<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84533_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-08-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-03-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B-2011-3823</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad van Buren;gelezen het voorstel van burgemeester en
                        wethouders van 27 april 2004; gelet op het bepaalde in artikel 81o (81p) van
                        de Gemeentewet; </al><al>Besluit:Vast te stellen de "Verordening gemeentelijke
                        rekenkamercommissie".</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wet: Gemeentewet (GW).</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Commissie: rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Gemeentebestuur: raad, college en burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>College: het college van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van de gemeente
                                Buren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt
                                aangeduid als de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit 5 leden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De rekenkamercommissie onderzoekt de doelmatigheid, de
                                doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het
                                gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de rekenkamer ingesteld
                                onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur
                                gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld
                                in artikel 213, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op verzoek van de raad kan de rekenkamercommissie een onderzoek
                                instellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2a</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rekencommissie legt haar bevindingen en haar oordeel vast in
                                rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen
                                gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De rekenkamercommissie deelt aan de raad, het college en, indien van
                                toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en
                                bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van
                                belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen
                                doen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt elk jaar voor 1 april een verslag op
                                van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De rekenkamercommissie zendt een afschrift van haar rapporten en
                                haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing
                                van artikel 184 van de Gemeentewet een onderzoek heeft ingesteld,
                                zendt de rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de
                                betrokken instelling.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De rapporten en de verslagen van de rekenkamercommissie zijn
                                openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2b</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rekenkamercommissies heeft de in de volgende leden vermelde
                                bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de
                                volgende periode:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld
                                        krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de
                                        gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt
                                        in de regeling;</al></li><li nr="b."><al>naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met
                                        beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan
                                        vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt,
                                        over de jaren dat de gemeente meer dan vijftig procent van
                                        het geplaatste aandelenkapitaal houdt;</al></li><li nr="c."><al>andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente
                                        of een derde voor rekening en risico van de gemeente
                                        rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie
                                        heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent
                                        van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze
                                        subsidie, lening of garantie betrekking heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere
                                inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking
                                hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben
                                gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die
                                instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer
                                documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling
                                de overlegging daarvan vorderen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede lid,
                                daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de
                                derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een
                                onderzoek instellen. De rekenkamer stelt de raad en het college van
                                haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden
                                (2 leden) en uit externen (3 leden).</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De leden van de rekenkamercommissie worden in beginsel voor een
                                periode van zes jaar aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De raad benoemt de voorzitter van de rekenkamer-commissie. De
                                voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van
                                de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de
                                uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige
                                besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met
                                de onderzoekers en met het secretariaat. Bij ontstentenis van de
                                voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel,
                                als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het
                                oudste lid in jaren.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden
                                van de rekenkamer-commissie pleegt de raad overleg met de
                                rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Last/eed</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De leden stemmen zonder last.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ten aanzien van de externe leden is artikel 81 g GW van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het lidmaatschap van een raadslid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>indien het lid aftreedt als lid van de raad;</al></li><li nr="c."><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer
                                        geschikt is de functie van de rekenkamercommissie te
                                        vervullen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met
                                        het lidmaatschap van de rekenkamercommissie (analoog aan
                                        artikel 81 f GW);</al></li><li nr="c."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk
                                        een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheids-beneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
                                        gekregen of wegens schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel
                                        toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De externe leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad
                                worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend
                                ongeschikt zijn hun functie te vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de externe leden van de
                                rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De externe leden ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ten aanzien van de vergoedingen alsmede de onkostenvergoedingen van
                                de externe leden is de regeling presentiegelden onafhankelijke
                                commissies van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De vergoeding komt ten laste van het budget van de
                                rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De griffie levert een ambtelijk secretaris voor de
                                rekenkamercommissie</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van
                                haar taken terzijde.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de
                                rekenkamercommissie over de wijze waarop de ondersteunende taken
                                worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging
                                en de vorming van dossiers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar
                            vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na
                            vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rekenkamercommissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt,
                                formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                                commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het
                                instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een
                                maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie
                                niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede
                                gronden aanvoeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                                begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
                                vastgestelde onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                                informeren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en
                                bij alle ambtenaren van de gemeente Buren mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de
                                uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en
                                de ambtenaren van de gemeente Buren zijn verplicht de gevraagde
                                inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te
                                verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van
                                procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn
                                openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                                Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad
                                worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met
                                inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus
                                inschakelen.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een
                                door haar vast te stellen termijn, die tenminste twee weken
                                bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de
                                commissie kenbaar te maken. De commissie bepaalt wie als betrokkenen
                                worden aangemerkt. In ieder geval worden degenen wier taakuitvoering
                                (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest als betrokkenen
                                aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de
                                nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van
                                betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van
                                een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad
                                aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de
                                begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve
                                van de uitvoering van haar taken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen van de externe leden;</al></li><li nr="b."><al>interne onderzoeksmedewerkers;</al></li><li nr="c."><al>externe deskundigen;</al></li><li nr="d."><al>eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor
                                        de uitoefeningen van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget
                                uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2004.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening gemeentelijke
                            rekenkamercommissie".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 18 mei 2004.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>G. van Droffelaar drs. K.C. Tammes</ondertekening><ondertekening>Opmerking: Artikel 7, lid 1 is aangepast per raadsbesluit van 31 januari
                        2006.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>artikelsgewijs</titel></kop><al><vet>Artikel 1</vet>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat
                    bepaalde begrippen telkens in hun geheel moeten worden
                        uitgeschreven.<vet>Artikel 2</vet>Wanneer gemeenten geen rekenkamer
                    instellen, stellen zij op grond van artikel 81o van de Gemeentewet regels vast
                    voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. In dit concept is gekozen voor een
                    rekenkamercommissie met raadsleden en externen. De voorzitter wordt uit de
                    externe leden gekozen. <vet>Artikel 2a </vet>Artikel 81o (81p) van de
                    Gemeentewet geeft aan dat de bevoegdheidsbepalingen van de rekenkamer ook bij de
                    uitoefening van de rekenkamerfunctie. Voor de duidelijkheid zijn de bepalingen
                    uit de Gemeentewet hier expliciet opgenomen.<vet>Artikel 2b</vet>Dit artikel
                    geeft de rekenkamer de bevoegdheid om nader inlichtingen in te winnen of
                    ontbrekende stukken op te vragen bij rechtspersonen of een gemeenschappelijk
                    orgaan. Ook onderzoek bij derden met banden met de gemeente is mogelijk.
                        <vet>Artikel 3</vet>Uit een oogpunt van continuïteit is er in dit concept
                    voor gekozen de externe leden voor een periode van zes jaar te benoemen. De raad
                    bepaalt natuurlijk zelf of dit eventueel korter of langer dan zes jaar moet
                        worden.<vet>Artikel 4</vet>De verplichting deze eed of verklaring en belofte
                    af te leggen vloeit voor de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de
                    Gemeentewet. In dit concept wordt deze bepaling van overeenkomstige toepassing
                    verklaard op de externe leden van de rekenkamercommissie.<vet>Artikel 5</vet>Dit
                    artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of soms
                    verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde
                        situaties.<vet>Artikel 6</vet>In dit artikel wordt de vergoeding voor de
                    leden geregeld. Aangesloten wordt bij de regeling voor de commissie bezwaar- en
                    beroepschriften. De gemeente moet formeel nog een regeling presentiegelden
                    onafhankelijke commissies vaststellen.<vet>Artikel 7</vet>De rekenkamercommissie
                    wordt bijgestaan door de griffier die optreedt als secretaris. De secretaris is
                    voor de rekenkamercommissie de ingang naar de gemeentelijke organisatie.
                        <vet>Artikel 8</vet>Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige
                    toepassing verklaard op de rekenkamercommissie. In het reglement van orde moet
                    en/kunnen zaken als de vergoeding, volgorde van aftreden, verhouding secretaris
                    - voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij onderzoeken, hoe wordt omgegaan
                    met verzoeken van derden om onderzoek te verrichten, enzovoorts, worden
                        geregeld.<vet>Artikel 9</vet>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te
                    zijn en om deze onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij
                    zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De rekenkamercommissie kan op
                    verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek
                    van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede
                    lid, van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de
                    wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de
                    raad. Indien de rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd
                    verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.<vet>Artikel
                        10</vet>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van
                    haar onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien
                    in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het
                    gemeentebestuur en van alle ambtenaren.De rapporten van de rekenkamer zijn in
                    beginsel openbaar maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                    Openbaarheid van Bestuur kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden
                    aangemerkt.Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de
                    onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde)
                    ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke
                    bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de desbetreffende ambtenaren
                    worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden eruit te halen en te
                    corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke portefeuillehouder
                    of het college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen
                    die de rekenkamercommissie verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot
                    brengt de rekenkamercommissie een definitief rapport naar buiten met
                    bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen.Eventueel kunnen zaken die in
                    dit artikel zijn opgenomen ook in het reglement van orde worden
                        geregeld.<vet>Artikel 11</vet>De rekenkamercommissie is zelfstandig
                    verantwoordelijk voor de besteding van het budget dat noodzakelijk is voor de
                    uitvoering van haar taak. Ten laste van het budget worden de in het tweede lid
                    genoemde kosten gebracht.<vet>Artikel 12 en 13</vet>Deze artikelen behoeven geen
                    toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>