<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR85380_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Parkeerbelastingen 2009 (incl. aanwijzings- en uitvoeringsbesluit)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Deurne</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Deurne</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad van Deurne, 24-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Parkeerbelastingen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149, 156, 219, 225 en 234</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-04-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2009, 029c</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>algemeen bestuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Parkeerbelastingen 2009 (incl. aanwijzings- en uitvoeringsbesluit)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad der gemeente Deurne</vet></al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 april 2009,
                        nr. 29;</al><al>gehoord de commissie Verkeer &amp; Dienstverlening d.d. 2 juni
                        2009;</al><al>gelet op het bepaalde in de artikelen 149, 156, 219, 225 en 234 van de
                        Gemeentewet en op het bepaalde in het Besluit gemeentelijke
                        parkeerbelastingen</al><al>BESLUIT</al><al>vast te stellen de navolgende <vet>Verordening Parkeerbelastingen
                        2009</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990;</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="d."><al>houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het
                                    krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens;</al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan</al></li><li nr="f."><al>centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven
                                    waarmee de gemeente Deurne een overeenkomst heeft gesloten,
                                    bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader
                                    van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren
                                    met gebruik van een telefoon en/of internet;</al></li><li nr="g."><al>Deurnepas: identificatiemiddel waarmee via internet kan worden
                                    ingelogd op een centrale computer voor het aan- of melden van
                                    een parkeerbeweging.</al></li><li nr="h."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorend bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="i."><al>belanghebbendenparkeerplaats: een parkeerplaats die is aangeduid
                                    met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen
                                    een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990
                                    met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                                    uitgezonderd; </al></li><li nr="j."><al>parkeervergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op een daartoe aangewezen parkeerapparatuurplaats
                                    en/of belanghebbendenparkeerplaats</al></li><li nr="k."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een parkeervergunning is verleend.</al></li><li nr="l."><al>Gehandicaptenparkeerplaats: een parkeerplaats voorzien van het
                                    bord E6 RVV 1990, al dan niet voorzien van een onderbord</al></li><li nr="m."><al>Kwartaal: Kalenderkwartaal</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op
                                    een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin
                                    aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip
                                    en wijze;</al></li><li nr="b."><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende
                                    vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die
                                    vergunning aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven
                                    van degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></li><li nr="2."><al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede
                                    aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft
                                            of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b."><al>zolang geen voldoening van de belasting genoemd in
                                            artikel 2, onderdeel a heeft plaatsgevonden: de houder
                                            van het voertuig, met dien verstande dat:</al></li></lijst></li></lijst><al>1° indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst
                            wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge
                            deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar
                            de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft
                            geparkeerd;</al><al>2° indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan
                            ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig
                            heeft geparkeerd.</al><lijst><li nr="3."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet
                                    geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel
                                    b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt
                                    aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het
                                    parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik
                                    gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen
                                    voorkomen.</al></li><li nr="4."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven
                                    van degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak
                            zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel
                            uitmakende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij
                                de aanvang van het parkeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij
                                de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt
                                geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing, termijnen van betaling en restitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door
                                voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het
                                parkeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting
                                overeenkomstig de aangifte worden betaald uiterlijk binnen een maand
                                na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het
                                parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door
                                het via een telefoon of via de Deurnekaart inloggen op de centrale
                                computer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven wordt
                                geheven via een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waartoe ook
                                wordt gerekend een nota of andere schriftuur, en moet worden betaald
                                voorafgaand aan het tijdstip waarop de vergunning wordt
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt berekend per
                                kalenderjaar.</al><lijst><li nr="a."><al>Indien een parkeervergunning wordt toegekend
                                                <vet><cursief>op
                                                of</cursief></vet><vet><cursief>voor</cursief></vet>
                                        de 15<sup>e</sup> van de tweede maand van het betreffende
                                        kwartaal wordt het volledige kwartaalbedrag in rekening
                                        gebracht.</al></li><li nr="b."><al>Indien een parkeervergunning wordt toegekend
                                                <vet><cursief>na</cursief></vet> de 15<sup>e</sup>
                                        van de tweede maand van het betreffende kwartaal wordt het
                                        volledige kwartaalbedrag in rekening gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Restitutie van reeds betaalde belasting als bedoeld in artikel 2,
                                onderdeel b vindt plaats voor de resterende kwartalen van het jaar,
                                gerekend vanaf het moment dat de parkeervergunning wordt
                                ingeleverd.</al><lijst><li nr="a."><al>Indien een parkeervergunning wordt ingeleverd
                                                <vet><cursief>op
                                                of</cursief></vet><vet><cursief>voor</cursief></vet>
                                        de 15<sup>e</sup> van de tweede maand van het betreffende
                                        kwartaal, dan vindt volledige restitutie van het
                                        kwartaalbedrag plaats.</al></li><li nr="b."><al>Indien een parkeervergunning wordt ingeleverd
                                                <vet><cursief>na</cursief></vet> de 15<sup>e</sup>
                                        van de tweede maand van het betreffende kwartaal, dan vindt
                                        geen restitutie van het kwartaalbedrag plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                            betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden
                            geparkeerd, geschiedt in alle gevallen door burgemeester en wethouders.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kosten naheffingsaanslag</titel></kop><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in
                            artikel 2, onderdeel b, bedragen € 49,--.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstelling van het betalen van parkeerbelastingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het parkeren van de volgende gebruikers wordt niet gereguleerd en
                                zijn derhalve vrijgesteld van het parkeren van parkeerbelastingen
                                als bedoeld in artikel 2 van deze verordening:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als zodanig herkenbare politievoertuigen</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>als zodanig herkenbare brandweervoertuigen</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>als zodanig herkenbare ambulances</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>als zodanig herkenbare dierenambulances </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op gehandicaptenparkeerplaatsen wordt geen parkeerbelasting
                                geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgermeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van parkeerbelastingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening Parkeerbelasting 2008" wordt ingetrokken met
                                    dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                    feiten die zich hebben voorgedaan vóór de in het tweede lid
                                    genoemde datum van ingang van de heffing.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 februari
                                    2010.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van heffing is1 februari
                                    2010.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                    Parkeerbelastingen 2009".</al></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7 juli 2009</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2009</label></kop><structuurtekst><al><vet>A. </vet><vet> Tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur als
                                bedoeld in art. 2 onderdeel </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het tarief voor het parkeren bedraagt € 0,80 per uur</al></li><li nr="2."><al>Het maximale tarief bedraagt € 3,20 per dag op de
                                    parkeerterreinen:</al></li><li nr="§"><al>Kerkstraat, de overige plaatsen</al></li><li nr="§"><al>Martinetstraat/Schuifelenberg</al></li><li nr="§"><al>Heuvel </al></li><li nr="§"><al>Visser</al></li><li nr="§"><al>Molenberg</al></li><li nr="3."><al>Voor een onbeperkt aantal parkeringen in geheel Deurne met
                                    uitzondering van de straten en pleinen waar een maximale inworp
                                    geldt van 90 minuten, te weten de Molenstraat, Molenlaan (ged.)
                                    Kerkstraat en plein Wolfsberg:</al></li><li nr="a."><al>Voor de periode van een kalenderdag € 7,00</al></li><li nr="b."><al>Voor de periode van kalenderweek € 16,50</al></li><li nr="c."><al>Voor een periode van een kalendermaand € 49,50</al></li><li nr="d."><al>Voor een periode van een kalenderjaar € 544,50</al></li></lijst><al><vet>B. </vet><vet> Tarieven voor een parkeervergunning, zoals bedoeld
                                in art. 2 onderdeel b</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Belanghebbendenvergunning € 100,-- per jaar</al></li><li nr="2."><al>Bewonersvergunning A € 100,-- per jaar</al></li><li nr="3."><al>Bewonersvergunning B € 200,-- per jaar</al></li><li nr="4."><al>Bedrijfsvergunning € 100,-- per jaar</al></li><li nr="5."><al>Zorgvergunning € 100,-- per jaar</al></li><li nr="6."><al>Marktvergunning € 100,-- per jaar</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Toelichting op de verordening parkeerbelastingen</label></kop></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>In de verordening parkeerbelastingen is de toepassing van
                    betaald parkeren geregeld, zoals bedoeld in artikel 225 van de gemeentewet. In
                    artikel 2 van deze verordening zijn de vormen van parkeerbelastingen zoals die
                    in de gemeentewet zijn opgenomen letterlijk weergegeven.</tussenkop><al>Parkeerbelastingen hebben uitsluitend betrekking op wegen die openbaar zijn in
                    de zin van de Wegenwet. Dit zijn wegen die niet zijn afgesloten voor het verkeer
                    door fysieke maatregelen (slagboom) of het bord “verboden toegang, art 461
                    wetboek van strafrecht”. Op wegen met het predicaat “eigen weg” is het toepassen
                    van parkeerbelasting uitsluitend mogelijk als daarover afspraken zijn gemaakt
                    tussen gemeente en eigenaar van de betreffende weg.</al><al>Het betalen van parkeerbelasting is verplicht als men op de met parkeerbelasting
                    gereguleerde parkeerplaatsen wil parkeren. Als men besluit elders te parkeren
                    hoeft men de belasting niet te betalen. De belastingbetaler betaalt direct (aan
                    de parkeermeter, maar ook dagkaart, weekkaart etc. of dient een verzoek in om de
                    parkeerbelasting te mogen betalen (parkeervergunning). In het eerste geval is de
                    parkeerder zelf verantwoordelijk voor het inschatten van de tijd dat hij denkt
                    te parkeren. Restitutie is in die gevallen niet aan de orde. Ook niet als de
                    parkeerder om welke omstandigheden dan ook zijn parkeertijd niet gebruikt.</al><al>Het tarief van de parkeervergunning is een kwartaaltarief. De parkeervergunning
                    wordt verstrekt voor een kalenderjaar. Bij aanvraag dient het bedrag voor jaar
                    vanaf het moment van aanvragen te worden betaald. Omdat het per dag berekenen
                    van het tarief dat moet worden betaald leidt tot een aanzienlijke
                    administratieve rompslomp, is de </al></nota-toelichting><nota-toelichting><al>verrekening beperkt. Indien de parkeervergunning wordt toegewezen (de datum van
                    het betalingsverzoek is hierbij bepalend) in de eerste helft van een kwartaal,
                    dan dient het volledige kwartaal te worden betaald. Indien de toewijzing plaats
                    vindt in de tweede helft, dan hoeft het gehele kwartaal niet te worden betaald.
                    De gemeente zal gemiddeld genomen het juiste bedrag ontvangen.</al><al>Restitutie van de parkeerbelastingen vindt alleen plaats voor de
                    parkeervergunningen. Voorwaarde is dat deze fysiek worden ingeleverd. In dat
                    geval worden de resterende (betaalde) kwartalen van het kalenderjaar
                    gerestitueerd. Het kwartaal waarin de vergunning wordt ook gerestitueerd indien
                    de vergunning in de eerste helft van het betreffende kwartaal wordt ingeleverd.
                    Gebeurt dit in de tweede helft, dan vindt geen restitutie over het betreffende
                    kwartaal plaats. </al><al>Artikel 7 regelt de bevoegdheden van het College van B&amp;W. Het aanwijzen van
                    parkeerplaatsen waar een fiscaal regime geldt, geschiedt in het
                    “Aanwijzingsbesluit”, terwijl de tijden dat betaald parkeren van kracht is en de
                    wijze waarop moet worden betaald is gereld in het “Uitwerkingsbesluit”.</al><al>De kosten voor het opleggen van een naheffingsaanslag mag de gemeente
                    doorrekenen aan de overtreder. Er is echter wel een maximum aan verbonden. Dit
                    bedrag wordt jaarlijks gepubliceerd in de Staatscourant. De gemeente wordt
                    geacht te beschikken over de onderbouwing van het gehanteerde tarief.</al><al>Gelet op het feit dat parkeerbelastingen een zakelijke belasting zijn (ze worden
                    opgelegd ongeacht de omstandigheid), kan de gemeente hier geen ‘ontheffing’ op
                    vertrekken. Gelijke gevallen dienen gelijk te worden behandeld. Wel is het
                    mogelijk om groepen, waarvan zij het parkeren niet hoeft te worden gereguleerd,
                    vrij te stellen van het betalen van parkeerbelastingen. Het is dus niet mogelijk
                    om (bijvoorbeeld) voertuigen van de gemeentelijke groenvoorzieningen een
                    ontheffing te verstrekken en</al><gegeven><label>private hoveniersbedrijven niet. Gelijke gevallen dienen gelijk te worden behandeld. Als de gemeente deze voertuigen wil vrijstellen van parkeerbelastingen, dan dient zij alle voertuigen van alle hovenierbedrijven vrij te stellen van parkeerbelastingen. (zie ook uitspraak Hof Leeuwarden 9 maart 2001, nr 00/00537-E-4).</label><dagtekening><datum isodatum="2011-01-28">2011-01-28</datum></dagtekening></gegeven></nota-toelichting><nota-toelichting><bijlage><kop><label>Burgemeester en wethouders van Deurne</label></kop><al>B e s l u i t e n :</al><al>gelet op artikel 7 van de vigerende Verordening Parkeerbelastingen;</al><al>Vast te stellen het <vet>Aanwijzingsbesluit Parkeerbelastingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>aan te wijzen als plaatsen waarop slechts tegen betaling van
                                belasting als bedoeld in artikel 2 van de vigerende verordening
                                parkeerbelastingen mag worden geparkeerd het gebied dat wordt
                                begrensd door:</al></li><li nr="§"><al>Zandbosweg (tussen Houtenhoekweg en Kruisstraat);</al></li><li nr="§"><al>Ligthartstraat (tussen Mollerstraat en Zandbosweg)</al></li><li nr="§"><al>Kruisstraat;</al></li><li nr="§"><al>Kerkstraat;</al></li><li nr="§"><al>Molenlaan;</al></li><li nr="§"><al>Europastraat:</al></li><li nr="§"><al>Hogeweg;</al></li><li nr="§"><al>Lagekerk;</al></li><li nr="§"><al>Heuvelstraat</al></li><li nr="§"><al>Houtenhoekweg (tussen Heuvelstraat en Zandbosweg)</al></li><li nr="2."><al>Voor alle straten geldt: Inclusief de in deze straten of straatdelen
                                gelegen parkeerplaatsen.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel 2</vet></tussenkop><al>Aan te wijzen als plaatsen waarop in afwijking van art 1 van dit besluit
                        uitsluitend met een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2 onderdeel b
                        van de vigerende verordening parkeerbelastingen mag worden geparkeerd: de
                        parkeerplaatsen in de straten:</al><lijst><li nr="§"><al>Lindelaan tussen nr 3 en de Kerkstraat</al></li><li nr="§"><al>De parkeerplaatsen aan de noordzijde van het parkeerterrein
                                Heuvel</al></li><li nr="§"><al>Vlierdenseweg tussen nrs 12 en 26</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Aan te wijzen als plaatsen waarop met maximale inworp de initiële
                                parkeerduur 60 minuten bedraagt. Parkeerplaatsen <cursief>langs de
                                    rijbaan</cursief> van de straten:</al></li><li nr="§"><al>Kerkstraat</al></li><li nr="§"><al>Molenstraat</al></li><li nr="§"><al>Molenlaan (gedeeltelijk)</al></li></lijst><al>en het parkeerterrein Wolfsberg</al><tussenkop>Artikel 4 </tussenkop><al>aan te wijzen als plaatsen waarop ook met een week- maand- of jaarkaart als
                        bedoeld in A3b-c van de tarieventabel van de vigerende verordening
                        parkeerbelastingen mag worden geparkeerd:</al><al>In het gebied zoals genoemd in artikel 1, met uitzondering van de plaatsen
                        waar een maximale inworp geldt zoals genoemd in artikel 3.</al><tussenkop>Artikel 5 Citeertitel</tussenkop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Aanwijzingsbesluit
                        Parkeerbelastingen’. </al><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding en
                        overgangsbepalingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Dit Aanwijzingsbesluit vervangt voorgaande besluiten omtrent het
                                aanwijzen van parkeerplaatsen waar parkeerbelasting wordt geheven.
                            </al></li><li nr="2."><al>Dit besluit treedt na bekendmaking in werking op 1 februari
                                2010.</al></li></lijst><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2009 </al></bijlage></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>Burgemeester en wethouders van Deurne</label></kop><al><vet>B e s l u i t e n</vet> :</al><al>gelet op artikel 225 van de Gemeentewet</al><al>mede gelet op artikel 7 van de vigerende Verordening Parkeerbelastingen
                    2009;</al><al>tevens gelet op artikel 3 en artikel 4 van de vigerende Parkeerverordening</al><tussenkop>vast te stellen het Uitvoeringsbesluit
                    Parkeren</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Definities</tussenkop><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="m."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="n."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;</al></li><li nr="o."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan
                            van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en
                            gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan
                            wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente
                            gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten,
                            waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift
                            is verboden;</al></li><li nr="p."><al>houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven
                            kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de
                            Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;</al></li><li nr="q."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van
                            verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                            overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="r."><al>centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven waarmee de
                            gemeente Deurne een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de
                            registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van
                            diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon
                            en/of internet;</al></li><li nr="s."><al>Deurnepas: identificatiemiddel waarmee via internet kan worden ingelogd
                            op een centrale computer voor het aan- of melden van een
                            parkeerbeweging;</al></li><li nr="t."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorend bij
                            parkeerapparatuur;</al></li><li nr="u."><al>belanghebbendenparkeerplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met
                            bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone
                            aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift
                            zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; </al></li><li nr="v."><al>parkeervergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                            vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te
                            parkeren op een daartoe aangewezen parkeerapparatuurplaats en/of
                            belanghebbendenparkeerplaats;</al></li><li nr="w."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een
                            parkeervergunning is verleend;</al></li><li nr="x."><al>gehandicaptenparkeerplaats: een parkeerplaats voorzien van het bord E6
                            RVV 1990, al dan niet voorzien van een onderbord.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2 Tijden van parkeerregulering</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Als tijden van regulering als bedoeld in artikel 2 van de vigerende
                            verordening par keerbelastingen, In het uitbreidingsgebied te
                            weten:</al></li><li nr="-"><al>Helmondseweg (tussen Heuvelstraat en Markt)</al></li><li nr="-"><al>Vorsterhof</al></li><li nr="-"><al>Pelikaanhof</al></li><li nr="-"><al>Postpaadje</al></li><li nr="-"><al>Van Gilsstraat</al></li><li nr="-"><al>Zandbosweg (tussen Houtenhoekweg en Kruisstraat)</al></li><li nr="-"><al>Kruisstraat</al></li><li nr="-"><al>Lighthartstraat (tussen Mollerstraat en Zandbosweg)</al></li><li nr="-"><al>Parkhof</al></li><li nr="-"><al>Europastraat</al></li><li nr="-"><al>Aaltje Reddingiusstraat (tussen Helmondseweg en heuvel m.u.v.
                            parkeerterrein)</al></li></lijst><al>gelden de navolgende venstertijden:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met donderdag van 08.00 uur tot 19.00 uur</al></li><li nr="b."><al>op vrijdag van 08.00 uur tot 22.00 uur</al></li></lijst><al>In het overige betaald parkeren gebied gelden de navolgende venstertijden.</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al>op maandag tot en met donderdag van 08.00 uur tot 19.00 uur</al></li><li nr="d."><al>op vrijdag van 08.00 uur tot 22.00 uur</al></li><li nr="e."><al>zaterdag van 08.00 uur tot 18.00 uur</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het parkeren op belanghebbendenparkeerplaatsen, is slechts toegestaan
                            met vergun ning gedurende maandag tot en met zondag van 00.00 uur tot
                            24.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel is betaald
                            parkeren als bedoeld in artikel 2 van de vigerende Verordening
                            Parkeerbelastingen, met uitzondering van de
                            belanghebbendenparkeerplaatsen, niet van toepassing op: </al></li><li nr="§"><al>nieuwjaarsdag, </al></li><li nr="§"><al>tweede paasdag, </al></li><li nr="§"><al>hemelvaartsdag, </al></li><li nr="§"><al>tweede pinksterdag, </al></li><li nr="§"><al>eerste kerstdag en </al></li><li nr="§"><al>tweede kerstdag.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3 Geldigheid van de parkeervergunning voor
                    bewoners</tussenkop><al>1.Een parkeervergunning met code 001 is geldig op de parkeerplaatsen in de
                    straten c.q. straatdelen:</al><al>In geheel Deurne met uitzondering van het parkeerterrein A. Reddingiusstraat en
                    de straten en pleinen waar een maximale inworp geldt van 60 minuten, te weten de
                    Molenstraat, Molenlaan (ged.) Kerkstraat en plein Wolfsberg en belanghebbenden
                    parkeerplaatsen op de Heuvel, Lindenlaan, Vlierdenseweg.</al><lijst><li nr="2."><al>Een parkeervergunning met code 002 is geldig op de
                            belanghebbendenparkeerplaatsen aan de noordzijde van het parkeerterrein
                            Heuvel.</al></li><li nr="3."><al>Een parkeervergunning met code 003 is geldig op de
                            belanghebbendenparkeerplaatsen in de Vlierdenseweg tussen nrs 12 en 26.
                        </al></li><li nr="4."><al>Een parkeervergunning met de code 004 is geldig op de
                            belanghebbendenparkeerplaatsen in de Lindelaan tussen nr 3 en de
                            Kerkstraat. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4 Geldigheid van de parkeervergunning voor
                    bedrijven</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De parkeervergunning voor bedrijven is geldig op de parkeerplaatsen in
                            de volgende straten c.q. straatdelen: </al></li><li nr="*"><al>Helmondseweg (tussen Heuvelstraat en Postpaadje)</al></li><li nr="*"><al>Vorstershof (parkeerterreintje)</al></li><li nr="*"><al>Zandbosweg (tussen Houtenhoekweg en Kruisstraat)</al></li><li nr="*"><al>Ligthartstraat (tussen Zandbosweg en Mollerstraat)</al></li><li nr="*"><al>Kruisstraat</al></li><li nr="*"><al>Kerkstraat (tussen Kruisstraat en Molenlaan)</al></li><li nr="*"><al>Europastraat (direct langs de rijbaan)</al></li><li nr="*"><al>Parkeerterrein Kerkstraat (gedeeltelijk)</al></li><li nr="*"><al>Aaltje Reddingiusstraat (tussen Helmondseweg en heuvel m.u.v.
                            parkeerterrein)</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5 Geldigheid van de Zorgvergunning</tussenkop><al>De zorgvergunning is geldig in het gehele betaald parkeren gebied echter is er
                    een maximum aan de parkeerduur en deze bedraagt 60 minuten.</al><tussenkop>Artikel 6 Wijze van vaststellen van het maximaal aantal
                    uit te geven parkeervergunningen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het maximaal aantal uit te verstrekken vergunningen aan bewoners en
                            bedrijven wordt bepaald aan de hand van het feitelijk gebruik van de
                            parkeerplaatsen op de openbare weg in het betreffende
                            vergunninggebied.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel wordt in een
                            gebied waar voor het eerst parkeerregulering wordt toegepast gedurende
                            een periode van maximaal 15 maanden:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal uit te geven vergunningen aan bewoners gemaximeerd op
                                    90% van het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg in het
                                    betreffende uitbreidingsgebied.</al></li><li nr="b."><al>het aantal uit te geven vergunningen aan bedrijven gemaximeerd
                                    op 75% van het aantal parkeerplaatsen dat op de openbare weg in
                                    het betreffende gebied, voor zover beschikbaar voor
                                    bedrijfsvergunningen.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Artikel 7 Maximaal aantal uit te geven
                    parkeervergunningen per gebied</tussenkop><tussenkop>Voor de in onderstaande tabel genoemde gebieden gelden de in de tabel
                    vermelde maxima voor de uit te geven parkeervergunningen: </tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="72*"/><colspec colname="col2" colwidth="28*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vergunninggebied</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrijfsvergunningen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>*Helmondseweg (tussen Heuvelstraat en Postpaadje)</al><al>*Vorstershof (parkeerterreintje)</al><al>*Zandbosweg (tussen Houtenhoekweg en Kruisstraat)</al><al>*Ligthartstraat (tussen Zandbosweg en Mollerstraat)</al><al>*Kruisstraat</al><al>*Kerkstraat (tussen Kruisstraat en Molenlaan)</al><al>*Europastraat (direct langs de rijbaan)</al><al>*Parkeerterrein Kerkstraat (gedeeltelijk)</al><al>*Aaltje Reddingiusstraat (tussen Helmondseweg en heuvel
                                        m.u.v. parkeerterrein)</al></entry><entry colname="col2"><al>150</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikel 8 Intrekken of wijzigen
                    parkeervergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het College kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder</al></li><li nr="b."><al>of ambtshalve;</al><lijst><li nr="i."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, op basis waarvan
                                            de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het
                                            daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="ii."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de
                                            omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van
                                            de vergunning;</al></li><li nr="iii."><al>wanneer ten behoeve van het voertuig van de
                                            vergunninghouder een gehandicaptenparkeerplaats wordt
                                            aangelegd;</al></li><li nr="iv."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                            vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="v."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan
                                            de vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="vi."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                            onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="vii."><al>om redenen van openbaar belang;</al></li><li nr="viii."><al>bij niet tijdige betaling en geen reactie op de
                                            aanmaning.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b
                            onder v of vi wordt een aanvraag voor een parkeervergunning door
                            dezelfde vergunninghouder, binnen 6 maanden na intrekking,
                            geweigerd.</al></li><li nr="3."><al>Indien een parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b
                            onder vii wordt uitsluitend een nieuwe vergunning verstrekt na nieuwe
                            aanvraag.</al></li><li nr="4."><al>Een Bewonersvergunning B kan worden ingetrokken indien een wachtlijst
                            voor Bewonersvergunning A ontstaat.</al></li><li nr="5."><al>Indien de Bewonersvergunning B wordt ingetrokken op grond van het vierde
                            lid van dit artikel wordt een opzegtermijn in acht genomen van minimaal
                            3 maanden tot het einde van de vergunningtermijn.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 9 Bewonersvergunning A </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het College kan aan een bewoner, onverminderd het gestelde in artikel 6,
                            op aanvraag een Bewonersvergunning A verlenen voor het vergunninggebied
                            waarin hij woonachtig is, indien hij:</al><lijst><li nr="a."><al>kentekenhouder van het motorvoertuig of gemotoriseerd voertuig
                                    op 3 of meer wielen met een kenteken is, of krachtens een lease-
                                    overeenkomst feitelijk gebruiker is van het motorvoertuig of
                                    gemotoriseerd voertuig, en</al></li><li nr="b."><al>staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basis Administratie op
                                    een adres in een gebied waar voor parkeervergunningen worden
                                    vertrekt, zoals bedoeld in art. 3 van dit besluit, en</al></li><li nr="c."><al>op het betreffende adres geen Bewonersvergunning A is verstrekt,
                                    en</al></li><li nr="d."><al>niet reeds in het bezit is van een Bewonersvergunning B en</al></li><li nr="e."><al>niet beschikt, zou kunnen beschikken of had kunnen beschikken
                                    over een eigen parkeervoorziening </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder een eigen parkeervoorziening wordt in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>Een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,0 meter
                                    en een breedte van 2,50 meter;</al></li><li nr="b."><al>Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare
                                    weg;</al></li><li nr="c."><al>Een parkeerplaats in een parkeergarage die is gebouwd (mede) ten
                                    behoeve van de woning;</al></li><li nr="d."><al>Een reeds verstrekte bedrijfsvergunning op het betreffende
                                    adres.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een Bewonersvergunning A wordt verleend op kenteken.</al></li><li nr="4."><al>De afgifte van de Bewonersvergunning A geschiedt op anciënniteit.</al></li><li nr="5."><al>Aan de Bewonersvergunning A kunnen zowel beperkingen worden verbonden
                            met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                            tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning
                            ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet
                            voldoen aan één van de in het eerste lid genoemde voorwaarden, met dien
                            verstande dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, waarbij gelijk
                            hierbij betrekking heeft op het parkeergedrag annex
                            parkeernoodzakelijkheid.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 10 Bewonersvergunning B</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het College kan aan een bewoner, onverminderd het gestelde in artikel 6,
                            op aanvraag een Bewonersvergunning B verlenen voor het vergunninggebied
                            waarin hij woonachtig is, indien hij:</al><lijst><li nr="a."><al>kentekenhouder van het motorvoertuig of gemotoriseerd voertuig
                                    op 3 of meer wielen met een kenteken is, of krachtens een lease-
                                    overeenkomst feitelijk gebruiker is van het motorvoertuig of
                                    gemotoriseerd voertuig, en</al></li><li nr="b."><al>staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basis Administratie op
                                    een adres in een gebied waar voor parkeervergunningen worden
                                    vertrekt, zoals bedoeld in art. 3 van dit besluit, en</al></li><li nr="c."><al>niet reeds in het bezit is van een Bewonersvergunning A en</al></li><li nr="d."><al>niet reeds in het bezit is van een Bewonersvergunning B en</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien het adres, zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel,
                            beschikt, zou kunnen beschikken of had kunnen beschikken over één of
                            meer eigen parkeervoorzieningen, dan wordt deze dit aantal eigen
                            parkeervoorzieningen in mindering gebracht op het aantal vergunningen
                            waarop de persoon ten behoeve van het betreffende adres conform het
                            eerste lid van dit artikel aanspraak zou kunnen maken.</al></li><li nr="3."><al>Onder een eigen parkeervoorziening wordt in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>Een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,0 meter
                                    en een breedte van 2,50 meter;</al></li><li nr="b."><al>Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare
                                    weg;</al></li><li nr="c."><al>Een parkeerplaats in een parkeergarage die is gebouwd (mede) ten
                                    behoeve van de woning;</al></li><li nr="d."><al>Een reeds verstrekte bedrijfsvergunning op het betreffende
                                    adres.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een Bewonersvergunning B wordt verleend op kenteken.</al></li><li nr="5."><al>De afgifte van de Bewonersvergunning B geschiedt op anciënniteit.</al></li><li nr="6."><al>Aan de Bewonersvergunning B kunnen zowel beperkingen worden verbonden
                            met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                            tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></li><li nr="7."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning
                            ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet
                            voldoen aan één van de in het eerste lid genoemde voorwaarden, met dien
                            verstande dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, waarbij gelijk
                            hierbij betrekking heeft op het parkeergedrag annex
                            parkeernoodzakelijkheid.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 11 Bedrijfsvergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het College kan aan een rechtspersoon, onverminderd het gestelde in
                            artikel 6, op aanvraag een bedrijfsvergunning verlenen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>deze kentekenhouder van het motorvoertuig of gemotoriseerd
                                    voertuig op 3 of meer wielen is of krachtens een
                                    leaseovereenkomst feitelijk gebruiker is van het motorvoertuig
                                    of,</al></li><li nr="b."><al>aangetoond wordt dat de kentekenhouder van het motorvoertuig
                                    waarvoor door het bedrijf een vergunning wordt aangevraagd in
                                    loondienst is bij dat bedrijf en</al></li><li nr="c."><al>de rechtspersoon gevestigd is in de een gebied waar
                                    parkeerregulering van kracht is, zoals bedoeld in art. 2
                                    onderdeel a van de vigerende verordening
                                    parkeerbelastingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder een eigen parkeervoorziening wordt in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>Een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,0 meter
                                    en een breedte van 2,50 meter;</al></li><li nr="b."><al>Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare
                                    weg;</al></li><li nr="c."><al>Een parkeerplaats in een parkeergarage die is gebouwd (mede) ten
                                    behoeve van het bedrijf of de instelling;</al></li><li nr="d."><al>Reeds verstrekte bewonersvergunningen op het betreffende
                                    adres.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een bedrijfsparkeervergunning kan worden verleend:</al></li></lijst><al>op kenteken van het motorvoertuig of gemotoriseerd voertuig waarvoor de
                    vergunning is verleend.</al><lijst><li nr="4."><al>Aan de bedrijfsvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                            betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
                            tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning
                            ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet
                            voldoen aan één van de in het eerste lid genoemde voorwaarden, met dien
                            verstande dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, waarbij gelijk
                            hierbij betrekking heeft op het parkeergedrag annex
                            parkeernoodzakelijkheid.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 12 Marktvergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het College kan op aanvraag, aan een marktkoopman op de markt een
                            marktvergunning verlenen voor het parkeren op een marktdag indien de
                            marktkoopman staat ingeschreven als vaste plaatshouder van de
                            markt.</al></li><li nr="2."><al>Aan de marktvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                            betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
                            tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 13 Zorgvergunning </tussenkop><al>1.Het College kan aan een professionele zorgverlener of mantelzorgverlener op
                    aanvraag een zorgvergunning verlenen, indien:</al><al>2. deze kentekenhouder van het motorvoertuig of gemotoriseerd voertuig op 3 of
                    meer wielen is of krachtens een leaseovereenkomst feitelijk gebruiker is van het
                    motorvoer tuig of,</al><al>3. Aan kan tonen in dienst te zijn van een professionele zorginstelling, of
                    middels een doktersverklaring en brief van de hulpbehoevende aan kan tonen
                    mantelzorgverlener te zijn.</al><al>4. Bij gebruik van de mantelzorgvergunning geldt een maximale parkeerduur van 60
                    minuten. Dit moet worden kenbaar gemaakt middels een parkeerschijf.</al><tussenkop>Artikel 14 Jaarkaart</tussenkop><al>Aan te wijzen als plaatsen waarop ook met een week- maand- of jaarkaart als
                    bedoeld in A3b-c van de tarieventabel van de vigerende verordening
                    parkeerbelastingen mag worden geparkeerd:</al><al>In het gebied zoals genoemd in artikel 1, met uitzondering van de plaatsen waar
                    een maximale inworp geldt zoals genoemd in artikel 3 van het
                    aanwijzingsbesluit.</al><tussenkop>Artikel 15 Voorschriften voor het in werking stellen van
                    de parkeerapparatuur</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bij het in werking stellen van de parkeerapparatuur moeten de
                            aanwijzingen en voorschriften, aangegeven op of bij de
                            parkeerapparatuur, in acht worden genomen. Van de verschuldigde
                            belasting per tijdseenheid en de eventuele toegepaste maximale inworp
                            wordt op of bij de parkeerapparatuur of het betaalmiddel
                            kennisgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door middel
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>een al dan niet rekeninggebonden Chipknip of</al></li><li nr="b."><al>door middel van contante betaling (uitsluitend indien de
                                    parkeerapparatuur daarvoor geschikt is).</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het saldo op de gebruikte chipkaart(en) dient ten minste zo groot te
                            zijn als nodig is om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren.</al></li><li nr="4."><al>Indien de parkeerapparatuur ter plaatse geschikt is voor contante
                            betaling kan de parkeerbelasting in eenheden van € 0,10, € 0,20, € 0,50,
                            € 1,00 en € 2,00 worden voldaan.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en derde lid van dit artikel
                            kan het in werking stellen van de parkeerapparatuur tevens geschieden
                            door het via een telefoon of met een IP- card inloggen op de centrale
                            computer en tevens:</al><lijst><li nr="a."><al>geregistreerd te zijn als deelnemer bij een bedrijf waarmee de
                                    gemeente Deurne een contract heeft afgesloten voor deze
                                    dienst</al></li><li nr="b."><al>beschikt over een geldige parkeerkaart van het betreffende
                                    bedrijf</al></li><li nr="c."><al>deze parkeerkaart c.q. lidmaatschapsbewijs op een van buitenaf
                                    duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het
                                    motorvoertuig is worden aangebracht. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>het betalingsbewijs van de parkeerbelasting dient met de tijdsaanduiding
                            aan de bovenzijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter
                            de voorruit van het motorvoertuig te zijn aangebracht.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 16 Citeertitel</tussenkop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Uitvoeringsbesluit parkeren 2009’.
                    </al><al/><al><vet>Artikel 17</vet><vet> Inwerkingtreding en overgangsbepalingen</vet></al><lijst><li nr="3."><al>Dit uitvoeringsbesluit vervangt voorgaande besluiten omtrent het
                            verstrekken van parkeervergunningen. </al></li><li nr="4."><al>Dit besluit treedt na bekendmaking in werking op 1 februari 2010.</al></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2009.</al><tussenkop>TOELICHTING OP HET UITVOERINGSBESLUIT</tussenkop><al>Het uitvoeringsbesluit vindt zijn grondslag in zowel de vigerende
                    parkeerverordening (art. 3, 4 en 5) en de vigerende verordening
                    parkeerbelastingen (art.7) en de in de verordeningen genoemde artikelen uit de
                    Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 2 Tijden van parkeerregulering.</tussenkop><al>Artikel 2 regelt de tijden dat betaald parkeren van kracht is. Ook worden alle
                    dagen benoemd waarop geen betaald parkeren van kracht is. Op belanghebbenden
                    plaatsen is altijd betaald parkeren.</al><tussenkop>Artikel 3 Geldigheid van de
                    parkeervergunningen.</tussenkop><al>Artikel 2b van de Verordening Parkeerbelastingen bepaalt dat de het college moet
                    bepalen waar met een vergunning mag worden geparkeerd. Deurne kent drie
                    vergunninggebieden, waarvan er twee worden gevormd door de reeds bestaande
                    vergunninghoudersgebieden (Heuvel en Vlierdense weg). Bij verdere uitbreiding
                    van parkeerregulering ligt het voor de hand het gebied om extra
                    vergunninggebieden te creëren. De vergunninggebieden worden in dit artikel
                    omschreven. </al><al>Houders van een vergunning mogen op alle parkeerplaatsen parkeren in een gebied,
                    tenzij sprake is van een gereserveerde parkeerplaats (gehandicapte op kenteken
                    of E9 bord) of het parkeren voor vergunninghouders bij besluit van het college
                    is verboden. </al><tussenkop>Artikel 4 Geldigheid van de parkeervergunning voor
                    bedrijven.</tussenkop><al>Het beleid van de gemeente is er op gericht de parkeerdruk te spreiden. Omdat
                    door de week deze druk voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door werkenden
                    is het niet wenselijk dat zij in gehele gebied kunnen parkeren. Een aantal
                    straten en/of straatdelen worden zodoende uitgesloten voor gebruik. Op die
                    manier blijven ook de woningen optimaal bereikbaar.</al><tussenkop>Artikel 5 Geldigheid van de zorgvergunning</tussenkop><al>De zorgvergunning is in het gehele betaald parkeren gebied geldig, wel geldt er
                    een maximale parkeerduur van 60 minuten omdat een zorgbezoek volgens de gemeente
                    niet langer hoeft te duren.</al><tussenkop>Artikel 6 Maximaal uit te geven vergunningen.</tussenkop><al>Omdat het tot in het oneindige uitgeven van parkeervergunningen niet bijdraagt
                    tot een effectieve parkeerregulering is het aantal uit te geven vergunningen is
                    gekoppeld aan het aantal parkeerplaatsen. Het streven is om de bestaande
                    capaciteit zo optimaal mogelijk te benutten. Dit kan alleen als het werkelijk
                    gebruik van de parkeerplaatsen daarbij wordt betrokken. Hierbij wordt rekening
                    gehouden met de vraag naar parkeerplaatsen door bewoners, bedrijven en bezoekers
                    gedurende de tijden dat betaald parkeren van kracht is. Meestal betekent dit dat
                    er fors meer vergunningen kunnen worden verstrekt dan er parkeerplaatsen
                    zijn.</al><al>Wanneer er in een gebied voor het eerst parkeerregulering wordt toegepast zijn
                    er geen gegevens bekend over het gebruik van de parkeerplaatsen in een
                    gefiscaliseerde situatie. Voor een periode van maximaal 15 maanden is het aantal
                    vergunningen gerelateerd aan het aantal parkeerplaatsen dat is gefiscaliseerd.
                    Voor de uitgifte van vergunningen aan bewoners wordt een percentage van 90% en
                    voor bedrijven een percentage van 75% aangehouden. Dit laatste percentage wordt
                    berekend over de parkeerplaatsen waar met een bedrijfsvergunning mag worden
                    geparkeerd.</al><al>Mocht op korte termijn na invoering reeds blijken dat er een grote leegstand is,
                    dan kan men snel beslissen om extra vergunningen uit te geven. Eventueel na het
                    houden van een telling. Het is dus niet zo dat de 15 maanden moeten worden
                    afgewacht. Dit is slechts een maximum periode waarin het feitelijk gebruik moet
                    zijn bepaald.</al><tussenkop>Artikel 7 Maximaal aantal uit te geven vergunningen per
                    gebied.</tussenkop><al>Per gebied is hier het vergunningenplafond opgenomen voor de verschillende
                    vergunninggebieden. Deze aantallen worden aangepast na uitbreiding van
                    parkeerregulering in een vergunninggebied of indien noodzakelijk na de
                    periodieke parkeertellingen.</al><tussenkop>Artikel 8 Intrekken of wijzigen
                    parkeervergunning.</tussenkop><al>De inhoud van dit artikel is grotendeels evident. Belangrijk is wel het
                    onderscheid tussen Bewonersvergunning A en Bewonersvergunning B. Deze laatste
                    krijgt hier een duidelijk tijdelijk karakter. De parkeerregulering is erop
                    gericht om de schaarse parkeerruimte zo eerlijk mogelijk te verdelen. Dat
                    betekent dat zoveel mogelijk huishoudens die een vergunning wensen te kopen,
                    hiervoor de kans moeten krijgen. tweede vergunningen worden daarom alleen
                    verstrekt indien er daarvoor nog plaats is. Deze worden ingetrokken op het
                    moment dat er een wachtlijst ontstaan voor eerste vergunningen om zodoende meer
                    huishoudens in de gelegenheid te stellen een vergunning aan te schaffen.</al><al>Ook hier geldt dat het de verwachting is dat dit in Deurne vooralsnog niet aan
                    de orde zal zijn. Het onderscheid tussen bewonersvergunning A en B is ook
                    noodzakelijk om (indien gewenst) in vergunningen op één adres een
                    tariefdifferentiatie toe te passen.</al><tussenkop>Artikel 9 Bewonersvergunning A.</tussenkop><al>Om voor een bewonersvergunning in aanmerking te komen moet men woonachtig zijn
                    in een straatdeel waar daadwerkelijk parkeerregulering van kracht is, een
                    vergunningensysteem van toepassing zijn en een auto bezitten of een
                    gemotoriseerd voertuig met meer dan drie wielen en een kenteken bezitten.
                    Hierdoor komen ook invalidenvoertuigen en brommobielen in aanmerking voor een
                    parkeervergunning. Caravans (geen motor) en bromfietsen (geen 3 wielen) niet.
                    Een motorfiets komt wel in aanmerking voor een vergunning, want dat is immers
                    een motorvoertuig. Per persoon wordt maximaal 1 vergunning verleend. Iemand met
                    twee auto’s komt dus niet in aanmerking voor twee vergunningen. </al><al>Geen vergunning wordt verleend indien men beschikt over een parkeerplaats op
                    eigen terrein of een oprit die aan de hier gestelde afmetingen voldoet. Ook een
                    gehandicapte parkeerplaats op kenteken op de openbare weg wordt beschouwd als
                    een eigen plaats. Voor het parkeren op een dergelijke plaats is geen vergunning
                    (wel een gehandicaptenparkeerkaart) benodigd. Als men reeds beschikt over een
                    bedrijfsvergunning voor het betreffende adres komt men ook niet in aanmerking
                    voor een bewonersvergunning A. Het is dus of een bedrijfsvergunning, of een
                    bewonersvergunning A.</al><al>Ook als men zou kunnen beschikken over een parkeerplaats op eigen terrein wordt
                    geen vergunning verstrekt. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een
                    appartementencomplex wordt gebouwd met daarbij een parkeergarage. Indien deze
                    parkeergarage expliciet is bedoeld voor de appartementen, met andere woorden,
                    indien de parkeerplaatsen te koop of te huur worden aangeboden aan de bewoners
                    van deze appartementen, komt men niet in aanmerking voor een parkeervergunning.
                    Hiermee wordt voorkomen dat voor voorzieningen die in beginsel wel beschikken
                    over eigen parkeercapaciteit de parkeerdruk wordt afgewenteld op de openbare
                    weg.</al><al>Van had kunnen beschikken over een parkeerplaats is sprake indien iemand zijn
                    parkeerplaats bijvoorbeeld heeft verbouwd tot keuken, of deze heeft verhuurd of
                    op een andere wijze niet meer te gebruiken is als parkeerplaats. Zo wordt
                    voorkomen dat parkeerplaatsen te gelde worden gemaakt en de parkeerbehoefte
                    wordt afgewenteld op de openbare weg. Dit laatste gaat overigens alleen op voor
                    de veranderingen die zijn aangebracht <vet><onderstreept>na</onderstreept></vet>
                    vaststelling van deze regelgeving.</al><al>De reikwijdte van de hardheidsclausule (lid 5) is beperkt omdat sprake is van
                    belastingen, waarbij het gelijkheidsbeginsel leidend is. Parkeerbelastingen zijn
                    een zakelijke belasting, die onafhankelijk is van de omstandigheden.</al><tussenkop>Artikel 10 Bewonersvergunning B.</tussenkop><al>Een bewonersvergunning wordt verstrekt aan een persoon. Niet aan een auto of aan
                    een adres (zie ook artikel 225 van de Gemeentewet). Hoewel ze veel op elkaar
                    lijken is de Bewonersvergunning B is een ander product dan de Bewonersvergunning
                    A. Belangrijkste verschil is dat de Bewonersvergunning B wordt verleend op basis
                    van tijdelijkheid, zolang er nog plaats is in het betreffende vergunninggebied.
                    Dit geeft de gemeente ruimte om enerzijds het beschikbare parkeerareaal optimaal
                    te gebruiken en anderzijds de beschikbare parkeerruimte zo eerlijk mogelijk te
                    verdelen. Als het aantal aanvragen voor een Bewonersvergunning A toeneemt
                    (bijvoorbeeld door verandering van functies van gebouwen) kan de gemeente de
                    Bewonersvergunning B intrekken conform de bepalingen uit het
                    Uitvoeringsbesluit.</al><al>Omdat de Tweede Bewonersvergunning een ander product is dan de Eerste
                    Bewonersvergunning, kan hiervoor een ander tarief worden gehanteerd.</al><al>De voorwaarden voor de vergunning zijn nagenoeg identiek aan de voorwaarden voor
                    Eerste Bewonersvergunning. </al><al>Het aantal Bewonersvergunningen B dat per adres wordt verstrekt is niet aan een
                    maximum verbonden, met dien verstande dat aan een persoon slechts een vergunning
                    wordt verstrekt. In lid 1 komt tot dit tot uiting. Parkeerplaatsen op eigen
                    terrein worden verrekend met het aantal vergunningen waarop men aanspraak zou
                    kunnen maken. Stel een gezin, vader, moeder en zoon van 19 hebben drie auto’s.
                    Als alle auto’s op naam van de vader staan, krijgt het gezin 1 vergunning
                    (bewonersvergunning A). Indien ieder gezinslid een eigen auto op zijn naam heeft
                    staan, komt het gezin in aanmerking voor 3 vergunningen (1 x A en 2 x B). Stel
                    ze hebben 2 parkeerplaatsen op eigen terrein; dan is het aantal vergunningen
                    waar zij ‘recht’ op hebben 3 (1 x A en 2 x B) minus 2 (parkeerplaatsen op eigen
                    terrein) = 1 bewonersvergunning B. Wie de Bewonersvergunning A of B krijgt is
                    aan het huishouden. Als dat bij aanvraag niet expliciet wordt vermeld, dag
                    geschiedt de toekenning op basis van binnenkomst (anciënniteit).</al><tussenkop>Artikel 11 Bedrijfsvergunning.</tussenkop><al>De bedrijfsvergunning is bedoeld voor bedrijven die gevestigd zijn in het
                    gereguleerde gebied in Deurne. Bedrijven van buiten dit gereguleerde gebied,
                    maar wel met de auto in Deurne moeten zijn, komen niet in aanmerking voor een
                    vergunning. Zij parkeren met een ticket of met een dag- / week- of maandkaart. </al><al>Het aantal te verstrekken Bedrijfsvergunningen is vastgelegd in artikel 6 van
                    het Uitvoeringsbesluit. </al><tussenkop>Artikel 12 Marktvergunning.</tussenkop><al>Voor het parkeren door marktkooplieden zijn afspraken gemaakt over waar zij
                    parkeren. Door uitbreiding van het parkeerareaal wordt een aanpassing van de
                    afspraken voorgesteld. Deze behelst het faciliteren van vaste plaatshouders met
                    een parkeervergunning voor de marktdagen. Overige marktkooplieden parkeren tegen
                    het reguliere tarief. De marktvergunning is geldig in een beperkt aantal
                    straten.</al><tussenkop>Artikel 13 Zorgvergunning</tussenkop><al>De zorgvergunning is bedoeld voor medewerkers van zorginstellingen en
                    mantelzorgers die hulpbehoevenden hebben binnen het betaald parkeren gebied.
                    Omdat de gemeente ervan uit gaat dat de zorg binnen een uur kan worden geboden
                    bedraagt de maximale parkeertijd met de zorgvergunning 60 minuten.</al><tussenkop>Artikel 14 Jaarkaart</tussenkop><al>De jaarkaart kan aan eenieder worden vergeven en is bedoeld voor personen die
                    geen pand/bedrijf binnen het betaald parkeren gebied bezitten, hier werkzaam
                    zijn of hier zorg verlenen maar die wel veel gebruik maken van de
                    parkeervoorzieningen binnen het betaald parkeren gebied.</al><tussenkop>Artikel 15 Voorschriften voor het in werkingstellen van
                    de parkeerapparatuur</tussenkop><al>In dit artikel is geregeld hoe het parkeergeld te betalen bij parkeerapparatuur.
                    Hierbij is rekening gehouden met de toepassing van de Deurnekaart en de
                    toekomstig mogelijkheid om met GSM te betalen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>