<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84594_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening Provincie Limburg 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2012, 19</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening Provincie Limburg 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 35 en art. 145, Europees Handvest inzake Lokale Economie, art. 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>inspraak</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening Provincie Limburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 1</titel></kop><structuurtekst><al>Voorwerp van een referendum</al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 1: Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>referendum: een volksstemming waarbij kiesgerechtigden zich
                                    uitspreken over een (voorgenomen) besluit van Provinciale
                                    Staten.</al></li><li nr="b."><al>kiesgerechtigden: de inwoners van de Provincie Limburg die
                                    krachtens de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van
                                    leden van Provinciale Staten;</al></li><li nr="c."><al>besluit: een beslissing van Provinciale Staten inhoudende een
                                    voornemen tot beleid of over een project in de ontwerpfase van
                                    Provinciale Staten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2: Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een referendum kan worden gehouden over een voornemen tot besluit
                                met grote maatschappelijke, economische, milieuhygiënische of
                                ruimtelijke gevolgen voor de provincie Limburg of haar inwoners, dan
                                wel voor een specifieke regio van de provincie Limburg
                                respectievelijk haar inwoners, met dien verstande dat over een
                                besluit slechts eenmaal een referendum kan worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Géén referendum kan worden gehouden over een voornemen tot besluit
                                als bedoeld in lid 1 indien: </al><lijst><li nr="a."><al>Het besluit strekt tot uitvoering van verdragen of besluiten
                                        van volkenrechtelijke organisaties;</al></li><li nr="b."><al>Het besluit strekt tot uitvoering van besluiten van het
                                        Rijk;</al></li><li nr="c."><al>Het besluit uitsluitend strekt tot uitvoering van een wet of
                                        besluit voor zover die wet of dat besluit strekt tot
                                        uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke
                                        organisaties;</al></li><li nr="d."><al>Provinciale Staten bij het nemen van het besluit geen ruimte
                                        hebben voor het maken van keuzen van beleidsinhoudelijke
                                        aard;</al></li><li nr="e."><al>Het besluit uitsluitend strekt tot intrekking van een
                                        besluit naar aanleiding van een daarover gehouden
                                        referendum;</al></li><li nr="f."><al>Het besluit uitsluitend betrekking heeft op de rechtspositie
                                        van ambtsdragers of gewezen ambtsdragers als zodanig dan wel
                                        hun nagelaten betrekkingen of rechthebbenden;</al></li><li nr="g."><al>Het besluit uitsluitend betrekking heeft op de provinciale
                                        belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                        Provinciewet.</al></li><li nr="h."><al>het belang van het besluit niet opweegt tegen de
                                        verantwoordelijkheid van de provincie voor kwetsbare groepen
                                        en hun plaats in de samenleving</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3: Raadplegend referendum op initiatief van Provinciale
                                Staten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Provinciale Staten kunnen besluiten tot het houden van een
                                referendum over een voorgenomen besluit zoals omschreven in artikel
                                2.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op basis van
                                een schriftelijk voorstel dat tenminste 10 dagen voor de
                                eerstvolgende Statenvergadering wordt toegestuurd aan Provinciale
                                Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4: Raadgevend referendum op initiatief van Limburgse
                                ingezetenen</titel></kop><al>Limburgse ingezetenen die stemgerechtigd zijn kunnen een verzoek
                            indienen tot het houden van een referendum over een door Provinciale
                            Staten te nemen besluit als bedoeld in artikel 2, eerste lid.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 2</titel></kop><structuurtekst><al>De aanvraag procedure van het raadgevend referendum</al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 5: Inleidend verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stemgerechtigden kunnen een inleidend verzoek indienen tot het
                                houden van een referendum over een door Provinciale Staten te nemen
                                besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het inleidende verzoek moet schriftelijk bij Provinciale Staten
                                worden ingediend. Het verzoek moet worden ondersteund door minimaal
                                1000 kiesgerechtigde ingezetenen van Limburg die volgens de Kieswet
                                kiesgerechtigd zijn voor de leden van Provinciale Staten .</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het verzoek wordt aangegeven om welk te nemen voornemen tot
                                besluit van Provinciale Staten, of project in de ontwerpfase het
                                gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elk
                                verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd,
                                woonplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de vermelding van de in het derde lid bedoelde gegevens stelt
                                het Presidium een format vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Griffier regelt de ondersteuning van de verzoekers in het gehele
                                traject, van indiening (inleidend verzoek), formulering
                                vraagstelling tot en met het definitieve verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6: Beslissing op het inleidende verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Provinciale Staten beslissen in hun vergadering waarvoor het te
                                nemen besluit is geagendeerd: </al><lijst><li nr="a."><al>Of het inleidende verzoek een besluit betreft waarover,
                                        gelet op het bepaalde in artikel 2, een referendum kan
                                        worden gehouden, en</al></li><li nr="b."><al>Of het inleidende verzoek voldoet aan de in artikel 2, 4 en
                                        5 van deze verordening gestelde eisen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Provinciale Staten kunnen de beslissing, bedoeld in het eerste lid,
                                verdagen tot hun eerstvolgende vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien Provinciale Staten besluiten dat aan de vereisten voor het
                                indienen van inleidend verzoek is voldaan (artikel 2, 4 en 5 van
                                deze verordening), houden Provinciale Staten hun besluitvorming
                                omtrent onderwerp van het referendum aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslissing, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen zeven dagen
                                na de vergadering van Provinciale Staten publiekelijk bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7: Steunverwerving en besluit definitief verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stemgerechtigden kunnen bij Provinciale Staten een definitief
                                verzoek indienen voor het houden van een referendum binnen ten
                                hoogste tien weken na de bekendmaking, bedoeld in artikel 6, vierde
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het definitieve verzoek moet worden ondersteund door minimaal 2,5%
                                van de ingezetenen van Limburg die kiesgerechtigd zijn voor de
                                verkiezing van de leden van Provinciale Staten op 1 januari van het
                                jaar waarin het definitief verzoek wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>de bepalingen van de Kieswet zijn zo veel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het verzoek wordt aangegeven om welk voornemen tot besluit van
                                Provinciale Staten het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een
                                handtekening van elke verzoeker, met opgave van diens naam, adres,
                                leeftijd, woonplaats en BSN-nummer. De ondersteuning van het verzoek
                                kan eveneens langs digitale weg worden ingediend en ondertekent
                                worden met DigiD.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de vermelding van de in het derde lid bedoelde gegevens stelt
                                het Presidium een format vast.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het verzoek voldoet aan de hiervoor gestelde eisen (artikel
                                2, 4, 5, 6, 7) van deze verordening) , nemen Provinciale Staten
                                uiterlijk binnen 6 weken na de dag van ontvangst van het definitieve
                                verzoek een besluit over het houden van een raadgevend
                                referendum.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Provinciale Staten stellen in dezelfde vergadering een drempel vast
                                voor het bepalen van de geldigheid van de uitslag van het referendum
                                met dien verstande dat tenminste 15% van het aantal kiesgerechtigden
                                als bedoeld in het tweede lid een geldige stem hebben
                                uitgebracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 3</titel></kop><artikel><kop><titel/></kop><al>De procedure van het referendum</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8: Datum en periode</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Provinciale Staten stellen tegelijk met het besluit op basis van
                                artikel 3, eerste lid, of artikel 7, zesde lid, de dag dan wel de
                                periode vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien
                                verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk 4
                                maanden na de dag waarop Provinciale Staten besloten hebben tot het
                                houden van een referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kunnen Provinciale Staten besluiten
                                om het referendum te laten plaatsvinden gelijktijdig met
                                verkiezingen voor de gemeenteraad, Provinciale Staten, de Tweede
                                Kamer der Staten-Generaal of het Europees Parlement, met dien
                                verstande dat de uiterste datum waarop het referendum plaatsvindt
                                een half jaar na het besluit op basis van artikel 3, eerste lid, of
                                artikel 7, zesde lid, ligt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er kunnen meerdere referenda op dezelfde dag dan wel periode worden
                                gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9: Vraagstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een raadplegend referendum stellen Provinciale Staten ten minste
                                tien weken voor het te houden referendum de formulering van de
                                vraagstelling en de antwoord mogelijkheden van het referendum
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een raadgevend referendum geldt artikel 5, lid 5.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10: Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten zijn belast met de uitvoering van het besluit
                                van Provinciale Staten tot het houden van een referendum.
                                Gedeputeerde Staten regelen de bestuurlijke en ambtelijke
                                coördinatie en kunnen andere bestuursorganen, instanties of personen
                                inschakelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten zijn tevens belast met het zorgdragen voor een
                                neutrale informatievoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11: Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Provinciale Staten stellen, nadat is besloten na indiening van het
                                inleidend verzoek tot het houden van een referendum, een budget
                                beschikbaar voor voorlichting, organisatie en ondersteuning aan
                                verzoekers van het raadgevend referendum.2. Er wordt geen subsidie
                                aan initiatiefnemers of belangengroeperingen verleend voor een
                                campagnebudget. Deze kosten zullen de initiatiefnemers en
                                groeperingen zelf moeten dragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12: De stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stemgerechtigd zijn degenen die op de dag van het referendum dan wel
                                de eerste dag van de periode waarop het referendum wordt gehouden
                                als bedoeld in artikel 8, eerste lid volgens de Kieswet
                                kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van Provinciale
                                Staten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen van de Kieswet zijn zoveel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de stemgerechtigden wordt uitsluitend de vraag voorgelegd of zij
                                vóór of tegen de beslissing zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten stellen vast op welke wijze er gestemd
                                wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13: De geldigheid van de uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten delen Provinciale Staten de uitslag van de
                                stemming mee.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Provinciale Staten stellen de uitslag van het referendum vast binnen
                                1 week na stemming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitslag van een referendum is voor de leden van Provinciale
                                Staten richtinggevend. De uitslag is niet bindend, maar geldt als
                                een dringend advies van de burgers aan Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De uitslag, bedoeld in het tweede lid, wordt binnen zeven dagen na
                                de vergadering van Provinciale Staten publiekelijk bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14: De besluitvorming naar aanleiding van de
                                uitslag</titel></kop><al>Provinciale Staten besluiten uiterlijk binnen 6 weken na de dag van het
                            referendum over het voornemen tot besluit dat onderwerp was van het
                            referendum.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 4</titel></kop><artikel><kop><titel/></kop><al>Straf- en slotbepalingen</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15: Strafbepaling</titel></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                            tweede categorie wordt bestraft degene die:</al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten namaakt of
                                    vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij
                                    zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of
                                    vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk
                                    als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken,
                                    dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad
                                    heeft;</al></li><li nr="c."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden
                                    heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door
                                    anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="d."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                    overleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16: Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het
                            provinciale blad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17: Evaluatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen zes maanden na de dag van het eerst gehouden referendum op
                                basis van deze verordening dan wel na afloop van de periode waarin
                                dit eerste referendum is gehouden, houden Provinciale Staten een
                                evaluatie van dit referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Drie jaar na inwerkingtreding van deze verordening wordt de werking
                                van deze verordening geëvalueerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18: Overgangsbepaling</titel></kop><al>Op beslissingen als omschreven in artikel 2 die naar het oordeel van
                            Provinciale Staten hun grondslag vinden in een beslissing die is genomen
                            vóór de inwerkingtreding, is deze verordening niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19: Uitzonderingen op deze verordening</titel></kop><al>Daar waar deze verordening niet in voorziet, beslist het Presidium.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20: Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening Provincie
                            Limburg 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Provinciale Staten voornoemd, Dhr. Drs. Th.J.F.M. Bovens, voorzitter Mw.
                        Drs. J.J. Braam, griffier Uitgegeven, De griffier, Maastricht, 6 maart
                        2012</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>