<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84488_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rhenense Betuwse Courant, 15-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220 t/m 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Bis 10/0553</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt Onroerende-zaakbelastingen 2010 van 15 december 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen
            2011
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Rhenen,</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2
                        november 2010;</al>
          <al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al>
          <al>besluit:</al>
          <al>vast te stellen de volgende verordening:</al>
          <al>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen
                        2011</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting;</al></li>
              <li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                                    degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li>
              <li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingobject</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                            waarde van:</al>
            <table>
              <tgroup cols="2">
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>a.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                                                geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen
                                                de open grond, alsmede de ondergrond van
                                                glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                                voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij
                                                de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>b.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend
                                                voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de
                                                ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a
                                                bedoelde grond;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>c.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor
                                                de openbare eredienst of voor het houden van
                                                openbare bezinningssamenkomsten van
                                                levensbeschouwelijke aard, één en ander met
                                                uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken
                                                die dienen als woning;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>d.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van
                                                een op de voet van de Natuurschoonwet 1928
                                                aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1,
                                                derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde
                                                voorwaarden met uitzondering van de daarop
                                                voorkomende gebouwde eigendommen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>e.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan
                                                duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en
                                                plassen, die door rechtspersonen met volledige
                                                rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg
                                                uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel
                                                stellen, beheerd worden;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>f.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar
                                                vervoer per rail, één en ander met inbegrip van
                                                kunstwerken;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>g.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die
                                                worden beheerd door organen, instellingen of
                                                diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met
                                                uitzondering van de delen van zodanige werken die
                                                dienen als woning;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>h.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool-
                                                en ander afvalwater en die worden beheerd door
                                                organen, instellingen of diensten van
                                                publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering
                                                van de delen van zodanige werken die dienen als
                                                woning;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>i.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                                afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis
                                                aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op
                                                zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te
                                                merken;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>j.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te
                                                worden gebruikt voor de publieke dienst van de
                                                gemeente, met uitzondering van delen van zodanige
                                                onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt
                                                voor het geven van onderwijs;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>k.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige
                                                gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke
                                                zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het
                                                publiek, ten dienste van het verkeer of ter
                                                verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                                verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                                                fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>l.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de
                                                gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het
                                                genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                                recht met uitzondering van delen van zodanige
                                                onroerende zaken die dienen als woning; </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>m.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met
                                                uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken
                                                die dienen als woning.</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid
                            bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor
                            zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de gebruikersbelasting: 0,1368 % </al></li>
              <li nr="b."><al>de eigenarenbelasting:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                            0,1087 %</al></li>
                  <li nr="2."><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                            dienen 0,1747 % </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor
                            de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                            onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingbedrag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De aanslag is invorderbaar op de laatste dag van de tweede maand,
                            volgende op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt dat, indien en zolang de
                            verschuldigde bedragen door automatische betalingsincasso van de
                            betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, de
                            aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die, welke
                            in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, terwijl elke
                            volgende termijn één maand na het verstrijken van de daaraan
                            voorafgaande termijn vervalt. Indien het totaal van de op één
                            aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende-zaakbelasting of andere
                            heffingen minder is dan € 50,00 wordt de aanslag ingevorderd middels lid
                            1 van dit artikel.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Nadere regels door college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <al>De ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010’ van 15 december 2009 wordt
                        ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van
                        ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                        de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Inwerktreding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                        onroerende-zaakbelastingen 2011’.</al>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2010</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>de griffier,</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>de voorzitter</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>J.H. van Beem</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>drs. J.H.A. van Oostrum</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>