<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR85056_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Barneveld</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Barneveld</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 14 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-27</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>aanhangig</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum en bron bekendmaking onbekend</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Barneveld</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>subsidie: hetgeen daaronder verstaan wordt in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A21">artikel 4:21 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht</extref>;</al></li><li nr="b."><al>budgetsubsidie: een subsidie voor de duur van één of meerdere
                                    jaren op grondslag van producten en prestaties;</al></li><li nr="c."><al>exploitatiesubsidie: een subsidie voor een voorziening of
                                    activiteit op grondslag van het exploitatietekort;</al></li><li nr="d."><al>waarderingssubsidie: een stimuleringsbijdrage in een activiteit
                                    of activiteiten, ongeacht de feitelijke kosten van deze
                                    activiteit(en);</al></li><li nr="e."><al>investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van aankoop,
                                    stichting of verbouwing van accommodaties, duurzame goederen of
                                    voor het treffen van bijzondere voorzieningen;</al></li><li nr="f."><al>raad: de gemeenteraad van Barneveld;</al></li><li nr="g."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Barneveld;</al></li><li nr="h."><al>instelling: een organisatie of groepering van personen, die zich
                                    de behartiging van belangen van ideële of materiële aard ten
                                    doel stelt of mede ten doel stelt en die de subsidiabele
                                    activiteiten zonder winstoogmerk uitvoert;</al></li><li nr="i."><al>beleidsplan: een concrete en actiegerichte omschrijving van de
                                    beleidsvisie en de hoofdtaken van een instelling voor een
                                    periode van in principe vier jaar, inclusief een
                                    meerjarenprognose voor de kosten van uitvoering ervan;</al></li><li nr="j."><al>werkprogramma: een aan het beleidsplan gekoppelde uiteenzetting
                                    van zoveel mogelijk in meetbare prestaties geformuleerde
                                    activiteiten die de instelling in een bepaald jaar biedt,
                                    inclusief een begroting;</al></li><li nr="k."><al>investeringsplan: een aan het beleidsplan gekoppeld plan voor
                                    investering in duurzame goederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Bevoegdheden college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college besluit met toepassing van deze verordening tot
                                    verlening, intrekking, wijziging en vaststelling van subsidie en
                                    omtrent de daaraan te verbinden voorschriften, alsmede tot het
                                    aangaan van een privaatrechtelijke uitvoeringsovereenkomst.</al></li><li nr="2."><al>Het college besluit tot het instellen van een subsidieplafond en
                                    bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan nadere regels of beleidsregels stellen of
                                    voorschriften verbinden aan de verstrekking van subsidie, dan
                                    wel één of meer bepalingen van deze verordening niet van
                                    toepassing verklaren.</al></li><li nr="4."><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                    college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Algemene voorwaarden voor subsidieverlening</titel></kop><al>Een subsidie wordt slechts verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de nodige gelden door de raad beschikbaar zijn gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een instelling of natuurlijke persoon voldoet aan het bepaalde
                                    bij of krachtens deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Reikwijdte verordening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is in ieder geval van toepassing op de volgende
                                    beleidsterreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>openbare orde en veiligheid;</al></li><li nr="b."><al>economische zaken;</al></li><li nr="c."><al>onderwijs en educatie;</al></li><li nr="d."><al>cultuur en recreatie;</al></li><li nr="e."><al>sociale voorzieningen en maatschappelijke
                                            dienstverlening;</al></li><li nr="f."><al>volksgezondheid en milieu;</al></li><li nr="j."><al>ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan één of meer andere beleidsterreinen aanwijzen
                                    waarop deze verordening van toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening is niet van toepassing op de
                                    Subsidieverordening cultuurhistorie Barneveld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Bijstelling subsidie</titel></kop><al>Een subsidie of een subsidiecomponent kan jaarlijks worden bijgesteld op
                            basis van een door het college vast te stellen
                            compensatiepercentage.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 2 De subsidieaanvraag</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6 Termijn voor subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieaanvraag van een instelling waarmee de gemeente
                                    (nog) geen subsidierelatie onderhoudt, dan wel een aanvraag voor
                                    nieuwe activiteiten of uitbreiding van bestaande activiteiten
                                    door een reeds gesubsidieerde instelling dient bij het college
                                    te worden ingediend vóór 1 februari van het jaar voorafgaande
                                    aan dat waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></li><li nr="2."><al>Indien een subsidie voor één of meer kalenderjaren is verstrekt,
                                    wordt de subsidieaanvraag voor dezelfde activiteiten of
                                    prestaties in een nieuwe subsidieperiode bij het college
                                    ingediend vóór 1 september van het jaar voorafgaande aan dat
                                    waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid dient voor een
                                    subsidie met een incidenteel karakter van de activiteiten de
                                    aanvraag door de instelling bij het college te worden ingediend
                                    uiterlijk 13 weken voor het tijdstip waarop een aanvang wordt
                                    gemaakt met de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie
                                    wordt aangevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Meldingsplicht andere subsidieaanvragen</titel></kop><al>Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie
                            heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij
                            daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van
                            zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of
                            aanvragen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Budget- of exploitatiesubsidie</titel></kop><al>Een budgetsubsidie of een exploitatiesubsidie wordt slechts verleend aan
                            een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Aanvraag budget- of exploitatiesubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van een budgetsubsidie of exploitatiesubsidie gaat
                                    in ieder geval vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al>een van een toelichting voorziene begroting van baten en
                                            lasten betrekking hebbend op het subsidiejaar, alsmede
                                            de balans en winst- en verliesrekening uit het
                                            voorgaande boekjaar;</al></li><li nr="b."><al>een werkprogramma, betrekking hebbend op het
                                            subsidiejaar.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de aanvrager beschikt over een egalisatiereserve vermeldt
                                    de aanvraag de omvang daarvan.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen
                                    subsidie werd aangevraagd, gaat de aanvraag voorts in ieder
                                    geval vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de oprichtingsakte van de instelling
                                            dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn
                                            gewijzigd;</al></li><li nr="b."><al>een beleidsplan;</al></li><li nr="c."><al>de jaarverslagen en de jaarrekeningen over de
                                            voorafgaande drie jaren.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Aanvraag investeringssubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van een investeringssubsidie dient bij het college
                                    te worden ingediend uiterlijk 1 februari van het jaar
                                    voorafgaande aan dat waarin de beoogde investering
                                    plaatsvindt.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag van een investeringssubsidie gaat in ieder geval
                                    vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al>een begroting van inkomsten en uitgaven met toelichting
                                            met betrekking tot de voorziening waarvoor subsidie
                                            wordt gevraagd, alsmede een balans en winst- en
                                            verliesrekening over het voorgaande boekjaar;</al></li><li nr="b."><al>een beleidsplan en een investeringsplan, die betrekking
                                            hebben op de voorziening waarvoor subsidie wordt
                                            gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>een afschrift van de oprichtingsakte of van de statuten
                                            zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Aanvraag waarderingssubsidie</titel></kop><al>De aanvraag van een waarderingssubsidie gaat in ieder geval vergezeld
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorziene begroting van baten en lasten met
                                    toelichting;</al></li><li nr="b."><al>een gewaarmerkte balans en rekening van baten en lasten van het
                                    laatste afgesloten boekjaar met toelichting;</al></li><li nr="c."><al>indien de subsidie door een instelling wordt aangevraagd en er
                                    geen subsidie werd aangevraagd vóór het jaar voorafgaande aan
                                    het subsidiejaar: een afschrift van de oprichtingsakte of van de
                                    statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 3 De subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 Subsidieverlening</titel></kop><al>De beschikking tot subsidieverlening bevat het bedrag van de subsidie,
                            het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend en een omschrijving van de
                            activiteiten óf producten en prestaties waarvoor de subsidie wordt
                            verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Weigering subsidie</titel></kop><al>De subsidieverlening wordt geweigerd indien een gegronde reden bestaat
                            om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Beslistermijn budget- of exploitatiesubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist op een aanvraag om een budget of
                                    exploitatiesubsidie vóór 31 december van het jaar voorafgaande
                                    aan het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd.</al></li><li nr="2."><al>Een budgetsubsidie kan voor één of meer kalenderjaren met een
                                    maximum van vier jaren worden verleend.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de beslistermijn van het eerste lid tot 1 april
                                    van het daarop volgende jaar verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Bijstelling budgetsubsidie</titel></kop><al>Een budgetsubsidie wordt voor de totale periode van verlening als één
                            geheel beschouwd en bij een meerjarige looptijd jaarlijks bijgesteld aan
                            de hand van de in artikel 5 genoemde compensatiemethodiek.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Beslistermijn investeringssubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist op een aanvraag om investeringssubsidie vóór
                                    31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de
                                    aanvraag betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan deze beslistermijn met een redelijke termijn
                                    verdagen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 4 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17 Meewerken aan onderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een door of
                                    namens het college ingesteld onderzoek dat is gericht op de
                                    ontwikkeling van het beleid, de kwaliteit of de effecten van de
                                    gesubsidieerde activiteiten of producten.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een
                                    onderzoek van de rekenkamer en aan de accountantscontrole van de
                                    gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Toestemmingsvereiste budget- en
                                exploitatiesubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger van een budget- of exploitatiesubsidie
                                    behoeft de toestemming van het college voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten van dan wel deelnemen in een
                                            rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>het wijzigen van de statuten;</al></li><li nr="c."><al>het in eigendom verwerven, het vervreemden of het
                                            bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn
                                            verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de
                                            lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de
                                            subsidiegelden;</al></li><li nr="d."><al>het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot
                                            verkrijging, vervreemding of bezwaring van
                                            registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan,
                                            indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn
                                            verworven door middel van de subsidie dan wel de lasten
                                            daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie.</al></li><li nr="e."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de
                                            subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling
                                            met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van
                                            derden of waarbij zij zich als borg of hoofdelijk
                                            medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk
                                            maakt;</al></li><li nr="f."><al>het ontbinden van de rechtspersoon;</al></li><li nr="g."><al>het doen van aangifte tot faillissement of het aanvragen
                                            van haar surséance van betaling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college beslist binnen acht weken omtrent de
                                    toestemming.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste acht weken worden
                                    verdaagd.</al></li><li nr="4."><al>Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de
                                    toestemming geacht te zijn verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Brandverzekering budget- en
                                exploitatiesubsidie</titel></kop><al>De subsidieontvanger van een budget- of exploitatiesubsidie is verplicht
                            zijn roerende en onroerende bezittingen op basis van herbouwwaarde tegen
                            brandschade te verzekeren en verzekerd te houden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Egalisatiereserve budgetsubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger van een budgetsubsidie kan een
                                    egalisatiereserve vormen.</al></li><li nr="2."><al>Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke
                                    kosten van de activiteiten waarvoor de subsidie werd verleend
                                    komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de
                                    egalisatiereserve.</al></li><li nr="3."><al>De subsidieontvanger is ter zake van de egalisatiereserve
                                    tegenover de gemeente vergoedingsplichtig naar evenredigheid van
                                    de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft
                                    bijgedragen, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk
                                            worden beëindigd;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt
                                            ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd, of</al></li><li nr="c."><al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt
                                            ontbonden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De vergoeding als bedoeld in het derde lid wordt vastgesteld
                                    binnen een jaar nadat het college op de hoogte is gekomen of kon
                                    zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed
                                    ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de
                                    bekendmaking van de laatste beschikking tot
                                    subsidievaststelling.</al></li><li nr="5."><al>Indien voorafgaand aan de subsidieverlening voorzieningen zijn
                                    gevormd, kunnen deze als egalisatiereserve worden opgenomen in
                                    de begroting, de jaarrekening en de balans van de
                                    subsidieontvanger.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 5 De subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de
                                    subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het
                                    vastgestelde bedrag overeenkomstig paragraaf 6.</al></li><li nr="2."><al>Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat
                                    de beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de
                                    activiteiten of producten en prestaties waarvoor subsidie wordt
                                    verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Hoogte subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt
                                    het college de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening
                                    vast.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten dan wel de producten en prestaties
                                            waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben
                                            plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
                                            subsidie verbonden verplichtingen en voorschriften;</al></li><li nr="c."><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
                                            heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of
                                            volledige gegevens tot een andere beschikking op de
                                            aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid,
                                            of</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                            subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de
                                    werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                    verleend, worden kosten die naar het oordeel van het college in
                                    redelijkheid niet noodzakelijk zijn bij de vaststelling van de
                                    subsidie niet in aanmerking genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Termijn indienen aanvraag tot
                                subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ontvanger van een budgetsubsidie of exploitatiesubsidie dient
                                    vóór 1 april volgend op elk jaar waarvoor subsidie is verleend
                                    een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het
                                    college.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid dient de
                                    instelling de aanvraag tot vaststelling van een subsidie met een
                                    incidenteel karakter bij het college in te dienen binnen dertien
                                    weken na de geplande afloop van de activiteit.</al></li><li nr="3."><al>Indien de aanvraag na afloop van de in het eerste of tweede lid
                                    genoemde termijn niet is ingediend, kan het college de
                                    subsidieontvanger een redelijke termijn stellen binnen welke de
                                    aanvraag alsnog moet zijn ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Indien na afloop van de in het derde lid bedoelde termijn geen
                                    aanvraag is ingediend, wordt de subsidie ambtshalve lager
                                    vastgesteld tot maximaal de reeds betaalde bedragen dan wel
                                    ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Indienen bescheiden budget- en
                                exploitatiesubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van een beschikking tot vaststelling van een budget-
                                    of exploitatiesubsidie gaat vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al>een door het bestuur gewaarmerkte balans en rekening van
                                            baten en lasten en een toelichting op deze stukken;</al></li><li nr="b."><al>een activiteitenverslag, waarin inzicht wordt gegeven in
                                            hoeverre de te verrichten activiteiten en prestaties
                                            zijn gehaald en of met de activiteiten de in het
                                            werkprogramma gestelde doelstellingen zijn gerealiseerd,
                                            alle betrekking hebbend op het afgelopen boekjaar.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid, onder a bedoelde rekening van baten en
                                    lasten dient op dezelfde wijze te zijn ingedeeld als de voor dat
                                    boekjaar ingediende begroting.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een accountantsverklaring vragen dan wel een
                                    verslag van een onafhankelijke kascommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Beslistermijn subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen acht weken op een aanvraag tot
                                    subsidievaststelling.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de beslissing als bedoeld in het eerste lid met
                                    een redelijke termijn verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Vaststelling investeringssubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ontvanger van een investeringssubsidie dient binnen dertien
                                    weken nadat de activiteit heeft plaatsgehad dan wel de
                                    voorziening is gerealiseerd waarvoor subsidie is verleend, een
                                    aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het
                                    college.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 24, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag van een beschikking tot vaststelling van een
                                    investeringssubsidie gaat vergezeld van een gespecificeerde
                                    opgave van de werkelijke kosten met de daarbij behorende
                                    bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Aanvraag en vaststelling waarderingssubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van een waarderingssubsidie wordt aangemerkt als
                                    ingediende aanvraag tot vaststelling van zulk een subsidie.</al></li><li nr="2."><al>De beschikking tot het verlenen van een waarderingssubsidie
                                    wordt aangemerkt als een beschikking tot vaststelling van de
                                    subsidie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 6 Betaling en verrekening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 28 Betaling en verrekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
                                    betaald, onder verrekening van de voorschotten.</al></li><li nr="2."><al>Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de
                                    subsidievaststelling betaalbaar gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Voorschotverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan voorschotten verlenen.</al></li><li nr="2."><al>De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van
                                    het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt
                                    bepaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 7 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 30 Inwerkingtreding verordening, intrekking oude
                                verordening, overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2006.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip wordt de Algemene Subsidieverordening gemeente
                                    Barneveld van 11 december 2001 ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Subsidiebesluiten, genomen voor de inwerkingtreding van deze
                                    verordening blijven van kracht tot de termijn waarvoor zij
                                    werden genomen, is verstreken of totdat zij worden
                                    ingetrokken.</al></li><li nr="4."><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een subsidie is ingediend en vóór
                                    het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet
                                    op die aanvraag is beslist, is daarop de onderhavige verordening
                                    van toepassing, tenzij het college van oordeel is dat de
                                    aanvrager daardoor in zijn belangen wordt geschaad. In dat
                                    laatste geval handelt het college overeenkomstig de ingetrokken
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening
                            gemeente Barneveld.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 27 juni 2006.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de algemene subsidieverordening</titel></kop><al><vet>1. Algemeen</vet></al><al>In dit algemeen deel wordt ingegaan op de onderwerpen die van belang zijn voor
                    de toelichting op de totale Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld
                    (ASV). De meer specifieke inhoudelijke onderwerpen worden toegelicht in de
                    artikelsgewijze toelichting bij de ASV of in de toelichting op de beleidsregels
                    en het Uitvoeringsbesluit subsidies.</al><al>Nu wordt in gegaan op:</al><lijst><li nr="-"><al>de relatie met de Algemene wet bestuursrecht</al></li><li nr="-"><al>het fundament van de verordening</al></li><li nr="-"><al>het subsidiebegrip en de -vormen</al></li><li nr="-"><al>het gemeentelijk subsidiebeleid</al></li><li nr="-"><al>de bevoegdheidsverdeling tussen raad en college</al></li><li nr="-"><al>het proces van subsidieverlening</al></li><li nr="-"><al>het uitvoeringsbesluit subsidies</al></li><li nr="-"><al>rechtsbescherming</al></li><li nr="-"><al>invoering van de ASV</al></li></lijst><al><vet>2. Relatie met de Algemene wet bestuursrecht</vet></al><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld (ASV) moet rekening houden
                    met de subsidietitel in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb bevat een
                    groot aantal artikelen over de subsidieprocedure die ook rechtstreeks van
                    toepassing zijn op de subsidieverstrekking door de gemeente. In de
                    subsidieverordening is de hoofdindeling van het in de wet vastgelegde
                    subsidieproces gevolgd. Die indeling heeft betrekking op de stappen aanvraag,
                    verlening, vaststelling en betaling.</al><al>Ter voorkoming van misverstanden wordt er nog op gewezen dat het bovenstaande
                    niet betekent dat alle aspecten van de subsidieprocedure zijn opgenomen in deze
                    verordening. De ASV beperkt zich tot de bestuurlijke besluitvorming over
                    subsidieverstrekking. Zo is bijvoorbeeld de regeling van de rechtsbescherming
                    (bezwaar en beroep op de rechter) niet opgenomen.</al><al><vet>3. Fundament van de ASV</vet></al><al><vet>3 Wettelijk voorschrift als subsidiegrondslag</vet></al><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht is in beginsel een wettelijk
                    voorschrift vereist dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden
                    verstrekt. Op dit uitgangspunt bestaan voor het gemeentelijk subsidiebeleid de
                    volgende uitzonderingen:</al><lijst><li nr="a."><al>Een wettelijk voorschrift is niet vereist indien de gemeentebegroting de
                            subsidie ontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan
                            worden vastgesteld vermeldt.</al></li><li nr="b."><al>Een wettelijk voorschrift is bovendien niet vereist in incidentele
                            gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.
                            De combinatie van het vaststellen van beleidsregels door de gemeenteraad
                            en de vaststelling van deze verordening voorziet in de noodzakelijke
                            wettelijke basis.</al></li></lijst><al><vet>4. Het subsidiebegrip en de subsidievormen</vet></al><al><vet>4.1 Het subsidiebegrip</vet></al><al>De subsidieverordening verwijst voor het begrip subsidie naar de Awb. De wet
                    hanteert het volgende subsidiebegrip:</al><al>"Een aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan van de gemeente
                    verstrekt aan een al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittende instelling of aan
                    een natuurlijk persoon ten behoeve van bepaalde activiteiten van de
                    subsidieontvanger, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde
                    goederen of diensten."</al><al>Voor de inkadering van het gemeentelijk subsidiebeleid is het belangrijk dat een
                    aantal aspecten van het subsidiebegrip nader worden toegelicht. Achtereenvolgens
                    worden toegelicht:</al><lijst><li nr="a."><al>aanspraak op financiële middelen;</al></li><li nr="b."><al>door de gemeente verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>rechtspersoon;</al></li><li nr="d."><al>activiteiten van de subsidie-ontvanger;</al></li><li nr="e."><al>de betaling voor aan de gemeente geleverde goederen en diensten.</al></li></lijst><al><vet>a. Aanspraak op financiële middelen</vet></al><al>In het algemeen ontstaat een aanspraak op financiële middelen door een besluit
                    van het gemeentebestuur (raad of college) dat een activiteit wordt
                    gesubsidieerd. Als dat besluit genomen is, is de gemeente verplicht subsidie te
                    betalen na uitvoering van de subsidiabele activiteit onder de gestelde
                    voorwaarden. Daarop vooruitlopend kan een voorschot worden verstrekt. Door een
                    beschikking tot subsidiëring wordt een besluit voor de individuele
                    subsidieaanvrager genomen en ontstaat de aanspraak op financiële middelen. Zie
                    ook paragraaf 6 (Bevoegdheidsverdeling tussen raad en college).</al><al><vet>b. Door de gemeente verstrekt</vet></al><al>Van subsidie is alleen sprake als de gemeente financiële middelen verstrekt.
                    Geld van particulieren, zoals fondsen en instellingen, vallen niet onder het
                    subsidiebegrip van de ASV. Op eze regel bestaat één uitzondering, namelijk als
                    de situatie zich voordoet dat een particuliere organisatie - op basis van een
                    door de gemeenteraad genomen besluit - gelden verstrekt in het kader van de
                    uitoefening van een publieke taak.</al><al><vet>c. Rechtspersoon</vet></al><al>In de verordening is het uitgangspunt dat belangrijke subsidies (budget- en
                    exploitatiesubsidies) alleen worden toegekend aan rechtspersonen. Echter bij
                    afzonderlijke verordening of een collegebesluit kan ook subsidie worden
                    toegekend aan -in juridische zin- individuele natuurlijke personen. De Awb maakt
                    dit nodig; zo wordt landelijke wetgeving aangepast en worden gemeenten verplicht
                    ook subsidies aan natuurlijke personen te verstrekken (bijvoorbeeld voor herstel
                    van monumenten).</al><al><vet>d. Activiteiten van de subsidieontvanger</vet></al><al>Subsidie wordt verstrekt voor concrete activiteiten van de subsidieaanvrager.
                    Die activiteiten zullen in de subsidiebeschikking worden vermeld, zodanig dat de
                    bestedingsrichting van de subsidie duidelijk is. Dit betekent dat bijvoorbeeld
                    bijstandsuitkeringen verstrekt als algehele of aanvullende inkomensvoorziening
                    en donaties niet onder het subsidiebegrip vallen omdat de activiteiten niet zijn
                    benoemd.</al><al>Subsidiabele activiteiten dienen te passen binnen het gemeentelijk
                    subsidiebeleid. Doorgaans zullen subsidiabele activiteiten in overwegende mate
                    ten dienste te staan van de totaliteit van de inwoners van de gemeente (het
                    algemeen belang) of van groepen of van individuele inwoners. Activiteiten die
                    hier niet aan voldoen komen in beginsel niet voor subsidie in aanmerking. Dit
                    uitgangspunt wordt nader geconcretiseerd in de beleidsregels.</al><al><vet>e. De betaling voor aan de gemeente geleverde goederen en diensten</vet></al><al>De leveringen van goederen en diensten (als activiteiten) zijn uitgezonderd van
                    het subsidiebegrip omdat deze op commerciële basis én in het directe belang van
                    de gemeente als privaatrechtelijk rechtspersoon worden geleverd. De uitzondering
                    is beperkt tot de levering aan de gemeente. Als binnen de activiteit, voor de
                    financiering waarvan door een instelling of persoon een beroep wordt gedaan op
                    de gemeente, valt het op commerciële basis aan een derde leveren of verkrijgen
                    van een voorziening, product of dienst is sprake van subsidie.</al><al><vet>4.2 De subsidievormen</vet></al><al>In de ASV wordt een onderscheid gemaakt in een aantal subsidievormen. Dat
                    zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>budgetsubsidies</al></li><li nr="-"><al>exploitatiesubsidies;</al></li><li nr="-"><al>investeringssubsidies</al></li><li nr="-"><al>waarderingssubsidies.</al></li></lijst><al>Deze subsidievormen worden in de ASV in procedurele zin verder uitgewerkt.
                    Doordat incidentele subsidies nu gezien worden als verbijzondering van de
                    gehanteerde subsidievormen, is de overgang van een incidenteel subsidie naar een
                    reguliere subsidierelatie niet groot. Die overgang is in zijn algemeenheid aan
                    de orde als aan een subsidieontvanger gedurende drie of meer achtereenvolgende
                    jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde
                    activiteiten.</al><al><vet>5. Subsidiebeleid</vet></al><al>De ASV is van toepassing op de in de verordening genoemde beleidsterreinen (zie
                    artikel 4). Tevens wordt in de verordening bepaald dat de raad beleidsregels
                    vaststelt, waarin het subsidiebeleid beschreven wordt. Vooral op basis van
                    hogere regelgeving blijft het mogelijk dat bijzondere subsidieverordeningen door
                    de raad worden vastgesteld; deze verordeningen dienen echter te passen binnen de
                    kaders van de ASV, uiteraard voor zover hogere wetgeving niet anders
                    bepaalt.</al><al>De Awb verstaat onder een beleidsregel een bij besluit vastgestelde algemene
                    regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van
                    belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften
                    bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan. Een beleidsregel is
                    flexibeler dan een algemeen verbindend voorschrift, zoals een (bijzondere)
                    subsidieverordening.</al><al>In het gemeentelijk subsidiebeleid is het begrip beleidsregel een nieuw begrip
                    dat primair in de plaats komt van subsidiëring op basis van deelverordeningen en
                    dat daarnaast (verplicht) de beleidsinhoudelijke criteria aangeeft die de
                    gemeente hanteert voor subsidieverlening. Een beleidsregel is globaal opgebouwd
                    uit de volgende componenten:</al><lijst><li nr="-"><al>vermelding beleidsterrein</al></li><li nr="-"><al>beleidsdoelstelling op productniveau</al></li><li nr="-"><al>subsidiabele activiteiten/producten</al></li><li nr="-"><al>de van toepassing zijnde subsidievorm</al></li><li nr="-"><al>specifieke voorschriften, bijvoorbeeld beleidsinhoudelijke criteria, (de
                            wijze van) het hanteren van een subsidieplafond, een financiële
                            ondergrens voor subsidiëring, regels voor de verdeling van het
                            beschikbare subsidiebudget.</al></li></lijst><al><vet>6. Het proces van subsidiëring</vet></al><al><vet>6.1 Algemeen procedurele aspecten</vet></al><al>In de ASV wordt vooral het subsidieproces beschreven, waarbij onderscheid wordt
                    gemaakt tussen de verschillende subsidiemethoden: budgetsubsidie,
                    exploitatiesubsidie, investeringssubsidie en waarderingssubsidie. Aan de
                    subsidievorm wordt de procedure gekoppeld. Insteek daarbij is het vaststellen
                    van een zo eenvoudig mogelijke procedure en toepassing ervan. Om de handelingen
                    beperkt te houden is uitgegaan van een uitgebreide procedure alleen voor de
                    budget- en exploitatiesubsidies en daarnaast een beperkte procedure voor alle
                    overige subsidies. Daarbij wordt opgemerkt dat de zwaarte van de
                    subsidieprocedure bepaald wordt door het aantal handelingen in het proces van
                    subsidiëring, de vereisten en verplichtingen en de in te dienen stukken. Een
                    aantal van die aspecten wordt nader uitgewerkt in door het college van
                    burgemeester en wethouders vast te stellen Uitvoeringsbesluiten. Vereenvoudiging
                    en/of versnelling van de procedure kan nog plaatsvinden door toepassing van de
                    mandaatregeling.</al><al><vet>6.2 Kernelementen</vet></al><al><vet>1. Aanvraag</vet></al><al>Een aanvraag is een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen. De Awb
                    geeft regels waaraan een aanvraag moet voldoen. Het gaat dan onder meer om de
                    verplichting voor de aanvrager voldoende informatie te verschaffen. In de
                    verordening zijn op dit punt nadere -op de verschillende subsidievormen
                    toegesneden- bepalingen opgenomen. Ook zijn daarnaast regels opgenomen met
                    betrekking tot de termijn waarbinnen een aanvraag moet worden ingediend en
                    waarbinnen op de aanvraag dient te worden beslist. Onderscheid wordt gemaakt
                    tussen de aanvraag van een beschikking tot subsidieverlening en de aanvraag van
                    een beschikking tot subsidievaststelling. Een aanvraag wordt, zo bezien,
                    gekenmerkt door eenzijdigheid. Deze eenzijdigheid doet niet geheel recht aan de
                    bestaande praktijk bij de budget- en exploitatiesubsidies.</al><al>Formeel beslist weliswaar de aanvrager wanneer en waarvoor een aanvraag wordt
                    ingediend. Vooral bij omvangrijke subsidies wordt evenwel veel waarde gehecht
                    aan overleg tussen de gemeente en de gesubsidieerde instellingen, juist ook in
                    het stadium vóór de subsidieverlening. Tijdens het overleg wordt getracht zoveel
                    mogelijk overeenstemming te verkrijgen over de door een instelling te leveren
                    prestaties en het daarvoor door de gemeente te verlenen subsidiebedrag. In dat
                    kader kan nog worden opgemerkt dat naarmate een gesubsidieerde instelling
                    professioneler is, deze in de onderhandeling meer invloed heeft op de overeen te
                    komen prestaties. Vanuit vakinhoudelijke deskundigheid is de instelling het best
                    in staat om in te schatten wat nodig is om het door de gemeente beoogde
                    beleidsresultaat te bereiken. Het is dan ook mogelijk om de beoogde
                    maatschappelijke effecten onderdeel te laten uitmaken van de onderhandelingen en
                    daarmee ook van de door de ontvanger van subsidie te geven rekening en
                    verantwoording achteraf. Het resultaat van dit onderhandelingsproces wordt
                    neergelegd in budgetsubsidie-afspraken, die vervolgens een onlosmakelijk
                    onderdeel zijn van de (meerjarige)beschikking tot subsidieverlening.</al><al>Een budgetsubsidie-afspraak is niet hetzelfde is als de in de ASV verankerde
                    uitvoeringsovereenkomst. Op de uitvoeringsovereenkomst wordt hierna in punt 2
                    (subsidieverlening) teruggekomen. Een bijzonder aspect wordt gevormd door het
                    hanteren van het zogenaamde offertemodel bij subsidiëring. Het offertemodel
                    betekent dat meerdere instellingen worden uitgenodigd om voor een concreet
                    beschreven activiteit een offerte uit te brengen op basis van een vooraf
                    vastgestelde procedure. Die offerte bestaat uit een omschrijving van
                    activiteiten (werkplan) en een kostenopgave (begroting). De uitgebrachte
                    offertes worden vervolgens beoordeeld, waarna één van de instellingen wordt
                    uitgenodigd een subsidieaanvraag in te dienen. Pas daarna treedt de ASV formeel
                    in werking. Op de hier beschreven manier dient het offertemodel te worden
                    beschouwd als een voorfase op de subsidieprocedure. Die voorfase is inhoudelijk
                    en oriënterend van karakter en is nog niet direct gericht op het totstandkomen
                    van een subsidierelatie.</al><al><vet>2. Subsidieverlening</vet></al><al>De subsidieverlening is geregeld in paragraaf 3. De beschikking tot
                    subsidieverlening houdt in dat de aanvrager een aanspraak op financiële middelen
                    verkrijgt, mits hij daadwerkelijk de gesubsidieerde activiteiten verricht en
                    zich aan hem opgelegde verplichtingen houdt. De subsidieverlening is niet
                    voorlopig of vrijblijvend. Indien de subsidieontvanger de activiteiten verricht
                    en de verplichtingen nakomt, kan in beginsel niet op de subsidieverlening worden
                    teruggekomen.</al><al>De ASV maakt het mogelijk dat -bij budget- en exploitatiesubsidies- naast de
                    beschikking tot subsidieverlening een (privaatrechtelijke)
                    uitvoeringsovereenkomst wordt afgesloten. In die gevallen bepaalt de verordening
                    dat in de beschikking tot subsidieverlening de opschortende voorwaarde wordt
                    opgenomen dat een overeenkomst tot stand komt.</al><al>Een uitvoeringsovereenkomst kan nodig zijn in de volgende situaties:</al><lijst><li nr="a."><al>als sprake is van een subsidie in de vorm van een krediet of een
                            garantie;</al></li><li nr="b."><al>het noodzakelijk is dat de te subsidiëren activiteiten daadwerkelijk
                            worden uitgevoerd.</al></li></lijst><al>In de praktijk zal de eerste situatie zich niet vaak voordoen. Toepassing op
                    grond van punt b komt echter wel voor. In die gevallen biedt de
                    uitvoeringsovereenkomst de mogelijkheid om het verrichten van de activiteiten zo
                    nodig te vorderen via de civiele rechter. Hieraan kan behoefte bestaan indien de
                    activiteit bestaat uit het verschaffen van door de gemeente essentieel geachte
                    voorzieningen, en (dreiging met) intrekking van de subsidie geen effectieve
                    sanctie is. Dit kan zich voordoen indien het aanbieden van de desbetreffende
                    voorziening niet eenvoudig door anderen of de gemeente zelf kan worden
                    overgenomen.</al><al>De uitvoeringsovereenkomst is geen doublure van de beschikking. De beschikking
                    moet in ieder geval een aantal essentiële elementen bevatten, zoals een
                    aanduiding van de activiteiten, de periode van subsidieverlening en - voor zover
                    niet neergelegd in een wettelijk voorschrift - de verplichtingen, alsmede het
                    subsidiebedrag of de wijze waarop dit wordt berekend. De beschikking is de basis
                    voor de aanspraak op subsidie en de betaling. De beschikking is ook de basis
                    voor de toetsing door de bestuursrechter. Denkbaar is dat een en ander in de
                    beschikking in meer algemene zin wordt aangeduid en in de overeenkomst verder
                    wordt uitgewerkt. Voor het overige zal de verdeling van bepalingen over
                    beschikking en overeenkomst afhangen van de aard van de materie en het doel van
                    de overeenkomst. Wordt met de overeenkomst beoogd dat bepaalde activiteiten
                    daadwerkelijk worden verricht, dan ligt het voor de hand bepalingen die
                    betrekking hebben op deze activiteiten in de overeenkomst op te nemen. Aan de
                    subsidieverlening en aan de subsidievaststelling worden verplichtingen
                    verbonden.</al><al>Algemene en - voor budget- en exploitatiesubsidies - aanvullende verplichtingen
                    zijn opgenomen in paragraaf 4 van de verordening. De verplichtingen zijn de
                    standaard bepalingen die in het algemeen van toepassing zijn. Daarnaast kunnen
                    aan de subsidiëring bijzondere verplichtingen worden verbonden die inhoudelijk
                    van belang zijn voor het doel waarvoor wordt gesubsidieerd. Deze verplichtingen
                    zijn als zodanig niet gebaseerd op de verordening en zullen (gewoonlijk na
                    overleg met de subsidieontvanger) worden vastgelegd in de beschikking.</al><al><vet>3. Subsidievaststelling</vet></al><al>In de beschikking tot subsidievaststelling wordt definitief vastgelegd dat de
                    subsidieontvanger subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag. Daarvoor
                    zal het nodig zijn vast te stellen dat de gesubsidieerde activiteit is verricht
                    en dat de opgelegde verplichtingen zijn vervuld. Die vaststelling wordt mede
                    gebaseerd op de grondslag van de subsidievorm. Zo zal bij budgetsubsidie bij de
                    vaststelling de controle zich richten op de uitvoering van producten en
                    prestaties. Bij een exploitatiesubsidie wordt de uitgevoerde activiteit en de
                    (financiële) exploitatie beoordeeld. investeringssubsidies worden vastgesteld na
                    realisering van de voorziening of activiteit en de daaraan gekoppelde financiële
                    verantwoording. Vaststelling is in die gevallen dus steeds achteraf. Bij
                    waarderingssubsidies geldt daarentegen dat voldaan moet worden aan de
                    geformuleerde criteria om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen.</al><al><vet>4. Uitbetaling en voorschotverlening</vet></al><al>Op grond van de beschikking tot subsidievaststelling vindt de betaling van de
                    subsidie plaats. Daaraan voorafgaand kunnen bij de subsidieverlening
                    voorschotten zijn toegekend.</al><al><vet>6.3 Termijnen</vet></al><al>De ASV geeft termijnen voor de indiening van aanvragen tot
                    subsidieverlening/vaststelling en termijnen voor afdoening van die aanvragen.
                    Dat laatste is gebaseerd op de wettelijke bepalingen van de Awb. De
                    afdoeningtermijnen gaan pas in zodra de aanvraag compleet is. De termijnen zijn
                    gekozen in overeenstemming met de in de gemeente bestaande
                    besluitvormingspraktijk, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met wat
                    voor de subsidieontvangers het meest praktisch of haalbaar is. Voor jaarlijkse
                    subsidieontvangers van een budget- en exploitatiesubsidie zijn de termijnen voor
                    indiening van jaarrekening/jaarverslag en de termijn voor indiening van
                    werkprogramma en begroting uit elkaar getrokken. Dat sluit in feite aan op de in
                    het algemeen gangbare praktijk en op de gemeentelijke planningscyclus. De
                    naleving van deze termijnen is overigens cruciaal. Als de termijnen worden
                    overschreden kan geen rechtmatig subsidiebesluit worden genomen, tenzij een
                    afzonderlijk ontheffingsbesluit is genomen. In de ASV worden nu de volgende
                    termijnen gehanteerd:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>handeling</al></entry><entry colname="col2"><al>budget-/exploitatie subsidie</al></entry><entry colname="col3"><al>Waarderings subsidie</al></entry><entry colname="col4"><al>Investerings subsidie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>aanvraag tot verlening actie instelling</al></entry><entry colname="col2"><al>voor 01.02 van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar)
                                        of bij voortzetting bestaande subsidie voor 01-09 van het
                                        voorafgaande aan het subsidiejaar</al></entry><entry colname="col3"><al>voor 01.02 van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar of
                                        13 weken voor de activiteit</al></entry><entry colname="col4"><al>voor 01.02 of 13 weken voorafgaand aan activiteit/
                                        voorziening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>beschikking tot toekenning actie gemeente</al></entry><entry colname="col2"><al>voor 31.12 t.b.v. het nieuwe subsidiejaar)</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>idem of 8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>aanvraag tot vaststelling actie instelling</al></entry><entry colname="col2"><al>voor 01.04</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>13 weken na afloop van activiteit voorziening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>beschikking tot vaststelling actie gemeente</al></entry><entry colname="col2"><al>binnen 8 weken</al></entry><entry colname="col3"><al>= verlening binnen 8 weken</al></entry><entry colname="col4"><al>binnen 8 weken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>6.4 Ontheffingen</vet></al><al>De ASV is zoveel mogelijk van toepassing op alle gemeentelijke subsidies. Daarom
                    moet in bijzondere situaties ontheffing van de ASV-bepalingen mogelijk zijn.
                    Voor een aantal onderdelen is dat uitdrukkelijk in de verordening opgenomen. De
                    ASV hanteert de mogelijkheid van ontheffing van een bepaling voor:</al><lijst><li nr="-"><al>de indieningtermijnen</al></li><li nr="-"><al>de aanvraag en de in te dienen stukken</al></li><li nr="-"><al>de verplichtingen verbonden aan de subsidiëring.</al></li></lijst><al>Bij het verlenen van ontheffing van een bepaling kan er een onderscheid worden
                    gemaakt tussen een algemene ontheffing en een ontheffing op verzoek van de
                    aanvrager.</al><al><vet>7. Rechtsbescherming</vet></al><al>Het subsidieproces kenmerkt zich als een geheel van overlegsituaties,
                    beschikkingen, afspraken etc. Dit vloeit voort uit de opzet om door middel van
                    overleg tussen de gemeente en de instellingen tot een goede invulling te komen
                    van de rechten en plichten die over en weer bestaan. Het is hierdoor voor de
                    betrokkenen en eventuele derdebelanghebbenden evenwel niet altijd even eenvoudig
                    om te beoordelen wanneer bezwaar of beroep mogelijk is. Dit rechtvaardigt dat in
                    deze toelichting wordt stilgestaan bij de rechtsbescherming. Publiekrechtelijk
                    In het subsidieproces onderscheiden we een drietal momenten waarop
                    rechtsbescherming bij de bestuursrechter bestaat. De subsidieverlening, de
                    subsidievaststelling en de voorschotverlening zijn beschikkingen waartegen op
                    grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan
                    worden ingesteld bij de bestuursrechter. Ook tegen de weigering, intrekking of
                    wijziging van deze beschikkingen is bezwaar en beroep mogelijk. In deze gevallen
                    worden de betrokkenen geïnformeerd via de zogenaamde bezwaarschriftbijsluiter,
                    waarin opgenomen op welke wijze bezwaar tegen de beschikking gemaakt kan
                    worden.</al><al>Privaatrechtelijk</al><al>De betalingen van de subsidie en voorschotten zijn uitvoeringshandelingen. De
                    civiele rechter is hier competent. Hiertegen is geen bezwaar en beroep mogelijk.
                    Ook met betrekking tot geschillen over een uitvoeringsovereenkomst is de civiele
                    rechter bevoegd. Door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is
                    uitgemaakt dat tegen een besluit van een bestuursorgaan tot terugvordering van
                    subsidie beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. De Raad komt met
                    deze uitspraak terug op eerdere jurisprudentie.</al><al>Deel 2: Artikelsgewijze toelichting</al><al>In dit deel wordt de ASV waar nodig per artikel nader toegelicht. De tekst is
                    dusdanig opgesteld dat de toelichting een aanvulling beoogd te zijn op de tekst
                    van de ASV en de algemene toelichting. Als sprake is van een nadere uitwerking
                    in het Uitvoeringsbesluit subsidies wordt daarnaar eveneens verwezen.</al><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen</vet></al><al>Paragraaf 1 Inleidende bepalingen</al><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al>Voor een toelichting op het begrip subsidie wordt verwezen naar paragraaf 4.1
                    van de algemene toelichting. De wetstekst en de daarvoor geldende toelichting en
                    jurisprudentie zijn bepalend. Gelet op de uniformerende werking die dient uit te
                    gaan van de Algemene subsidieverordening, is het wenselijk om voor onder meer de
                    begrippen/documenten beleidsplan, werkprogramma en investeringsplan een algemene
                    omschrijving te gebruiken. Een aantal daarvan afgeleide begrippen of documenten
                    - bijvoorbeeld jaarverslag, begroting, rekening en balans - worden niet nader
                    gedefinieerd omdat de duiding daarvan het best op basis van beleidsplan,
                    werkprogramma en/of investeringsplan kan worden bepaald en dus per subsidie kan
                    verschillen. Waar nodig worden deze begrippen in de ASV en in het
                    Uitvoeringsbesluit subsidies nader uitgewerkt en in relatie tot elkaar
                    gebracht.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>In dit artikel zijn enige - bijna vanzelfsprekende - kernuitgangspunten voor het
                    verlenen van subsidie vastgelegd:</al><lijst><li nr="-"><al>de raad moet de nodige gelden beschikbaar hebben gesteld.</al></li><li nr="-"><al>de te subsidiëren instelling of persoon moet voldoen aan de bepalingen
                            van de ASV en de daaruit voortvloeiende richtlijnen en nadere
                            voorschriften.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Dit artikel geeft aan voor welke beleidsterreinen de verordening in ieder geval
                    van kracht is. Ook wordt aangegeven waar deze niet van kracht is. Dat laatst
                    heeft te maken met de bijzondere aard van de desbetreffende beleidsvelden en
                    daarbij behorende regelgeving, die toepassing van de algemene
                    subsidieverordening alleen maar extra complicerend zou maken.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Het college kan dit vastleggen in uitvoeringsvoorschriften.</al><al>Paragraaf 2 De subsidieaanvraag</al><al>In deze paragraaf wordt bepaald aan welke vereisten alle soorten
                    subsidieaanvragen moeten voldoen.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>In dit artikel wordt geregeld, dat jaarlijks een subsidieaanvraag moet worden
                    ingediend. Die verplichting bestaat ook als een beschikking tot verlening van
                    een meerjarig budgetsubsidie is afgegeven. Wat betreft de termijnen is
                    aansluiting gezocht bij de bestaande budgetcyclus. Dat wil zeggen dat zaken die
                    voor het eerst in de gemeentebegroting moeten worden opgenomen (in gemeentelijk
                    taalgebruik: nieuw beleid of substantiële uitbreiding van bestaand beleid) in
                    een zeer vroeg stadium moeten worden aangekaart. Om die zaken te kunnen
                    betrekken bij de meerjarenramingen net voor de zomer, zullen zij uiterlijk vóór
                    1 februari van het jaar voorafgaande aan het beoogde begrotingsjaar bekend
                    moeten zijn. Dan kunnen de aanvragen namelijk meegenomen worden bij de
                    prioriteitenstelling door burgemeester en wethouders en vervolgens de
                    gemeenteraad. Als het voornemen tot subsidiëring van de aangevraagde activiteit
                    of investering bestaat, wordt bij de vaststelling van de meerjarenraming in
                    beginsel bepaald in welk jaar daarvoor middelen beschikbaar kunnen komen. Bij de
                    vaststelling van de jaarbegroting ieder jaar in november besluit de gemeenteraad
                    concreet om voor het komende jaar budgetten beschikbaar te stellen. Instellingen
                    die al een subsidierelatie met de gemeente hebben, kunnen wat betreft nieuwe
                    investeringen of belangrijke beleidsuitbreidingen volstaan met een schriftelijke
                    aanvraag met kostenraming van de nieuwe voorziening vóór 1 februari. De
                    definitieve instellingsbegroting met de aanvraag voor de reguliere subsidie moet
                    voor 1 september van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar worden
                    ingediend. Daarmee wordt voor de instelling werk bespaard, omdat bij het
                    opstellen van de begroting al bekend is wat het (meerjaren)beleid van de
                    gemeente op hoofdlijnen is. In lid 3 wordt bepaald, dat aanvragen voor een
                    incidenteel subsidie ingediend kunnen worden tot 13 weken voorafgaand aan de
                    start van de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd. Dit betreft de
                    algemene norm die geldt voor alle subsidies met een incidenteel karakter; in de
                    praktijk is het nodig dat kan worden afgeweken van deze termijn. Hierbij dient
                    te worden aangetekend dat ook voor deze incidentele subsidies geldt dat
                    honorering van de aanvraag moet passen binnen het (in beleidsregels)
                    vastgestelde beleid en er financiële dekking in de begroting aanwezig moet zijn.
                    Een uitzondering daarop is wel mogelijk maar zal - zeker wanneer het gaat om een
                    substantieel bedrag - slechts tot het door de aanvrager beoogde resultaat leiden
                    als de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd onontbeerlijk, onuitstelbaar
                    en onvoorzienbaar is.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Dit artikel regelt dat de subsidieaanvrager verplicht is te melden dat hij bij
                    andere bestuursorganen subsidie heeft aangevraagd. Deze verplichting is voor
                    alle subsidieaanvragen van belang.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Het vereiste van rechtspersoonlijkheid wordt in de verordening beperkt tot de
                    structurele ("zware") subsidies (budgetsubsidie en exploitatiesubsidie). Dat
                    neemt niet weg dat ook bij investerings- en waarderingsubsidies doorgaans sprake
                    zal zijn van een rechtspersoon als ontvanger. Alleen waneer sprake is van de
                    uitvoering van wettelijke regelingen of van incidentele uitzonderingsgevallen
                    zal subsidie worden toegekend aan een natuurlijk persoon.</al><al><vet>Artikel 9 en 10</vet></al><al>Deze artikelen bevatten een opsomming van de stukken, die nodig zijn voor de
                    beoordeling van de subsidieaanvraag. De subsidieaanvrager dient een
                    werkprogramma en een begroting van baten en lasten te overleggen, die betrekking
                    hebben op het nieuwe boekjaar. Als een investeringssubsidie wordt aangevraagd
                    door een aanvrager waarmee al een subsidierelatie bestaat, kan worden volstaan
                    met een aanvulling op de reeds eerder ingediende stukken. In de subsidieaanvraag
                    kan daarnaar worden verwezen. Die stukken dienen duidelijkheid te verschaffen
                    over de bevoegdheden (en de aansprakelijkheid) van de subsidieaanvrager over de
                    voorziening waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het college van burgemeester en
                    wethouders dient de aanvrager de gelegenheid te bieden om binnen een te stellen
                    (redelijke) termijn de aanvraag aan te vullen. De ASV geeft daarvoor geen
                    termijn. In de praktijk zal hiervoor afhankelijk van de nog te leveren gegevens
                    aan een termijn van veertien dagen tot een maand moeten worden gedacht. De
                    termijnen, waarbinnen volgens de verordening op een aanvraag dient te worden
                    beslist, worden opgeschort met ingang van de dag waarop burgemeester en
                    wethouders de aanvrager hebben verzocht de aanvraag aan te vullen tot de dag
                    waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is
                    verstreken.</al><al>Paragraaf 3 de Subsidieverlening</al><al>De paragraaf omtrent de subsidieverlening regelt verleningen voor budget- en
                    exploitatiesubsidies en investeringssubsidies. Waarderingssubsidies worden
                    direct vastgesteld</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>In dit artikel is bepaald dat bij alle subsidies, dus ook bij structurele
                    subsidies als de exploitatieen budgetsubsidie, dient te worden aangegeven voor
                    welk tijdvak een subsidie wordt verleend. Deze bepaling is ontleend aan de Awb
                    die voorschrijft dat het tijdvak van subsidieverlening in de beschikking wordt
                    vermeld. Ook moet worden aangegeven voor welke activiteiten óf producten
                    subsidie wordt verleend.</al><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>In dit artikel worden enkele specifieke kenmerken van de budgetsubsidie
                    uitgewerkt. Eén van die bijzondere kenmerken is dat een budgetsubsidie voor de
                    totale periode van verlening als één geheel wordt beschouwd. Het is van belang
                    goed in het oog te houden dat de bijstelling van de budgetsubsidie als bedoeld
                    in het eerste lid niet leidt tot een nieuwe subsidiebeschikking. De bijstelling
                    brengt namelijk geen zelfstandig rechtsgevolg met zich mee, omdat zij
                    rechtstreeks is gebaseerd op de verordening. Ook is op basis van deze bepaling
                    geen (tussentijdse) afrekening op grond van werkelijk geleverde producten en
                    uitgevoerde prestaties mogelijk. Zulke producten en prestaties zijn een
                    onderwerp van de evaluatie in het laatste jaar van de
                    budgetsubsidieperiode.</al><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>In dit artikel wordt een expliciete regeling getroffen voor de beschikking tot
                    subsidieverlening bij deze subsidievorm.</al><al>Paragraaf 4 Verplichtingen van de subsidieontvanger</al><al>De in de ASV opgenomen verplichtingen zijn in belangrijke mate gebaseerd op de
                    Awb.</al><al><vet>Artikel 17</vet></al><al>In dit artikel wordt de medewerking aan onderzoeken vastgelegd. Die onderzoeken
                    richten zich op het ontwikkelen van het beleid, maar ook op de kwaliteit en/of
                    de effecten van de gesubsidieerde activiteiten of producten. Dit laatste is
                    vooral van betekenis als met meer instellingen meerjarige
                    budgetsubsidie-afspraken worden gemaakt. Een dergelijk onderzoek kan ook worden
                    uitgevoerd via visitatie van de gesubsidieerde instelling of via een periodieke
                    doorlichting. Nieuw is dat de ontvanger van subsidie ook moet meewerken aan
                    onderzoek door de gemeentelijke rekenkamer. Deze bepaling is het gevolg van de
                    dualisering en daarmee de zelfstandige onderzoeksmogelijkheid van de
                    gemeenteraad.</al><al><vet>Artikel 18</vet></al><al>Deze bepaling onderwerpt een groot aantal handelingen of besluiten van de
                    subsidieontvanger aan de toestemming van burgemeester en wethouders. Op het punt
                    van het oprichten dan wel deelnemen in een rechtspersoon zij het volgende
                    opgemerkt. Anders dan voor NV's en BV's zijn er voor verenigingen en stichtingen
                    in het Burgerlijk Wetboek op het punt van de (financiële) verslaglegging geen
                    regels opgenomen ten aanzien van de onderlinge relaties. Of sprake is van een
                    samenwerkingsverband of groepsrelatie tussen verenigingen en stichtingen kan op
                    twee wijzen naar voren komen:</al><lijst><li nr="a."><al>door vermelding - bijvoorbeeld in het jaarverslag - van relaties tussen
                            rechtspersonen (blijkende uit de statuten, de samenstelling van de
                            verschillende besturen);</al></li><li nr="b."><al>door financiële verslaglegging.</al></li></lijst><al>Nieuw is dat het college maximaal 8 weken de tijd krijgt om een besluit te
                    nemen. Wordt binnen die tijd geen actie ondernomen dan is de aanvrager vrij naar
                    bevind van zaken te handelen.</al><al><vet>Artikel 19</vet></al><al>Het is zaak om ten behoeve van de controle op deze voorwaarde eisen te stellen
                    aan de verslaglegging door de subsidieontvanger.</al><al><vet>Artikel 20</vet></al><al>In de subsidiepraktijk is het onderscheid tussen de egalisatiereserve en
                    voorzieningen (=bestemmingsreserves) niet altijd even duidelijk bepaald. De
                    verordening beoogt dat onderscheid te verhelderen. De egalisatiereserve is
                    bedoeld om verschillen tussen de werkelijk gemaakte kosten en het subsidiebedrag
                    op te vangen. Zij vormt een buffer waarmee tekorten in het ene jaar kunnen
                    worden opgevangen met overschotten in het andere jaar. De egalisatiereserve
                    wordt nader uitgewerkt in het Uitvoeringsbesluit subsidies. Voorzieningen hebben
                    een wezenlijk andere functie dan een egalisatiereserve. Uitgangspunt is dat een
                    instelling in de begroting, die wordt overgelegd bij de aanvraag van een
                    subsidie, aangeeft of er sprake is van een voorziening. Burgemeester en
                    wethouders hebben zo de mogelijkheid deze voorziening te betrekken bij de
                    beschikking tot subsidieverlening. Het is in beginsel niet gewenst, dat
                    "gedurende de rit' - die overigens bij andere dan budgetsubsidies nooit meer dan
                    één jaar duurt - wordt besloten een voorziening te vormen.</al><al>Paragraaf 5 De subsidievaststelling</al><al><vet>Artikel 23</vet></al><al>In lid 3 van dit artikel wordt geen concrete hersteltermijn genoemd. In het
                    algemeen wordt een termijn van 1 maand gehanteerd, waarvan kan worden afgeweken
                    als de omstandigheden daartoe aanleiding geven.</al><al><vet>Artikel 26</vet></al><al>In tegenstelling tot budget- en exploitatiesubsidies kan voor de vaststelling
                    van investeringssubsidies worden volstaan met een kostenopgave met
                    bewijsstukken. Omdat de kosten van de investering veelal onderdeel zijn van de
                    reguliere jaarrekening van de subsidieontvanger, behoeft dan geen afzonderlijke
                    accountantsverklaring (bij grotere investeringen) te worden overlegd.</al><al>Paragraaf 6 Betaling en verrekening</al><al>Onderscheid kan worden gemaakt tussen de betaling en de voorschotverlening. De
                    betaling van een subsidiebedrag is altijd gebaseerd op de beschikking tot
                    subsidievaststelling. Is voorafgaand aan deze beschikking een beschikking tot
                    subsidieverlening gegeven, dan kunnen op basis van de laatst genoemde
                    beschikking voorschotten worden verleend.</al><al>Paragraaf 7 Slotbepalingen</al><al><vet>Artikel 30</vet></al><al>Dit artikel beoogt te voorkomen dat de vaststelling van deze verordening nadelig
                    zou kunnen werken of onduidelijkheid zou kunnen verschaffen voor bestaande
                    subsidierelaties.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>