<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84605_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Bevoegdhedenregeling Provinciale Staten van Limburg 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2015, 2021</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bevoegdhedenregeling Provinciale Staten 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 104, 104d, 105</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie, personeelsbeleid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bevoegdhedenregeling Provinciale Staten van Limburg 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In het kader van dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Presidium: een via het Reglement van Orde voor Provinciale
                                    Staten ingestelde Statencommissie, belast met de organisatie en
                                    het functioneren van Provinciale Staten en de
                                    Statencommissies;</al></li><li nr="b."><al>griffier: de griffier van Provinciale Staten van Limburg als
                                    bedoeld in artikel 97 van de Provinciewet;</al></li><li nr="c."><al>plaatsvervangend griffier: de daartoe door het Presidium op
                                    grond van artikel 104d Provinciewet jo. artikel 2, achtste lid
                                    van het Reglement van Orde voor Provinciale Staten Provincie
                                    Limburg 2015 aangewezen persoon;</al></li><li nr="d."><al>adviescommissie: de commissie zoals bedoeld in artikel 2 van het
                                    Reglement bezwaren en klachten Provincie Limburg;</al></li><li nr="e."><al>klachtenfunctionaris: de functionaris zoals bedoeld in artikel 7
                                    van het Reglement bezwaren en klachten Provincie Limburg;</al></li><li nr="f."><al>beslissing: beslissing gericht op publiekrechtelijk of
                                    privaatrechtelijk rechtsgevolg, dan wel gericht op feitelijk
                                    gevolg;</al></li><li nr="g."><al>Griffiemedewerkers: de medewerkers van de Griffie exclusief de
                                    griffier;</al></li><li nr="h."><al>Griffie: griffier en Griffiemedewerkers Provincie Limburg;</al></li><li nr="i."><al>rechtspositionele regelingen: de Collectieve
                                    Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP) en zijn
                                    uitvoeringsregelingen alsmede overige provinciale regelgeving en
                                    afspraken betreffende rechtspositie en personeel;</al></li><li nr="j."><al>algemeen directeur: de directeur als bedoeld in het
                                    Directiestatuut Provincie Limburg;</al></li><li nr="k."><al>Werkgeverscommissie: de commissie, die door Provinciale Staten
                                    is ingesteld om de werkgeverstaken en –verantwoordelijkheden uit
                                    te oefenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Toepasselijkheid</titel></kop><al>Deze regeling is van toepassing op provinciale medewerkers die worden
                            benoemd, geschorst en ontslagen door Provinciale Staten; daartoe behoren
                            in elk geval de griffier en de medewerkers van de Griffie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Personeel en organisatie Griffie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Personele beslissingsbevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de griffier is de bevoegdheid gemandateerd tot het nemen van
                                alle rechtspositionele beslissingen ten aanzien van de
                                Griffiemedewerkers, met uitzondering van de besluiten tot
                                onvrijwillig ontslag en disciplinaire maatregelen. Deze laatste
                                bevoegdheden zijn voorbehouden aan de Werkgeverscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de Werkgeverscommissie is de bevoegdheid gedelegeerd tot het
                                nemen van alle rechtspositionele beslissingen ten aanzien van de
                                griffier, met uitzondering van de besluiten tot benoeming,
                                schorsing, ontslag en disciplinaire maatregelen. Deze laatste
                                bevoegdheden zijn voorbehouden aan Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijke organisatie verricht voor Provinciale Staten en de
                                Griffie dezelfde (voorbereidende en uitvoerende) werkzaamheden als
                                zij voor zichzelf verricht voor zover Provinciale Staten en de
                                griffier daar een beroep op doen. Zo nodig ziet de algemeen
                                directeur hierop toe.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Provinciale Staten delegeren hun werkgeversrol en –bevoegdheden aan
                                de Werkgeverscommissie voor zover niet gemandateerd aan de griffier.
                                De commissie is in ieder geval bevoegd tot: </al><lijst><li nr="a."><al>het van toepassing verklaren van rechtspositionele
                                        regelingen op de medewerkers van de Griffie alsmede het
                                        buiten toepassing verklaren van rechtspositionele
                                        regelingen;</al></li><li nr="b."><al>het nemen van besluiten inzake de formatie van de
                                        Griffie;</al></li><li nr="c."><al>het voorbereiden van formele besluitvorming in het Presidium
                                        respectievelijk Provinciale Staten inzake het jaarbudget en
                                        dergelijke van de Griffie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Overleg/advies</titel></kop><al>In bijzondere gevallen voert de griffier overleg met de
                            Werkgeverscommissie alvorens gebruik te maken van de in artikel 3 van
                            deze regeling bedoelde bevoegdheden. Van een bijzonder geval is in ieder
                            geval sprake als de griffier voornemens is af te wijken van een van
                            toepassing verklaarde regeling of van een advies over de uitvoering van
                            een rechtspositionele regeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Juridische zaken PS: Wob-verzoeken, bezwaar- en
                            beroepsprocedures, verweer en klachten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5 Besluiten op Wob-verzoeken</titel></kop><al>Het Presidium heeft mandaat te besluiten op verzoeken in het kader van
                            de Wet openbaarheid van bestuur, gericht aan Provinciale Staten of
                            betrekking hebbende op informatie die berust onder Provinciale
                            Staten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Verweer voeren en hoger beroep instellen</titel></kop><al>De griffier en de plaatsvervangend griffier hebben mandaat om
                            voorbereidingshandelingen te verrichten en verweer te voeren in bezwaar-
                            en/of beroepsprocedures inzake verzoeken om informatie op grond van de
                            Wet openbaarheid van bestuur die gericht zijn aan Provinciale Staten dan
                            wel informatie betreffen die onder Provinciale Staten berust.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Voorbereiding beslissing op bezwaarschriften en
                                klachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier en plaatsvervangend griffier hebben mandaat om: </al><lijst><li nr="a."><al>advies te vragen aan de adviescommissie bij de voorbereiding
                                        van een beslissing op een bezwaarschrift tegen een door
                                        Provinciale Staten genomen besluit;</al></li><li nr="b."><al>de beslissing op een bezwaarschrift tegen een besluit van
                                        Provinciale Staten te verdagen overeenkomstig artikel 7:10
                                        van de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="c."><al>advies te vragen aan de klachtenfunctionaris van de
                                        Provincie Limburg bij de voorbereiding van een beslissing op
                                        een klacht als bedoeld in afdeling 9.2 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen overlegt de griffier met de voorzitter van
                                Provinciale Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Beslissen op bezwaarschrift</titel></kop><al>De Werkgeverscommissie is bevoegd te beslissen op bezwaarschriften
                            gericht tegen besluiten van de griffier zoals bedoeld in artikel 3,
                            eerste lid van deze regeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Financiën PS, Griffie en ZRK</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 Besteding budgetten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is bevoegd tot het aangaan van privaatrechtelijke
                                rechtshandelingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier heeft mandaat beslissingen te nemen met betrekking tot
                                de besteding van budgetten die door Provinciale Staten zijn
                                vastgesteld in de begroting van Provinciale Staten, Griffie en
                                Zuidelijke Rekenkamer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier dient bij het nemen van beslissingen zoals bedoeld in
                                het eerste lid van deze regeling de volgende randvoorwaarden in acht
                                te nemen: </al><lijst><li nr="a."><al>de te nemen beslissing moet redelijk zijn en het financiële
                                        gevolg van deze beslissing moet passen binnen de door
                                        Provinciale Staten bij de vaststelling van de begroting van
                                        Provinciale Staten, Griffie en Zuidelijke Rekenkamer
                                        vastgestelde lijst met budgetten;</al></li><li nr="b."><al>verplichtingen met een geraamde waarde van € 25.000,00
                                        exclusief BTW of meer worden slechts aangegaan na
                                        voorafgaande goedkeuring van het Presidium dan wel
                                        Provinciale Staten;</al></li><li nr="c."><al>bij het verstrekken van opdrachten worden de geldende
                                        aanbestedingsregels gevolgd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan het beheer van een budget opdragen aan een onder
                                zijn verantwoordelijkheid werkende ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder beheer als bedoeld in het vorige lid wordt verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het bewaken van de uitgaven binnen het kader van de
                                        verplichtingen zoals die door de griffier zijn
                                        aangegaan;</al></li><li nr="b."><al>het accorderen van betalingen voor zover deze passen binnen
                                        het kader van de verplichtingen zoals die door de griffier
                                        zijn aangegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De griffier legt periodiek aan het Presidium verantwoording af over
                                de besteding van de budgetten die onder zijn verantwoordelijkheid
                                vallen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 Randvoorwaarden</titel></kop><al>Bevoegdheden, die in beginsel onder het bereik van deze regeling vallen
                            worden door de griffier en/of de Werkgeverscommissie niet uitgeoefend
                            indien er sprake is van een bestuurlijk of politiek gevoelige
                            aangelegenheid. In dat geval leggen zij een voorstel aan Provinciale
                            Staten c.q. het Presidium voor.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Ondertekening</titel></kop><al>De bevoegdheid om op grond van de artikelen in de hoofdstukken 2 en 3
                            beslissingen te nemen, impliceert de bevoegdheid tot ondertekening
                            namens het bevoegde bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In onvoorziene, spoedeisende gevallen, waarin onverwijld handelen
                            geboden is, handelt de griffier, het Presidium of de Werkgeverscommissie
                            in de geest van deze regeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Inwerkingtreding en Citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het
                                    Provinciaal Blad.</al></li><li nr="2."><al>De Bevoegdhedenregeling Provinciale Staten 2012, vastgesteld bij
                                    besluit van Provinciale Staten van 12 oktober 2012, vervalt bij
                                    de inwerkingtreding van deze regeling.</al></li><li nr="3."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als de “Bevoegdhedenregeling
                                    Provinciale Staten van Limburg 2015”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van Provinciale Staten, gehouden
                        op 25 maart 2015.</al><al>Provinciale Staten voornoemd</al></slotformulering><ondertekening>de voorzitter, dhr. drs. Th.J.F.M. Bovens</ondertekening><ondertekening>de griffier, mw. drs. J.J. Braam</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>