<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84761_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening gemeente Zuidlaren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oostermoer, 29-12-1998</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening gemeente Zuidlaren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>ingetrokken</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsverdagdering, agendapunt 21, 15-12-1998</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Subsidieverordening 1998</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Subsidie beleidsregels welzijn</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening gemeente Zuidlaren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE TYNAARLO</vet></al><al/><al>De gemeenteraad van Tynaarlo:</al><al>overwegende dat het in het belang van de gemeente is om op een eenduidige
                        wijze om te gaan met subsidie-ontvangers die het gemeentebestuur
                        subsidieert;</al><al>gelet op de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht</al><al>B E S L U I T</al><al/><al>vast te stellen de volgende:</al><al>SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE TYNAARLO</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Subsidie : De aanspraak op financiële middelen, door het
                                        gemeentebestuur verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de
                                        aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde
                                        goederen of diensten.</al></li><li nr="b."><al>Activiteit : Elke vorm van handelen, of het nalaten daarvan,
                                        door een subsidieontvanger.</al></li><li nr="c."><al>Subsidie-ontvanger : Elke natuurlijke persoon of
                                        rechtspersoon met volledig rechtspersoonlijkheid, die zich de behartiging van door
                                        het gemeentebestuur erkende belangen van ideële en/of materiële
                                        aard ten doel stelt.</al></li><li nr="d."><al>Activiteitenplan : Behelst een overzicht van de activiteiten
                                        waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en
                                        vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële
                                        middelen.</al></li><li nr="e."><al>Subsidieplafond: Het bedrag dat gedurende een bepaald
                                        tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
                                        gemeentelijke subsidies.</al></li><li nr="f."><al>Voorziening : Een voorziening als bedoeld in artikel 374 van
                                        boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</al></li><li nr="g."><al>Reserve : Een reserve als bedoeld in artikel 373 van boek 2
                                        van het Burgerlijk Wetboek</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op subsidiëring van
                                        activiteiten die door subsidie-ontvangers worden
                                        uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidie-plafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt jaarlijks in het kader van de
                                                begrotingsbehandeling de budgetten vast die per werksoort beschikbaar zijn, alsmede kan de raad
                                                daarbij een subsidieplafond vaststellen. </al></li><li nr="3."><al>Als de raad een subsidieplafond heeft vastgesteld,
                                                wordt daarbij bepaald hoe het beschikbare bedrag
                                                wordt verdeeld.</al></li><li nr="3."><al>Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de
                                                aanvang van het tijdvak waarvoor het is
                                                vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>Als het subsidieplafond of een verlaging daarvan
                                                later wordt bekendgemaakt, dan heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien ingediende
                                                aanvragen.</al></li><li nr="5."><al>Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de
                                                wijze van de verdeling vermeld.</al></li><li nr="6."><al>Het vierde lid is niet van toepassing, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het
                                                subsidieplafond is vastgesteld, ingevolge een
                                                wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een
                                                tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld
                                                of goedgekeurd;</al></li><li nr="b."><al>het een verlaging betreft die voortvloeit uit de
                                                vaststelling of goedkeuring van de gemeentelijke
                                                begroting;</al></li><li nr="c."><al>bij de bekendmaking van het subsidieplafond is
                                                gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de
                                                gevolgen daarvan voor de reeds ingediende
                                                aanvragen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering subsidieverordening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bevoegdheidsverdeling raad en burgemeester en wethouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad regelt in de bijzondere delen van deze
                                                verordening of in beleidsregels, welke activiteiten
                                                voor subsidie in aanmerking komen, welke grondslagen
                                                daarbij worden gehanteerd voor de berekening van de
                                                subsidie en eventueel welke specifieke voorschriften
                                                daarbij van toepassing zijn.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad geen toepassing heeft gegeven aan het
                                                bepaalde in het eerste lid, leggen burgemeester en
                                                wethouders iedere subsidie-aanvraag voor aan de
                                                raad, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>in de gemeentebegroting de subsidie-ontvanger en het
                                                bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden
                                                vastgesteld, is vermeld;</al></li><li nr="b."><al>in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten
                                                hoogste 2 jaren wordt verstrekt en het bedrag van €
                                                11.344,51 niet te boven gaat.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bevoegdheden burgemeester en wethouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de
                                                uitvoering van deze verordening, tenzij de raad de
                                                uitvoering geheel of gedeeltelijk aan zich heeft
                                                voorbehouden. Uitvoering houdt mede in het verlenen
                                                en vaststellen van subsidies.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover de raad de uitvoering van deze
                                                verordening aan zich heeft gehouden wordt in plaats
                                                van burgemeester en wethouders gelezen de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van de
                                gemeentelijke begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd,
                                kunnen burgemeester en wethouders de voorwaarde stellen dat de raad
                                voldoende financiële middelen beschikbaar stelt of dat goedkeuring
                                wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze voorwaarde vervalt, indien burgemeester en wethouders daar
                                niet binnen vier weken na de vaststelling of goedkeuring van de
                                begroting een beroep op hebben gedaan.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Subsidie-aanvraag, -verlening, -bevoorschotting en vaststelling</titel></kop><sub-paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1.</nr><titel>Subsidie-aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidie-aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag tot subsidieverlening wordt tijdig
                                        ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Bij de indiening van de aanvraag worden in ieder geval
                                        overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>het activiteitenplan en, indien er in het voorgaande jaar
                                        ook hetzelfde of in hoofdzaak dezelfde activiteiten hebben
                                        plaatsgevonden, een verslag van de in het laatste jaar
                                        verrichte activiteiten met een beschrijving van de gevolgde
                                        werkwijze en van het verkregen resultaat;</al></li><li nr="b."><al>een gespecificeerde opgave van het bedrag dat de
                                        subsidie-aanvrager denkt nodig te hebben voor het uitvoeren
                                        van de activiteiten uit het activiteitenprogramma;</al></li><li nr="c."><al>indien eerder dezelfde of in hoofdzaak dezelfde activiteiten
                                        hebben plaatsgevonden, de jaarrekening en de daarbij
                                        behorende accountantsverklaring over een nader door
                                        burgemeester en wethouders te bepalen aantal boekjaren en in
                                        elk geval over het laatst verstreken boekjaar, bestaande uit
                                        een balans aan het begin en aan het einde van het boekjaar
                                        en een staat van baten en lasten, beide vergezeld van een
                                        toelichting;</al></li><li nr="d."><al>een opgave van bij anderen aangevraagde subsidie voor
                                        dezelfde activiteiten, met daarbij de stand van zaken met
                                        betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of
                                        aanvragen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij een eerste subsidie-aanvraag overlegt de aanvrager die
                                        een rechtspersoon is, tevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een opgave van de samenstelling van het bestuur;</al></li><li nr="b."><al>een gewaarmerkt exemplaar van de oprichtings- of
                                        stichtingsakte van de rechtspersoon waarin de statuten zijn
                                        opgenomen en een exemplaar van het huishoudelijk
                                        reglement;</al></li><li nr="c."><al>een beschrijving van de organisatievorm van de
                                        rechtspersoon</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels vaststellen voor de bescheiden als bedoeld in
                                        het tweede lid en derde lid;</al></li><li nr="b."><al>binnen een door hen te bepalen termijn de overlegging van
                                        andere stukken of anderszins nadere informatie verlangen als
                                        zij dat voor de beoordeling van de subsidie-aanvraag nodig
                                        achten.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het overleggen van de in lid 2 onder a en c genoemde
                                        bescheiden kan achterwege blijven, als deze bescheiden in
                                        verband met een aanvraag als bedoeld in artikel 20 in het
                                        bezit zijn van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beslissing op een aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag binnen
                                        acht weken, nadat de gegevens als bedoeld in artikel 7 zijn
                                        ontvangen, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>advies moet worden gevraagd aan een adviescommissie; de
                                        termijn van acht weken begint in dat geval de dag, nadat het
                                        advies is ontvangen;</al></li><li nr="b."><al>er een uiterste termijn voor de indiening van de aanvraag
                                        wordt genoemd in de subsidieregeling; de termijn van acht
                                        weken begint in dat geval de dag, nadat de uiterste termijn
                                        is verstreken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid
                                        bedoelde termijn met ten hoogste zes weken verlengen.</al></li></lijst></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2.</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien burgemeester en wethouders een subsidie verlenen,
                                        wordt in de subsidiebeschikking aangegeven, op welk bedrag
                                        de subsidie-ontvanger maximaal aanspraak heeft.</al></li><li nr="2."><al>Bij hun beschikking tot verlening van de subsidie geven
                                        burgemeester en wethouders zo concreet mogelijk aan, welke
                                        prestaties door de subsidie-ontvanger met de ter beschikking
                                        gestelde subsidie moeten worden verricht, alsmede welke
                                        effecten daarmee beoogd worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Weigeringsgronden subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd
                                        indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen
                                        plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de subsidie-aanvrager niet zal voldoen aan de verplichtingen
                                        die aan de subsidie verbonden zijn;</al></li><li nr="c."><al>de subsidie-aanvrager niet op behoorlijke wijze rekening en
                                        verantwoording zal afleggen of heeft afgelegd over de
                                        verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                                        inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de
                                        subsidie van belang zijn;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden
                                        geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste gegevens
                                        heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een
                                        onjuiste beschikking op een aanvraag zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surseance van
                                        betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de
                                        rechtbank is ingediend;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten niet zijn gericht op door het
                                        gemeentebestuur van Tynaarlo erkende belangen;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                        ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen
                                        belang of de openbare orde;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                        gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                        derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                        dekken;</al></li><li nr="f."><al>uit efficiency-overwegingen</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De subsidieverlening wordt geweigerd, indien door
                                        verstrekking van de subsidie een subsidieplafond zou worden
                                        overschreden.</al></li><li nr="4."><al>Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter
                                        uitvoering van een rechtelijke uitspraak omtrent
                                        verstrekking wordt beslist, geldt de verplichting in lid 3
                                        slechts voor zover zij ook gold op het tijdstip, waarop de
                                        beschikking in eerste aanleg werd genomen of had moeten
                                        worden genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Weigering van subsidies die drie of meer jaren achtereen zijn verstrekt</titel></kop><al>Indien aan een subsidie-ontvanger voor drie of meer
                                achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in
                                hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt gehele of
                                gedeeltelijke weigering van de subsidie voor een daarop aansluitend
                                tijdvak op de grond dat veranderde omstandigheden of gewijzigde
                                inzichten zich tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van
                                de subsidie verzetten, slechts met inachtneming van een redelijke
                                termijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><al>Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een
                                overeenkomst worden gesloten. In deze overeenkomst kan worden
                                bepaald dat de subsidie-ontvanger verplicht is de activiteiten te
                                verrichten waarvoor de subsidie is verleend.</al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.3.</nr><titel>Verplichtingen van de subsidie-ontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie-ontvanger dient aan burgemeester en wethouders per
                                    omgaande te berichten omtrent:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ontwikkelingen die van belang zijn voor het te voeren
                                    beleid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de
                                    activiteiten niet kunnen worden</al><al> verwezenlijkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie-ontvanger brengt het geheel of gedeeltelijk
                                    beëindigen van zijn activiteiten onverwijld ter kennis van
                                    burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een subsidie-ontvanger die een rechtspersoon is, dient tevens
                                    aan burgemeester en wethouders per omgaande te berichten
                                    omtrent:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>wijziging van het huishoudelijk reglement en van de statuten
                                    onder toezending van een afschrift van de notariële akte waarin
                                    de wijziging is opgenomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>wijziging in zijn bestuurssamenstelling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>besluiten en/of procedures die leiden of kunnen leiden tot
                                    beëindiging van de activiteiten dan wel ontbinding van de
                                    rechtspersoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het financieel
                                    beheer</titel></kop><al>De subsidie-ontvanger is verplicht de administratie op een
                                overzichtelijke wijze te voeren. Burgemeester en wethouders kunnen
                                nadere regels stellen met betrekking tot de wijze van inrichting van
                                de financiële en administratieve bescheiden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidieverlening
                                verplichtingen verbinden. In ieder geval kunnen verplichtingen
                                worden opgenomen ten behoeve van het beperken of wegnemen van
                                nadelige gevolgen van de subsidie voor derden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de subsidie-ontvanger
                                een reserve en/of een voorziening vormt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Toezicht en controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ambtenaren of andere personen
                                    aanwijzen die met het toezicht op de naleving van het bepaalde
                                    bij of krachtens deze verordening zijn belast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren of andere
                                    personen hebben desgevraagd inzage in administratieve en
                                    financiële bescheiden van de subsidie-ontvanger, daaronder
                                    begrepen adviezen van externe deskundigen. Zij ontvangen alle
                                    inlichtingen die voor een juiste uitoefening van hun functie in
                                    het algemeen en voor de beoordeling van de gesubsidieerde
                                    activiteiten in het bijzonder nodig zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De door burgemeester en wethouders aangewezen accountant heeft
                                    de bevoegdheid tot review op de verrichte werkzaamheden van de
                                    controlerend accountant van de subsidie-ontvanger. De
                                    subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat zijn accountant
                                    hiermee instemt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de administratie door een derde wordt gevoerd, is de
                                    subsidie-ontvanger ook verplicht alle medewerking te verlenen en
                                    zonodig toestemming te geven voor inzage bij deze derde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verzekering</titel></kop><al>Een subsidie-ontvanger is verplicht ten minste de volgende
                                verzekeringen af te sluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>indien van toepassing een uitgebreide
                                        opstalverzekering;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing een inboedelverzekering;</al></li><li nr="c."><al>een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Tegengaan van vervreemdingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een subsidie-ontvanger niet toegestaan meer dan € 453,78
                                    per jaar om niet aan derden ter beschikking te stellen,
                                    behoudens vooraf gekregen toestemming van burgemeester en
                                    wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan het verlenen van de in het
                                    eerste lid bedoelde toestemming verplichtingen verbinden.</al></lid></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.4.</nr><titel>Vaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie-ontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de
                                    activiteiten, zoals bedoeld in het activiteitenprogramma, of het
                                    tijdvak waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot
                                    subsidievaststelling in tenzij:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de subsidie met toepassing van artikel 22 ambtshalve wordt
                                    vastgesteld of,</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij deze verordening of bij de subsidieverlening is bepaald dat
                                    de aanvraag pas wordt ingediend telkens na afloop van een
                                    gedeelte van het tijdvak, waarvoor de subsidie is verleend
                                    of,</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de vaststelling van de subsidie bij een overeenkomst als bedoeld
                                    in artikel 12 anders is</al><al> geregeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door de
                                    subsidie-ontvanger een financiële en inhoudelijk rapportage
                                    ingestuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de inhoudelijke rapportage worden in ieder geval beschreven
                                    de aard en de omvang van de activiteiten en een vergelijking
                                    tussen nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een
                                    toelichting op de verschillen. Burgemeester en wethouders kunnen
                                    daartoe nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in lid 2 genoemde financiële rapportage wordt bij
                                    subsidiebedragen van meer dan € 22.689,01 voorzien van een verklaring van getrouwheid, zoals
                                    bedoeld in artikel 393 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een
                                    daartoe bevoegde accountant. Daarbij wordt tevens gerapporteerd
                                    omtrent recht- en doelmatigheid, alsmede over de naleving van de
                                    aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij subsidiebedragen van
                                    minder dan € 22.689,01 het vierde lid van overeenkomstige
                                    toepassing verklaren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie overeenkomstig de
                                    subsidieverlening vast, tenzij toepassing wordt gegeven aan de
                                    artikelen 21, 22, 24 of 25.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13
                                    weken, nadat de aanvraag bedoeld in het eerste lid is ingediend,
                                    tenzij toepassing is gegeven aan het in het eerste lid, sub a
                                    tot en met c gestelde.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot vaststelling niet binnen de daartoe
                                    gestelde termijn is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders
                                    de subsidie-ontvanger een termijn stellen, waarbinnen de
                                    aanvraag alsnog wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ambtshalve
                                    vaststellen, als na afloop van de in het zevende lid bedoelde
                                    termijn geen aanvraag is ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Lager vaststellen van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie kan door burgemeester en wethouders lager worden
                                    vastgesteld indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de verplichtingen
                                    die aan de subsidie</al><al> verbonden zijn;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                    zou hebben geleid; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de
                                    werkelijke kosten van de activiteiten, waarvoor subsidie is
                                    verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als
                                    noodzakelijk kunnen worden beschouwd, bij de vaststelling van de
                                    subsidie niet in aanmerking genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Ambtshalve vaststellen van de subsidie</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie geheel of gedeeltelijk
                                ambtshalve vaststellen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een
                                        termijn is bepaald, binnen welke de subsidie ambtshalve
                                        wordt vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>toepassing wordt gegeven aan artikel 20 lid 8; of</al></li><li nr="c."><al>de beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot
                                        subsidievaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de
                                        ontvanger wordt gewijzigd.</al></li></lijst></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.5</nr><titel>Intrekking en wijziging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Tussentijdse intrekking of wijziging
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kunnen burgemeester en
                                    wethouders de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de
                                    subsidie-ontvanger wijzigen, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de verplichtingen
                                    die aan de subsidie zijn</al><al> verbonden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                    zou hebben geleid;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidie-ontvanger dit wist of behoorde</al><al> te weten, of </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>met toepassing van artikel 6 een beroep wordt gedaan op de
                                    voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip,
                                    waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Intrekking of wijziging subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidievaststelling
                                    intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op grond van feiten of omstandigheden, waarvan zij bij de
                                    subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte konden
                                    zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de
                                    subsidieverlening zou zijn vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de
                                    subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te</al><al> weten; of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien de subsidie-ontvanger na de subsidievaststelling niet
                                    heeft voldaan aan verplichtingen die aan de subsidie verbonden
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip,
                                    waarop de subsidie is vastgesteld tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten
                                    nadele van de ontvanger worden gewijzigd, indien vijf jaren zijn
                                    verstreken sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in
                                    het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sedert de dag
                                    waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of
                                    de dag, waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Intrekking of wijziging subsidieverlening, wijziging voor de
                                    toekomst of in bestaande subsidieverhouding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kunnen burgemeester
                                        en wethouders de subsidieverlening met inachtneming van een
                                        redelijke termijn intrekken of ten nadele van de
                                        subsidie-ontvanger wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover de subsidieverlening onjuist is;</al></li><li nr="b."><al>voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten
                                        zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde
                                        voortzetting van de subsidie verzetten, of</al></li><li nr="c."><al>in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid
                                        vergoeden burgemeester en wethouders de schade die de
                                        subsidie-ontvanger lijdt, doordat hij in vertrouwen op de
                                        subsidieverlening anders heeft gehandeld dan hij zonder
                                        subsidieverlening zou hebben gedaan.</al></li></lijst></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.6</nr><titel>Betaling, voorschotten en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
                                    betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de
                                    subsidievaststelling betaald¸ tenzij bij wettlijk voorschrift
                                    anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Betaling in gedeelten</titel></kop><al>Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald, mits bij
                                verordening of bij de beschikking tot subsidieverlening is bepaald,
                                hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen zij worden
                                betaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie-ontvanger
                                    voorschotten verlenen, voor zover dit bij de beschikking tot
                                    subsidieverlening is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van
                                    het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt
                                    bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorschotten worden overeenkomstig de voorschotverlening
                                    betaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het voorschot wordt binnen vier weken na de voorschotverlening
                                    betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Opschorting betalingsverplichting</titel></kop><al>De verplichting tot betaling van een subsidiebedrag of een voorschot
                                wordt opgeschort met ingang van de dag waarop burgemeester en
                                wethouders aan de subsidie-ontvanger schriftelijk kennis geven van
                                het ernstige vermoeden, dat er grond bestaat om toepassing te geven
                                aan artikel 23 en/of 24, tot en met de dag, waarop de beschikking
                                omtrent de intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de dag,
                                waarop sedert de kennisgeving van het ernstige vermoeden dertien
                                weken zijn verstreken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen</titel></kop><al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen
                                worden teruggevorderd, voor zover na de dag, waarop de subsidie is
                                vastgesteld, dan wel de handeling als bedoeld in artikel 24, lid 1,
                                sub c, heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn
                                verstreken.</al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Bijzondere vormen van subsidiëring</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Waarderingssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie als
                                    waarderingssubsidie aanmerken, indien zij bepaalde activiteiten
                                    van belang achten zonder dat zij die activiteiten naar aard en
                                    inhoud willen beïnvloeden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie-ontvanger die een dergelijke subsidie ontvangt is
                                    verplicht jaarlijks en na afloop van de activiteiten een beknopt
                                    financieel en inhoudelijk verslag van zijn activiteiten in te
                                    zenden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op een als zodanig aangemerkte subsidie zijn de artikelen 7 lid
                                    2 sub c en d, 12, 13, 16, 18, 19 en 20, de leden 2 en 3 niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Incidentele subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder een incidentele subsidie wordt verstaan een aanvraag, die
                                    betrekking heeft op een activiteit, die verricht wordt binnen
                                    tweeenvijftig weken, nadat de subsidie-aanvraag is gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteit moet een vernieuwend karakter en/of aantoonbare
                                    culturele waarde hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De activiteit moet voor een ieder toegankelijk zijn en een breed
                                    draagvlak hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvraag dient uiterlijk acht weken voordat met de activiteit
                                    een begin wordt gemaakt te worden ingediend, vergezeld van een
                                    gespecificeerde begroting met toelichting en een beschrijving
                                    van de geplande activiteit, zo mogelijk vertaald naar meetbare
                                    prestaties en beoogde effecten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Uit de begroting moet blijken welke (financiële) inspanning de
                                    aanvrager doet om de activiteit te kunnen uitvoeren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op een als zodanig aangemerkte subsidie zijn de artikelen 7 lid
                                    2 sub c en d, 12, 13, 16, 18, 19 en 20, de leden 2 en 3 niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Gemeenschappelijke regelingen</titel></kop><al>Voor werkzaamheden uitgevoerd op grond van gemeenschappelijke
                                regelingen waaraan de gemeente deelneemt wordt het toe te kennen
                                subsidie berekend aan de hand van de in de gemeenschappelijke
                                regeling opgenomen financiële bepalingen.</al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen, en voor zover toepassing van deze
                                verordening zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard,
                                kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het in deze
                                verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen van verplichtingen, gesteld bij of
                                krachtens deze verordening, ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening
                                    verleend zijn, blijven de bepalingen zoals opgenomen in de
                                    algemene subsidieverordeningen en de specifieke verordeningen,
                                    genoemd in artikel 37 lid 2 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een aanvraag, die is ingediend voor de inwerkingtreding van
                                    deze verordening, wordt op grond van de voor dat tijdstip
                                    geldende regels beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die, waarop
                                        zij is bekendgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van die datum vervallen:</al><al> de Algemene Subsidieverordening gemeente Eelde, d.d.
                                        14-12-1993 </al><al> en zoals sedertdien gewijzigd;</al><al> de Algemene Subsidieverordening gemeente Tynaarlo,
                                        vastgesteld d.d. 26-7-1994 </al><al> en zoals sedertdien gewijzigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><al>Citeertitel</al><al>Deze verordening kan aangehaald worden als “Subsidieverordening
                                gemeente Tynaarlo”.</al></artikel></sub-paragraaf></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 15 december 1998</ondertekening><ondertekening>burgemeester</ondertekening><ondertekening>secretaris</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al> Definities</al><al>In dit artikel worden veel gebruikte begrippen omschreven. Bij de
                                definities is waar mogelijk gekozen voor een formulering die
                                overeenkomt met de derde tranche Algemene wet bestuursrecht</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al> Subsidieplafond (Awb afdeling 4.2.2)</al><al>Dit artikel is ontleend aan de Awb. Op grond van dit artikel kan de
                                raad bepalen dat voor een subsidiesoort een bedrag gedurende een
                                periode beschikbaar is. Hierdoor wordt voorkomen dat er zogenaamde
                                open einde-regelingen kunnen ontstaan. Een subsidie-aanvraag moet
                                namelijk worden geweigerd, als daardoor een vastgesteld
                                subsidieplafond wordt overschreden (zie artikel 10, lid 3).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al> Begrotingsvoorbehoud</al><al>Dit artikel is ontleend aan Awb 4:34. Het begrotingsvoorbehoud moet
                                in de beschikking tot subsidieverlening worden opgenomen. Het
                                begrotingsvoorbehoud geeft burgemeester en wethouders de
                                mogelijkheid om op een subsidieverlening terug te komen. Dit
                                betekent dat een subsidie-ontvanger voor langere tijd in onzekerheid
                                verkeert. Daarom is in lid 2 opgenomen dat burgemeester en
                                wethouders binnen vier weken na de begrotingsvaststelling
                                of-goedkeuring een beroep op het voorbehoud moeten doen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al> Subsidie-aanvraag</al><al>Het opnemen van een termijn, waarvoor subsidies moeten worden
                                aangevraagd, is gezien de veelheid aan gemeentelijke subsidies en de
                                huidige aanvraagmomenten, in deze (algemene) verordening niet
                                mogelijk. Daarom is gekozen voor het begrip tijdig. (In Awb art.
                                4:60 staat: tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald,
                                wordt de aanvraag van de subsidie uiterlijk dertien weken voor de
                                aanvang van het boekjaar ingediend.)</al><al>In beleidsregels kan aan het begrip “tijdig” een nadere invulling
                                worden gegeven door te bepalen dat een aanvraag voor een bepaalde
                                datum moet worden ingediend.</al><al>Het in het eerste lid begrip “tijdig” duidt er op dat op een
                                subsidie-aanvraag in de regel wordt beslist, voordat met de
                                activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd, is begonnen. Het
                                achteraf aanvragen van subsidie is in ieder geval niet tijdig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al> Weigeringsgronden subsidie</al><al>Dit artikel bevat de weigeringsgronden voor een subsidie, voordat
                                tot subsidieverlening is overgegaan en is grotendeels ontleend aan
                                de Awb (artikel 4:35). Het biedt de mogelijkheid om preventief op te
                                treden als met grote waarschijnlijkheid vaststaat dat zich later een
                                intrekkingsgrond (zie artikel 23 e.v.) zal voordoen. Voor het
                                weigeren van een subsidie is het wel noodzakelijk dat de aanvrager
                                overeenkomstig artikel 4:7 of 4:8 Awb “gehoord” wordt.</al><al>“Uit efficiency-overwegingen”.</al><al>Voorbeeld: deze weigeringsgrond kan worden gebruikt als het
                                gemeentebestuur van mening is dat zij uit het oogpunt van een
                                doelmatige/doeltreffende inzet van de gemeentelijk subsidiemiddelen
                                slechts één instelling op een bepaald gebied wensen te
                                subsidiëren.</al><al>Uit de formulering blijkt dat andere, niet genoemde,
                                weigeringsgronden mogelijk blijven.</al><al>In lid 3 is bepaald dat de gevraagde subsidie in ieder geval wordt
                                geweigerd, als het ingestelde subsidieplafond wordt
                                overschreden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al> Weigering van subsidies die drie of meer jaren achtereen zijn
                                verstrekt</al><al>In dit artikel, ontleend aan art. 4:51 Awb, wordt verwoord dat bij
                                subsidies die drie jaar of meer zijn verleend, de subsidie-ontvanger
                                er op mag vertrouwen dat de subsidie wordt voortgezet. Dit artikel
                                ziet dus op de situatie, waarin het gemeentebestuur voor de toekomst
                                een einde wil maken aan of een wijziging wil aanbrengen in de
                                bestaande subsidieverhoudingen (zie ook artikel 25).</al><al>Het moet overigens gaan om subsidie voor dezelfde of in hoofdzaak
                                dezelfde activiteiten. Indien zo’n subsidie wordt geweigerd, dan kan
                                dit slechts met inachtneming van een redelijk termijn, tenzij
                                bijvoorbeeld:</al><al>a.een subsidie voor een bepaalde periode wordt verleend; dan kan een
                                subsidie-ontvanger niet een beroep doen op dit artikel. De
                                subsidie-ontvanger heeft er niet op mogen vertrouwen dat de subsidie
                                ook na deze termijn zou worden voortgezet. Hetzelfde geldt voor
                                subsidies, verleend</al><al> voor een bepaald project.</al><al>b.de subsidie-ontvanger niet meer voldoet aan de oorspronkelijke
                                subsidiecriteria.</al><al>Het in acht nemen van een redelijke termijn betekent dat een
                                weigering tijdig moet worden aangekondigd. In de praktijk zal dit
                                betekenen dat bij met name beleidswijzigingen de daarbij betrokken
                                subsidie-ontvangers zo spoedig mogelijk moeten worden
                                geïnformeerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al> Uitvoeringsovereenkomst (zie Awb art. 4:36)</al><al>De uitvoeringsovereenkomst, het woord zegt het al, is een uitwerking
                                en/of nadere detaillering van de beschikking tot subsidieverlening.
                                Het is niet meer mogelijk zonder een subsidiebesluit een
                                subsidie-overeenkomst aan te gaan. De regering acht de
                                beschikking-vervangende-subsidie-overeenkomst “in beginsel een
                                doorkruising van het in een publiekrechtelijke regeling – te weten
                                de Awb – neergelegde stelsel van waarborgen en derhalve niet
                                toegestaan”.</al><al>In de beschikking tot subsidieverlening zullen in ieder geval de
                                essentiële elementen, zoals het subsidiebedrag, welke activiteiten
                                worden gesubsidieerd en de verplichtingen van de subsidie-ontvanger,
                                moeten staan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>tot en met 19</titel></kop><al>In deze artikelen zijn enige verplichtingen voor de
                                subsidie-ontvanger opgenomen. Deze artikelen zijn ontleend aan de
                                Awb (paragraaf 4.2.8.4).</al><al>De in artikel 16 genoemde mogelijkheid, het opleggen van een
                                verplichting tot reservevorming aan een subsidie-ontvanger,
                                verkleint de kans dan een instelling een beroep doet op een
                                aanvullende subsidiëring.</al><al>Voor de subsidie-ontvanger schept het opleggen van een dergelijke
                                verplichting duidelijkheid over zijn eigen
                                verantwoordelijkheid.</al><al>Voor zover wordt bepaald dat een reserve/voorziening moet worden
                                gevormd, zal in de beschikking tot subsidieverlening moeten worden
                                aangegeven waarvoor een reserve moet worden gevormd en tot welk
                                bedrag.</al><al>Voorziening als bedoeld in artikel 374 van boek 2 van het Burgerlijk
                                Wetboek.</al><al>Reserve als bedoeld in artikel 373 van boek van het Burgerlijk
                                Wetboek.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al> Vaststelling (Awb art. 4:74)</al><al>Na de beschikking tot subsidieverlening dient de subsidie nog te
                                worden vastgesteld. Uitgangspunt is dat de subsidie-ontvanger na
                                afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor subsidie is
                                verleend, een aanvraagt indient tot vaststelling van de subsidie. In
                                lid 1 is bepaald in welke gevallen een aanvraag achterwege kan
                                blijven.</al><al>In de leden 5 en 6 zijn de gevolgen opgenomen van het niet of niet
                                tijdig indienen van de aanvraag tot vaststelling. Ambtshalve
                                vaststelling betekent hier dat de subsidie moet worden vastgesteld
                                op basis van de op dat moment beschikbare gegevens.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al> Lager vaststellen van de subsidie (Awb artikel 4:46, lid 2 en
                                3)</al><al>In lid 2 wordt gesproken van kosten die in redelijkheid niet
                                noodzakelijk zijn. Om welke kosten het gaat, is afhankelijk van de
                                situatie en omstandigheden, waaronder de kosten zijn gemaakt. Per
                                situatie zal dus moeten worden uitgemaakt, of kosten al dan niet
                                voor rekening van de subsidie-ontvanger dienen te blijven. Dat dit
                                goed gemotiveerd dient te gebeuren, is vanzelfsprekend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>en 24</titel></kop><al>Tussentijdse intrekking of wijziging subsidieverlening en intrekking
                                of wijziging</al><al>subsidievaststelling (Awb art. 4:48 en 4:49) </al><al>Het gaat hier om intrekking of wijziging – ten nadele van
                                subsidie-ontvanger – met terugwerkende kracht tot het moment van
                                subsidieverlening en vaststelling. Het kan hier gaan om bijvoorbeeld
                                een sanctie dan wel herstel van onjuistheden.</al><al>Artikel 23 lid 1 sub e (een beroep op het begrotingsvoorbehoud). Dit
                                artikel betekent een inbreuk op de systematiek dat een subsidie
                                eerst wordt verleend en later wordt vastgesteld. Vanuit het oogpunt
                                van rechtszekerheid van de subsidie-ontvanger, is de periode waarin
                                tot correctie op grond van artikel 24 kan worden, in de tijd
                                beperkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>Intrekking of wijziging subsidieverlening, wijziging voor de
                                toekomst of in bestaande</al><al>subsidieverhouding (Awb art. 4:50)</al><al>Dit artikel vertoont op het eerste gezicht enige gelijkenis met
                                artikel 23. Er bestaat echter een belangrijk verschil. Dit artikel
                                ziet op een andere situatie, namelijk die, waarin het
                                gemeentebestuur voor de toekomst een einde wil maken aan of een
                                wijziging wil aanbrengen in de bestaande subsidieverhouding. Zie ook
                                artikel 11.</al><al>Ter verduidelijking het volgende. Als een besluit tot
                                subsidieverlening door een fout onjuist is en de subsidie-ontvanger
                                wist dit of hoorde dit te weten, kan de subsidieverlening met
                                terugwerkende kracht worden ingetrokken (artikel 23). Als de
                                subsidie-ontvanger niet wist, kon of behoorde te weten dat de
                                beschikking tot subsidieverlening onjuist was, kan dat hem niet
                                worden aangerekend en dient bij het doorvoeren van de
                                wijziging/intrekking een redelijke termijn te worden aangehouden.
                                Wat redelijk is, is afhankelijk van de feitelijke
                                omstandigheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al> Betaling (Awb art. 4:52)</al><al>De essentie van dit artikel is dat in de beschikking tot
                                vaststelling van een subsidie wordt aangegeven, hoe de subsidie, na
                                aftrek van eventueel verleende voorschotten, wordt uitbetaald.</al><al>Het tweede lid geeft een subsidie-ontvanger zekerheid dat de
                                (resterende) subsidie snel wordt uitbetaald. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><al> Waarderingssubsidie</al><al>De waarderingssubsidie verschilt op een belangrijk punt van de
                                overige subsidies, namelijk dat het gemeentebestuur de uitgevoerde
                                activiteiten niet naar aard en inhoud wil beïnvloeden. Het gaat
                                hierbij veelal om relatief kleine bedragen. Nu een directe relatie
                                met de activiteiten van de subsidie-ontvanger ontbreekt, kan worden
                                volstaan met een beknopt verslag, waaruit in ieder geval zal moeten
                                blijken dat de activiteiten zijn verricht. Ook kan bij de aanvraag
                                het activiteitenplan beknopt zijn. In de praktijk zullen
                                subsidieverlening en subsidievaststelling vaak samenvallen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al> Incidentele subsidie</al><al>Onder een incidentele subsidie-aanvraag wordt verstaan een aanvraag
                                die betrekking heeft op een activiteit die verricht wordt binnen een
                                jaar nadat de subsidie-aanvraag is gedaan. Deze aanvragen worden
                                derhalve niet meegenomen met de reguliere subsidie-aanvragen. Het
                                biedt de mogelijkheid om nieuwe initiatieven toch te honoreren.
                            </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><al> Ontheffing</al><al>Dit artikel biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid om,
                                vaak ten gunste van een subsidie-ontvanger, af te wijken van de
                                verordening. Het zal duidelijk zijn dat van deze bevoegdheid een
                                spaarzaam gebruik moet worden gemaakt. In de deelverordeningen of
                                beleidsregels behorend bij deze verordening wordt aangegeven, welk
                                artikel uit deze subsidieverordening niet van toepassing is bij
                                subsidies waarop de deelverordeningen/beleidsregels betrekking
                                hebben. De raad bepaalt zo uiteindelijk, welke bepalingen uit deze
                                verordening wel of niet van toepassing worden verklaard.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>