<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR85707_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Groenlo 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elna / Groenlose Gids 06-01-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Groenlo 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET OP DE RUIMTELIJKE ORDENING">Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-01-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>03-01-2005 / 14</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Groenlo 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Groenlo;</al><al> Gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en artikel 42 van de
                        Wet op de Ruimtelijke Ordening;</al><al> besluit:</al><al> vast te stellen de Exploitatieverordening gemeente Groenlo 2005.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden: het
                            door of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerende
                            zaken worden gebaat.</al></li><li nr="b."><al>Exploitatiegebied: een als zodanig aangewezen gebied, waarbinnen de
                            onroerende zaken zijn gelegen die worden gebaat door de voorzieningen
                            van openbaar nut die door of met medewerking van de gemeente worden
                            getroffen.</al></li><li nr="c."><al>Exploitant: de eigenaar of rechthebbende van een in het
                            exploitatiegebied gelegen onroerende zaak die als gevolg van het door of
                            met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar
                            nut wordt gebaat.</al></li><li nr="d."><al>Kostenbegroting: begroting van kosten en opbrengsten op basis
                            waarvan de door een exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage wordt
                            vastgesteld. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al/><al> Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend: 1. De aanleg binnen een
                            exploitatiegebied van de hieronder vermelde werken en
                            werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken met inbegrip
                            van het egaliseren, ophogen en afgraven;</al></li><li nr="b."><al>riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                            rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels en andere
                            rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen van openbaar nut en
                            kunstwerken verband houdende werken;</al></li><li nr="d."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de
                            aanleg en de inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden
                            alsmede de sierende elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een
                            juiste uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                            aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voor zover het de
                            ondergrond van voorzieningen van openbaar nut betreft en voor zover de
                            daarmee verband houdende kosten niet op andere wijze kunnen worden
                            verhaald;</al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke maatregelen en
                            voorzieningen van openbaar nut ter uitvoering van een
                            bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een
                            doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar nut. 2. De aanleg
                            van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden buiten het
                            exploitatiegebied, voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende
                            onroerende zaken hierdoor direct danwel indirect worden gebaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                            uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de taken
                            van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het
                            bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders besluiten
                            de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente aan te
                            leggen voorzieningen van openbaar nut aan de exploitant over te laten,
                            indien vaststaat dat een goede uitvoering is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het
                            geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de artikelen 4
                            tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                            van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                            kostenverhaalbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke wijze
                            en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten zullen
                            worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel
                            139 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat
                            in ieder geval de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de daarin
                            gelegen en gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen van
                            openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van de onder
                            b. genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals bedoeld in artikel 5.
                            In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin kan in het besluit
                            zoals bedoeld in het eerste lid, worden bepaald dat de kostenbegroting
                            op een later tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit tot vaststelling
                            van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139
                            van de Gemeentewet.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In het kostenverhaalbesluit wordt aangegeven dat,
                            wat betreft de door de gemeente in eigendom verkregen in het
                            exploitatiegebied liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zo
                            veel mogelijk plaatsvindt via de gronduitgifte. </al></li><li nr="4."><al>In het
                            kostenverhaalbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de niet door de
                            gemeente in eigendom verkregen en in het exploitatiegebied liggende
                            gebate onroerende zaken, het verhaal van kosten in beginsel plaatsvindt
                            op basis van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 van deze
                            verordening. Tevens wordt bepaald dat, ingeval op enigerlei wijze niet
                            kan worden gekomen tot het aangaan van een overeenkomst zoals bedoeld in
                            artikel 7 van deze verordening, het kostenverhaal in daarvoor in
                            aanmerking komende gevallen kan plaatsvinden door middel van de
                            vaststelling van een baatbelasting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="1."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied gelegen
                            gronden, zijnde de waarde van de grond vermeerderd met de waarde van de
                            opstallen die voor de verwezenlijking van de bestemming niet gehandhaafd
                            kunnen worden, en met de kosten van vrijmaken van opstallen – met
                            inbegrip van de zich in de grond bevindende resten, zoals funderingen,
                            leidingen en kabels – persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of
                            beperkt recht, zakelijke lasten alsmede de kosten van
                            schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding, -beheer en
                            -toezicht. Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de kosten
                            verband houdende met het opstellen van structuur- en bestemmingsplannen,
                            het opstellen van planmatige uitwerkingen of wijzigingen, het
                            vervaardigen van besluiten tot het verlenen van vrijstelling van een
                            bestemmingsplan alsmede van overige planologische maatregelen voor
                            zoveel deze nodig zijn voor het in exploitatie brengen van gronden
                            binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar
                            nut, voorzover deze verband houden met het verlenen van medewerking aan
                            het in exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied,
                            alsmede de daarmee verband houdende kosten van onderzoeken,
                            voorbereiding en toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voor zover dit rechtstreeks
                            aan het in exploitatie brengen van gronden kan worden toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten verminderd
                            met renteopbrengsten;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de grondexploitatie
                            behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van gronden verband houdende opbrengsten, bestaande
                            uit:</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar
                            nut, hetzij via overeenkomst hetzij via baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De wijze van toerekening van de totale onder sub 1. en 2. van dit
                            artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in het
                            exploitatiegebied naar de mate van de baat die de onroerende zaken
                            hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen van openbaar nut
                            zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening.</al><al> De mate van baat wordt aangeduid met inachtneming van hetgeen
                            hieromtrent in artikel 6 is bepaald. 2. Voor de opstelling van de
                            kostenbegroting wordt ervan uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn
                            geheel door de gemeente in exploitatie zal worden gebracht. 3. Periodiek
                            wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen danwel andere
                            optredende wijzigingen met betrekking tot het in exploitatie brengen van
                            gronden binnen het exploitatiegebied aanleiding geven om de
                            kostenbegroting te herzien. Het besluit tot herziening van de
                            kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de
                            Gemeentewet. </al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1 sub a. is niet
                            van toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
                            en gebate gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar nut
                            niet geschikt worden voor bebouwing. </al></li><li nr="5."><al>Naast het bepaalde in het vierde
                            lid wordt de raming van de in het eerste lid, onder 1 sub a. bedoelde
                            inbrengwaarde van de gronden beperkt tot de gronden die zijn bestemd
                            voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake
                            is van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van
                            openbaar nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                            bebouwing van onroerende zaken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                            gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied gemaakte of
                            te maken kosten per m² grondoppervlakte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte
                            zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan de kadastrale
                            oppervlakte van de gebate onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld naar
                            de in een bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels (bouw)grond,
                            vermenigvuldigd met factoren voor ligging en bestemming en objectieve
                            gebruiksmogelijkheid, waarin de baat van de van gemeentewege getroffen
                            voorzieningen van openbaar nut tot uitdrukking komt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de
                            toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende uitdrukking
                            geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen verschillen in
                            toerekening van baat, geschiedt de toerekening op basis van een nader in
                            de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5, te bepalen grondslag die
                            voorziet in de aanwezige verschillen in baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut vindt, wat betreft de in het exploitatiegebied liggende
                            onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente, indien
                            dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de exploitant,
                            plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                            exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand
                            doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel
                            uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte
                            opgemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van
                            een exploitatieovereenkomst nadat een kostenbegroting zoals bedoeld in
                            artikel 5, is vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst zoals bedoeld in het
                            eerste lid, bevat in ieder geval bepalingen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de omvang van de door de gemeente te treffen
                            voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen zullen
                            worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld volgens
                            de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                            gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de aanleg c.q.
                            aanpassing van voorzieningen van openbaar nut. 4. In het geval
                            toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in de
                            exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in het derde lid,
                            worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken een
                            aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij de gemeente als
                            opdrachtgever en de exploitant als aannemer wordt aangemerkt, en de
                            directievoering en het toezicht op de door de exploitant uit te voeren
                            werken geschieden door of vanwege de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt vastgesteld
                            op een pro-formabedrag van € 1,-, zulks met inachtneming van hetgeen in
                            artikel 8, derde lid is bepaald.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                            kosten het bedrag dat volgens de in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze
                            aan zijn onroerende zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op
                            de afstand van de in artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden
                            vallende en de kosten van kadastrale uitmeting, verminderd met de
                            inbrengwaarde zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1., onder a.
                            van de bij de exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in
                            eigendom te verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn
                            bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door
                            exploitant aan de gemeente worden afgestaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de door de
                            exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                            door de gemeente in overeenstemming met de exploitant op basis van
                            taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van overeenstemming wordt de
                            waarde van de gronden vastgesteld door een commissie van drie
                            deskundigen, van wie een aan te wijzen door de gemeente, een door de
                            exploitant en een door de beide reeds aangewezen deskundigen.</al><al> Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen
                            overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen deskundigen tezamen
                            dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de meest gerede partij, onder
                            bekendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter in het kanton waartoe
                            de gemeente behoort, kan verzoeken deze deskundige te benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In
                            afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel
                            wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3, tweede lid,
                            de ten laste van de exploitant komende bijdrage als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en 6
                            opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt toegerekend, wordt
                            vermeerderd met de kosten op de afstand van de in artikel 7, derde lid,
                            sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten van kadastrale
                            uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:</al><lijst><li nr="1."><al>de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant
                            behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is van
                            overeenkomstige toepassing;</al></li><li nr="2."><al>het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals bedoeld
                            in artikel 5, eerste lid, sub 1 onder b. tot en met f., voor zover de
                            uitvoering van de daarmee verband houdende werken en werkzaamheden voor
                            risico en rekening komt van de exploitant. 
                        </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het bepaalde in
                            artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing heeft verkregen, wordt de
                            ten laste van de exploitant komende bijdrage bepaald op de voet van lid
                            1 en 3 van dit artikel, met dien verstande dat de in het eerste lid en
                            derde lid onder b, sub 1. bedoelde vermindering beperkt is tot de
                            inbrengwaarde van de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                            voorzieningen van openbaar nut en door de exploitant aan de gemeente
                            worden afgestaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een belanghebbende kan burgemeester en wethouders verzoeken tot het
                            verlenen van medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen
                            van gronden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden
                            gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen
                            onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom van de in
                            exploitatie te brengen onroerende zaken heeft verkregen of kan
                            verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                            (bouw)werkzaamheden; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een
                            aanvraag voor een bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet,
                            eventueel in combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen,
                            waarbij in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning
                            van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                            2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de
                            beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij wordt
                            een door burgemeester en wethouders vast te stellen aanduiding van het
                            exploitatiegebied en kostenbegroting aan de exploitant bekendgemaakt.
                            Het bepaalde in artikel 5, met uitzondering van het bepaalde in de
                            slotzin van het derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Tevens
                            wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te dienen
                            bij burgemeester en wethouders voor medewerking met betrekking tot het
                            in exploitatie brengen van gronden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders
                            beslissen binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                            verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een
                            overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat de in
                            artikel 7 bedoelde kostenbegroting en de daarmee verband houdende
                            aanduiding van het exploitatiegebied wordt vastgesteld door burgemeester
                            en wethouders. De kostenbegroting en de aanduiding van het
                            exploitatiegebied worden bekendgemaakt aan de exploitant. De
                            kostenbegroting bevat niet zoals artikel 5 lid 1 aangeeft "in elk
                            geval", maar alleen die kostenelementen van artikel 5 die voor verhaal
                            in aanmerking komen. Het bepaalde in artikel 5, derde lid, slotzin is
                            niet van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend,
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                            waarvoor een bestemmingsplan, gericht op de voorgenomen exploitatie van
                            gronden, geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden leiden tot
                            strijd met de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                            overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met
                            belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing en/of
                            herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote kosten of
                            bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het doeltreffend voorzien
                            in watervoorziening, openbare verlichting, riolering, etc. 
                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De
                            beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijnd
                            bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier
                            weken na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan of de
                            herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                            belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden weggenomen,
                            tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn weggenomen. 
                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een
                            aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende zaak, voor welke
                            werken in het daarbij behorende exploitatiegebied reeds een
                            kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in artikel 4, is genomen, maken
                            burgemeester en wethouders dit aan de exploitant bekend.</al><al> Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant tevens een
                            ontwerpovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in
                            artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een overeenkomst zoals
                            bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden bepaald dat met
                            betrekking tot de uitvoering van de in deze overeenkomst genoemde
                            voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend kostenverhaal op basis
                            van baatbelasting ten laste van de betreffende onroerende zaak zal
                            plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant in een gebied waarvoor een
                            kostenverhaalbesluit, zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                            bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst,
                            maken burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                            kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting, zulks
                            overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het
                            kostenverhaalbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die, naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden, nog andere elementen bevat, vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst totstandgekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                            datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                            voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen niet
                            geheel zijn voltooid en waarvoor geen kostenverhaalbesluit of
                            afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen van
                            deze verordening voor dat exploitatiegebied, voor zover nodig, op een
                            aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt daarbij
                            dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen tot een
                            exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, de vaststelling van
                            de daarin op te nemen financiële bijdrage geschiedt op basis van een
                            door de gemeenteraad vast te stellen kostenbegroting zoals bedoeld in
                            artikel 5. Het besluit tot vaststelling van de kostenbegroting wordt
                            bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten
                            aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de datum van
                            inwerkingtreding van deze verordening een kostenverhaalbesluit of
                            afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, wordt de
                            "Exploitatieverordening gemeente Groenlo 2005" van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten
                            aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening
                            ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                            inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, wordt de
                            "Exploitatieverordening gemeente Groenlo 2005" van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel> Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 7 januari 2005. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                            "Exploitatieverordening gemeente Groenlo 2004" zoals vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 25 november 2003, en de "Exploitatieverordening
                            gemeente Lichtenvoorde 1996", zoals vastgesteld op 7 november 1996,
                            gewijzigd bij raadsbesluiten van 27 april 2000 en 13 maart 2003 worden
                            ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            gemeente Groenlo 2005".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 3 januari
                        2005.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>