<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR87103_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening werkleeraanbod WIJ</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2010, 2</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening werkleeraanbod WIJ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147, lid 1, en Wet investeren in jongeren, artikel 12, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB09.0171</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening werkleeraanbod WIJ </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1 </nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> De wet: de Wet investeren in jongeren.</al></li><li nr="b."><al> Het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Den Helder.</al></li><li nr="c."><al> Algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid in
                                het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
                                maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare orde
                                of goede zeden;</al></li><li nr="d."><al> Startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in
                                artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet
                                educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen
                                voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als
                                bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het
                                voortgezet onderwijs.</al></li><li nr="e."><al> Participatievoorzieningen: voorzieningen die het college ter
                                beschikking heeft voor het bieden van ondersteuning met het
                                uiteindelijke doel van duurzame deelname aan het arbeidsproces.</al></li><li nr="f."><al> Economisch redzaam: indien een burger zelf in een eigen inkomen kan
                                voorzien welk inkomen in ieder geval gelijk is aan of meer dan het
                                sociaal minimum, wordt deze economisch redzaam geacht. Voor jongeren
                                tot 27 jaar geldt in principe een startkwalificatie (MBO-2, Havo of
                                VWO) boven werk, tenzij een startkwalificatie niet haalbaar geacht
                                wordt.</al></li><li nr="g."><al> Sociaal redzaam: indien een burger basale vaardigheden voor het
                                sociale verkeer kent (taalminimum niveau IASL 3, rekenen, digitale
                                vaardigheden, communicatieve vaardigheden), sociale codes kent en
                                begrijpt en daadwerkelijk actief is in de samenleving (er wordt
                                minimaal 5 uren per week besteedt aan een vorm van dagbesteding,
                                wijkactiviteiten, vrijwilligerswerk of mantelzorg).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2 </nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor het doen van een
                            werkleeraanbod.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college werkt bij de uitvoering van voorgaande samen met het
                            Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3 </nr><titel>Het werkleeraanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod,
                            algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling,
                            één of meerdere participatievoorzieningen of een combinatie hiervan aan,
                            gebaseerd op de criteria van economische- en sociale redzaamheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In afwijking van het voorgaande kan een werkleeraanbod ook bestaan uit
                            een voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep of bedrijf, als
                            bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Aan jongeren die naar mening van het college direct inzetbaar zijn op
                            de arbeidsmarkt, wordt in beginsel algemeen geaccepteerde arbeid of
                            ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Aan jongeren die niet beschikken over een startkwalificatie wordt in
                            beginsel een scholing of opleiding aangeboden die de toegang tot de
                            arbeidsmarkt bevordert, tenzij deze scholing of opleiding, naar het
                            oordeel van het college, de bekwaamheden van de jongeren te boven gaan
                            of onvoldoende bijdraagt aan vergroting van de kans op
                            arbeidsinschakeling van de jongere.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Voor die jongeren waar het volgen van een opleiding of reguliere arbeid
                            (nog) niet mogelijk is, zal het doel van het werkleeraanbod in eerste
                            instantie ondersteuning van de sociale redzaamheid zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4 </nr><titel>Maatwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college laat voor het definitieve werkleeraanbod een onderzoek doen
                            naar de mogelijkheden, omstandigheden, bekwaamheden en wensen van de
                            jongere.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Op basis van het onderzoek volgens het vorige lid, wordt een
                            persoonlijk plan met de jongere opgesteld, waarbij de wensen van de
                            jongere worden betrokken. Dit persoonlijke plan moet leiden tot een
                            werkleeraanbod dat de jongere ondersteunt bij het behalen van een
                            startkwalificatie of het vinden van reguliere arbeid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Voor alleenstaande ouders die geen scholing volgen in het kader van de
                            Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders (WVAA) zal het
                            werkleeraanbod afgestemd worden op hun omstandigheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5 </nr><titel>Participatievoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college kan, in het kader van het werkleeraanbod, éénof meer
                            van de volgende (niet limitatieve) voorzieningen aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of
                                    medische zorg;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij economische en/of sociale redzaamheid,
                                    zoals</al><lijst><li nr="-"><al>arbeidsactivering en –toeleiding;</al></li><li nr="-"><al>stages bij bedrijven of instellingen;</al></li><li nr="-"><al>opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt
                                            bevorderen;</al></li><li nr="-"><al>loonkostensubsidies;</al></li><li nr="-"><al>nazorg bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="-"><al>voorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid;</al></li><li nr="-"><al>diagnose-instrumenten;</al></li><li nr="-"><al>ondersteunende instrumenten zoals kinderopvang,
                                            schuldhulpverlening, onderzoeken door deskundigen,
                                            taalgerichte opleiding etc.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                            uit de wet, bij deelname aan een participatievoorziening nadere
                            verplichtingen verbinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inzet van participatievoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Bij de inzet van de participatievoorzieningen wordt gekozen voor de
                        voorzieningen die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor het doel dat
                        wordt beoogd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het doel van de inzet van de participatievoorzieningen is het bevorderen
                        van duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van
                        werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van</al><al> werkritme, dan wel op andere wijze vergroten van de sociale- en/of
                        economische redzaamheid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan de inzet van een participatievoorziening beëindigen
                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de jongere niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;</al></li><li nr="b."><al> de jongere die deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij
                        geen gebruik (meer) wordt gemaakt van de participatievoorziening;</al></li><li nr="c."><al> naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan
                        het bevorderen van economische en/of sociale redzaamheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7 </nr><titel>Loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college kan subsidie verlenen aan werkgevers die met een jongere een
                        arbeidsovereenkomst sluit, welke kan bestaan uit een tegemoetkoming in de
                        loonkosten en/of in de kosten van voorbereiding op een beoogd dienstverband
                        met de jongere. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Met betrekking tot de in het vorig lid bedoelde subsidies zijn de
                        bepalingen dienaangaande van de Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand
                        van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8 </nr><titel>Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college kan bij beleidsregels subsidie- of budgetplafonds vaststellen
                        voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld
                        subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringgrond bij de aanspraak op een
                        voorziening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in
                        aanmerking komt voor een specifieke voorziening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9 </nr><titel>Uitvoering door derden</titel></kop><al>Op grond van de "Verordening vestiging alleenrecht re-integratieactiviteiten
                        gemeente Den Helder” kan het college in verband met de invulling en
                        uitvoering van het werkleeraanbod opdrachten aan derden gunnen middels een
                        aanwijzingsbesluit. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10 Vergoedingen</nr></kop><al>Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de uitvoering van een
                        werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die kosten
                        verstrekken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11 </nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in individuele bijzondere situaties ten gunste van de
                        jongere afwijken van de bepalingen van deze verordening, als toepassing
                        daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12 </nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13 </nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Werkleeraanbod
                        WIJ”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de raadsvergadering van 14 december 2009</ondertekening><ondertekening> ir. C.J. Vriesman , voorzitter</ondertekening><ondertekening> mr. drs. M. Huisman , griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><al/><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening regelt de ondersteuning die de gemeente biedt aan jongeren die
                    een beroep doen op het werkleeraanbod van de gemeente. Het doel van het in te
                    zetten werkleeraanbod is de kortste weg naar duurzame arbeidsparticipatie. </al><al>Het werkleerrecht berust op het uitgangspunt dat jongeren die goed geschoold
                    zijn en over voldoende kwalificaties beschikken gemakkelijker aan het werk
                    zullen komen en daardoor zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. </al><al>De opdracht om aan jongeren een werkleeraanbod te doen is vastgelegd in artikel
                    11 van de Wet Investeren in Jongeren (WIJ). </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><tussenkop>Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in
                    de WIJ. De begrippen “algemeen geaccepteerde arbeid” en “startkwalificatie” zijn
                    wel nader gedefinieerd, omdat deze in de WIJ niet nader zijn omschreven. </al><al>De omschrijving “algemeen geaccepteerde arbeid” is afkomstig uit de nota naar
                    aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2008-2009, 31 775, nr. 7, p. 28). De
                    omschrijving “startkwalificatie” is afkomstig uit de Wet educatie en
                    beroepsonderwijs en wordt in de WWB gedefinieerd (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel d WWB).</al><al>De begrippen economisch- en sociaal redzaam zijn afkomstig uit het gemeentelijk
                    beleidskader voor participatie, de beleidsnota “iedereen kan iets, iedereen kan
                    iets betekenen”. In dit kader dient te worden opgemerkt dat IALS staat voor
                    International Adult Literacy Survey. Degenen die op IALS-niveau 1 of 2 zitten,
                    zijn niet in staat een formulier in te vullen, geld te pinnen of kinderen voor
                    te lezen. Zij lezen en schrijven slechter dan het gemiddelde kind in groep 5 van
                    de basisschool. IALS-niveau 3 is minimaal nodig om verder te ontwikkelen.</al><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><tussenkop>Opdracht college</tussenkop><al>De onder dit artikel gegeven opdracht aan het college vloeit voort uit de
                    artikelen 11, 13 en 15 van de WIJ. </al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><tussenkop>Het werkleeraanbod</tussenkop><tussenkop>lid 1</tussenkop><al>Voor jongeren in de leeftijd van 16 tot 27 jaar ontstaat, onder voorwaarden die
                    in de WIJ zijn genoemd, een individueel recht op een werkleeraanbod. Zo nodig is
                    het een recht op een reeks voorzieningen gericht op de kortste weg naar duurzame
                    arbeidsparticipatie. Hieronder wordt verstaan de arbeidsinschakeling waarbij
                    jongeren gedurende langere tijd en op eigen kracht aan het arbeidsproces kunnen
                    deelnemen en arbeid verrichten dat past bij hun kennis en vaardigheden of deze
                    kennis en vaardigheden bevordert (Kamerstukken II 2008-2009, 31 775, nr. 7
                    pagina 11). Tot dat punt is bereikt is de gemeente verplicht de jongere, bij
                    herhaling, een werkleeraanbod te doen, gericht op arbeidsinschakeling. </al><al>Het werkleeraanbod is bedoeld om de jongere te ondersteunen bij het vinden van
                    regulier werk of als de jongere nog geen startkwalificatie heeft, terug te keren
                    naar school. </al><al>Het werkleeraanbod kan ingevuld worden middels verschillende instrumenten.
                    Daarbij is het eveneens mogelijk dat het werkleeraanbod samengesteld kan worden
                    uit een combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                    arbeidsinschakeling of één of meerdere voorzieningen. </al><al>Onder voorziening dient dan te worden verstaan een instrument dat wordt ingezet
                    om de jongere dichterbij de arbeidsmarkt te brengen. Dit kan allerlei vormen
                    hebben, van schuldhulpverlening tot sollicitatietraining. </al><tussenkop>lid 2</tussenkop><al>Het werkleeraanbod kan ook bestaan uit ondersteuning bij een traject gericht op
                    werk in een zelfstandig beroep of bedrijf. Dit volgt reeds uit artikel 17, zesde
                    lid van de WIJ.</al><tussenkop>lid 3 en 4 </tussenkop><al>Het college bepaalt de inhoud van het werkleeraanbod. Dat geldt ook voor de
                    vraag of het accent komt te liggen op werken of leren. Gelet op de duurzame
                    arbeidsparticipatie als einddoel, heeft werken de hoogste prioriteit als de
                    jongere daartoe in staat is. Zijn er echter belemmeringen op weg daar naar toe,
                    dan kunnen allerlei voorzieningen worden ingezet om dat einddoel te bereiken. </al><al>De startkwalificatie is binnen het werkleeraanbod een ijkpunt omdat de
                    kwalificatie in belangrijke mate bijdraagt aan duurzame arbeidsparticipatie. Als
                    de jongere (nog) niet beschikt over een startkwalificatie wordt deze in beginsel
                    in staat gesteld een dergelijke kwalificatie te behalen dan wel scholing te
                    volgen die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert. </al><tussenkop>lid 5</tussenkop><al>Wanneer het doen van een werkleeraanbod bestaande uit werken en/of leren niet
                    direct mogelijk is, dient een aanbod te worden gedaan dat op termijn perspectief
                    biedt op arbeidsinschakeling. Het aanbod dient dan te bestaan uit het inzetten
                    van voorzieningen die voorzien in één of meerdere elementen uit de
                    begripsbepaling sociaal redzaam. </al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><tussenkop>Maatwerk</tussenkop><tussenkop>lid 1</tussenkop><al>Om ondersteuning te kunnen bieden is het van belang de situatie van de jongeren
                    eerst in kaart te (laten) brengen, waarbij ook de wensen van de jongere
                    opgenomen worden, voordat een werkleeraanbod wordt gedaan </al><tussenkop>lid 2</tussenkop><al>Artikel 17, eerste lid van de WIJ bepaalt dat het werkleeraanbod wordt afgestemd
                    op de omstandigheden, krachten en capaciteiten van de jongere. Uitgangspunt is
                    dat maatwerk wordt geleverd. De wensen van de jongere worden betrokken bij het
                    vormgeven van het werkleeraanbod. Op grond van artikel 14 tweede lid van de WIJ
                    is het college verplicht de wensen van de jongere vast te leggen in de
                    rapportage die ten grondslag ligt aan het werkleeraanbod en dient daarbij tevens
                    aan te geven op welke wijze die wensen bij het werkleeraanbod betrokken zijn. </al><al>Daarmee kan overigens door de jongere geen recht worden geclaimd op een bepaalde
                    (specifieke) voorziening. De uiteindelijke invulling van de aard en de
                    samenstelling van het aanbod is voorbehouden aan het college, waarbij de mate
                    waarin voorzieningen noodzakelijk geacht worden en feitelijk beschikbaar zijn
                    afgewogen worden.</al><tussenkop>lid 3</tussenkop><al>Alleenstaande ouders kunnen een beroep doen op de Wet verbetering
                    arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders (WVAA). In deze wet wordt alleenstaande
                    ouders een ontheffing geboden van de arbeidsplicht, mits zij een scholing volgen
                    die hun kansen op de arbeidsmarkt vergroot. Indien de alleenstaande ouder geen
                    scholing volgt, biedt de gemeente hen een werkleeraanbod aan.</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><tussenkop>Participatievoorzieningen</tussenkop><tussenkop>lid 1</tussenkop><al>In dit artikel zijn de voorzieningen opgesomd die het college ter beschikking
                    staan. De thans opgenomen lijst is geen statisch geheel en is niet
                    limitatief.</al><tussenkop>Iid 2</tussenkop><al>In de artikelen 44 en 45 van de WIJ zijn de verplichtingen, verbonden aan het
                    recht op een werkleeraanbod, opgenomen. In dit artikel is daaraan toegevoegd dat
                    de jongere de verplichtingen dient na te komen die concreet aan een voorziening
                    zijn verbonden. Dit kunnen onder meer verplichtingen van uiteenlopende aard
                    zijn, ook maatwerk.</al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><tussenkop>Inzet van de participatievoorzieningen</tussenkop><tussenkop>lid 1</tussenkop><al>Hierbij is het maatwerkprincipe gekoppeld aan de inzet van de voorzieningen. De
                    voorzieningen die worden ingezet moeten een adequaat en toereikend middel zijn
                    om het doel te bereiken. </al><tussenkop>lid 2</tussenkop><al>Hierin is het doel van de voorzieningen verwoord. Afhankelijk van de aard van de
                    voorziening zal sprake zijn van één van de in het persoonlijk plan aangegeven
                    (tussen) doelen, met als eindbestemming de duurzame arbeidsparticipatie.</al><tussenkop>lid 3</tussenkop><al>Dit lid geeft aan dat het college in een aantal situaties een voorziening kan
                    beëindigen, waaronder ook wordt verstaan het stopzetten van subsidies aan de
                    werkgever. </al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><tussenkop>Loonkostensubsidies</tussenkop><tussenkop>lid 1</tussenkop><al>Het werkleeraanbod kan worden ingevuld met gesubsidieerde arbeid. Dit wordt ook
                    als participatievoorziening aangemerkt. </al><al>In dit lid is vastgelegd dat de subsidie aan de werkgever kan bestaan uit een
                    tegemoetkoming in de loonkosten en/of andere bijkomende kosten. Deze subsidie
                    vormt als zodanig een noodzakelijke voorwaarde voor de voorziening. Voor het
                    verstrekken van een subsidie is een wettelijke grondslag vereist (art. 4:23,
                    eerste lid Awb). In dit lid worden loonkostensubsidies en subsidies ter
                    voorbereiding van een dienstverband van een grondslag voorzien. </al><tussenkop>lid 2</tussenkop><al>De hoogte van de subsidies en de voorwaarden waaronder subsidie wordt verleend
                    is geregeld in de Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand en derhalve ook
                    geldend voor de voorziening in het kader van de WIJ.</al><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><tussenkop>Budget- en subsidieplafonds</tussenkop><al>De gemeente kan, bij algemene richtlijnen in de vorm van beleidsregels, een
                    verdeling maken van de middelen over de verschillende voorzieningen om de
                    financiële risico’s te beheersen. Het ontbreken van financiële redenen alleen,
                    kan geen reden zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan na
                    te gaan welke andere, goedkopere alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt
                    dus in dat er geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per
                    voorziening een plafond wordt ingebouwd; dit laat de mogelijkheid open dat er
                    naar een ander instrument wordt uitgeweken. </al><al>In dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van het college om plafonds in
                    te stellen, op basis van de bedragen die in een beleidsplan of in de begroting
                    voor de verschillende voorzieningen worden gereserveerd. Een budgetplafond geldt
                    voor de overige uitgaven die het college doet in het kader van
                    participatievoorzieningen. Een subsidieplafond geldt voor voorzieningen die
                    subsidies inhouden. Dit plafond dient echter wel bekend gemaakt te worden vóór
                    de periode waarvoor deze geldt (artikel 4:27 Awb).</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><tussenkop>Uitvoering door derden</tussenkop><al>In artikel 11, vierde lid van de WIJ, is bepaald dat het college de uitvoering
                    van de WIJ, behoudens het vaststellen van de rechten en plichten en de daarvoor
                    noodzakelijke beoordeling van de omstandigheden, door derden kan laten
                    verrichten. De feitelijke werkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van het
                    werkleeraanbod of de inrichting van het werkleeraanbod kan in handen gesteld
                    worden van derden. </al><al/><tussenkop>Artikel 10 </tussenkop><tussenkop>Vergoedingen</tussenkop><al>Kosten die voor de jongere verbonden zijn aan het uitvoeren van het
                    werkleeraanbod kunnen worden vergoed op grond van dit artikel. In dit kader
                    dient gedacht te worden aan de kosten van kinderopvang (voor zover de Wet
                    Kinderopvang hierin onvoldoende voorziet), noodzakelijke reiskosten, verplichte
                    kleding en/of schoeisel en dergelijke. De kosten kunnen voor vergoeding in
                    aanmerking komen mits de kosten aantoonbaar en noodzakelijk zijn voor het
                    uitvoeren van het werkleeraanbod en er geen andere voorzieningen zijn. </al><al>Deze vergoeding wordt ten laste gebracht van het participatiebudget.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><tussenkop>Hardheidsclausule</tussenkop><al>Doen zich situaties voor waarin niet is voorzien of waarin onverkorte toepassing
                    van de gestelde bepalingen onverhoopt tot onbillijkheden van overwegende aard
                    leidt, dan is het aan het college om besluiten te nemen waarin recht wordt
                    gedaan aan enerzijds het belang van de handhaving van het gemeentelijk beleid en
                    anderzijds het individuele belang van de jongere. Dat kan onder omstandigheden
                    betekenen dat besluiten worden genomen die afwijken van deze verordening. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>