<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR85925_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-02-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het gemeentenieuws, 09-02-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Ruimte- en Inrichtingseisen Peuterspeelzalen gemeente Lingewaard 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>65/2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 7 bevat een hardheidsclausule.</al><al>Artikel 8 bevat een overgangsbepaling.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen, het Convenant “Verantwoord
                        peuterspeelzaalwerk: een eerste stap naar de toekomst, Convenant
                        Kwaliteit peuterspeelzaalwerk d.d. 9 november 2009” en de Beleidsregels
                        kwaliteit peuterspeelzalen nadere eisen te stellen aan de inrichting van
                        peuterspeelzalen;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder
                        wordt verstaan in de “Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                        peuterspeelzalen”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepsspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m<sup>2</sup>
                            bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de
                            leeftijd van de op te vangen kinderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;</al></li><li nr="b."><al>een oppervlakte van minimaal 3 m<sup>2</sup> bruto-oppervlakte
                                    speelruimte per aanwezig kind;</al></li><li nr="c."><al>ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen
                                    kinderen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze
                            verordening gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van Hulpverlening
                            Gelderland Midden aan als toezichthouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2,
                            eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                            binnen 10 weken of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in
                            overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt jaarlijks of de exploitatie van een
                            peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit
                            deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                            toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de
                            bij deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel, naar aanleiding van een onderzoek
                            bij een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 5, schriftelijk vast in
                            een inspectierapport.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder
                            van de peuterspeelzaal, die een afschrift daarvan ter inzage legt op een
                            voor ouders en personeel toegankelijke plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
                            ontvangst openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na een onderzoek, als bedoeld in artikel 5 zendt de toezichthouder een
                            afschrift van het inspectierapport aan burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of
                        daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van kwalitatief
                        verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een
                        onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet de
                        houder van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze
                        verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar
                        bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Ruimte- en
                        Inrichtingseisen Peuterspeelzalen gemeente Lingewaard 2010.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 16 december 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>w.g. Th.G.L. Greep w.g. H.H. de Vries</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><tussenkop>Bijlage: Algemene toelichting </tussenkop><al>Op 1 augustus 2010 is de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                    (hierna: de Wet) in werking getreden. Het doel van deze Wet is om jonge kinderen
                    in peuterspeelzalen en kindercentra een veilige en stimulerende omgeving te
                    bieden. </al><al>Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de regelgeving over
                    peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagopvang. Hierdoor ontstaat een
                    landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de kinderdagopvang
                    met minimum kwaliteitseisen. In de Wet zijn dan ook een aantal minimale eisen
                    voor de peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan de minister de bevoegdheid
                    gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een Algemene maatregel van
                    Bestuur vast te leggen (AMvB). Van deze bevoegdheid is tot op heden geen gebruik
                    gemaakt omdat de partijen een convenant hebben afgesloten waarin de
                    kwaliteitseisen voor de houders van peuterspeelzalen nader zijn uitgewerkt. </al><al>De eisen in het convenant hebben als uitgangpunt gediend voor de Beleidsregels
                    kwaliteit peuterspeelzalen (hierna: Beleidsregels) van de minister van
                    Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Echter, in deze Beleidsregels zijn geen
                    eisen opgenomen ten aanzien van ruimte en inrichting van de peuterspeelzalen.
                    Bij het opstellen van de modelverordening ruimte- en inrichtingseisen
                    peuterspeelzalen is aangesloten bij het convenant en de Beleidsregels
                    kwaliteitseisen kinderopvang.</al><al>Het onderhavige model is in overleg met diverse deskundigen op het gebied van
                    peuterspeelzaalwerk en kinderopvang en de brancheorganisaties tot stand
                    gekomen.</al><tussenkop>Ruimte en inrichting</tussenkop><al>Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het stellen van
                    kwaliteitseisen. Eisen op het gebied van ruimte en inrichting vormen hier een
                    essentieel onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind zijn belangrijk
                    voor de ontwikkeling van de cognitieve, de sociaal-emotionele en de motorische
                    vaardigheden. De opvoeding door de ouders legt daarvoor de basis, maar ook de
                    rest van de omgeving waarin het kind opgroeit, is van belang. Veel kinderen
                    brengen enkele uren per dag door in peuterspeelzalen en andere kindercentra. Ze
                    moeten daar veilig kunnen spelen en voldoende ruimte hebben. </al><al>Bestaande eisen over veiligheid en gezondheid die algemeen geldend zijn en
                    volgen uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften,
                    brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne en
                    dergelijke. </al><tussenkop>Toezicht</tussenkop><al>In dit hoofdstuk is het kader voor het toezicht beschreven. Op de handhaving,
                    zijn de algemene handhavingsbevoegdheden uit de Awb van toepassing. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Groepsspeelruimte </tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5m² <cursief>bruto</cursief>
                    oppervlak speelruimte aanwezig moet zijn. Speelruimtes dienen passend te zijn
                    ingericht voor spelen en rusten. Bij de inrichting van de binnenruimte dient
                    rekening te worden gehouden met zowel het aantal kinderen dat van een ruimte
                    gebruik maakt als de leeftijd van de kinderen. Op basis van dit artikel dient
                    elk kind ook daadwerkelijk over minimaal 3,5m² <cursief>bruto</cursief>
                    speelruimte te kunnen beschikken. </al><al><cursief>In afwijking van de tekst in de modelverordening
                            </cursief><cursief><onderstreept>(daar wordt gesproken over netto
                            oppervlakte)</onderstreept></cursief><cursief> is in Lingewaard gekozen
                        voor bruto oppervlakte. Dit komt overeen met artikel 3 buitenruimte, de
                        beleidsregels Kwaliteit Kinderopvang en is tevens makkelijker te meten door
                        de toezichthouder.</cursief></al><al>Het gaat daarbij om het totale aantal vierkante meters die beschikbaar zijn in
                    de groepsruimten. Dus de lengte vermenigvuldigd met de breedte van de ruimtes
                    waar de kinderen spelen.</al><al>Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die zijn
                    vastgelegd in het Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit bevat bouwtechnische
                    voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten voldoen. Peuterspeelzalen
                    vallen onder de categorie ’bijeenkomstfunctie voor kinderopvang’. De eisen uit
                    het Bouwbesluit hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid,
                    energiezuinigheid en milieu.</al><tussenkop>Artikel 3 Buitenspeelruimte</tussenkop><al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik maken
                    van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal dient te zijn
                    gesitueerd. Evenals de binnenruimte dient de buitenruimte voor spel geschikt te
                    zijn en ingericht in overeenstemming met de behoeften en mogelijkheden van de
                    kinderen. Ook voor de buitenspeelruimte geldt dat bij de inrichting rekening
                    dient te worden gehouden met het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen
                    die gebruik maken van de ruimte. De speelruimte bestaat per aanwezig kind uit
                    minimaal 3m² bruto oppervlakte. Met aanwezig kind wordt gedoeld op in de
                    peuterspeelzaal aanwezige kinderen, niet noodzakelijkerwijs buitenspelend.</al><tussenkop>Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders</tussenkop><al>Dit artikel maakt burgemeester en wethouders (hierna B&amp;W) verantwoordelijk
                    voor de naleving van deze verordening. B&amp;W wijzen de directeur van de GGD
                    aan als toezichthouder. Dit is in overeenstemming met het systeem van de wet. De
                    directeur van de GGD oefent aldus het toezicht uit onder het gezag van de
                    burgemeester en wethouders. Afdeling 5.2. van de Algemene wet bestuursrecht
                    bevat een algemene regeling van de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het
                    recht op het betreden van plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en het
                    inzien van schriftelijke stukken. </al><tussenkop>Voor Lingewaard is de directeur van de GGD de directeur van Hulpverlening
                    Gelderland Midden.</tussenkop><tussenkop>Artikel 5 Onderzoek door de toezichthouder</tussenkop><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden, namelijk
                    onderzoek na melding, jaarlijks onderzoek en incidenteel onderzoek. In de eerste
                    plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een aanvraag voor de
                    exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de voorschriften uit deze verordening
                    zal worden voldaan. Daarnaast voert de toezichthouder jaarlijks regulier
                    onderzoek uit bij bestaande peuterspeelzalen. Voorts beschikt de toezichthouder
                    op grond van lid 3 over de mogelijkheid om incidenteel onderzoek te verrichten
                    naar de naleving van de voorschriften uit deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 6 Vastleggen onderzoeksresultaten </tussenkop><al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de toezichthouder
                    schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De toezichthouder zendt het
                    inspectierapport aan de houder van de peuterspeelzaal. De houder zorgt er voor
                    dat zowel ouders van kinderen in de peuterspeelzaal als het personeel inzage
                    hebben in het inspectierapport van de toezichthouder. Uiterlijk 3 weken na
                    ontvangst maakt de toezichthouder het inspectierapport openbaar. Het ligt voor
                    de hand dat de toezichthouder voor de openbaarmaking een breed toegankelijk
                    medium kiest. Gedacht kan worden aan de mogelijkheden die het internet biedt. </al><al><cursief>In afwijking van de tekst in de modelverordening
                            </cursief><cursief><onderstreept>(“Ingeval de toezichthouder constateert
                            dat niet voldaan wordt aan de eisen ten aanzien van de groepspeelruimte
                            en de buitenspeelruimte dan geeft hij dit zo snel mogelijk door aan
                            B&amp;W. In de praktijk zal het veelal betekenen dat de toezichthouder
                            het inspectierapport naar de burgemeester en wethouders
                            zendt.”)</onderstreept></cursief><cursief> zendt de toezichthouder te
                        allen tijde een rapport n.a.v. een onderzoek als bedoeld in artikel 5 aan de
                        gemeente. De gemeente wil over alle onderzoeken worden
                        geïnformeerd.</cursief></al><tussenkop>Artikel 7 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de mogelijkheid
                    voor burgemeester en wethouders om, in gevallen waarin toepassing van een
                    artikel van de verordening een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren,
                    artikel 2 en 3 buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. Het
                    afwijkende besluit van burgemeester en wethouders moet altijd binnen de
                    doelstellingen van de verordening passen. De toepassing van de hardheidsclausule
                    moet beperkt blijven tot individuele gevallen. Het gebruik van dit artikel is
                    slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk.</al><tussenkop>Artikel 8 Overgangsbepaling</tussenkop><al>De overgangsbepaling is opgenomen om houders van bestaande peuterspeelzalen de
                    tijd en gelegenheid te bieden om aan de voorschriften zoals gesteld in de
                    verordening te voldoen. Indien er binnen een gemeente al een verordening bestaat
                    met eisen aan ruimte- en inrichting van peuterspeelzalen, dan is het niet nodig
                    om deze overgangsbepaling op te nemen.</al><tussenkop>Artikel 9 Inwerkingtreding en artikel 10 Citeertitel</tussenkop><al>Deze bepalingen spreken voor zich.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>