<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR86758_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening WWB, IOAW, IOAZ en WIJ</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2011, 5</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening WWB, IOAW, IOAZ en WIJ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147, lid 1, en Wet werk en bijstand, artikel 8a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB10.0125</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Handhavingsverordening WWB en WIJ</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening WWB, IOAW, IOAZ en WIJ</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen en definities die in deze verordening worden
                                    gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde
                                    betekenis als in de wetten, genoemd in lid 2 onder a van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet(ten): Wet werk en bijstand (Wwb), Wet
                                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet
                                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), Wet
                                            investeren in jongeren (WIJ);</al></li><li nr="b."><al>college: het college van Burgemeester en Wethouders van
                                            Den Helder;</al></li><li nr="c."><al>de gemeente: de gemeente Den Helder;</al></li><li nr="d."><al>belanghebbende: degene van wie het belang rechtstreeks
                                            bij een besluit is betrokken;</al></li><li nr="e."><al>bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel b
                                            en d, Wwb, bijstand voor zelfstandigen, verstrekkingen
                                            in het kader van gemeentelijk minimabeleid en
                                            langdurigheidstoeslag;</al></li><li nr="f."><al>re-integratievoorzieningen: voorzieningen, subsidies,
                                            vergoedingen voor kosten die zijn verstrekt in het kader
                                            van de re-integratie, conform de
                                            re-integratieverordening;</al></li><li nr="g."><al>handhaving: alle activiteiten van de gemeente die erop
                                            gericht zijn dat regels worden nageleefd;</al></li><li nr="h."><al>inkomensvoorziening: de inkomensvoorziening als bedoeld
                                            artikel 5, eerste lid IOAW en IOAZ en artikel 24 van de
                                            WIJ;</al></li><li nr="i."><al>werkleeraanbod: het aanbieden van algemeen geaccepteerde
                                            arbeid, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling,
                                            waaronder begrepen scholing, opleiding of sociale
                                            activering evenals ondersteuning bij
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Fraudepreventie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><al>1. Het college is verantwoordelijk voor het nemen van preventieve
                            maatregelen gericht op het voorkomen van fraude. Hieronder wordt onder
                            meer verstaan dat het college cliënten en burgers vroegtijdig voorlicht
                            en activiteiten en instrumenten inzet om de dienstverlening te
                            optimaliseren,</al><al>waardoor een spontane naleving van regels bevorderd wordt.</al><al>2. Het college neemt repressieve maatregelen gericht op het bestrijden
                            van fraude. Hieronder wordt onder meer verstaan dat overtreding en
                            fraude vroegtijdig geconstateerd en afgehandeld wordt, en dat
                            geconstateerde fraude daadwerkelijk gesanctioneerd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorlichting en communicatie</titel></kop><al>Het college kan bij beleidsregels invulling geven aan de
                            fraudepreventie. Deze beleidsregels kunnen in ieder geval betrekking
                            hebben op:</al><al>a. de wijze waarop het college belanghebbenden informeert over de
                            rechten en plichten die zijn verbonden aan het ontvangen van bijstand of
                            een inkomensvoorziening, evenals aan ondersteuning bij
                            arbeidsinschakeling of een werkleeraanbod;</al><al>b. de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik;</al><al>c. de wijze van controle bij de vaststelling van het (verdere)
                            recht;</al><al>d. de handelwijze bij inconsequenties bij de vaststelling van het
                            (verdere) recht;</al><al>e. het gebruik van risicoprofielen bij de beoordeling van het (verdere)
                            recht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4 Verificatie en valideren van gegevens</nr></kop><al>1. Het college voert bij de aanvraag en de vaststelling van (verder)
                            recht bestandsvergelijkingen uit waarbij actuele gegevens worden
                            gecontroleerd.</al><al>2. Op grond van de in het vorige lid bedoelde controle kan de
                            bijstandsuitkering, inkomensvoorziening, ondersteuning bij
                            arbeidsinschakeling of werkleeraanbod, na verificatie bij de
                            belanghebbende, worden aangepast aan de veranderde omstandigheden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college controleert de rechtmatigheid van de verstrekte
                                    bijstandsuitkering of inkomensvoorziening aan de hand van
                                    risicoprofielen en themacontrole onderzoeken welke nader
                                    vastgelegd worden in beleidsregels.</al></li><li nr="2."><al>Op basis van controle als bedoeld in het vorige lid, neemt het
                                    college besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid van de
                                    uitkering dan wel de inkomensvoorziening en de wederzijds tussen
                                    het college en de belanghebbende resterende verplichtingen en de
                                    afhandeling daarvan.</al></li><li nr="3."><al>Het college onderzoekt ontvangen signalen en tips die relevant
                                    zijn voor het recht op bijstand of inkomensvoorziening dan wel
                                    re-integratievoorzieningen of werkleeraanbod. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gevolgen van fraude</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige, of in het geheel
                                geen inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor
                                de toekenning, de hoogte, de duur of de voortzetting van de bijstand
                                of inkomensvoorziening dan wel de ondersteuning bij
                                arbeidsinschakeling of werkleeraanbod, verlaagt het college de
                                bijstand of de inkomensvoorziening, conform hierover is bepaald in
                                de Afstemmingsverordening WWB, de Afstemmingsverordening WIJ of de
                                Maatregelenverordening IOAW/IOAZ, onverminderd de mogelijkheid tot
                                terugvordering van de eventueel ten onrechte ontvangen bijstand/
                                inkomensvoorziening of de in het kader van de re-integratie/het
                                werkleeraanbod gemaakte kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een gedraging van belanghebbende, als bedoeld in het vorige
                                lid, leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college,
                                onverminderd de mogelijkheid de ten onrechte ontvangen kosten van
                                bijstand/inkomensvoorziening of re-integratie/werkleeraanbod terug
                                te vorderen, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in
                                overeenstemming met de door het Openbaar Ministerie op dit punt
                                gehanteerde uitgangspunten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in individuele bijzondere situaties ten gunste van de
                            belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Handhavingsverordening WWB,
                            IOAW, IOAZ en WIJ”</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9 Inwerkingtreding</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van vaststelling door de
                            raad en werkt terug tot 1 juli 2010.</al><al/><al>De Handhavingsverordening WWB en WIJ (vastgesteld op 14 december 2009)
                            wordt hierbij ingetrokken.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 17 januari 2011.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Inleiding</vet></al><al>In artikel 8-a van de Wwb, artikel 35-1-c IOAW, artikel 35-1-c IOAZ en artikel
                    12-1-c van de WIJ is de verplichting opgenomen om bij verordening regels te
                    stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand ca.
                    evenals van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wetten.</al><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1 Algemene bepalingen</nr></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al><vet>lid 1</vet></al><al>De begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben een gelijkluidende
                        betekenis als de omschrijving in de wetten waarnaar verwezen wordt in het
                        tweede lid onder a.</al><al><vet>lid 2</vet></al><al>In dit lid worden omschrijvingen gegeven van begrippen die meer dan eens in
                        de verordening voorkomen en waarvan het van belang is dat er telkens
                        hetzelfde onder wordt verstaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Fraudepreventie</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><vet>Opdracht aan het college</vet></al><al>Handhaving omvat alle activiteiten van de gemeente die erop gericht zijn dat
                        regels worden nageleefd om het misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                        bijstand, inkomensvoorziening en de voorzieningen geboden in het kader van
                        de re-integratie zoveel mogelijk wordt voorkomen.</al><al><vet>lid 1</vet></al><al>Het bestrijden van fraude verlegt zich meer en meer naar het moment waarop
                        de belanghebbende een beroep doet op bijstand. Preventieve maatregelen
                        spelen dan ook veel meer dan voorheen een belangrijke rol binnen handhaving.
                        Door belanghebbenden vroegtijdig te informeren en door daarop de
                        dienstverlening te optimaliseren wordt een spontane naleving van regels
                        bevorderd. Hierbij is wel van belang te benadrukken dat de cliënt door het
                        sturen van een beschikking, individueel, geïnformeerd wordt over de ter zake
                        geldende rechten en plichten.</al><al>Na de voorlichting en heldere communicatie over het fraudebeleid van de
                        afdeling Publiekszaken (locatie Bijlweg 2), vindt een goede controle plaats
                        op aanvraag, dan wel bij een onderzoek naar de (verdere) voortzetting van
                        het recht, waardoor voorkomen wordt dat cliënten ten onrechte
                        bijstand/inkomensvoorziening of een re-integratievoorziening ontvangen. De
                        controle op de aanvraag en bij voortzetting, wordt onder andere vorm gegeven
                        door middel van huisbezoeken en het gebruik van het inlichtingenbureau en
                        het Suwi-net, waarin actuele gegevens staan van de belanghebbenden met
                        betrekking tot inkomen uit loon of uitkering.</al><al><vet>lid 2</vet></al><al>Hoewel getracht wordt meer en beter in te zetten op preventieve maatregelen,
                        blijven repressieve maatregelen binnen het handhavingsbeleid onontbeerlijk.
                        De repressiemiddelen zijn: afstemming van de bijstand, aangifte bij
                        Justitie, lik-op-stuk terugvorderen en de gevolgen voor het
                        re-integratietraject.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorlichting en communicatie</titel></kop><al>Handhaving gaat over de balans tussen rechten en plichten. Hierbij is het
                        dan ook onontbeerlijk dat belanghebbenden worden voorgelicht over de rechten
                        en plichten met betrekking tot de sociale zekerheid. Voorlichting is een
                        continu proces, van aanvraag tot toekenning tot beëindiging en</al><al>terugvordering. Het is de bedoeling dat voorlichting ook wordt verstrekt op
                        digitale wijze. Op de site van de gemeente is daarover ook informatie te
                        lezen (www.denhelder.nl &gt; werk en inkomen &gt; inlichtingenbureau.</al><al>Handhaven van de regelgeving impliceert dat deze te handhaven moet zijn. Met
                        andere woorden dienen de regels, de beschikkingen, de verplichtingen en
                        voorwaarden voor iedereen duidelijk en eenduidig te zijn, voor zowel de
                        belanghebbende als de uitvoerder.</al><al>Cliënten helpen om zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien is
                        mogelijk de beste preventie van fraude. Hierbij is het van belang dat een
                        aantal disciplines (de afdeling, het UWV WERKplein, re-integratiebedrijven,
                        schuldhulpverlening e.d.) met elkaar samenwerken, zodat cliënten
                        gemotiveerd, begeleid en ondersteund worden in hun stappen richting
                        zelfstandige bestaansvoorziening.</al><al>Ter invulling van vorenstaande kan het college nadere beleidsregels
                        vaststellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verificatie en valideren van gegevens</titel></kop><al><vet>lid 1</vet></al><al>In de desbetreffende wetten is de inlichtingenplicht van de belanghebbende
                        verwoord, welke van toepassing is op alle stadia van bijstandsverlening,
                        verstrekking van inkomensvoorziening en arbeidsinschakeling. Onderdeel
                        hiervan is het overleggen van de (al dan niet gevraagde) gegevens. Bij het
                        onderzoek bij de aanvraag of de (verdere) voortzetting dient beoordeeld te
                        worden in hoeverre de verstrekte inlichtingen juist en volledig zijn.
                        Verificatie van de overgelegde gegevens kan niet alleen plaatsvinden aan de
                        hand van de door de belanghebbende verstrekte bewijsstukken. Om zekerheid te
                        verkrijgen over de volledigheid van de verstrekte gegevens en inlichtingen
                        is verificatie nodig van deze gegevens bij een aantal andere instanties. Bij
                        voortzetting dient nagegaan te worden of de gegevens nog steeds juist zijn
                        (valideren). Bij valideren spelen ook gegevens een rol die andere instanties
                        tussentijds hebben verstrekt.</al><al><vet>lid 2</vet></al><al>Wanneer uit bestandsvergelijkingen onregelmatigheden blijken in de actuele
                        gegevens kan de bijstand/inkomensvoorziening dan wel de ondersteuning bij
                        arbeidsinschakeling aangepast worden, waarbij eerst een controle bij de
                        belanghebbende dient plaats te vinden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Controle</titel></kop><al><vet>lid 1 en 2</vet></al><al>Bedoeld wordt de controle tijdens de periode dat een
                        uitkering/inkomensvoorziening wordt ontvangen en na de beëindiging. In
                        beleidsregels zullen de termijnen worden ingevuld, waarbinnen deze
                        onderzoeken moeten worden verricht, op welke doelgroepen (risicoprofielen)
                        die onderzoeken gericht zijn en onder welke voorwaarden die onderzoeken
                        kunnen plaatsvinden.</al><al><vet>lid 3</vet></al><al>In het kader van handhaving en eventueel lik-op-stuk-beleid is het zaak
                        alert te reageren op relevante signalen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gevolgen van fraude</titel></kop><al><vet>lid 1</vet></al><al>Dit lid regelt de verlaging van de bijstand, conform de verordening
                        Afstemming WWB en WIJ en Maatregelenverordening IOAW/Z, als betrokkene niet
                        aan de verplichtingen voldoet of ten onrechte bijstand dan wel een
                        re-integratievoorziening heeft ontvangen.</al><al><vet>lid 2</vet></al><al>In dit lid is geregeld dat aangifte van fraude wordt gedaan bij het Openbaar
                        Ministerie. De voorwaarden voor aangifte worden jaarlijks afgestemd met het
                        Openbaar Ministerie. Indien noodzakelijk zullen de voorwaarden in
                        beleidsregels worden opgenomen.</al><al><vet>Artikelen 7 t/m 9</vet></al><al>Behoeft geen nadere toelichting</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>