Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Oirschot

Algemene Subsidieverordening gemeente Oirschot 2010

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOirschot
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingAlgemene Subsidieverordening gemeente Oirschot 2010
CiteertitelAlgemene Subsidieverordening gemeente Oirschot 2010
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpAlgemene Subsidieverordening gemeente Oirschot 2010

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 149 Gemeentewet
  2. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201016-05-2018Nieuwe verordening

03-03-2009

Oirschots Weekjournaal, 25 maart 2009

BRS

Tekst van de regeling

Intitulé

Algemene Subsidieverordening gemeente Oirschot 2010

De raad van de gemeente Oirschot;

 

gelezen het voorstel van het burgemeester en wethouders van 17 februari 2009, betreffende onder andere de vaststelling van de “Algemene Subsidieverordening gemeente Oirschot”;

 

gezien het advies van de Klankbordgroep Subsidiebeleid en Accommodatie- en Tarieven beleid van 13 januari 2009;

 

gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Overwegende dat: 

a. herziening van de “Algemene Subsidieverordening Specifiek Welzijn en Sport” van de gemeente Oirschot van 28 juli 1998 noodzakelijk is in verband met de herijking en harmonisatie van de subsidies voor (niet) professionele en regionale organisaties in de gemeente Oirschot; 

b. aanpassing noodzakelijk is in het kader van de rechtmatigheid;

 

 

b e s l u i t :

 

 

1. in te trekken de Algemene Subsidieverordening Specifiek Welzijn en Sport (van 28 juli 1998) per 1 januari 2010;

 

2. vast te stellen de navolgende verordening: <vet> "Algemene Subsidieverordening gemeente Oirschot 2010".</vet>

 

 

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

 In deze verordening wordt verstaan onder een:

 

<vet>a. Raad: </vet>de gemeenteraad van Oirschot.

 

<vet>b. College: </vet>het college van burgemeester en wethouders van Oirschot.

 

<vet>c. Instelling: </vet>een rechtspersoon naar burgerlijk recht, dan wel een erkend onderdeel ervan, die statutair gevestigd is in Oirschot of aantoonbare activiteiten ontplooit ten behoeve van inwoners van Oirschot. Het gaat dan concreet om de rechtspersonen: verenigingen en stichtingen.

 

<vet>d. Rechtspersoon: </vet>een rechtspersoon als bedoeld in Boek 2 van het Burger¬lijk Wetboek.Een volledig bevoegd rechtspersoon is een rechtspersoon waarvan de statuten zijn opgenomen in een notariële akte en die ingeschreven is in het verenigingen- of stichtingenregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken.

 

<vet>e. aanvrager: </vet>een rechtspersoon, groep van personen of een natuurlijke persoon die op basis van deze verordening subsidie ontvangt of wenst te ontvangen.

 

<vet>f. Activiteit:</vet> een activiteit die door de instelling wordt uitgevoerd en die door het college kan worden gesubsidieerd.

 

<vet>g. activiteitenplan/-programma: </vet>een plan/programma dat een overzicht geeft van de door de aanvrager voorgenomen activiteiten.

 

<vet>h. Structureel subsidie:</vet> subsidie, dat jaarlijks gedurende de gehele subsidiecyclus verstrekt wordt. Een structureel subsidie bestaat uit een budgetsubsidie of een waarderingssubsidie.

 

<vet>i. Budgetsubsidie:</vet> een subsidie die bestaat uit twee componenten: een doelgroepensubsidie (voor jeugdigen tot 23 jaar, ouderen van 65 jaar en ouder, en inwoners met een beperking) en een accommodatiesubsidie.

<vet>j. Waarderingssubsidie:</vet> een subsidie, die wordt verleend als een erkenning voor de instelling en haar activiteiten en is gebaseerd op een vast bedrag. Er wordt niet gestuurd op de omvang en inhoud van de activiteiten.

 

<vet>k. Accommodatiesubsidie: </vet>een subsidie als tegemoetkoming in de accommodatiekosten, die behoren tot de basisvoorzieningen.

 

<vet>l. Incidentele subsidie:</vet> een subsidie, die éénmalig in een subsidiejaar kan worden verleend. Een incidentele subsidie kan bestaan uit een investeringssubsidie en/of een projectsubsidie.

 

<vet>m. Investeringssubsidie: </vet>een incidentele subsidie als tegemoetkoming in de kosten van de eerste aanleg, nieuwbouw of verbouw van een accommodatie en/of accommodatieonderdelen, die tot de basisvoorzieningen behoren.  

<vet>n. Projectsubsidie:</vet> een incidentele subsidie, die betrekking heeft op een samenhangend geheel van activiteiten, die gedurende een bepaalde periode worden uitgevoerd om een specifiek doel te bereiken, waarbij een relatie ligt met de door de gemeenteraad vastgesteld gemeentelijke thema’s en doelen. 

<vet>o. Genormeerde subsidie:</vet> een subsidie gebaseerd op het feit dat een instelling activiteiten ontplooit die een bijdrage leveren aan gemeentelijke doelstellingen. Het gaat hier om een vast bedrag per lid, activiteit of andere in een beleidsregel aangegeven subsidiegrondslag.

 

<vet>p. Subsidiecyclus:</vet> periode van vier jaar voor het eerst te beginnen in 2010, waarbinnen slechts één maal subsidie hoeft te worden aangevraagd, tenzij in een beleidsregel anders is bepaald. 

<vet>q. Subsidie voor nieuw beleid:</vet> een incidentele subsidie voor activiteiten waarvoor in de verordening of vigerende beleidsregels niet is voorzien, en waarvoor in de gemeentebegroting geen expliciet toegewezen middelen zijn opgenomen.

 

<vet>r. Subsidiejaar:</vet> kalenderjaar, tenzij het college middels vaststelling van een beleidsregel anders bepaalt.

 

<vet>s. Deskundigheidsbevordering:</vet> een activiteit die betrekking heeft op het opleiden van vrijwilligers binnen de instelling, die onbetaald werk verrichten maar waarvoor de opleiding noodzakelijk is voor de uitvoering van hun activiteiten.

 

<vet>t. Jeugdlid: </vet>een persoon die op 1 januari van het desbetreffende subsidiejaar jonger is dan 23 jaar, woonachtig is in de gemeente Oirschot, is ingeschreven als lid van een instelling en actief deelneemt aan activiteiten. In de beleidsregels kan worden afgeweken van deze leeftijdsgrens.Bestuursleden, leden die scheidsrechter zijn en leden van technische commissies worden binnen deze definitie niet als een actief lid beschouwd, tenzij door het bestuur van de instelling aangetoond wordt dat die naast genoemde functies actief deelnemen aan de activiteiten van de instelling.

 

<vet>u. Ouder: </vet> een persoon die op 1 januari van het desbetreffende subsidiejaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, woonachtig is in de gemeente Oirschot, is ingeschreven als lid van een instelling en actief deelneemt aan activiteiten. In de beleidsregels kan worden afgeweken van de leeftijdsgrens.Bestuursleden, leden die scheidsrechter zijn en leden van technische commissies worden binnen deze definitie niet als een actief lid beschouwd, tenzij door het bestuur van de instelling aangetoond wordt dat die naast genoemde functies actief deelnemen aan de activiteiten van de instelling.

 

<vet>v. Inwoners met een beperking (lichamelijk en/of geestelijk): </vet>een persoon die aantoonbaar een lichamelijke en/of geestelijke beperking heeft, woonachtig is in de gemeente Oirschot, is ingeschreven als lid van een instelling en actief in teamverband deelneemt aan activiteiten. Bestuursleden, leden die scheidsrechter zijn en leden van technische commissies worden binnen deze definitie niet als een actief lid beschouwd, tenzij door het bestuur van de instelling aangetoond wordt dat die naast genoemde functies actief deelnemen aan de activiteiten van de instelling.

 

<vet>w. Uitvoeringsovereenkomst:</vet> een overeenkomst, die in de zin van artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht tussen de subsidieontvanger en het college kan worden gesloten ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening.

In een uitvoeringsovereenkomst worden in ieder geval aangegeven:- De hoogte van de subsidie- De looptijd van de subsidie- De beoogde prestaties- De doelgroep(en) met betrekking tot de te ontwikkelen activiteiten en te verrichten prestaties.

 

Artikel 2 Reikwijdte

  • 1

    De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing voor de terreinen: sport, welzijn, zorg en maatschappelijke dienstverlening, jeugd, cultuur en natuur, behoudens in gevallen dat bij afzonderlijk besluit, convenant of beleidsregel bepalingen niet van toepassing zijn of door het college niet van toepassing worden verklaard.

  • 2

    De Algemene subsidieverordening heeft betrekking op twee subsidiesoorten, die te verdelen zijn in een aantal subcategorieën. Dit zijn:<cursief><vet>a. Structureel subsidie:</vet></cursief>* Budgetsubsidie bestaande uit doelgroepensubsidie en accommodatiesubsidie;* Budgetsubsidie bestaande uit waarderingssubsidie;* Subsidie voor deskundigheidsbevordering; <cursief><vet>b. Incidenteel subsidie:</vet></cursief>* Investeringssubsidie;* Projectsubsidie.

     

Artikel 3 Algemene uitgangspunten

  • 1

    In het algemeen worden door het college slechts activiteiten gesubsidieerd die georganiseerd worden door instellingen, zijnde volledig bevoegde rechtspersonen die gevestigd zijn in Oirschot. Het college kan in uitzonderlijke gevallen ontheffing verlenen.

  • 2

    Aan instellingen van buiten de gemeente kan subsidie worden verleend indien zij naar de mening van het college gemotiveerd hebben aangetoond werkzaam te zijn ten behoeve van de inwoners van Oirschot.

  • 3

    De subsidie is primair bedoeld voor de inwoners uit Oirschot. Subsidieverlening van leden buiten Oirschot is mogelijk indien wordt deelgenomen in teamverband en de instelling meer dan 50 leden heeft afkomstig uit Oirschot. Indien 50% van het aantal contributiebetalende leden buiten Oirschot afkomstig is wordt de subsidie verminderd met 50%. Indien meer dan 50 % van het aantal contributiebetalende leden buiten Oirschot afkomstig is, wordt de subsidie naar rato verminderd.

  • 4

    Het college stelt beleidsregels of een uitvoeringsovereenkomst conform art. 4:36 Awb vast, waarin nadere voorschriften kunnen worden opgenomen omtrent de over te leggen bescheiden bij een subsidieaanvraag, de subsidiemethodiek, de subsidienormen, de subsidiegrondslag, de subsidiecriteria, eigen bijdrage, eventuele indexering, vorming van reserves, subsidievoorwaarden en overlegstructuren.

  • 5

    Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats voor ¬zover deze naar de mening van het college in principe voor iedereen toegankelijk zijn en in voldoende mate het algemeen gemeentelijk belang dienen.

  • 6

    Het college verleent slechts subsidies voor zover de financiële positie van de gemeente dat mogelijk maakt en de gemeenteraad daarvoor de financiële middelen heeft opgenomen in de vastgestelde gemeentebegrotingen.

     

Artikel 4 Verslag

  • 1

    Artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op subsidie verleend bij of krachtens deze verordening.

  • 2

    Het college kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de verslagen over doelmatigheid en effecten van subsidies.

     

Hoofdstuk 2 De subsidieaanvraag

Artikel 5.1 Algemene bepalingen

  • 1

    Bij de indiening van de subsidieaanvraag moet de aanvrager gegevens overleggen, die zijn vermeld in de artikelen 5:2 tot en met 5:5 van deze verordening.

  • 2

    Bij een eerste subsidieaanvraag moet de aanvrager tevens overleggen:a) Een afschrift van de statuten en reglementen van de instelling;b) Een opgave van de bestuurssamenstelling.

     

Artikel 5.2 Aanvraag structureel subsidie

  • 1

    Een subsidieaanvraag moet, tenzij in een beleidsregel anders is bepaald, voor 1 april voorafgaande aan het eerste subsidiejaar van de komende subsidiecyclus door de aanvrager zijn ingediend bij het college. Het college kan afwijken van genoemde termijn.

  • 2

    Een subsidieaanvraag tijdens een lopende subsidiecyclus moet ook voor 1 april voorafgaand aan het eerste subsidiejaar ingediend zijn bij het college.

  • 3

    Tenzij in een beleidsregel anders is bepaald moet een aanvraag vergezeld gaan van: a. een begroting van inkomsten en uitgaven;b. een activiteitenplan/-programma van het eerstvolgende jaar van uitvoering.

  • 4

    Bij structurele subsidies geldt dat instellingen tijdens de subsidiecyclus, een herziene aanvraag moeten indienen, zodra in enig subsidiejaar de grondslag waarop de subsidie gebaseerd is in positieve of negatieve zin meer dan 10% afwijkt van de grondslag in het eerste jaar van de subsidiecyclus. Bij berekening van de afwijking van 10%, past het college op de grondslag, indien hierop een index van toepassing is, dezelfde index toe als op de subsidies. De herziene aanvraag moet vóór 1 oktober zijn ingediend bij het college. Aanpassing van de subsidie kan dan ingaan in het eerstvolgende subsidiejaar.

  • 5

    Indien de subsidie tijdens de subsidiecyclus wordt aangepast beschouwt het college de grondslag van het jaar van aanpassing als zijnde het nieuwe basisjaar om opnieuw de 10% afwijking te kunnen bepalen.

  • 6

    Als achteraf blijkt dat genoemde afwijkingen niet zijn gemeld, kan het college subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

     

Artikel 5.3 Aanvraag projectsubsidie, investeringssubsidie en subsidie deskundigheids- bevordering en werving

Voor projectsubsidies, investeringssubsidies en subsidies voor deskundigheidsbevordering en werving stelt het college afzonderlijke beleidsregels vast. Hierin neemt het college procedures en subsidiegrondslagen op.

 

Hoofdstuk 3 Bevoegdheden en financieel kader

Artikel 6 Bevoegdheden en algemene uitgangspunten

Het college beslist op subsidieaanvra¬gen en is bevoegd tot mandatering over te gaan, tenzij anders is bepaald.

 

Artikel 7 Het subsidieplafond en verdelingscriteria

  • 1

    De subsidieplafonds voor projectsubsidies en subsidies deskundigheidsbevordering en werving wordt jaarlijks door de raad vastgesteld als onderdeel van de gemeente-begroting voor het daarop volgende jaar.

  • 2

    Het college bepaalt door middel van beleidsregels de wijze van verdeling van de subsidiebedragen binnen de vastgestelde subsidieplafonds. Subsidieaanvragen die het plafond overschrijden worden door het college afgewezen.

     

Artikel 8 Indexering en financiële positie gemeente

  • 1

    Tenzij in een beleidsregel anders is bepaald, stijgen de subsidies voor het subsidiejaar, jaarlijks met 3% (indexering). 

  • 2

    Indien de financiële positie van de gemeente daartoe aanleiding geeft kan het college bij de beslissing op aanvraag afwijken van de indexering en de subsidiegrondslag.

     

Hoofdstuk 4 Subsidieverlening

Artikel 9.1 Verlening structurele subsidie

  • 1

    Het college beslist op een structurele subsidieaanvraag binnen twee maanden na vaststelling door de gemeenteraad van de gemeentebegroting, tenzij in een beleidsregel anders is bepaald.

  • 2

    Het college kan deze termijn met twee maanden verlengen.

  • 3

    De subsidie wordt jaarlijks verleend.

  • 4

    Het college kan in beleidsregels vaststellen welke voortgangsinformatie jaarlijks door de instelling overlegd dient te worden.

  • 5

    Het college kan in beleidsregels vaststellen dat subsidies zonder voorafgaande subsidieverlening worden vastgesteld.

  • 6

    Het college stelt beleidsregels vast voor instellingen die in aanmerking komen voor budgetsubsidies waarin de periode van subsidiëring, de hoogte van de subsidie, de subsidienormen, de uitgangspunten en de wijze van bijstelling van het budget zijn opgenomen.

     

Artikel 10 Weigeringsgronden

Onverminderd de weigeringsgronden zoals vermeld in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan subsidieverlening in elk geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:<vet>a. </vet>de activiteiten niet of niet geheel passen in het gemeentelijk subsidiebeleid;<vet>b.</vet> de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die naar het oordeel van het college in strijd (kunnen) zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde en veiligheid;<vet>c.</vet> er sprake is van doublures in programma-aanbod en/of een aanbod voor dezelfde doelgroep. <vet>d.</vet> de activiteiten zijn uitgevoerd voordat op een aanvraag om subsidie is beslist.

 

Hoofdstuk 5 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 11 Verplichtingen

Het college kan onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:37 en 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht de subsidieontvanger verplichtingen opleggen.

 

Artikel 12 Accountantsverklaring

Het college wijst middels beleidsregels de instellingen aan, die verplicht zijn een accountantsrapport te overleggen. De accountant moet een beoordelingsverklaring geven over de getrouwheid van de jaarrekening per genoemde datum ten aanzien van de grootte en samenstelling van zowel de baten en lasten als van de activa en de passiva van betreffend rechtsorgaan.De artikelen 4:76, 4:77, 4:78, 4:79 en 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.

 

Artikel 13 Controle

  • 1

    Het college is bevoegd controle uit te oefenen op de betrouwbaarheid van de in artikel 12 genoemde rapportage.

  • 2

    De administratie van de rechtspersoon moet zodanig zijn ingericht dat deze controle op eenvou¬dige wijze mogelijk is. Het college kan ter zake beleidsregels vaststellen.

     

Artikel 14 Vermogensgroei

  • 1

    De subsidieontvanger is een vergoeding verschuldigd aan het college in de gevallen van vermogensvorming als bedoeld in de zin van artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht. Het college kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot bepaling van de hoogte van de vergoeding.

  • 2

    In het geval van een samenwerkingsverband (meerdere gemeenten) kunnen afspraken over vermogensgroei in convenanten of andere overeenkomsten worden vastgelegd.

     

Hoofdstuk 6 Subsidievaststelling

Artikel 15 De subsidievaststelling

  • 1

    Het college stelt de subsidie vast na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend. De subsidieontvanger dient hiertoe vóór 1 april na het subsidiejaar of tijdvak een aanvraag tot vaststelling in, tenzij in de beleidsregel anders is bepaald.

  • 2

    De aanvraag tot vaststelling gaat, tenzij in een beleidsregel anders is bepaald, vergezeld van:<vet>a. </vet>Een inhoudelijk jaarverslag, waarin de verrichte activiteiten, gerealiseerde doelen, prestaties en relevante kengetallen zijn weergegeven;<vet>b.</vet> Een financieel verslag met inkomsten en uitgaven en een toelichting op de verschillende posten van het afgelopen jaar of subsidietijdvak.

  • 3

    In afwijking van het eerste lid kan het college, conform artikel 9:1, lid 5, subsidie vaststellen zonder voorafgaande subsidieverlening.

     

Hoofdstuk 7 Betaling

Artikel 16 Betaling

  • 1

    Het college stelt aan de subsidieaanvrager de voorlopig verleende subsidie beschikbaar door middel van voorschotten. Als de verleende subsidie lager is dan € 15.000,-- wordt deze ineens bevoorschot. Als de verleende subsidie hoger is wordt deze in vier gelijke termijnen bevoorschot.

  • 2

    De waarderingssubsidies worden door het college ineens vastgesteld en betaalbaar gesteld.

  • 3

    Uitbetaling van subsidie vindt uitsluitend plaats op een afzonderlijk bank- of gironummer van de instelling.

     

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 17 Nota Subsidiebeleid

De door de gemeenteraad op 3 maart 2009 vastgestelde Nota Subsidiebeleid is onlosmakelijk verbonden met deze verordening.

 

Artikel 18 Hardheidsclausule, onvoorziene gevallen en andere regels

  • 1

    In gevallen, betrekking hebbende op de uitvoering van deze verordening, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Het college doet daarvan mededeling aan de gemeenteraad.

  • 2

    In de gevallen waarin de toepassing van een van de bepalingen van deze verordening leidt tot kennelijke onbillijkheid kan het college besluiten van een bepaling af te wijken.

  • 3

    Het college is bevoegd om ter uitwerking van deze verordening naast de beleidsregels nadere regels vast te stellen.

     

Artikel 19 Toezicht

  • 1

    Het college kan binnen de gemeentelijke organisatie één of meer toezichthouders aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de besteding van de subsidies en op de naleving van de aan de ontvangers van de subsidies opgelegde verplichtingen.

  • 2

    De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Awb.

     

Artikel 20 Overgangsregeling

Indien de nieuwe subsidieverordening, beleidsregels of uitvoeringsovereenkomst leiden tot een verhoging dan wel tot een verlaging van de subsidie, wordt afhankelijk van de hoogte van de subsidie, een overgangsperiode gehanteerd van maximaal vier jaar.

 

Artikel 21 Inwerkingtreding

  • 1

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2010. Dan komt de “Algemene Subsidieverordening Specifieke Welzijn en Sport ”, vastgesteld op 28 juli 1998 te vervallen met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid.

  • 2

    De verordening is voor het eerst van toepassing op subsidieaanvragen voor het jaar 2010. Aanvragen en afrekeningen die betrekking hebben op subsidies voor het jaar 2009 en voorgaande jaren worden nog behandeld volgens de “Algemene Subsidieverordening Specifiek Welzijn en Sport van 28 juli 1998.

     

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Oirschot van 3 maart 2009.

 

De gemeenteraad,

 

Han Struijs         Ruud Severijnsgriffier                voorzitter 

Toelichting 1  

<vet>Artikel 2 Reikwijdte</vet>De “Algemene Subsidieverordening gemeente Oirschot” heeft als uitgangspunt dat die geldt voor alle subsidiebesluiten op het brede terrein van sport, welzijn, zorg en maatschappelijke dienstverlening, jeugd, cultuur en natuur. De raad kan hierop een uitzondering maken.  

<vet>Artikel 3 Algemene uitgangspunten</vet>Algemeen uitgangspunt is dat slechts subsidie wordt verstrekt aan instellingen die gevestigd zijn in Oirschot. Hiervan kan worden afgeweken indien aantoonbaar wordt gemaakt dat instellingen werkzaam zijn ten behoeve van de inwoners van Oirschot.

 

In de Algemene Subsidieverordening Gemeente Oirschot 2010 is het procedurele gedeelte m.b.t. de subsidieverlening vastgelegd. Inhoudelijke zaken zoals o.a. subsidienormen, subsidiegrondslagen en subsidievoorwaarden legt het college vast in beleidsregels of uitvoeringsovereenkomsten. Uitvoeringsovereenkomsten kunnen met name worden toegepast  bij de instellingen en organisaties, waarvoor het wenselijk wordt geacht prestatieafspraken te maken.

 

<vet>Artikel 3. lid 3</vet>Met dit lid wordt getracht te voorkomen dat een scheve verhouding tussen het aantal leden uit Oirschot en buiten Oirschot gaat plaatsvinden t.o.v. de subsidie. Indien 50% van het aantal contributiebetalende leden van buiten Oirschot afkomstig is wordt de subsidie met 50% gekort. Indien het aantal leden buiten Oirschot meer is dan 50% wordt de vermindering van de subsidie naar rato toegepast. Voorbeeld: een instelling heeft 100 leden met 60 leden van buiten Oirschot. De subsidie wordt met 60% gekort.

 

<vet>Artikel 4 Verslag</vet>Dit artikel is opgenomen, om te voorkomen dat de gemeente verplicht kan worden gesteld over het effect en doelmatigheid van alle verleende subsidies te publiceren. Dit is niet wenselijk voor “kleine” waarderingssubsidies. Indien het college dit wenselijk acht is dit natuurlijk wel mogelijk en kan dit middels beleidsregels geregeld worden.

 

<vet>Artikel 5 Subsidieaanvraag</vet>Dit artikel geeft aan hoe de procedure is voor het aanvragen van de structurele subsidies. In beleidsregels kunnen aanvullingen en afwijkingen in de procedure worden opgenomen. Er wordt gewerkt met een subsidiecyclus van 4 jaar. De eerste cyclus loopt van 2010 t/m 2013. De instellingen en organisaties hoeven voor de structurele subsidies slechts één maal per vier jaar subsidie aan te vragen. Voor de aanvragen van eenmalige subsidies stelt het college afzonderlijke beleidsregels vast, waarin de procedures m.b.t. aanvragen, verlenen, vaststellen en de subsidiegrondslagen worden beschreven.

 

In het kader van deregulering is de verplichting om bij een aanvraag een uittreksel van de Kamer van Koophandel te overleggen komen te vervallen. De gemeente kan middels een abonnement de gegevens van de Kamer van Koophandel inzien en toetsen.

 

<vet>Artikel 6 Bevoegdheden en algemene uitgangspunten</vet>Het is de bedoeling in het duale stelsel dat alle subsidiebesluiten worden genomen door het college. De gemeenteraad stelt de kaders vast (algemene subsidieverordening), waarbinnen subsidieverlening kan plaatsvinden. Het college legt verantwoording af aan de raad.

 

<vet>Artikel 7 Het subsidieplafond en verdelingscriteria</vet>Het subsidieplafond is bedoeld om te voorkomen dat er subsidiebedragen moeten worden betaald waarvoor geen of onvoldoende gelden beschikbaar zijn. Indien een subsidieplafond is vastgesteld kan en mag er niet meer subsidie verleend worden dan het plafond. Het budgetrecht blijft het primaatschap van de raad. Binnen die geldelijke kaders kan het college verdelingscriteria hanteren.

 

<vet>Artikel 8 Indexering en financiële positie gemeente</vet>Alle subsidies zullen in principe, tenzij in een beleidsregel of ander rechtsgeldig document anders is vermeld, jaarlijks worden geïndexeerd met 3%.

 

<vet>Artikel 9 Procedure subsidieverlening</vet>Dit artikel regelt de procedure met betrekking tot subsidieverlening. In principe geldt dat binnen twee maanden na vaststelling van de begroting de instellingen een beschikking ontvangen met de subsidieverlening. Indien mogelijk wordt de subsidie gelijk vastgesteld. In de praktijk zijn dat de waarderings-subsidies omdat daarbij geen sprake is van vaststelling achteraf. Hiermee wordt onnodige administratie voorkomen en wordt voorafgaand aan een langere periode duidelijkheid gecreëerd bij zowel de instelling als de gemeente. Artikel 10 WeigeringsgrondenDe Awb kent twee soorten weigeringsgronden:a. de verplichte (art. 4:25) bij het bereiken van het subsidieplafondb. de facultatieve (art. 4:35)Het college heeft de bevoegdheid autonome weigeringsgronden op te nemen en in dit artikel is een aantal weigeringsgronden opgenomen.

 

<vet>Artikel 12 Accountantsverklaring</vet>De omschrijving van het accountantsrapport is in het kader van de rechtmatigheid aangescherpt en nog slechts voor één uitleg vatbaar. Het betreft hier een zogenaamde verklaring van getrouwheid van de jaarrekening.

 

<vet>Artikel 14 Vermogensgroei</vet>Door het van toepassing verklaren van artikel 4:41 van de Awb is het mogelijk om middels beleidsregels criteria vast te leggen die bepalen op welke wijze ontstane vermogensgroei teruggevorderd kan worden in het geval van:<vet>a.</vet> de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt; <vet>b. </vet>de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; <vet>c.</vet> de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; <vet>d. </vet>de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd; of <vet>e. </vet>de rechtspersoon die de subsidie ontving, wordt ontbonden. 

<vet>Artikel 15 De subsidievaststelling</vet>Dit artikel regelt hoe de instelling een aanvraag tot vaststelling van het subsidie na afloop van de activiteiten of het jaar waarvoor het subsidie is verleend in moet dienen. In beleidsregels kunnen de termijnen waarbinnen een verzoek tot vaststelling moet worden ingediend en de te overleggen bescheiden worden vastgesteld.