<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84492_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rhenense Betuwse Courant, 15-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Bis 10/0553</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2010 van 15 december 2009 wordt ingetrokken</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en
            bedrijfsruimten 2011
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Rhenen,</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2
                        november 2010;</al>
          <al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al>
          <al>besluit:</al>
          <al>vast te stellen de volgende verordening:</al>
          <al>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten 2011</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                                plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li>
            <li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li>
            <li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                woonruimte.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam ‘belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten’ worden
                            ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
                            geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die - naar de omstandigheden
                                    beoordeeld - bij het begin van het kalenderjaar een
                                    bedrijfsruimte al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting;</al></li>
              <li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een ruimte in gebruik
                                    is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in
                                    gebruik heeft gegeven;</al></li>
              <li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een ruimte voor volgtijdig
                                    gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die ruimte ter
                                    beschikking heeft gesteld.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                            heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting
                            als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan in
                            gebruik is gegeven of ter beschikking is gesteld.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastingobject</titel>
          </kop>
          <al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li>
            <li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
                                zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li>
            <li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in
                                onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in
                                gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar
                                behoren;</al></li>
            <li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde
                                ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een
                                in onderdeel c bedoeld samenstel.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                            toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                            worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin deze
                            zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen
                            nemen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in
                            een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van
                            beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt
                            tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de
                            berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li>
              <li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en
                                    functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                    wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het tweede
                            lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende zaak of een
                            gedeelte daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van de Woningwet
                            is afgegeven en dat door bouw nog niet geschikt is voor gebruik
                            overeenkomstig de beoogde bestemming. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            woonruimte dat deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet
                            1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid,
                            onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden bepaald met inachtneming
                            van een vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een
                            tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout
                            te vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer
                            noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de
                            woonruimte worden geacht deel uit te maken van die woonruimte.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                            onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde
                            die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al>
            <table>
              <tgroup cols="2">
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>a.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend
                                                voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de
                                                ondergrond daarvan bestaat uit cultuurgrond die
                                                bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten behoeve van de
                                                land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede
                                                begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van
                                                glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                                voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij
                                                de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>b.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                                openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                                bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke
                                                aard, een en ander met uitzondering van delen van
                                                zodanige ruimten die dienen als woning;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>c.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                                waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                                                organen, instellingen of diensten van
                                                publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met
                                                uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                                dienen als woning;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>d.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van
                                                riool- en ander afvalwater en die worden beheerd
                                                door organen, instellingen of diensten van
                                                publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met
                                                uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                                dienen als woning;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>e.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden
                                                afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis
                                                aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op
                                                zichzelf als ruimten zijn aan te merken;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>f.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te
                                                worden gebruikt voor de publieke dienst van de
                                                gemeente, met uitzondering van delen van zodanige
                                                bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden gebruikt
                                                voor het geven van onderwijs;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>g.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden
                                                gebruikt ten behoeve van begraafplaatsen,
                                                urnentuinen en crematoria, een en ander met
                                                uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                                dienen als woning.</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel f,
                            bedoelde ruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover de
                            gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                            of beperkt recht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Waardepeildatum</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de
                            waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op die datum
                            verkeert.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar
                            waarvoor de waarde wordt bepaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van het
                            kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li>
              <li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                    afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming, of
                                </al></li>
              <li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere,
                                    specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere omstandigheid,
                                    wordt, in afwijking van het eerste lid, de waarde bepaald naar
                                    de staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al>
            <table>
              <tgroup cols="3">
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>a.bij de gebruikersbelasting:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0,1368 %</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>b.bij de eigenarenbelasting</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al> 1 voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning
                                                dienen</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0,1087 %</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al> 2 voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot
                                                woning dienen</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0,1747 %</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor
                            de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen belastingen op roerende
                            woon- en bedrijfsruimten of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingbedrag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De aanslag is invorderbaar op de laatste dag van de tweede maand,
                            volgende op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt dat, indien en zolang de
                            verschuldigde bedragen door automatische betalingsincasso van de
                            betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, de
                            aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die, welke
                            in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, terwijl elke
                            volgende termijn één maand na het verstrijken van de daaraan
                            voorafgaande termijn vervalt. Indien het totaal van de op één
                            aanslagbiljet verenigde aanslagen belasting op roerende ruimten of
                            andere heffingen minder is dan € 50,00 wordt de aanslag ingevorderd
                            middels lid 1 van dit artikel.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <al>De ‘Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2010’ van
                        15 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede
                        lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                        van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten 2011’.</al>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2010</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>de griffier,</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>de voorzitter</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>J.H. van Beem</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>drs. J.H.A. van Oostrum</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>