<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>84593_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het onderzoeksrecht van Provinciale Staten 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-16</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad van Limburg, 2011, 27</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2011-02-11</dcterms:issued><dcterms:alternative>Verordening op het onderzoeksrecht van Provinciale Staten 2011</dcterms:alternative><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankenrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht; Provinciewet, art. 151a, art. 80</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisate</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>VERORDENING OP HET ONDERZOEKSRECHT VAN PROVINCIALE STATEN 2011 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 algemene bepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen </titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a. "><al>enquête: een onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid, van de Provinciewet</al></li><li nr="b. "><al>enquêtecommissie: een commissie als bedoeld in artikel 151a, derde lid, van de Provinciewet</al></li><li nr="c. "><al>onderzoek: een onderzoek niet zijnde een enquête</al></li><li nr="d. "><al>commissie: een commissie ex artikel 80 Provinciewet, niet zijnde een enquêtecommissie.</al></li><li nr="e. "><al>doelmatigheid: de vraag in hoeverre met de gegeven middelen het maximale resultaat is bereikt of</al><al></al><al>
    gegeven het resultaat, in hoeverre dit met minimale inspanning is bereikt;</al></li><li nr="f. "><al>doeltreffendheid: de mate waarin de vooraf gestelde doelen van provinciaal beleid ook</al><al></al><al>
    daadwerkelijk zijn bereikt;</al></li><li nr="g. "><al>controlecommissie: commissie zoals bedoeld in de Verordening op de controlecommissie van</al><al></al><al>
    Provinciale Staten 2011;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Een enquête </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Instellen van een enquête/enquêtecommissie </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op voorstel van een of meer van hun leden en met inachtneming van het advies van de</al><al></al><al>
    controlecommissie kunnen Provinciale Staten besluiten een enquête in te stellen naar het door</al><al></al><al>
    Gedeputeerde Staten of de Commissaris der Koningin gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De uitvoering van dit besluit wordt opgedragen aan een door Provinciale Staten in te stellen</al><al></al><al>
    enquêtecommissie, die bestaat één lid per fractie, zijnde minimaal 2 leden van de</al><al></al><al>
    controlecommissie, eventueel aangevuld met andere leden van Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor ieder lid wordt een vaste plaatsvervanger aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De leden en plaatsvervangers worden op voordracht door het Presidium benoemd door de</al><al></al><al>
    Commissaris der Koningin. Hij informeert Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De voorzitter en de onderzoekscoördinator stellen in overleg met de statengriffier en de</al><al></al><al>
    (provincie)secretaris, voor zover een beroep wordt gedaan op zijn ambtelijk apparaat, een concept</al><al></al><al>
    plan van aanpak op.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het plan van aanpak wordt in de eerste vergadering van de enquêtecommissie besproken en, na</al><al></al><al>
    eventuele wijzigingen, vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De leden van de enquêtecommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend</al><al></al><al>
    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter is tevens lid van de enquêtecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter is belast met:
    </al><lijst><li nr="a. "><al>het leiden van de beraadslaging en de zitting;</al></li><li nr="b. "><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c. "><al>het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels;</al></li><li nr="d. "><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt en hetgeen noodzakelijk is om de voortgang van</al><al></al><al>
        de werkzaamheden van de commissie te bevorderen;</al></li><li nr="e. "><al>het vertegenwoordigen van de enquêtecommissie in vergaderingen met Provinciale Staten,</al><al></al><al>
        Gedeputeerde Staten en commissies uit Provinciale Staten en bij contacten met derden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Beëindiging van het lidmaatschap </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het lidmaatschap van de enquêtecommissie eindigt indien:
    </al><lijst><li nr="a. "><al>Provinciale Staten besluiten tot opheffing van de enquêtecommissie;</al></li><li nr="b. "><al>een lid ophoudt lid te zijn van Provinciale Staten;</al></li><li nr="c. "><al>de commissie besluit een lid van zijn enquêtecommissie te horen;</al></li><li nr="d. "><al>een lid ontslag neemt;</al></li><li nr="e. "><al>een lid wordt ontslagen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een lid van de enquêtecommissie kan op elk moment ontslag nemen. Hiervan brengt hij het</al><al></al><al>
    Provinciale Staten en de voorzitter van de commissie zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De Commissaris der Koningin kan een lid ontslaan, wanneer deze naar het oordeel van de</al><al></al><al>
    commissie niet langer geschikt is of in staat is zijn lidmaatschap te vervullen. De Commissaris neemt</al><al></al><al>
    niet eerder een besluit dan nadat hij het Presidium heeft gehoord en Provinciale Staten heeft</al><al></al><al>
    geïnformeerd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De leden 1 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Bevoegdheden van de enquêtecommissie </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De enquêtecommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor plaats vindt of getuigen uitsluitend</al><al></al><al>
    verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De enquêtecommissie kan buiten de in artikel 151b, eerste lid, van de Provinciewet genoemde</al><al></al><al>
    1personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan het onderzoek te verlenen.</al><al></al><al>
    Laatstgenoemde medewerking geschiedt slechts op vrijwillige basis.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De enquêtecommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij</al><al></al><al>
    in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De enquêtecommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid met een ieder</al><al></al><al>
    informatieve gesprekken voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er</al><al></al><al>
    bestaat hiertoe geen plicht tot medewerking.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De enquêtecommissie kan haar bevoegdheden uitsluitend uitoefenen indien tenminste drie van haar</al><al></al><al>
    leden aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De enquêtecommissie besluit met meerderheid van stemmen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Het Reglement van orde voor de statencommissies Provincie Limburg 2010 is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Ambtelijke bijstand </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De griffier der Staten wijst ter ondersteuning van de enquêtecommissie een onderzoekscoördinator</al><al></al><al>
    aan die de commissie adviseert en ondersteunt bij haar taken. De adviezen van de\</al><al></al><al>
    onderzoekscoördinator zijn ter ondersteuning van de commissie; de commissie blijft zelf</al><al></al><al>
    verantwoordelijk voor de invulling van haar onderzoekstaken. De commissie legt verantwoording over</al><al></al><al>
    de invulling van haar onderzoekstaken af aan Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De onderzoekscoördinator is geen lid van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De onderzoekscoördinator is bij iedere zitting aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door een daartoe door de griffier der</al><al></al><al>
    Staten aangewezen vervanger.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De onderzoekscoördinator is verantwoordelijk voor de organisatie en de ondersteuning van de</al><al></al><al>
    commissie.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Alle activiteiten van de leden vallen onder de verantwoordelijkheid van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Zittingen </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter van de enquêtecommissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt die ter</al><al></al><al>
    openbare kennis.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter roept de leden van de enquêtecommissie, getuigen en deskundigen tenminste twee</al><al></al><al>
    weken voor de zitting op.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder</al><al></al><al>
    opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting</al><al></al><al>
    aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De getuigen en deskundigen ontvangen op hun daartoe strekkend verzoek schadeloosstelling, door</al><al></al><al>
    de commissie op vertoon van de schriftelijke oproeping of de akte van dagvaarding, te begroten</al><al></al><al>
    overeenkomstig het bepaalde omtrent getuigen en deskundigen krachtens artikel 57 van de Wet</al><al></al><al>
    tarieven in burgerlijke zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Getuigen en deskundigen </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien de behoorlijk opgeroepen getuige of deskundige niet verschijnt, wordt daarvan een procesverbaal</al><al></al><al>
    opgemaakt, hetwelk een nauwkeurige omschrijving van de oproeping behelst en door de</al><al></al><al>
    voorzitter en de onderzoekscoördinator wordt ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer een getuige of deskundige weigert te antwoorden, of weigert de eed of de belofte af te</al><al></al><al>
    leggen, wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt, hetwelk de redenen van die weigering, zo die</al><al></al><al>
    gegeven zijn, inhoudt, en door de voorzitter en de onderzoekscoördinator wordt ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De schriftelijke aantekening van de afgelegde verklaringen of gegeven berichten wordt aan de</al><al></al><al>
    getuigen of deskundigen voorgelezen of ter inzage verstrekt en door dezen ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Geheimhouding </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De enquêtecommissie kan in een besloten vergadering geheimhouding opleggen omtrent het in die</al><al></al><al>
    vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de</al><al></al><al>
    commissie worden overgelegd. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. Het bepaalde in</al><al></al><al>
    artikel 91, eerste lid, van de Provinciewet is hierop van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het</al><al></al><al>
    behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de enquêtecommissie haar opheft.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor zover de in het eerste lid bedoelde bescheiden deel uitmaken van het eindverslag van de</al><al></al><al>
    enquêtecommissie, worden deze onder oplegging van geheimhouding aan Provinciale Staten, aan</al><al></al><al>
    leden van Provinciale Staten of aan Gedeputeerde Staten overgelegd, met inachtneming van het</al><al></al><al>
    bepaalde in de artikelen 25 en 55 van de Provinciewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Toehoorders en de pers </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde</al><al></al><al>
    plaatsen openbare zittingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde isverboden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te</al><al></al><al>
    doen vertrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Geluid en beeldregistraties </titel></kop><al>Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling
aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Verslaglegging zitting </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De onderzoekscoördinator draagt zorg voor de verslaglegging van de zitting.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor zover van belang.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter</al><al></al><al>
    zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen</al><al></al><al>
    worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de onderzoekscoördinator.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Beraadslagingen </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De enquêtecommissie beraadslaagt indien een lid dat nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De enquêtecommissie beraadslaagt achter gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Afronding onderzoek </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na afronding van het onderzoek door de enquêtecommissie worden haar bevindingen rechtstreeks</al><al></al><al>
    voorgelegd aan Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De beëindiging van het onderzoek wordt op de reguliere wijze bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Archivering </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Na beëindiging van de enquête bewaren Provinciale Staten de processen-verbaal en de overige</al><al></al><al>
    bescheiden van de enquête gedurende een door hen te bepalen periode. Hierbij wordt rekening</al><al></al><al>
    gehouden met het bepaalde in de Archiefwet 1995.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De beheerder van het provinciaal archief wordt schriftelijk geïnformeerd over de bescheiden en</al><al></al><al>
    aantekeningen, die ingevolge een besluit van de enquête-commissie geheim dienen te blijven. Hierbij</al><al></al><al>
    wordt rekening gehouden met het bepaalde in de Archiefwet 1995.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De commissie bepaalt gedurende welke periode voornoemde bescheiden geheim zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Een onderzoek niet zijnde een enquête </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Instellen van een onderzoek/commissie </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op voorstel van een of meer van hun leden en met inachtneming van het advies van de</al><al></al><al>
    controlecommissie kunnen Provinciale Staten besluiten een onderzoek in te stellen naar de</al><al></al><al>
    doeltreffendheid of doelmatigheid van provinciaal beleid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De uitvoering van dit besluit wordt opgedragen aan een door Provinciale Staten in te stellen</al><al></al><al>
    bijzondere commissie, die bestaat één lid per fractie, zijnde minimaal 2 leden van de</al><al></al><al>
    controlecommissie, eventueel aangevuld met andere leden van Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De opdracht zoals bedoeld in het tweede lid gaat vergezeld van een concrete onderzoeksopdracht,</al><al></al><al>
    een invulling van de ambtelijke ondersteuning en een budget voor externe ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid, 3, 4, 6, 9, 10, 11 en 15, zijn van overeenkomstige</al><al></al><al>
    toepassing op een onderzoek niet zijnde een enquête.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Bevoegdheden van de commissie </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie kan binnen het kader van de aan haar verstrekte opdracht inlichtingen vragen aan de</al><al></al><al>
    Commissaris der Koningin, de gedeputeerden, ambtelijke en niet-ambtelijke deskundigen en aan bij</al><al></al><al>
    de aangelegenheid belanghebbende of betrokken burgers. Deze medewerking geschiedt slechts op</al><al></al><al>
    vrijwillige basis.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie kan de personen genoemd in het eerste lid uitnodigen tot het bijwonen van een</al><al></al><al>
    vergadering van de commissie voor het verstrekken van inlichtingen of adviezen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De commissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het</al><al></al><al>
    kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht. Deze uitvoering vindt</al><al></al><al>
    plaats onder haar verantwoordelijkheid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het Reglement van orde voor de statencommissies Provincie Limburg 2010 is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Ambtelijke bijstand </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De griffier der Staten wijst ter ondersteuning van de commissie een onderzoekscoördinator aan die</al><al></al><al>
    de commissie adviseert en ondersteunt bij haar taken. De adviezen van de onderzoekscoördinator</al><al></al><al>
    zijn ter ondersteuning van de commissie; de commissie blijft zelf verantwoordelijk voor de invulling</al><al></al><al>
    van haar onderzoekstaken. De commissie legt verantwoording over de invulling van haar</al><al></al><al>
    onderzoekstaken af aan Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De onderzoekscoördinator is geen lid van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De onderzoekscoördinator is bij iedere zitting aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door een daartoe door de griffier der</al><al></al><al>
    Staten aangewezen vervanger.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De onderzoekscoördinator is verantwoordelijk voor de organisatie en de ondersteuning van de</al><al></al><al>
    commissie.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Alle activiteiten van de leden vallen onder de verantwoordelijkheid van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Vergaderingen en besluitvorming </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter het nodig acht of als ten minste twee leden hem</al><al></al><al>
    dit met opgave van redenen verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de dag, plaats en uur van de vergadering en draagt zorg voor de tijdige, indien</al><al></al><al>
    nodig schriftelijke, oproeping van de leden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor de eerste maal van de zittingsperiode geschiedt de oproeping ter vergadering door de</al><al></al><al>
    onderzoekscoördinator.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De commissie kan alleen geldige besluiten nemen indien tenminste drie van haar leden aanwezig</al><al></al><al>
    zijn.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De commissie besluit bij gewone meerderheid van stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Openbaarheid </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie kan achter gesloten deuren vergaderen, indien ten minste drie van de aanwezig leden</al><al></al><al>
    of de voorzitter het nodig achten dat de deuren worden gesloten. De commissie beslist vervolgens of</al><al></al><al>
    achter gesloten deuren zal worden vergaderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Verslaglegging </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De onderzoekscoördinator draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verslag van de vergadering van de commissie is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verslag van een niet-openbare vergadering wordt niet aan de leden toegestuurd, maar ligt</al><al></al><al>
    uitsluitend voor de leden ter inzage bij de onderzoekscoördinator. Dit verslag wordt in een besloten</al><al></al><al>
    vergadering door de commissie vastgesteld. Tevens neemt de commissie een besluit over het al dan</al><al></al><al>
    niet openbaar maken van het verslag.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de onderzoekscoördinator ondertekend en,</al><al></al><al>
    indien dit niet-openbaar wordt verklaard, door deze laatste bewaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Rapportage </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie legt de resultaten van verricht onderzoek neer in een onderzoeksrapport, waarin zij</al><al></al><al>
    tevens conclusies en aanbevelingen opneemt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De commissie legt dit rapport voor aan Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten brengen binnen</al><al></al><al>
    een maand na ontvangst daarvan hun wensen en bedenkingen ter kennis van de commissie</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De commissie zendt de resulaten van verricht onderzoek, een beleidsmatige vertaling daarvan, en de</al><al></al><al>
    wensen en bedenkingen van gedeputeerde staten onverwijld rechtstreeks aan Provinciale Staten. De</al><al></al><al>
    commissie voorziet het onderzoeksrapport zo nodig van een behandeladvies.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Na toezending aan Provinciale Staten zijn de resultaten van verrichte onderzoeken openbaar, tenzij</al><al></al><al>
    de commissie anders besluit.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De adviezen omtrent beleidsonderzoeken van Gedeputeerde Staten kunnen door de voorzitter van</al><al></al><al>
    de commissie worden toegelicht in de vergadering van Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De adviezen omtrent beleidsonderzoeken door Provinciale Staten kunnen door de voorzitter worden</al><al></al><al>
    toegelicht hetzij in de vergadering van Provinciale Staten hetzij in de vergadering van de</al><al></al><al>
    desbetreffende statencommissie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 23 Inwerkingtreding </titel></kop><al>Deze verordening treedt onmiddellijk in werking na bekendmaking.
 </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Intrekking en overgangsbepaling </titel></kop><al>De “Verordening op het onderzoeksrecht van Provinciale Staten”, vastgesteld bij besluit van Provinciale
Staten d.d. 18 november 2005 (Prov. Blad 2005, nr. 83) vervalt bij de inwerkingtreding van dit besluit.
 </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Citeertitel </titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op het onderzoeksrecht van Provinciale Staten
2011.
 </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Provinciale Staten voornoemd,
 </al><al>W.P.G.M. Scheepens, plv. voorzitter
 </al><al>Mw. Drs. J.J. Braam, griffier
 </al><al> </al><al>Uitgegeven,
 </al><al>De griffier,
 </al><al>Maastricht, 1 maart 2011</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>