<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
    <meta>
        <owmskern>
            <dcterms:identifier>84964_1</dcterms:identifier>
            <dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de
                raad van de gemeente Utrecht</dcterms:title>
            <dcterms:language>nl</dcterms:language>
            <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
            <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht (Utr)</dcterms:creator>
            <dcterms:modified>2011-01-26</dcterms:modified>
        </owmskern>
        <owmsmantel>
            <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
            <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr.
                11</dcterms:isFormatOf>
            <dcterms:issued>2010-02-11</dcterms:issued>
            <dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                van de raad van de gemeente Utrecht</dcterms:alternative>
            <dcterms:source resourceIdentifier="">-</dcterms:source>
            <dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject>
            <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights>
        </owmsmantel>
        <cvdripm>
            <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-05-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
            <overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft>
            <overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel jaargang 2010, nr. 11</overheidrg:kenmerk>
            <overheidrg:onderwerp>bestuur</overheidrg:onderwerp>
            <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
                <al>1.Geen. </al>
            </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
            <overheidrg:redactioneleToevoeging>
                <al>Geen.</al>
            </overheidrg:redactioneleToevoeging>
        </cvdripm>
    </meta>
    <body>
        <intitule/>
        <regeling>
            <aanhef>
                <preambule>
                    <al/>
                </preambule>
            </aanhef>
            <regeling-tekst>
                <hoofdstuk>
                    <kop>
                        <label>Hoofdstuk</label>
                        <nr>I</nr>
                        <titel>Algemene bepalingen</titel>
                    </kop>
                    <structuurtekst>
                        <al>
                            <vet>REGLEMENT VAN ORDE voor de vergaderingen en</vet>
                            <vet> andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Utrecht</vet>
                        </al>
                        <al>
                            <vet>(raadsbesluit van 11 februari 2010)</vet>
                        </al>
                        <al>De raad van de gemeente Utrecht, gelet op het voorstel van het Presidium
                            d.d.</al>
                        <al>Besluit</al>
                        <al>vast te stellen het volgende:</al>
                        <al><vet>REGLEMENT VAN ORDE</vet> voor de vergaderingen en andere
                            werkzaam-heden van de raad van de gemeente Utrecht.</al>
                    </structuurtekst>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>1a</nr>
                            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
                        </kop>
                        <al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="-">
                                <al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens
                                    plaatsvervanger;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>amendement: voorstel tot wijziging van een conceptbesluit, naar
                                    de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>initiatiefvoorstel: een raadsvoorstel ingediend door een of meer
                                    leden van de raad;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>interpellatie: vragen van inlichtingen aan het college, een
                                    wethouder of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld
                                    staat op de agenda;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>griffier: de ambtenaar als bedoeld in artikel 107 e.v. van de
                                    Gemeentewet;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>presidium: een door de raad benoemde commissie belast met de
                                    agendering van en het maken van afspraken omtrent de orde
                                    tijdens de raadsvergadering;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>commissie: een commissie als bedoeld in artikel 2 van de
                                    Verordening op de raadscommissies, met uitzondering van de
                                    commissie als genoemd in artikel 4 van dit reglement;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>fractiemedewerkers: zij die:</al>
                                <lijst>
                                    <li nr="a.">
                                        <al>door een fractie dan wel een groep als bedoeld in
                                            artikel 5 zijn aangesteld om haar bij te staan bij het
                                            verrichten van haar werkzaamheden ten behoeve van de
                                            raad en van door de raad ingestelde raadscommissies
                                            en</al>
                                    </li>
                                    <li nr="b.">
                                        <al>als zodanig zijn aangemeld en goedgekeurd door het
                                            Presidium en zijn ingeschreven in een daartoe bestemd
                                            register van de Griffie Gemeenteraad Utrecht.</al>
                                    </li>
                                </lijst>
                            </li>
                        </lijst>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>1b</nr>
                            <titel>Persoonsvorm</titel>
                        </kop>
                        <al>.</al>
                        <al>Waar in dit reglement de mannelijke persoonsvorm wordt gebruikt, wordt
                            hiermee tevens de vrouwelijke bedoeld.</al>
                    </artikel>
                </hoofdstuk>
            </regeling-tekst>
            <bijlage>
                <tussenkop>BIJLAGE BIJ GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2010, NR. 11</tussenkop>
                <tussenkop>ARTIKELEN GEMEENTEWET</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 15</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Een lid van de raad mag niet:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="a.">
                                <al>als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn
                                    ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten
                                    behoeve van de wederpartij van de gemeente of het
                                    gemeentebestuur;</al>
                            </li>
                            <li nr="b.">
                                <al>als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de
                                    wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;</al>
                            </li>
                            <li nr="c.">
                                <al>als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van
                                    derden tot het met de gemeente aangaan van:</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </li>
                    <li nr="1e.">
                        <al>overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;</al>
                    </li>
                    <li nr="2e.">
                        <al>overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de
                            gemeente;</al>
                        <lijst>
                            <li nr="d.">
                                <al>rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan
                                    betreffende:</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </li>
                    <li nr="1e.">
                        <al>het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;</al>
                    </li>
                    <li nr="2e.">
                        <al>het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden
                            ten behoeve van de gemeente;</al>
                    </li>
                    <li nr="3e.">
                        <al>het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;</al>
                    </li>
                    <li nr="4e.">
                        <al>het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;</al>
                    </li>
                    <li nr="5e.">
                        <al>het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;</al>
                    </li>
                    <li nr="6e.">
                        <al>het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of
                            beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;</al>
                    </li>
                    <li nr="7e.">
                        <al>het onderhands huren of pachten van de gemeente.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten
                            ontheffing verlenen.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 17</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De raad vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het nodig oordeelt of
                            indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de raad
                            bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 19</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De burgemeester roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Tegelijkertijd met de oproeping brengt de burgemeester dag, tijdstip en
                            plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij
                            behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 25, tweede lid,
                            bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de
                            openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 20</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De vergadering van de raad wordt niet geopend voordat blijkens de
                            presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                            tegenwoordig is.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend,
                            belegt de burgemeester, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een
                            vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het
                            bezorgen van de oproeping is gelegen.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van
                            toepassing. De raad kan echter over andere aangelegenheden dan die
                            waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was
                            belegd alleen beraadslagen of besluiten, Indien blijkens de
                            presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebben de leden
                            tegenwoordig is.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 22</tussenkop>
                <al>De leden van het gemeentebestuur en andere personen die deelnemen aan de
                    beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel
                    worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid,
                    van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen</al>
                <al>zij in de vergadering van de raad hebben gezegd of aan de raad schriftelijk
                    0hebben overgelegd.</al>
                <tussenkop>Artikel 24</tussenkop>
                <al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:</al>
                <lijst>
                    <li nr="a.">
                        <al>de toelating van nieuw benoemde leden;</al>
                    </li>
                    <li nr="b.">
                        <al>de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de
                            jaarrekening;</al>
                    </li>
                    <li nr="c.">
                        <al>de invoering, wijziging en afschaffing van gemeentelijke belastingen, en
                        </al>
                    </li>
                    <li nr="d.">
                        <al>de benoeming en het ontslag van wethouders.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 25</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
                            openbaarheid van bestuur (Stb. 1991, 703), omtrent het in een besloten
                            vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de
                            raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent
                            het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering
                            opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling
                            aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis
                            dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid
                            van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het
                            college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van stukken
                            die zij aan de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding
                            gemaakt.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met
                            betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de
                            oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die
                            blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting
                            hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met
                            betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht
                            genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel,
                            indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is
                            voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing
                            alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer
                            dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 26</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en
                            is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt
                            verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering
                            verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te
                            ontzeggen.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Hij kan de raad voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de
                            geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de
                            vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na
                            aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig
                            doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan
                            het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                            vergadering worden ontzegd.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 28</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="a.">
                                <al>een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk
                                    persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is
                                    betrokken;</al>
                            </li>
                            <li nr="b.">
                                <al>de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam
                                    waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij
                                    behoort.</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming
                            verstaan het inleveren van een stembriefje.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de
                            personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is
                            beperkt.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de
                            toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 29</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal
                            leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet
                            onthouden, daaraan heeft deelgenomen.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Het eerste lid is niet van toepassing:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="a.">
                                <al>ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een
                                    benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen
                                    ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op
                                    grond van dat lid niet geldig was;</al>
                            </li>
                            <li nr="b.">
                                <al>in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede lid, voor
                                    zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande,
                                    ingevolge artikel 20, eerste lid, niet geopende vergadering aan
                                    de orde waren gesteld.</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 30</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de
                            volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben
                            uitgebracht.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem
                            verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 31</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of
                            aanbevelingen geschiedt bij gesloten en ongetekende stembriefjes.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een
                            voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde
                            vergadering een herstemming gehouden.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het
                            lot.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 32</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping, indien de
                            voorzitter of een van de leden dat verlangt. In dat geval geschieden zij
                            mondeling.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich
                            niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem
                            voor of tegen uit te brengen.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het
                            aangenomen.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het
                            nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin
                            de beraadslagingen kunnen worden heropend.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een
                            ingevolge het vierde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel
                            niet aangenomen.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin
                            alle leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van
                            deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben
                            uitgebracht.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 100</tussenkop>
                <al>In iedere gemeente is een secretaris en een griffier.</al>
                <tussenkop>Artikel 101</tussenkop>
                <al>Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de
                    secretaris en de griffier.</al>
                <tussenkop>Artikel 107</tussenkop>
                <al>De raad benoemt de griffier. Hij is tevens bevoegd de griffier te schorsen en te
                    ontslaan.</al>
                <tussenkop>Artikel 107a</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De griffier staat de raad en de door de raad ingestelde commissies bij
                            de uitoefening van hun taak terzijde.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De raad stelt in een instructie nadere regels over de taak en de
                            bevoegdheden van de griffier.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 107b</tussenkop>
                <al>De griffier is in de vergadering van de raad aanwezig.</al>
                <tussenkop>Artikel 107c</tussenkop>
                <al>De stukken die van de raad uitgaan, worden door de griffier
                    medeondertekend.</al>
                <tussenkop>Artikel 107d</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De raad regelt de vervanging van de griffier.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De artikelen 101 en 107 tot en met 107c zijn van overeenkomstige
                            toepassing op degene die de griffier vervangt.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 107e</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De raad kan regels stellen over de organisatie van de griffie.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De raad is bevoegd de op de griffie werkzame ambtenaren te benoemen, te
                            schorsen en te ontslaan.</al>
                    </li>
                </lijst>
            </bijlage>
            <nota-toelichting>
                <tussenkop>Toelichting</tussenkop>
                <tussenkop>De meest voorkomende rechten van de leden worden omschreven. Onder
                    "aanhangig" wordt verstaan: aan de orde/in behandeling zijnd.</tussenkop>
                <al><cursief>Waar in het reglement ook het begrip "fracties" wordt geregeld (artikel
                        5) dient ook de fractiemedewerker zijn/haar basis te hebben in het
                        RvO</cursief>.</al>
                <tussenkop>Hoofdstuk II De voorzitter</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 2 Taak van de voorzitter in de vergadering</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De voorzitter is belast met:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="a.">
                                <al>het leiden van de vergadering;</al>
                            </li>
                            <li nr="b.">
                                <al>het handhaven van de orde;</al>
                            </li>
                            <li nr="c.">
                                <al>het doen naleven van het reglement van orde;</al>
                            </li>
                            <li nr="d.">
                                <al>hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De raad kiest uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Hoofdstuk III Het presidium en de griffier</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 3a Het presidium</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De raad heeft een presidium.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Het presidium bestaat uit de plaatsvervangend voorzitter van de raad en
                            de voorzitters van alle fracties die vertegenwoordigd zijn in de
                            raad.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De plaatsvervangend voorzitter van de raad en twee voorzitters van de
                            fracties uit de raad vormen het dagelijks bestuur van het presidium. Op
                            1 januari van ieder kalenderjaar treden de fractievoorzitters af als lid
                            van het dagelijks bestuur en worden opgevolgd door andere
                            fractievoorzitters. Tenminste één van de fractievoorzitters is afkomstig
                            van een fractie die niet in het college van burgemeester en wethouders
                            vertegenwoordigd is.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Het dagelijks bestuur van het presidium doet voorstellen omtrent de
                            regeling van werkzaamheden van de raad.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>De burgemeester en de griffier zijn in elke vergadering van het
                            presidium en het dagelijks bestuur aanwezig.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 3b De griffier</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door
                            een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar van de raadsgriffie.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de
                            beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Hoofdstuk IV Toelating van nieuwe leden</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Bij elke benoeming van nieuwe leden stelt de raad, zo spoedig mogelijk
                            een commissie in bestaande uit drie leden. De commissie onderzoekt de
                            geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde
                            leden en de processen-verbaal van het stembureau.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De commissie brengt na haar onderzoek van het stembureau, voorafgaand
                            aan de eerstvolgende raadvergadering, schriftelijk verslag uit aan de
                            raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. Dit voorstel wordt
                            aan het begin van de eerstvolgende raadsvergadering behandeld. In het
                            verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering,
                            waarin hij zijn functie volgens de Kieswet kan aanvaarden, de
                            voorgeschreven eed of verklaring en belofte, af te leggen.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Bij benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een
                            commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de
                            eisen van de gemeentewet. De werkwijze van de commissie is
                            overeenkomstig het tweede lid</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>
                    <vet>
                        <cursief>Toelichting</cursief>
                    </vet>
                    <cursief>:</cursief>
                </al>
                <tussenkop>Het vierde lid geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de
                    Kieswet vloeit het geloofsbrieven onderzoek van raadsleden voort. Aangezien de
                    wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de
                    Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld
                    worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De
                    formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de
                    vereisten voor het raadslidmaatschap (Gemeentewet artikel 36a, 36b, 41b en 41c).
                    Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor
                    het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Vandaar dat er een vierde
                    lid aan dit artikel is toegevoegd. Dit artikel is ook van toepassing als er geen
                    wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incomptabiliteiten en
                    nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden.</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 5 Fractie</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De leden die gekozen zijn op lijsten boven welke dezelfde naam of
                            aanduiding van een groepering is geplaatst, worden bij de opening van de
                            eerste vergadering na verkiezing als één fractie beschouwd.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Is onder een lijstnummer slechts één lid gekozen, dan wordt dit lid als
                            een afzonderlijke fractie beschouwd.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De fracties doen schriftelijk mededeling aan de voorzitter, onder
                            vermelding van de naam van de fractie en de namen van degenen die als
                            voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger zullen
                            optreden.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>a. Indien:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="-">
                                <al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                                    optreden;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                                    fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                                    mededeling gedaan aan de voorzitter.</al>
                                <lijst>
                                    <li nr="b.">
                                        <al>Met de onder a. beschreven veranderde situatie wordt
                                            rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende
                                            vergadering van de raad na de mededeling daarvan.</al>
                                    </li>
                                </lijst>
                            </li>
                        </lijst>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Hoofdstuk V Vergaderingen</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 6 Dag en tijdstip van de vergaderingen en zittingen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De vergaderingen van de raad worden in de regel gehouden op donderdag,
                            beginnen om 14.00 uur en worden gehouden in het stadhuis.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Een vergadering kan uit meer zittingen bestaan. Bestaat een vergadering
                            uit meer dan één zitting, dan vangt de middagzitting aan om 14.00 uur en
                            wordt zij beëindigd om 17.30 uur. De avondzitting begint alsdan om 20.00
                            uur. De avondzittingen worden om 23.00 uur beëindigd, bijzondere
                            omstandigheden -ter beoordeling aan de raad- voorbehouden.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De raad beslist of na de eerste vergadering (middag en avondzitting) een
                            tweede vergadering (zgn. uitloopraad) wordt gehouden.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen, zo mogelijk na overleg met het
                            presidium, een andere dag en/of een ander tijdstip bepalen of een andere
                            vergaderplaats aanwijzen.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Wanneer toepassing wordt gegeven aan het gestelde in het vierde lid en
                            een andere dag en tijdstip zijn bepaald, geschiedt de oproeping zo
                            spoedig mogelijk.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 7 De agenda</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Voordat de oproepingsbrief wordt verzonden, stelt het presidium de
                            agenda van de vergadering voorlopig vast.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter in overleg met het presidium
                            na het verzenden van de oproepingsbrief tot uiterlijk tweemaal 24 uur
                            voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda
                            opstellen.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel
                            van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling
                            van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda
                            afvoeren.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging
                            voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of
                            aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de raad de
                            volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>De raad kan besluiten in spoedeisende gevallen, op voorstel van een lid
                            van de raad of de voorzitter, onderwerpen die niet in de oproeping zijn
                            vermeld, terstond te agenderen.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 8 Oproep</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De voorzitter zendt tenminste zeven dagen vóór een vergadering de leden
                            een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, tijdstip en plaats
                            van de vergadering.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De oproeping vermeldt de onderwerpen, die in de vergadering behandeld
                            zullen worden in de volgorde waarin deze aan de orde zullen worden
                            gesteld, de betreffende portefeuillehouders en de status van het
                            betreffende agendapunt. Daarbij staat een A voor afdoende behandeld in
                            de commissie en B voor bespreken.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in
                            artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, de te
                            behandelen raadsvoorstellen en de lijst van mededelingen worden
                            tegelijkertijd met de oproeping aan de leden verzonden en op de dag van
                            verzending gepubliceerd op Raadsinformatie On Line Gemeente
                            Utrecht.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Nadere (aanvullende) informatie ten behoeve van raads- en/of
                            commissiebehandeling wordt op een zodanig tijdstip aangeleverd dat er
                            tussen ontvangst van deze informatie en de betreffende vergadering
                            tenminste één weekend zit. Indien deze termijn wordt overschreden, dan
                            wordt het betreffende agendapunt, waarop deze nadere informatie
                            betrekking heeft niet behandeld, tenzij een door het Presidium
                            geaccepteerde motivering is gegeven.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel
                            7, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo
                            spoedig mogelijk, doch uiterlijk tweemaal 24 uur voor aanvang van de
                            vergadering aan de leden gezonden.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 8a Leden van het college</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De leden van het college worden geacht een permanente uitnodiging te
                            hebben voor de vergaderingen van de raad.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De leden van het college nemen op uitnodiging van de voorzitter deel aan
                            de beraadslagingen van de raad.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 9 Ter inzage leggen van documenten</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De stukken welke dienen ter toelichting van de op de agenda vermelde
                            punten en die niet zijn meegezonden noch gepubliceerd zijn op het
                            raadsinformatiesysteem, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                            voorstellen voor de leden ter inzage gelegd.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Betreft het stukken, waarop artikel 25, 55, derde lid of 86 van de
                            Gemeentewet is toegepast, dan liggen deze gedurende drie maanden na
                            dagtekening ter inzage in het vak voor de geheime stukken. Deze worden
                            niet aan de leden toegezonden.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Een lid van de raad mag een origineel van een ter inzage gelegd stuk
                            niet buiten het stadhuis brengen. Een lid van de raad mag een kopie van
                            een ter inzage gelegd stuk, niet zijnde een stuk als bedoeld in het
                            tweede lid, slechts voor eigen gebruik buiten het stadhuis brengen.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Indien voor stukken op grond van artikel 25, 55, derde lid of 86 van de
                            Gemeentewet, geheimhouding is opgelegd, kan, door het orgaan dat de
                            geheimhouding heeft opgelegd, worden bepaald dat deze stukken, in
                            afwijking van het eerste en tweede lid, onder de berusting van de
                            griffier dan wel gemeentesecretaris blijven en verleent de griffier dan
                            wel de gemeentesecretaris de leden van de raad inzage.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 10 Openbare kennisgeving</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of
                            huis- aan huisbladen, door middel van publicatie op Raadsinformatie
                            On-Line Gemeente Utrecht en door afkondiging op de in de gemeente
                            gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="a.">
                                <al>de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al>
                            </li>
                            <li nr="b.">
                                <al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
                                    daarbij behorende stukken kan inzien.</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 11 Presentie</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Ieder ter vergadering komend lid tekent onmiddellijk na aankomst in de
                            vergaderzaal de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt
                            die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                            afgesloten.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Het lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen geeft daarvan vóór
                            het begin van de vergadering kennis aan de griffier.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de zgn. uitloopraad
                            als bedoeld in artikel 6, derde lid.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikelen 12 en 13 VERVALLEN</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 14 Zitplaatsen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De voorzitter, de leden en de griffier hebben een vaste zitplaats, door
                            de voorzitter na overleg met de fractievoorzitters bij iedere nieuwe
                            zittingsperiode van de raad aangewezen.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien
                            na overleg met de fractievoorzitters.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 15 Opening vergadering; quorum</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het
                            daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst
                            aanwezig is.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Vervolgens leest de voorzitter de namen op van de leden die bericht van
                            verhindering hebben gezonden.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Wanneer een half uur na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                            aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de
                            namen der aanwezige leden door de griffier, dag en uur van de volgende
                            vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 16 Aanwijzing bij welk lid stemming aanvangt</tussenkop>
                <al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter
                    mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe
                    wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar
                    genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.</al>
                <tussenkop>Artikel 17 Notulen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden aan de leden en
                            overigen bekend gemaakt.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de notulen van
                            de vorige vergadering vastgesteld.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De leden, de leden van het college en de griffier hebben het recht, een
                            voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de notulen
                            onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen is gezegd of
                            besloten. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de
                            notulen bij de griffier te worden ingediend.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>De notulen moeten inhouden:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="a.">
                                <al>de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering
                                    aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren, de
                                    wethouders en overige personen die het woord gevoerd
                                    hebben;</al>
                            </li>
                            <li nr="b.">
                                <al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al>
                            </li>
                            <li nr="c.">
                                <al>de letterlijke tekst van het gesprokene met vermelding van de
                                    namen der aanwezigen die het woord voerden;</al>
                            </li>
                            <li nr="d.">
                                <al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding
                                    bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of
                                    tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die
                                    zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben
                                    onthouden;</al>
                            </li>
                            <li nr="e.">
                                <al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                    initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                    amendementen en subamendementen;</al>
                            </li>
                            <li nr="f.">
                                <al>bij het betreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                    die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25
                                    door de raad is toegestaan deel te nemen aan de
                                    beraadslagingen.</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier
                            ondertekend.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 18 Ingekomen stukken</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van
                            het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt
                            zeven dagen voor de raad aan de leden van de raad per e-mail voorgelegd
                            en ter inzage gelegd vergezeld van een voorstel van afdoening.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De raadsleden kunnen tot de woensdag vóór de raad tot 12.00 uur
                            voorstellen tot wijziging van de voorgestelde wijzen van afdoening aan
                            de griffie mededelen. Deze voorstellen worden verwerkt in de definitieve
                            lijst van ingekomen stukken.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Voorafgaand aan de raadsvergadering stelt het Dagelijks Bestuur van het
                            Presidium de definitieve wijze van afdoening van de ingekomen stukken
                            vast. Deze definitieve lijst wordt aan de leden tijdens de
                            raadsvergadering ter kennisneming uitgereikt.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 19 Spreekregels</tussenkop>
                <al>De leden en de leden van het college spreken naar eigen verkiezing zittend vanaf
                    hun plaats of staand vanaf het spreekgestoelte en richten zich tot de
                    voorzitter.</al>
                <tussenkop>Artikel 20 Volgorde sprekers</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Een lid of een lid van het college voert het woord na het aan de
                            voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De voorzitter verleent het woord in de volgorde, waarin het is gevraagd,
                            met dien verstande dat over een initiatiefvoorstel, een voorstel van
                            orde, een motie, een amendement of een subamendement eerst de
                            voorsteller of een van de voorstellers het woord mag voeren ter
                            toelichting.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 21 Aantal spreektermijnen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De beraadslaging over een voorstel geschiedt in ten hoogste twee
                            termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over
                            hetzelfde onderwerp of voorstel.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                            voorstel het woord heeft gevoerd wordt niet meegerekend het spreken over
                            een persoonlijk feit of een voorstel van orde.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 22 Spreektijd</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Er is een spreektijdregeling, vastgesteld door het Presidium. Zodra de
                            spreektijd is verstreken, nodigt de voorzitter de spreker uit zijn rede
                            te beëindigen. Deze is gehouden aan de uitnodiging gevolg te geven.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Voldoet spreker niet aan de in het eerste lid bedoelde uitnodiging, dan
                            ontneemt de voorzitter hem het woord.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 23 Maatregelen tot handhaving der orde ten opzichte van
                    sprekers</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De voorzitter mag een spreker in zijn rede storen, indien hij zulks
                            nodig acht in het belang van een behoorlijk en regelmatig verloop van de
                            vergadering.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Interrupties zijn alleen toegelaten voor zover deze naar het oordeel van
                            de voorzitter niet hinderlijk zijn.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt en zich
                            daarmede buiten de orde begeeft, brengt de voorzitter hem dit onder de
                            aandacht en roept hem terug tot de behandeling van het onderwerp.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Indien een spreker beledigende of onwelvoegzame uitdrukkingen bezigt,
                            zich uit op een wijze, die niet in overeenstemming is met de goede toon
                            of op welke wijze ook de orde verstoort, vermaant de voorzitter hem. De
                            voorzitter stelt deze spreker in de gelegenheid de woorden, die tot de
                            vermaning aanleiding hebben gegeven, terug te nemen of verontschuldiging
                            aan te bieden voor zijn houding.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Ingeval een spreker van de gelegenheid om bepaalde woorden terug te
                            nemen gebruik maakt, zullen deze niet in de notulen worden opgenomen. De
                            voorzitter is bevoegd, de gedeelten van de weergave van het gesprokene,
                            die hem ertoe hebben geleid een spreker te vermanen of het woord te
                            ontnemen, niet in de notulen te doen opnemen.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>Mocht een spreker zich niet naar de aanwijzingen van de voorzitter
                            gedragen, dan kan deze hem voor het aan de orde zijnde onderwerp het
                            woord ontnemen.</al>
                    </li>
                    <li nr="7.">
                        <al>De voorzitter kan in het belang van de orde van de vergadering voor een
                            bepaalde tijd schorsen, dan wel haar sluiten.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 24 Deelname aan de beraadslaging door anderen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden
                            van de raad, het college, de griffier of de voorzitter deelnemen aan de
                            beraadslaging.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der
                            leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                            het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 25 Persoonlijk feit</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De voorzitter stelt een lid of een lid van het college, dat het woord
                            voor een persoonlijk feit verlangt, in de gelegenheid een beknopte
                            aanduiding van dat feit te geven.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Een persoonlijk feit moet betrekking hebben op een bejegening van een
                            lid tijdens de vergadering, welke door hem als kwetsend wordt
                            ervaren.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De bewering dat het gesprokene niet is begrepen, wordt niet als een
                            persoonlijk feit aangemerkt.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Een persoonlijk feit wordt in beginsel in ten hoogste twee
                            spreektermijnen behandeld.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Degene die het persoonlijk feit aangaat en niet als laatste in tweede
                            termijn het woord heeft gevoerd, zal op zijn verzoek vóór het sluiten
                            van de beraadslaging het woord worden gegeven.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 26 Beraadslagingen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Over alle onderwerpen aan de orde gesteld, vindt in beginsel geen
                            afzonderlijke bespreking naar artikelen of onderdelen plaats. Wanneer de
                            raad dit doelmatig acht, kan de beraadslaging tweeledig zijn en wel
                            eerst door het houden van algemene beschouwingen over het onderwerp,
                            daarna door bespreking van elk van de artikelen of onderdelen.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Indien de voorzitter blijkt, dat geen beraadslaging in verdere termijn
                            zal behoeven plaats te hebben, sluit hij de beraadslaging, waarna geen
                            andere voorstellen dan voorstellen van orde als bedoeld in artikel 39
                            kunnen worden ingediend. Vervolgens geeft de voorzitter gelegenheid voor
                            stemverklaringen als bedoeld in artikel 28. Daarna gaat de voorzitter
                            over tot de stemming en zodra hiermede is aangevangen, kunnen geen
                            voorstellen van orde meer worden ingediend.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Ten aanzien van onderwerpen, waarvan de beraadslaging tweeledig is als
                            bedoeld in het eerste lid, is het tweede lid van overeenkomstige
                            toepassing.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Indien de vergadering is gesloten vóórdat de agenda is afgedaan, heeft
                            de behandeling van de niet afgedane punten plaats in de eerstvolgende
                            bij dezelfde oproeping belegde vergadering en zo nodig in een of meer
                            daarop aansluitende eveneens bij die oproeping belegde vergaderingen,
                            tenzij anders wordt beslist.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>De voorzitter voert zo dikwijls het woord als hij dit nodig acht.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 27 Beraadslaging over amendementen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De beraadslaging over een voorgesteld amendement of subamendement gaat
                            aan die over het voorstel, waarop het is ingediend, vooraf, met dien
                            verstande dat het verst strekkende amendement of subamendement het eerst
                            in beraadslaging wordt gebracht en het subamendement voorrang heeft
                            boven het amendement, op hetwelk het is ingediend.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De vergadering kan op voorstel van de voorzitter besluiten over meer dan
                            een of over alle ingediende amendementen of subamendementen tegelijk te
                            beraadslagen.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 28 Stemverklaringen</tussenkop>
                <al>Na het sluiten van de beraadslagingen en voordat de raad tot stemming overgaat,
                    heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort toe te lichten.</al>
                <tussenkop>Artikel 29 Inventarisatie</tussenkop>
                <al>Na behandeling van de ingekomen stukken inventariseert de voorzitter bij welk
                    aan de orde zijnd voorstel een of meer leden het woord verlangen resp. een
                    stemverklaring willen afleggen. Van de voorstellen bij wie niemand het woord
                    resp. stemming verlangt, stelt de voorzitter vast dat zij zijn aangenomen.</al>
                <tussenkop>Artikel 30 Stemming over zaken</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Nadat de beraadslaging over een voorstel is gesloten of indien niemand
                            het woord verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot
                            besluitvorming.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Tenzij schriftelijk of bij hoofdelijke oproeping moet worden gestemd,
                            vraagt de voorzitter of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming
                            wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de
                            voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke oproeping is
                            aangenomen.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Indien stemming wordt gevraagd, geschiedt de stemming bij handopsteken,
                            waarbij eerst de leden die voor het voorstel zijn gevraagd wordt de hand
                            op te steken en vervolgens gevraagd wordt de leden die tegen het
                            voorstel zijn hun hand op te steken.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Zijn er verschillende onderwerpen of voorstellen als bedoeld in de
                            artikelen 36, 37, 39 en 41 tegelijk in behandeling, dan komt het
                            onderwerp of voorstel welke de verste strekking heeft, het eerst in
                            stemming en zo vervolgens.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>In de zitting aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen,
                            dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                            vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet
                            daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Toelichting</tussenkop>
                <tussenkop>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet
                    de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling
                    van artikel 32 Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het
                    voorstel geacht te zijn aangenomen. De regeling in het</tussenkop>
                <tussenkop>tweede lid wordt toegepast, indien de uitkomst van de stemming tevoren
                    duidelijk is en slechts enkele leden tegenstemmen.</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 31 Hoofdelijke oproeping</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Stemming bij hoofdelijke oproeping geschiedt mondeling door het
                            uitspreken van het woord "voor" of "tegen". Bij mondelinge stemming
                            roept de griffier de namen af in de volgorde, bedoeld in artikel
                            16.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Behoudens in de gevallen, waarin de Gemeentewet onthouding voorschrijft,
                            is ieder aanwezig lid, bij hoofdelijke stemming, verplicht zijn stem uit
                            te brengen.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Geen lid mag aan een stemming deelnemen, wanneer hij niet vóór de
                            aanvang daarvan de presentielijst heeft getekend. De leden stemmen van
                            hun plaats.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>De voorzitter deelt mede wanneer de stemming is beëindigd. Hierna kan
                            niet meer worden gestemd.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Ieder lid heeft het recht onmiddellijk na de mededeling van de uitslag
                            der stemming te doen aantekenen, dat hij zich bij het uitbrengen van
                            zijn stem vergist heeft. Invloed op de meegedeelde uitslag heeft dit
                            niet.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 32 Stemming over amendementen en moties</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                            eerst over dat amendement gestemd.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst
                            over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig
                            voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin
                            hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het verst
                            strekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt
                            gebracht.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt
                            eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 33 Stemming over personen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of
                            het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, stelt
                            de voorzitter een of meer stembureaus samen uit de leden van de raad.
                            Elk stembureau bestaat uit drie leden, van wie de eerstbenoemde de
                            voorzitter is. Zij regelen onderling wie met elk van de in het zesde lid
                            genoemde werkzaamheden belast zal zijn.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Indien een stembureau dit verlangt, wordt het bijgestaan door een door
                            de griffier aan te wijzen ambtenaar van de griffie.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                            Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in
                            te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Er hebben zoveel afzonderlijke stemmingen plaats als er personen zijn te
                            benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De vergadering kan op
                            voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden
                            samengevat op één briefje. Elke stemming wordt dan ter bepaling van de
                            meerderheid en van de uitslag als een afzonderlijke stemming
                            beschouwd.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk
                            is aan het aantal leden dat ingevolge het derde lid verplicht is een
                            stembriefje in te leveren.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30
                            van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die
                            leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een
                            niet-behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="-">
                                <al>een blanco stembriefje;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>een ondertekend stembriefje;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de
                                    stemming verschillende vacatures betreft;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht
                                    betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is
                                    voorgedragen;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan
                                    die waartoe de stemming is beperkt.</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </li>
                    <li nr="7.">
                        <al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist het
                            stembureau. Staken de stemmen daarover, dan beslist de raad.</al>
                    </li>
                    <li nr="8.">
                        <al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na
                            vaststelling van de uitslag vernietigd.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Toelichting</tussenkop>
                <tussenkop>De Gemeentewet geeft aan, dat over benoemingen (niet ontslag) van
                    personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk moet
                    worden gestemd (artikel 31 Gemeentewet).</tussenkop>
                <tussenkop>Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus tussen
                    degenen die op de voordracht zijn vermeld.</tussenkop>
                <tussenkop>Een aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er
                    veel benoemingen te doen zijn (bijvoorbeeld aan het begin van een nieuwe
                    zittingsperiode) zou een gecombineerd stembiljet kunnen worden
                    ontworpen.</tussenkop>
                <al><cursief>In het zesde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30
                        </cursief><cursief>Gemeente</cursief><cursief>wet. Wat onder een (niet-)
                        behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan is in de wet niet
                        geregeld en daarom wel in dit reglement</cursief>.</al>
                <tussenkop>Artikel 34 Herstemming over personen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft
                            verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                            meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee
                            personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben
                            verenigd (herstemming). Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen
                            over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                            uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                            plaatshebben.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken,
                            beslist terstond het lot.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 35 Beslissing door het lot</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de
                            beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke,
                            geheel gelijke, briefjes geschreven.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd,
                            op gelijke wijze gevouwen, in een stem bokaal gedeponeerd en
                            omgeschud.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal.
                            Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Hoofdstuk VI Rechten van leden</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 36 Amendementen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd tijdens de
                            beraadslagingen wijzigingen voor te stellen op het voorgestelde besluit
                            (amendement). Ook kan hij voorstellen, het voorgestelde besluit in een
                            of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming
                            zal plaatsvinden.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                            amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen
                            (subamendement).</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Elk (sub-)amendement en elk voorstel moet schriftelijk bij de voorzitter
                            worden ingediend.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Op een motie alsmede op een voorstel om de behandeling van een aan de
                            orde gesteld onderwerp tot een volgende vergadering te verdagen, kunnen
                            geen amendementen worden ingediend.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Een (sub-)amendement dient zodanig te zijn geformuleerd dat de tekst
                            ervan geschikt is om in het ontwerpbesluit te worden verwerkt.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>Een amendement of subamendement moet schriftelijk en onder vermelding
                            van naam ondertekend worden ingediend bij de voorzitter.</al>
                    </li>
                    <li nr="7.">
                        <al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub-)amendement is te allen
                            tijde mogelijk voordat de besluitvorming door de vergadering heeft
                            plaatsgevonden.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 37 Moties</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd tijdens de
                            beraadslagingen een motie in te dienen met betrekking tot het aan de
                            orde zijnde onderwerp.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Artikel 36, zesde lid is van overeenkomstige toepassing.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp vindt tegelijk
                            met de beraadslaging daarover plaats; behandeling van een motie over een
                            niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat een besluit als
                            bedoeld in artikel 9, eerste lid is genomen en nadat alle onderwerpen
                            zijn behandeld.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Indien een voorgestelde motie in wezen geheel of gedeeltelijk neerkomt
                            op amendering van een aan de orde zijnd voorstel, kan de voorzitter van
                            de voorsteller(s) vorderen, het motievoorstel door wijziging van de
                            redactie te veranderen in een amendement.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Artikel 36, zevende lid is van overeenkomstige toepassing</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 38 VERVALLEN</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 39 Voorstellen van orde</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een
                            voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Indien bij stemming over een voorstel van orde de stemmen staken wordt
                            het voorstel geacht te zijn verworpen.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>In afwijking van het bepaalde in het derde lid wordt over een voorstel
                            van orde tot sluiting der beraadslagingen niet het woord gevoerd.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Een voorstel terug te komen van een vroeger genomen besluit, kan slechts
                            worden behandeld, indien het voorstel als punt van behandeling op de
                            agenda is vermeld.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Toelichting</tussenkop>
                <tussenkop>De in het oude artikel gegeven opsomming kan vervallen Het is aan de raad
                    te bepalen wat een voorstel van orde inhoudt. Wel is de schorsing expliciet
                    geregeld. Het derde lid is een uitzondering op de normale gang van zaken bij
                    staken van stemmen (artikel 32, vierde lid Gemeentewet). Uitstel naar een
                    volgende vergadering heeft bij ordevoorstellen geen zin.</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 40 Schorsing</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Op voorstel van de voorzitter of op verzoek van een lid van de raad of
                            een lid van het college kan de raad besluiten de beraadslaging voor een
                            door hem te bepalen tijd te schorsen, teneinde het college of de leden
                            de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Een voorstel tot schorsing wordt terstond afzonderlijk in behandeling
                            genomen; daarover wordt niet beraadslaagd.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingstijd is verstreken
                            en degene die de schorsing heeft aangevraagd een verklaring heeft
                            afgelegd.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 41 Initiatiefvoorstellen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Ieder lid heeft het recht voorstellen aan de raad te doen, die buiten de
                            agenda vallen.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Artikel 36, zesde lid is van overeenkomstige toepassing.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Dit voorstel wordt opgesteld als een ontwerpraadsvoorstel.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Het presidium plaatst het voorstel zo spoedig mogelijk op de agenda van
                            de betreffende raadscommissie.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Tijdens de behandeling in die raadscommissie wordt het voorstel
                            besproken door de fracties en het college. Wordt het voorstel niet door
                            de raadscommissie ondersteund dan is het verworpen. Wordt het voorstel
                            door de raadscommissie ondersteund dan wordt het binnen drie maanden in
                            een raadsvergadering besproken, tenzij de raad op voorstel van het
                            college tot een andere termijn besluit. Eventuele aanpassing van het
                            voorstel geschiedt voor de behandeling in de raad. Tijdens de
                            behandeling in de raad wordt het ontwerpraadsvoorstel, voorzien van een
                            reactie van het college, besproken, waarna het in stemming wordt
                            gebracht.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>Degene, die een voorstel indient, of één van de ondertekenaren daarvan,
                            is bevoegd de strekking van dit voorstel beknopt mondeling toe te
                            lichten, indien het voorstel in spoedeisende gevallen ter vergadering
                            wordt ingediend.</al>
                    </li>
                    <li nr="7.">
                        <al>Een voorstel kan te allen tijde worden ingetrokken. Indien het door
                            mederaadsleden is ondertekend, kan het slechts door de ondertekenaren
                            tezamen worden ingetrokken.</al>
                    </li>
                    <li nr="8.">
                        <al>Een medeondertekenaar van een voorstel is te allen tijde bevoegd zijn
                            handtekening daaronder terug te nemen.</al>
                    </li>
                    <li nr="9.">
                        <al>Bij gebruikmaking van de bevoegdheid in het vorige lid bedoeld, gaat de
                            behandeling van het voorstel voort.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 42 Schriftelijke vragen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Ieder lid kan zonder verlof van de raad en buiten de vergadering aan de
                            burgemeester of aan het college schriftelijk vragen stellen.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen van een korte
                            toelichting worden voorzien.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De vragen worden ingediend via het e-mailadres
                            schriftelijkevragen@utrecht.nl bij Stafbureau Gemeentesecretaris. Deze
                            draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de
                            overige leden van de raad en het college worden gebracht en op
                            Raadsinformatie On-Line Gemeente Utrecht worden gepubliceerd.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder
                            geval binnen 28 dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, dan
                            deelt het college of de burgemeester zulks gemotiveerd mede aan de
                            vragensteller waarbij gemotiveerd wordt aangegeven wanneer het antwoord
                            te verwachten is.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>De antwoorden worden onder vermelding van de gestelde vragen door de
                            voorzitter aan de leden van de raad medegedeeld en op Raadsinformatie
                            On-Line Gemeente Utrecht gepubliceerd.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 43 Mondelinge vragen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Het lid dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen meldt dit, onder
                            aanduiding van het onderwerp en de vraag, schriftelijk aan bij de
                            voorzitter tot uiterlijk twee uur voorafgaande aan de vergadering.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Het Dagelijks Bestuur presidium kan weigeren een onderwerp tijdens het
                            vragenuur aan de orde te stellen, indien het het onderwerp niet
                            voldoende nauwkeurig acht aangegeven dan wel strijdig acht met het recht
                            of met het algemeen belang, dan wel indien het onderwerp in de lopende
                            raadvergadering aan de orde komt of de vragen niet voldoen aan door het
                            presidium vastgestelde criteria.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De vragen worden behandeld in volgorde van indiening.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>De vragensteller wordt voor ten hoogste vijf minuten het woord verleend
                            om vragen te stellen en een toelichting te geven. Het lid of de leden
                            van het college, meer in het bijzonder met de beantwoording belast, of
                            de voorzitter wordt voor ten hoogste vijf minuten het woord verleend om
                            de vragen te beantwoorden.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Hierna kan ieder ander lid korte aanvullende vragen stellen; indien van
                            deze gelegenheid gebruik wordt gemaakt, geldt voor dit lid eveneens een
                            spreektijd van ten hoogste twee minuten. Aan ieder tot wie de vragen
                            zijn gericht, wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om
                            de vragen te beantwoorden.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>Interrupties zijn in de tweede termijn toegestaan.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 44 Interpellatie</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                            naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, tenminste 48
                            uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter
                            ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het
                            onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen
                            vragen.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter
                            kennis van de overige leden en de leden van het college. Het verzoek
                            wordt als eerste agendapunt van de eerstvolgende raadsvergadering
                            behandeld.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De interpellatie geschiedt in twee termijnen , achtereenvolgens: de
                            interpellant, de burgemeester en/of wethouder(s) en de overige leden van
                            de raad.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Hoofdstuk VII Begroting en rekening</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 45 Procedure Programmabegroting en Verantwoording</tussenkop>
                <al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het
                    onderzoek en de behandeling van de begroting en de verantwoording volgens een
                    procedure die de raad vaststelt.</al>
                <tussenkop>Artikel 46 VERVALLEN</tussenkop>
                <tussenkop>Hoofdstuk VIII Lidmaatschap van andere organisaties</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 47 Verslag; verantwoording</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Een lid van de raad of een lid van het college, dat door de raad is
                            aangewezen tot lid van het (algemeen) bestuur van een openbaar lichaam
                            of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over
                            zaken die in het (algemeen) bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door
                            de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen
                            naar de betreffende commissie.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Ieder lid van de raad kan aan een raadslid als bedoeld in het eerste lid
                            of een lid van het college schriftelijke vragen stellen. De regels voor
                            het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 42, zijn
                            van overeenkomstige toepassing.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>Wanneer een lid van de raad het raadslid als bedoeld in het eerste lid
                            of een lid van het college ter verantwoording wenst te roepen over zijn
                            wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
                            daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in
                            artikel 45, zijn van overeenkomstige toepassing.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van
                            het (algemeen) bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                            gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet
                            beraadslaagd dan nadat in een vergadering, tenminste veertien dagen
                            tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat het betrokken raadslid
                            niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde
                            bestuur.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of
                            instituties, waarin de raad een van zijn leden of een lid van het
                            college heeft benoemd.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Toelichting</tussenkop>
                <tussenkop>Het betreft hier de invulling van de verantwoordingsplicht van een
                    vertegenwoordiger van de gemeente in (meestal) een gemeenschappelijke regeling.
                    Voor de wijze, waarop raadsleden of een lid van het college in het bestuur van
                    de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording
                    verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen.</tussenkop>
                <tussenkop>Ook de gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht
                    en over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten. In het
                    eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge
                    verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen). In het
                    tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen
                    aangegeven. Evenals in de Gemeentewet ten aanzien van het ontslag van een
                    wethouder is hier een wachttijd opgenomen. Het is zinvol de bepalingen van dit
                    artikel ook van toepassing te verklaren op andere organisaties, waarin de raad
                    een of meer van zijn leden heeft benoemd. Hierbij valt te denken aan
                    privaatrechterlijke rechtspersonen en vennootschappen, zoals een (raad van
                    commissarissen van) een N. V. Hierin voorziet het vijfde lid.</tussenkop>
                <tussenkop>Hoofdstuk IX Besloten vergaderingen</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 48 Algemeen</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Indien overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 Gemeentewet, de deuren
                            gesloten zijn, beslist de vergadering of met gesloten deuren zal worden
                            beraadslaagd.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad of ten
                            aanzien van het daarin behandelde, en eventueel omtrent de inhoud van
                            stukken die aan de raad zijn overgelegd, geheimhouding zal worden
                            opgelegd.</al>
                    </li>
                    <li nr="3.">
                        <al>De geheimhouding wordt zowel door de leden, die bij de behandeling
                            tegenwoordig waren, als door de leden, die op andere wijze van het
                            behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat de
                            raad haar opheft.</al>
                    </li>
                    <li nr="4.">
                        <al>De verplichting tot geheimhouding geldt mede voor de andere personen,
                            die bij de behandeling tegenwoordig waren of die anderszins van het
                            behandelde of van de stukken kennis nemen.</al>
                    </li>
                    <li nr="5.">
                        <al>Op de notulen van een besloten vergadering is artikel 9, tweede lid, van
                            overeenkomstige toepassing.</al>
                    </li>
                    <li nr="6.">
                        <al>De notulen worden afzonderlijk gehouden en in de volgende besloten
                            vergadering vastgesteld. Zolang zij niet zijn vastgesteld liggen zij
                            gedurende tenminste tweemaal vierentwintig uur voor elke openbare
                            vergadering ter inzage in het vak voor geheime stukken.</al>
                    </li>
                    <li nr="7.">
                        <al>Zodra de raad de notulen heeft vastgesteld, worden zij voorzien van de
                            handtekening van de voorzitter en de griffier.</al>
                    </li>
                    <li nr="8.">
                        <al>Op een besloten vergadering zijn zoveel mogelijk de bepalingen van
                            toepassing die gelden voor een openbare vergadering.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 49 Fractiemedewerkers</tussenkop>
                <al>De fractiemedewerkers hebben toegang tot de besloten vergadering na toestemming
                    van de voorzitter, tenzij artikel 4, derde lid van het Reglement op de
                    fractiemedewerkers toepassing vindt.</al>
                <tussenkop>Hoofdstuk X Toehoorders en pers</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 50 Toehoorders en pers</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                            verstoren van de orde is verboden.</al>
                    </li>
                </lijst>
                <tussenkop>Artikel 50a Geluid en beeldregistraties</tussenkop>
                <al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluids- en/of
                    beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en
                    gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al>
                <tussenkop>Artikel 50b Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop>
                <al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                    vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of
                    andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                    vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al>
                <tussenkop>Artikel 51 Maatregelen van orde</tussenkop>
                <al>Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een door
                    hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke
                    tribune.</al>
                <tussenkop>Hoofdstuk XI Slotbepalingen</tussenkop>
                <tussenkop>Artikel 52 Uitleg reglement</tussenkop>
                <al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de
                    toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                    voorzitter.</al>
                <tussenkop>Artikel 53 In werking treden</tussenkop>
                <lijst>
                    <li nr="1.">
                        <al>Dit reglement treedt in werking op de dag na publicatie.</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                        <al>Op dat tijdstip vervalt het Reglement van Orde voor de vergaderingen van
                            de raad van de gemeente Utrecht (Gemeenteblad van Utrecht 2006, nr.
                            27).</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 11 februari
                    2010.</al>
                <al>De griffier, De voorzitter,</al>
                <tussenkop>Bekendmaking is geschied op 24 februari 2010</tussenkop>
                <tussenkop>Deze verordening is in werking getreden op 25 februai 2010</tussenkop>
                <tussenkop>ALFABETISCH TREFWOORDENREGISTER OP HET REGLEMENT VAN ORDE</tussenkop>
                <al>Afwijking/uitleg reglement van orde Artikel 52</al>
                <al>Agenda</al>
                <lijst>
                    <li nr="-">
                        <al>aanvulling Artikel 7/9</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>behandeling Artikel 8</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>vaststelling Artikel 8</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>verzending agenda Artikel 8</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>verzending stukken Artikel 9</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>wijziging Artikel 8</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Amendement</al>
                <lijst>
                    <li nr="­">
                        <al>behandeling Artikel 27</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>indiening Artikel 36</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Begripsomschrijving Artikel 1a</al>
                <al>Beraadslagingen Artikel 26</al>
                <lijst>
                    <li nr="­">
                        <al>deelname door anderen Artikel 24</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>spreekregels Artikel 19</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>spreektermijnen Artikel 21</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>spreektijden Artikel 22</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>stemverklaringen Artikel 28</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>volgorde sprekers Artikel 20</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Besloten vergadering Artikel 48</al>
                <al> Artikel 24 GW*</al>
                <al>Collegeleden Artikel 8a</al>
                <al>Fracties Artikel 5</al>
                <al>Fractiemedewerkers Artikel 49</al>
                <al>Geheimhouding</al>
                <lijst>
                    <li nr="­">
                        <al>stukken Artikel 9</al>
                        <al> Artikel 25 GW*</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>stukken besloten vergadering Artikel 48</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Geloofsbrieven Artikel 4</al>
                <al>Griffier Artikel 3b</al>
                <al> Artikel 100 GW*</al>
                <al> Artikel 101 GW*</al>
                <al> Artikel 101 GW*</al>
                <lijst>
                    <li nr="­">
                        <al>benoeming Artikel 107 GW*</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>werkzaamheden Artikel 107a e.v. GW*</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Hoofdelijke oproeping Artikel 31</al>
                <al> Artikel 32 GW*</al>
                <al>Ingekomen stukken Artikel 18</al>
                <al>Initiatiefvoorstellen Artikel 41</al>
                <al>Interpellatie Artikel 44</al>
                <al>Interrupties</al>
                <lijst>
                    <li nr="­">
                        <al>tijdens mondelinge vragen Artikel 43</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>overigens Artikel 23</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Inventarisatie Artikel 29</al>
                <al>Inzage stukken Artikel 9</al>
                <al>Loting Artikel 35</al>
                <al>Maatregelen van orde</al>
                <lijst>
                    <li nr="­">
                        <al>ten aanzien van leden Artikel 23</al>
                        <al> Artikel 26 GW*</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>ten aanzien van publiek Artikel 51</al>
                        <al> Artikel 26 GW*</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>persoonlijk feit Artikel 25</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Mobiele telefoons Artikel 50b</al>
                <al>Mondelinge vragen Artikel 43</al>
                <al>Motie Artikel 37</al>
                <al>Notulen Artikel 17</al>
                <al>Openbaarheid</al>
                <lijst>
                    <li nr="­">
                        <al>van stukken Artikel 8</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>van kennisgeving Artikel 10</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Oproeping</al>
                <al>­ter vergadering Artikel 8</al>
                <al>Orde</al>
                <al>-voorstellen van Artikel 39</al>
                <al>Pers Artikel 50</al>
                <al>Persoonlijk aangaan Artikel 28 GW*</al>
                <al>Persoonlijk feit Artikel 25</al>
                <al>Persoonsvorm Artikel 1b</al>
                <al>Presentielijst Artikel 11</al>
                <al> Artikel 20 GW*</al>
                <al>Presidium Artikel 3a</al>
                <al>Programmabegroting Artikel 45</al>
                <al>Quorum</al>
                <lijst>
                    <li nr="-">
                        <al>vergader Artikel 15</al>
                        <al> Artikel 20 GW*</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>stemming Artikel 29 GW*</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>besluit Artikel 30 GW*</al>
                        <lijst>
                            <li nr="Radio/t.v.">
                                <al>Artikel 50a</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Schorsing</al>
                <lijst>
                    <li nr="­">
                        <al>beraadslagingen Artikel 40</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>vergadering als ordemaatregel Artikel 51</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Spreken</al>
                <lijst>
                    <li nr="­">
                        <al>opgave/volgorde Artikel 20</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>regels/wijze van Artikel 19</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>termijnen Artikel 21</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>spreektijd Artikel 22</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Staken van stemmen Artikel 31 GW*</al>
                <al> Artikel 32 GW*</al>
                <al>Stemmen</al>
                <lijst>
                    <li nr="­">
                        <al>over amendementen en moties Artikel 32</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>over zaken Artikel 30</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>volgorde stemmen Artikel 16</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>over personen Artikel 33</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>herstemming over personen Artikel 34</al>
                    </li>
                    <li nr="­">
                        <al>loting Artikel 35</al>
                        <al> Artikel 31 GW*</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Stemverklaring Artikel 28</al>
                <al>Toehoorders Artikel 50</al>
                <al>Vergadering</al>
                <lijst>
                    <li nr="-">
                        <al>openbare kennisgeving Artikel 10</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>oproeping Artikel 8</al>
                        <al> Artikel 19 GW*</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>aanvang Artikel 6</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>duur Artikel 6</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>besloten Artikel 48</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>schorsing Artikel 40</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>uitloopvergadering Artikel 6</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>quorum Artikel 15</al>
                        <al> Artikel 17 GW*</al>
                        <al> Artikel 20 GW*</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>verzoek tot Artikel 7</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Vervanging griffier Artikel 3b</al>
                <al>Verantwoording:</al>
                <lijst>
                    <li nr="-">
                        <al>verantwoording Artikel 45</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>vertegenwoordiging andere organen/organisaties Artikel 47</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Voorzitter</al>
                <al>-taak Artikel 2</al>
                <al>Vragen</al>
                <lijst>
                    <li nr="-">
                        <al>mondelinge vragen/vragenuurtje Artikel 43</al>
                    </li>
                    <li nr="-">
                        <al>schriftelijke Artikel 42</al>
                    </li>
                </lijst>
                <al>Zitplaats Artikel 14</al>
            </nota-toelichting>
        </regeling>
    </body>
</cvdr>
