<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR86060_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening Welzijn gemeente Lopik 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zenderstreeknieuws</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.overheid.nl/">Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidie, welzijn, kosten, activiteiten</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening Welzijn gemeente Lopik 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Lopik,</vet></al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Lopik d.d. 26 januari 2010;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>De Subsidieverordening Welzijn gemeente Lopik 2010 vast te stellen.</al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>accommodatiebeleid</onderstreept>: beleid zoals
                                    vastgesteld in de notitie Accommodatiebeleid;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>activiteiten</onderstreept>: de door de instelling
                                    ontplooide initiatieven die bijdragen aan de bevordering van het
                                    welzijn van de inwoners;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>activiteitenplan</onderstreept>: een overzicht van
                                    de activiteiten en daarmee nagestreefde doelstellingen waarvoor
                                    subsidie wordt aangevraagd en waarin per activiteit de daarvoor
                                    benodigde personele en materiële middelen worden vermeld, als
                                    bedoeld in art. 4:62 Algemene wet bestuursrecht (hierna te
                                    noemen Awb);</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>basisactiviteiten</onderstreept>:de door de
                                    instelling ontplooide initiatieven die rechtstreeks een bijdrage
                                    leveren aan het bereiken van de doelstelling van de
                                    instelling;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>college</onderstreept>: het college van
                                    burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>egalisatiereserve</onderstreept>: reserve met een
                                    algemeen karakter en daarom vrij aanwendbaar;</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>gemeenteraad</onderstreept>: gemeenteraad van de
                                    gemeente Lopik;</al></li><li nr="h."><al><onderstreept>instelling</onderstreept>: een rechtspersoon
                                    zonder winstoogmerk naar burgerlijk recht, dan wel een erkend
                                    onderdeel ervan, die krachtens deze regeling subsidie ontvangt
                                    of wenst te ontvangen;</al></li><li nr="i."><al><onderstreept>jeugdlid</onderstreept>: een lid van een
                                    vereniging dat op 1 januari van het jaar waarin de aanvraag
                                    gedaan wordt de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft en
                                    woonachtig is in Lopik;</al></li><li nr="j."><al><onderstreept>prestatie</onderstreept>: het bereiken van een,
                                    vooraf in de uitvoeringsovereenkomst vastgelegd, doel;</al></li><li nr="k."><al><onderstreept>subsidie</onderstreept>: de aanspraak op
                                    financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het
                                    oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als
                                    betaling voor aan het bestuurs-orgaan geleverde goederen of
                                    diensten, als bedoeld in art. 4:21 Awb;</al></li><li nr="l."><al><onderstreept>subsidiebeschikking</onderstreept>: een
                                    schriftelijk besluit van het college op een aanvraag tot
                                    subsidieverlening, waarbij een omschrijving van georganiseerde
                                    activiteiten of te verrichten werkzaamheden, de maximale hoogte
                                    van de subsidie en eventuele subsidievoorwaarden worden
                                    meegedeeld aan de instelling die subsidie ontvangt;
                                    respectievelijk de beschikking, op aanvraag van de subsidie
                                    ontvangende instelling, tot subsidievaststelling, waarbij het
                                    bedrag van de subsidie over een kalenderjaar definitief wordt
                                    vastgesteld en die aanspraak geeft op betaling van het
                                    vastgestelde bedrag;</al></li><li nr="m."><al><onderstreept>subsidiegrondslagen</onderstreept>: de
                                    uitgangspunten voor het bepalen van de hoogte van een
                                    waarderingssubsidie. Criteria zijn, afhankelijk van het doel van
                                    de aanvraag: grootte van de accommodatie, aantal leden,
                                    personeelskosten, huisvestingslasten;</al></li><li nr="n."><al><onderstreept>subsidieplafond</onderstreept>: het bedrag dat
                                    gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de
                                    verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk
                                    voorschrift, als bedoeld in art. 4.22 Awb;</al></li><li nr="o."><al><onderstreept>subsidievormen</onderstreept>: er worden drie
                                    subsidievormen onderscheiden:a. budgetsubsidieb.
                                    waarderingssubsidiec. bijzondere subsidies</al></li><li nr="p."><al><onderstreept>uitvoeringsovereenkomst</onderstreept>:
                                    overeenkomst tussen de gemeente Lopik en instellingen, die op
                                    basis van de verleende subsidie tot stand komt, waarin wordt
                                    weergegeven welke activiteiten (prestaties) door de instellingen
                                    moeten worden uitgevoerd tot het verkrijgen van subsidie, als
                                    bedoeld in art. 4:36 lid 1 Awb;</al></li><li nr="q."><al><onderstreept>voorziening</onderstreept>: fonds voor concrete
                                    verplichtingen, waarover niet vrijelijk kan worden beschikt,
                                    anders dan voor het doel waarvoor de voorziening is
                                    ingesteld;</al></li><li nr="r."><al><onderstreept>welzijn</onderstreept>: het welbevinden en de
                                    ontplooiing van de burger voor zover deze worden bevorderd door
                                    zorg, educatie, kunst en cultuur, sport en recreatie;</al></li><li nr="s."><al><onderstreept>welzijnsactiviteiten</onderstreept>: activiteiten
                                    ter vergroting van het welbevinden en ontplooiing van de burger
                                    voor zover deze bevorderd wordt door zorg, educatie, kunst en
                                    cultuur, sport en recreatie;</al></li><li nr="t."><al><onderstreept>welzijnsprogramma</onderstreept>: een samengesteld
                                    uitvoeringsprogramma welzijn dat jaarlijks -voorafgaand aan het
                                    jaar waarop het betrekking heeft- wordt vastgesteld door het
                                    college en waarin een samenhangend overzicht is opgenomen van
                                    beleidsvoornemens op het terrein van welzijn, ter uitwerking van
                                    de beleidsmatige en financiële kaders die de gemeenteraad in de
                                    kadernota heeft vastgesteld;</al></li><li nr="u."><al><onderstreept>werksoort</onderstreept>: als zodanig door de
                                    gemeenteraad aangewezen onderdeel of deelterrein van
                                    welzijn.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Reikwijdte verordening</vet></al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling is bedoeld om, door middel van
                                    subsidi&amp;#xEB;ring, welzijnsactiviteiten in het belang van
                                    inwoners van de gemeente Lopik mogelijk te maken.</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling is van toepassing op alle instellingen op het
                                    brede terrein van welzijn.</al></li><li nr="3."><al>Uitgesloten van de mogelijkheid tot subsidi&amp;#xEB;ring zijn
                                    activiteiten van politieke of godsdienstige aard.</al></li><li nr="4."><al>Eveneens uitgesloten van de mogelijkheid tot subsidiering zijn
                                    commerciële activiteiten; bar- en keukenexploitatie; het
                                    verstrekken van consumpties en attenties; rente en
                                    afschrijvingen, voortvloeiende uit niet vooraf door het college
                                    goedgekeurde investeringen; kampen, dagtochten, excursies en
                                    reizen, tenzij vooraf schriftelijk toestemming is verleend door
                                    het college.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 3. Bevoegdheid college </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                    subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting
                                    opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien
                                    de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd -
                                    onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden
                                    gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                    subsidieverlening te verbinden.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 4. Subsidievormen </vet></al><al>De gemeente Lopik kent drie vormen van subsidiëring:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>budgetsubsidie</onderstreept>: een structurele
                                    subsidie waarvoor bepaalde activiteiten als prestatie moeten
                                    worden geboden, waarover vooraf afspraken zijn gemaakt tussen de
                                    instelling en de gemeente, zoals vastgelegd in een
                                    uitvoeringsovereenkomst;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>waarderingssubsidie</onderstreept>: een
                                    structurele subsidie ter ondersteuning van basisactiviteiten en
                                    de instandhouding van instellingen. De hoogte van de subsidie
                                    wordt bepaald door de Grondslagen subsidieverordening gemeente
                                    Lopik 2004</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>bijzondere subsidies</onderstreept>: een subsidie
                                    voor een of meerdere activiteiten met een eenmalig of
                                    experimenteel karakter en een afgebakende looptijd. Het betreft
                                    activiteiten op het gebied van sportieve recreatie, verder
                                    technische en bestuursopleidingen voor vrijwilligers,
                                    startsubsidies voor de oprichting van een stichting, evenals
                                    subsidies in het kader van het Accommodatiebeleid.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 5. Subsidiegrondslagen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Grondslagen subsidieverordening gemeente Lopik 2004 zijn met
                                    ingang van 2006 opgenomen in het Welzijnsprogramma.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt eenmaal per vier jaar, vanaf 2004, de Grondslagen
                                    subsidieverordening gemeente Lopik vast.</al><al/></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2. SUBSIDIEPLAFOND</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 6. Subsidieplafond</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt jaarlijks in de kadernota voorafgaand aan het
                                    opstellen van de begroting de totale subsidiebudgetten vast die
                                    voor subsidiëring beschikbaar zijn en stelt hiermee tevens het
                                    subsidieplafond vast. Bij de vaststelling van subsidies zal een
                                    budget per werksoort worden vastgesteld. Dergelijke budgetten
                                    zullen afzonderlijk worden vastgesteld voor sport, kunst en
                                    cultuur, jongerenwerk en buurtwerk. De sportraad zal een eigen
                                    verdeling maken van het bedrag dat aan de sportorganisaties
                                    beschikbaar wordt gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De raad zal jaarlijks, met ingang van 2010, bij het vaststellen
                                    van de subsidieplafonds voor het volgende jaar de kosten
                                    indexeren om de voorzieningen op hetzelfde niveau te kunnen
                                    houden. Het indexeringspercentage wordt in de kadernota
                                    vastgesteld.</al><al/></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 7. Bij aanvraag voor budgetsubsidies in te dienen
                                gegevens</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Instellingen die budgetsubsidie ontvangen moeten een
                                    activiteitenplan indienen als onderdeel van de subsidieaanvraag.
                                    De aanvraag zal verder vergezeld moeten gaan van een
                                    jaarrekening/jaarverslag (zoals gedefinieerd in artikel 21) en
                                    hun begroting.</al></li><li nr="2."><al>Instellingen die voor het eerst in aanmerking willen komen voor
                                    het verlenen van een budgetsubsidie dienen naast de onder lid 1
                                    van dit artikel genoemde gegevens de volgende bescheiden te
                                    overleggen:a. een afschrift van de oprichtingsakte van de
                                    rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk
                                    zijn gewijzigd;b. een opgave van de bestuurssamenstelling;c. de
                                    laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van
                                    Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de balans en de staat
                                    van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze
                                    bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van
                                    de aanvrager op het moment van de aanvraag;d. goedgekeurde en
                                    door de voorzitter en penningmeester ondertekende begrotingen
                                    van het lopende en komende jaar.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 8. Bij aanvraag voor waarderingssubsidies in te dienen
                                gegevens</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Instellingen die waarderingssubsidie aanvragen hoeven geen
                                    activiteitenplan in te dienen en evenmin een
                                    jaarrekening/jaarverslag (zoals gedefinieerd in artikel 21) of
                                    begroting.</al></li><li nr="2."><al>Organisaties die jaarlijks minder dan € 2.000,- subsidie
                                    ontvangen dienen eenmaal per vier jaar hun aanvraag in. In de
                                    tussenliggende jaren wordt het toegekende bedrag
                                    uitbetaald.</al></li><li nr="3."><al>Het jaar 2010 zal gelden als eerste peiljaar voor de
                                    subsidiehoogte.</al></li><li nr="4."><al>Instellingen die waarderingssubsidie ontvangen hoeven niet te
                                    voldoen aan de criteria van doel en reikwijdte zoals
                                    geformuleerd in hoofdstuk 1 artikel 2, lid 4.</al></li><li nr="5."><al>Instellingen die voor het eerst in aanmerking willen komen voor
                                    het verlenen van een waarderingssubsidie dienen de volgende
                                    bescheiden te overleggen:a. een afschrift van de oprichtingsakte
                                    van de rechtspersoon dan wel van de statutenzoals deze
                                    laatstelijk zijn gewijzigd;b. een opgave van de
                                    bestuurssamenstelling;c. een omschrijving van de doelgroep(en)
                                    en hoofdactiviteit(en).</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 9. Bij aanvraag voor bijzondere subsidies in te dienen
                                gegevens</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Subsidieaanvragen in het kader van bijzondere subsidies geven
                                    duidelijk aan voor welk doel de subsidie wordt aangevraagd</al></li><li nr="2."><al>a. De subsidieaanvraag in het kader van het Accommodatiebeleid
                                    dient vergezeld te gaan van minimaal twee offertes voor de uit
                                    te voeren werkzaamheden.b. Voor verdere noodzakelijke gegevens
                                    wordt verwezen naar het Accommodatiebeleid.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 10. Aanvraagtermijn</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een budget- en waarderingssubsidie, evenals
                                    voor de subsidieaanvragen in het kader van het
                                    Accommodatiefonds, wordt gedaan uiterlijk 1 april in het jaar
                                    voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de subsidieaanvraag
                                    betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in bijzondere gevallen schriftelijk ontheffing
                                    verlenen van de aanvraagtermijn, zoals bedoeld in lid 1 van dit
                                    artikel. Een organisatie die een budgetsubsidie, een
                                    waarderingssubsidie of een subsidie in het kader van het
                                    Accommodatiefonds aanvraagt, dient deze ontheffing schriftelijk
                                    en gemotiveerd bij het college aan te vragen, vier weken voor de
                                    aanvraagtermijn van 1 april, zoals genoemd in lid 1 van dit
                                    artikel.</al></li><li nr="3."><al>Bij niet tijdige indiening van de subsidieaanvraag, zoals
                                    bedoeld in lid 1 van dit artikel zal behoudens in gevallen
                                    waarvoor het college ontheffing heeft verleend, zoals omschreven
                                    in lid 1 van dit artikel, de aanvraag niet ontvankelijk worden
                                    verklaard.</al></li><li nr="4."><al>Instellingen dienen voor de activiteiten genoemd onder
                                    bijzondere subsidies ingevolge hoofdstuk 1, artikel 4, onder c,
                                    met uitzondering van de subsidies in het kader van het
                                    Accommodatiefonds, indien mogelijk, twee maanden voorafgaand aan
                                    de activiteit een aanvraag in bij de gemeente Lopik.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 11. Beslistermijn</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist op een aanvraag voor een bijzondere
                                    subsidie, met uitzondering van subsidies in het kader van het
                                    Accommodatiefonds, binnen 13 weken na ontvangst van de volledige
                                    aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft
                                    opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn
                                    voor het aanvragen van de subsidie.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist op een aanvraag voor een budget- en
                                    waarderingssubsidie evenals voor een subsidie in het kader van
                                    het Accommodatiefonds, uiterlijk voor 31 december van het jaar
                                    waarop de aanvraag is ingediend.</al><al/></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4. WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 12. Weigeringsgronden</vet></al><al>Het college kan een aanvraag voor subsidie, naast gronden genoemd in
                            artikel 4:35 Awb, weigeren indien de activiteiten van de aanvrager niet
                            of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar
                            ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan het welzijn van de
                            inwoners van de gemeente.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5. VERLENING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 13. Verlening subsidie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college
                                    aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen
                                    subsidie plaatsvindt.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                    subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                    gebruik van de subsidie.</al></li><li nr="3."><al>De financiële en administratieve bepalingen, zoals verwoord in
                                    de afdelingen 4.2.4 en verder van de Awb, zijn op de
                                    subsidieverstrekkingen als bedoeld in deze verordening onverkort
                                    van toepassing.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 14. Verlening budgetsubsidies</vet></al><al>Op basis van de ingediende bescheiden wordt aan instellingen die een
                            budgetsubsidie ontvangen het voorlopig bepaalde maximale subsidiebedrag
                            verleend.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Verlening waarderingssubsidies </vet></al><al>Op basis van de ingediende aanvraag wordt aan instellingen die een
                            waarderingssubsidie ontvangen het subsidiebedrag verleend dat is bepaald
                            op basis van de subsidiegrondslagen.</al><al/><al>Artikel 16. Verlening bijzondere subsidies</al><al>De volgende activiteiten komen in aanmerking voor bijzondere
                            subsidies:</al><lijst><li nr="1."><al>Activiteiten op het gebied van de sportieve recreatie, waarbij
                                    per activiteit maximaal € 50,-- wordt toegekend, met de
                                    restrictie, dat bij meer dan een activiteit per jaar, per
                                    instelling de totale subsidie de som van € 150,-- niet mag
                                    overschrijden.</al></li><li nr="2."><al>Sportactiviteiten die zich in het bijzonder richten op
                                    specifieke doelgroepen, waarbij per activiteit een subsidie van
                                    maximaal 75% van het exploitatietekort van deze activiteit wordt
                                    verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>Technische opleidingen voor vrijwilligers, waarbij een subsidie
                                    wordt verleend van 50% van de ten laste van de instelling
                                    komende les -en examengelden en de kosten van cursusboeken. De
                                    subsidie wordt eerst toegekend na het met goed gevolg afleggen
                                    van het examen en geldt alleen voor cursussen die onder
                                    auspiciën van koepelorganisaties en/of door het betreffende
                                    ministerie erkende opleidingen worden gehouden.</al></li><li nr="4."><al>Bestuursopleidingen voor vrijwilligers, waarbij een subsidie
                                    wordt verleend van 50% van de ten laste van de instelling
                                    komende les- en examengelden en de kosten van cursusboeken. De
                                    subsidie wordt toegekend na het succesvol afronden van de gehele
                                    cursus.</al></li><li nr="5."><al>Voor subsidies als bedoeld in lid 3 en lid 4 geldt de restrictie
                                    dat de totale subsidie per jaar voor een instelling de som van €
                                    150,-- niet mag overschrijden; voor opleidingen die langer dan
                                    een cursusjaar duren kan voor elk cursusjaar dit bedrag
                                    aangevraagd worden.</al></li><li nr="6."><al>Subsidies, waarbij instellingen maximaal € 400,-- kunnen
                                    ontvangen voor de eerste kosten, die te maken hebben met de
                                    oprichting van een stichting of vereniging. Onder de eerste
                                    kosten worden verstaan de kosten van de notaris en de eerste
                                    inschrijving bij de Kamer van Koophandel.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 17. Betaling en bevoorschotting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in
                                    hoofdstuk 1, artikel 4 onder a (budgetsubsidies), wordt gegeven,
                                    wordt 100% bevoorschot.</al></li><li nr="2."><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie,
                                    worden in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de
                                    termijnen van de voorschotten bepaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                                    hoofdstuk 1, artikel 4, onder b (waarderingssubsidie) wordt
                                    gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in een keer
                                    plaats.</al></li><li nr="4."><al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                                    hoofdstuk 1, artikel 4, onder c wordt gegeven (bijzondere
                                    subsidies), wordt het bedrag op aanvraag bevoorschot.</al><al/></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 18. Tussentijdse rapportage</vet></al><al>Aan instellingen die budgetsubsidie ontvangen kan het college de
                            verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van een inhoudelijke
                            verantwoording omtrent de verrichte activiteiten, zoals gedefinieerd in
                            artikel 21. Hierover worden afspraken gemaakt met de instelling.</al><al/><al><vet>Artikel 19. Meldingsplicht </vet></al><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al><al/><al><vet>Artikel 20. Overige verplichtingen van de
                            subsidieontvanger</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de
                                    subsidie is verleend.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                    schriftelijk over:a. besluiten of procedures die zijn gericht op
                                    de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is
                                    verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;b. relevante
                                    wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met
                                    derden;c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                    beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel
                                    of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;d. wijziging van de
                                    statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de
                                    persoon van de bestuurder(s) en het doel van de
                                    rechtspersoon.</al></li><li nr="3."><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                    handelingen als vermeld in artikel 4:71 Awb.</al><al/></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 21. Verantwoording budgetsubsidies </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Instellingen die budgetsubsidie ontvangen moeten een inhoudelijk
                                    verslag indienen waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de
                                    subsidie is verleend, inderdaad zijn verricht.</al></li><li nr="2."><al>Instellingen die budgetsubsidie ontvangen dienen een overzicht
                                    in van de activiteiten en de hieraan verbonden inkomsten
                                    (financieel jaarverslag of overzicht) en daarnaast een balans
                                    van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                                    daarop.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 22. Verantwoording waarderingssubsidies</vet></al><al>Instellingen die waarderingssubsidie ontvangen hoeven geen financieel
                            noch een inhoudelijk jaarverslag (zoals beschreven in artikel 21) in te
                            dienen betreffende de subsidie die is ontvangen.</al><al/><al><vet>Artikel 23. Verantwoording bijzondere subsidies </vet></al><al>Instellingen die een bijzondere subsidie ontvangen overhandigen
                            bewijsstukken (bijvoorbeeld een diploma) waaruit blijkt dat de
                            activiteiten waarvoor subsidie werd ontvangen inderdaad met goed gevolg
                            zijn afgerond.</al><al/><al><vet>Artikel 24. Vaststelling van budgetsubsidie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag
                                    tot subsidievaststelling de subsidie vast.</al></li><li nr="2."><al>De definitieve budgetsubsidie wordt vastgesteld op basis van een
                                    inhoudelijk jaarverslag en een financiële jaarrekening, zoals
                                    bedoeld in artikel 21, over het desbetreffende jaar, met dien
                                    verstande dat de definitieve subsidie nooit meer kan bedragen
                                    dan de voorlopig bepaalde maximale subsidie.</al></li><li nr="3."><al>Een aanvraag voor vaststelling van de budgetsubsidie dient door
                                    de subsidieontvangende instelling te worden ingediend bij het
                                    college voor 1 april van het jaar volgend op het jaar waarvoor
                                    subsidie is verleend volgens de afgegeven beschikking.</al></li><li nr="4."><al>In geval niet of niet tijdig om definitieve vaststelling van de
                                    budgetsubsidie wordt verzocht door de organisatie kan ambtshalve
                                    vaststelling van de subsidie plaatsvinden, overeenkomstig
                                    artikel 4:47 Awb.</al></li><li nr="5."><al>Het vormen van een egalisatiereserve is toegestaan. De totale
                                    egalisatiereserve mag niet meer bedragen dan 10% van de
                                    exploitatiekosten van het betreffende jaar, tenzij het college
                                    ontheffing van dit maximum heeft verleend.</al></li><li nr="6."><al>Het instellen van een voorziening is toegestaan, voor zover
                                    wordt aangegeven bij de subsidieaanvraag en het verzoek tot
                                    vaststelling, wat de omvang en doel van de voorziening is. Het
                                    instellen van een voorziening behoeft instemming van het
                                    college.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 25. Vaststelling bijzondere subsidies </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wat betreft subsidies in het kader van het Accommodatiefonds
                                    moet uiterlijk een jaar na start van de werkzaamheden de
                                    afrekening ingediend worden, anders vervalt de toegezegde
                                    subsidie.</al></li><li nr="2."><al>Verzoeken tot afwijking van deze termijn kunnen worden ingediend
                                    bij het college.</al></li><li nr="3."><al>Verzoeken tot afwijking van de termijn zullen in behandeling
                                    worden genomen als deze binnen 10 maanden na toekenning van de
                                    subsidie worden gedaan.</al></li><li nr="4."><al>Bijzondere subsidies betreffende activiteiten op het gebied van
                                    sportieve recreatie, technische en bestuursopleidingen voor
                                    vrijwilligers en subsidies voor de oprichting van een stichting
                                    worden vastgesteld op basis van bescheiden waaruit blijkt dat de
                                    activiteiten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.</al><al/></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 8. OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 26. Verzekeringen </vet></al><al>Instellingen zijn verplicht verzekeringen af te sluiten met betrekking
                            tot het risico vanwettelijke aansprakelijkheid ten aanzien van derden -
                            met uitzondering van lokale vrijwilligers voor wie de gemeente apart een
                            verzekering sluit - en met betrekking tot het risico van brand, storm,
                            waterschade op basis van nieuwwaarde van de eigendommen van
                            deinstelling.</al><al/><al><vet>Artikel 27. Hardheidsclausule</vet></al><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van
                            deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken - met
                            uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 12 voor zover van toepassing -
                            indien het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                            onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit
                            artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek
                            verslag gedaan aan de raad.</al><al/><al><vet>Artikel 28. Overgangsbepalingen </vet></al><al>Subsidieaanvragen die in 2010 worden ingediend worden afgehandeld
                            volgens de bepalingen van de Subsidieverordening Welzijn gemeente Lopik
                            2010.</al><al/><al><vet>Artikel 29. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar
                            bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de Subsidieverordening
                            Welzijn gemeente Lopik 2005.</al><al/><al><vet>Artikel 30. Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening Welzijn
                            gemeente Lopik 2010.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Lopik,
                        gehouden op 16 februari 2010,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Mw. Mr. G.M.G. Dolders Mw. Mr. R.G. Westerlaken-Loos</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>