<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84343_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Culemborg 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Culemborg</dcterms:creator><dcterms:modified>2002-10-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Culemborg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Culemborg 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 6 van de Wegenverkeerswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-09-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Culemborg 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Culemborg;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 september
                        2002</al><al>gelet op artikel 149 van de gemeentewet en artikel 6 van de
                        Wegenverkeerswet,</al><al/><al>besluit :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Parkeerverordening 2002</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli
                                1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                1990;</al></li><li nr="c."><al>voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV
                                1990;</al></li><li nr="d."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                staan van eenvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                                voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op
                                binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                                terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan ingevolge
                                een wettelijke voorschrift is verboden;</al></li><li nr="e."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens
                                als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het
                                motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het
                                register was ingeschreven;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van
                                verzamelparkeerders en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                                overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al>belanghebbendeplaats: een parkeerplaats die:</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone, voor zover deze plaats niet is
                                uitgezonderd; vergunning:</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens
                                welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                vergunning is verleend.</al></li><li nr="k."><al>huishouden: een op het woonadres woonachtige eenheid van één of meer
                                in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven inwoners van de
                                gemeente</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, </al><lijst><li nr="a."><al>weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor vergunninghouders.</al></li><li nr="b."><al>de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders
                                is toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek
                                een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
                                of op parkeerapparatuurplaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                motorvoertuig wanneer deze:</al><lijst><li nr="a."><al>woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                zijn, dan wel</al></li><li nr="b."><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die kan
                                aantonen dat het in het belang van diens beroeps- of
                                bedrijfsuitoefening noodzakelijk in dat gebied een motorvoertuig te
                                parkeren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan beide in
                                het tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat betreft de
                                eerste aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden aan de onder
                                lid 2 onder a genoemde voorwaarde. </al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning ook één van de in tweede lid genoemde voorwaarden. </al></li><li nr="5."><al>Een vergunning wordt geweigerd wanneer de aanvrager woont c.q. werkt
                                in een gebouw of gebouwencomplex, waartoe parkeergelegenheid behoort
                                in een omvang, die strookt met de ter zake geldende gemeentelijke
                                richtlijnen.</al></li><li nr="6."><al>In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders ten gunste
                                van de aanvrager afwijken van het gestelde in lid 5.</al></li><li nr="7."><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></li><li nr="8."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                                beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van
                                een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vorm vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een vergunning wordt ten hoogste één jaar verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is
                                verleend, metterwoon verlaat of het daar uitoefende beroep of
                                bedrijf beëindigt; </al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                                die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat hij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen vergunninghouder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een vergunninghouder zijn/haar motorvoertuig parkeert op een
                                parkeerapparatuurplaats of een belanghebbendenplaats, is deze
                                verplicht de parkeervergunning duidelijk zichtbaar achter de
                                voorruit van het motorvoertuig te plaatsen, op een zodanige wijze
                                dat de daarop afgedrukte tekst van buitenaf duidelijk leesbaar
                                is</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt eveneens voor
                                degene die parkeert op een parkeerapparatuurplaats, indien hem/haar
                                door middel van parkeerapparatuur, een kaart of ander middel met
                                opdruk wordt verstrekt waaruit blijkt gedurende welke tijd of tot
                                welk tijdstip hij/zij kennelijk wenst te parkeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ongeoorloofd gebruik parkeerapparatuur</titel></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur in werking te stellen of handelingen te
                        verrichten met het oogmerk de parkeerapparatuur in werking te stellen of te
                        houden op een andere wijze, met andere middelen of andere mensen dan die
                        welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een voertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden een fiets, bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren is
                                toegestaan, aldaar een voertuig te parkeren of geparkeerd te
                                houden</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                                vergunning</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste en het derde lid</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in de artikelen 7 en 8 van deze verordening
                        wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van
                        de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Opsporing</titel></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de in
                        artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde
                        opsporingsambtenaren, de door de burgemeester en wethouders aangewezen
                        ambtenaren belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag van
                                de maand na de datum van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De Parkeerverordening vastgesteld op 19 november 1992 laatstelijk
                                gewijzigd op 1 juli 1999 wordt op diezelfde datum ingetrokken</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Vergunningen verleend krachtens de Parkeerverordening Culemborg blijven van
                        kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat
                        zij worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Parkeerverordening Culemborg
                        2002.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 september 2002</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>J. van Aken A. van Vugt</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>