<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84999_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken wet sociale werkvoorziening gemeente Voerendaal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Parkstad, 30-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Persoonsgebonden budget Gemeente Voerendaal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008903/geldigheidsdatum_09-01-2011#Hoofdstuk3">Wet Sociale werkvoorziening, art. 7, tiende lid </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Werk, zorg en inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WET SOCIALE
                WERKVOORZIENING Gemeente Voerendaal</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de Gemeente Voerendaal,</al><al>gelet op artikel 7, tiende lid, van de Wet sociale werkvoorziening;</al><al>overwegende dat de Raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen
                        met betrekking tot het verstrekken van Persoonsgebonden budgetten. </al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WET SOCIALE
                            WERKVOORZIENING Gemeente Voerendaal</vet></al><al/><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De uitvoering van deze Verordening wordt opgedragen aan het Dagelijks
                        Bestuur van het Werkvoorzieningschap OZL binnen de daarin door de wet
                        gestelde randvoorwaarden.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a: het DB: het Dagelijks Bestuur van het Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid
                        Limburg;</al><al>b: de wet: de Wet sociale werkvoorziening;</al><al>c: periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de werkgever te
                        verstrekken vergoedingen voor structurele kosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden
                            uitvoeringskosten</titel></kop><al>Het DB stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de rechtstreeks
                        aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor elk te verstrekken
                        persoonsgebonden budget voor het daarop volgende kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Invulling voorwaarden adequate werkplek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het DB verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar recht
                            op heeft een persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, indien
                            werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de
                            arbeidsplaats voor de Wsw-geïndiceerde adequaat wordt ingevuld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever voldoet minimaal aan de volgende vereisten:</al><al>1 Zijn onderneming staat, indien het geen overheidsinstelling betreft,
                            ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;</al><al> 2 De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op de
                            indicatiestelling en mogelijkheden van de Wsw-geïndiceerde, als passend
                            aan te merken;</al><al> 3 De duur van het dienstverband bedraagt ten minste zes maanden
                            aaneengesloten, met een mogelijkheid tot verlenging;</al><al> 4 De omvang van de functie bedraagt niet minder dan 18 uur per
                            week.</al><al> 5 De werkplek en werkomstandigheden voldoen aan Arbo-normen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie voldoet minimaal aan de volgende
                            vereisten:</al><al> 1 De begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van
                            Koophandel;</al><al> 2 De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn gekwalificeerd
                            voor het begeleiden van de doelgroep, c.q. de Wsw-geïndiceerde voor wie
                            het Persoonsgebonden budget is bestemd;</al><al> 3 De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring in
                            het werkveld;</al><al> 4 De financiële bepalingen betreffende risico-uitsluiting en
                            faillissement, zoals verwoord in de aanbestedingsvoorwaarden van WOZL
                            voor de begeleidingsorganisaties zijn van toepassing: De organisatie
                            dient verder een gezonde financiële en economische draagkracht te
                            hebben, aan te tonen aan de hand van omzetcijfers, aantal opdrachten in
                            portefeuille en eventueel voorgenomen fusies dan wel reorganisaties. Er
                            dient geen sprake te zijn van een uitsluitingsgrond, zoals surseance van
                            betaling, faillissement, niet voldaan hebben aan betalingsverplichtingen
                            van sociale verzekeringswetten of belastingen, veroordeling wegens
                            delict dat de beroepsmodaliteit in het gedrang brengt en
                            dergelijke.</al><al> 5 Voor begeleidingsorganisaties met wie OZL een gunningsovereenkomst
                            heeft in het kader van de aanbesteding Begeleid Werken gelden de in het
                            kader van deze gunning overeengekomen voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                            werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het DB stelt op voorstel van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de
                            subsidie aan de werkgever vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval een voorgestelde loonkostensubsidie niet hoger is dan 40% van
                            het bruto loon van de Wsw-geïndiceerde, wordt de loonkostensubsidie door
                            het DB op dat bedrag vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien bij toepassing van het vorige lid het DB gerede twijfel heeft
                            aan de juiste hoogte van de loonkostensubsidie vindt, in afwijking van
                            het vorige lid, een loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de
                            hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld. Daarbij kan een
                            externe deskundige worden ingeschakeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In ieder geval vindt een loonwaardeonderzoek plaats als de voorgestelde
                            hoogte voor een loonkostensubsidie hoger is dan het percentage genoemd
                            in lid 2.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 10 van deze verordening
                            vindt één maal per jaar een toets op de loonwaardebepaling plaats in
                            geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde
                                tijd<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien
                            als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de
                            werknemer, aanleiding voor is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie kan ambtshalve worden gewijzigd als hier gerede
                            aanleiding toe is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp bij het huishouden
                            daar waar het alleen schoonmaakwerkzaamheden betreft (Hbh Basis) wordt
                            een bedrag per uur beschikbaar gesteld van €14,92.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Voor het persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp bij het
                                huishouden daar waar het schoonmaakwerkzaamheden met lichte
                                ondersteuning in de huishouding betreft (Hbh Plus) wordt een bedrag
                                per uur beschikbaar gesteld van €18,07.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het DB kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten van
                            aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als
                            uit een deskundigenrapport blijkt dat aanpassingen op de werkplek
                            noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn, niet langs andere
                            wegen vergoed worden en het niet redelijk is dat deze kosten
                                <cursief>volledig </cursief>door de werkgever worden gedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten
                            voortvloeiend uit Arbo-wetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal
                            en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet
                            in aanmerking voor vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een
                            dienstverband van minimaal <cursief>twaalf</cursief> aaneengesloten
                            maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Maximaal komt niet meer dan € 10.000 voor een vergoeding in aanmerking.
                            Bij een verzoek tot een hogere bijdrage wordt de arbeidsplaats door het
                            DB niet als passend beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het DB regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het DB stelt ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier
                                vast.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door
                                middel van een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt mede
                                ondertekend door de werkgever en de begeleidingsorganisatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het DB besluit over de aanvraag binnen een redelijke termijn, doch in
                            elk geval binnen acht weken, na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een besluit als bedoeld in artikel 9.1 niet binnen acht weken kan
                            worden gegeven, stelt het DB de aanvrager daarvan in kennis en noemt het
                            daarbij een redelijke termijn waarbinnen het besluit wel tegemoet kan
                            worden gezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan
                                worden aangepast;</al></li><li nr="b."><al>wijze van bevoorschotting van de subsidie;</al></li><li nr="c."><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever verstrekt binnen <cursief>vier </cursief>weken na afloop
                            van het kalenderjaar aan het DB een schriftelijke opgave van het door
                            hem in het voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de
                            Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met alle werkgeverslasten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het DB stelt de periodieke subsidie binnen <cursief>vier</cursief> weken
                            na ontvangst van deze opgave vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al> De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling, zoals bepaald in artikel
                        11 lid 2, binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde
                        voorschotten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het DB van
                            alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de
                            verstrekking van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever bewaart alle bewijsstukken die aan de subsidieverstrekking
                            ten grondslag liggen ten minste drie jaren na de vaststelling van de
                            subsidie en stelt deze op verzoek ter beschikking aan het DB voor
                            controledoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden
                                budget Gemeente Voerendaal.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op 01-01-2010</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad van de gemeente Voerendaal, 16 december 2009</ondertekening><ondertekening> de voorzitter, de griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Omdat de uitvoering van Begeleid Werken geschiedt uit middelen welke door de
                    Raad in het kader van de (gewijzigde) Gemeenschappelijke Regeling
                    Werkvoorzieningschap OZL integraal zijn overgedragen aan het schap dient de
                    uitvoering van deze regeling te worden opgedragen aan het Dagelijks Bestuur van
                    het Werkvoorzieningschap OZL</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In artikel 1 is een beperkt aantal begrippen opgenomen, omdat de wet
                        voldoende duidelijk is over gehanteerde termen en begrippen. Een
                        uitgebreide(re) begrippenlijst is derhalve overbodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Artikel 7, tiende lid, onderdeel b, Wsw bepaalt dat de gemeenteraad bij
                        verordening regels stelt over de hoogte van de voor het DB rechtstreeks aan
                        de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op jaarbasis. </al><al>Artikel 2 van deze verordening vormt de uitwerking van deze verplichting. In
                        dit artikel wordt bepaald dat het schap elk jaar de hoogte van de
                        gemeentelijke uitvoeringskosten van begeleid werken met een PGB vaststelt.
                        Het DB kan zelf bepalen welke uitvoeringskosten het toekennen van een PGB
                        aan een Wsw-geïndiceerde voor het schap met zich meebrengt. De wet geeft
                        niet aan wat precies onder uitvoeringskosten moet worden verstaan. Het moet
                        in ieder geval gaan om kosten die rechtstreeks aan de subsidieverlening
                        verbonden zijn (artikel 7, tweede lid, onderdeel b, Wsw). Daarbij kan worden
                        gedacht aan kosten in verband met de volgende activiteiten:</al><lijst><li nr="-"><al>het beoordelen van aanvragen voor een PGB;</al></li><li nr="-"><al>de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van
                                subsidies en vergoedingen in het kader van het PGB;</al></li><li nr="-"><al>het monitoren van het begeleid werken met een PGB;</al></li><li nr="-"><al>het tussentijds bepalen van loonwaarde;</al></li><li nr="-"><al>het voeren van (tussentijdse) gesprekken met begeleidingsorganisatie
                                en werkgever.</al></li></lijst><al>De uitvoeringskosten worden afgetrokken van het bedrag dat de gemeenten
                        (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangen. Het bedrag dat de
                        gemeente (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt minus de
                        (gemiddelde) uitvoeringskosten per Wsw-geïndiceerde levert vervolgens het
                        bedrag op dat het schap beginsel beschikbaar heeft voor een PGB.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het DB zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de inpassing
                        in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn werkplek
                        adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste lid, Wsw). In
                        verband hiermee kan het schap eisen stellen aan de werkgever en de door hem
                        aangeboden werkplek. In artikel 7, tiende lid, Wsw dient de Raad in zijn
                        verordening de voorwaarden te regelen waaronder het DB een
                        begeleidingsorganisatie inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde is
                        aangewezen.</al><al>Het ligt voor de hand dat bij het stellen van eisen aan werkgevers en
                        begeleidingsorganisaties in het kader van begeleid werken met een PGB zoveel
                        mogelijk probeert aan te sluiten bij de wijze waarop zij op dit moment
                        begeleid werken organiseert.</al><al>Als het gaat om voorwaarden waaraan werkgevers moeten voldoen, kan worden
                        gedacht aan:</al><lijst><li nr="-"><al>inschrijving van zijn onderneming bij de Kamer van Koophandel (een
                                dergelijke bepaling kan overigens niet worden opgenomen voor
                                overheidsorganisaties of daaraan gelieerde instellingen, omdat die
                                niet bij de KvK zijn of kunnen worden ingeschreven);</al></li><li nr="-"><al>de duur van het dienstverband;</al></li><li nr="-"><al>de aangeboden arbeidsplaats is passend in het licht van de
                                indicatiestelling door het CWI en de mogelijkheden en beperkingen
                                van de Wsw-geïndiceerde;</al></li><li nr="-"><al>de salariëring is gebaseerd op de voor het bedrijf of de betreffende
                                branche geldende CAO of arbeidsvoorwaarden;</al></li><li nr="-"><al>situatie met betrekking tot arbeidsomstandigheden, veiligheid en de
                                aanwezigheid van risico-analyses.</al></li></lijst><al>Wat betreft de voorwaarden waaraan begeleidingsorganisaties moeten voldoen
                        kan worden gedacht aan:</al><lijst><li nr="-"><al>inschrijving bij de Kamer van Koophandel (mits de betreffende
                                organisatie inschrijvingsplichtig is);</al></li><li nr="-"><al>taakvervulling met inachtneming van de stand van de wetenschap en
                                die van de arbeids- en organisatiekunde;</al></li><li nr="-"><al>beschikking over voldoende opgeleide deskundigen die de
                                arbeidsinpassing met inbegrip van de begeleiding op de werkplek
                                adequaat kunnen verzorgen;</al></li><li nr="-"><al>(gespecialiseerde) kennis met betrekking tot specifieke kenmerken
                                (van delen) van de doelgroep;</al></li><li nr="-"><al>transparantie en marktconforme prijsstelling;</al></li><li nr="-"><al>liquiditeits- en solvabiliteitspositie.</al></li></lijst><al>Punt van aandacht is hier wèl dat bij het stellen van (kwaliteits-)eisen aan
                        begeleidingsorganisaties zich de vraag voordoet of, en in hoeverre
                        (stringente) eisen aan de begeleidingsorganisatie zijn te verenigen met het,
                        in beginsel, vrije keuzerecht van een sw-geïndiceerde voor een dergelijke
                        organisatie. Een efficiënte en effectieve inzet van overheidsmiddelen en het
                        karakter van een PGB vereisen een zorgvuldige afweging om hier een juiste
                        keuze te maken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De Raad dient bij verordening nadere regels te stellen met betrekking tot de
                        wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de werkgever dient te
                        worden vastgesteld (artikel 7, tiende lid, onderdeel a, Wsw). De periodieke
                        subsidie bestaat uit een loonkostensubsidie en eventueel ook uit een
                        vergoeding voor structurele kosten van de werkgever die verband houden met
                        het in dienst hebben van een Wsw-geïndiceerde (bijvoorbeeld reiskosten of
                        terugkerende kosten voor intermediaire activiteiten).</al><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het verstrekken van een tegemoetkoming
                        in de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit van de
                        Wsw-geïndiceerde. Om te kunnen bepalen wat de hoogte van de
                        loonkostensubsidie moet zijn, is inzicht nodig in de verdiencapaciteit
                        (loonwaarde) van de betrokken Wsw-geïndiceerde. In de praktijk kan de hoogte
                        van de loonkostensubsidie worden bepaald in onderhandeling. Daarbij wordt in
                        veel gevallen overigens gebruik gemaakt van bestaande methodieken voor
                        inschatting van de loonwaarde. Ook het functieprofiel van de te vervullen
                        functie en het daarbij behorende (CAO-)loon maken vaak deel uit van dit
                        proces.</al><al>In het model is gekozen voor een methode waarbij een percentage van het
                        bruto loon als loonkostensubsidie wordt verstrekt. Vanuit een oogpunt van
                        administratieve lastenverlichting is deze methode te verkiezen. Bovendien
                        blijkt uit ervaringsgegevens in de praktijk dat dit een werkbare manier is.
                        De hoogte van het betreffende percentage stelt het schap zelf vast. Om te
                        voorkomen dat ook in gevallen waarbij gerede twijfel is of de werkgever het
                        betreffende (generiek vastgestelde) percentage loonkosten wel nodig heeft,
                        dus in het geval de verdiencapaciteit van de Wsw-geïndiceerde door het schap
                        hoger wordt ingeschat dan het bedrag aan loonkostensubsidie rechtvaardigt,
                        vindt alsnog vooraf een loonwaardebepaling plaats. Ook vindt die plaats als
                        het voorstel voor de loonkostensubsidie hoger is dan het bedrag dat volgt
                        uit lid 2. Dit wordt geregeld in lid 4.</al><al>Ingeval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd kan het
                        wenselijk zijn om periodiek onderzoek te doen naar de loonwaarde, om op die
                        manier een actueel beeld te krijgen en zo mogelijk het subsidie bij te
                        stellen. In lid 5 is daartoe een voorbeeldbepaling opgenomen.</al><al>Het verstrekken van subsidies aan werkgevers kan onder bepaalde
                        omstandigheden vallen onder staatssteun (die op grond van Europese
                        regelgeving verboden is). Voor het verstrekken van loonkostensubsidies aan
                        werkgevers die Wsw-geïndiceerden in dienst hebben is de Europese
                        Vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun van belang. Deze Europese
                        verordening staat toe dat maximaal 60% van de loonkosten wordt gesubsidieerd
                        zonder dat daaraan een individuele loonwaardebepaling ten grondslag
                        ligt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De productiviteit van een Wsw-geïndiceerde kan wijzigen, als deze persoon
                        langer op een begeleid werkenplek werkzaam is. Als dat het geval is, kan de
                        loonkostensubsidie worden aangepast. De werkgever kan dan, als de
                        productiviteit, c.q. verdiencapaciteit van de werknemer minder wordt, met
                        instemming van de werknemer, een verzoek indienen om de loonkostensubsidie
                        te herzien.</al><al>De werkgever moet zijn verzoek om herziening met redenen omkleden. </al><al>Ook ambtshalve kan het DB, als er een gerede aanleiding is voor een
                        (tussentijdse) aanpassing van het subsidie, een hernieuwde beoordeling voor
                        de hoogte van het subsidie doen. Dit zal zich overigens alleen in
                        uitzonderlijke gevallen voordoen, bijvoorbeeld als er sprake is van
                        kennelijke onredelijkheid bij handhaving van een bestaande situatie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Omdat de behoefte aan begeleiding van een sw-geïndiceerde op de werkplek van
                        geval tot geval kan verschillen, en mede afhankelijk is van de aard van de
                        handicap, zal in de praktijk de beoordeling van de omvang van de begeleiding
                        gebaseerd moeten zijn op maatwerk. Op basis van in de praktijk gehanteerde
                        indicatiecriteria bestaat overigens de richtlijn dat een
                        begeleidingspercentage op de werkplek van meer dan 15% van de werktijd reden
                        kan zijn een herindicatie aan te vragen vanwege de z.g.
                        “ondergrensproblematiek”. Hiermee kan het DB rekening houden bij gesprekken
                        over de omvang van begeleiding door de begeleidingsorganisatie.</al><al>In het tweede lid is vastgesteld het zoeken naar een werkplek pas te
                        honoreren als dit ook daadwerkelijk leidt tot een arbeidsovereenkomst (no
                        cure, no pay). Het stelsel van de PGB gaat uit van de veronderstelling dat
                        een Wsw-geïndiceerde zelf met een werkgever aankomt. In de praktijk komt het
                        echter voor dat de begeleidingsorganisatie, c.q. het reïntegratiebedrijf,
                        eerst een werkplek moet gaan zoeken, omdat die op voorhand niet beschikbaar
                        is. Art. 7 lid 4 van de wet geeft dit ook aan. Lukt het zoeken van een
                        werkplek niet, of niet tijdig, en er zou toch voor die dienst moeten worden
                        betaald, dan kan dit vanuit financieel oogpunt ongewenst zijn. Vandaar de
                        “no cure, no pay” bepaling in lid 2.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De verordening dient regels te bevatten die betrekking hebben op de
                        voorwaarden waaronder het DB aan de werkgever een vergoeding (subsidie)
                        verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                        omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht (artikel 7, tiende lid, Wsw).
                        Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. </al><al>Het eerste lid bepaalt dat een eenmalige vergoeding kan worden verstrekt.
                        Opgenomen is dat daar een deskundigenrapport voor nodig is. Het derde lid
                        stelt een minimale duur aan het dienstverband dat de werkgever met de
                        betrokken Wsw-geïndiceerde moet aangaan, alvorens tot investeringen wordt
                        overgegaan.</al><al>In het vierde lid wordt, facultatief, een maximum gesteld aan de hoogte van
                        de vergoeding. De gedachte hierachter is dat als de kosten boven dit bedrag
                        uitgaan de aangeboden arbeidsplaats als niet passend moet worden beschouwd.
                        In de praktijk zullen hierbij van geval tot geval kosten en baten tegen
                        elkaar moeten worden afgewogen. </al><al>Het vijfde lid bepaalt dat het DB de wijze van uitbetaling van de vergoeding
                        regelt. Daarbij kan worden gedacht aan de termijnen van betaling.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De Wsw-geïndiceerde zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met
                        een PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het
                        verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de
                        begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke
                        vergoeding), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de
                        Wsw-geïndiceerde de aanvraag moeten ondertekenen.</al><al>Op basis van de aanvraag beslist het DB vervolgens of een periodieke
                        subsidie aan de werkgever en een periodieke vergoeding aan de
                        begeleidingsorganisatie worden verstrekt en voor welke bedragen. Vervolgens
                        vindt de verstrekking van de periodieke subsidie aan de werkgever plaats op
                        basis van een beschikking en de verstrekking van een periodieke vergoeding
                        aan de begeleidingsorganisatie op basis van een overeenkomst.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Met het vaststellen van de subsidie wordt de subsidieverstrekking voor het
                        betreffende kalenderjaar afgerond. De hoogte van het subsidiebedrag voor dat
                        jaar wordt definitief vastgesteld. Om de subsidie te kunnen vaststellen,
                        dient de werkgever een schriftelijke opgave te doen van het door hem in het
                        voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd
                        met alle werkgeverslasten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al> Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding.</titel></kop><al>De verordening moet binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet zijn
                        vastgesteld, dit is uiterlijk op 1 juli 2008.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>