<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84960_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Soester Courant 9-3-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-02-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-03-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2005-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 05-12</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>peuterspeelzalen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>GEMEENTEBLAD 05.03</al><al>De raad van de gemeente Soest;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28-01-2005; </al><al>nr. SOW/2005/378 inzake de kwaliteitsregels peuterspeelzalen</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; </al><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van de
                        kwaliteit van peuterspeelzalen; </al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet>VERORDENING KWALITEITSREGELS PEUTERSPEELZALEN</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van
                                    Soest;</al></li><li nr="b."><al>peuterspeelzaal: een kindercentrum uitsluitend voor kinderen
                                    vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij basisonderwijs kunnen
                                    volgen, met een maximale verblijfsduur van 3,5 uur per dag;</al></li><li nr="c."><al>functionaris: in een peuterspeelzaal werkzame persoon die
                                    werkzaamheden verricht, opgenomen in de voor kinderopvang
                                    geldende CAO en die over de voor die werkzaamheden benodigde
                                    opleiding beschikt;</al></li><li nr="d."><al>begeleider: de in een peuterspeelzaal werkzame persoon die
                                    anders dan als functionaris belast is met het bieden van
                                    verzorging en opvoeding of onderdak en begeleiding aan
                                    kinderen.</al></li><li nr="e."><al>houder: een natuurlijke of rechtspersoon die een peuterspeelzaal
                                    stand houdt;</al></li><li nr="f."><al>NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut
                                    vastgestelde norm.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><al> Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en
                            wethouders, een peuterspeelzaal open te stellen of te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Weigering en ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning indien niet wordt
                                voldaan aan de kwaliteitsregels die krachtens hoofdstuk 2 van deze
                                verordening worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1. zijn burgemeester en wethouders bevoegd
                                ontheffing te verlenen van de voorschriften in artikel 17, 18 en de
                                op artikel 11 gebaseerde algemene kwaliteitseisen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Behandeling aanvragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op in behandeling genomen aanvragen is afdeling 3.4 Awb van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder kan zijn zienswijze over de aanvraag naar voren
                                brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Termijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning
                                of op een verzoek tot ontheffing binnen acht weken na de dag waarop
                                de aanvraag of het verzoek is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste
                                acht weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag om
                                vergunning of het verzoek tot ontheffing aan, totdat zij een
                                beslissing hebben genomen over de aanvraag voor een bouwvergunning
                                overeenkomstig artikel 40, lid 1 van de Woningwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 nemen burgemeester en
                                wethouders, voor zover de aanhouding bedoeld in het eerste lid
                                langer duurt dan de in artikel 6 gestelde termijnen, de beslissing
                                op een aanvraag om vergunning of een verzoek tot ontheffing op grond
                                van deze verordening zo spoedig mogelijk nadat het besluit omtrent
                                de bouwvergunning als bedoeld in het eerste lid is genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Duur van de vergunning of ontheffing</titel></kop><al> De vergunning of ontheffing wordt verleend voor maximaal vijf
                            jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verplichtingen van de houder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning of ontheffing is niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder is verplicht aan burgemeester en wethouders gegevens te
                                verstrekken die door of namens hen in verband met de huisvesting,
                                verzorging en begeleiding van de kinderen van belang worden
                                geacht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De houder is voorts verplicht om bij wijziging van de gegevens die
                                zijn verstrekt bij de vergunningaanvraag daarvan onmiddellijk
                                schriftelijk mededeling te doen aan burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht de vergunning op een zichtbare
                                plaats in de peuterspeelzaal op te hangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekken of wijzigen van vergunning of ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing
                                intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                        ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of
                                        wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de
                                        belangen ter bescherming waarvan de vergunning is
                                        verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                        voorschriften niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien binnen de termijn van één jaar na verlening geen
                                        gebruik van de </al><al> vergunning wordt gemaakt;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de kinderen
                                tijdelijke of blijvende sluiting van een peuterspeelzaal gelasten,
                                indien naar hun oordeel dringende omstandigheden die niet uit deze
                                verordening voortvloeien daartoe aanleiding geven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Kwaliteitsregels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Algemene kwaliteitsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De peuterspeelzaal dient hygiënisch en veilig te zijn en een
                                deugdelijke inrichting te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen
                                waaraan de peuterspeelzaal, de houder en de in de peuterspeelzaal
                                werkzame functionarissen en begeleiders moeten voldoen. Deze regels
                                hebben betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>de verzorging en begeleiding van en het toezicht op de
                                        kinderen;</al></li><li nr="b."><al>de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van de
                                        peuterspeelzaal voor zover deze eisen noodzakelijk zijn voor
                                        de kinderopvang en hierin niet wordt voorzien bij of
                                        krachtens de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>de aanwezigheid van gegevens omtrent peuters in de
                                        peuterspeelzaal.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Invloed van functionarissen, gastouders en begeleiders op het
                                beleid van de</titel></kop><al><vet>houder</vet></al><al> De houder zorgt ervoor dat de invloed van functionarissen en
                            begeleiders op het beleid van de houder gewaarborgd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Informatie aan ouders/verzorgers</titel></kop><al> De houder van een peuterspeelzaal informeert de ouders/verzorgers
                            voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst schriftelijk over: </al><lijst><li nr="a."><al>het te voeren beleid, waaronder het pedagogisch beleid;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop klachten worden behandeld;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop de inspraak is geregeld;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop het contact met de ouders/verzorgers wordt
                                    onderhouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering</titel></kop><al> De houder van een peuterspeelzaal moet ten behoeve van in het centrum
                            aanwezige functionarissen, begeleiders en kinderen een passende
                            aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering afsluiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verblijfsruimte peuterspeelzaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Per groep is een ruimte beschikbaar die per kind drie vierkante
                                meter netto speel-/werkoppervlak bevat, bepaald overeenkomstig NEN
                                2580.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de oppervlakte minimaal
                                netto vier vierkante meter per spelend kind bedraagt, bepaald
                                overeenkomstig NEN 2580.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorkoming verspreiding infectieziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan de houder, dan wel aan degene die met de dagelijkse
                                leiding is belast, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>enig persoon tot de peuterspeelzaal of tot enige daarmee in
                                        verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin te
                                        vertoeven, wanneer, volgens of vanwege de directeur van de
                                        GGD, daarmee het gevaar van overbrenging van een
                                        infectieziekte, zoals genoemd in de Wet bestrijding
                                        infectieziekten en opsporing ziekte-oorzaken, aanwezig
                                        is;</al></li><li nr="b."><al>enig persoon tot de peuterspeelzaal of tot enige daarmee in
                                        verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin zelf te
                                        vertoeven, wanneer hij redelijkerwijs kan vermoeden dat
                                        daarmee het gevaar van overbrenging van een infectieziekte,
                                        zoals genoemd in de onder a. vermelde wet, aanwezig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het in het eerste lid onder a omschreven verbod is de houder
                                ontheven, zodra de behandelend geneesheer een schriftelijke
                                verklaring heeft afgegeven dat de kans op overbrenging van een
                                infectieziekte is uitgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bepalingen in het eerste en tweede lid laten onverlet de
                                bepalingen krachtens de in het eerste lid, onder a, genoemde
                                wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aantallen functionarissen per groep</titel></kop><al> De groepen kunnen onder leiding staan van één functionaris en één
                            begeleider.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Groepsgrootte</titel></kop><al> In een groep zijn ten hoogste zeventien kinderen tegelijkertijd
                            aanwezig.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al> Overtreding van artikel 2 en 9 en van de kwaliteitsregels krachtens
                            hoofdstuk 2 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of
                            een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft
                            met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Toezicht en opsporing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen personen aanwijzen die belast zijn
                                met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze
                                verordening gestelde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opsporing van de in artikel 21 strafbaar gestelde feiten is,
                                naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                                opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en
                                wethouders met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn
                                belast, voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn
                                vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Controle</titel></kop><al> Burgemeester en wethouders controleren ten minste een maal per jaar de
                            houders op naleving van de verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al> Vergunningen en ontheffingen die zijn verleend onder de werking van de
                            Verordening Kinderopvang blijven na de inwerkingtreding van deze
                            verordening van kracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking per 1
                            januari 2005. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels
                            peuterspeelzalen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Soest, 17 februari 2005 </ondertekening><ondertekening>de raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>