<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84443_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ontheffingverlening autoluw-plus</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Delft op zondag, 12 december 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ontheffingverlening autoluw-plus gebied</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 150 Wegenverkeerswet 1994, artikel 87 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ontheffingverlening autoluw-plus</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad der gemeente Delft;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 11
                        januari 2005;</al><al>gelet op artikel 150 van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>gelet op
                        artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>besluit:</al><al>
                        vast te stellen de navolgende: </al><al>Verordening voor verlening van vrijstelling
                        of ontheffing voor gebruik van het voetgangersgebied “autoluw-plus”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt, voor zover niet uitdrukkelijk anders is
                            bepaald, verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>autoluw-plus</onderstreept><onderstreept>
                                        gebied</onderstreept>: het gebied zoals aangegeven in de
                                    bijlage bij deze verordening, dat is aangemerkt als
                                    voetgangersgebied en waar parkeren niet is toegestaan.</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>bestuurder</onderstreept>: hetgeen daaronder wordt
                                    verstaan in het RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>brutovervangingswaarde</onderstreept><onderstreept>:</onderstreept>
                                    de waarde van een middel of voorwerp bepaald door de som van
                                    verwerving, gebruik gereed maken, verstrekking, alle daartoe
                                    strekkende administratieve handelingen;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>dag</onderstreept>: een tijdvak van 24
                                    achtereenvolgende uren, aanvangende 0.00 uur;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>dienstregeling</onderstreept>: het algemeen
                                    bekende tijd - en routeschema volgens welke de middelen van
                                    openbaar vervoer hun traject behoren af te leggen;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>feestdag</onderstreept>: de landelijk erkende
                                    feestdagen: nieuwjaarsdag, eerste paasdag, tweede paasdag,
                                    koninginnedag, hemelvaartdag, eerste pinksterdag, tweede
                                    pinksterdag, eerste kerstdag, tweede kerstdag, alsmede
                                    bevrijdingsdag ingeval viering hiervan landelijk
                                    plaatsvindt;</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>halen en brengen</onderstreept>: het onmiddellijk,
                                    nadat het voertuig dicht bij de brengplaats of ophaalplaats tot
                                    stilstand is gebracht, bij voortduring instappen of uitstappen
                                    van een of meerder personen, die bezwaarlijk anders dan per
                                    motorvoertuig kunnen worden vervoerd, gedurende de tijd die
                                    daarvoor nodig is;</al></li><li nr="h."><al><onderstreept>houder</onderstreept>: degene die naar
                                    omstandigheden als houder van een voertuig moet worden
                                    beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is
                                    ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet aangehouden
                                    register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt
                                    degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het verlenen van de ontheffing was
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="i."><al><onderstreept>laden en lossen</onderstreept>: het onmiddellijk,
                                    nadat het voertuig dicht bij de bezorgplaats of ophaalplaats tot
                                    stilstand is gebracht, bij voortduring in - en uitladen van
                                    goederen van enige omvang of enig gewicht die bezwaarlijk anders
                                    dan per motorvoertuig kunnen worden vervoerd, gedurende de tijd
                                    die daarvoor nodig is;</al></li><li nr="j."><al><onderstreept>motorvoertuig</onderstreept>: hetgeen daaronder
                                    wordt verstaan in het RVV 1990;</al></li><li nr="k."><al><onderstreept>ontheffing</onderstreept>: hetgeen daaronder wordt
                                    verstaan in de Wegenverkeerswet;</al></li><li nr="l."><al><onderstreept>openbaar vervoer</onderstreept>: voor publiek
                                    tegen een vastgesteld tarief toegankelijk, niet
                                    vraagafhankelijk, collectieve vorm van vervoer dat volgens een
                                    vaste dienstregeling een vaste route of parcours aflegt; </al></li><li nr="m."><al><onderstreept>ophaalregeling</onderstreept>: het door het
                                    college van burgemeester en wethouders vastgestelde tijd - en
                                    routeschema volgens welke de reiniging haar werkzaamheden
                                    behoort uit te voeren;</al></li><li nr="n."><al><onderstreept>parkeerverordening</onderstreept>: de
                                    Parkeerverordening gemeente Delft 2003;</al></li><li nr="o."><al><onderstreept>RVV</onderstreept>: het Reglement verkeersregels
                                    en verkeerstekens (Stb. 1990, 459; 1996, 557);</al></li><li nr="p."><al><onderstreept>Verordening ontheffingen art 87
                                    RVV</onderstreept>: de verordening Ontheffingen artikel 87 RVV
                                    1990 Delft 1996, zoals vastgesteld in openbare raadsvergadering
                                    van 23 april 1996, alsmede het besluit tot wijziging van deze
                                    verordening, zoals gelijktijdig met voorliggende verordening is
                                    vastgesteld in openbare raadsvergadering;</al></li><li nr="q."><al><onderstreept>vrijstelling</onderstreept>: hetgeen daaronder
                                    wordt verstaan in de Wegenverkeerswet;</al></li><li nr="r."><al><onderstreept>Wegenverkeerswet</onderstreept>: de
                                    wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475);</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Algemene bepalingen inzake de ontheffingverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, conform hetgeen in deze verordening is
                                        bepaald, een ontheffing verlenen aan de houder van een
                                        voertuig teneinde het voertuig toegang te verschaffen tot
                                        het autoluw-plus gebied voor de duur van tenminste één
                                        kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd aan de in lid 1 bedoelde ontheffing
                                        nadere voorwaarden en/of beperkingen te verbinden.</al></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen met
                                        betrekking tot het verlenen van vrijstelling dan wel
                                        ontheffing voor gebruik van het voetgangersgebied
                                        “autoluw-plus”. </al></li><li nr="4."><al>Een ontheffing geldt voor maximaal 1 kenteken of (bij het
                                        ontbreken van een kenteken) voor maximaal 1 voertuig.</al></li><li nr="5."><al>Het bewijs van ontheffing moet de ontheffinghouder tijdens
                                        het gebruik van het voertuig bij zich hebben en dient
                                        onverwijld op eerste verzoek van een functionaris die met de
                                        toezicht en handhaving belast is te worden getoond.</al></li><li nr="6."><al>Ontheffing wordt niet verleend indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager <cursief>niet</cursief> behoort tot een
                                                van de doelgroepen genoemd in het eerste lid van
                                                artikel 3, 5, 6, 7 of 8 of het derde lid van artikel
                                                8 van deze verordening of </al></li><li nr="b."><al><cursief>niet </cursief>wordt voldaan aan de in deze
                                                verordening en/ of de door het college vastgestelde
                                                regels.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Ontheffing wordt niet verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>voor locaties en tijden van warenmarkten als genoemd
                                                in de marktverordening, behoudens voor de
                                                bevoorrading van de markt, voor zover dat
                                                overeenkomstig is met de marktverordening;</al></li><li nr="b."><al>voor locaties en tijden waarop een evenement
                                                plaatsvindt waarvoor een vergunning is verleend,
                                                behoudens ten behoeve van het evenement zelf;</al></li><li nr="c."><al>voor het gehele autoluw-plus gebied op de vrijdag
                                                van 18.00 uur tot 21.00 uur en de zaterdag van 11.00
                                                uur tot 17.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>voor motorvoertuigen breder dan 2.30 meter.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Het college kan besluiten van het vorig lid af te wijken
                                        indien houder van het voertuig waarvoor de ontheffing is
                                        aangevraagd aannemelijk kan maken zeer aanmerkelijk en voor
                                        lange duur bij toepassing van lid 4 in zijn belang te worden
                                        geschaad.</al></li><li nr="9."><al>Het college kan ten behoeve van haar afweging tot het
                                        verlenen van een ontheffing advies vragen aan een derde,
                                        voor zover deze inzicht heeft in of betrokken is bij het
                                        economisch functioneren van het gebied waartoe de ontheffing
                                        wordt verleend, dan wel inzicht heeft in de sociaal-medische
                                        omstandigheden van een belanghebbende. </al></li><li nr="10."><al>Het college kan ten aanzien van het autoluw-plus gebied, in
                                        het belang van openbare orde of veiligheid of andere
                                        dringende omstandigheden tijdelijk maatregelen treffen die
                                        afwijken van de verleende ontheffing. Het college doet dit
                                        niet voordat advies is ingewonnen zoals bedoeld in het
                                        vorige lid.</al></li><li nr="11."><al>Het college beslist binnen twee weken na aanvraag op de
                                        ontheffing. Deze periode kan maximaal met twee weken worden
                                        verlengd, behoudens indien sprake is van een onderzoek. In
                                        dat geval kan de periode met maximaal zes weken worden
                                        verlengd.</al></li><li nr="12."><al>De ontheffing, behoudens de ontheffing verleend krachtens
                                        artikel 8, van deze verordening, bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de houder aan wie de ontheffing is
                                                verleend;</al></li><li nr="b."><al>het adres van de houder aan wie de ontheffing is
                                                verleend;</al></li><li nr="c."><al>het kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing
                                                is verleend;</al></li><li nr="d."><al>de straten c.q. het gebied waarvoor de ontheffing is
                                                verleend;</al></li><li nr="e."><al>de periode waarvoor de ontheffing is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="13."><al>Een door het college verleende ontheffing, wordt niet eerder
                                        verleend dan nadat de leges, zoals vastgesteld in de
                                        tarieventabel behorende bij de legesverordening gemeente
                                        Delft zijn voldaan, tenzij is bepaald dat voor de ontheffing
                                        geen leges worden geheven.</al></li><li nr="14."><al>Ingeval de ontheffing vergezeld gaat van een sleutel of
                                        ander voorwerp waarmee de houder van de ontheffing zich
                                        toegang tot het autoluw-plus gebied kan verschaffen, dan kan
                                        hiervoor een statiegeld in rekening worden gebracht.</al><lijst><li nr="1."><al>Dit statiegeld mag niet meer bedragen dan vijf keer de
                                        vervangingswaarde van het ter beschikking gestelde
                                        voorwerp.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen inzake het toepassen
                                        van statiegeld en het in rekening brengen van de kosten voor
                                        vervanging van het in dit lid bedoelde voorwerp.</al></li><li nr="3."><al>Een door het college ter vervanging verleend voorwerp voor
                                        ontheffing, wordt niet eerder verleend dan nadat de leges,
                                        zoals vastgesteld in de tarieventabel behorende bij de
                                        legesverordening gemeente Delft zijn voldaan, tenzij is
                                        bepaald dat voor het voorwerp geen leges worden
                                        berekend.</al></li></lijst></li><li nr="15."><al>Het college trekt een ontheffing in:</al></li><li nr="16."><al>op verzoek van de houder van het voertuig waarvoor
                                                de ontheffing is verleend;</al><lijst><li nr="a."><al>indien de feiten of omstandigheden die hebben
                                                  geleid tot het verlenen van de ontheffing zich
                                                  hebben gewijzigd;</al></li><li nr="b."><al>in geval van overlijden van de houder van het
                                                  voertuig waarvoor de ontheffing is verleend, met
                                                  dien verstande dat de ontheffing kan worden
                                                  overgeschreven op naam van de nabestaande, mits
                                                  deze voldoet aan de criteria waaronder de
                                                  ontheffing is verleend;</al></li><li nr="c."><al>indien het voertuig waarvoor de ontheffing is
                                                  verleend wijzigt van eigenaar of houder;</al></li><li nr="d."><al>wanneer het betreffende gebied niet meer wordt
                                                  aangemerkt als autoluw-plus; </al></li><li nr="e."><al>indien een andere reden of grond bestaat
                                                  waardoor houder van het voertuig of het voertuig
                                                  niet meer voldoen aan criteria op basis waarvan de
                                                  ontheffing is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="17."><al>Het college kan een ontheffing opschorten of
                                                intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien een handeling wordt verricht in strijd
                                                  met de voorwaarden verbonden aan de ontheffing;
                                                  dan wel de door het college nader vastgestelde
                                                  regels;</al></li><li nr="b."><al>indien, met het voertuig waarvoor de
                                                  ontheffing is verleend, de voor het gebied
                                                  geldende verkeersregels en verkeerstekens worden
                                                  overtreden;</al></li><li nr="c."><al>indien de houder van het voertuig bij zijn
                                                  aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Ontheffingsregeling voor bijzondere omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd in het belang van orde, veiligheid, medische
                                zorg of een andere dringende of bijzondere omstandigheid, een
                                bestuurder van een voertuig ontheffing te verlenen zich in het
                                autoluw-plus gebied met dat voertuig te verplaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het spoedeisend karakter van de reden van verplaatsing met
                                een voertuig door het autoluw-plus onverwijlde toelating tot het
                                gebied vereist, dan kan de in lid 1 bedoelde ontheffing achteraf
                                verleend worden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstellingsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd in het belang van openbare orde of veiligheid
                                of andere dringende of bijzondere omstandigheden, voertuigen aan te
                                wijzen waarvoor het autoluw-plus gebied al dan niet onder nadere
                                voorwaarden, vrijelijk toegankelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het autoluw-plus gebied is vrijelijk toegankelijk voor
                                motorvoertuigen van de hulpdiensten: politie, brandweer en
                                ambulance, mits deze voertuigen als zodanig duidelijk herkenbaar
                                zijn en worden gebruikt ten behoeve van de rechtmatige uitoefening
                                van de functie van de bij deze hulpdienst werkzame bestuurder of
                                andere inzittende en bij deze functie-uitoefening gebruik van het
                                voertuig noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het autoluw-plus gebied is onder de navolgende voorwaarden vrijelijk
                                toegankelijk voor motorvoertuigen ten behoeve van reiniging, mits
                                deze voertuigen als zodanig duidelijk herkenbaar zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>op tijdstippen zoals vastgelegd in de erkende
                                        ophaalregeling;</al></li><li nr="b."><al>op de route zoals vastgelegd in de erkende
                                        ophaalregeling;</al></li><li nr="c."><al>op tijdstippen en locaties aangewezen door het college van
                                        burgemeester en wethouders;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd de vrijstelling op te schorten of in te
                                trekken, indien een bestuurder van een voertuig uit de categorie
                                waarvoor de vrijstelling is verleend, zich met dit voertuig door het
                                gebied verplaatst op een ander tijdstip, en/of volgens een andere
                                route, en/of zonder dat sprake is van het doel of oogmerk dan
                                waartoe de vrijstelling is verleend. De directie van de instantie
                                die gebruiker is van de voertuigen waarvoor de vrijstelling is
                                verleend, wordt hiervan terstond schriftelijk in kennis
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Ontheffingsregeling parkeervoorziening op eigen terrein</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een ieder, die eigenaar of huurder is van een
                                parkeervoorziening op eigen terrein, welke louter via het
                                autoluw-plus gebied voor voertuigen toegankelijk is, voor onbepaalde
                                tijd ontheffing verlenen om zich met het voertuig waarvan hij houder
                                is, door het autoluw-plus gebied te verplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een ontheffing als bedoeld in lid 1 worden geen leges in
                                rekening gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ontheffing als bedoeld onder lid 1 wordt verleend voor alle
                                dagen van de week en alle uren van de dag, tenzij het college om
                                reden van verkeersveiligheid, openbare orde of veiligheid anders
                                bepaalt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Ontheffingregeling voor bewoners en bedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een ieder die woonachtig is in het autoluw-plus
                                gebied of een bedrijf heeft gevestigd in het autoluw-plus gebied of
                                zich vanwege beroep heeft gevestigd in het autoluw-plus gebied, voor
                                onbepaalde tijd ontheffing verlenen om zich ten behoeve van laden en
                                lossen en halen en brengen zoals bedoeld in deze verordening, door
                                het autoluw-plus gebied te verplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een ontheffing als bedoeld in lid 1 worden geen leges in
                                rekening gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ontheffingsregeling vaste leveranciers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een houder van een motorvoertuig, die op vaste
                                tijdstippen personen haalt of brengt zoals bedoeld in deze
                                verordening of voornemens is dit te doen en/of goederen laadt of
                                lost zoals bedoeld in deze verordening of voornemens is dit te doen,
                                voor zover deze handelingen plaatsvinden ten behoeve van een
                                persoon, woonachtig in het autoluw-plus gebied, een bedrijf in het
                                autoluw-plus gebied, of een natuurlijk persoon die zich vanwege
                                beroep heeft gevestigd in het autoluw-plus gebied, ontheffing
                                verlenen om zich met het voertuig door het autoluw-plus gebied te
                                verplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van hetgeen in artikel 2 lid 4 van deze verordening is
                                bepaald, kan een ontheffing voor vaste leveranciers worden afgegeven
                                op kenteken van het voertuig of op naam van het bedrijf dat de
                                ontheffing aanvraagt. Voor het overige is artikel 2 onverkort van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Regeling voor éénmalige ontheffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een houder van een voertuig, die voornemens is een
                                persoon of meerdere personen te halen of te brengen zoals bedoeld in
                                deze verordening en/of voornemens is enig goed te laden of te lossen
                                zoals bedoeld in deze verordening, ontheffing verlenen om zich met
                                het motorvoertuig door het autoluw-plus gebied te verplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontheffing als bedoeld in lid 1 wordt verleend voor de periode
                                die nodig is voor het éénmalig en aaneengesloten halen of brengen
                                van de persoon of de personen en/of het laden of lossen van het goed
                                of de goederen waartoe de ontheffing is aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan om reden van een bijzonder of aanmerkelijk sociaal
                                of economisch belang een houder van een voertuig of een organisator
                                van een colonne motorvoertuigen ontheffing verlenen om zich met dit
                                motorvoertuig of met deze colonne motorvoertuigen door het
                                autoluw-plus gebied te verplaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de personen werkzaam in de functies van
                            Controleur Openbare Ruimte van de Sector Toezicht Openbare Ruimte,
                            vakteam Handhaving en Toezicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ”Verordening
                            ontheffingverlening autoluwplusgebied” </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al/><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van bekendmaking. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 januari
                            2005.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk, burgemeester.</ondertekening><ondertekening> drs. Y. van Delft, griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> Bekendgemaakt 30 januari 2005.</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd bij raadsbesluit van 22 december 2005. Bekendgemaakt 1 januari
                            2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 20 december 2007.
                            Bekendgemaakt 23 december 2007.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 25 november 2010.
                            Bekendgemaakt 12 december 2010.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Verordening ontheffingverlening autoluw-plusgebied 2005</titel></kop><al/><al>Algemeen</al><al>Op 29 juni 2000 heeft de gemeenteraad besloten de nota ‘Bereikbare binnenstad,
                    parkeerbeleid sleutel tot autoluw(plus)’ van 19 april 2000, met inbegrip van de
                    wijzigingen daarop; alsmede de nota van wijzigingen op bovengenoemde nota, van
                    31 mei 2000, met inbegrip van de brief met bijlagen van de wethouder
                    duurzaamheid de dato 22 juni 2000 tot herziening op onderdelen van het voorstel,
                    als leidend principe en richtinggevend kader waarbinnen verdere besluitvorming
                    inzake (de uitvoering van) het parkeerbeleid en het proces van autoluw (plus)
                    maken van de binnenstad zal plaats vinden, vast te stellen. </al><al>Deze nota is één van de pijlers waarop het gehele proces van
                    binnenstadsmanagement rust. Dit proces heeft ten doel de historische kwaliteit
                    en het kleinschalig karakter van de binnenstad te behouden en te versterken; het
                    woon - en leefklimaat te verbeteren; het bieden van een gastvrije omgeving voor
                    een breed scala aan functies; het realiseren van een aangenaam verblijfsklimaat;
                    en het versterken van het totale economisch functioneren. Het in de nota
                    geformuleerde beleid is gericht op het in de binnenstad terugdringen van het
                    autoverkeer en is geformuleerd rond vier uitgangspunten (citaat blz. 4 van de
                    nota): </al><lijst><li nr="1."><al>de gehele binnenstad is autoluw met de mogelijkheid voor bewoners en
                            specifieke belanghebbenden om te parkeren;</al></li><li nr="2."><al>het kernwinkelgebied en delen van de binnenstad die van bijzonder
                            cultuur historisch belang zijn, zijn autoluw-plus. Zij blijven wel
                            bereikbaar voor autoverkeer dat vanuit sociaal -, economisch - en/of
                            veiligheidsoogpunt essentieel is;</al></li><li nr="3."><al>bezoekers van de binnenstad parkeren in goed bereikbare parkeergarages
                            aan de rand van de binnenstad;</al></li><li nr="4."><al>het aantal bezoekersparkeerplaatsen is vooralsnog gerelateerd aan het
                            huidig aantal dat nu in de binnenstad aanwezig is.</al></li></lijst><al>De Verordening ontheffingverlening autoluw-plusgebied 2003 en de op deze
                    verordening betrekking hebbende bijlage zijn een weerslag van het raadsbesluit
                    van 29 juni 2000 en geven de juridische randvoorwaarden en instrumenten ter
                    realisatie van het met dat besluit ingezette beleid.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al/><tussenkop>Artikel 1, de definities g en h</tussenkop><al>In de artikelen 6,7 en 8 wordt als reden tot inzet van het voertuig: laden,
                    lossen, halen en brengen genoemd. De definitie van de begrippen, genoemd in
                    artikel 1 van de verordening, wijken af van hetgeen hieronder gewoonlijk in de
                    verkeerswetgeving wordt verstaan. Meest afwijkend is dat in deze verordening de
                    zinsnede: “die bezwaarlijk anders dan per motorvoertuig kunnen worden vervoerd”
                    is toegevoegd. Reden hiervan is dat het doel in de verkeerswetgeving er in is
                    gelegen de periode van handeling zo kort mogelijk te laten duren om redenen van
                    vrijheid van verkeer of veiligheid van de weg. In het autoluw-plus gebied is de
                    verplaatsing per motorvoertuig als zodanig storend, hinderlijk of
                    schadelijk.</al><al>Dit betekent dat bij verplaatsing door het gebied met een motorvoertuig sprake
                    moet zijn van een belang dat uitstijgt boven de storing, hinder of schade die de
                    verplaatsing veroorzaakt. Dit is meestal alleen het geval indien de te vervoeren
                    persoon zodanige functiebeperking kent of het goed van zodanig gewicht of omvang
                    is dat een andere vorm van transport dan per motorvoertuig niet geïndiceerd
                    is.</al><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Dit artikel geeft de bepalingen waaraan iedere ontheffing moet voldoen, tenzij
                    anders is bepaald.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Dit artikel geeft het college van burgemeester en wethouders bevoegdheid tot het
                    verlenen van een ontheffing die niet verleend kan worden op basis van de
                    artikelen 5 tot en met 8.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld om vrijstelling te verlenen voor categorieën voertuigen,
                    waarvan evident is dat toegang verleend wordt en waarvan tevoren niet in alle
                    gevallen vast staat wat het kenteken van het voertuig is.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld om ieder die eigenaar of huurder is van een
                    parkeeraccommodatie op eigen terrein, gelegen in het autoluw-plusgebied,
                    gelegenheid te geven deze accommodatie met het voertuig te bereiken. De vrije
                    toegang tot de accommodatie wordt aangemerkt als een aanmerkelijk belang, daarom
                    kan het college van burgemeester en wethouders deze alleen inperken om reden van
                    een ander aanmerkelijk belang en dan alleen voor de tijd voor zolang dit andere
                    aanmerkelijke belang met de vrije toegang strijdt.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld om alle bewoners en alle bedrijven mogelijkheid te bieden
                    de eigen locatie met een motorvoertuig te bereiken voor situaties waarin dit
                    noodzakelijk is. (zie hiertoe de definities g en h van artikel 1) </al><tussenkop>Artikel 7 </tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld om een ieder die vast chauffeur of vast leverancier is
                    van een bewoner of een bedrijf gevestigd in het autoluw-plusgebied gelegenheid
                    te geven een regeling op maat te geven ten behoeve van noodzakelijk halen en
                    brengen en laden en lossen. (zie hiertoe de definities g en h van artikel 1) </al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld te voorzien in situaties van éénmalige haal en breng en
                    laad en los activiteiten. Tevens is in lid 3 een bepaling opgenomen voor
                    situaties van aanmerkelijk of bijzonder sociaal of economisch belang wanneer in
                    strikte zin niet sprake is van halen, brengen, laden of lossen. Onder deze
                    bepaling kunnen bijvoorbeeld trouwstoeten of rouwstoeten een ontheffing
                    verkrijgen.</al><tussenkop>Artikel 6 t/m 8 leden 4 respectievelijk 5
                    (motorvoertuigen breder dan 2.30 meter)</tussenkop><tussenkop>Artikel 6 t/m 8 leden 4 respectievelijk 5
                    (motorvoertuigen breder dan 2.30 meter)</tussenkop><al>Deze bepaling is bedoeld de grootte van het voertuig te beperken. Grote en/of
                    zware voertuigen veroorzaken veelvuldig en soms aanmerkelijke schade aan wegdek
                    en panden. Normaliter wordt voor deze voertuigen geen ontheffing verleend. Het
                    college van burgemeester en wethouders kan alleen ontheffing verlenen indien
                    sprake is dat hetzij de transporteur, hetzij degene die van dit transport
                    afhankelijk is, aanmerkelijk nadeel ondervindt als geen groot voertuig wordt
                    ingezet. Om reden van heldere en éénduidige handhaving is volstaan met louter
                    een breedtemaat beperking. De meeste voertuigen met een wielbasis groter dan
                    4,50 meter, langer dan 7,50 meter, zwaarder dan 7,50 ton en/of hoger dan 3,20
                    meter zijn ook breder dan 2,30 meter. Door de breedtemaat als criterium te nemen
                    worden de facto alle grote voertuigen uitgesloten zonder bijzondere
                    handhavingsinstrumenten te behoeven hanteren.</al><al/><al>De raad der gemeente Delft;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 11 januari 2005;</al><al>gelet op de “Verordening Ontheffingverlening autoluw-plusgebied 2005";</al><al>besluit: vast te stellen de navolgende:</al><al>bijlage behorende bij de Verordening Ontheffingverlening autoluw-plusgebied
                    2005.</al><al>Ingevolge artikel 2 lid 1 van de verordening Ontheffingverlening
                    autoluw-plusgebied 2005 worden aangewezen als autoluw-plusgebied:</al><lijst><li nr="·"><al>Bastiaanpoort</al></li><li nr="·"><al>Bastiaansplein</al></li><li nr="·"><al>Beestenmarkt</al></li><li nr="·"><al>Boterbrug</al></li><li nr="·"><al>Brabantse Turfmarkt tussen de Molslaan en de Jacob Gerritstraat</al></li><li nr="·"><al>Broerhuisstraat</al></li><li nr="·"><al>Burgwal tussen de Jacob Gerritstraat en de Oude Langendijk</al></li><li nr="·"><al>Bonte Ossteeg</al></li><li nr="·"><al>Cameretten</al></li><li nr="·"><al>Cellebroerstraat tussen de Minderbroerstraat en de Choorstraat</al></li><li nr="·"><al>Choorstraat</al></li><li nr="·"><al>Halsteeg</al></li><li nr="·"><al>Heilige Geestkerkhof</al></li><li nr="·"><al>Hippolytusbuurt</al></li><li nr="·"><al>Jacob Gerritstraat</al></li><li nr="·"><al>Jesseplaats</al></li><li nr="·"><al>Jozefstraat v/h Molenpoort</al></li><li nr="·"><al>Kerkstraat</al></li><li nr="·"><al>Kloksteeg</al></li><li nr="·"><al>Kromstraat</al></li><li nr="·"><al>Kruisstraat tussen de Beestenmarkt en de Achtersack</al></li><li nr="·"><al>Maria Gouweloospoort</al></li><li nr="·"><al>Maria van Reigersberchstraat</al></li><li nr="·"><al>Markt</al></li><li nr="·"><al>Molslaan tussen de Brabantse Turfmarkt, de Beestenbrug en de
                            Kruisstraat</al></li><li nr="·"><al>Molsstraat</al></li><li nr="·"><al>Nieuwstraat</al></li><li nr="·"><al>Oude Delft tussen Schoolstraat en Heilige Geestkerkhof </al></li><li nr="·"><al>Oude Delft tussen Heilige Geestkerkhof en
                            Binnenwatersloot/Peperstraat</al></li><li nr="·"><al>Oude Kerkstraat</al></li><li nr="·"><al>Oude Langedijk tussen de Koornmarkt en het Oosteinde</al></li><li nr="·"><al>Oude Manhuissteeg</al></li><li nr="·"><al>Papenstraat</al></li><li nr="·"><al>Paradijspoort</al></li><li nr="·"><al>Pieterstraat nummers 27 t/m 39 oneven</al></li><li nr="·"><al>Trompetstraat</al></li><li nr="·"><al>Vestpoort</al></li><li nr="·"><al>Vesteplein oneven en vanaf nummer 8 even</al></li><li nr="·"><al>de Vlouw</al></li><li nr="·"><al>Voldersgracht</al></li><li nr="·"><al>Voorstraat tussen de Poelbrug en de Hippolytusbuurt</al></li><li nr="·"><al>Vrouw Jutteland westelijk van de Vrouwengracht</al></li><li nr="·"><al>Vrouwenrecht</al></li><li nr="·"><al>Waagbrug en Waagsteeg</al></li><li nr="·"><al>Wijnhaven</al></li><li nr="·"><al>Zuiderstraat vanaf Bastiaansplein tot aan de poller</al></li><li nr="·"><al>Zuidpoort</al></li><li nr="·"><al>Zuidwal nummers 45, 46 en 47</al><al/></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 januari 2005.</al><al/><al>mr. drs. G.A.A. Verkerk, burgemeester.</al><al>drs. Y. van Delft, griffier.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop kopopmaak="cur"><titel>Toelichting bij de bijlage bij de verordening
                    ontheffingverlening autoluw-plusgebied 2005</titel></kop><al>Deze bijlage behoort bij de Verordening Ontheffingverlening autoluw-plusgebied
                    2005 en is een weerslag van het raadsbesluit van 29 juni 2000. De bijlage geeft,
                    net als de verordening, de juridische randvoorwaarden en instrumenten ter
                    realisatie van het met dat besluit ingezette beleid. </al><al>Op 29 juni 2000 heeft de gemeenteraad besloten de nota “Bereikbare binnenstad,
                    parkeerbeleid sleutel tot autoluw(plus)” van 19 april 2000, met inbegrip van de
                    wijzigingen daarop; alsmede de nota van wijzigingen op bovengenoemde nota, van
                    31 mei 2000, met inbegrip van de brief met bijlagen van de wethouder
                    duurzaamheid de dato 22 juni 2000 tot herziening op onderdelen van het voorstel,
                    als leidend principe en richtinggevend kader waarbinnen verdere besluitvorming
                    inzake (de uitvoering van) het parkeerbeleid en het proces van autoluw (plus)
                    maken van de binnenstad zal plaats vinden, vast te stellen. </al><al>Dit besluit is één van de pijlers waarop het gehele proces van
                    binnenstadsmanagement rust. Dit proces heeft ten doel de historische kwaliteit
                    en het kleinschalig karakter van de binnenstad te behouden en te versterken; het
                    woon - en leefklimaat te verbeteren; het bieden van een gastvrije omgeving voor
                    een breed scala aan functies; het realiseren van een aangenaam verblijfsklimaat;
                    en het versterken van het totale economisch functioneren. Het in de nota
                    geformuleerde beleid is gericht op het in de binnenstad terugdringen van het
                    autoverkeer en is geformuleerd rond vier uitgangspunten (citaat blz. 4 van de
                    nota): </al><lijst><li nr="1."><al>de gehele binnenstad is autoluw met de mogelijkheid voor bewoners en
                            specifieke belanghebbenden om te parkeren;</al></li><li nr="2."><al>het kernwinkelgebied en delen van de binnenstad die van bijzonde cultuur
                            historisch belang zijn, zijn autoluw-plus. Zij blijven wel bereikbaar
                            voor autoverkeer dat vanuit sociaal -, economisch - en/of
                            veiligheidsoogpunt essentieel is;</al></li><li nr="3."><al>bezoekers van de binnenstad parkeren in goed bereikbare parkeergarages
                            aan de rand van de binnenstad;</al></li><li nr="4."><al>het aantal bezoekersparkeerplaatsen is vooralsnog gerelateerd aan het
                            huidig aantal dat nu in de binnenstad aanwezig is.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>