<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>84879_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater gemeente Coevorden 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-26</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">CoevordenHuisAanHuis 26-01-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2010-12-21</dcterms:issued><dcterms:alternative>Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Coevorden 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, art. 10.32a, lid 1</dcterms:source><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-04-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>collegevoorstel 6 december 2010 nr. 793</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening en milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen. </al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al><al>Nr. 2010/793</al><al></al><al>De raad der gemeente van de gemeente Coevorden.</al><al></al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 december 2010, </al><al></al><al>bijlagenr. 793; </al><al></al><al>gelet op artikel 10.32a van de Wet milieubeheer; </al><al></al><al>overwegende, dat de Wet milieubeheer de bevoegdheid biedt bij verordening
                        regels te stellen over het brengen van afstromend hemelwater of grondwater
                        op of in de bodem of in een rioolvoorziening en over het beëindigen van het
                        lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in een rioolvoorziening voor
                        afvalwater; </al><al></al><al>dat het rioleringsbeleid is neergelegd in het gemeentelijk rioleringsplan
                        (GRP) zoals vastgesteld door de raad in oktober 2009;</al><al></al><al>dat door het bestaande gemengde rioolstelsel hemelwater gezamenlijk met
                        afvalwater wordt afgevoerd naar de zuiveringsinrichting (RWZI);</al><al></al><al>dat bij grote neerslaghoeveelheden de bergende inhoud van de riolering en de
                        afvoercapaciteit naar de RWZI niet toereikend zijn waardoor overstortingen
                        zullen optreden. Hierbij vindt vuilemissie plaats op oppervlaktewateren en
                        wateroverlast bij derden;</al><al></al><al>dat vanuit waterkwalitatieve aspecten deze vuilemissies beperkt dienen te
                        blijven;</al><al></al><al>dat het hemelwater in principe schoon genoeg is om zonder behandeling in het
                        milieu terug te brengen;</al><al></al><al>dat de perceelseigenaar zoveel mogelijk het hemelwater dient te verwerken op
                        de plaats waar het valt;</al><al></al><al><vet>b e s l u i t</vet></al><al></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al></al><al><vet><cursief>Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater gemeente
                                Coevorden 2010</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Afkoppelen</vet>: het onderbreken van de afvoer van op verhard
                                oppervlak vallend hemelwater naar een gemengd rioolstelsel. In
                                plaats daarvan wordt het hemelwater nuttig gebruikt of via
                                infiltratie in de bodem gebracht of via afstroming naar
                                oppervlaktewater afgevoerd.</al></li><li nr="b."><al><vet>Bouwwerk</vet>: elke constructie van enige omvang van hout,
                                steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter
                                plaatse te functioneren;</al></li><li nr="c."><al><vet>Beheerder van het openbaar riool</vet>: het college van
                                Burgemeester en wethouders van Coevorden;</al></li><li nr="d."><al><vet>Grondwaterafvoer</vet>: voorziening voor de inzameling en
                                verdere verwerking van grondwater, niet zijnde een openbaar
                                vuilwaterriool, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die
                                door een gemeente met het beheer is belast;</al></li><li nr="e."><al><vet>Hemelwater</vet>: hemelwater zoals regen, hagel en sneeuw.</al></li><li nr="f."><al><vet>Hemelwaterafvoer</vet>: voorziening voor de inzameling en
                                verdere verwerking van afstromend hemelwater, niet zijnde een
                                openbaar vuilwaterriool, in beheer bij de gemeente of een
                                rechtspersoon die door de gemeente met het beheer is belast;</al></li><li nr="g."><al><vet>Openbaar vuilwaterriool</vet>: voorziening voor de inzameling
                                en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een
                                gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer
                                is belast. Hieronder valt tevens het drukrioolstelsel alsmede het
                                vrij vervalstelsel;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Plicht tot afkoppelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen
                            het verboden is een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of
                            aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool. Eenzelfde
                            gebiedsaanwijzing kan door genoemde beheerder worden gedaan ten aanzien
                            van het vrijkomende grondwater bij drainage, oppompen of andere vormen
                            van onttrekkingen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder van het openbaar riool kan de wijze bepalen en daarvoor
                            nadere eisen stellen waarop het afkoppelen plaatsvindt;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op inrichtingen in de zin van
                            de Wet milieubeheer en heeft geen betrekking op de openbare weg;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het
                            openbaar riool rekening met het verbreed gemeentelijk
                            rioleringsplan;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de eerste dag
                            nadat deze bekend is gemaakt;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De beheerder van het openbaar riool kan ontheffing verlenen van de
                            verplichting tot afkoppelen die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing,
                            indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein
                            redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater kan
                            worden gevergd;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de
                            Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het krachtens artikel 2 bepaalde en de daarbij gegeven
                        voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste
                        drie maanden of geldboete van de tweede categorie zoals bedoeld in artikel
                        23 van het wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze
                        verordening gesteld zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen
                        personen of groep van personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “<vet>Verordening afvoer hemelwater en
                            grondwater gemeente Coevorden 2010</vet>”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 december 2010. </al><al>De raad voornoemd,</al><al>, voorzitter.</al><al>, secretaris </al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Met de inwerkingtreding van de Wet Gemeentelijke Watertaken per 1 januari
                        2008 is o.a. de Wet milieubeheer gewijzigd. In artikel 10.32a van de Wet
                        milieubeheer is opgenomen dat gemeenteraden een nieuwe bevoegdheid hebben en
                        in het belang van de bescherming van het milieu bij verordening regels
                        kunnen stellen aan het lozen van afvalwater op de riolering. Hiermee hebben
                        gemeenten een nieuw instrument gekregen om de gemeentelijke watertaken
                        (zorgplichten) vorm te geven. Het rioleringsbeleid is neergelegd in het
                        gemeentelijk rioleringsplan (GRP).</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al><cursief>Bouwwerk</cursief></al><al>Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Wet milieubeheer niet. De VNG
                        houdt in de model bouwverordening (MBV) een in de jurisprudentie aanvaarde
                        definitie aan:</al><al></al><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
                        materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met
                        de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de
                        grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.</al><al></al><al>Deze omschrijving is in deze verordening overgenomen. De plicht een bouwwerk
                        aan te sluiten aan het openbaar riool staat in de MBV (art. 2.7.4 en
                        5.3.4).</al><al></al><al>Aan de hand van de vier elementen van de definitie van het begrip bouwwerk:
                        1) constructie, 2) van enige omvang, 3) met de grond verbonden, 4) bedoeld
                        om ter plaatse te functioneren, wordt bepaald op een object een bouwwerk is
                        of niet.</al><al>Over het begrip bouwwerk bestaat een uitgebreide jurisprudentie, het is niet </al><al>zonder meer duidelijk wanneer aan de vier voorwaarden wordt voldaan om tot
                        de conclusie te komen dat een object een bouwwerk is. Een uitgebreide
                        opsomming van jurisprudentie kunt u vinden in de toelichting op de
                        Model-bouwverordening van de 'Standaardregelingen in de bouw' (Sdu uitgevers
                        bv, Den Haag).</al><al></al><al>-beheerder openbaar riool</al><al></al><al>De in artikel 2 genoemde beheerder van het openbaar riool is het college van
                        burgemeester en wethouders.</al><al></al><al>Een begripsbepaling voor open erf en terrein is niet opgenomen. Met het
                        besluit tot gebiedsaanwijzing en de bijbehorende kaart heeft het college
                        voldoende mogelijkheden om open erven en terreinen al dan niet onder de
                        werking van het besluit en daarmee de plicht tot afkoppelen te brengen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Plicht tot afkoppelen</titel></kop><al>Inleiding</al><al></al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om een eigenaar van een bouwwerk, die niet
                        uit vrije wil meewerkt aan de uitvoering van een rioleringsplan, te dwingen
                        de hemelwaterafvoer af te koppelen van het vuilwaterriool. Een dergelijke
                        verplichting voor bestaande bouwwerken is enkel mogelijk indien een andere
                        wijze van afvoeren of verwerken van hemelwater redelijk is. Hierbij wordt
                        een afweging gemaakt tussen de kosten van het afkoppelen en het treffen van
                        voorzieningen die daarmee verband houden in relatie tot de voordelen die
                        hiervan worden verwacht (o.a. het milieurendement en mogelijke reductie van
                        wateroverlast). </al><al></al><al>Voor grondwater dat vrijkomt bij drainage, oppompen of andere vormen van
                        onttrekkingen of ontwateren geldt een gelijke situatie. Ook hier kan het
                        wenselijk zijn dat het water op een andere wijze wordt afgevoerd dan via het
                        vuilwaterriool.</al><al></al><al>Het artikel werkt nadat met betrekking tot de riolering in een bepaalde
                        kern, buurt, wijk of straat een situatie is ingetreden, waardoor het naar
                        het oordeel van de beheerder van het rioleringsstelsel nodig wordt het
                        afkoppelen en het op andere wijze afvoeren van het hemelwater te verlangen.
                        Meestal zal dit zijn na een renovatie, groot onderhoud, geheel vernieuwen
                        van het rioolstelsel, waarbij hetzij een gemengd stelsel wordt vervangen
                        door een gescheiden rioolstelsel, hetzij een mogelijkheid bestaat af te
                        voeren op andere wijze. Het is echter ook mogelijk het afkoppelen op te
                        leggen zonder renovatie of aanleg van een gescheiden openbaar rioolstelsel,
                        bijvoorbeeld in geval van wateroverlast als gevolg van een beperkte
                        capaciteit van de riolering.</al><al></al><al>Het kunnen beschikken over dit nieuwe artikel is van belang voor het
                        handhaven van de plicht tot afkoppelen bij huishoudens.</al><al></al><al>De gemeenteraad heeft het verbrede gemeentelijk rioleringsplan (GRP)
                        vastgesteld ingevolge artikel 4.22 Wet milieubeheer. Dit plan bevat beleid
                        en normering voor het rioleringsstelsel in de gemeente en geeft aan wanneer
                        vernieuwing en onderhoud plaatsvindt. </al><al></al><al>Lid 1</al><al></al><al>Het eerste lid geeft de plicht tot afkoppelen van de hemelwaterafvoerleiding
                        van het openbaar vuilwaterriool of voor zover nog geen aansluiting aan het
                        openbaar vuilwaterriool bestaat, deze niet aan te brengen. Het gaat hier
                        zowel om de afvoerleidingen die direct zijn aangesloten op het openbaar
                        vuilwaterriool alsmede leidingen die op het perceel of binnen de woning/het
                        gebouw zijn aangesloten op een gemengde leiding die op het openbaar
                        vuilwaterriool is aangesloten. De plicht tot afkoppelen geldt voor alle
                        eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen, voor zover deze zijn
                        gelegen binnen de gebiedsaanwijzing en het desbetreffende besluit geen
                        uitzondering bevat. Eenzelfde situatie geldt voor het grondwater.</al><al></al><al>Een gebiedsaanwijzing is een besluit van algemene strekking niet zijnde een
                        algemeen verbindend voorschrift. Dit is een besluit in de zin van de
                        Algemene wet bestuursrecht, waartegen door belanghebbende bezwaar en beroep
                        kan worden ingesteld.. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing heeft de
                        beheerder van het openbaar riool rekening gehouden met het verbrede
                        gemeentelijk rioleringsplan. </al><al></al><al>De plicht tot afkoppelen is niet beperkt tot het bouwwerk, maar betreft ook
                        open erf of terrein Bedoeld is zowel het afstromend hemelwater dat afkomstig
                        is van een bouwwerk en via een dakgoot, regenpijp, afvoerbuis enz. het
                        openbaar vuilwaterriool bereikt als het afstromend hemelwater dat afkomstig
                        is van een open erf of terrein en via goten, putten, afvoerbuis enz. het
                        openbaar vuilwaterriool bereikt te omvatten. Een open erf of terrein waarin
                        goten en putten zijn aangebracht is onder meer een terras, een oprit, een
                        parkeerterrein, een laad- en losperron.</al><al></al><al>Het is mogelijk in de gebiedsaanwijzing een onderscheid te maken in het
                        afkoppelen van de aansluiting die zich bevindt aan de voorkant (wegzijde)
                        van het bouwwerk en de achterkant. Dit is een gevolg van het
                        redelijkheidscriterium uit het tweede lid van art.10.32a Wm. Dit zal meestal
                        voor een hele straat of een rij woningen hetzelfde zijn.</al><al></al><al>Lid 2</al><al></al><al>Evenals bij de eerste aansluiting aan het riool (art. 2.7.4 Model
                        Bouwverordening) is ook in dit artikel opgenomen dat door of vanwege de
                        beheerder de wijze van (technisch) aansluiten wordt aangegeven. Ten aanzien
                        van het afkoppelen kan eveneens worden aangegeven op welke wijze dit
                        (technisch) moet gebeuren.</al><al></al><al>Indien na het afkoppelen de hemelwaterafvoerleiding moet worden aangesloten
                        op het openbaar schoonwaterriool, biedt de bouwverordening de mogelijkheid
                        aan te geven op welke wijze deze aansluiting (technisch) moet
                        plaatsvinden.</al><al></al><al>Lid 3</al><al></al><al>Aan een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer kunnen via de
                        milieuvergunning of de direct werkende (maatwerk)voorschriften eisen worden
                        gesteld. Deze kunnen betrekking hebben op het afkoppelen van de
                        hemelwaterafvoer van het vuilwaterriool. Daarom zijn deze inrichtingen
                        uitgezonderd van de gebiedsaanwijzing over het afkoppelen. Inrichtingen die
                        gebruik maken van wasplaatsen tbv voertuigen e.d. veroorzaken afvalwater dat
                        via het vuilwaterriool afgevoerd moet worden.</al><al></al><al>Bedrijven, werkplaatsen, scholen, winkels enz die niet vallen onder de Wm,
                        vallen wel onder de verplichting van dit artikel. Dit betekent dat ook
                        scholen, buurthuizen e.d.. onder de verordening vallen, waardoor eventuele
                        kosten van het afkoppelen voor de gemeenten zelf zijn.</al><al></al><al>Een redelijke uitvoering van dit artikel brengt met zich mee, dat in het
                        geval woningen en bedrijven onder één dak zijn gelegen en een gezamenlijke
                        hemelwaterafvoer bezitten, het besluit omtrent de gebiedsaanwijzing
                        betrekking heeft op het hele bouwwerk en op alle (deel-/appartements-)
                        eigenaren.</al><al></al><al>De openbare weg waarin zich normaliter goten en putten voor de afvoer van
                        hemelwater bevinden, is uitgesloten van de plicht tot afkoppelen. Dit komt
                        pas aan de orde wanneer de riolering in de straat wordt gesplitst in een
                        vuilwaterriool en een hemelwaterriool. Indien aan de voorzijde van een
                        bouwwerk het hemelwater wordt afgekoppeld van het vuilwaterriool en niet
                        afzonderlijk wordt opgevangen of afgevoerd, komt dit vanzelf op de straat en
                        vandaar in het vuilwaterriool. Dan heeft afkoppelen geen zin.</al><al></al><al>Lid 4</al><al></al><al>In het vierde lid is een relatie gelegd met het gemeentelijk rioleringsplan.
                        Dit plan bezit een wettelijke basis en is in elke gemeente aanwezig, omdat
                        de Wet milieubeheer dit in artikel 4.22 verplicht stelt. Andere plannen,
                        waarin mogelijk ook beleidsvoornemens staan over de riolering, hebben niet
                        deze status, tenzij deze zijn vastgesteld door de gemeenteraad als onderdeel
                        van het gemeentelijk rioleringsplan.</al><al></al><al>Lid 5</al><al></al><al>Artikel 10.32a Wm geeft aan dat de termijn waarbinnen de lozing van het
                        hemelwater moet zijn beëindigd in de verordening wordt genoemd. Hieraan is
                        in het derde lid voldaan. De nog in te vullen termijn dient voldoende ruimte
                        te laten voor de eventuele bezwaarfase tegen de gebiedsaanwijzing en dient
                        voldoende ruimte te laten voor de aannemer om planmatig in het bedoelde
                        gebied – na verkregen opdracht van de individuele eigenaren – de
                        werkzaamheden te kunnen verrichten.</al><al></al><al>Lid 6</al><al></al><al>Er is behoefte aan een ontheffing die kan worden toegepast in
                        uitzonderingssituaties waarin toepassing van gebiedsaanwijzing een
                        bijzondere onbillijkheid met zich brengt die niet behoort tot de normaal
                        beoogde gevolgen van het de gebiedsaanwijzing. Enig nadeel is aanvaardbaar.
                        Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een voorschrift
                        kan betrekking hebben op onder meer een uitstel van de plicht tot afkoppelen
                        en op het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening.</al><al></al><al>Lid 7</al><al></al><al>De uniforme openbare voorbereidingsprocedure, afdeling 3.4 Awb, is van
                        toepassing verklaard. De voorbereiding van een besluit duurt iets langer.
                        Daar staat tegenover dat de bezwaarschriftenfase, zoals eerder vermeld, na
                        het nemen van het besluit vervalt. Belanghebbenden kunnen rechtsreeks beroep
                        instellen bij de rechtbank.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>De Wet milieubeheer kent geen strafbepaling voor overtreding van een
                        verordening als bedoeld in artikel 10.32a. Deze wet bevat een uitgebreid
                        systeem van bestuurlijke boete, maar dit is niet gekoppeld aan art.10.32a.
                        Daarom is in deze verordening een zelfstandige strafbepaling opgenomen,
                        gekoppeld aan de geldboetecategorieën van art. 23 Wetboek van Strafrecht.
                        Gekozen is voor de geldboete van de tweede categorie als bedoeld in art. 23
                        Wetboek van Strafrecht. Momenteel bedraagt de geldboete van de tweede
                        categorie max € 2250,- (voor een rechtspersoon € 4500,-)</al><al></al><al>Voor het handhaven van gemeentelijke verordeningen geldt altijd de
                        mogelijkheid van dwangsom en bestuursdwang. De dwangsom komt voor dit type
                        overtreding het eerst in aanmerking.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>In artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt aangegeven dat
                        onder toezichthouder wordt verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of
                        krachtens een wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op
                        de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
                        Een persoon die aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over
                        alle in afdeling 5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel
                        5:14 van de Awb kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van
                        het college worden beperkt. In dit verband is tevens artikel 5:16a van de
                        Awb van belang. Hierin staat beschreven dat een toezichthouder bevoegd is
                        van personen inzage te vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld in
                        artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Het college wijst in de
                        regel een gemeentelijke afdeling of dienst aan waarvan de ambtenaren zijn
                        belast met het toezicht op de naleving van de verordening. Voorts kan het
                        college (in termen van de komende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:
                        bevoegd gezag) ambtenaren aanwijzen van andere afdelingen of diensten.
                        Aanwijzing betekent niet dat zij tevens opsporingbevoegd zijn.</al><al></al><al>De aanwijzing als toezichthouder is de grondslag voor de aanwijzing als
                        buitengewoon opsporingsambtenaar. De opsporingsbevoegdheid van de
                        buitengewone opsporingsambtenaren beperkt zich tot die zaken waarvoor zij
                        toezichthouder zijn. Zij dienen op grond van het Besluit buitengewoon
                        opsporingsambtenaar aan eisen van vakbekwaamheid en betrouwbaarheid te
                        voldoen en te zijn beëdigd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De inwerkingtreding van de verordening is in beginsel acht dagen na de
                        bekendmaking; zie artikel 142 van de Gemeentewet. </al></divisie><divisie><kop><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Overgangsrecht is niet nodig, omdat niet eerder een dergelijke verplichting
                        tot het afkoppelen bestond.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>