<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR87239_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-02-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Ontwerp-besluit</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel;</al><al>gelezen het voorstel van het presidium van 16 september 2008;</al><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende </al><al><vet>Verordening op de raadscommissies 2008</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid of buitengewoon lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger; </al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al></li><li nr="f."><al>secretaris: gemeentesecretaris.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>de commissie Bestuur/Middelen;</al></li><li nr="b."><al>de commissie Grondgebied;</al></li><li nr="c."><al>de commissie Samenleving. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadscommissie Bestuur/Middelen adviseert en overlegt in ieder
                                geval over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>Interne bestuursorganisatie en –instrumenten</al></li><li nr="b."><al>Externe bestuursrelaties</al></li><li nr="c."><al>Openbare orde en veiligheid</al></li><li nr="d."><al>Politieaangelegenheden</al></li><li nr="e."><al>Brandweer en andere hulpverleningsorganisaties</al></li><li nr="f."><al>Overheidscommunicatie</al></li><li nr="g."><al>Burgerzaken</al></li><li nr="h."><al>Facilitaire zaken</al></li><li nr="i."><al>WOZ, belastingen en verzekeringen</al></li><li nr="j."><al>Personeel en organisatie</al></li><li nr="k."><al>Informatievoorziening en automatisering</al></li><li nr="l."><al>Jaarrekening</al></li><li nr="m."><al>Voorjaarsnota</al></li><li nr="n."><al>Kadernota</al></li><li nr="o."><al>Najaarsnota</al></li><li nr="p."><al>Begroting</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadscommissie Grondgebied adviseert en overlegt in ieder geval
                                over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>Ruimtelijke ordening, waaronder nieuwbouw- en
                                        herstructureringsprojecten</al></li><li nr="b."><al>Volkshuisvesting</al></li><li nr="c."><al>Privaatrechtelijke aangelegenheden</al></li><li nr="d."><al>Milieu</al></li><li nr="e."><al>Verkeer en Vervoer</al></li><li nr="f."><al>Openbare ruimte, waaronder herbestratingen en
                                        rioleringen</al></li><li nr="g."><al>Openbare werken, waaronder afvalinzameling</al></li><li nr="h."><al>Economische zaken</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie Samenleving adviseert en overlegt in ieder geval
                                over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>Welzijn, waaronder gesubsidieerde instellingen</al></li><li nr="b."><al>Sport en recreatie</al></li><li nr="c."><al>Onderwijs</al></li><li nr="d."><al>Jeugdbeleid </al></li><li nr="e."><al>Sociale zaken</al></li><li nr="f."><al>WMO</al></li><li nr="g."><al>Kunst en cultuur</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij het
                                presidium beslist dat een gezamen- lijke vergadering van de
                                raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp
                                het meest aangaat, het onderwerp behandelt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken: </al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde
                                    en vierde lid, genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="c."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                    ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, tweede, derde en vierde lid, genoemde
                                    onderwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadscommissie bestaat uit maximaal 1 lid per fractie.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde lid wordt door de raad op
                                    voordracht van de fracties benoemd.</al></li><li nr="3."><al>Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen
                                    10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                    toepassing op een lid van een raadscommissie.</al></li></lijst><al>Het in het eerste lid genoemde lid dient daarnaast tijdens de laatste
                            verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de
                            betreffende fractie. </al><lijst><li nr="4."><al>Per fractie kan maximaal één persoon, niet zijnde raadslid, tot
                                    commissielid worden benoemd. Dit lid, burgerlid genoemd, niet
                                    raadslid zijnde, adviseert in de raadscommissie onder
                                    verantwoordelijkheid van de raadsfractie waarvoor hij zitting
                                    heeft in de commissie.</al></li><li nr="5."><al>Het door de raad benoemde lid, kan bij verhindering of
                                    ontstentenis worden vervangen door een ander lid uit dezelfde
                                    fractie. Deze plaatsvervanger voldoet aan de in het derde lid
                                    genoemde eisen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er worden een eerste en een tweede plaatsvervangend voorzitter door
                                de commissie uit haar midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alleen raadsleden kunnen tot plaatsvervangend voorzitter worden
                                benoemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet
                                meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter ontslaan. De raadscommissie kan de
                                plaatsvervangend voorzitters ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervangers kunnen te allen
                                tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de
                                raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in
                                of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert een medewerker
                                van de griffie als commissiegriffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                daartoe door de raad aangewezen medewerker.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Aanwezigheid burgemeester, wethouders en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanwezigheid burgemeester, wethouders en secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan de burgemeester en één of meer wethouders en de
                                secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de
                                beraadslagingen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester en de wethouders kunnen zich in de vergadering laten
                                bijstaan door medewerkers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de burgemeester of een wethouder bij een vergadering aanwezig
                                wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe
                                een verzoek aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op
                                het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat
                                de burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering
                                aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies
                                    plaats volgens een jaarlijks door het presidium vast te stellen
                                    vergaderschema, vangen aan om 20.00 uur en vinden plaats in het
                                    raadhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                    nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk
                                    met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover overleg met het presidium en de griffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergaderingen van de raadscommissies duren in de regel tot
                                    uiterlijk 23.00 uur. Indien een half uur voor dit tijdstip
                                    blijkt dat er meer tijd nodig is om de geagendeerde onderwerpen
                                    te behandelen, legt de voorzitter aan de vergadering de vraag
                                    voor om de resterende agendapunten door te schuiven naar de
                                    eerstvolgende vergadering, of de vergadering na 23.00 uur voort
                                    te zetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                    het tijdstip en de plaats van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
                                    gezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder schriftelijke oproep wordt mede verstaan een digitaal
                                    bericht waarin de leden van de commissies opgeroepen
                                    worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                    presidium de agenda van de vergadering voorlopig vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. Het
                                    presidium bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel
                                    opnieuw geagendeerd wordt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het raadhuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het raadhuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging in één of meer dag-, nieuws- of
                                    huis-aan-huisbladen, in het gemeentelijk informatieblad of op de
                                    voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                    plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats alsmede de voorlopige
                                            agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 16.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken,
                                    indien digitaal be- schikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van de vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen indien blijkens de
                                    presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                                    leden aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Direct na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige
                                    burgers het woord voeren over niet-geagendeerde
                                    onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Over geagendeerde onderwerpen kunnen andere aanwezige burgers
                                    bij de behandeling van het agendapunt het woord voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De totale beschikbare spreektijd bedraagt 30 minuten. Zij die
                                    zich als spreker hebben aangemeld, verkrijgen van de voorzitter
                                    maximaal 5 minuten het woord. Indien zich meer dan zes sprekers
                                    hebben aangemeld, wordt de beschikbare spreektijd evenredig over
                                    hen verdeeld. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken
                                    van de maximale lengte van de spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                            beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                            ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht als bedoeld in lid 1 gebruik wil
                                    maken, meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van de
                                    vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn
                                    naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het
                                    woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                    commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                    verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
                                    tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
                                    van de inbreng van de burger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Van de vergadering worden geluidsopnames gemaakt. Tevens
                                        wordt een besluitenliijst opgesteld.</al></li><li nr="2."><al>De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt
                                        digitaal beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website.
                                    </al></li><li nr="3."><al>Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van
                                        de vorige vergadering vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders
                                        hebben het recht een voorstel tot wijziging van de
                                        besluitenlijst aan de raadscommissie te doen, indien deze
                                        onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen
                                        besloten is. Een voorstel tot verandering dient schriftelijk
                                        voor de vaststelling van de besluitenlijst bij de
                                        commissiegriffier te worden ingediend.</al></li><li nr="5."><al>De besluitenlijst moet inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                                commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders,
                                                de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden,
                                                allen voorzover aanwezig, alsmede van de overige
                                                personen die het woord gevoerd hebben;</al><al> afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig waren;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                        geweest;</al></li><li nr="c."><al>een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding
                                        van de namen van de leden die mededeling hebben gedaan van
                                        hun eventuele afkeuring, en met aantekening van de namen van
                                        de leden die zich niet uitgelaten hebben;</al></li><li nr="d."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid
                                        van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in
                                        artikel 25 door de raadscommissie is toegestaan deel te
                                        nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de
                                                verantwoordelijkheid van de griffier.</al></li><li nr="7."><al>De geluidsdrager van het verhandelde in een
                                                vergadering wordt in het gemeentelijk archief
                                                bewaard en wordt digitaal beschikbaar gesteld. Op
                                                verzoek van een lid worden zij in het raadhuis ten
                                                gehore gegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder en de
                                    secretaris spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en
                                    richten zich tot de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in
                                    het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats
                                    spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de burgemeester, een wethouder of de secretaris, voeren
                                    het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen
                                    te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord
                                    wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg
                                    geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin
                                    zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het
                                    voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat
                                    het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter
                                    hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid
                                    bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                                    vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                    opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deuren van de vergadering worden gesloten, indien de voorzitter
                                het nodig oordeelt of ten minste een vijfde deel van de aanwezige
                                leden daarom verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie besluit vervolgens dat met gesloten deuren zal worden
                                vergaderd, wanneer zij van mening is dat bij openbare
                                beraadslagingen particuliere en/of algemene belangen wezenlijk
                                kunnen worden geschaad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de vergadering met gesloten deuren worden geluidsopnames
                                gemaakt. Tevens wordt een besluitenlijst opgesteld, die niet
                                openbaar wordt gemaakt tenzij de commissie anders besluit. Deze
                                besluitenlijst wordt in de eerstvolgende openbare vergadering van de
                                commissie vastgesteld. Daarbij wordt niet inhoudelijk over de
                                besluitenlijst gesproken. Indien dat door de commissie wel wordt
                                gewenst, wordt een besloten vergadering geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De geluidsdrager van het verhandelde in de vergadering wordt in het
                                gemeentelijk archief bewaard. Op verzoek van een lid of één van de
                                andere aanwezigen worden zij in het raadhuis ten gehore
                                gegeven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Omtrent het in een vergadering met gesloten deuren behandelde en
                                omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden
                                overgelegd, kan met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet
                                geheimhouding worden opgelegd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Leden van de raad die geen lid zijn van de commissie en burgerleden
                                kunnen een vergadering met gesloten deuren als toehoorder
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders, die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2008. </al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt de “Verordening op de raadscommissies
                                    2002”, vastgesteld bij raadsbesluit van 4 april 2002.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in
                        zijn openbare vergadering van 25 september 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de verordening op de raadscommissies</tussenkop><al> In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (respectievelijk artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden. </al><al>Deze verordening heeft betrekking op de raadscommissies. </al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet kan de raad zoveel
                    raadscommissies instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken,
                    bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze
                    waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien
                    waarvan geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht overigens niet tot het
                    instellen van raadscommissies. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichtingHoofdstuk 1 Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al> Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de
                    verordening moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen
                    eenmalig gedefinieerd. </al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Instelling raadscommissies</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Instelling raadscommissies</tussenkop><al> In onze gemeente is gekozen voor een stelsel van een drietal raadscommissies. </al><al>Het vijfde en zesde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere
                    commissies aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke raadscommissie(s) het
                    onderwerp besproken zal worden. </al><tussenkop>Artikel 3 Taken</tussenkop><tussenkop>Artikel 3 Taken</tussenkop><al> De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. Voor wat betreft de invulling
                    van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden.
                    In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en vindt de
                    besluitvorming door de raad plaats. </al><al> De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. </al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. Hierover wordt vooraf overlegd in het presidium. Veelal zal het
                    echter wel zo blijven dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt
                    besproken. </al><tussenkop>Artikel 4 Samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 4 Samenstelling</tussenkop><al> De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. De leden worden door
                    de raad benoemd, op voordracht van de fractie. Dit houdt in dat het aan de
                    fracties zelf is om te bepalen welke leden de betreffende fractie
                    vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is mogelijk dat de raad
                    (moet) besluiten een voorgedragen lid niet te benoemen tot lid van een
                    commissie. Dit kan het geval zijn wanneer een “burgerlid” niet voldoet aan de
                    vereisten van de Gemeentewet (zie de toelichting op het vierde lid). Andere
                    redenen om een dergelijke benoeming achterwege te laten zijn niet aan de
                    orde.</al><al>Zoals ook uit het vierde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                    raadslid te zijn. De politieke groeperingen (fracties) dragen de in het eerste
                    lid bedoelde leden voor. Daarnaast moeten de in het eerste lid bedoelde leden op
                    grond van deze bepaling op de kandidatenlijst van de betreffende fractie hebben
                    gestaan. Dit in verband met de ‘kenbaarheid’ (kiezerslegitimiteit) van de
                    kandidaten bij de burgers. </al><al>Op grond van het derde lid moeten leden voldoen aan hetgeen is bepaald in de
                    artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat
                    zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten
                    beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in
                    artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15. Om
                    te beoordelen of de burgerleden voldoen aan de eisen van de Gemeentewet, wordt
                    gebruik gemaakt van een geloofsbrievenonderzoek. Dit onderzoek (alleen naar de
                    niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de leden benoemd
                    worden. Om er voor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine
                    fracties in staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de
                    raadscommissie bepaalt het vijfde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend
                    lid kan voordragen. Voor de plaatsvervangende leden gelden dezelfde eisen als
                    voor het lid van een raadscommissie. De vervangingsregeling geldt uitsluitend
                    voor de op basis van het eerste lid benoemde leden. </al><tussenkop>Artikel 5 Voorzitter</tussenkop><tussenkop>Artikel 5 Voorzitter</tussenkop><al> Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters "uit zijn midden" benoemt. In deze bepaling is
                    er voor gekozen om de voorzitters van de raadscommissies door de raad te laten
                    benoemen. </al><al>De plaatsvervangend voorzitters worden door de raadscommissies benoemd. </al><al> Op basis van het tweede lid, is de voorzitter geen lid van de raadscommissie.
                    Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op
                    zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. Het ligt voor de hand dat
                    de voorzitters, evenals de leden, van de raadscommissies in de eerste
                    vergadering van de raad in nieuwe samenstelling worden benoemd, aangezien de
                    zittingsperiode van de voorzitters en de leden aan het einde van de
                    zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6, eerste lid). Aangezien het
                    echter niet altijd mogelijk zal zijn om de voorzitters direct na de verkiezingen
                    te benoemen, is er voor gekozen om geen termijn in artikel 5, eerste lid, op te
                    nemen. Hetzelfde geldt overigens voor artikel 4, tweede lid. </al><tussenkop>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</tussenkop><tussenkop>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al> De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even
                    lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. </al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het (buitengewoon) lidmaatschap van een
                    raadscommissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de
                    in artikel 4, derde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op
                    voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                    voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid). </al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. De voorzitter van een
                    raadscommissie kan de raad ook zonder voorstel van een fractie ontslaan,
                    bijvoorbeeld indien deze voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid
                    van de raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van
                    tussentijdse vacature, hetzij door ontslag hetzij door overlijden. </al><tussenkop>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</tussenkop><tussenkop>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</tussenkop><al> Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. </al><al>De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie
                    aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                    raadscommissie op grond van artikel 25 van deze verordening altijd de
                    mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. </al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid burgemeester, wethouders en
                    secretaris</tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Aanwezigheid burgemeester, wethouders en secretaris</tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Aanwezigheid burgemeester, wethouders en secretaris</tussenkop><al> Het kan gewenst zijn dat een lid van het college, de burgemeester of de
                    secretaris deelneemt aan de vergadering van de raadscommissie. De commissie kan
                    per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de
                    genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. </al><al>Artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet dat artikel 21, tweede lid, van
                    overeenkomstige toepassing verklaart, is hiervoor de grondslag. Dit geldt zowel
                    voor besloten als voor niet besloten vergaderingen. In openbare vergaderingen
                    kunnen collegeleden, de burgemeester en de secretaris uiteraard altijd aanwezig
                    zijn. Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de
                    raadscommissie hiermee instemt. In de regel zal de portefeuillehouder veelal wel
                    aanwezig zijn ten behoeve van het voeren van overleg en het uitoefenen van
                    controle door de raadscommissie. </al><al> De stuurgroep Leemhuis heeft in haar rapport aandacht besteed aan de
                    aanwezigheid van de burgemeester en leden van het college in de
                    commissievergaderingen. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en
                    Koninkrijksrelaties staat een minder 'stramme' ontvlechting voor ogen. Deze
                    minder stramme ontvlechting komt terug in een voorstel tot wijziging van artikel
                    21 (aanwezigheid wethouder in de raadsvergadering). In een aanhangig
                    wetsvoorstel (30 902) bij de Tweede Kamer wordt voorgesteld de aanwezigheid van
                    de wethouder in raadsvergaderingen te reguleren. Dit geldt niet alleen voor
                    plenaire raadsvergaderingen, maar ook voor commissievergaderingen.</al><al>Met de wijziging van artikel 21 van de Gemeentewet moet tot uitdrukking komen
                    dat de wethouder als vanzelfsprekende partner van de raad wordt betrokken bij de
                    beraadslagingen van raad. Hoewel in de memorie van toelichting van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur gemotiveerd is afgeweken van de regeling, zoals deze
                    geldt voor ministers en staatssecretarissen (artikel 69 Grondwet), is in de
                    praktijk gebleken dat de huidige bepaling in de Wet dualisering gemeentebestuur
                    toch problemen veroorzaakt. De kern van de dualisering is weliswaar de
                    ontvlechting van de raad en het college van burgemeester en wethouders, maar het
                    is niet de bedoeling geweest de raad en het college in posities te brengen,
                    waarmee ze elkaar kunnen uitsluiten. De raad en het college zijn immers samen
                    verantwoordelijk voor een beter bestuur in de gemeente. Synergie tussen raad en
                    college is daarbij van wezenlijk belang. </al><al>Daarom wordt gekozen voor een redactie van artikel 21 naar analogie van artikel
                    69 Grondwet. Hierbij aansluitend wordt in het huidige voorstel gekozen voor een
                    formulering waarin de wederkerigheid in de posities van de raad en het college
                    van burgemeester en wethouders is uitgewerkt. Enerzijds kan de wethouder zelf
                    bepalen of hij al dan niet aanwezig is en deelneemt aan de beraadslagingen.
                    Anderzijds kan de raad de wethouder uitnodigen indien hij het van belang acht
                    dat de wethouder aanwezig is en aan de beraadslagingen deelneemt. </al><al>Om te komen tot een praktische regeling is er in deze bepaling voor gekozen om
                    de voorzitter van de raadscommissie een voorlopige beslissing omtrent de
                    aanwezigheid van de burgemeester of een wethouder en de deelname aan de
                    beraadslagingen te laten nemen. Als de raadscommissie het niet met deze
                    voorlopige beslissing van de voorzitter eens is, kan zij bij aanvang van de
                    vergadering anders beslissen. Een expliciete beslissing bij iedere vergadering
                    is niet nodig. Als de raadscommissie niet aangeeft dat de aanwezigheid van het
                    college niet gewenst is, volstaat de beslissing van de commissievoorzitter. </al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Vergaderfrequentie</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Vergaderfrequentie</tussenkop><al> Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste
                    dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie
                    vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee
                    fracties hierom vragen. </al><al>Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter
                    gebruik maken van het derde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats
                    bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met het presidium
                    en de griffier. </al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling,
                    aangezien artikel 82, vijfde lid, Gemeentewet hierin voorziet. In deze bepaling
                    wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies.
                    Dit betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in de regel in het
                    openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een
                    raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter
                    gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijke besluitenlijst opgemaakt, die niet openbaar is tenzij de
                    raadscommissie anders beslist. </al><tussenkop>Artikel 10 Oproep</tussenkop><tussenkop>Artikel 10 Oproep</tussenkop><al> De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier
                    worden ingezien (artikel 12, derde lid). </al><tussenkop>Artikel 11 De agenda</tussenkop><tussenkop>Artikel 11 De agenda</tussenkop><al> Voor het verzenden van de oproep, stelt het presidium de agenda voorlopig vast.
                    Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 11.</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld.
                    Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. Het presidium bepaalt vervolgens in welke vergadering
                    het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het college.
                    Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de
                    secretaris. </al><tussenkop>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><tussenkop>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al> Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. In de openbare kennisgeving wordt
                    vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken moeten uiteraard bij de
                    gemeente blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt
                    opgelegd kunnen leden van raadscommissies bij de griffier inzien. </al><tussenkop>Artikel 13 Openbare kennisgeving</tussenkop><tussenkop>Artikel 13 Openbare kennisgeving</tussenkop><al> Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Bij de herziening van deze verordening is tevens de verplichting
                    opgenomen de agenda en stukken ook op internet te plaatsen. Vanuit het oogpunt
                    van service aan de burger is dit een voor de hand liggende regeling die ook
                    praktisch uitvoerbaar is. Dit is echter niet verplicht op grond van de
                    Gemeentewet. </al><tussenkop>Paragraaf 2 Orde der vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 14 Presentielijst</tussenkop><tussenkop>Artikel 14 Presentielijst</tussenkop><al> De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de
                    commissiegriffier zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum
                    aanwezig is. Indien de griffier tevens de functie van commissiegriffier op zich
                    neemt, ondertekent hij de presentielijst. Daarnaast is de presentielijst van
                    belang om de vergoedingen voor de leden van een raadscommissie te kunnen
                    vaststellen. </al><tussenkop>Artikel 15 Opening der vergadering en quorum</tussenkop><tussenkop>Artikel 15 Opening der vergadering en quorum</tussenkop><al> Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 15
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. </al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk
                    is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt
                    het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum
                    van een nieuwe vergadering. </al><tussenkop>Artikel 16 Spreekrecht burgers</tussenkop><tussenkop>Artikel 16 Spreekrecht burgers</tussenkop><al> Tijdens de commissievergaderingen is er de mogelijkheid voor de inspreker om
                    van gedachten te wisselen met de commissieleden en zo bij te dragen aan de
                    besluitvorming. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van
                    de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van doelstellingen
                    van de vernieuwing van het lokaal bestuur. In het vierde lid zijn drie
                    onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet voor geldt. Als een besluit van
                    de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is,
                    kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen
                    bij de rechtbank. Dit zijn formele procedures die zien op de rechtsbescherming
                    van de burger. Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen
                    van personen uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de
                    benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen
                    van - kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan
                    schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Vervolgens kunnen
                    burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel
                    9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure
                    gaat voor het spreekrecht van burgers. </al><al>Het is mogelijk om het spreekrecht te beperken tot die onderwerpen die op de
                    agenda van de raadscommissie staan. In Krimpen aan den IJssel wordt hiervoor
                    niet gekozen. </al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’
                    voor de vergadering melden bij de (commissie)griffier. De griffier kan, indien
                    nodig, de persoon naar de juiste raadscommissie verwijzen. </al><al>In het zevende lid is ervoor gekozen om een burger slechts één maal het woord te
                    geven en niet een discussie te laten plaatsvinden. Als richtlijn wordt vijf
                    minuten spreektijd per burger aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in
                    eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en
                    dus moeten kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd
                    gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken.</al><tussenkop>Artikel 17 Besluitenlijst</tussenkop><al> De besluitenlijst wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier.
                    De voorzitter, de leden en de collegeleden hebben het recht een voorstel tot
                    wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de
                    vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend. Het is aan de
                    raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling
                    geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie de besluitenlijst vaststelt. Een
                    afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de
                    Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). </al><tussenkop>Artikel 18 Spreekregels </tussenkop><tussenkop>Artikel 18 Spreekregels </tussenkop><al>Dat de voorzitter mensen het woord geeft en dat een spreker zich richt tot de
                    voorzitter volgt ook uit artikel 5, vijfde lid, onder a.</al><tussenkop>Artikel 19 Volgorde sprekers </tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</tussenkop><tussenkop>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</tussenkop><al> Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid
                    na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de
                    voorzitter niet te honoreren. Indien de commissie van mening is, dat na de
                    tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk
                    besluiten. </al><tussenkop>Artikel 21 Spreektijd</tussenkop><tussenkop>Artikel 21 Spreektijd</tussenkop><al> Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te
                    stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de
                    vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken. </al><tussenkop>Artikel 22 Voorstellen van orde</tussenkop><tussenkop>Artikel 22 Voorstellen van orde</tussenkop><al> Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door een raadscommissie. Bij staken van stemmen is het
                    voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                    vergadering voor een (overleg) pauze. </al><tussenkop>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><tussenkop>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al> Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden. </al><al> Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 29 van deze verordening. </al><tussenkop>Artikel 24 Beraadslaging</tussenkop><tussenkop>Artikel 24 Beraadslaging</tussenkop><al> Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken. </al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 20 lid 1). </al><tussenkop>Artikel 25 Deelname aan beraadslaging door anderen</tussenkop><tussenkop>Artikel 25 Deelname aan beraadslaging door anderen</tussenkop><al> Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen Het gaat in deze
                    bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders
                    en de secretaris. Deze hebben op grond van artikel 8 van deze verordening reeds
                    het recht om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere
                    sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer
                    geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel
                    over de spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><tussenkop> Artikel 26 Advies</tussenkop><al> De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden
                    de standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een
                    lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de raad. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 27 Algemeen</tussenkop><tussenkop>Artikel 27 Algemeen</tussenkop><al> Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven. </al><tussenkop>Artikel 28 besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 28 besloten vergadering</tussenkop><al> Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijke besluitenlijst
                    wordt opgemaakt, die niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus
                    een raadscommissie anders beslist. De raadscommissie beslist over het openbaar
                    maken van de besluitenlijst. De besloten besluitenlijst wordt vastgesteld in de
                    eerstvolgende openbare vergadering van de raadscommissie. Op dat moment kan er
                    niet over de inhoud van de besluitenlijst worden gesproken. Indien dat wel wordt
                    gewenst is het aan de voorzitter een voorstel te doen voor de bespreking van de
                    besluitenlijst in een alsdan te plannen besloten vergadering. Bijvoorbeeld na
                    afloop van de openbare vergadering. De leden, de voorzitter, de burgemeester en
                    de wethouders hebben het recht een voorstel tot wijziging van de besluitenlijst
                    aan de raadscommissie te doen, indien deze onjuistheden bevat of niet duidelijk
                    weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient schriftelijk
                    voor de vaststelling van de besluitenlijst bij de commissiegriffier te worden
                    ingediend.</al><al> Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft. </al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 29 Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 29 Toehoorders en pers</tussenkop><al> Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het vierde lid voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><tussenkop>Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al> Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. </al><tussenkop>Artikel 31 Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al> Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan. </al><al><vet>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</vet><vet>Artikel 32 Uitleg verordening en
                        artikel 33 Inwerkingtreding</vet> Deze artikelen behoeven geen toelichting.
                </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>