<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR86720_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening 2010 gemeente Halderberge</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Halderberge</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Halderberge</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Halderbergse Bode van 29 december 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening 2010 gemeente Halderberge</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet, artikel 12, 15 en 38 Monumentenwet 1988, artikel 2.1 en 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-10-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt Monumentenverordening 2006</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening 2010 gemeente Halderberge</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>ERFGOEDVERORDENING</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van het college van 26 oktober 2010</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de
                        Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende <vet>Erfgoedverordening 2010 gemeente
                            Halderberge</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>gemeentelijk monument</cursief>: een overeenkomstig
                                    deze verordening als beschermd gemeentelijk monument
                                    aangewezen:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                            waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al><cursief>gemeentelijke monumentenlijst</cursief>: de lijst
                                    waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als
                                    gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in
                                    onderdeel a;</al></li><li nr="c."><al><cursief>beschermd monument</cursief>: beschermd monument als
                                    bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Monumentencommissie</cursief><vet><cursief>:</cursief></vet>de
                                    door het college van Burgemeester en Wethouders (op basis van
                                    art.15 Monumentenwet 1988) ingestelde commissie of aangewezen
                                    instantie, die als taak heeft het college van Burgemeester en
                                    Wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de
                                    toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht, de Verordening en andere beleidsterreinen met
                                    betrekking tot monumenten, cultuurhistorisch waardevolle
                                    objecten en archeologische waarden.</al></li><li nr="e."><al><cursief>gemeentelijke archeologische waardenkaart</cursief>:
                                    topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen
                                    van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en
                                    archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven;</al></li><li nr="f."><al><cursief>landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische
                                        Waarden</cursief>: landelijke kaart met een schaal van
                                    1:50.000, die op basis van geomorfologische gegevens, de kans
                                    weergeeft op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen,
                                    waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge, lage en
                                    zeer lage trefkans;</al></li><li nr="g."><al><cursief>provinciale Archeologische Monumentenkaart</cursief>:
                                    topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied,
                                    waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn
                                    aangegeven;</al></li><li nr="h."><al><cursief>archeologisch verwachtingsgebied</cursief>: gebied,
                                    aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is
                                    aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of
                                    sporen te verwachten zijn;</al></li><li nr="i."><al><cursief>hoge verwachtingswaarde</cursief>: grote kans op
                                    archeologische vondsten of informatie;</al></li><li nr="j."><al><cursief>middelhoge verwachtingswaarde</cursief>: gemiddelde
                                    kans op archeologische vondsten of informatie;</al></li><li nr="k."><al><cursief>lage verwachtingswaarde</cursief>: kleine kans op
                                    archeologische vondsten of informatie;</al></li><li nr="l."><al><cursief>plan van aanpak</cursief>: plan dat weergeeft hoe een
                                    archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het
                                    programma van eisen denkt te gaan beantwoorden;</al></li><li nr="m."><al><cursief>programma van eisen</cursief>: programma dat door het
                                    college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor
                                    het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek.</al></li><li nr="n."><al><cursief>gemeentelijke beleidsadvieskaart</cursief>: kaart
                                    behorende bij de archeologische paragraaf van het
                                    bestemmingsplan.</al></li><li nr="o."><al><cursief>bevoegd gezag</cursief>: bestuursorgaan als bedoeld in
                                    artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="p."><al><cursief>het college</cursief>: het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Halderberge</al></li><li nr="q."><al><cursief>vergunning</cursief>: een omgevingsvergunning als
                                    bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="r."><al><cursief>Wabo:</cursief> Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></li><li nr="s."><al><cursief>Kerkelijk monument: </cursief>monument, dat eigendom is
                                    van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van
                                    een kerkelijke instelling en dat tevens uitsluitend of voor een
                                    overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de
                                    eredienst.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>AANWIJZING GEMEENTELIJKE MONUMENTEN </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                                college advies aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het college een kerkelijk monument dat uitsluitend of in
                                overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst,
                                als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij overleg met de
                                eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en / of
                                beperkt gerechtigde staan vermeld, de hypothecaire schuldeisers en -
                                als om de aanwijzing is verzocht - de verzoeker worden in de
                                gelegenheid gesteld te worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan bepalen, dat ten behoeve van de aanwijzing van een
                                monument als gemeentelijk monument een bouwhistorisch,
                                cultuurhistorisch en/of archeologisch onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat onherroepelijk is
                                aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument
                            ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in
                            artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van
                                de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 10 weken na de
                                adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt
                                medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de
                                kadastrale legger bekend staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de
                                aanwijzing van een gemeentelijk monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een
                                beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                                belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, lid 2, 3, 4, 5 en 6 evenals artikel 4 en 5 zijn van
                                overeenkomstige toepassing op de wijziging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, kan het in lid 2 gestelde achterwege
                                blijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van wijziging worden aangetekend op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De wijziging van de aanwijzing wordt medegedeeld aan degenen die in
                                de kadastrale registratie als eigenaar en / of beperkt gerechtigde
                                staan vermeld en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, lid 2, lid
                                3, lid 4 en lid 5 evenals artikelen 4 en 5 van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de
                                intrekking van de aanwijzing van een gemeentelijk monument.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>INSTANDHOUDING VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTALE ZAKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een handeling te verrichten als beschreven in artikel 2.2.,
                                        eerste lid, sub b van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht:</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in
                                        enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="c."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
                                        op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
                                gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
                                tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een
                                kerkelijk monument, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid,
                                dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een
                                vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
                                godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor
                                een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
                                gegevens en bescheiden worden in viervoud ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op de gevraagde gegevens kan het college gelet op
                                artikel 2.22 Wabo ter beoordeling van de aanvraag nadere gegevens
                                van de aanvrager verlangen, waaronder de resultaten van een
                                bouwhistorisch en een inventariserend archeologisch onderzoek en een
                                cultuurhistorische analyse.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Termijnen advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument
                                aan de monumentencommissie voor advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen 4 weken na de datum van verzending van het afschrift brengt
                                de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag beslist op de aanvraag om vergunning, als bedoeld
                                in artikel 11, binnen de in artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht genoemde termijn. Paragraaf 4.1.3.3. van
                                de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met uitzondering van
                                artikel 4:20b, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de beslistermijn van acht weken met ten
                                hoogste zes weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan tijdig in
                                kennis stelt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan aan de vergunning voorschriften verbinden
                                betreffende de uitvoering en de materiaaltoepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning wordt geweigerd indien de aangevraagde activiteiten
                                zouden leiden tot een onevenredige aantasting van het monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik
                                van het monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder de voorwaarden als bedoeld in artikel 9 niet
                                    naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 4.</label><titel>BESCHERMDE MONUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergunning voor beschermde rijksmonumenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag vraagt advies aan de monumentencommissie voordat
                                het beslist op de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert binnen acht weken na het verzoek om
                                advies van het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt
                                de monumentencommissie geacht te hebben geadviseerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 5.</label><titel>INSTANDHOUDING VAN ARCHEOLOGISCHE TERREINEN </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 16 t/m 18 gereserveerd</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE OBJECTEN</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 19 t/m 24 gereserveerd</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Tegemoetkoming in schade</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of
                                zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste
                                behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een
                                naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in
                                relatie staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als
                                        bedoeld in artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                        vergunning als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                        artikel 10, derde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de
                                verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel
                                6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 10 met
                            uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder e, van deze
                            verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of
                            een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college van Burgemeester en
                            Wethouders aangewezen personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De verordening: Monumentenverordening 2006, gemeente Halderberge van 5
                            september 2006, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op grond van de onder artikel 28 ingetrokken Verordening
                                Monumentenverordening 2006 aangewezen en geregistreerde
                                gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd
                                te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                artikel 28 ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking acht dagen na publicatie van deze
                            verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening 2010 Gemeente
                            Halderberge</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 december 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, A. Koenen</ondertekening><ondertekening>de (wnd.) voorzitter, P. Neeb</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>