<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84799_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad der gemeente Lopik</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 06-05-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad der gemeente Lopik</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelII/HoofdstukII/Artikel16/geldigheidsdatum_17-11-2010">Gemeentewet, art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-04-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr.: 9b - b</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad der gemeente Lopik</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raad: 11 maart 2010Nr.:4A<vet>Reglement van orde voor de vergaderingen van
                            de raad der gemeente Lopik</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of
                                ontwerp-besluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                                opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,
                                naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het
                                amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                                een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                vergadering;</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander
                                voorstel.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2 De voorzitter</vet></al><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 De griffier</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar.</al></li><li nr="3."><al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3a De secretaris</vet></al><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig
                        te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in
                        dit reglement. </al><al><vet>Artikel 3b Het presidium</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een presidium.</al></li><li nr="2."><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De
                                griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium
                                aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het
                                presidium.</al></li><li nr="4."><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij
                                zijn afwezigheid in het presidium vervangt.</al></li><li nr="5."><al>Elke fractievoorzitter heeft één stem in het
                                presidium.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; fracties</vet></al><al/><al><vet>Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de
                                stembureaus.</al></li><li nr="2."><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel
                                voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></li><li nr="3."><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="4."><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5 Fractie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid
                                als een afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.Indien:a. één of meer leden van een fractie
                                als zelfstandige fractie gaan optreden;b. twee of meer fracties als
                                één fractie gaan optreden;c. één of meer leden
                                van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt
                                hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de
                                voorzitter. Met de hierboven beschreven veranderde situatie wordt
                                rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de
                                raad na de mededeling daarvan.</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 3 Vergaderingen</vet></al><al><vet>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</vet></al><al><vet>Artikel 6 Vergaderfrequentie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op dinsdag,
                                vangen aan om 20.00 uur, duren in beginsel tot uiterlijk 23.00 uur
                                en worden gehouden in de raadszaal in het gemeentehuis.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie,
                                overleg met het presidium.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7 Oproep</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de
                                leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag,
                                tijdstip en plaats van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen kan van de in lid 1 genoemde termijn worden
                                afgeweken.</al></li><li nr="3."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de
                                schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></li><li nr="4."><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 8, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang
                                van de vergadering aan de leden van de raad gezonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8 Agenda</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidium
                                de voorlopige agenda van de vergadering vast.</al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></li><li nr="3."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de
                                vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of
                                van de agenda afvoeren.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar
                                de commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies
                                vragen.</al></li><li nr="5."><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad
                                de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8a De wethouder</vet></al><al>De wethouders worden standaard uitgenodigd om in de vergadering aanwezig te
                        zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen, tenzij het presidium anders
                        beslist.</al><al><vet>Artikel 9 Ter inzage leggen van stukken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                                agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de
                                openbare kennisgeving bedoeld in artikel 10. Indien na het verzenden
                                van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt
                                hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in
                                een openbare kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 10 Openbare kennisgeving</vet></al><al>De vergadering wordt door aankondiging in het gemeentekader van een lokaal
                        weekblad, op de gemeentelijke publicatieborden en door plaatsing op de
                        internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht.De openbare
                        kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en
                                de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld
                                in artikel 15.</al></li></lijst><al/><al><vet>Paragraaf 2 Orde der vergadering</vet></al><al><vet>Artikel 11 Presentielijst</vet></al><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk
                        de presentielijst.Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de
                        voorzitter en de griffier doorondertekening vastgesteld.</al><al><vet>Artikel 12 Zitplaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter, de leden van de raad, de wethouders en de griffier
                                hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het
                                presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                herzien na overleg in het presidium.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de overige
                                personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 13 Opening vergadering; quorum</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                                het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens
                                de presentielijst aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                                aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van
                                de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering,
                                met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 14 Openingsgebed</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onmiddellijk na de opening van de vergadering spreekt de voorzitter
                                het volgende gebed uit: "Almachtige God! Wij bidden U om Uw zegen
                                bij de volbrenging van de werkzaamheden, welke ons voor deze
                                vergadering zijn opgedragen. Schenk ons wijsheid en voorzichtigheid,
                                verlevendig in ons een diep besef van onze afhankelijkheid aan U en
                                doe onze beraadslagingen strekken tot bevordering van de ware
                                belangen van deze gemeente. Amen."</al></li><li nr="2."><al>In bijzondere omstandigheden kan de voorzitter de in lid 1 genoemde
                                tekst door een ander doen uitspreken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 15 Spreekrecht burgers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de behandeling van het desbetreffende agendapunt kunnen andere
                                aanwezige burgers, in maximaal één termijn en gedurende
                                maximaal drie minuten per persoon, het woord voeren over
                                geagendeerde onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden:a. over een besluit van het
                                gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat
                                of heeft opengestaan;b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of
                                aanbevelingen van personen;c. indien een klacht ex artikel 9:1 van
                                de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. De spreker kan geen vragen stellen aan het college en/of
                                de raad en kan niet met hen in discussie gaan. De voorzitter of een
                                lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng
                                van de burger.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is gerechtigd de beschikbare spreektijd te limiteren
                                ingeval de totale spreektijd de naar zijn redelijkerwijs beschikbare
                                totale spreektijd te boven dreigt te gaan. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 16 Primus bij hoofdelijke stemming</vet></al><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen kan de
                        voorzitter mededelen, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal
                        beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst
                        aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.</al><al><vet>Artikel 17 Verslag</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het ontwerp-verslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de
                                schriftelijke oproep. Het ontwerpverslag kan gelijktijdig aan de
                                overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden
                                worden.</al></li><li nr="2."><al>Bij het begin van de vergadering wordt, voor zover mogelijk, het
                                verslag van de vorige vergadering vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter, de leden, de wethouders en de griffier hebben het
                                recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien het
                                verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen
                                gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het
                                vaststellen van het verslag bij de griffier te worden
                                ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag moet inhouden:a. de namen van de voorzitter, de leden,
                                de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden,
                                alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het
                                woord gevoerd hebben;b. een vermelding van de zaken die aan de orde
                                zijn geweest;c. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;d.
                                een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij
                                hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen
                                stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich
                                overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;e. de
                                tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en
                                burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                amendementen en subamendementen;f. bij het desbetreffende agendapunt
                                de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                het bepaalde in artikel 25 door de raad is toegestaan deel te nemen
                                aan de beraadslagingen.</al></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt opgesteld onder de zorg van de griffier.</al></li></lijst><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                        ondertekend.</al><al><vet>Artikel 18 Ingekomen stukken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen
                                van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze
                                lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en de stukken
                                worden ter inzage gelegd.</al></li><li nr="2."><al>Na de vaststelling van de notulen stelt de raad op voorstel van de
                                voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken
                                vast.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 19 Spreekregels</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats
                                of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden
                                van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats
                                spreken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 20 Volgorde sprekers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter
                                gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></li><li nr="2."><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van
                                de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 21 Aantal spreektermijnen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het
                                woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op:a. de rapporteur van een
                                commissie;b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement,
                                die motie of dat voorstel.</al></li><li nr="5."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                                over een voorstel van orde.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 22 Spreektijd</vet></al><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en
                        de overige aanwezigen.</al><al><vet>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzija. de
                                voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement
                                te herinneren;b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan
                                bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                afronden.</al></li><li nr="2."><al>Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een
                                andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                                Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de
                                voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft,
                                over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de
                                orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan de raad voorstellen aan een lid dat door de
                                gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
                                verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt
                                niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
                                vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien
                                voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden
                                ontzegd. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 24 Beraadslaging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter
                                kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen
                                tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat
                                nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 25 Deelname aan de beraadslaging door anderen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige
                                leden van de raad, de voorzitter, de wethouders en de griffier
                                deelnemen aan de beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                één der leden van de raad genomen alvorens met de
                                beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een
                                aanvang wordt genomen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 26 Stemverklaring</vet></al><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                        overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                        motiveren.</al><al><vet>Artikel 27 Beslissing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad
                                anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                                eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals
                                het dan luidt, in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt
                                gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,
                                formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen
                                eindbeslissing.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</vet></al><al><vet>Artikel 28 Algemene bepalingen over stemming</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                stemming is aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen
                                vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich
                                van stemming te hebben onthouden.</al></li><li nr="3."><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij naam
                                op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat
                                daarvoor overeenkomstig artikel 16 wordt aangewezen. Vervolgens
                                geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.</al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
                                zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht
                                zijn stem uit te brengen.</al></li><li nr="6."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit
                                te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="7."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan
                                hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd
                                heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat
                                de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
                                aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
                                stemming brengt dit echter geen verandering.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                                vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij
                                doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 29 Stemming over amendementen en moties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                                eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst
                                over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                amendement.</al></li><li nr="3."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig
                                voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin
                                hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest
                                verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming
                                wordt gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                motie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 30 Stemming over personen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht
                                of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet
                                plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>leder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje
                                in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen,
                                voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de
                                voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op
                                één briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te
                                openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                verstaan:a. een blanco ingevuld stembriefje;b. een ondertekend
                                stembriefje;c. een stembriefje waarop meer dan één naam is
                                vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;d. een
                                stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft,
                                op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;e. een
                                stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die
                                waartoe de stemming is beperkt.1. In geval van twijfel over de
                                inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de
                                voorzitter.2. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 31 Herstemming over personen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich
                                hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over
                                meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                plaatshebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 32 Beslissing door het lot</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie
                                de beslissingmoet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke,
                                geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                gekozen.</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 4 Rechten van leden</vet></al><al><vet>Artikel 33 Amendementen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>leder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te
                                splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.
                                Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn
                                door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in
                                de vergadering aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al>leder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van
                                het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan
                                worden volstaan.</al></li><li nr="4."><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 34 Moties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>leder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></li><li nr="4."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 35 Voorstellen van orde</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 36 Initiatiefvoorstel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden
                                is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                                daaropvolgende vergadering geplaatst.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de
                                raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de
                                vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp
                                dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te worden
                                behandeld in de raadscommissie of voor advies naar het college dient
                                te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de raad in welke
                                vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 36a Collegevoorstel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de
                                raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van
                                de raad.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 36b Interpellatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, uiterlijk
                                maandagmorgen 10.00 uur voor de aanvang van de vergadering
                                schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een
                                duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende
                                vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in
                                stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de
                                vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 37 Schriftelijke vragen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd.</al></li><li nr="2."><al>De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze
                                draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van
                                de overige leden van de raad en het college worden gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de
                                vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
                                aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
                                bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></li><li nr="4."><al>De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college
                                aan de leden van de raad medegedeeld.</al></li><li nr="5."><al>De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
                                bedoeld in artikel 18 aan de leden van de raad toegezonden.</al></li><li nr="6."><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad
                                anders beslist.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 37 a Vragenhalfuur</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Na de opening van de vergadering is er een vragenhalfuur voor
                                raadsleden, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend.
                                In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het
                                vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter
                                bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.</al></li><li nr="2."><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil
                                stellen, meldt dit schriftelijk onder aanduiding van het onderwerp
                                uiterlijk maandagmorgen 10.00 uur bij de voorzitter. De voorzitter
                                kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te
                                stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
                                aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op
                                diezelfde dag aan de orde komt.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de
                                overige leden van de raad.</al></li><li nr="5."><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
                                één of meer vragen aan het college of de burgemeester te
                                stellen en een toelichting daarop te geven.</al></li><li nr="6."><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></li><li nr="7."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college
                                vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></li><li nr="8."><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegelaten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 38 Inlichtingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al> Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk
                                ingediend bij het college of de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in afschrift
                                toegezonden aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></li><li nr="4."><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 39. Slotgebed</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voorafgaand aan de sluiting van de vergadering spreekt de voorzitter
                                het volgende dankgebed uit: "Genadige God, wij danken U, dat gij ons
                                lust en kracht hebt gegeven voor de vervulling van de taak, ons voor
                                deze vergadering opgelegd. Vergeef ons alles wat niet was naar Uw
                                Heilige wil. Blijf de gemeente die wij vertegenwoordigen en ons
                                allen in liefde gedenken, om Jezus wil. Amen."</al></li><li nr="2."><al>In bijzondere omstandigheden kan de voorzitter de hierboven genoemde
                                tekst door een ander doen uitspreken.</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 5 Begroting en rekening</vet></al><al><vet>Artikel 40 Procedure begroting</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het
                        onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een
                        procedure die de raad vaststelt.</al><al><vet>Artikel 41 Procedure jaarrekening</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en
                        het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                        vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit
                        volgens een procedure die de raad vaststelt.</al><al><vet>Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisatie</vet></al><al><vet>Artikel 42 Verslag; verantwoording</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad, de burgemeester, een wethouder of de secretaris
                                die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen
                                bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk
                                orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen,
                                heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst
                                van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering)
                                verslag te</al></li><li nr="2."><al>doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde
                                zijn. Voor door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de
                                voorzitter verwijzen naar de commissie. leder lid van de raad kan
                                aan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen
                                stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, zoals
                                vastgelegd in artikel 37, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, zoals vastgelegd in
                                artikel 38, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad een van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 7 Besloten vergadering</vet></al><al><vet>Artikel 43 Algemeen</vet></al><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                        overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met
                        het besloten karakter van de vergadering.</al><al><vet>Artikel 44 Notulen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld,
                                maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage bij de
                                griffier.</al></li><li nr="2."><al>Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad
                                een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De
                                vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier
                                ondertekend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 45 Geheimhouding</vet></al><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig
                        artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de
                        stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten
                        de geheimhouding op te heffen.</al><al><vet>Artikel 46 Opheffing geheimhouding</vet></al><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                        tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet
                        voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt
                        verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten
                        vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.</al><al><vet>Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers</vet></al><al><vet>Artikel 47 Toehoorders en pers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 47a Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel
                        beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en
                        gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al><al><vet>Artikel 48 Verbod gebruik mobiele telefoons</vet></al><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                        vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of
                        andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                        vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al><al><vet>Hoofdstuk 9 Slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 49 Uitleg reglement</vet></al><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de
                        toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                        voorzitter.</al><al><vet>Artikel 50 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit reglement treedt in werking op 15 maart 2010 onder gelijktijdige
                        intrekking van het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van
                        de gemeente Lopik vastgesteld bij raadsbesluit van 1 juni 2004. </al></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Lopik,gehouden op 11 maart 2010.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>MW. MR. G.M.G. DOLDERS MW. MR. R.G. WESTERLAKEN-LOOS</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>