<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR8485_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsblad, 08-06-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 96.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-06-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-03-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 5 en 10 en bijlage</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 12.0043</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening geldelijke voorzieningen raads en commissieleden 2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijving</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad: de gemeenteraad van Leiden;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van Burgemeester en Wethouder van
                                    Leiden;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit: het rechtspositiebesluit voor raads- en
                                    commissieledenbehorende bij het Koninklijk besluit van 22 maart
                                    1994, Stb. 1994, 244, tot uitvoering van de artikelen 95 en 96
                                    van de Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>Wet Tijdelijke vervanging volksvertegenwoordigers: de Regeling
                                    van de tijdelijke vervanging van leden van de Tweede Kamer en
                                    Eerste Kamer der Staten-Generaal, de provinciale Staten en de
                                    gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte,
                                    staatsblad 2006, nr 418.;</al></li><li nr="e."><al>commissies: commissies ingesteld door het gemeentebestuur op
                                    basis van artikel 82, 83 of 84 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 1: Vergoedingen en tegemoetkomingen </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 Vergoeding voor raadsleden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad ontvangt een vergoeding voor zijn werkzaamheden
                                en een tegemoetkoming in zijn kosten gelijk aan de bedragen vermeld
                                in tabel I en II van het rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een lid van de raad van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onder f, van de Wet op de loonbelasting 1964
                                voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een
                                onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag vermeld in
                                tabel III van het rechtspositiebesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid dat zich op grond van de Wet tijdelijke vervanging
                                volksvertegenwoordigers voor een periode van 16 weken laat vervangen
                                door een tijdelijk benoemd raadslid, ontvangt gedurende die periode
                                een vergoeding gelijk aan het bedrag vermeld in tabel I van het
                                rechtspositiebesluit. Het raadslid ontvangt 50% van de
                                onkostenvergoeding genoemd in tabel II van het
                                rechtspositiebesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het raadslid dat tijdelijk voor een periode van 16 weken is benoemd
                                en een raadslid vervangt wegens zwangerschap en bevalling of ziekte
                                ontvangt gedurende die periode een vergoeding voor zijn
                                werkzaamheden en een tegemoetkoming in zijn kosten gelijk aan de
                                bedragen vermeld in tabel I en II van het rechtspositiebesluit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De periode waarvoor de vergoeding genoemd in het derde en vierde lid
                                wordt uitbetaald kan maximaal eenmaal met 16 weken worden verlengd.
                                Met dien verstande dat een raadslid zich maximaal drie keer per
                                zittingsperiode mag laten vervangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Vergoeding voor commissieleden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van door de raad, het college of de burgemeester ingestelde
                                commissies, die geen raadslid zijn, ontvangen voor het bijwonen van
                                de vergaderingen van de commissies een vergoeding gelijk aan het
                                maximum bedrag zoals vermeld in tabel IV behorende bij het
                                Koninklijk besluit van 22 maart 1994, Stb. 244, tot uitvoering van
                                de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet, verminderd met
                                38,06%.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een lid van een commissie als
                                bedoeld in artikel 3, eerste lid, op zijn verzoek een vergoeding
                                voor de ten behoeve van het bijwonen van een vergadering van de
                                commissie gemaakte reiskosten toekennen. Deze reiskostenvergoeding
                                kan slechts worden toegekend aan die leden die buiten een straal van
                                10 km van Leiden woonachtig zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Voorwaarde vergoeding</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 3 bedoelde vergoeding wordt genoten:</al><al>a. door de leden van commissies als bedoeld in de artikelen 82, 83
                                en 84 van de Gemeentewet welke zijn vervat op de bij deze
                                verordening behorende lijst;</al><al>b. door de leden van nieuw in te stellen commissies als bedoeld in
                                de artikelen 82, 83 en 84, van de Gemeentewet, voor zover bij het
                                instellingsbesluit van de commissie deze verordening van toepassing
                                is verklaard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergoeding wordt genoten indien een vergadering voor minder dan
                                driekwart van de vergadertijd wordt bijgewoond.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien op dezelfde dag meer dan één vergadering van dezelfde
                                commissie of van dezelfde afdeling van de commissie voor de
                                beroepschriften wordt bijgewoond, wordt de vergoeding slechts
                                eenmaal genoten, met dien verstande, dat indien meer dan 6 uur op
                                één dag wordt vergaderd, de vergoeding wordt verdubbeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Hoogte vergoedingen commissieleden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de waarnemend voorzitters van de commissie voor de
                                Beroep- en Bezwaarschriften en de voorzitter en leden van de
                                Referendumkamer ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen van de
                                commissie een vergoeding, gelijk aan het presentiegeld voor
                                niet-raadsleden, die deel uitmaken van een commissie, vermeerderd
                                met 100% van dit bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vervallen</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervallen</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks herzien aan de
                                hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september
                                van het voorafgaande jaar en bekend gemaakt in de
                                Staatscourant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Reis- en verblijfskosten dienstreizen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de gemeenteraad en de leden, niet zijnde raadslid, van
                                een commissieals bedoeld in artikel 3, eerste lid, ontvangen een
                                vergoeding voor reis- en verblijfkosten, gemaakt in verband met
                                reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een
                                besluit van het gemeentebestuur, welke wordt vastgesteld
                                overeenkomstig de regels voor de vergoeding, welke een
                                rijksambtenaar ingevolge de Reisregelingen, toepasselijk voor
                                rijksambtenaren, en de daarop gebaseerde beschikkingen, bij de
                                desbetreffende beschikking ingedeeld in de hoogste categorie, voor
                                dienstreizen ontvangt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing met betrekking
                                tot de reis- enverblijfkosten voor bezoeken aan steden, waarmee deze
                                gemeente is gejumeleerd. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 2: Voorzieningen voor leden van de raad</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7 Spaarloonregeling/levensloopregeling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lid van de raad van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                4, aanhef en onder f van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet alsdienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentepersoneel geldende
                                spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de raad van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                4, aanhef en onder f van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1994.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het lid
                                van de raad gebruik maakt van de levensloopregeling genoemd in het
                                tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien het lid van de raad
                                andere inkomsten heeft waarop reeds het maximale bedrag aan
                                spaarloon of levensloopregeling wordt ingehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Rechtsbijstand- en ongevallenverzekering</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de leden van de raad is een rechtsbijstandverzekering
                                afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de leden van de raad is een collectieve ongevallenverzekering
                                afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De premies van de verzekeringen als genoemd in het eerste en tweede
                                lid, komen ten laste van de gemeente Leiden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8a Uitkering bij overlijden</label></kop><al>De raadsvergoeding van een lid van de raad, zal, indien hij komt te
                            overlijden, gedurende een periode van twee maanden na het overlijden,
                            doorbetaald worden aan de partner en/of kinderen van het lid van de
                            raad.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 3: Betalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 9 Uitbetaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt maandelijks
                                aan de leden van de raad uitbetaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding genoemd in artikel 3, wordt na afloop van elk kwartaal
                                aan de rechthebbende uitbetaald. Commissieleden, zijnde
                                duoraadsleden, ontvangen hun vergoeding per kwartaal op basis van
                                ingevulde presentielijsten. De leden van de Referendumkamer
                                ontvangen hun vergoeding halfjaarlijks op basis van ingevulde
                                presentielijsten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Slotbepaling </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening geldelijke
                                voorzieningen raads en commissieleden 2009’.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van haar
                                afkondiging ten aanzien van bezwaarschriften betreffende personele
                                aangelegenheden die bij burgemeester en wethouders zijn ingekomen op
                                of na 1 mei 2012. Ten aanzien van voor die tijd ingekomen
                                bezwaarschriften blijft de Commissie bezwaarschriften van de
                                gemeente Leiden bevoegd totdat met betrekking tot die
                                bezwaarschriften advies zal zijn uitgebracht.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>van de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en
                        commissieleden</titel></kop><al>LIJST, VERVAT IN ARTIKEL 3, LID 1, VAN DE VERORDENING GELDELIJKE VOORZIENINGEN
                    RAADS- EN COMMISSIELEDEN </al><al>De bepaling is van toepassing op de navolgende commissies/personen:</al><al><vet>- </vet>Duoraadsleden die zijn benoemd in een raadscommissie</al><al>- Commissie voor de Beroep- en Bezwaarschriften en haar afdelingen; </al><al>- Cliëntenraad Sociale Zaken; </al><al>- Leidse MilieuRaad;</al><al>- Commissie Bezwaarschriften Personele Zaken Servicepunt71.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>