<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR85653_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Welzijn gemeente Buren 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-huis blad 'De Zakengids', editie 11 maart 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Welzijn gemeente Buren 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B-2008-1713</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels Algemene subsidieverordening welzijn 2009</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Algemene subsidieverordening welzijn gemeente Buren 2006 wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van deze verordening.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene Subsidieverordening Welzijn gemeente Buren 2009
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Inleidende bepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Gemeente: de gemeente Buren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Subsidie: een aanspraak op financiële middelen, door de gemeente
                                    verstrekt aan een al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittende
                                    instelling of aan een natuurlijk persoon ten behoeve van
                                    bepaalde activiteiten van de subsidieontvanger, anders dan als
                                    betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of
                                    diensten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Budgetsubsidie: een subsidie voor de duur van één of meerdere
                                    jaren op grondslag van producten en prestaties.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Waarderingssubsidie: een stimuleringsbijdrage in een activiteit
                                    of activiteiten, ongeacht de feitelijke kosten van deze
                                    activiteit(en).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Leefbaarheidsbudget: vervalt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>De raad: de gemeenteraad van de gemeente Buren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7</lidnr>
                <al>College van burgemeester en wethouders: het college van
                                    burgemeester en wethouders van de gemeente Buren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8</lidnr>
                <al>Instelling: een organisatie of groepering van personen, die zich
                                    de behartiging van belangen van ideële of materiële aard ten
                                    doel stelt of mede ten doel stelt en die de subsidiabele
                                    activiteiten zonder winstoogmerk uitvoert.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9</lidnr>
                <al>Beleidsplan: een concrete en actiegerichte omschrijving van de
                                    beleidsvisie en de hoofdtaken van een instelling voor een
                                    periode van in principe vier jaar, inclusief een
                                    meerjarenprognose voor de kosten van uitvoering ervan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>10</lidnr>
                <al>Werkprogramma: een aan het beleidsplan gekoppelde uiteenzetting
                                    van zoveel mogelijk in meetbare prestaties geformuleerde
                                    activiteiten die de instelling in een bepaald jaar biedt,
                                    inclusief een begroting;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>11</lidnr>
                <al>Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak
                                    ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op
                                    grond van een bepaald wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>12</lidnr>
                <al>Doelgroep: deel van de bevolking van de gemeente Buren waarop
                                    een initiatief wordt gericht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Uitvoering van de verordening</titel>
              </kop>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders is belast met de
                                uitvoering van deze verordening en besluit met toepassing van deze
                                verordening tot verlening, intrekking, wijziging en vaststelling van
                                subsidie en over de daaraan te verbinden voorschriften en
                                voorwaarden, evenals tot het aangaan van een privaatrechtelijke
                                uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.2.2.3.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Algemene voorwaarden subsidieverlening</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Een subsidie wordt slechts verleend indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de nodige gelden bij de jaarlijkse
                                            begrotingsvaststelling door de raad beschikbaar zijn
                                            gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een instelling of natuurlijke persoon voldoet aan het
                                            bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De raad kan voor afzonderlijke beleidsterreinen en/of onderdelen
                                    van deze verordening een subsidieplafond vaststellen, dat in de
                                    beleidsregels nader wordt uitgewerkt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een
                                    begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij
                                    verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter
                                    beschikking worden gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De voorwaarde, zoals bedoeld in lid 3, vervalt, indien het
                                    college van burgemeester en wethouders daarop niet binnen vier
                                    weken na de vaststelling of goedkeuring van de begroting een
                                    beroep heeft gedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het beroep op de voorwaarde geschiedt bij een subsidie voor een
                                    activiteit die door het gemeentebestuur ook in het voorafgaande
                                    begrotingsjaar werd gesubsidieerd door een intrekking wegens
                                    veranderde omstandigheden overeenkomstig artikel 2.5.2.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>In andere gevallen geschiedt het beroep op de voorwaarde door
                                    een intrekking overeenkomstig artikel 2.5.1, eerste lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Toepasbaarheid</titel>
              </kop>
              <al>Deze verordening is niet van toepassing op:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>geldelijke bijdragen aan publiekrechtelijke rechtspersonen
                                        in de kosten van de activiteiten of voorzieningen, welke in
                                        het bepaalde bij of krachtens de wet dan wel in een
                                        publiekrechtelijke taak hun oorzaak vinden;</al></li>
                <li nr="b."><al>geldelijke bijdragen van de gemeente in de vorm van
                                        contributies, lidmaatschappen en donaties.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Subsidiebeleid van de gemeente</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Verstrekking subsidie</titel>
              </kop>
              <al>Deze verordening geeft de procedures aan die het college van
                                burgemeester en wethouders in acht neemt in het kader van de
                                verstrekking van een subsidie.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Beleidsterreinen</titel>
              </kop>
              <al>Deze verordening is uitsluitend van toepassing op de
                                beleidsterreinen die zijn opgenomen in het programma
                                Maatschappelijke voorzieningen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>kunst en cultuur;</al></li>
                <li nr="b."><al>maatschappelijke begeleiding;</al></li>
                <li nr="c."><al>vrijwilligerswerk;</al></li>
                <li nr="d."><al>sociaal cultureel werk;</al></li>
                <li nr="e."><al>jeugd- en jongerenwerk;</al></li>
                <li nr="f."><al>ouderenwerk;</al></li>
                <li nr="g."><al>volksgezondheid;</al></li>
                <li nr="h."><al>sport;</al></li>
                <li nr="i."><al>kindercentra (peuterspeelzaalwerk);</al></li>
                <li nr="j."><al>openbare ruimte (speeltuinenwerk);</al></li>
                <li nr="k."><al>recreatie en toerisme;</al></li>
                <li nr="l."><al>ouderen</al></li>
              </lijst>
              <al>waarvoor beleidsregels, zoals bedoeld in artikel 1.2.4, worden
                                vastgesteld.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Doelgroepen</titel>
              </kop>
              <al> Per beleidsterrein kan het subsidiebeleid worden gericht op de
                                doelgroepen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>kinderen van 0 tot 4 jaar</al></li>
                <li nr="b."><al>kinderen van 4 tot 12 jaar</al></li>
                <li nr="c."><al>jeugd van 12 tot 18 jaar</al></li>
                <li nr="d."><al>inwoners die niet zelfredzaam zijn</al></li>
                <li nr="e."><al>ouderen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Beleidsregels</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan voor de
                                    verschillende in artikel 1.2.2 bedoelde beleidsterreinen
                                    beleidsregels vaststellen, waarin het subsidiebeleid ten aanzien
                                    van deze terreinen wordt omschreven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Een beleidsregel dient ten minste de volgende onderdelen te
                                    omvatten:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de beleidsdoelen op het betreffende beleidsterrein;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de grondslag voor subsidi&amp;#xEB;ring;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de subsidiabele activiteiten, producten of
                                            prestaties;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de van toepassing zijnde subsidievorm(en).</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>Indexering</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Een subsidie of een subsidiecomponent kan jaarlijks worden
                                    bijgesteld op basis van een vast te stellen indexering.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere
                                    richtlijnen vaststellen over de te hanteren compensatiemethodiek
                                    voor de vaststelling van de in lid 1 bedoelde indexering.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>De Subsidieprocedure</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>De subsidieaanvraag</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Algemeen</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Meerdere aanvragen</titel>
              </kop>
              <al>Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens
                                    subsidie of een bijdrage heeft aangevraagd bij een of meer
                                    andere bestuursorganen of andere instanties, doet hij daarvan
                                    mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van
                                    zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of
                                    aanvragen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>De aanvraag van een budgetsubsidie</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Rechtspersoon</titel>
              </kop>
              <al>Een budgetsubsidie wordt slechts verleend aan een rechtspersoon
                                    met volledige rechtsbevoegdheid.2. In bijzondere gevallen kan
                                    door het college van burgemeester en wethouders van het bepaalde
                                    in het eerste lid vrijstelling worden verleend.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Aanvraagtermijn budgetsubsidie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De aanvraag van een budgetsubsidie dient door de instelling
                                        bij het college van burgemeester en wethouders te worden
                                        ingediend vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan dat
                                        waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Indien een budgetsubsidie voor één of meerdere kalenderjaren
                                        is verstrekt wordt de aanvraag van een budgetsubsidie voor
                                        de nieuwe subsidieperiode bij het college van burgemeester
                                        en wethouders ingediend vóór 1 juni van het jaar
                                        voorafgaande aan dat waarvoor de subsidie wordt
                                        aangevraagd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 dient voor een
                                        subsidie met een incidenteel karakter van de activiteiten de
                                        aanvraag door de instelling bij het college van burgemeester
                                        en wethouders te worden ingediend uiterlijk 17 weken voor
                                        het tijdstip waarop een aanvang wordt gemaakt met de
                                        uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                        aangevraagd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Van de in het derde lid bedoelde termijn kan door het
                                        college van burgemeester en wethouders in bijzondere
                                        gevallen vrijstelling worden verleend.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Bescheiden budgetsubsidie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De aanvraag van een budgetsubsidie gaat vergezeld van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een van een toelichting voorziene begroting van
                                                baten en lasten, betrekking hebbend op het nieuwe
                                                boekjaar;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een werkprogramma, betrekking hebbend op het nieuwe
                                                boekjaar. Daarbij wordt aangegeven welke
                                                doelstelling de aanvrager met de activiteiten
                                                nastreeft en op welke wijze die zullen worden
                                                uitgevoerd.;</al></li>
                  <li nr="c."><al>overige door het college van burgemeester en
                                                wethouders bepaalde bescheiden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Indien de aanvrager beschikt over een egalisatiereserve als
                                        bedoeld in artikel 2.3.2.5, vermeldt de aanvraag de omvang
                                        daarvan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan terzake van
                                        de aanvraag nadere richtlijnen verstrekken, alsmede modellen
                                        vaststellen voor de over te leggen bescheiden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Door het college van burgemeester en wethouders kan
                                        ontheffing worden verleend van het in het eerste lid, onder
                                        b bepaalde.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Aanvullende bescheiden budgetsubsidie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen
                                        subsidie werd aangevraagd, gaat de aanvraag voorts vergezeld
                                        van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een afschrift van de oprichtingsakte van de
                                                instelling dan wel van de statuten zoals deze
                                                laatstelijk zijn gewijzigd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een beleidsplan;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de jaarverslagen en de jaarrekeningen over de
                                                voorafgaande drie jaren;</al></li>
                  <li nr="d."><al>overige door het college van burgemeester en
                                                wethouders bepaalde bescheiden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Door het college van burgemeester en wethouders kan
                                        vrijstelling of ontheffing worden verleend van het in het
                                        eerste lid bepaalde.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>Overleg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Met de aanvrager van een budgetsubsidie wordt door of namens
                                        het college van burgemeester en wethouders tijdig in overleg
                                        getreden over de aanvraag, tenzij aan de aanvrager niet
                                        eerder subsidie is verstrekt door de gemeente en in
                                        redelijkheid vaststaat dat dit overleg niet tot een
                                        beschikking tot subsidieverlening zal leiden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De uitkomsten van het in het eerste lid bedoelde overleg kan
                                        worden neergelegd in een privaatrechtelijke
                                        overeenkomst.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Toetsing</titel>
              </kop>
              <al>Indien een budgetsubsidie voor meerdere kalenderjaren reeds is
                                    verstrekt vindt in het eerste halfjaar van het laatste jaar van
                                    de subsidieperiode een inhoudelijke en financiële toetsing
                                    plaats, inclusief de activiteiten en de prestaties.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>De aanvraag van een waarderingssubsidie</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Aanvraagtermijn waarderingssubsidie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De aanvraag van een waarderingssubsidie dient te worden
                                        ingediend bij het college van burgemeester en wethouders
                                        vóór 1 mei voorafgaande het jaar waarvoor subsidie wordt
                                        aangevraagd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 dient voor een
                                        incidentele waarderingssubsidie de aanvraag bij het college
                                        van burgemeester en wethouders te worden ingediend uiterlijk
                                        17 weken voor het tijdstip waarop een aanvang wordt gemaakt
                                        met de realisering van de voorgenomen activiteit of
                                        voorziening waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Van de in het tweede lid bedoelde termijn kan door het
                                        college van burgemeester en wethouders in bijzondere
                                        gevallen ontheffing worden verleend.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Bescheiden aanvraag waarderingssubsidie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De aanvraag van een waarderingssubsidie gaat vergezeld
                                        van</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanvraagformulier;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een van een toelichting voorziene begroting van
                                                baten en lasten die betrekking heeft op het lopende
                                                boekjaar;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een van een toelichting voorziene gewaarmerkte
                                                balans en rekening van baten en lasten;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een verklaring van een kascommissie, bestaande uit
                                                niet-bestuursleden, die betrekking heeft op het
                                                afgelopen boekjaar;</al></li>
                  <li nr="e."><al>een afschrift van de oprichtingsakte dan wel van de
                                                statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd
                                                indien de subsidie door een instelling wordt
                                                aangevraagd en er geen subsidie werd aangevraagd
                                                v&amp;#xF3;&amp;#xF3;r het jaar voorafgaande aan het
                                                subsidiejaar;</al></li>
                  <li nr="f."><al>overige door het college van burgemeester en
                                                wethouders te bepalen bescheiden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan terzake van
                                        de aanvraag nadere richtlijnen verstrekken, alsmede modellen
                                        vaststellen voor de over te leggen bescheiden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Door het college van burgemeester en wethouders kan
                                        vrijstelling of ontheffing worden verleend van het bepaalde
                                        in het eerste lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>De subsidieverlening</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Algemeen</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Inhoudelijke bepalingen beschikking tot
                                        subsidieverlening</titel>
              </kop>
              <al>De beschikking tot subsidieverlening bevat het bedrag van de
                                    subsidie, het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend en een
                                    aanduiding van de activiteiten óf producten en prestaties
                                    waarvoor de subsidie wordt verstrekt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Weigering subsidie door veranderde omstandigheden of
                                        gewijzigde inzichten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien aan een instelling voor drie of meer
                                        achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde
                                        of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten,
                                        geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie
                                        voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat
                                        veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen
                                        voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie
                                        verzetten, slechts met inachtneming van een redelijke
                                        termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Voor zover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie
                                        is verleend sedert de bekendmaking van het voornemen tot
                                        weigering voor een daarop aansluitend tijdvak nog geen
                                        redelijke termijn is verstreken, wordt de subsidie voor het
                                        resterende deel van die termijn verleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders treedt tijdig
                                        vóór het tijdvak ingaat waarover geen subsidie meer wordt
                                        verstrekt met de instelling in overleg.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Overige weigeringsgronden subsidieverlening</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De subsidieverlening wordt geweigerd indien een gegronde
                                        reden bestaat om aan te nemen dat:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen
                                                plaatsvinden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie
                                                verbonden verplichtingen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening
                                                en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte
                                                activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                                                inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van
                                                de subsidie van belang zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De subsidieverlening kan voorts worden geweigerd indien de
                                        aanvrager:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige
                                                gegevens heeft verstrekt en de
                                                ver&amp;#xAC;strekking van deze gegevens tot een
                                                onjuiste beschikking op de aanvraag zouden hebben
                                                geleid, of</al></li>
                  <li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surs&amp;#xE9;ance
                                                van betaling is verleend, dan wel een verzoek
                                                daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Algemene verplichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan in de
                                        beschikking tot subsidieverlening verplichtingen
                                        opleggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan voorts in de
                                        beschikking tot subsidieverlening verplichtingen opleggen
                                        die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                                        subsidie;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Verplichtingen als bedoeld in lid 2 kunnen slechts
                                        betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee
                                        de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De verplichtingen, als bedoeld in lid 1 en lid 2, kunnen in
                                        ieder geval betrekking hebben op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de verplichtingen die voorvloeien uit de bij of
                                                krachtens deze verordening gestelde regels;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de kwaliteit of het inschakelen van
                                                beroepskrachten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het betrekken van leden, vrijwilligers,
                                                beroepskrachten, deelnemers en gebruikers bij het
                                                beleid van de rechtspersoon en het
                                                werkprogramma;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de groepsgrootte, het minimum aantal leden of de
                                                grootte van de doelgroep;</al></li>
                  <li nr="e."><al>het aantal uren dat een ruimte beschikbaar is voor
                                                de gebruikers;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de samenwerking met andere rechtspersonen;</al></li>
                  <li nr="g."><al>de kwaliteit en het gebruik van de ruimtelijke
                                                voorziening;</al></li>
                  <li nr="h."><al>het geven van een minimaal aantal openbare
                                                uitvoeringen per jaar;</al></li>
                  <li nr="i."><al>het lidmaatschap van een landelijke of plaatselijke
                                                (koepel-)organisatie;</al></li>
                  <li nr="j."><al>de kwaliteit van de activiteiten;</al></li>
                  <li nr="k."><al>eigen bijdrage of de minimum contributie voor leden,
                                                of;</al></li>
                  <li nr="l."><al>het aantal leden dat woonachtig moet zijn binnen de
                                                gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>Weigering subsidieverlening</titel>
              </kop>
              <al>De subsidieverlening wordt geweigerd indien de subsidieaanvraag
                                    in strijd is met de bij of krachtens deze verordening gestelde
                                    regels</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>De verlening van een budgetsubsidie</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Beslissingstermijn verlening budgetsubsidie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders beslist op een
                                        aanvraag om een budgetsubsidie vóór 31 december van het jaar
                                        voorafgaande aan het jaar waarvoor de subsidie wordt
                                        verleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Een budgetsubsidie wordt door het college voor een bepaald
                                        aantal kalenderjaren verleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan de beslissing
                                        als bedoeld in het eerste lid uiterlijk zeventien weken
                                        verdagen</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien niet op een aanvraag om een budgetsubsidie is beslist
                                        voor 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar
                                        waarvoor de subsidie is aangevraagd, is de aanvrager bevoegd
                                        uitgaven te doen tot ten hoogste een derde deel van de
                                        bedragen die op de overeenkomstige posten van de laatst
                                        gegeven subsidiebeschikking zijn vastgesteld.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Periode van subsidieverlening</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Een budgetsubsidie wordt voor de totale periode van
                                        verlening als één geheel beschouwd en kan bij een meerjarige
                                        looptijd jaarlijks worden bijgesteld op basis van een
                                        jaarlijks vast te stellen compensatiepercentage.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Van het rijk ontvangen geoormerkte gelden kunnen in de
                                        budgetsubsidie worden opgenomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Overeenkomst</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan
                                        een privaatrechtelijke uitvoeringsovereenkomst worden
                                        gesloten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Wanneer ter uitvoering van de beschikking tot
                                        subsidieverlening een overeenkomst wordt gesloten, wordt in
                                        de beschikking tot subsidieverlening bepaald dat deze
                                        genomen is onder de voorwaarde dat een overeenkomst tot
                                        stand komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Tenzij de aard van de subsidie zich daartegen verzet, kan in
                                        de overeenkomst worden bepaald dat de instelling verplicht
                                        is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is
                                        verleend.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>De verlening van een leefbaarheidsbudget</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Beslissingstermijn verlening leefbaarheidsbudget</titel>
              </kop>
              <al>(Vervalt)</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Algemeen</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Toestemming college burgemeester en wethouders</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college
                                        van burgemeester en wethouders voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de
                                                subsidieontvanger zich verbindt tot
                                                zekerheidsstelling met inbegrip van
                                                zekerheidsstelling voor schulden van derden of
                                                waarbij zij zich als borg of hoofdelijk
                                                medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde
                                                sterk maakt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het ontbinden van de rechtspersoon;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het doen van aangifte tot faillissement of het
                                                aanvragen van haar surs&amp;#xE9;ance van
                                                betaling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen
                                        zes weken omtrent de toestemming.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                                        verdaagd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt
                                        de toestemming geacht te zijn verleend.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Verzekering en aansprakelijkstelling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De subsidieontvanger is verplicht haar roerende en
                                        onroerende eigendommen of bezittingen op basis van
                                        nieuwwaarde tegen brandschade te verzekeren en verzekerd te
                                        houden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen dat
                                        ook andere door hen aan te geven risico's worden verzekerd
                                        en verzekerd gehouden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De subsidieontvanger kan worden verplicht de
                                        burgerrechtelijke aansprakelijkheid ten opzichte van derden
                                        te dekken door afsluiting van een verzekering per
                                        gebeurtenis of geval.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De subsidieontvanger verzekert voor vrijwilligers die
                                        werkzaamheden verrichten in het kader van de gesubsidieerde
                                        activiteiten, hun wettelijke aansprakelijkheid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Medewerking onderzoek</titel>
              </kop>
              <al>De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan door of
                                    namens het college van burgemeester en wethouders ingesteld
                                    onderzoek dat is gericht op de ontwikkeling van het beleid, de
                                    kwaliteit of de effecten van de gesubsidieerde activiteiten of
                                    producten.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Samenwerking</titel>
              </kop>
              <al>De subsidieontvanger is verplicht zo mogelijk en wenselijk samen
                                    te werken met en de activiteiten af te stemmen op soortgelijke
                                    en aanverwante subsidieontvangers.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>Vrijstelling</titel>
              </kop>
              <al>Door het college van burgemeester en wethouders kan vrijstelling
                                    worden verleend van het bepaalde in deze paragraaf.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Aanvullende verplichtingen van de ontvanger van een
                                    budgetsubsidie</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Boekjaar</titel>
              </kop>
              <al>Tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald, stelt de
                                    ontvanger van een subsidie het boekjaar gelijk aan het
                                    kalenderjaar.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Administratie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte
                                        administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de
                                        vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en
                                        verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten
                                        kunnen worden nagegaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden
                                        gedurende tien jaren bewaard.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Verschillen</titel>
              </kop>
              <al>Indien gedurende het kalenderjaar aanmerkelijke verschillen
                                    ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en
                                    inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten doet de
                                    subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan het college
                                    van burgemeester en wethouders onder vermelding van de oorzaak
                                    van de verschillen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Toestemming college burgemeester en wethouders</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college
                                        van burgemeester en wethouders voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het oprichten van dan wel deelnemen in een
                                                rechtspersoon;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het wijzigen van de statuten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het in eigendom verwerven, het vervreemden of het
                                                bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn
                                                verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel
                                                de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de
                                                subsidiegelden;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het aangaan en be&amp;#xEB;indigen van
                                                overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of
                                                bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur
                                                of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of
                                                gedeeltelijk zijn verworven door middel van de
                                                subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn
                                                bekostigd uit de subsidie;</al></li>
                  <li nr="e."><al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van
                                                overeenkomsten van geldlening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen
                                        zes weken omtrent de toestemming.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                                        verdaagd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt
                                        de toestemming geacht te zijn verleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan terzake het
                                        bepaalde in lid 1 nadere richtlijnen vaststellen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>Egalisatiereserve</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger
                                        verplichten een egalisatiereserve te vormen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de
                                        werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor de subsidie
                                        werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste
                                        van de egalisatiereserve.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan over een te
                                        vormen egalisatiereserve nadere richtlijnen
                                        vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De subsidieontvanger is ter zake van de egalisatiereserve
                                        tegenover de gemeente vergoedingsplichtig naar evenredigheid
                                        van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve
                                        heeft bijgedragen, indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of
                                                gedeeltelijk worden be&amp;#xEB;indigd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling
                                                wordt ingetrokken of de subsidie wordt
                                                be&amp;#xEB;indigd, of</al></li>
                  <li nr="c."><al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt
                                                ontbonden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>De vergoeding als bedoeld in het vierde lid wordt
                                        vastgesteld binnen een jaar nadat het college van
                                        burgemeester en wethouders op de hoogte is gekomen of kon
                                        zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed
                                        ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de
                                        bekendmaking van de laatste beschikking tot
                                        subsidievaststelling.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Bestemmingsreserve</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger
                                        verplichten bestemmingsreserves te vormen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De bestemmingsreserves worden opgenomen in de begroting, de
                                        jaarrekening en de balans van de subsidieontvanger.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>De subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Algemeen</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Beschikking tot subsidievaststelling</titel>
              </kop>
              <al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de
                                    subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het
                                    vastgestelde bedrag overeenkomstig paragraaf 2.6.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Inhoudelijke bepalingen beschikking tot
                                        subsidievaststelling</titel>
              </kop>
              <al>Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat
                                    de beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de
                                    activiteiten of producten en prestaties waarvoor subsidie wordt
                                    verstrekt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Vaststelling subsidie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven,
                                        stelt het college van burgemeester en wethouders de subsidie
                                        overeenkomstig de subsidieverlening vast.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de activiteiten dan wel de producten en prestaties
                                                waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel
                                                hebben plaatsgevonden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan
                                                de subsidie verbonden verplichtingen en
                                                voorschriften;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige
                                                gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van
                                                juiste of volledige gegevens tot een andere
                                                beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou
                                                hebben geleid, of</al></li>
                  <li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                                subsidieontvanger dit wist of behoorde te
                                                weten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de
                                        werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                        verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als
                                        noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van
                                        de subsidie niet in aanmerking genomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Beslissingstermijn aanvraag tot vaststelling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen
                                        tien weken op een aanvraag tot subsidievaststelling.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan de beslissing als bedoeld in het eerste lid
                                        uiterlijk vijf weken verdagen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>De vaststelling van een budgetsubsidie</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Aanvraag tot vaststelling budgetsubsidie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De ontvanger van een budgetsubsidie dient voor 1 april
                                        volgend op elk jaar waarvoor subsidie is verleend een
                                        aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college
                                        van burgemeester en wethouders.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 dient voor een
                                        subsidie met een incidenteel karakter van de activiteiten de
                                        aanvraag tot vaststelling van de subsidie door de instelling
                                        bij het college van burgemeester en wethouders te worden
                                        ingediend binnen dertien weken na de geplande afloop van de
                                        activiteit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Indien de aanvraag na afloop van de in het eerste en tweede
                                        lid genoemde termijn niet is ingediend, stelt het college
                                        van burgemeester en wethouders de subsidieontvanger een
                                        termijn binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien na afloop van de door het college van burgemeester en
                                        wethouders gestelde termijn als bedoeld in het derde lid
                                        geen aanvraag is ingediend, wordt de subsidie ambtshalve
                                        lager vastgesteld dan wel toepassing gegeven aan artikel
                                        2.5.1.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Bescheiden bij aanvraag tot vaststelling
                                        budgetsubsidie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De aanvraag van een beschikking tot subsidievaststelling
                                        gaat vergezeld van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> een door het bestuur gewaarmerkte balans en
                                                rekening van baten en lasten en een toelichting op
                                                deze stukken;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een accountantsverklaring, en</al></li>
                  <li nr="c."><al>een activiteitenverslag van de verrichte
                                                werkzaamheden en activiteiten, waarin inzicht wordt
                                                gegeven in hoeverre de te verrichten activiteiten en
                                                prestaties zijn gehaald en of met de activiteiten de
                                                in het werkprogramma gestelde doelstellingen zijn
                                                gerealiseerd, alle betrekking hebbend op het
                                                afgelopen boekjaar.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De in het eerste lid, onder a bedoelde rekening van baten en
                                        lasten dient op dezelfde wijze te zijn ingedeeld als de voor
                                        dat boekjaar ingediende begroting.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan met
                                        betrekking tot de aanvraag nadere richtlijnen vaststellen,
                                        alsmede modellen vaststellen voor de over te leggen
                                        bescheiden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan op verzoek
                                        van een subsidieontvanger besluiten dat in plaats van een
                                        accountantsverklaring als bedoeld in het eerste lid, onder
                                        b, een verslag van een onafhankelijke kascommissie wordt
                                        overgelegd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan terzake van
                                        de over te leggen accountantsverklaring nadere richtlijnen
                                        opstellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Van de verplichting tot overlegging van de in de vorige
                                        leden genoemde bescheiden kan door het college van
                                        burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen ontheffing
                                        worden verleend. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>De vaststelling van een waarderingssubsidie</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Aanvraag tot vaststelling waarderingssubsidie</titel>
              </kop>
              <al>De aanvraag van een waarderingssubsidie die conform het bepaalde
                                    in Afdeling 2.1.4 is ingediend wordt aangemerkt als ingediende
                                    aanvraag tot vaststelling van zulk een subsidie.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Gehele of gedeeltelijke weigering
                                        waarderingsubsidie</titel>
              </kop>
              <al>De artikelen 2.2.1.2 en 2.2.1.3 zijn van overeenkomstige
                                    toepassing op de aanvraag tot vaststelling van een
                                    waarderingssubsidie.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>De vaststelling van een leefbaarheidsbudget</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Vervalt</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Vervalt</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Sub-paragraaf</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>De vaststelling van een start- of
                                    aanmoedigingssubsidie</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Vervalt</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Vervalt</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Intrekking en wijziging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college van
                                    burgemeester en wethouders de subsidieverlening intrekken of ten
                                    nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of
                                            niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen
                                            plaatsvinden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
                                            subsidie verbonden verplichtingen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
                                            heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of
                                            volledige gegevens tot een andere beschikking op de
                                            aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                            subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of</al></li>
                  <li nr="e."><al>met toepassing van artikel 1.1.3, derde lid, een beroep
                                            wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter
                                            beschikking zijn gesteld.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                    waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college van
                                    burgemeester en wethouders de subsidieverlening met inachtneming
                                    van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de
                                    subsidieontvanger wijzigen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voor zover de subsidieverlening onjuist is, of</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde
                                            inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of
                                            ongewijzigde voortzetting van de subsidie
                                            verzetten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid,
                                    vergoedt de gemeente de schade die de subsidieontvanger lijdt
                                    doordat zij in het vertrouwen op de subsidie anders heeft
                                    gehandeld dan zij zonder subsidie zou hebben gedaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan de
                                    subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de
                                    subsidieontvanger wijzigen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op grond van feiten en omstandigheden waarvan het bij de
                                            subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte
                                            kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan
                                            overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn
                                            vastgesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de
                                            subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling
                                            niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                                            verplichtingen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                    waarop de subsidie is vastge¬steld, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten
                                    nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd indien vijf
                                    jaren zijn verstreken sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt
                                    dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c,
                                    sedert de dag waarop de behandeling in strijd met de
                                    verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting
                                    had dienen te zijn voldaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Betaling en verrekening</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Uitbetaling subsidiebedrag</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
                                    betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de
                                    subsidievaststelling betaald.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Verlening voorschotten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan de
                                    subsidieontvanger voorschotten verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van
                                    het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt
                                    bepaald.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Uitbetaling voorschotten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Voorschotten worden overeenkomstig de voorschotverlening
                                    betaald.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het voorschot wordt binnen vier weken na de voorschotverlening
                                    betaald, tenzij bij de voorschotverlening anders is
                                    bepaald.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Opschorten uitbetaling</titel>
              </kop>
              <al>De verplichting tot betaling van een subsidiebedrag of een voorschot
                                wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het college van
                                burgemeester en wethouders aan de subsidieontvanger schriftelijk
                                kennis geeft van het ernstige vermoeden dat er grond bestaat om
                                toepassing te geven aan artikel 2.5.1 of 2.5.3. tot en met de dag
                                waarop de beschikking omtrent de intrekking of wijziging is
                                bekendgemaakt of de dag waarop sedert de kennisgeving van het
                                ernstige vermoeden dertien weken zijn verstreken.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Slot- en Overgangsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Afwijking</titel>
            </kop>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen de bij of krachtens deze verordening
                            opgenomen artikelen of bepalingen buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken, voor zover toepassing, gelet op het belang, de aard of de
                            strekking van deze verordening, leidt tot een onbillijkheid van
                            overwegende aard.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Intrekking voormalige subsidieverordening</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De Algemene subsidieverordening welzijn Buren 2006 (raadsbesluit 6
                                september 2005) wordt ingetrokken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Op grond van de Algemene subsidieverordening welzijn Buren 2006
                                genomen subsidiebesluiten, ten aanzien van de in artikel 1.2.2
                                vermelde beleidsterreinen, blijven van kracht tot de termijn
                                waarvoor zij zijn genomen, is verstreken of totdat zij zijn
                                ingetrokken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een subsidie op grond van Algemene
                                subsidieverordening welzijn Buren 2006 ten aanzien van de in artikel
                                1.2.2 vermelde beleidsterreinen is ingediend en voor het tijdstip
                                van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag is
                                beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van deze
                                verordening toegepast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 3.0.2., eerste
                                lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de op basis van die
                                verordening genomen beleidsregels, indien en voorzover de
                                beleidsterreinen waarop de beleidsregels zijn gebaseerd zijn
                                opgenomen in artikel 1.2.2. van deze verordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Overgangsregeling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders houden bij de beoordeling
                                van een aanvraag en bij subsidieverlening of -vaststelling rekening
                                met een overgangs- of afbouwregeling indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de aanvrager voor hetzelfde onderwerp en
                                        v&amp;#xF3;&amp;#xF3;r het jaar 2009 reeds subsidie ontving
                                        op grond van de (ingetrokken) Algemene subsidieverordening
                                        welzijn Buren 2009, en;</al></li>
                <li nr="b."><al>toepassing van deze verordening leidt tot een lager
                                        subsidiebedrag dan waarop de aanvrager recht zou hebben
                                        gehad indien toepassing was gegeven aan de (ingetrokken)
                                        Algemene subsidieverordening welzijn Buren 2006.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Van een lager subsidiebedrag, zoals bedoeld in lid 1, is alleen
                                sprake indien bij beoordeling van de aanvraag aan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de (ingetrokken) Algemene subsidieverordening welzijn Buren
                                        2006, en;</al></li>
                <li nr="b."><al>aan deze verordening;</al></li>
              </lijst>
              <al>het subsidiebedrag op grond van deze verordening lager moet worden
                                vastgesteld dan het subsidiebedrag waarop aanvrager, bij toetsing
                                van dezelfde aanvraag, recht zou hebben gehad indien de
                                (ingetrokken) Algemene subsidieverordening welzijn Buren 2006 nog
                                van kracht zou zijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>De overgangs- of afbouwregeling, zoals bedoeld in dit artikel, is
                                niet van toepassing indien de subsidie op grond van deze verordening
                                minder of gelijk is aan 20% ten opzichte van de subsidie waarop
                                aanvrager, bij toetsing van dezelfde aanvraag, recht zou hebben
                                gehad indien de (ingetrokken) Algemene subsidieverordening welzijn
                                Buren 2006 nog van kracht zou zijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>De overgangs- of afbouwregeling, zoals bedoeld in lid 1, houdt in
                                dat de subsidie, in afwijking van de verordening, wordt verleend
                                op:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor het eerste jaar na invoering van deze verordening; het
                                        bedrag van de subsidievaststelling over het jaar 2009
                                        verminderd met 30%, en;</al></li>
                <li nr="b."><al>voor het tweede jaar na invoering van deze verordening; het
                                        bedrag van de subsidievaststelling over het jaar 2009
                                        verminderd met 60%.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5</lidnr>
              <al>Geen toepassing wordt gegeven aan lid 4 of aan dit artikel indien
                                toepassing van deze verordening leidt tot een hoger
                                subsidiebedrag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidieverordening
                            Welzijn gemeente Buren 2009 of ASVW 2009.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Datum ingang</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Toelichting</label>
          <nr>1</nr>
          <titel>bij de Algemene subsidieverordening gemeente Buren 2009</titel>
        </kop>
        <al>&lt;vet&gt;1. Algemeen&lt;/vet&gt;In dit algemeen deel wordt ingegaan op de
                    onderwerpen die van belang zijn voor de toelichting op de totale Algemene
                    subsidieverordening welzijn gemeente Buren 2009 (ASVW). De meer specifieke
                    inhoudelijke onderwerpen worden toegelicht in de artikelsgewijze toelichting bij
                    de ASVW of in de toelichting op de beleidsregels.Nu wordt in gegaan op:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>de relatie met de Algemene wet bestuursrecht</al></li>
          <li nr="2."><al>het fundament van de verordening</al></li>
          <li nr="3."><al>het subsidiebegrip en de -vormen</al></li>
          <li nr="4."><al>het gemeentelijk subsidiebeleid</al></li>
          <li nr="5."><al>de bevoegdheidsverdeling tussen raad en college</al></li>
          <li nr="6."><al>het proces van subsidieverlening</al></li>
          <li nr="7."><al>het uitvoeringsbesluit subsidies</al></li>
          <li nr="8."><al>rechtsbescherming</al></li>
          <li nr="9."><al>deregulering</al></li>
          <li nr="10."><al>invoering van de ASVW</al></li>
        </lijst>
        <al>&lt;vet&gt;2. Relatie met de Algemene wet bestuursrecht&lt;/vet&gt;De Algemene
                    subsidieverordening gemeente Buren moet rekening houden met de subsidietitel in
                    de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb bevat een groot aantal artikelen
                    over de subsidieprocedure die ook rechtstreeks van toepassing zijn op de
                    subsidieverstrekking door de gemeente. In de subsidieverordening is de
                    hoofdindeling van het in de wet vastgelegde subsidieproces gevolgd en aangepast
                    aan de gemeentelijke subsidiepraktijk. Die indeling heeft betrekking op de
                    stappen aanvraag, verlening, vaststelling en betaling.Ter voorkoming van
                    misverstanden wordt er nog op gewezen dat het bovenstaande niet betekent dat
                    alle aspecten van de subsidieprocedure zijn opgenomen in deze verordening. De
                    ASVW beperkt zich tot de bestuurlijke besluitvorming over subsidieverstrekking.
                    &lt;vet&gt;3. Fundament van de ASVW&lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;3.1 Wettelijk
                    voorschrift als subsidiegrondslag&lt;/vet&gt;Op grond van de Algemene wet
                    bestuursrecht is in beginsel een wettelijk voorschrift vereist dat regelt voor
                    welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Op dit uitgangspunt bestaan
                    voor het gemeentelijk subsidiebeleid de volgende uitzonderingen:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>Een wettelijk voorschrift is niet vereist indien de gemeentebegroting de
                            subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan
                            worden vastgesteld vermeldt.</al></li>
          <li nr="b."><al>Een wettelijk voorschrift is bovendien niet vereist in incidentele
                            gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt
                            verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <al>Met deze verordening wordt in beginsel voldaan aan het vereiste van een
                    wettelijk voorschrift. &lt;vet&gt;3.2 Effecten van een wettelijk voorschrift
                    voor subsidieactiviteiten&lt;/vet&gt;Het is gewenst dat voor alle gemeentelijke
                    subsidies een basis is te vinden in een verordening. Door een wettelijk
                    voorschrift kan duidelijkheid worden geschapen over rechten en plichten van
                    enerzijds de gemeente en anderzijds de subsidieontvanger. De rechtszekerheid en
                    de doelmatigheid zijn hiermee gediend. Het effect van de omschrijving van te
                    subsidi&amp;#xEB;ren activiteiten is tweeledig:Ten eerste is het wettelijk
                    voorschrift essentieel voor het bepalen van de reikwijdte van de gemeentelijke
                    subsidi&amp;#xEB;ring. Daardoor bestaat voor de subsidieaanvragers zoveel
                    mogelijk duidelijkheid omtrent de vraag wanneer zij voor subsidi&amp;#xEB;ring
                    in aanmerking kunnen komen. De noodzaak een wettelijk voorschrift tot stand te
                    brengen dwingt het gemeentebestuur (raad en college) zich af te vragen, welke
                    doeleinden met de subsidieverstrekking worden nagestreefd en welke voorschriften
                    en bevoegdheden noodzakelijk zijn om dat doel te bereiken. In artikel 1.2.2 van
                    de verordening is bepaald op welke gemeentelijke beleidsterreinen de verordening
                    van toepassing is. Daaraan gekoppeld is in de verordening de verplichting
                    opgenomen om beleidsregels voor de invulling van het gemeentelijk subsidiebeleid
                    vast te stellen (artikel 1.2.3). De verordening biedt ook de grondslag voor de
                    uiteenlopende verplichtingen die aan de subsidieverstrekking worden verbonden.
                    Die verplichtingen kunnen betrekking hebben op het hanteren van voorwaarden en
                    voorschriften.Het tweede effect is dat op basis van de ASVW- budget beschikbaar
                    dient te zijn. De verordening zorgt voor de verbinding van de
                    subsidieverstrekking en het gemeentelijk begrotingsbeleid. De ASVW bepaalt dat
                    de nodige gelden door de raad beschikbaar moeten worden gesteld en dat een
                    subsidieplafond kan worden vastgesteld (artikel 1.1.3). Daarnaast wordt bepaald
                    dat subsidies jaarlijks bijgesteld kan worden op basis van een vast te stellen
                    compensatiepercentage (artikel 1.2.4). &lt;vet&gt;4. Het subsidiebegrip en de
                    subsidievormen4.1 Het subsidiebegrip&lt;/vet&gt;In aansluiting op de Awb
                    hanteert de subsidieverordening het volgende subsidiebegrip:"Een aanspraak op
                    financi&amp;#xEB;le middelen door de gemeente verstrekt aan een al dan niet
                    rechtspersoonlijkheid bezittende instelling of aan een natuurlijk persoon ten
                    behoeve van bepaalde activiteiten van de subsidieontvanger, anders dan als
                    betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of diensten."Voor de inkadering
                    van het gemeentelijk subsidiebeleid is het belangrijk dat een aantal aspecten
                    van het subsidiebegrip nader worden toegelicht. Achtereenvolgens worden
                    toegelicht:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>aanspraak op financi&amp;#xEB;le middelen;</al></li>
          <li nr="b."><al>door de gemeente verstrekt;</al></li>
          <li nr="c."><al>activiteiten van de subsidieontvanger;</al></li>
          <li nr="d."><al>de betaling voor aan de gemeente geleverde goederen en diensten.</al></li>
        </lijst>
        <al>&lt;vet&gt;a. Aanspraak op financi&amp;#xEB;le middelen&lt;/vet&gt;In het
                    algemeen ontstaat een aanspraak op financi&amp;#xEB;le middelen door een besluit
                    van het gemeentebestuur (raad of college) dat een activiteit wordt
                    gesubsidieerd. Als dat besluit genomen is, is de gemeente verplicht subsidie te
                    betalen na uitvoering van de subsidiabele activiteit en als de verplichtingen
                    die aan de subsidi&amp;#xEB;ring verbonden zijn worden nagekomen. Daarop
                    vooruitlopend kan een voorschot worden verstrekt.Door een beschikking tot
                    subsidi&amp;#xEB;ring wordt een besluit voor de individuele subsidieaanvrager
                    genomen en ontstaat de aanspraak op financi&amp;#xEB;le middelen. Zie ook
                    paragraaf 6 (Bevoegdheidsverdeling tussen raad en college).&lt;vet&gt;b. Door de
                    gemeente verstrekt&lt;/vet&gt;Van subsidie is alleen sprake als de gemeente
                    financi&amp;#xEB;le middelen verstrekt. Geld van particulieren, zoals fondsen en
                    instellingen, vallen niet onder het subsidiebegrip van de ASVW. Op deze regel
                    bestaat &amp;#xE9;&amp;#xE9;n uitzondering, namelijk als de situatie zich
                    voordoet dat een particuliere organisatie -op basis van een door de gemeenteraad
                    genomen besluit- gelden verstrekt in het kader van de uitoefening van een
                    publieke taak. &lt;vet&gt;c. Activiteiten van de
                    subsidieontvanger&lt;/vet&gt;Subsidie wordt verstrekt voor bepaalde activiteiten
                    van de subsidieaanvrager. Die activiteiten zullen in de subsidiebeschikking
                    worden vermeld, zodanig dat de bestedingsrichting van de subsidie duidelijk is.
                    Dit betekent dat bijvoorbeeld bijstandsuitkeringen verstrekt als algehele of
                    aanvullende inkomensvoorzie&amp;#xAC;ning en donaties niet onder het
                    subsidiebegrip vallen omdat de activiteiten niet zijn benoemd.Subsidiabele
                    activiteiten dienen te passen binnen het gemeentelijk subsidiebeleid en dienen
                    in overwegende mate ten dienste te staan van de totaliteit van de inwoners van
                    de gemeente Buren (het algemeen belang) of van groepen of individuele Burense
                    inwoners. Activiteiten die hier niet aan voldoen komen in beginsel niet voor
                    subsidie in aanmerking. Dit uitgangspunt wordt nader geconcretiseerd in de
                    beleidsregels; zie ook paragraaf 5 (subsidiebeleid) en paragraaf 7.5.1
                    (weigeringsgronden).&lt;vet&gt;d. De betaling voor aan de gemeente geleverde
                    goederen en diensten&lt;/vet&gt;De leveringen van goederen en diensten (als
                    activiteiten) zijn uitgezonderd van het subsidiebegrip omdat deze op
                    commerci&amp;#xEB;le basis &amp;#xE9;n in het directe belang van de gemeente als
                    privaatrechtelijk rechtspersoon worden geleverd. De uitzondering is beperkt tot
                    de levering aan de gemeente. Als de activiteit onder meer bestaat uit het door
                    de ontvanger (van financi&amp;#xEB;le middelen) op commerci&amp;#xEB;le basis
                    aan een derde leveren of verkrijgen van een voorziening, product of dienst is
                    sprake van subsidie.&lt;vet&gt;4.2 De subsidievormen&lt;/vet&gt;In de ASVW wordt
                    een onderscheid gemaakt in een aantal subsidievormen. Dat zijn:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>budgetsubsidies;</al></li>
          <li nr="b."><al>waarderingssubsidies;</al></li>
        </lijst>
        <al>Deze subsidievormen worden in de ASVW in procedurele zin verder uitgewerkt. Zie
                    ook paragraaf 7 (Het proces van subsidi&amp;#xEB;ring). &lt;vet&gt;5.
                    Subsidiebeleid&lt;/vet&gt;De ASVW is van toepassing op de in de verordening
                    genoemde beleidsterreinen (zie artikel 1.2.2). Tevens wordt in de verordening
                    bepaald dat het colege van burgemeester en wethouders beleidsregels vaststelt,
                    waarin het subsidiebeleid beschreven wordt. De Awb verstaat onder een
                    beleidsregel een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een
                    algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de
                    vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het
                    gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan. Een beleidsregel is
                    flexibeler dan een algemeen verbindend voorschrift, zoals een (bijzondere)
                    subsidieverordening.Een beleidsregel is ten minste opgebouwd uit de volgende
                    componenten:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>de beleidsdoelen op het betreffende beleidsterrein;</al></li>
          <li nr="b."><al>de grondslag voor subsidi&amp;#xEB;ring;</al></li>
          <li nr="c."><al>de subsidiabele activiteiten, producten of prestaties;</al></li>
          <li nr="d."><al>de van toepassing zijnde subsidievorm(en</al></li>
        </lijst>
        <al>&lt;vet&gt;6. Bevoegdheidsverdeling tussen raad en college&lt;/vet&gt;In het
                    raam van de subsidieverstrekking wordt grotendeels aangesloten bij de bestaande
                    bevoegdheidsverdeling, zoals weergegeven in onderstaand schema. </al>
        <table summary="">
          <title/>
          <tgroup cols="6">
            <colspec colname="col1"/>
            <colspec colname="col2"/>
            <colspec colname="col3"/>
            <colspec colname="col4"/>
            <colspec colname="col5"/>
            <colspec colname="col6"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry>
                  <al>Raad:</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Verordening</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Begroting</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>College:</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Beleidsregels</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>College:</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Aanvraag</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Verlening</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Overeenkomst</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Voorschotten</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Vaststelling</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Op deze wijze ontstaat een heldere bevoegdheidsverdeling tussen raad en college.
                    De raad stuurt op hoofdlijnen en stelt het subsidiekader vast, dat gevormd wordt
                    door:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>de (algemene) subsidieverordening</al></li>
          <li nr="b."><al>de algemene beleidsdoelstellingen</al></li>
          <li nr="c."><al>de begroting</al></li>
        </lijst>
        <al>Via dit kader geeft de raad aan op welke wijze de subsidiegelden moeten worden
                    besteed. Het college is belast met de uitvoering daarvan en derhalve het
                    bevoegde gezag als het gaat om de beleidsregels en de subsidieverlening,
                    waaronder gerekend het afgeven van alle subsidiebeschikkingen. &lt;vet&gt;7. Het
                    proces van subsidi&amp;#xEB;ring&lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;7.1 Algemeen procedurele
                    aspecten&lt;/vet&gt;In de ASVW wordt vooral het subsidieproces beschreven,
                    waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende subsidiemethoden:
                    budgetsubsidie en waarderingssubsidie . Aan de subsidievorm wordt de procedure
                    gekoppeld. Insteek daarbij is het vaststellen van een zo eenvoudig mogelijke
                    procedure en toepassing ervan. Om de handelingen beperkt te houden is uitgegaan
                    van een uitgebreide procedure voor de budgetsubsidies en daarnaast een beperkte
                    procedure voor alle overige subsidies.Daarbij wordt opgemerkt dat de zwaarte van
                    de subsidieprocedure bepaald wordt door het aantal handelingen in het proces van
                    subsidi&amp;#xEB;ring, de vereisten en verplichtingen en de in te dienen
                    stukken. Een aantal van die aspecten wordt nader uitgewerkt in het
                    Uitvoeringsbesluit subsidies. Vereenvoudiging in de procedure kan bovendien
                    gebeuren door toepassing van de mandaatregeling.De ASVW hanteert de volgende
                    kernelementen per subsidieprocedure. </al>
        <table summary="">
          <title/>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1"/>
            <colspec colname="col2"/>
            <colspec colname="col3"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Aanvraag (paragraaf 2.1)</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al> *</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al> *</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Verlening (paragraaf 2.2)</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al> *</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Vaststelling (paragraaf 2.4)</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al> *</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al> *</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Voorschotten (paragraaf 2.6)</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al> *</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>&lt;vet&gt;7.2 Kernelementen&lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;1. Aanvraag&lt;/vet&gt;Een
                    aanvraag is een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen. De Awb
                    geeft regels waaraan een aanvraag dient te voldoen. Het gaat dan onder meer om
                    de verplichting voor de aanvrager voldoende informatie te verschaffen. In de
                    verordening zijn op dit punt nadere -op de verschillende subsidievormen
                    toegesneden- bepalingen opgenomen. Ook zijn daarnaast regels opgenomen met
                    betrekking tot de termijn waarbinnen een aanvraag moet worden ingediend en
                    waarbinnen op de aanvraag dient te worden beslist. Onderscheid wordt gemaakt
                    tussen de aanvraag van een beschikking tot subsidieverlening (paragraaf 2.1) en
                    de aanvraag van een beschikking tot subsidievaststelling (paragraaf 2.4).Een
                    aanvraag wordt zo bezien gekenmerkt door eenzijdigheid. Deze eenzijdigheid doet
                    niet geheel recht aan de bestaande praktijk. Bij budgetsubsidi&amp;#xEB;ring
                    wordt veel waarde gehecht aan overleg tussen de gemeente en de gesubsidieerde
                    instellingen, juist ook in het stadium v&amp;#xF3;&amp;#xF3;r de
                    subsidieverlening. Tijdens het overleg wordt getracht zoveel mogelijk
                    overeenstemming te verkrijgen over de door een instelling te leveren prestaties
                    en het daarvoor door de gemeente te verlenen subsidiebedrag. Het resultaat van
                    dit onderhandelingsproces wordt neergelegd in een protocol met
                    budgetsubsidie-afspraken, die vervolgens een onlosmakelijk onderdeel zijn van de
                    (meerjarige)beschikking tot subsidieverlening. Een budgetsubsidie-afspraak is
                    overigens niet hetzelfde als de in de ASVW verankerde uitvoeringsovereenkomst.
                    Op de uitvoeringsovereenkomst wordt hierna in punt 2 (subsidieverlening)
                    teruggekomen.Een bijzonder aspect wordt gevormd door het hanteren van het
                    zogenaamde offertemodel als model voor subsidi&amp;#xEB;ring. Het offertemodel
                    betekent dat meerdere instellingen worden uitgenodigd voor een concreet
                    beschreven activiteit een offerte uit te brengen op basis van een vooraf
                    vastgestelde procedure. Die offerte bestaat uit een omschrijving van
                    activiteiten (werkplan) en een kostenopgave (begroting). De uitgebrachte
                    offertes worden vervolgens beoordeeld, waarna &amp;#xE9;&amp;#xE9;n van de
                    instellingen wordt uitgenodigd een subsidieaanvraag in te dienen. Pas daarna
                    treedt de ASVW formeel in werking.Op de hier beschreven manier dient het
                    offertemodel te worden beschouwd als een voorfase op de subsidieprocedure. Die
                    voorfase is inhoudelijk en ori&amp;#xEB;nterend van karakter en is nog niet
                    gericht op het totstandkomen van een subsidierelatie.&lt;vet&gt;2.
                    Subsidieverlening&lt;/vet&gt;De subsidieverlening is geregeld in paragraaf 2.2.
                    De beschikking tot subsidieverlening houdt in dat de aanvrager een aanspraak op
                    financi&amp;#xEB;le middelen verkrijgt, mits hij daadwerkelijk de gesubsidieerde
                    activiteiten verricht en zich aan hem opgelegde verplichtingen houdt. De
                    subsidieverlening is niet voorlopig of vrijblijvend. Indien de subsidieontvanger
                    de activiteiten verricht en de verplichtingen nakomt, kan in beginsel niet op de
                    subsidieverlening worden teruggekomen. De ASVW maakt het mogelijk dat -bij
                    budgetsubsidies- naast de beschikking tot subsidieverlening een
                    (privaatrechtelijke) uitvoeringsovereenkomst wordt afgesloten. In die gevallen
                    bepaalt de verordening dat in de beschikking tot subsidieverlening de
                    opschortende voorwaarde wordt opgenomen dat een overeenkomst tot stand komt.Een
                    uitvoeringsovereenkomst kan nodig zijn in de volgende situaties:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>als sprake is van een subsidie in de vorm van een krediet of een
                            garantie;</al></li>
          <li nr="b."><al>het noodzakelijk is dat de te subsidi&amp;#xEB;ren activiteiten
                            daadwerkelijk worden uitgevoerd.</al></li>
        </lijst>
        <al>De uitvoeringsovereenkomst dient geen doublure te zijn van de beschikking. De
                    beschikking zal in ieder geval een aantal essenti&amp;#xEB;le elementen dienen
                    te bevatten, zoals een aanduiding van de activiteiten, de periode van
                    subsidieverlening en -voor zover niet neergelegd in een wettelijk voorschrift-
                    de verplichtingen, alsmede het subsidiebedrag of de wijze waarop dit wordt
                    berekend. Denkbaar is dat een en ander in de beschikking in meer algemene zin
                    wordt aangeduid en in de overeenkomst verder wordt uitgewerkt. Voor het overige
                    zal de verdeling van bepalingen over beschikking en overeenkomst afhangen van de
                    aard van de materie en het doel van de overeenkomst. Wordt bijvoorbeeld met de
                    overeenkomst beoogd dat bepaalde activiteiten daadwerkelijk worden verricht, dan
                    ligt het voor de hand bepalingen die betrekking hebben op deze activiteiten in
                    de overeenkomst op te nemen. Aan de subsidieverlening en aan de
                    subsidievaststelling worden verplichtingen verbonden. Algemene en -voor
                    budgetsubsidies- aanvullende verplichtingen zijn opgenomen in paragraaf 2.3 van
                    de verordening. De hier opgenomen verplichtingen zijn de standaard bepalingen
                    die in het algemeen van toepassing zijn. Daarnaast kunnen aan de
                    subsidi&amp;#xEB;ring bijzondere verplichtingen worden verbonden die inhoudelijk
                    van belang zijn voor het doel waarvoor wordt gesubsidieerd. Deze verplichtingen
                    zijn als zodanig niet gebaseerd op de verordening en zullen na overleg met de
                    subsidieontvanger worden vastgelegd in de beschikking. &lt;vet&gt;3.
                    Subsidievaststelling&lt;/vet&gt;De beschikking tot subsidievaststelling is de
                    beschikking waarbij definitief wordt beslist dat de subsidieontvanger subsidie
                    ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag. Daarvoor zal het nodig zijn vast te
                    stellen dat de gesubsidieerde activiteit is verricht en dat de opgelegde
                    verplichtingen zijn nageleefd. Die vaststelling wordt mede gebaseerd op de
                    grondslag van de subsidievorm. Zo zal bij budgetsubsidie bij de vaststelling de
                    controle zich richten op de uitvoering van producten en prestaties. Bij
                    waarderingssubsidies geldt daarentegen dat het nodig is dat voldaan wordt aan de
                    geformuleerde criteria om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen.De
                    beschikking tot subsidievaststelling is geregeld in paragraaf 2.4 van de
                    verordening.&lt;vet&gt;4. Uitbetaling en voorschotverlening&lt;/vet&gt;Op grond
                    van de beschikking tot subsidievaststelling vindt de uitbetaling van de subsidie
                    plaats. Daaraan voorafgaand kan bij de subsidieverlening voorschotten hebben
                    verleend. De uitbetaling en voorschotverlening zijn geregeld in paragraaf 2.6
                    van de verordening.&lt;vet&gt;7.3 Termijnen&lt;/vet&gt;De ASVW geeft termijnen
                    voor de indiening van aanvragen tot subsidieverlening/vaststelling en termijnen
                    voor afdoening van die aanvragen. Dat laatste is een nieuw element in de
                    verordening en is gebaseerd op de wettelijke bepalingen van de Awb. De
                    afdoeningtermijnen gaan pas in zodra de aanvraag compleet is.Voor jaarlijkse
                    subsidieontvangers van een budgetsubsidie zijn de termijnen voor indiening van
                    jaarrekening/jaarverslag en de termijn voor indiening van werkprogramma en
                    begroting uit elkaar getrokken. Dat sluit in feite aan op de in het algemeen
                    gangbare praktijk en op de gemeentelijke planningscyclus.Meer dan voorheen wordt
                    toegezien op de naleving van deze termijnen. De ASVW geeft de instrumenten om
                    maatregelen te nemen indien termijnen niet worden nageleefd. Die maatregelen
                    kunnen vari&amp;#xEB;ren van tijdelijke stopzetting van de bevoorschotting via
                    intrekking van de beschikking tot subsidieverlening tot ambtshalve lagere
                    vaststelling van een subsidie. In paragraaf 7.5 wordt nader ingegaan op de
                    mogelijkheden tot het nemen van maatregelen en sancties.&lt;vet&gt;7.4
                    Ontheffingen&lt;/vet&gt;De ASVW geeft in procedureel opzicht het kader voor
                    subsidi&amp;#xEB;ring. De in de verordening en de beleidsregel opgenomen
                    bepalingen vormen het kader. Om in de gemeentelijke subsidievoorschriften zo
                    duidelijk mogelijk te zijn, zijn de vereisten zo concreet mogelijk vastgelegd.
                    Het is in bijzondere situaties noodzakelijk ontheffing van de ASVW-bepalingen te
                    kunnen verlenen. Op een aantal onderdelen is dat nadrukkelijk in de verordening
                    opgenomen. De ASVW hanteert de mogelijkheid van ontheffing van een bepaling
                    voor:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>de indieningtermijnen;</al></li>
          <li nr="b."><al>de aanvraag en de in te dienen stukken;</al></li>
          <li nr="c."><al>de verplichtingen verbonden aan de subsidi&amp;#xEB;ring.</al></li>
        </lijst>
        <al>Bij het verlenen van ontheffing van een bepaling maken we een onderscheid tussen
                    een algemene ontheffing en een ontheffing op verzoek van de aanvrager.Voor een
                    algemene ontheffing van bepalingen uit de ASVW bestaat aanleiding als de
                    subsidiabele activiteit dit nodig maakt. Een algemene ontheffing kan een
                    structureel karakter hebben. Veelal gaat het daarbij om activiteiten waarvoor
                    meerdere subsidieaanvragers worden gesubsidieerd. Voor het hanteren van een
                    algemene ontheffing van de bepalingen gelden twee uitgangspunten:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>De ontheffing is toegespitst op en is in het belang van de uitvoering
                            van de subsidiabele activiteit.</al></li>
          <li nr="2."><al>De ontheffing wordt vastgelegd in de beleidsregel die van toepassing is
                            op de subsidiabele activiteit.</al></li>
        </lijst>
        <al>Op deze wijze wordt bewerkstelligd dat de raad beslist over de vraag of en op
                    welke wijze een algemene ontheffing van de ASVW wordt verleend.&lt;vet&gt;Een
                    ontheffing op verzoek van de aanvrager&lt;/vet&gt;kenmerkt zich doordat een
                    dergelijk verzoek direct in het belang van de subsidieaanvrager is en zich
                    voordoet in bijzondere omstandigheden. Voor het toestaan van een dergelijk
                    verzoek bestaat aanleiding als bij de aanvrager sprake is van een
                    uitzonderingssituatie met een &amp;#xE9;&amp;#xE9;nmalig karakter. Daarna zal de
                    aanvrager weer moeten voldoen aan de bepalingen van de ASVW. De besluitvorming
                    op een ontheffingsverzoek behoort tot de uitvoering van de ASVW en behoort
                    derhalve tot de verantwoordelijkheid van het college.&lt;vet&gt;7.5 Weigeren,
                    maatregelen en sancties&lt;/vet&gt;De ASVW geeft in een aantal artikelen de
                    mogelijkheid subsidie te weigeren en tot maatregelen en sancties te besluiten
                    als een subsidiebeschikking reeds is afgegeven. In deze paragraaf wordt nader
                    ingegaan op deze punten.&lt;vet&gt;7.5.1 Weigeren van
                    subsidie&lt;/vet&gt;Weigering van een subsidie betekent in de praktijk dat een
                    subsidieaanvraag wordt afgewezen, waardoor geen subsidieverlening of
                    subsidievaststelling (bij waarderingssubsidies) plaatsvindt. Weigering van
                    subsidie werkt in de toekomst en kan gebaseerd zijn op formele of inhoudelijke
                    gronden. De weigering op &lt;vet&gt;formele gronden&lt;/vet&gt; is in de ASVW
                    verankerd in artikel 2.2.1.3. Van een dergelijke weigering is sprake als
                    gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden</al></li>
          <li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de verplichtingen</al></li>
          <li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording
                            zal afleggen</al></li>
          <li nr="d."><al>onjuiste gegevens zijn verstrekt</al></li>
          <li nr="e."><al>sprake is van faillissement of surseance van betaling</al></li>
        </lijst>
        <al>De in dit artikel verwoorde gronden zijn limitatief bedoeld.Van een weigering op
                    &lt;vet&gt;inhoudelijke gronden&lt;/vet&gt; kan bijvoorbeeld sprake zijn
                    als:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>de subsidi&amp;#xEB;ring niet past binnen het algemeen gemeentelijk
                            belang, beleid of doelstellingen</al></li>
          <li nr="b."><al>de voor het beleidsterrein vastgestelde beleidsregel leidt tot
                            weigering</al></li>
          <li nr="c."><al>in de gemeentelijke begroting geen budget beschikbaar is of doordat het
                            in de beleidsregel verankerde subsidieplafond is bereikt</al></li>
          <li nr="d."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het
                            doel waarvoor subsidie beschikbaar wordt gesteld</al></li>
          <li nr="e."><al>de aanvrager ook zonder aanvullend gemeentelijk subsidie over voldoende
                            middelen beschikt om de kosten van de subsidiabele activiteiten te
                            dekken</al></li>
        </lijst>
        <al>&lt;vet&gt;7.5.2 Maatregelen en sancties&lt;/vet&gt;Een maatregel of een sanctie
                    wordt toegepast als er al een subsidierelatie bestaat via subsidieverlening of
                    vaststelling; deze grijpen achteraf in in de subsidierelatie. De
                    sanctiemogelijkheden zijn op diverse plaatsen in de verordening vastgelegd en
                    hebben betrekking op:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>lager vaststellen;</al></li>
          <li nr="b."><al>ambtshalve (lager) vaststellen;</al></li>
          <li nr="c."><al>intrekken en wijzigen;</al></li>
          <li nr="d."><al>stopzetten van betalingen.</al></li>
        </lijst>
        <al>&lt;vet&gt;Lager vaststellen&lt;/vet&gt;De ASVW regelt de gronden wanneer
                    subsidie lager kan worden vastgesteld (zie artikel 2.4.1.3 lid 2) dan in de
                    subsidieverlening is vermeld; deze zijn:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>de activiteiten of producten en prestaties hebben niet of niet volledig
                            plaatsgevonden;</al></li>
          <li nr="b."><al>de subsidieontvanger voldoet niet (geheel) aan de verplichtingen;</al></li>
          <li nr="c."><al>de subsidieontvanger heeft onjuiste/onvolledige gegevens verstrekt;</al></li>
          <li nr="d."><al>de subsidieverlening was onjuist.</al></li>
        </lijst>
        <al>De hier benoemde gronden moet niet verward worden met een lagere vaststelling
                    van subsidie die afhankelijk gesteld is van de werkelijk gemaakte kosten.
                    Daarvoor geldt dat in de beschikking tot subsidieverlening wordt bepaald dat de
                    subsidievaststelling wordt gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten tot ten
                    hoogste het bij die subsidieverlening toegekende bedrag. In lid 3 van artikel
                    2.4.1.3 wordt dit principe nader uitgewerkt. &lt;vet&gt;Ambtshalve (lager)
                    vaststellen&lt;/vet&gt;Voor budgetsubsidies is (artikel 2.4.2.1) expliciet
                    bepaald dat de subsidie ambtshalve lager kan worden vastgesteld als binnen een
                    door burgemeester en wethouders te bepalen termijn geen aanvraag tot
                    subsidievaststelling is ingediend.&lt;vet&gt;Intrekken en wijzigen
                    &lt;/vet&gt;Afgezien van de bovenstaande in de ASVW vermelde bevoegdheid is ook
                    sprake van ambtshalve vaststelling als besloten wordt tot intrekken en wijzigen
                    van verleende of vastgestelde subsidies. De mogelijkheden om dergelijke
                    maatregelen te treffen worden geregeld in paragraaf 2.5 van de ASVW.In de
                    paragraaf worden drie verschillende gronden voor intrekken en wijzigen
                    benoemd:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>formele gronden als nog geen vaststelling heeft plaatsgevonden; dit doet
                            zich voor als:- de activiteiten niet of niet geheel plaatsvinden;- de
                            ontvanger niet voldoet aan de verplichtingen;- de ontvanger onjuiste of
                            onvolledige gegevens heeft verstrekt;- de subsidieverlening onjuist is
                            en de subsidieontvanger dit weet of behoort te weten;- er geen voldoende
                            gelden op de gemeentebegroting beschikbaar zijn gesteld.</al></li>
          <li nr="2."><al>materi&amp;#xEB;le gronden als nog geen vaststelling heeft
                            plaatsgevonden; hiervan is sprake als:- de subsidieverlening onjuist is
                            of- sprake is van veranderde omstandigheden of gewijzigde
                            inzichten.</al></li>
          <li nr="3."><al>gronden nadat subsidievaststelling heeft plaatsgevonden; dit doet zich
                            voor als:- sprake is van feiten en omstandigheden die niet bekend waren
                            ten tijde van de vaststelling en zouden leiden tot een lagere
                            vaststelling;- de vaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit
                            wist of behoorde het te weten;- de subsidieontvanger na de vaststelling
                            niet heeft voldaan aan de verbonden verplichtingen.</al></li>
        </lijst>
        <al>&lt;vet&gt;Stopzetten van betalingen&lt;/vet&gt;Vooruitlopend op een beslissing
                    tot intrekking of wijziging bij toepassing van de hiervoor vermelde punten 1 en
                    3 kan worden besloten de subsidiebetaling of bevoorschotting tijdelijk op te
                    schorten. Artikel 2.6.4 geeft de basis om hiertoe te kunnen
                    besluiten.&lt;vet&gt;8. Rechtsbescherming&lt;/vet&gt;Het subsidieproces kenmerkt
                    zich als een geheel van overlegsituaties, beschikkingen, afspraken etc. Dit
                    vloeit mede voort uit de opzet om door middel van overleg tussen de gemeente en
                    de instellingen tot een goede invulling te komen van de rechten en plichten die
                    over en weer bestaan. Het is hierdoor voor de betrokkenen en eventuele
                    derdebelanghebbenden evenwel niet altijd even eenvoudig om te beoordelen wanneer
                    bezwaar of beroep mogelijk is. Dit rechtvaardigt dat in deze toelichting wordt
                    stilgestaan bij de rechtsbescherming.&lt;vet&gt;Publiekrechtelijk&lt;/vet&gt;In
                    het subsidieproces onderscheiden we een drietal momenten waarop
                    rechtsbescherming bij de bestuursrechter bestaat. De subsidieverlening, de
                    subsidievaststelling en de voorschotverlening zijn beschikkingen waartegen op
                    grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan
                    worden ingesteld bij de bestuursrechter. Ook tegen de weigering, intrekking of
                    wijziging van deze beschikkingen is bezwaar en beroep mogelijk. In deze gevallen
                    worden de betrokkenen ge&amp;#xEF;nformeerd via de zogenaamde
                    bezwaarschriftbijsluiter, waarin opgenomen op welke wijze bezwaar tegen de
                    beschikking gemaakt kan worden.&lt;vet&gt;Privaatrechtelijk&lt;/vet&gt;De
                    betaling van de subsidie en voorschotten betreft privaatrechtelijke
                    rechtshandelingen. De civiele rechter is hier competent. Hiertegen is geen
                    bezwaar en beroep mogelijk. Ook met betrekking tot geschillen over een
                    uitvoeringsovereenkomst is de civiele rechter bevoegd. &lt;vet&gt;9.
                    Invoering&lt;/vet&gt;Deze verordening, het uitvoeringsbesluit en de
                    beleidsregels treden in werking op 1 januari 2009.&lt;vet&gt;Deel 2:
                    Artikelsgewijze toelichting &lt;/vet&gt;In dit deel wordt de ASVW waar nodig per
                    artikel nader toegelicht. De tekst is dusdanig opgesteld dat de toelichting een
                    aanvulling beoogd te zijn op de tekst van de ASVW en de algemene toelichting.
                    Als sprake is van een nadere uitwerking in het Uitvoeringsbesluit subsidies
                    wordt daarnaar eveneens verwezen. &lt;vet&gt;Hoofdstuk 1 Algemene
                    BepalingenParagraaf 1.1 Inleidende bepalingen&lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;Artikel
                    1.1.1&lt;/vet&gt;Voor een toelichting op het begrip subsidie wordt verwezen naar
                    paragraaf 4.1 van de algemene toelichting.De begripsomschrijving voor een
                    instelling hanteert het beginsel van het zonder winstoogmerk uitvoeren van
                    activiteiten. Dat betekent dat bedrijven (waarvan de doelstelling het maken van
                    winst is) niet uitgesloten zijn van het kunnen ontvangen van een gemeentelijk
                    subsidie. Het beginsel "zonder winstoogmerk" heeft namelijk betrekking op de uit
                    te voeren activiteit, waarvoor subsidie wordt aangevraagd.Gelet op de
                    uniformerende werking die dient uit te gaan van de Algemene subsidieverordening
                    Welzijn gemeente Buren 2009, is het wenselijk om voor onder meer de
                    begrippen/documenten beleidsplan, werkprogramma een algemene omschrijving te
                    gebruiken. Een aantal daarvan afgeleide begrippen of documenten -bijvoorbeeld
                    jaarverslag, begroting, rekening en balans- worden niet nader gedefinieerd omdat
                    de duiding daarvan het best op basis van beleidsplan, werkprogramma kan worden
                    bepaald en dus per subsidie kan verschillen. Verderop in de ASVW worden deze
                    begrippen nader uitgewerkt en in relatie tot elkaar gebracht. &lt;vet&gt;Artikel
                    1.1.3&lt;/vet&gt;In dit artikel zijn enige -bijna vanzelfsprekende-
                    kernuitgangspunten voor het verlenen van subsidie vastgelegd:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>de raad moet de nodige gelden beschikbaar hebben gesteld. Deze
                            voorwaarde wordt in de leden 3 en 4 nader uitgewerkt. Lid 4 is dwingend
                            recht;</al></li>
          <li nr="b."><al>de te subsidi&amp;#xEB;ren instelling of persoon moet voldoen aan de
                            bepalingen van de ASVW en de daaruit voortvloeiende richtlijnen en
                            nadere voorschriften.</al></li>
        </lijst>
        <al>Zie ook paragraaf 3 van de algemene toelichting, waarin de ASVW als wettelijk
                    voorschrift nader wordt toegelicht.&lt;vet&gt;Paragraaf 1.2 Subsidiebeleid van
                    de gemeente&lt;/vet&gt;In deze paragraaf worden alle artikelen opgenomen die
                    betrekking hebben op het subsidiebeleid van de gemeente. Deze paragraaf beoogt
                    een brug te slaan tussen de subsidieverordening, waarin het zwaartepunt ligt op
                    de procedures (procedurele kant), en het subsidiebeleid (inhoudelijke kant).
                    Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 5 van de algemene
                    toelichting.&lt;vet&gt;Artikel 1.2.2&lt;/vet&gt;In artikel 1.2.2 worden de
                    terreinen van het gemeentelijk beleid opgesomd waarvoor sprake is van
                    subsidieverstrekking. Deze bepaling vormt hiermee de grondslag voor de
                    subsidi&amp;#xEB;ring van dat beleid. &lt;vet&gt;Artikel 1.2.3&lt;/vet&gt;Door
                    de koppeling van de beleidsterreinen als genoemd in artikel 1.2.2 met dit
                    artikel worden beleid, subsidiabele activiteit en budget (artikel 1.1.3)
                    nadrukkelijk in relatie tot elkaar gebracht, zodat hierdoor een integraal
                    afwegingskader kan worden gerealiseerd.&lt;vet&gt;Artikel
                    1.2.4&lt;/vet&gt;Artikel 1.2.4 maakt het mogelijk om per beleidssterrein een
                    deel van het subisidiebudget in te zetten voor nieuwe activiteiten.
                    Subsidieverlening is daarbij alleen mogelijk indien de beleidsregels daar in
                    voorzien. Deze moeten hiervoor dus tijdig zijn aangepast. &lt;vet&gt;Artikel
                    1.2.5&lt;/vet&gt;Dit artikel legt de bestaande praktijk vast, dat
                    subsidiebedragen of componenten jaarlijks kunnen worden aangepast aan de
                    prijsontwikkelingen.&lt;vet&gt;Hoofdstuk 2 De SubsidieprocedureParagraaf 2.1 De
                    subsidieaanvraag&lt;/vet&gt;In deze paragraaf wordt bepaald aan welke vereisten
                    alle soorten subsidieaanvragen moeten voldoen. Dat is op meerdere punten niet
                    altijd duidelijk:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>niet altijd wordt het bedrag aangegeven waarvoor subsidie wordt
                            aangevraagd;</al></li>
          <li nr="b."><al>evenmin maakt men melding van de activiteiten of producten (bij een
                            budgetsubsidie) die op de subsidie betrekking hebben.</al></li>
        </lijst>
        <al>Het college van burgemeester en wethouders dient de aanvrager de gelegenheid te
                    bieden om binnen een te stellen (redelijke) termijn de aanvraag aan te vullen.
                    De ASVW geeft daarvoor geen termijn. In de praktijk zal hiervoor een termijn van
                    vier weken worden gehanteerd.De termijnen, waarbinnen volgens de verordening op
                    een aanvraag dient te worden beslist, worden opgeschort met ingang van de dag
                    waarop burgemeester en wethouders de aanvrager hebben verzocht de aanvraag aan
                    te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde
                    termijn ongebruikt is verstreken. &lt;vet&gt;Artikel 2.1.1.1 &lt;/vet&gt;Dit
                    artikel regelt dat de subsidieaanvrager verplicht is te melden dat hij bij
                    andere bestuursorganen subsidie heeft aangevraagd. Deze verplichting is voor
                    alle subsidieaanvragen van belang.&lt;vet&gt;Afdeling 2.1.2 De aanvraag van een
                    budgetsubsidieArtikel 2.1.2.1&lt;/vet&gt;Het vereiste van rechtspersoonlijkheid
                    wordt beperkt tot de structurele ("zware") subsidies (budgetsubsidies).
                    &lt;vet&gt;Artikel 2.1.2.2&lt;/vet&gt;In dit artikel wordt geregeld, dat
                    jaarlijks een subsidieaanvraag moet worden ingediend. Die verplichting bestaat
                    ook als een beschikking tot verlening van een meerjarig budgetsubsidie is
                    afgegeven. In het Uitvoeringsbesluit subsidies zijn nadere voorschriften
                    opgenomen, die betrekking hebben op de inhoud van de in te dienen stukken.In lid
                    3 wordt bepaald, dat aanvragen voor een incidentele budgetsubsidie ingediend
                    kunnen worden tot 17 weken voorafgaand aan de start van de activiteit waarvoor
                    subsidie wordt gevraagd. Dit betreft de algemene norm die geldt voor alle
                    subsidies met een incidenteel karakter; in de praktijk is het nodig, dat kan
                    worden afgeweken van deze termijn. Dit is geregeld in de ontheffingsbepaling van
                    lid 4. In de algemene toelichting (paragraaf 7.4) is opgenomen hoe met
                    ontheffingen wordt omgegaan. &lt;vet&gt;Artikel 2.1.2.3&lt;/vet&gt;De
                    subsidieaanvrager dient een werkprogramma en een begroting van baten en lasten
                    te overleggen, die betrekking hebben op het nieuwe boekjaar. Omdat de
                    subsidieverlening is afgestemd op kalenderjaren (zie artikel 2.2.2.1) is in
                    artikel 2.3.2.1 van de ASVW de verplichting opgenomen, dat de ontvanger van een
                    budgetsubsidie het boekjaar gelijk stelt aan het kalenderjaar.</al>
        <al>&lt;vet&gt;Artikel 2.1.2.5&lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;Artikel 2.1.2.6&lt;/vet&gt;Deze
                    artikelen regelen een aantal aspecten, die kenmerkend zijn voor
                    budgetsubsidi&amp;#xEB;ring.In artikel 2.1.2.5 wordt tot uitdrukking gebracht,
                    dat er tussen de aanvrager en de gemeente overleg wordt gevoerd. Dit geldt zeker
                    niet voor alle subsidieverhoudingen. Weliswaar dient op grond van de Awb een
                    aanvraag zorgvuldig in behandeling te worden genomen, een verplichting tot
                    overleg bestaat op grond van de wet niet.In het tweede lid van artikel 2.1.2.5
                    is een plaats gegeven aan de privaatrechtelijke overeenkomst, dat gaat over het
                    eindresultaat van het gevoerde overleg. Daarin worden vastgelegd de afgesproken
                    producten en prestaties, de te hanteren voorwaarden en
                    verplichtingen.&lt;vet&gt;Afdeling 2.1.3 De aanvraag van een
                    waarderingssubsidie&lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;Artikel 2.1.3.2&lt;/vet&gt;In lid 1,
                    sub e, wordt gevraagd om de oprichtingsakte of de geldende statuten. Als aan dit
                    vereiste niet voldaan kan worden, omdat er geen sprake is van een organisatie
                    met rechtsbevoegdheid, zal op basis van lid 1, sub f, van het onderhavige
                    artikel bepaald moeten worden, welke aanvullende stukken moeten worden
                    overgelegd. Die stukken dienen duidelijkheid te verschaffen over de bevoegdheden
                    (en de aansprakelijkheid) van de subsidieaanvrager over de voorziening waarvoor
                    subsidie wordt aangevraagd.&lt;vet&gt;Afdeling 2.1.4 De aanvraag van een
                    leefbaarheidsbudget&lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;Artikel
                    2.1.4.3&lt;/vet&gt;Vervalt&lt;vet&gt;Paragraaf 2.2 De
                    subsidieverlening&lt;/vet&gt;De paragraaf omtrent de subsidieverlening regelt
                    verleningen voor budgetsubsidies. Waarderingssubsidies worden direct
                    vastgesteld; hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 2.4.3 en 2.4.5 van de
                    ASVWVoor een toelichting op de bepalingen over weigering van een
                    subsidieaanvraag wordt verwezen naar paragraaf 7.5.1 van de algemene
                    toelichting.&lt;vet&gt;Afdeling 2.2.1 Algemeen&lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;Artikel
                    2.2.1.1&lt;/vet&gt;In dit artikel is bepaald, dat bij alle, dus ook bij
                    structurele subsidies als de budgetsubsidie, dient te worden aangegeven voor
                    welk tijdvak een subsidie wordt verleend. Deze bepaling is ontleend aan de Awb
                    die voorschrijft dat het tijdvak van subsidieverlening in de beschikking wordt
                    vermeld.Ook moet worden aangegeven voor welke activiteiten &amp;#xF3;f producten
                    subsidie wordt verleend.&lt;vet&gt;Artikel 2.2.1.2&lt;/vet&gt;Zie paragraaf
                    7.5.1 van de algemene toelichting.&lt;vet&gt;Afdeling 2.2.2 De verlening van een
                    budgetsubsidieArtikel 2.2.2.2&lt;/vet&gt;In dit artikel worden enkele specifieke
                    kenmerken van de budgetsubsidie uitgewerkt. E&amp;#xE9;n van die bijzondere
                    kenmerken is, dat een budgetsubsidie voor de totale periode van verlening als
                    &amp;#xE9;&amp;#xE9;n geheel wordt beschouwd. Het is van belang goed in het oog
                    te houden dat de bijstelling van de budgetsubsidie als bedoeld in het eerste lid
                    niet leidt tot een nieuwe subsidiebeschikking. De bijstelling brengt namelijk
                    geen zelfstandig rechtsgevolg met zich mee, omdat zij rechtstreeks is gebaseerd
                    op de verordening. Ook is op basis van deze bepaling geen (tussentijdse)
                    afrekening op grond van werkelijk geleverde producten en uitgevoerde prestaties
                    mogelijk. Zulke producten en prestaties zijn een onderwerp van de evaluatie in
                    het laatste jaar van de budgetsubsidieperiode.&lt;vet&gt;Artikel
                    2.2.2.3&lt;/vet&gt;Als het noodzakelijk is afspraken te maken over de feitelijke
                    uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten, dient hiervoor op grond van
                    artikel 2.2.2.3 een uitvoeringsovereenkomst te worden afgesloten. Zie ook
                    paragraaf 7.2 van de algemene toelichting.&lt;vet&gt;Artikel
                    2.2.3.1&lt;/vet&gt;In dit artikel wordt een expliciete regeling getroffen voor
                    de beschikking tot subsidieverlening bij deze subsidievorm. &lt;vet&gt;Paragraaf
                    2.3 Verplichtingen van de subsidieontvanger&lt;/vet&gt;De in de ASVW opgenomen
                    verplichtingen zijn in belangrijke mate gebaseerd op de Awb. Zie ook paragraaf
                    7.2 van de algemene toelichting.In de opzet van paragraaf 2.3 van de ASVW is een
                    tweedeling in de verplichtingen gemaakt. In afdeling 2.3.1 zijn de
                    verplichtingen opgesomd, waaraan de ontvangers van alle vormen van subsidie
                    moeten voldoen.Afdeling 2.3.2 geeft in aanvullende zin de verplichtingen weer
                    van de ontvanger van een budgetsubsidie.Voor de zeer specifieke
                    uitzonderingssituaties is een vrijstellingsmogelijkheid in de verordening
                    opgenomen (artikel 2.3.1.5).&lt;vet&gt;Artikel 2.3.1.1 &lt;/vet&gt;Deze bepaling
                    onderwerpt een groot aantal handelingen of besluiten van de subsidieontvanger
                    aan de toestemming van het college (zie hierna ook 2.3.2.4). &lt;vet&gt;Artikel
                    2.3.1.3&lt;/vet&gt;In dit artikel wordt de medewerking aan onderzoeken
                    vastgelegd. Die onderzoeken richten zich op de ontwikkelingen van het beleid,
                    maar ook op de kwaliteit en/of de effecten van de gesubsidieerde activiteiten of
                    producten. Dit laatste is vooral van betekenis nu met steeds meer instellingen
                    meerjarige budgetsubsidie-afspraken worden gemaakt. Een dergelijk onderzoek kan
                    ook worden uitgevoerd via visitatie van de gesubsidieerde instelling of via een
                    periodieke doorlichting.&lt;vet&gt;Afdeling 2.3.2 Aanvullende verplichtingen van
                    de ontvanger van een budgetsubsidieArtikel 2.3.2.2&lt;/vet&gt;In deze bepaling
                    zijn verplichtingen neergelegd voor de subsidieontvanger op het punt van de
                    admini&amp;#xAC;stratie. De administratie van een instelling is voor de gemeente
                    een belangrijk instrument om zicht te hebben op de besteding van de
                    subsidiegelden. Waar mogelijk dient zichtbaar gemaakt te worden welke eventuele
                    niet-gesubsidieerde activiteiten door een instelling worden verricht. Daarnaast
                    dient de administratie zicht te geven op mogelijke relaties tussen de
                    subsidieontvanger en stichtingen waarin wordt deelgenomen. Dit vereiste kan in
                    samenhang worden gezien met de in artikel 2.1.1.1 van de verordening geregelde
                    verplichting van de aanvrager aan te geven of voor dezelfde begrote uitgaven
                    tevens subsidie is aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen.
                    &lt;vet&gt;Artikel 2.3.2.3&lt;/vet&gt;Alhoewel het hier een algemene
                    verplichting betreft, is de uitvoering van dit artikel een aandachtspunt.
                    &lt;vet&gt;Artikel 2.3.2.4&lt;/vet&gt;Op het punt van het oprichten dan wel
                    deelnemen in een rechtspersoon zij het volgende opgemerkt. Anders dan voor NV's
                    en BV's zijn er voor verenigingen en stichtingen in het Burgerlijk Wetboek op
                    het punt van de (financi&amp;#xEB;le) verslaglegging geen regels opgenomen op
                    het punt van de onderlinge relaties. Of sprake is van een samenwerkingsverband
                    of groepsrelatie tussen verenigingen en stichtingen kan op twee wijzen naar
                    voren komen:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>door vermelding - bijvoorbeeld in het jaarverslag - van relaties tussen
                            rechtspersonen (blijkende uit de statuten, de samenstelling van de
                            verschillende besturen);</al></li>
          <li nr="b."><al>door financi&amp;#xEB;le verslaglegging. Dit artikel biedt voldoende
                            mogelijkheden om te onderkennen, of sprake is van oprichten dan wel
                            deelnemen in een rechtspersoon.</al></li>
        </lijst>
        <al>&lt;vet&gt;Artikel 2.3.2.5&lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;Artikel 2.3.2.6&lt;/vet&gt;In
                    de subsidiepraktijk is het onderscheid tussen de egalisatiereserve en
                    voorzieningen (=bestemmingsreserves) niet altijd even duidelijk bepaald. De
                    nieuwe verordening beoogt dat onderscheid te verhelderen.De egalisatiereserve is
                    bedoeld om verschillen tussen de werkelijk gemaakte kosten en het subsidiebedrag
                    op te vangen. Zij vormt een buffer waarmee tekorten in het ene jaar kunnen
                    worden opgevangen met overschotten in het andere jaar. De egalisatiereserve
                    wordt nader uitgewerkt in het Uitvoeringsbesluit subsidies.Bestemmingsreserves
                    hebben een wezenlijk andere functie dan een egalisatiereserve. Uitgangspunt zal
                    dienen te zijn, dat een instelling in de begroting die wordt overgelegd bij de
                    aanvraag van een subsidie, aangeeft of er sprake is van een voorziening. Het
                    college van burgemeester en wethouders heeft zo de mogelijkheid deze voorziening
                    te betrekken bij de beschikking tot subsidieverlening. Het is in beginsel niet
                    gewenst, dat "gedurende de rit" -die overigens bij andere dan budgetsubsidies
                    nooit meer dan &amp;#xE9;&amp;#xE9;n jaar duurt- wordt besloten een voorziening
                    te vormen. &lt;vet&gt;Paragraaf 2.4 De subsidievaststelling&lt;/vet&gt;In
                    aanvulling op de paragrafen 7.2 en 7.3 van de algemene toelichting wordt nog het
                    volgende opgemerkt. In deze verordening zijn regels gesteld met betrekking tot
                    de termijn waarbinnen het college van burgemeester en wethouders dient te
                    beslissen op een aanvraag tot subsidievaststelling (artikel 2.4.1.4). Voor een
                    instelling is hierdoor duidelijk vanaf welk tijdstip de mogelijkheid bestaat
                    bezwaar te maken of beroep in te stellen. Zie ook de toelichting bij paragraaf
                    2.1 de subsidieaanvraag, daar waar het gaat over de vereisten die aan de
                    indiening van een subsidieaanvraag zijn gesteld.&lt;vet&gt;Afdeling 2.4.2 De
                    vaststelling van een budgetsubsidie&lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;Artikel
                    2.4.2.1&lt;/vet&gt;In lid 3 van dit artikel wordt geen concrete hersteltermijn
                    benoemd. In het algemeen wordt een termijn van 4 weken
                    gehanteerd.&lt;vet&gt;Artikel 2.4.2.2&lt;/vet&gt;In het Uitvoeringsbesluit
                    subsidies wordt nader bepaald aan welke vereisten de rekening en de balans, de
                    accountantsverklaring en het jaarverslag moeten voldoen.&lt;vet&gt;Afdeling
                    2.4.4 De vaststelling van een leefbaarheidsbudget
                    &lt;/vet&gt;&lt;vet&gt;Paragraaf 2.5 Intrekking en wijziging&lt;/vet&gt;Zie
                    paragraaf 7.5.2 van de algemene toelichting.&lt;vet&gt;Paragraaf 2.6 Betaling en
                    verrekening&lt;/vet&gt;Onderscheid kan worden gemaakt tussen de betaling en de
                    voorschotverlening. De betaling van een subsidiebedrag is altijd gebaseerd op de
                    beschikking tot subsidievaststelling. Is voorafgaand aan deze beschikking een
                    beschikking tot subsidieverlening gegeven, dan kunnen op basis van de laatst
                    genoemde beschikking voorschotten worden verleend. &lt;vet&gt;Artikel
                    2.6.2&lt;/vet&gt;In dit artikel zijn enkele regels opgenomen omtrent de
                    voorschotverlening. &lt;vet&gt;Hoofdstuk 3 Slot- en OvergangsbepalingenArtikel
                    3.0.1&lt;/vet&gt;In dit artikel is een hardheidsclausule opgenomen. Het opnemen
                    van deze hardheidsclausule opent voor het college de mogelijkheid om, in
                    gevallen waarin toepassing van de subsidieregeling -gegeven het doel en de
                    strekking van die regeling- een onbillijkheid van overwegende aard zou
                    opleveren, een onderdeel van de subsidieverordening buiten toepassing te laten
                    of daarvan af te wijken. Toepassing van de hardheidsclausule beperkt zich tot
                    (eventuele) onbillijkheden van overwegende aard. Mede gelet op de omvang van de
                    subsidieverordening kan er daarom alleen in hoge uitzondering door middel van de
                    hardheidsclausule worden afgeweken. Verder zal vrijwel altijd de toepassing
                    beperkt dienen te blijven tot individuele gevallen. Is er reden om de
                    hardheidsclausule op een groep gevallen toe te passen, dan zal er overigens al
                    gauw sprake zijn van bestendig beleid. Een dergelijke situatie moet leiden tot
                    wijziging van de subsidieverordening of het subsidiebeleid. &lt;vet&gt;Artikel
                    3.0.2&lt;/vet&gt;De Algemene subsidieverordening welzijn gemeente Buren 2006
                    wordt ingetrokken ten aanzien van de beleidsterreinen zoals aangegeven in
                    artikel 1.1.2. Dit artikel regelt verder de verhoudingen tussen de ingetrokken
                    en de nieuwe subsidieverordening ten aanzien van reeds genomen subsidiebesluiten
                    en aanvragen.&lt;vet&gt;Artikel 3.0.2&lt;/vet&gt;In dit artikel is een
                    overgangs- of afbouwregeling opgenomen. Die regeling geldt uitsluitend en is
                    nodig voor verenigingen of instellingen die door invoering van de nieuwe
                    subsidieverordening meer dan 20% minder subsidie ontvangen. In dat geval wordt
                    het verschil niet in een keer, maar in drie jaar afgebouwd. Bij het bepalen of
                    er sprake is van de bedoelde forse subsidievermindering wordt de ingediende
                    subsidieaanvraag getoetst aan de oude en aan de nieuwe subsidieverordening. De
                    overgangs- of afbouwregeling geldt wanneer uit deze oud en nieuw vergelijking
                    blijkt dat het verschil meer dan 20% is. Het prijsindexcijfer gezinsconsumptie,
                    afgegeven door het CBS met betrekking tot de maand november,</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>