<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR85723_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Lingewaard 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Gemeentenieuws, 22-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Lingewaard 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=44">Gemeentewet art. 44 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95">Gemeentewet art. 95</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=96">Gemeentewet art. 96</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=97">Gemeentewet art. 97</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=98">Gemeentewet art. 98</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=99">Gemeentewet art. 99</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006536">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006535">Rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-10-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>62 (a)/ 2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                        Gemeentewet, waarbij in Lingewaard de Politieke Avond moet
                                        worden gezien als een commissie als bedoeld in de
                                        Gemeentewet, zoals ook is vastgesteld in artikel 51 sub a
                                        van het Reglement van Orde Lingewaard 2009<vet>;</vet></al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van
                                        22 maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het
                                        Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling
                                        van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23
                                        van het Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de
                                        Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                        AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                        Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                        56;</al></li><li nr="g."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                        Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011,
                                        Stcrt. 181;</al></li><li nr="h."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde
                                        wethouder;</al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                        Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102
                                        van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste
                                lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is
                                gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5 vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het
                                        raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag
                                        voor gemeenteklasse 5, vermeld in tabel II van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
                                        ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                        loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                        dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het
                                        eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor
                                        gemeenteklasse 5, vermeld in tabel III van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid
                                        is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen
                                        2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in
                                        dat jaar raadslid is geweest.</al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2
                                        en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente
                                        gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied
                                        van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                        gemeentebestuur vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van
                                                een taxi: een vergoeding van de reiskosten op basis
                                                van maximaal de kosten van het openbaar
                                                vervoer;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een
                                                vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                                noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde
                                                in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                                rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake
                                van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het
                                raadslid vergoed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de
                                griffier, die deze inhoudelijk beoordeelt. De aanvraag gaat
                                vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                                kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                                (gemeentelijk) belang is in verband met de vervulling van het
                                raadslidmaatschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In plaats van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software verleent het college op aanvraag van een raadslid
                                        een vergoeding voor</al><lijst><li nr="I."><al>aanschaf en/of gebruik van een eigen computer,
                                                bijbehorende apparatuur en software en </al></li><li nr="II."><al>de aanleg- en abonnementskosten voor de
                                                internetverbinding.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergoeding voor hetgeen is genoemd in lid 1 bedraagt €
                                        20,- per maand. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                        1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking
                                        wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                        gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                        1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking
                                        wordt aangemerkt kan deelnemen aan de levensloopregeling als
                                        bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                                        1964.</al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien
                                        het raadslid gebruik maakt van de wettelijke
                                        levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                                verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een
                                uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                                arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                        Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20
                                        van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge
                                        van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt
                                        dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                        werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                        van bedoelde korting.</al></li><li nr="2."><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het
                                        Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
                                        ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van
                                        dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge
                                        van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt
                                        dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                        werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                        van bedoelde korting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet
                                        meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de
                                        gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een
                                        toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor
                                        de werkzaamheden over de tijd van de waarneming.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien
                                        van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><al>Niet van toepassing </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a
                                        blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge
                                        artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend
                                        wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien
                                        verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op
                                        grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft
                                        bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van
                                        toepassing is.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en
                                        vijfde lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn
                                        van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd
                                        ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X 10
                                        van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens
                                        zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor een gemeente met een
                                inwoneraantal zoals vermeld in artikel 25 van het
                                Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor reiskosten
                                voor reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt.</al><al>De vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van
                                                een taxi: een volledige vergoeding van de
                                                reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de
                                                vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b,
                                                van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van de noodzakelijke en
                                                redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen
                                        van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor
                                        gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in
                                        de eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering
                                        van de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder
                                        plaats overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling
                                        binnenland, artikel 2a van de Reisregeling buitenland en
                                        artikel 13a van de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit
                                        1989 vastgestelde Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend van de noodzakelijke
                                en redelijkerwijs gemaakt verblijfkosten tijdens reizen gemaakt ten
                                behoeve van de gemeente, zoals bedoeld bij artikel 16 en is genoemd
                                bij lid 1 sub c.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis
                                        buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.</al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland,
                                        niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                        toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan
                                        kaders voor de toestemming vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het
                                college, die deze inhoudelijk beoordeelt. De aanvraag gaat vergezeld
                                van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten
                                komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                                (gemeentelijk) belang is in verband met de uitoefening van het ambt
                                van wethouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In plaats van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software verleent het college op aanvraag van een wethouder
                                        een vergoeding voor</al><lijst><li nr="I."><al>aanschaf en/of gebruik van een eigen computer,
                                                bijbehorende apparatuur en software en </al></li><li nr="II."><al>de aanleg- en abonnementskosten voor de
                                                internetverbinding.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergoeding voor hetgeen is genoemd in lid 1 bedraagt €
                                        10,- per maand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn
                                        ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                                        gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst
                                        met de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                        vast.</al></li><li nr="4."><al>Privégebruik van de mobiele telefoon, zoals bedoeld in lid
                                        1, is niet toegestaan. </al></li><li nr="5."><al>De maandelijkse onkostenvergoeding voor de wethouder in
                                        verband met de component telefoonkosten wordt verminderd tot
                                        een bedrag van € 25,-.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                        gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als
                                        bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                                        1964.</al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                        wethouder gebruik maakt van de wettelijke
                                        levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld
                                        in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001.
                                        Naar keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel
                                        vaste onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering
                                        verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                        Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op
                                vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                        commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van
                                        het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is
                                        maximaal het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                        Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5 vastgestelde
                                        maximum.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid wordt door de
                                        raadsfracties zelf aan de commissie- c.q. P.A.-leden
                                        verstrekt uit het vaste deel van de fractievergoeding,
                                        waarbij de fractie de hoogte van het bedrag bepaalt, dit met
                                        inachtneming van het gestelde in lid 1.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding
                                        voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de
                                        Gemeentewet ontvangt.</al></li><li nr="4."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                        commissie </al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel
                                                van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan
                                                wel van een functie bij een instelling die
                                                grotendeels van overheidswege wordt
                                                gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende
                                                instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn
                                                lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke
                                                mate het gemeentelijk belang dient.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of
                                        wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot
                                        lid van de commissie is benoemd worden de reiskosten voor
                                        het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed.
                                        De vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een vergoeding van de reiskosten op basis van maximaal
                                        de kosten van het openbaar vervoer;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van
                                        de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                        redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake
                                        van reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente
                                        vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel
                                        c, van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de
                                griffier, die deze inhoudelijk beoordeelt. De aanvraag gaat
                                vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                                kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                                (gemeentelijk) belang is in verband met de vervulling van het
                                commissielidmaatschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats
                                door</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5,
                                        6, 16, 19, 24 en 27 wordt gebruik gemaakt van een
                                        declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                        vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit
                                        zijn betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en
                                        ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of
                                        het commissielid dient het declaratieformulier binnen 2
                                        maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de
                                        gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in,
                                        onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19,
                                        20 en 24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van
                                        de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor
                                        akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats
                                        door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het
                                        college is vastgesteld, volledig in te vullen en te
                                        ondertekenen.</al></li><li nr="3."><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                        begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij
                                        de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de
                                        door hem aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><al>Niet van toepassing</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
                                2007 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                                wethouders, raads- en commissieleden Lingewaard 2011.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 16 december 2010.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>w.g. Th.G.L. Greep w.g. H.H. de Vries</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>