<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR85562_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Marktverordening gemeente Midden-Drenthe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteberichten 28 december 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening gemeente Midden-Drenthe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artt. 147, 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Marktverordening gemeente Midden-Drenthe</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening op de warenmarkt voor de gemeente Midden-Drenthe</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>markt: de door het college ingestelde warenmarkt;</al></li><li nr="b."><al>standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is
                                        aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd
                                        ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;</al></li><li nr="d."><al>dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking
                                        wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als
                                        vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;</al></li><li nr="e."><al>standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder
                                        publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een
                                        aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de
                                        aankoop van een artikel;</al></li><li nr="f."><al>standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter
                                        beschikking wordt gesteld om te standwerken;</al></li><li nr="g."><al>vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning
                                        is verleend voor het innemen van een standplaats;</al></li><li nr="h."><al>wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste
                                        standplaats;</al></li><li nr="i."><al>anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een
                                        vaste standplaats</al></li><li nr="j."><al>marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door
                                        het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inrichting van de markt; branche-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt ten aanzien van de markt:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal standplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de afmetingen van de standplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>de opstelling en indeling van de markt;</al></li><li nr="d."><al>welke standplaatsen worden toegewezen als vaste
                                            standplaats en als standwerkerplaats</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor de markt vaststellen:</al><lijst><li nr="a."><al>een lijst met artikelengroepen of branches;</al></li><li nr="b."><al>een maximumaantal standplaatsen per branche.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het
                                bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een
                                    krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing,
                                    ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning
                                    of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                    ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                    voorschriften en beperkingen in acht te nemen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Standplaatsvergunning</titel></kop><al>Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder
                                vergunning van het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vereisten</titel></kop><al>Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking
                                een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een
                                vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens
                                aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke
                                verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en
                                bedrijfsorganisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het
                                            adres en de woonplaats van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste
                                            standplaats met vermelding van het nummer en de
                                            afmetingen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>de kraam of andere verkoopmaterialen die de
                                            vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag
                                            gebruiken;</al></li><li nr="d."><al>het soort artikelen dat de vergunninghouder mag
                                            verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder
                                            behoort;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst
                                            vergunning is verleend en zijn volgnummer op de
                                            anciënniteitlijst;</al></li><li nr="f."><al>dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de
                                            inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn
                                            standplaats schoon oplevert;</al></li><li nr="g."><al>de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit
                                            betrekt;</al></li><li nr="h."><al>welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan;
                                            en</al></li><li nr="i."><al>welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn
                                            toegestaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie
                                    gehecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inschrijving op de anciënniteitlijst</titel></kop><al>Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een
                                doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de
                                datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is
                                toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort
                                artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche
                                waartoe hij behoort.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inschrijving op de wachtlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de
                                    wachtlijst, indien hij voldoet aan de in artikel 6 gestelde
                                    vereisten, maar aan hem geen vaste standplaats kan worden
                                    toegewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het
                                            adres en de woonplaats van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen;</al></li><li nr="c."><al>de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of
                                            de branche waartoe hij behoort;</al></li><li nr="d."><al>de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager
                                            wil gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van
                                    inschrijving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze
                                    door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk
                                    wordt verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Doorhalen van inschrijving op wachtlijst</titel></kop><al>De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks
                                        voor I januari heeft verlengd;</al></li><li nr="b."><al>op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;</al></li><li nr="c."><al>bij overlijden van de ingeschrevene;</al></li><li nr="d."><al>wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste
                                        standplaats is verleend, tenzij hij deze op grond van
                                        bijzondere omstandigheden niet aanvaardt;</al></li><li nr="e."><al>indien niet meer aan de vereisten van artikel 6 wordt
                                        voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Volgorde toewijzing vaste standplaatsen</titel></kop><al>Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer
                                aanvragers in</al><al>aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen
                                aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het
                                        college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van
                                        standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing
                                        op de anciënniteitlijst;</al></li><li nr="b."><al>degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in
                                        volgorde van inschrijving op deze lijst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overschrijving vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van
                                    de vergunninghouder kan de vaste standplaatsvergunning worden
                                    overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de
                                    geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met
                                    wie hij duurzaam samenwoonde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van
                                    het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder de
                                    vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten
                                    minste driejaar in loondienst van het marktbedrijf van de
                                    vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode
                                    als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich
                                    heeft laten inschrijven op de wachtlijst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee
                                    maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de
                                    blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                    van het bepaalde in dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:</al><lijst><li nr="a."><al>op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond
                                            van artikel 12 de vergunning wordt overgeschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan
                                            welonvolledige gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in
                                            artikel 6 genoemde vereisten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 12 is
                                    overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste
                                    standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning
                                    ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toewijzing dagplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een
                                    vergunning door het college op het moment dat de standplaats
                                    niet als vaste standplaats wordt ingenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de
                                    wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf
                                    vóór... (tijdstip) aanmelden bij de marktmeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Toewijzing standwerkerplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst een standwerkerplaats toe door middel van
                                    loting. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel
                                    te nemen aan de loting voor een standwerkerplaats zolang deze
                                    inschrijving niet definitief is vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit
                                    vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van
                                    degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag
                                    niet op eigen naam deelnemen aan de loting.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen over het gebruik van de standplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Persoonlijk innemen standplaats; bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen
                                    persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander
                                    afstaan of in gebruik geven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen
                                    bijstaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet
                                    schuldig maken aan wangedrag of bedrog.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aantal keren innemen vaste standplaats</titel></kop><al>De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste
                                eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn
                                standplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in
                                de artikelen 18 en 19.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere
                                    omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte,
                                    vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste
                                    standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het
                                    college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang
                                    zijn afwezigheid duurt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende
                                    marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of
                                    telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een
                                    schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Ontheffing en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan
                                    het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste
                                    standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de
                                    verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal
                                    per dertien weken de standplaats op de markt in te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem
                                    vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen
                                    door een met name genoemde persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Legitimatie en identiteit vergunninghouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te
                                    nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen
                                    dat hij de vergunninghouder is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk
                                    zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Tijdstip innemen standplaats / aan- en afvoer
                                    goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer
                                    dan twee uur voor aanvang en meer dan twee uur na afloop van de
                                    markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te
                                    nemen of goederen aan of af te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de
                                    sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan
                                    hiervan ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk
                                    om 10.00 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende
                                    standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de
                                    marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de
                                    vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                                gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van
                                ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met
                                openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning</titel></kop><al>Onverminderd artikel 13 kan het college een vergunning voor een
                                vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel
                                telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen,
                                indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                        voorschriften van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of</al></li><li nr="c."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                        wordt geheven op grond van artikel 229 van de
                                        Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker</titel></kop><al>Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een
                                standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een
                                standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen,
                                indien deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening
                                        overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet als standwerker actief is op een hem toegewezen
                                        standwerkersplaats;</al></li><li nr="d."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                        wordt geheven op grond van artikel 229 van de
                                        Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het
                                college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt
                                te verwijderen indien hij:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                        voorschriften van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of
                                        bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet als standwerker actief is op een hem toegewezen
                                        standwerkersplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van
                                het college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het
                                verstrijken van een termijn van zes weken na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente
                                Midden-Drenthe.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 21 december 2006,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>J.Pit</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>R.W. ter Avest</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Marktverordening</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt
                            gehanteerd,</al><al>gedefinieerd.</al><al>Door gebruik van het woord 'persoon' in plaats van het begrip
                            'ambtenaar' bij de begripsomschrijving van marktmeester onder j kan een
                            niet-ambtenaar ook tot marktmeester worden aangewezen. Bij aanwijzing (=
                            mandaat) van een niet-ondergeschikte dient deze (en zijn werkgever) in
                            te stemmen met de mandaatverlening overeenkomstig artikel 10:4 van de
                            Algemene wet bestuursrecht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inrichting van de markt; branche-indeling</titel></kop><al>Op grond van het eerste lid, onder a, stelt het college het aantal
                            standplaatsen op de markt vast met onder meer als doel het aantrekkelijk
                            maken van de markt voor de consumenten.</al><al>Het aantal branches is in principe onbeperkt, tenzij het gaat om een
                            gespecialiseerde markt.</al><al>In de uitspraak van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State van 10
                            april 11990, JG</al><al>91.0005, AB (1991) 195 m.nt. J.H. van der Veen werd in dit verband
                            geoordeeld dat het branche indelingsbesluit dat niet voorzag in een
                            standplaats voor bloemen en planten in strijd is met de Vestigingswet
                            Bedrijven 1954. Bij de opstelling en indeling van de markt als bedoeld
                            in het eerste lid, onder c, wordt rekening gehouden met de verschillende
                            branches.</al><al>Voor de orde op de markt is het van belang te bepalen welke materialen
                            (kraam of ook andere verkoopmaterialen) worden toegelaten en waar deze
                            kunnen worden opgesteld.</al><al>Naast de traditionele (huur)kraam onderscheidt de Centrale Vereniging
                            voor de Ambulante Handel (CVAH) bijvoorbeeld de instantkraam, de
                            verrijdbare kraam en de verkoopwagens.</al><al>De onder b genoemde afmetingen van de standplaatsen kunnen overigens ook
                            een beperking geven voor bepaalde materialen.</al><al>Het tweede lid is facultatief bedoeld. Het schept de mogelijkheid een
                            beperkt aantal kooplieden per branche toe te laten. Hierdoor wordt
                            bereikt dat op de markt een zo groot mogelijke verscheidenheid aan
                            branches aanwezig is en wordt voorkomen dat te veel kooplieden van één
                            branche op de markt optreden. Hierdoor wordt de markt
                            aantrekkelijker</al><al>voor de consument.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>In deze marktverordening is gekozen voor een vrij uitgebreide regeling
                            van de markt. Het college is op grond van dit artikel bevoegd nadere
                            regels te stellen. Uiteraard is het ook mogelijk dat de raad een
                            marktverordening op hoofdlijnen vaststelt en daarbij meerdere zaken door
                            het college laat regelen. Het college kan er ook voor kiezen
                            beleidsregels in plaats van nadere regels vast te stellen. De raad is
                            door de dualisering van het gemeentebestuur sinds 7 maart 2002 niet meer
                            bevoegd om beleidsregels vast te stellen ten aanzien van
                            collegebevoegdheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te
                            verbinden, kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden
                            aangebracht. De in het eerste lid genoemde belangen in verband waarmee
                            de vergunning of ontheffing is vereist, zijn de gemeentelijke belangen
                            van openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperking van overlast,
                            regulering van het woon- en leefklimaat en de veiligheid binnen de
                            gemeente. Niet-nakoming van voorschriften die aan een
                            vergunning/ontheffing verbonden zijn, kan grond opleveren voor
                            intrekking van de vergunning/ontheffing of voor toepassing van andere
                            bestuursrechtelijke sancties. De strafbepaling van artikel 22 is
                            eveneens van toepassing.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Standplaatsvergunning</titel></kop><al>De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te
                            nemen. De vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en
                            beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden (artikel 4). De
                            vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar. De verkoop van waren op
                            een markt dient uitsluitend te geschieden door degenen aan wie door het
                            college vergunning daarvoor is verleend. Iedere andere wijze van
                            verkopen op markten is verboden. Een uitzondering op deze regel kan
                            worden gemaakt voor degenen die de kooplieden van koffie, soepen en
                            dergelijke voorzien.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vereisten</titel></kop><al>De genoemde publiekrechtelijke verplichtingen zijn de
                            vestigingsvergunning op grond van de Vestigingswet (alleen voor bepaalde
                            branches van toepassing, bijvoorbeeld vis en poeliers-producten),
                            eventuele inschrijving in het handelsregister en de CRK-kaart
                            (registratiekaart van het Centraal Registratiekantoor (CRK) bij het
                            Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD)).</al><al>Indien de aanvrager niet voldoet aan de genoemde eisen, kan dit reden
                            zijn de vergunning te weigeren (of in te trekken op grond van artikel
                            13). Het is dwingend vastgelegd dat alleen natuurlijke personen tot de
                            markt worden toegelaten. Hiermee wordt voorkomen dat rechtspersonen een
                            overheersende positie op de markt kunnen innemen. Door de koppeling van
                            de vergunning aan een natuurlijk persoon wordt een zo eerlijk mogelijke
                            verdeling van alle marktstandplaatsen in Nederland bereikt. Uiteraard
                            kan het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een onderneming drijft in
                            de vorm van een rechtspersoon. Ook dan wordt de natuurlijke persoon (de
                            bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is echter niet
                            mogelijk de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen. Het
                            aanvraagformulier dient als overzicht om een zo volledig mogelijk beeld
                            van de vergunningaanvrager te krijgen.</al><al>Op het formulier is geen vraag met betrekking tot een
                            WA-marktverzekering opgenomen.</al><al>Een plicht tot verzekering is niet in de verordening opgenomen,
                            aangezien dit niet tot de belangen van de gemeente behoort. De
                            vergunning kan dus niet worden geweigerd indien de aanvrager niet
                            verzekerd is tegen vorderingen tot schadevergoeding, waartoe hij als
                            vergunninghouder op een markt krachtens wettelijke
                            aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan
                            derden toegebrachte schade.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud vaste standplaatsvergunning</titel></kop><al><vet><cursief>Eerste lid</cursief></vet></al><al>In het eerste lid is een uitgebreide omschrijving gegeven van een vaste
                            standplaatsvergunning. Uiteraard kunnen gemeenten ervoor kiezen dit
                            minder uitgebreid te doen. In onderdeel a is expliciet opgenomen dat
                            naam én voornamen van de vergunninghouder in de vergunning worden
                            opgenomen. Dit vergemakkelijkt de identificatie van de vergunninghouder.
                            Onder een duidelijke omschrijving, bedoeld in het eerste lid, onder b,
                            wordt bij voorkeur gedacht aan een tekening of plattegrond waarop de
                            afmetingen van de standplaatsen en de nummering daarvan zijn aangegeven.
                            Ingevolge het vermelde onder c worden in de vergunning de
                            verkoopmaterialen (kramen, tafels, wagens en dergelijke) opgesomd die de
                            vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken.
                            Het</al><al>verdient aanbeveling beleidsregels vast te stellen ten aanzien van het
                            toegestane materiaal, standaardmateriaal dan wel alternatieve
                            materialen. Zie ook de toelichting op artikel 2, eerste lid, onder c.
                            Ter verkrijging van uniformiteit op de markt is het gewenst het plaatsen
                            van marktkramen aan een vergunning te binden. Veelal zal de marktkramen
                            exploitatie in handen van een particulier bedrijf worden gegeven. In dat
                            geval kan men zowel denken aan het stellen van voorwaarden in de
                            vergunning, als aan het aangaan van een privaat-rechtelijke overeenkomst
                            tussen gemeente en kramenexploitant, waaraan in de af te geven
                            vergunning wordt gerefereerd. Het verdient aanbeveling hierbij ruimte te
                            laten voor toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de
                            verkoopmaterialen. Zie ABRS 10 mei 1995, JG (1995)</al><al>308, GS (1995) 7014,3 m.nt. E. Brederveld; en ABRS 16juni 1995, JO
                            (1995) 309, OS</al><al>(1996) 7035,2 m.nt. E. Brederveld.</al><al><vet><cursief>Tweede lid</cursief></vet></al><al>Artikel 7, tweede lid, bepaalt dat er een middel ter identificatie aan
                            de vergunning wordt gehecht. In verband hiermee kan de vergunninghouder
                            worden verzocht twee pasfoto’s te overleggen die dienen als
                            identificatie; de ene op de vergunning en de ander voor het
                            archief.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inschrijving op de anciënniteitlijst</titel></kop><al>De gemeenten die nog geen anciënniteitlijst hebben, dienen bij de
                            introductie van deze lijst een overgangsregeling te maken, om te
                            voorkomen dat reeds gevestigde vergunninghouders achter worden gesteld
                            bij nieuwkomers. Voor alle duidelijkheid zouden alle vergunninghouders
                            schriftelijk kunnen worden bericht hoe ze zijn ingeschreven op deze
                            lijst. Dit is van belang in verband met de in artikel 11 opgenomen
                            mogelijkheid om te zijner tijd in aanmerking te komen voor een betere
                            plaats op de markt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inschrijving op de wachtlijst</titel></kop><al>Voor het goed functioneren van de markt is een goede registratie van de
                            marktkooplieden noodzakelijk. De wachtlijst is bedoeld voor die personen
                            die graag een vaste standplaats op de markt willen verwerven, maar aan
                            wie op het moment dat zij de aanvraag doen geen standplaats kan worden
                            toegewezen. In de marktverordening is niet gekozen voor een zogenaamd
                            meeloop-systeem. Dit systeem heeft als nadeel dat een gegadigde zich
                            iedere keer moet melden zonder dat hij de zekerheid heeft dat hij op de
                            markt kan staan. Dit kan problemen opleveren bij verse, bederfelijke
                            waren. Om rechtszekerheid aan de aanvrager te verschaffen, is het
                            gewenst dat hij van zijn inschrijving als gegadigde voor een vaste
                            standplaats een schriftelijk bewijs krijgt. ABRS 15 oktober 1997,
                            jbMarkten bladzijde 41, inzake bepalendheid datum van inschrijving; ABRS
                            27 april1992, AH (1992) 446, inzake verloting van vrijgekomen
                            standplaats bij gering verschil in data van inschrijving. Ingevolge het
                            tweede lid dient de aanvrager op eigen initiatief zijn inschrijving te
                            verlengen. Het verzoek dient voor 1 januari van elk jaar te zijn gedaan.
                            Om verlenging te vergemakkelijken kan het college voorzien in een
                            standaard verlengingsformulier. De brancheorganisaties achten het
                            redelijk voor elke verlenging leges te heffen. Zodoende worden de kosten
                            van het instandhouden van de wachtlijst niet door de standplaatshouders
                            gedragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Doorhalen van inschrijving op wachtlijst</titel></kop><al>In dit artikel worden de dwingende redenen genoemd waarom een gegadigde
                            voor een vaste standplaats van de wachtlijst dient te worden gehaald.
                            Het verdient aanbeveling de invulling van bijzondere omstandigheden als
                            genoemd onder d, duidelijk te omschrijven teneinde onduidelijkheden
                            omtrent de plaats op de wachtlijst te voorkomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Volgorde toewijzing vaste standplaatsen</titel></kop><al>In dit artikel is de volgorde van toewijzing van vaste standplaatsen op
                            de markt geregeld.</al><al>Aangezien niet alle standplaatsen dezelfde mogelijkheden bieden, is het
                            redelijk dat in eerste aanleg aan vergunninghouders van een vaste
                            standplaats de gelegenheid wordt geboden een naar hun oordeel betere
                            standplaats te verkrijgen. Na hen kunnen de ingeschrevenen op de
                            wachtlijst in de gelegenheid worden gesteld een keuze te doen uit de dan
                            nog beschikbare standplaatsen. De volgorde van inschrijving op de
                            wachtlijst van deze personen is hierbij bepalend. Het is mogelijk te
                            bepalen dat de toewijzing in de regel eenmaal per jaar geschiedt.</al><al>Indien het college een branche-indeling heeft vastgesteld, zal hiermee
                            bij de toewijzing van vaste standplaatsen rekening dienen te worden
                            gehouden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overschrijving vaste standplaatsvergunning</titel></kop><al>Komt een vergunninghouder te overlijden of wordt hij blijvend
                            arbeidsongeschikt, dan moet het op sociale overwegingen gerechtvaardigd
                            worden geacht dat zijn vergunning voor een vaste standplaats op de
                            achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner (als bedoeld in
                            artikel 1:8Oa van het Burgerlijk Wetboek) of een andere achterblijvende
                            persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, kan worden overgeschreven. In
                            het eerste lid is vastgelegd dat de echtgenoot en de daarmee
                            gelijkgestelde partners recht hebben op de vaste standplaats van de
                            vergunninghouder. Een kind van de vergunninghouder dat voldoet aan de in
                            het tweede lid gestelde eisen heeft recht op een vaste standplaats op de
                            markt hetgeen niet de oorspronkelijke vaste standplaats van de
                            vergunninghouder hoeft te zijn. Het kind is immers, in vergelijking met
                            de echtgenoot of de daarmee gelijkgestelde partner, minder direct in
                            zijn inkomensvoorziening geschaad door het overlijden van de
                            vergunninghouder. Hierover zijn alle partijen die betrokken waren bij
                            het totstandkomen van de marktverordening het eens. In het vierde lid is
                            een hardheidsclausule opgenomen. Het verdient aanbeveling hiervoor
                            beleidsregels op te stellen. De CVAH bepleit in dit verband ( opneming
                            in de marktverordening van) de mogelijkheid tot overschrijving van de
                            vergunning op een medewerker van de vergunninghouder. Volgens het
                            voorstel van de CVAH dient 'de medewerker in dat geval minimaal drie
                            jaar onafgebroken in loondienst van het marktbedrijf van de
                            vergunninghouder te hebben gewerkt of gedurende eenzelfde periode als
                            mede- eigenaar (bijvoorbeeld vennoot of aandeelhouder) in dit bedrijf te
                            hebben gefunctioneerd.</al><al>Voorts dient bij notariële akte te worden aangetoond dat de onderneming
                            in eigendom van de medewerker is overgegaan en dat de marktplaats geen
                            economische factor in de overname is. Tot slot dient de werknemer of de
                            mede-eigenaar ingeschreven te zijn op de wachtlijst. ' Gelet op dit
                            standpunt van de brancheorganisatie adviseren wij hem te betrekken bij
                            de totstandkoming van een nieuwe marktverordening of beleid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking vaste standplaatsvergunning</titel></kop><al>Tot intrekking van de vaste standplaatsvergunning wordt altijd op de in
                            het eerste lid genoemde gronden overgegaan. In het tweede lid worden
                            intrekkingsbevoegdheden ('kan' betekent: is bevoegd, dat wil zeggen is
                            niet verplicht) genoemd ten aanzien van de vergunning. Bij dagplaatsen
                            en standwerkerplaatsen ligt intrekking van de vergunning minder voor de
                            hand. Ten aanzien van dagplaatsen en standwerkerplaatsen zal echter
                            eerder worden overgegaan tot bestuursdwang of onmiddellijke verwijdering
                            op grond van artikel 25. Het derde lid vormt het sluitstuk van artikel
                            12.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toewijzing dagplaats</titel></kop><al>De in het eerste lid vereiste vergunning wordt veelal mondeling
                            verleend, doch het verdient aanbeveling de marktmeester in mandaat een
                            (standaardvoorbedrukte) schriftelijke vergunning te laten afgeven waarop
                            hij het nummer van de standplaats invult. Uiteraard dient, indien voor
                            de markt een branche-indeling is vastgesteld, daarmee bij het toewijzen
                            van dagplaatsen rekening te worden gehouden. Het in het tweede lid
                            vermelde uiterste tijdstip van melding bij de marktmeester dient te
                            worden gekoppeld aan het in artikel 21, derde lid, genoemde uiterste
                            tijdstip voor het innemen van een vaste standplaats.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Toewijzing standwerkerplaats</titel></kop><al>Wanneer standwerkerplaatsen worden toegewezen, is het gewenst dat dit zo
                            objectief mogelijk gebeurt om de bekende en de minder bekende
                            standwerkers een gelijke kans te geven. Daarom is in het eerste lid
                            bepaald dat de toewijzing geschiedt door loting. Het college dient van
                            tevoren de manier van loting vast te stellen. Gebleken is dat een sterke
                            behoefte bestaat aan uniforme en duidelijke richtlijnen voor de
                            toewijzing van standwerkerplaatsen, zowel bij de marktbeheerders als bij
                            de marktgebruikers, in het bijzonder bij de standwerkers zelf. Deze
                            groep kooplieden heeft een eigen wijze van werken.</al><al>Bij de benadering van het publiek treden zij geheel anders op dan de
                            zogenaamde stille kramers. Zij verhogen de levendigheid van de markt en
                            maken deze daardoor aantrekkelijker voor het publiek. Teneinde
                            verstarring tegen te gaan en om te voorkomen dat de standwerker, die
                            jaar in jaar uit dezelfde plaats bezet, langzamerhand een stille kramer
                            zou worden, wordt het in het algemeen ongewenst geacht aan deze
                            categorie kooplieden vaste standplaatsen toe te wijzen. Dit standpunt
                            wordt door de officiële landelijke organisatie van standwerkers
                            (Stibesta) steeds met klem naar voren gebracht. Vooral ook omdat het
                            werkterrein van de standwerkers zich over het gehele land uitstrekt, is
                            het voorts gewenst dat de regels voor de toewijzing van de standplaatsen
                            aan deze bijzondere categorie kooplieden op alle markten in Nederland zo
                            veel mogelijk gelijkluidend zijn. Alhoewel in principe een scherpe
                            scheiding tussen de voor de stille kramers en de voor standwerkers
                            bestemde standplaatsen dient te blijven bestaan, zal het in sommige
                            gevallen -in het belang van de markt dan wel uit
                            billijkheidsoverwegingen tegenover de betrokken kooplieden niet van
                            overwegend bezwaar zijn, opengebleven standwerkerplaatsen aan stille
                            kramers toe te wijzen, met dien verstande dat aan laatstbedoelde
                            kooplieden wordt duidelijk gemaakt dat zij hieraan nimmer enig recht op
                            de desbetreffende standplaats zullen kunnen ontlenen. Tot toewijzing van
                            dergelijke standplaatsen aan stille kramers is alleen dan over te gaan,
                            indien op de markt beslist geen voor deze categorie kooplieden bestemde
                            standplaatsen meer beschikbaar zijn. Belangrijk is voorts de in het
                            derde lid opgenomen mogelijkheid om als koppel of duo een
                            standwerkerplaats te kunnen betrekken. Uitdrukkelijk is hierbij echter
                            de voorwaarde gesteld dat een duo zich tevoren als zodanig bij de
                            marktmeester moet melden en dat een duo als één loteling wordt
                            aangemerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Persoonlijk innemen standplaats; bijstand</titel></kop><al>In artikel 16 is bepaald dat de vergunninghouder in principe verplicht
                            is zelf op zijn standplaats aanwezig te zijn. Aangezien in artikel 6 is
                            bepaald dat de vergunninghouder een natuurlijk persoon moet zijn,
                            betekent dit dat de standplaats niet door bijvoorbeeld een medevennoot
                            van de vergunninghouder kan worden ingenomen. </al><al>De vergunninghouder kan zich doen bijstaan op grond van het tweede lid.
                            De artikelen 18 ('bijzondere omstandigheden') en 21 geven aan de
                            vergunninghouder de mogelijkheid om zaken te regelen, bijvoorbeeld om
                            naar de veiling te gaan. In het derde lid van artikel 18 is in verband
                            met de in de artikelen 23 en 24 vervatte verboden, thans een
                            normstelling opgenomen namelijk dat zowel de vergunninghouder als degene
                            die hem bijstaan zich niet schuldig mogen maken aan wangedrag of
                            bedrog.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aantal keren innemen vaste standplaats</titel></kop><al>De plicht om de standplaats het minimumaantal vastgestelde keren in te
                            nemen, geldt uiteraard alleen voor de vaste standplaatshouder en niet
                            voor de dagplaatshouder of standwerker. Dit is noodzakelijk om de
                            continuïteit in de bezetting te waarborgen. Het minimumaantal keren kan
                            worden aangepast aan de plaatselijke omstandigheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere
                                omstandigheden</titel></kop><al>In dit artikel worden de uitzonderingen gegeven op het uitgangspunt dat
                            de vergunninghouder zelf op de standplaats aanwezig dient te zijn. Het
                            is wel noodzakelijk dat het college of de marktmeester van elke
                            verhindering tot marktbezoek zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt
                            gesteld. Het college kan bepalen dat kortstondige afwezigheid
                            (bijvoorbeeld tot maximaal één uur) zonder mededeling of ontheffing is
                            toegestaan. Dit is van belang voor vergunninghouders, bijvoorbeeld voor
                            veilingbezoek, inkoop, bezoek aan vergaderingen en overige bedrijfs- en
                            sociale verplichtingen..</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Ontheffing en vervanging</titel></kop><al>Eerste lid: De ontheffing kan aan een maximum van twee jaar worden
                            gebonden voor wat betreft ziekte. Het bestuur van de NVM beveelt dit ook
                            sterk aan. Indien de ziekte langer dan twee jaar duurt, is veelal sprake
                            van blijvende arbeidsongeschiktheid.Tweede lid: In geval van ziekte,
                            vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college de
                            vergunninghouder van een vaste standplaats toestaan zich op zijn
                            standplaats te laten vervangen. Een maximumtermijn van zes weken is voor
                            vakantie gebruikelijk. Het college kan (bij langdurige vervanging) als
                            voorwaarde stellen dat de vervanger aan de vereisten van artikel 6
                            voldoet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Legitimatie en identiteit vergunninghouder</titel></kop><al>Bij herhaling is gebleken dat de kopers op de markt er behoefte aan
                            hebben te weten bij wie zij hun inkopen hebben gedaan. In de praktijk
                            wordt hier echter weinig de hand aan gehouden. Het moet ook door iedere
                            bonafide marktkoopman of -koopvrouw van belang worden geacht. Het vormen
                            van een vaste klanten kring kan hierdoor tevens worden bevorderd. </al><al>Vermelding van adres en woonplaats wordt in verband met gevaar van
                            inbraak bij de koopman, die tijdens de markt immers van huis is, niet
                            wenselijk geacht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Tijdstip innemen standplaats/ aan- en afvoer goederen</titel></kop><al>Het marktterrein behoort tot de openbare weg. Teneinde het marktterrein
                            tijdens de markt vrij te maken van alle verkeer, dient het college een
                            verkeersbesluit te nemen. Ten onrechte geparkeerde auto's kunnen met
                            toepassing van bestuursdwang, op kosten van de eigenaars, van het
                            marktterrein worden verwijderd nog vóór de eigenlijke opbouw van de
                            markt.</al><al>Voorwaarde is wel dat de tijden waarop het terrein beschikbaar moet zijn
                            ten behoeve van de markt, duidelijk worden medegedeeld. Het is van
                            belang de in het eerste lid gegeven tijdspanne zo ruim te nemen dat
                            hieraan in de regel kan worden voldaan. Veelal worden de tijden
                            vastgesteld in overleg met de instanties die de belangen van de
                            ambulante handel behartigen. Het tweede lid maakt duidelijk dat het in
                            het algemeen, in het belang van de orde op de markt, de vergunninghouder
                            niet kan worden toegestaan de markt op willekeurige, vóór de
                            sluitingstijd gelegen, momenten te verlaten. Het college dient invulling
                            te geven aan de bijzondere omstandigheden die ontheffing mogelijk
                            maken.</al><al>Op grond van het derde lid is het mogelijk dat over een vaste
                            standplaats beschikt kan worden ten gunste van een andere koopman,
                            indien de vergunninghouder de markt op een bepaalde dag niet bezoekt.
                            Daartoe is bepaald dat de vaste standplaats vóór een bepaald uur
                            ingenomen moet zijn. Indien bekend is dat de rechthebbende later op de
                            markt verschijnt, zal de standplaats uiteraard open moeten blijven. Het
                            vierde lid bevat hiervoor een regeling. Vroegtijdig -eventueel vóór de
                            openingstijd van de markt- toewijzen van de dagplaatsen (zie hiervoor
                            ook artikel 14) biedt het voordeel dat het publiek geen of weinig hinder
                            ondervindt van het aanvoeren van de marktartikelen. Indien de gemeente
                            de houder van een vaste standplaats nog enig voorrecht wil geven boven
                            de pas beginnende kooplieden, die nog niet over een vaste standplaats
                            beschikken, dan zou het toewijzen van dagplaatsen ná de opening van de
                            markt dienen te geschieden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Ten aanzien van de in artikel 22 opgenomen strafbepaling geldt dat van
                            overtreding alleen sprake kan zijn indien de verordening een ge- of
                            verbodsnorm (een verplichtende norm) inhoudt. Tegen overtredingen van de
                            in deze verordening opgenomen bepalingen, alsmede tegen handelingen die
                            de orde op de markt op enigerlei wijze kunnen verstoren, verdient voor
                            wat de marktkooplieden betreft een administratieve afhandeling de
                            voorkeur. Verwacht mag worden dat van de bepalingen, opgenomen in de
                            artikelen 22 tot en met 24, een sterk preventieve werking zal
                            uitgaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning</titel></kop><al>In artikel 23 worden de gronden genoemd waarop een vergunning voor een
                            vaste standplaats kan worden ingetrokken of geschorst. De zinsnede
                            'onverminderd artikel 13' is toegevoegd om aan te geven dat ook de
                            intrekking op grond van artikel 13 een punitieve sanctie is. Het
                            verdient aanbeveling een sanctiebeleid vast te stellen waarin wordt
                            aangegeven in welke gevallen de vergunning wordt geschorst dan wel
                            ingetrokken. Het artikel heeft een facultatief karakter. Het hangt van
                            de omstandigheden af of tot intrekking of schorsing wordt overgegaan. In
                            onderdeel c wordt ervan uitgegaan dat het niet-betalen van marktgeld een
                            grond kan zijn voor intrekking of schorsing van een
                            standplaatsvergunning voor de markt. Het moge duidelijk zijn dat deze
                            intrekkings- of schorsingsgrond niet lichtvaardig mag worden gebruikt.
                            Het kan wel een oplossing bieden voor (notoire) 'wanbetalers'. Voor alle
                            duidelijkheid wijzen wij erop dat deze uitspraak zich naar ons inzicht
                            alleen uitstrekt tot betalingsverplichtingen op basis van
                            publiekrechtelijke regelingen. De vraag of intrekking of schorsing ook
                            mogelijk is bij het niet nakomen van privaatrechtelijke
                            betalingsverplichtingen (huur of pacht) blijft in deze uitspraak
                            onbeantwoord.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker</titel></kop><al>In artikel 23 is de intrekking of schorsing van een vergunning voor een
                            vaste standplaats geregeld. Intrekking of schorsing ligt uiteraard
                            minder voor de hand bij niet-vaste standplaatsen, maar in de praktijk is
                            het van belang gebleken om naast de bevoegdheid tot onmiddellijke
                            verwijdering (artike125) ook een vergunninghouder van een dagplaats of
                            standwerkerplaats langduriger van de markt te kunnen verwijderen. Dit
                            kan zich bijvoorbeeld voordoen indien een vergunninghouder voor een
                            vaste standplaats op de vuist gaat met een dagplaatshouder of
                            standwerker. In dit artikel 24 is dan ook de mogelijkheid opgenomen om
                            in de daarin genoemde gevallen de vergunninghouder voor maximaal vier
                            marktdagen uit te sluiten van de toewijzing van een dagplaats of een
                            standwerkerplaats.</al><al>Het in onderdeel d genoemde kan worden opgenomen ter bestraffing van
                            niet-betalende dagplaatshouders of standwerkers. Zie verder de
                            toelichting onder artikel 23, onderdeel c.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>In artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald dat ter uitvoering van
                            wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale en gemeentelijke
                            verordeningen het gemeentebestuur de bevoegdheid heeft om bestuursdwang
                            toe te passen. Dit artikel bevat voor het college de
                            bevoegdheidsgrondslag om bestuursdwang toe te passen bij overtreding van
                            de marktverordening en de daarop gebaseerde voorschriften. In de
                            artikelen 5:21 tot en met 5:36 van de Algemene wet bestuursrecht worden
                            regels over de besluitvorming omtrent en de toepassing van bestuursdwang
                            (en dwangsom) gegeven. De in artikel 25 geregelde onmiddellijke
                            verwijdering is een vorm van bestuursdwang, waarbij de spoedeisendheid
                            als bedoeld in artikel 5:24, zesde lid, van de Algemene wet
                            bestuursrecht wordt verondersteld.</al><al>Achteraf dient dan het besluit tot het toepassen van bestuursdwang op
                            papier te worden gesteld. Van deze bevoegdheid moet uiteraard alleen in
                            zeer spoedeisende gevallen gebruik worden gemaakt. Overigens is in
                            artikel 5 :23 van de Algemene wet bestuursrecht geregeld dat de
                            bepalingen over bestuursdwang niet van toepassing zijn indien wordt
                            opgetreden ter onmiddellijke handhaving van de openbare orde. Op grond
                            van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht dienen belanghebbenden
                            bij toepassing van artikel 25 in beginsel in de gelegenheid te worden
                            gesteld hun zienswijze (mondeling dan wel schriftelijk) kenbaar te
                            maken. Artikel 4:11 Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat dit horen
                            niet nodig is in spoedeisende situaties. Onderdeel c is gewijd aan de
                            niet-actieve standwerker. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>In artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht wordt aangegeven dat
                            onder toezichthouder wordt verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of
                            krachtens een wettelijk voorschrift is belast met het houden van
                            toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk
                            voorschrift. Een persoon die aangewezen is als toezichthouder beschikt
                            in beginsel over alle in afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht
                            opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5: 14 van de Algemene wet
                            bestuursrecht kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit
                            van het college worden beperkt. Het ligt voor de hand de marktmeester
                            als toezichthouder aan te wijzen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na afkondiging in
                            het plaatselijke</al><al>weekblad “De krant van Midden-Drenthe".</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>