<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR8481_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsblad, 30-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, artikel 36.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Toevoeging hoofdstuk 3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 11.0124</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening Landurigheidstoeslag 2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeesters en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>peildatum: de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd;</al></li><li nr="d."><al>referteperiode: een periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum, ingaande op de 18de verjaardag van aanvrager;</al></li><li nr="e."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien. Een uitstroom premie wordt niet gezien als inkomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 100 procent van de bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer aanvrager in de referteperiode in detentie heeft gezeten, wordt de detentieperiode niet meegeteld als referteperiode;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen recht op langdurigheidstoeslag hebben de personen die:</al><lijst><li nr="a."><al>op de peildatum of in de referteperiode een inkomen op grond van de Wet op de Studiefinanciering of de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten hebben genoten;</al></li><li nr="b."><al>in de 12 maanden voorafgaande aan de peildatum langer dan drie maanden in het buitenland hebben verbleven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden: € 485,00;</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder: € 435,00;</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande: € 340,00.</al></li></lijst></li></lijst><al>(De genoemde bedragen gelden per 1 januari 2008 en indexering vindt plaats per 1 januari 2009.)</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op  langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, waardoor  slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid  in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als              alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwden- norm per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennorm van het daaraan voorafgaande jaar. De in het eerste lid genoemde bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s, deelbaar door vijf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van de WIJ per 1              januari 2012</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr><titel>Wijziging betekenis begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. </al><al/></li><li nr="2."><al>Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Voor de aanvragen van dit jaar en de volgende is dit recht van toepassing. Als over een achterliggende periode een aanvraag wordt gedaan, worden die bepalingen die op dat moment bestonden in aanmerking genomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening Langdurigheidstoeslag 2009 gemeente Leiden.</al><al/><al/><al/><al><vet>TOELICHTING</vet></al><al><vet> </vet></al><al><vet>‘Regelingen in verband met wijzigingen in de WWB en intrekking van de WIJ per 1 januari 2012’</vet></al><al>Op 1 januari 2012 trad de ‘Wet tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden’ (kortweg: Wet Aanscherping WWB) in werking. Dit maakte het noodzakelijk om de verordeningen die hun grondslag vinden in laatstgenoemde WWB aan te passen. Hierbij is gekozen voor een tijdelijke aanpassing (in afwachting van toekomstige wetgeving), waarbij het bestaande gemeentelijk beleid als vastgelegd in deze verordeningen zoveel mogelijk in stand is gelaten.</al><al> </al><al>De aanpassingen volgen uit:</al><lijst><li nr="1."><al>herdefiniëring in de WWB  van de leefvormen die als afzonderlijk bijstandssubject voor bijstand in aanmerking komen alsmede de totstandkoming van de huishoudtoets. </al></li><li nr="2."><al>een aantal nieuwe wettelijke verplichtingen voor bijstandsgerechtigden;</al></li><li nr="3."><al>het intrekken van de WIJ. Hierdoor vervallen de daarop gebaseerde verordeningen eveneens per 1 januari 2012<extref doc="#_ftn1">[1]</extref>. Jongeren vallen door de wetswijziging voortaan onder het WWB-regime (overgangssituaties daargelaten);</al></li></lijst><al> </al><al> </al><al> </al><al> </al><al> </al><al> </al><al>   </al><al><extref doc="#_ftnref1">[1]</extref> Intrekking van een regeling brengt mee dat de op die regeling gebaseerde uitvoeringsregelingen van</al><al>rechtswege vervallen, tenzij voor die regelingen een nieuwe wettelijke grondslag in het leven wordt geroepen (zie Aanwijzingen voor de Regelgeving, A. 243). Uitvoeringsregelingen van een ingetrokken wet behoeven dus niet uitdrukkelijk te worden ingetrokken (zie ook A. 227). </al><al> </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>