<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR86895_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs openbare basisschool gemeente Lopik 2000</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zenderstreeknieuws</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs openbare basisschool gemeente Lopik 2000</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003420/HoofdstukI/TitelII/Afdeling2/Artikel50/geldigheidsdatum_17-11-2010">Wet op het primair onderwijs, art. 50</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003420/HoofdstukI/TitelII/Afdeling2/Artikel51/geldigheidsdatum_17-11-2010">Wet op het primair onderwijs, art. 51</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-07-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-09-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidiëring, godsdienst, godsdienstonderwijs, openbare, basisscholen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling ten behoeve van de subsidiering van instellingen ter gelegenheid van jubilea Lopik</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs openbare basisschool gemeente Lopik 2000</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Lopik;</al><al/><al>overwegende, </al><al/><al>dat het wenselijk is een verordening vast te stellen met betrekking tot het
                        verlenen van een subsidie aan kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken en
                        rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens hun
                        statuten het geven van godsdienstonderwijs ten doel stellen als bedoeld in
                        de artikelen 50 en 51 van de Wet op het Primair Onderwijs voor het geven van
                        godsdienstonderwijs aan leerlingen van de openbare basisschool in de
                        gemeente Lopik;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 juni 2000, nr. 8
                        * ;</al><al/><al>gelet op de artikelen 50 en 51 van de Wet op het Primair Onderwijs;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING SUBSIDIËRING GODSDIENSTONDERWIJS OPENBARE BASISSCHOOL,
                            GEMEENTE LOPIK 2000</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Aan kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken en rechtspersonen met
                        volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens hun statuten het geven van
                        godsdienstonderwijs ten doel stellen, als bedoeld in artikel 50 van de Wet
                        op Primair Onderwijs, kunnen burgemeester en wethouders desgevraagd, met
                        inachtneming van de bepalingen van deze verordening, uit de gemeentekas een
                        subsidie verlenen voor het geven van godsdienstonderwijs aan leerlingen van
                        de openbare basisscholen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>godsdienstonderwijs: het onderricht in godsdienstkennis,
                                godsdienstgeschiedenis en cultuurgeschiedenis van de
                                wereldgodsdiensten;</al></li><li nr="2."><al>instanties: de kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken en
                                rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens hun
                                statuten het geven van godsdienstonderwijs ten doel stellen als
                                bedoeld in artikel 1;</al></li><li nr="3."><al>leerkrachten: de voor het geven van godsdienstonderwijs door
                                bedoelde instanties aangewezen leerkrachten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Het in de voorgaande artikelen bedoelde onderwijs wordt in schoollokalen en
                        binnen de in het schoolwerkplan vermelde schooltijden gegeven aan de
                        leerlingen. Voor de leerlingen die dit onderwijs niet volgen, voorziet het
                        schoolwerkplan in andere activiteiten op de school.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Over het te geven godsdienstonderwijs wordt overleg gevoerd met de
                                directeur van de school; de verantwoordelijkheid voor de inhoud
                                ervan berust evenwel bij de instantie, die dit onderwijs doet
                                geven.</al></li><li nr="2."><al>Deze instantie draagt er zorg voor dat dit onderwijs op
                                pedagogisch-didactisch verantwoorde wijze wordt gegeven.</al></li><li nr="3."><al>De leerkrachten zijn niet tevens als groepsleerkrachten in een
                                volledige betrekking aan een in de gemeente gevestigde basisschool
                                verbonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>De leerkrachten onthouden zich ervan het godsdienstonderwijs zodanig
                        richting te geven dat het wervingsaspecten vertoont voor enige richting in
                        het onderwijs, dan wel een kerkelijke, maatschappelijke of politieke
                        stroming.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>De leerkrachten gedragen zich naar de aanwijzingen door de directeur van de
                        basisschool te geven. Zij verstrekken de directeur van de basisschool alle
                        verlangde inlichtingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Het in artikel 1 bedoelde subsidie wordt voor elk gegeven wekelijks lesuur
                        van 45 minuten, berekend naar 75% van het salarisbedrag per wekelijks
                        klokuur per jaar van een vakleerkracht van een school voor basisonderwijs
                        salarisschaal 6, salarisnummer 7. Wordt godsdienstonderwijs gedurende een
                        gedeelte van het kalenderjaar gegeven, dan wordt de subsidie naar
                        tijdsgelang berekend volgens een breukgetal waarvan de teller het aantal
                        weken aanduidt, gedurende welke periode in het kalenderjaar
                        godsdienstonderwijs is gegeven en de noemer 40 bedraagt. Ook komen voor
                        subsidie in aanmerking de kosten voor de aanschaf van naar het oordeel van
                        burgemeester en wethouders voor het geven van godsdienstonderwijs
                        noodzakelijke leermiddelen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Om voor het in artikel 7 bedoelde subsidie in aanmerking te komen, moet de
                        les bezocht worden, bijzondere gevallen ter beoordeling van burgemeester en
                        wethouders daar gelaten, door tenminste 6 leerlingen van de groepsgrootte,
                        die in schoolverband een groep of groepencombinatie vormt. Hierbij kunnen
                        leerlingen, die wegens ziekte of om andere redenen verhinderd zijn de les
                        bij te wonen, worden meegerekend, indien zij naar het oordeel van
                        burgemeester en wethouders geacht kunnen worden regelmatig aan dit onderwijs
                        deel te nemen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>Voor het verkrijgen van het in artikel 7 bedoelde subsidie zendt de in
                        artikel 1 bedoelde instantie binnen 30 dagen na afloop van het kalenderjaar
                        bij burgemeester en wethouders een opgave in, vermeldende:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de leerkracht(en), belast geweest met het geven van
                                godsdienstonderwijs;</al></li><li nr="b."><al>de lesuren welke werden gegeven;</al></li><li nr="c."><al>de dagen en uren gedurende welke deze lesuren werden gegeven;</al></li><li nr="d."><al>de aantallen leerlingen, die iedere les hebben bijgewoond. </al></li></lijst><al>De opgave wordt, vóór de inzending, door de directeur van de
                        betreffende onderwijsinstelling gewaarmerkt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>De subsidie mag noch middellijk noch onmiddellijk aan de basisschool zelf
                        ten goede komen. Intrekking van de subsidie vindt plaats wanneer in strijd
                        hiermee wordt gehandeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>Elke leerling mag voor de berekening van het in artikel 7 bedoelde subsidie
                        slechts éénmaal worden meegerekend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>In gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester
                        en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 augustus 2000 en kan
                        worden aangehaald als 'Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs
                        openbare basischool, gemeente Lopik 2000'. Hiermee komt de "Verordening,
                        regelende de subsidiëring van het geven van godsdienstonderwijs op de
                        openbare scholen voor gewoon lager onderwijs in de gemeente Lopik",
                        vastgesteld door de raad in zijn vergadering op 22 december 1992 te
                        vervallen.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Lopik,
                        gehouden op 4 juli 2000.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>