    is deze passage aangepast.Naast de door de gemeenten overgedragen bevoegdheden
                    heeft het openbaar lichaam van rechtswege de bevoegdheid om aan het
                    maatschappelijk verkeer deel te nemen (bijvoorbeeld het verwerven van goederen
                    en het benoemen van personeel). Gemeenten kunnen in de regeling op deze
                    bevoegdheid beperkingen aanbrengen (artikel 31 Wet gemeenschappelijke
                    regelingen).In deze regeling is expliciet opgenomen dat alle wettelijke
                    bijbehorende toezichthoudende en handhavende bevoegdheden en de toepassing van
                    handhavingmiddelen aan het veiligheidsbestuur toekomen.Hetzelfde geldt voor de
                    bevoegdheden tot instellen van bezwaar en beroep inzake de belangen die het
                    veiligheidsbestuur behartigt.Opgenomen is dat retributies en/of leges opgelegd
                    kunnen worden. Nu de gemeentelijke brandweer is overgedragen aan de
                    veiligheidsregio, dienen ook de onderdelen m.b.t. brandweerzorg,
                    rampenbestrijding en crisisbeheersing uit de gemeentelijke legesverordeningen
                    overgedragen te worden aan de veiligheidsregio, zodat deze zelf leges kan
                    heffen. Hierbij kan gedacht worden aan leges voor ontheffingen in het kader van
                    het transport van gevaarlijke stoffen etc. </al><al><vet>Artikel 11 Verplichte advisering</vet>De deelnemende gemeenten
                    hebben bepaalde taken en bevoegdheden in het kader van brandweerzorg en
                    crisisbeheersing overgedragen aan de Veiligheidsregio (zie de artikelen 5 en 6).
                    In dit artikel worden onderwerpen genoemd die de gemeenten zelf behartigen, maar
                    wel verplicht ter advisering voorleggen aan de Veiligheidsregio. Toegevoegd is
                    de advisering op grond van de omgevingsvergunning. </al><al><vet>Artikel 12 Dienstverlening</vet>Dit artikel biedt de
                    mogelijkheid aan gemeenten om naast het takenpakket van artikel 5 extra diensten
                    van de Veiligheidsregio af te nemen. De dienstverlening geschiedt op verzoek van
                    gemeenten of derden en het algemeen bestuur moet met die dienstverlening vooraf
                    instemmen. De bevoegdheid hiertoe is opgenomen onder bevoegdheden van de
                    Veiligheidsregio.De dienstverlening vind plaats tegen betaling en op basis van
                    een overeenkomst waarin wordt neergelegd welke prestaties de Veiligheidsregio
                    zal leveren en welke kosten bij de gemeente in rekening zullen worden
                    gebracht..Toegevoegd is de mogelijkheid van dienstverlening door de
                    Veiligheidsregio aan derden.<vet>Artikel 13 Samenstelling (van het
                    algemeen bestuur)</vet>Artikel 11 lid 1 van de Wet veiligheidsregio’s
                    bepaalt dat het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio, in afwijking van
                    artikel 13, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, bestaat uit de
                    burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Hierdoor kent het algemeen bestuur
                    van de Veiligheidsregio dezelfde samenstelling als het regionaal college van de
                    politie, waardoor de samenwerking en afstemming tussen beide organen
                    betrekkelijk eenvoudig is. Aan de regeling is toegevoegd de mogelijkheid van
                    vervanging van de burgemeester conform de Gemeentewet. Een loco-burgemeester kan
                    zijn burgemeester niet vervangen als lid van het dagelijks bestuur. De leden van
                    het dagelijks bestuur worden aangewezen door het algemeen bestuur (zie artikel
                    16).Omdat het lidmaatschap van het algemeen bestuur is gekoppeld aan de functie
                    van burgemeester, heeft het geen zin de zittingsperiode van het algemeen bestuur
                    aan een bepaalde termijn te verbinden (bijvoorbeeld een koppeling aan de
                    zittingsperiode van de raad). Om die reden is in dit artikel geen regeling
                    opgenomen over de zittingsduur van de leden van het algemeen bestuur. </al><al><vet>Artikel 14 Taken en bevoegdheden (van het algemeen
                    bestuur)</vet>In lid 2 onder b is opgenomen dat het algemeen bestuur
                    besluiten neemt die voortvloeien uit het beheer van de Brandweer Gooi en
                    Vechtstreek.In lid 3 is opgenomen dat het algemeen bestuur een mandaatregeling
                    vaststelt. De formulering is algemeen zodat de reikwijdte en de onderwerpen van
                    de mandaatregeling niet beperkt blijven tot P&amp;amp;O-onderwerpen. Dat is
                    conform de bestaande praktijk.</al><al><vet>Artikel 15 De werkwijze (van het algemeen bestuur)</vet>In
                    artikel 22, eerste lid, Wet gemeenschappelijke regelingen is geregeld dat het
                    algemeen bestuur voor zijn vergaderingen een reglement van orde vaststelt. In
                    het reglement van orde kan worden bepaald dat de vergaderingen van het algemeen
                    bestuur en de vergaderingen van het regionaal college gelijktijdig
                    plaatsvinden.De vergaderingen van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam
                    zijn openbaar (artikel 22, derde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen). Het
                    derde en vierde lid van artikel 22 Wet gemeenschappelijke regelingen regelen de
                    procedure die moet worden gevolgd om een vergadering in beslotenheid te laten
                    plaatsvinden.Het derde lid van dit artikel bevat een lijst met onderwerpen
                    waarover in ieder geval niet in beslotenheid vergaderd of besloten mag worden.
                    Deze lijst is gebaseerd op artikel 24 Gemeentewet. Hierin staan de onderwerpen
                    vermeld waarover de gemeenteraad niet in beslotenheid mag beraadslagen of
                    besluiten.De Wet veiligheidsregio’s schrijft (in de artikelen 12 en 13) voor dat
                    de hoofdofficier van justitie en de voorzitter van het waterschap worden
                    uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur en dat
                    de commissaris van de Koning wordt uitgenodigd om bij de vergaderingen aanwezig
                    te zijn.Het Openbaar Ministerie is nadrukkelijk betrokken bij de activiteiten
                    van de Veiligheidsregio, maar bestuurlijke medeverantwoordelijkheid van het
                    Openbaar Ministerie voor de Veiligheidsregio is niet aan de orde. Daarom is in
                    deze regeling verankerd dat de (fungerend) hoofdofficier van justitie
                    adviesbevoegdheid heeft en vertegenwoordigd is in de veiligheidsdirectie (zie
                    ook artikel 27). De wenselijkheid wordt onderschreven dat de fungerend
                    hoofdofficier in het algemeen de vergaderingen van het algemeen bestuur als
                    adviseur kan bijwonen. De mogelijkheid wordt open gelaten dat daarvan in
                    incidentele gevallen wordt afgeweken, met name wanneer strafrechtelijk onderzoek
                    jegens betrokken hulpverleners of bestuursleden aan de orde is.In deze
                    gemeenschappelijke regeling is er voor gekozen géén portefeuilleverdeling voor
                    de leden van het algemeen bestuur in te voeren. Dat neemt niet weg dat binnen
                    het algemeen bestuur een zekere mate van taakspecialisatie zal kunnen
                    plaatsvinden, op basis van affiniteit met bepaalde terreinen en/of op basis van
                    specifiek aanwezige deskundigheid en ervaring bij individuele leden van het
                    algemeen bestuur.Toegevoegd is de aanwezigheid van specifieke adviseurs in de
                    vergaderingen van het algemeen bestuur, conform de bestaande
                    praktijk.Uitgesloten is dat andere leden van de veiligheidsdirectie dan de
                    regionaal commandant adviseren over rechtspositiezaken waarvoor alleen hij
                    verantwoordelijk is. </al><al><vet>Artikel 16 De besluitvorming (in het algemeen bestuur)</vet>De
                    tekst van dit artikel is aangepast op grond van artikel 11 van de Wet
                    veiligheidsregio’s.De Wet veiligheidsregio’s schrijft voor dat het bestuur bij
                    meerderheid van stemmen beslist. Het is dus niet mogelijk in de
                    gemeenschappelijke regeling op te nemen dat het algemeen bestuur bij
                    gekwalificeerde meerderheid besluit. Dat laat overigens onverlet dat de
                    gemeenschappelijke regeling kan inhouden dat een gemeente meervoudig stemrecht
                    heeft. In de bestaande regeling is er al voor gekozen dat elk lid in de
                    vergadering van het algemeen bestuur één stem heeft. Er is geen aanleiding die
                    stemverhouding te herzien. Toegevoegd is de doorslaggevende stem van de
                    voorzitter bij het staken van de stemming, dit is conform de Wet
                    veiligheidsregio’s.Het derde lid geeft de bestuurlijke unanimiteitsafspraak weer
                    die bij gelegenheid van de regionalisering van de brandweer is gemaakt. </al><al><vet>Artikel 17 Bovenlokale rampen en crises</vet>Dit artikel volgt
                    de tekst van de wet. </al><al><vet>Artikel 18 Samenstelling (van het dagelijks bestuur)</vet>Dit
                    artikel koppelt de zittingsduur van de leden van het dagelijks bestuur aan de
                    zittingsperiode van de gemeenteraden.In deze gemeenschappelijke regeling is
                    ervoor gekozen een dagelijks bestuur met zo beperkt mogelijke bevoegdheden te
                    vormen. De argumenten daarvoor zijn:1. Het aantal gemeenten in Gooi en
                    Vechtstreek bedraagt slechts 9 en zal door gemeentelijke herindeling verder
                    teruglopen. Voorkomen moet worden dat alle besluiten de facto in het dagelijks
                    bestuur genomen worden.2. Door de zaken zoveel als mogelijks is in het algemeen
                    bestuur af te handelen wordt bestuurlijke efficiencywinst geboekt (dubbel
                    vergaderen wordt zoveel mogelijk voorkomen).3. De betrokkenheid en
                    verantwoordelijkheid van alle bestuursleden bij de Veiligheidsregio blijft zo
                    veel mogelijk gelijk. </al><al><vet>Artikel 19 Taken en bevoegdheden (van het dagelijks
                    bestuur)</vet>In deze gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen een
                    dagelijks bestuur met zo beperkt mogelijke bevoegdheden te vormen. Voor wat
                    betreft de taken voor het dagelijks bestuur geldt dat deze kunnen worden
                    gemandateerd aan de leden van de Veiligheidsdirectie. Voor wat betreft de
                    bevoegdheden geldt dat deze bij het algemeen bestuur blijven. </al><al><vet>Artikel 20 Werkwijze en vergaderorde (van het dagelijks
                    bestuur)</vet>In deze regeling wordt, gelet op de beperkte
                    verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur, voor de leden van het dagelijks
                    bestuur geen portefeuilleverdeling vastgesteld. </al><al><vet>Artikel 21 Aanwijzing en vervanging (van de voorzitter)</vet>De
                    tekst van dit artikel volgt de tekst (van artikel 11) van de wet. Het ligt voor
                    de hand dat het algemeen bestuur de waarnemend korpsbeheerder aanwijst als zijn
                    plaatsvervanger. De politieregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland worden
                    mogelijk op korte termijn samengevoegd. Op basis van met de minister van BZK
                    gemaakte bestuurlijke afspraken zullen de Veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek
                    en Flevoland over enkele jaren ook samengaan. Dat betekent dat tijdelijk de
                    (nieuwe) politieregio niet territoriaal congruent is met de bestaande
                    veiligheidsregio’s. Het ligt voor de hand dat gedurende deze periode nadere
                    bestuurlijke afspraken worden gemaakt over het voorzitterschap van de beide
                    Veiligheidsregio’s. </al><al><vet>Artikel 23 Taken en bevoegdheden (van de voorzitter)</vet>De
                    tekst van dit artikel is in overeenstemming gebracht met de tekst van de Wet
                    veiligheidsregio’s. </al><al><vet>Artikelen: Inlichtingen en verantwoording24 Het dagelijks bestuur en
                    de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur;25 Het algemeen en dagelijks
                    bestuur ten opzichte van de colleges; 26 De leden van het algemeen bestuur ten
                    opzichte van de raden.</vet>De artikelen 16 en 17 van de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen schrijven voor dat een gemeenschappelijke regeling
                    bepalingen bevat over het verstrekken van informatie en het afleggen van
                    verantwoording. Daarbij gaat het zowel om de informatie- en
                    verantwoordingsplicht binnen de gemeenschappelijke regeling (de relatie tussen
                    het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur) als om de informatie- en
                    verantwoordingsplicht van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling ten
                    opzichte van de (colleges en de raden van de) de deelnemende gemeenten.</al><al><vet>Artikel 27 Samenstelling van de veiligheidsdirectie</vet>De
                    benaming ‘veiligheidsdirectie’ is overgenomen uit de brief van de Minister van
                    BZK van 27 april 2005 over de basisniveaus van de veiligheidsregio’s en staat
                    ook in de ontwerpwet op de veiligheidsregio´s. Deze term kan leiden tot
                    misverstanden omdat de veiligheidsdirectie niet belast is met managementtaken.
                    Ze fungeert als ambtelijke ondersteuning en vaste adviseur van het algemeen en
                    dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio, zowel bij de voorbereiding als de
                    uitvoering van besluiten (zie de taakomschrijving in artikel 28). Ten behoeve
                    van haar werkzaamheden kan de veiligheidsdirectie in voorkomende gevallen
                    anderen uitnodigen om deel te nemen aan de beraadslagingen. Gedacht kan worden
                    aan vertegenwoordigers van provincie, regionale directies of waterschappen. Het
                    is niet nodig om dit apart te regelen.De coördinerend gemeentesecretaris is
                    verantwoordelijk voor de voorbereiding en (coördinatie van) de aansturing van
                    (onder andere) de gemeentelijke crisisbeheersingsprocessen. De coördinerend
                    gemeentesecretaris zal mogelijk bevoegdheden en verantwoordelijkheden m.b.t.
                    crisisbeheersing en rampenbestrijding van de gemeentesecretarissen overgedragen
                    krijgen. Vanzelfsprekend moet de eventuele overdracht van bevoegdheden en
                    verantwoordelijkheden als zodanig altijd stoelen op een besluit van het bevoegd
                    gezag, te weten van het college van B&amp;amp;W van de desbetreffende
                    gemeentesecretaris. Het vijfde lid bepaalt dat het algemeen bestuur de
                    coördinerend gemeentesecretaris aanwijst op voordracht van de
                    gemeentesecretarissen in de regio. Het recht van voordracht van de gezamenlijke
                    gemeentesecretarissen in de regio is bedoeld om bij deze groep draagvlak te
                    creëren voor de persoon die de taak van coördinerend gemeentesecretaris gaat
                    vervullen en de activiteiten die hij of zij uit hoofde van deze functie gaat
                    ontplooien. Uiteraard is daarbij formeel instemming noodzakelijk van het
                    betrokken college van burgemeester en wethouders.De mogelijkheid van vervanging
                    is toegevoegd, conform de bestaande praktijk.Voorzitter veiligheidsdirectieHet
                    algemeen bestuur wijst uit de leden van de veiligheidsdirectie een voorzitter
                    aan. De voorzitter van de veiligheidsdirectie is tevens secretaris van het
                    dagelijks en algemeen bestuur.De voorzitter van de veiligheidsdirectie draagt
                    geen eindverantwoordelijkheid, de leden van de veiligheidsdirectie blijven
                    immers op basis van hun functionele verantwoordelijkheid de
                    hulpverleningsdiensten aansturen. Hoewel open gehouden wordt dat het
                    voorzitterschap van de veiligheidsdirectie kan wisselen als nadere
                    gedachtevorming daartoe aanleiding zou geven, is op grond van diens functionele
                    verantwoordelijkheid de regionaal commandant als voorzitter aangewezen. </al><al><vet>Artikel 28 Taken van de veiligheidsdirectie</vet>De
                    werkzaamheden ter uitvoering van de taakstelling van de Veiligheidsregio worden
                    opgedragen aan de regionaal commandant, aan de regionaal geneeskundig
                    functionaris, aan de coördinerend gemeentesecretaris en aan de korpschef van
                    politie voor zover het hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden betreft.
                    Daaronder wordt in elk geval begrepen het zorgdragen voor voldoende
                    beschikbaarheid, gerichte werving en selectie van gekwalificeerd personeel
                    alsmede de benodigde personeelszorg en deskundigheidsbevordering. Tevens wordt
                    daaronder begrepen adequaat financieel management en beheer ten behoeve van de
                    eigen organisatie. De hierbij namens het bestuur uit te oefenen bevoegdheden
                    zullen concreet inhoud en vorm gegeven moeten worden in de
                    organisatieverordening en de mandateringsregeling.De veiligheidsdirectie is
                    belast met de voorbereiding en de bewaking van de uitvoering van de besluiten
                    van de Veiligheidsregio. Bij het voorbereiden van besluiten moet vooral worden
                    gedacht aan het nemen van initiatieven. De veiligheidsdirectie is ook belast met
                    de bewaking van de uitvoering van besluiten.De managementverantwoordelijkheid
                    voor de uitvoering blijft bij de diensthoofden van de afzonderlijke
                    hulpverleningsorganisaties waar het hun eigen uitvoeringsorganisatie betreft. De
                    veiligheidsdirectie dient er voor te zorgen dat de gemaakte afspraken over een
                    gecoördineerde aanpak worden nagekomen.Toegevoegd is een bepaling die de
                    specifieke en eigen verantwoordelijkheid van de leden van de veiligheidsdirectie
                    garandeert.Om er voor te zorgen dat het beleid en de besluiten van de
                    Veiligheidsregio goed worden afgestemd op het beleid en de besluiten van het
                    regionaal college politie, zal moeten worden geregeld dat de veiligheidsdirectie
                    ook wordt belast met de voorbereiding van de voor het veiligheidsbeleid
                    relevante besluiten door het regionaal college. Dit kan worden vastgelegd in het
                    convenant tussen de Veiligheidsregio en het regionaal college politie. </al><al><vet>Artikel 29 De inrichting van de ambtelijke organisatie</vet>In
                    dit artikel is aangegeven dat het algemeen bestuur de inrichting van de
                    ambtelijke organisatie vaststelt. Het ligt voor de hand om in ieder geval de
                    volgende organisatieonderdelen in te stellen: de Brandweer Gooi en Vechtstreek,
                    de intergemeentelijke samenwerking voor de gemeentelijke rampenbestrijding en de
                    gemeenschappelijke meldkamer. De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en
                    rampen blijft organisatorisch onderdeel van de GGD. </al><al><vet>Artikel 30 De rechtspositie</vet>In dit artikel is aangegeven
                    dat het algemeen bestuur de arbeidsvoorwaardenregeling(en) van het personeel in
                    dienst van de Veiligheidsregio (waaronder de Brandweer Gooi en Vechtstreek)
                    vaststelt. </al><al><vet>Artikel 32 Begrotingsprocedure</vet>De artikelen 186 tot en met
                    213 van de (gedualiseerde) Gemeentewet zijn ook van toepassing verklaard op
                    gemeenschappelijke regelingen. Deze artikelen hebben betrekking op de begroting,
                    jaarrekening, administratie en de controle. Ook het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is van toepassing op
                    gemeenschappelijke regelingen. Dit betekent onder andere dat de begroting die
                    door het algemeen bestuur wordt vastgesteld moet worden opgezet op basis van een
                    indeling in programma’s (programmabegroting). Het algemeen bestuur stelt
                    vervolgens op basis van de programmabegroting de productenraming vast.De termijn
                    waarop de begroting uiterlijk moet zijn vastgesteld door het algemeen bestuur (1
                    juli) stelt gemeenten in staat de uitgaven die gemoeid zijn met de
                    Veiligheidsregio in de eigen begroting te verwerken. Het gaat immers om
                    verplichte uitgaven. Artikel 34, tweede lid, Wet gemeenschappelijke regelingen
                    bepaalt dat de begroting vóór 15 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar
                    waarvoor deze geldt, aan Gedeputeerde Staten moet zijn toegezonden.De
                    Veiligheidsregio neemt de zorg van de gemeenten om de ontwerpbegroting ter
                    inzage te leggen, over. </al><al><vet>Artikel 33 Bijdragen van het Rijk en van de gemeenten</vet>De
                    bestuurlijke afspraken die in het kader van de regionalisering van de brandweer
                    zijn gemaakt over kostenverdeling, zijn vastgelegd in de regeling.De
                    gemeentelijke bijdragen worden bij wijze van voorschot halfjaarlijks vooruit
                    betaald.Wat betreft de financiële bijdragen van het Rijk en van anderen aan de
                    Veiligheidsregio (tweede lid), kan aan de volgende bijdragen worden gedacht:• de
                    rijksbijdrage op grond van het Besluit doeluitkering bestrijding rampen en zware
                    ongevallen (BDUR);• de bijdrage van de regionale ambulancevoorziening voor de
                    instandhouding van de meldkamer ambulancezorg;• de bijdrage van de regiopolitie
                    voor de instandhouding van de gemeenschappelijke meldkamer;• bijdragen van
                    individuele gemeenten in verband met het verrichten van specifieke diensten voor
                    die gemeenten (dienstverlening).In het zesde lid zijn de bestuurlijke afspraken
                    over de kostenverdeling van de gemeentelijke bevolkingszorg vastgelegd. </al><al><vet>Artikel 36 Waarborg/garantstelling</vet>Het opnemen van dit
                    artikel is conform een daartoe bij circulaire gedane aanbeveling van de minister
                    van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 juli 1999 en conform
                    gevraagd advies van de Bank Nederlandse Gemeenten.In de toelichting bij artikel
                    31 van de gemeenschappelijke regeling van 1 januari 2007 stond al het volgende.
                    De uitgaven ten behoeve van een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte
                    uitgaven voor gemeenten. Als blijkt dat een gemeente weigert de financiële
                    bijdrage in haar begroting op te nemen of tot betaling daarvan over te gaan,
                    kunnen Gedeputeerde Staten ingrijpen op grond van respectievelijk artikel 194 en
                    195 van de Gemeentewet. </al><al><vet>Artikel 38 Toetreding en uittreding</vet>Een gemeenschappelijke
                    regeling dient een regeling te bevatten omtrent de toetreding en uittreding
                    (artikel 9 Wet gemeenschappelijke regelingen). In het Besluit territoriale
                    indeling brandweer- en GHOR-regio’s zijn de gemeenten aangewezen waarvan de
                    colleges van burgemeester en wethouders een gemeenschappelijke regeling moeten
                    treffen terzake van de regionale brandweer en de geneeskundige hulpverlening bij
                    ongevallen en rampen. Dit betekent dat gemeenten alleen kunnen uittreden uit
                    deze gemeenschappelijke regeling of toetreden tot deze regeling als de verdeling
                    van gemeenten in regio’s in het Besluit territoriale indeling brandweer- en
                    GHOR-regio’s wordt gewijzigd. In dat geval zijn de gemeenten waarop de wijziging
                    betrekking heeft zelfs verplicht om over te gaan naar een andere
                    gemeenschappelijke regeling. </al><al><vet>Artikel 39 Wijziging</vet>De tekst van dit artikel is in
                    overeenstemming gebracht met de tekst van de Wet veiligheidsregio’s.De vorming
                    van de Veiligheidsregio is in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s verplicht
                    gesteld. Dat impliceert dat de Veiligheidsregio niet bij besluit van de
                    gemeenten kan worden opgeheven. Daarom is de passage over opheffing in dit
                    artikel geschrapt. </al><al><vet>Artikel 40 Geschillen</vet>De bedoeling van dit artikel is om
                    geschillen eerst op intergemeentelijk niveau te doen beslechten. Mochten
                    partijen er op dit niveau niet uitkomen, dan staat de weg naar Gedeputeerde
                    Staten op grond van artikel 28 Wet gemeenschappelijke regelingen volledig
                    open.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>