<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR85995_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening gemeente Meppel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">24-02-2010 Meppeler Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening gemeente Meppel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WEGENVERKEERSWET 1994">Wegenverkeerswet 1994, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-12-28</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-04-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 3 lid 4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010-1608</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening gemeente Meppel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Raadsbesluit nr. De R a a d der gemeente Meppel; gelezen het voorstel van
                        Burgemeester en Wethouders d.d. , nr. ; gelet op het bepaalde in artikel 149
                        van de Gemeentewet en artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994; b e s l u i t:
                        vast te stellen de: Parkeerverordening gemeente Meppel</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. RVV 1990:</al><al>het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990,
                            Staatsblad 459;</al><al>b. Motorvoertuigen:</al><al>hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van
                            brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;</al><al>c. Parkeren:</al><al>het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een
                            motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en
                            gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen, of
                            het onmiddellijk laden of lossen van zaken op binnen de gemeente gelegen
                            voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop
                            dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                            verboden;</al><al>d. Houder:</al><al>degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet
                            worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is
                            ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994, aangehouden
                            register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op
                            wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van
                            het parkeren in het register was ingeschreven of degene die het
                            motorvoertuig op grond van een contract van huurkoop onder zich heeft,
                            in vruchtgebruik heeft of anderszins, anders dan eigenaar of bezitter,
                            tot duurzaam gebruik onder zich heeft;</al><al>e. Parkeerplaats:</al><al>een als zodanig aangeduide of herkenbare verharding die is bestemd voor
                            stilstaande of geparkeerde motorvoertuigen;</al><al>f. Parkeerapparatuur:</al><al>parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters
                            en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                            parkeerapparatuur wordt verstaan;</al><al>g. Parkeerapparatuurplaats:</al><al>een parkeerplaats ten aanzien waarvan het parkeren geregeld wordt met
                            parkeerapparatuur;</al><al>h. Belanghebbendenplaats:</al><al>een parkeerplaats die:</al><al>1. is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, of</al><al>2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van
                            het RVV 1990 met het opschrift zone voor zover deze plaats niet is
                            uitgezonderd;</al><al>i. Vergunning:</al><al>een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is
                            toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                            belanghebbendenplaatsen;</al><al>j. Vergunninghouder:</al><al>de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;</al><al>k. Ontheffing:</al><al>een door het college verleende ontheffing, waarmee het is toegestaan een
                            motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                            parkeerapparatuurplaatsen;</al><al>j. Ontheffinghouder:</al><al>de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een ontheffing is verleend;</al><al>k. Kort-parkeren:</al><al>het parkeren op de daartoe aangewezen straten en pleinen met een
                            beperkte parkeerduur;</al><al>l. Lang-parkeren:</al><al>het parkeren op de daartoe aangewezen straten en pleinen met een
                            onbeperkte parkeerduur.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, ontheffinghouders, vergunningen,
                            ontheffingen, vergunningbewijzen en ontheffingbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzen weggedeelten en tijden</titel></kop><al> 1. Het college kan weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het
                            parkeren door ontheffinghouders en/of vergunninghouders.</al><al> 2. Het college kan de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan
                            ontheffinghouders en/of vergunninghouders is toegestaan</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Parkeerontheffing/vergunning</titel></kop><al>1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een ontheffing
                            verlenen voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen of een
                            vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen.</al><al>2. Een ontheffing of vergunning kan worden verleend aan:</al><al>a. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze volgens het
                            bevolkingsregister in een gebied woont waar betaald parkeren geldt;</al><al>b. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep
                            of bedrijf uitoefent en is gevestigd in een gebied waar betaald parkeren
                            geldt en aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of
                            bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te
                            parkeren;</al><al>3. Het college kan aan een ontheffing of vergunning voorschriften en
                            beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van
                            een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al><al>4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                            fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing
                            op beslissingen op aanvragen om vergunningen en ontheffingen ingevolge
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wachtlijst</titel></kop><al>1. Het college stelt vast op welke wijze het aantal uit te geven
                            vergunningen of ontheffingen voor weggedeelten als bedoeld in artikel 2
                            wordt bepaald.</al><al>2. Op de aanvraag van een parkeervergunning of ontheffing wordt in
                            volgorde van ontvangst beschikt.</al><al>3. Indien het aantal aanvragen voor een straat of gebied het aantal
                            beschikbare plaatsen overtreft wordt de aanvrager op een wachtlijst
                            geplaatst.</al><al>4. Een aanvraag voor een eerste vergunning of ontheffing heeft op de
                            wachtlijst voorrang op een tweede aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot:</al><al>1. het maximaal aantal vergunningen of ontheffingen dat per
                            houder/eigenaar wordt verstrekt;</al><al>2. de beoordeling of een vergunning of ontheffing voor een bedrijf
                            noodzakelijk is in het belang van de beroeps- of bedrijfsuitoefening van
                            een rechtpersoon.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al> 1. Het college kan regels geven voor het aanvragen van een vergunning
                            of ontheffing.</al><al> 2. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag
                            voor een vergunning of ontheffing.</al><al> 3. Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                            hoogste één maal acht weken verlengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Gegevens vergunning of ontheffing</titel></kop><al>1. Een vergunning of ontheffing wordt voor ten hoogste één jaar
                            verleend.</al><al>2. De vergunning of ontheffing bevat in ieder geval de volgende
                            gegevens:</al><al>a de periode waarvoor de vergunning of ontheffing geldt;</al><al>b het gebied waarvoor de vergunning of ontheffing geldt;</al><al>c de naam van de vergunning of ontheffing of het kenteken van het
                            motorvoertuig of een door de gemeente toegekend nummer waarvoor de
                            vergunning of ontheffing is verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken of wijzigen vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Het college kan een vergunning of ontheffing intrekken of wijzigen:</al><al>1. op verzoek van de vergunning- of ontheffinghouder;</al><al>2. wanneer de vergunning of -ontheffinghouder uit het gebied waarvoor de
                            vergunning of ontheffing is verleend verhuist, of het daar uitgeoefende
                            beroep of bedrijf beëindigt;</al><al>3. wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden
                            die relevant zijn voor het verlenen van de vergunning of
                            ontheffing;</al><al>4. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen of
                            ontheffingen komt te vervallen;</al><al>5. wanneer de vergunning- of ontheffinghouder handelt in strijd met de
                            aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften;</al><al>6. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning of ontheffing
                            onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al><al>7. wanneer de voor de vergunning of ontheffing verschuldigde belasting
                            niet of niet tijdig is voldaan;</al><al>8. om redenen van openbaar belang.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belemmering</titel></kop><al>1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                            plaatsen of te laten staan:</al><al>a op een parkeerapparatuurplaats;</al><al>b op een belanghebbendenplaats.</al><al>2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                            zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten
                            staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of
                            verhinderd.</al><al>3. Het is verboden te parkeren bij parkeerapparatuurplaatsen waar niet
                            voor de duur van het parkeren is betaald.</al><al>4. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                            lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Misbruik</titel></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op ander wijze, of met andere
                            middelen, of met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de
                            parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Ongeoorloofd gebruik</titel></kop><al> 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                            belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar
                            een voertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><al> a zonder vergunning;</al><al> b zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                            vergunning;</al><al> c in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.</al><al> 2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                            lid van dit artikel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Boete</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van
                            de eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Handhaving</titel></kop><al>De opsporing van overtredingen van deze verordening is, naast de in
                            artikel 141 van het wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college met de
                            zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover
                            het de taken betreft, die in de aanwijzing zijn vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking acht dagen na die waarop zij is
                            bekendgemaakt en werkt terug tot en met 1 juni 2009.</al><al> 2. Met ingang van de in het eerste lid genoemde datum van ingang wordt
                            ingetrokken de Parkeerverordening 2009, vastgesteld door de gemeenteraad
                            van Meppel op 11 december 2008.</al><al> 3. Vergunningen of ontheffingen die zijn verleend krachtens de
                            Parkeerverordening 2009 worden geacht te zijn verleend krachtens deze
                            verordening.</al><al> 4. Deze verordening kan worden aangehaald als “Parkeerverordening
                            gemeente Meppel”</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>