<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84309_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Culemborg</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Culemborg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Culemborgse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 147, eerste lid, Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel 1102083/82</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: alle al dan niet met enige beperking voor het
                                    publiek toegankelijke plaatsen, waaronder begrepen de weg als
                                    bedoeld onder b; </al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1">artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet
                                        1994</extref> alsmede de daaraan liggende parkeerterreinen ;
                                </al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn; </al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenwet/article=27">artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet</extref> ; </al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; </al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening; </al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=1">artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet</extref> ;
                                </al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen; </al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht/article=1.1">artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht</extref> . </al></li><li nr="j."><al>voertuig: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a en
                                    onder al(aa el), van het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals
                                    kruiwagens, kinderwagens en (electrische) rolstoelen. </al></li><li nr="k."><al>vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                                    werktuigen, alsmede woonsche­pen, glijboten en ponten </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
                                    ontvangst van de aanvraag. </al></li><li nr="2."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste
                                    acht weken verdagen.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de
                                    beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel
                                    3:4, eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking va het tweede lid is artikel 3.9. van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist
                                    wordt op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel
                                    2:10A, lid 3 onder a, artikel 2:11 lid 4 onder a, artikel 2:12,
                                    artikel 4:11A en artikel 4:15.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Te late indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    bevoegde bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
                                    behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bevoegdebestuursorgaan aan te wijzen
                                    vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                    termijn worden verlengd tot ten hoogste twaalf weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                    ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                    Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                    bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                    vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                    ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                    voorschriften en beperkingen na te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                        plaatsen wanneer deze door of vanwege het bevoegde
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        open­bare manifestaties</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1A</nr><titel>Verstoring openbare orde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424 en 426bis van
                                        het Wetboek van Strafrecht is het verboden, op of aan de
                                        openbare weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats
                                        op enigerlei wijze de orde te verstoren, zich hinderlijk te
                                        gedragen, personen lastig te vallen of te vechten.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht
                                        om de orde te verstoren, bij zich te hebben. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, moet daarvan voor de openbare
                                        aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat de betoging
                                        zal worden gehouden, schriftelijk kennis geven aan de
                                        burgemeester, met inachtneming van wat in artikel 2:5,
                                        eerste lid, hierover is bepaald. </al></li><li nr="2."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving door
                                        terugrekening valt op een vrijdag na 12.00 uur, een
                                        zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt
                                        dit tijdstip geacht te vallen op 12.00 uur op de voorgelegen
                                        dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag
                                        is. </al></li><li nr="3."><al>Onder openbare plaats wordt verstaan: een plaats als bedoeld
                                        in artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet
                                        openbare manifestaties, te weten een plaats die krachtens
                                        bestemming of vast gebruik open staat voor het publiek, met
                                        uitzondering van een gebouw of besloten plaats als bedoeld
                                        in artikel 6, tweede lid van de Grondwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel 2:3,
                                eerste lid, genoemde termijn van 48 uur verkorten en een mondelinge
                                kennisgeving ontvankelijk verklaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de kennisgeving kan de burgemeester een opgave verlangen
                                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid van openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>A Voorwerpen op openbare plaatsen in strijd met de publieke
                                    functie van die plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder vergunning een openbare plaats
                                        anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie
                                        daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd: </al></li><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare
                                        plaats, gevaar of hinder oplevert voor de gebruikers van die
                                        plaats of een belemmering vormt voor het doeldoelmatig
                                        beheer en onderhoud van die plaats; </al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                        verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                        voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende
                                        zaak.</al></li><li nr="3."><al>De vergunning als bedoeld in lid 1 wordt verleend:</al></li><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                        activiteiten vallen onder art. 2.2, lid 1, onder j of onder
                                        k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="b."><al>door het college van burgemeester en wethouders in de
                                        overige gevallen </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod in het eerste lid van artikel 2:10A geldt niet: </al><lijst><li nr="a."><al>voor evenementen als bedoeld in artikel 2:25; </al></li><li nr="b."><al>voor terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde
                                                lid;</al></li><li nr="c."><al>voor standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;</al></li><li nr="d."><al>voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of
                                                gevoelens worden geopenbaard, mits deze geen schade
                                                toebrengen, gevaar opleveren of een belemmering
                                                vormen voor de bruikbaarheid, het doelmatig beheer
                                                en/of het onderhoud van de weg; </al></li><li nr="e."><al>Indien en voor zover in het betreffende onderwerp
                                                wordt voorzien door de Wegenverkeerswet 1994, Het
                                                reglement verkeersregels en verkeerstekens, de Wet
                                                beheer Rijkswaterstaatswerken, De Woningwet, het
                                                bouwbesluit, de Wet Milieubeheer of het provinciaal
                                                wegenreglement;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>D Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel 2:10 A, al dan niet onder
                                bepaalde voorwaarden, niet geldt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op, aan of boven het voor het verkeer
                                        bestemde deel van de weg op enigerlei wijze zonneschermen,
                                        vlaggestokken, prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of
                                        andere voorwerpen aan te brengen of te hebben lager dan 2,2
                                        meter, </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet t.a.v.
                                        prikkeldraad, schrikdraad of punt­­draad dat op grotere
                                        afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van
                                        de weg af gerichte delen van een afscheiding is
                                        aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 en 2 is het op alle
                                        openbare plaatsen verboden om de in lid 1 bedoelde
                                        voorwerpen aan te brengen of te hebben indien en voor zover
                                        dit gevaar, hinder of overlast kan veroorzaken voor de
                                        gebruikers van die plaats. </al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel
                                        5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken en/of veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg
                                        te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                        bestaande uitweg naar de weg.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de uitweg onnodig of onaanvaardbaar ten koste
                                                gaat van een openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="b."><al>indien de uitweg onnodig of onaanvaardbaar ten koste
                                                gaat van het openbaar groen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daar geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                        Provinciaal wegenreglement Provincie Gelderland.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Deze beplanting of dit voorwerp aan het wegverkeer het vrije
                                        uitzicht belemmert of op ander wijze hinder of gevaar
                                        veroorzaakt.</al></li><li nr="b."><al>Deze beplanting of dit voorwerp hinder of gevaar veroorzaakt
                                        voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                        gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar
                                        voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                        aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op, aan of boven het voor het verkeer
                                        bestemde deel van de weg op enigerlei wijze zonneschermen,
                                        vlaggenstokken, prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of
                                        andere voorwerpen aan te brengen of te hebben lager dan 2,2
                                        meter, of hoger indien dit gevaar of hinder oplevert. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet t.a.v.
                                        prikkeldraad, schrikdraad of puntdraad dat op grotere
                                        afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van
                                        de weg af gerichte delen van een afscheiding is
                                        aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                        hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                        verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel
                                        5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Het is verboden aan een weg of aan enig deel van een bouwwerk een
                                voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen
                                op de weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                        aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                        openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
                                        gewijzigd of verwijderd. </al></li><li nr="2."><al>Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als
                                        bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan
                                        tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord
                                        of voorziening als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                        Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:23 van deze
                                                verordening; </al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
                                            </al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen; </al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                                verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></li><li nr="b."><al>een braderie; </al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2:3, op de weg; </al></li><li nr="d."><al>een feest, muziek of wedstrijd op of aan de weg. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        evenement te organiseren. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan voorschriften opstellen met inachtneming
                                        waarvan het verbod in lid 1 niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan evenementen aanwijzen die vanwege hun
                                        aard of omvang belastend dan wel zwaar belastend worden
                                        geacht. Voor incidentele evenementen geldt dat aanwijzing
                                        als zodanig kan geschieden tot 4 maanden voorafgaand aan het
                                        evenement. </al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor de in
                                        het tweede lid, onder d, van artikel 2:24 voorziene
                                        gevallen, voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                        voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 Wegenverkeerswet
                                        1994.</al></li><li nr="5."><al>Een aanvraag voor een evenementvergunning moet acht weken
                                        voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig
                                        heeft zijn ingediend, tenzij het evenement op grond van het
                                        derde lid is aangewezen als belastend dan wel zwaar
                                        belastend evenement. Voor belastende dan wel zwaar
                                        belastende evenementen geldt dat de vergunning twaalf weken
                                        voorafgaand aan het gebruik moet zijn aangevraagd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan: de
                                        voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                        logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of
                                        rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid
                                        of verstrekt. Onder een horecabedrijf worden in ieder geval
                                        verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                        snackbar, discotheek, buurthuis, sportkantine of
                                        clubhuis.</al></li><li nr="2."><al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                        aanhorigheden. </al></li><li nr="3."><al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
                                        besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                        horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden
                                        en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                        spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                        verstrekt. </al></li><li nr="4."><al>Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die
                                        een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in
                                        artikel 2:28 </al></li><li nr="5."><al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers: </al><lijst><li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders
                                                wonende bloed en aanverwanten, in de rechte lijn
                                                onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
                                            </al></li><li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als
                                                bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van
                                                Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438,
                                                derde lid, van het Wetboek van Strafrecht; </al></li><li nr="c."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting
                                                wegens dringende redenen noodzakelijk is. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie horecabedrijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                        vergunning van de burgemeester. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de
                                        burgemeester de vergunning indien de vestiging of de
                                        exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een
                                        geldend bestemmingsplan. </al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een
                                        winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
                                        voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de
                                        winkelactiviteit en door dezelfde ondernemer wordt
                                        geëxploiteerd. Voor zowel de winkel als het horecabedrijf
                                        gelden de sluitingstijden in de Winkeltijdenwet.</al></li><li nr="4."><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al></li><li nr="a."><al>hotels waar uitsluitend voor hotelgasten dranken worden
                                        geschonken en/of eetwaren worden verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>prostitutiebedrijven waarvan een deel voor horeca is
                                        bestemd; </al></li><li nr="c."><al>sauna's en zonnecentra;</al></li><li nr="d."><al>bedrijfskantines;</al></li><li nr="e."><al>kerken;</al></li><li nr="f."><al>inrichtingen voor Bed &amp; Breakfast indien tegelijkertijd
                                        aan niet meer dan 4 personen in maximaal 2 kamers bed &amp;
                                        breakfast wordt aangeboden. </al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 A beslist de
                                        burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
                                        betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf
                                        behorende terrassen voor zover deze zich op een openbare
                                        plaats bevinden over de ingebruikneming van die plaats ten
                                        behoeve van het terras. </al></li><li nr="6."><al>Onverminderd het gestelde in het tweede lid en in artikel
                                        1:8 kan de burgemeester de in het vijfde lid bedoelde
                                        ingebruikneming van die plaats ten behoeve van een of meer
                                        bij een horecabedrijf horende terrassen weigeren: </al></li><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare
                                        plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van die
                                        openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                        daarvan; </al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                        doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats. </al></li><li nr="7."><al>Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet voorzover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        beheer rijkswaterstaatswerken of de Gelderse
                                        Wegenverordening. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29A</nr><titel>Sluitingstijd terras</titel></kop><al>Het is verboden om het terras voor bezoekers geopend te hebben
                                tussen 24:00 en 9:00 uur, met uitzondering van de zondagen, waarop
                                dit tussen 24:00 en 10:00 uur is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29B</nr><titel>Venstertijd</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting als bedoeld in artikel 3 van de Drank-
                                        en Horecawet, onverminderd de bevoegdheid om voor reeds
                                        aanwezige bezoekers geopend te blijven, verboden tussen
                                        02.00 uur en 08.00 uur bezoekers toe te laten. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod als genoemd in het eerste lid is niet van
                                        toepassing in de nacht van 31 december op 1 januari. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een
                                        of meer horecabedrijven tijdelijk sluitingstijden
                                        vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        van de Opiumwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden zich daarin of
                                aldaar te bevinden gedurende de tijd dat dit bedrijf ingevolge een
                                op grond van artikel 2:30 of 2:34B genomen besluit gesloten dient te
                                zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden toe te laten
                                        dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                        inrichting enig voorwerp verwerft, ver­koopt of op enige
                                        andere wijze overdraagt.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        openbare verkopingen en veilingen.</al></li><li nr="3."><al>In dit artikel wordt verstaan onder handelaar, degene die
                                        krachtens artikel 437, eerste lid wetboek van strafrecht als
                                        zodanig zijn aangewezen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34A</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de
                                vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk
                                intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien aannemelijk is, dat de houder van de inrichting
                                        betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden
                                        verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die
                                        een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een
                                        bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de
                                        omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="b."><al>indien de houder strafbare feiten pleegt in de inrichting,
                                        dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare
                                        feiten worden gepleegd;</al></li><li nr="c."><al>indien zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten
                                        hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend
                                        blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare
                                        orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of
                                        leefklimaat in de omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="d."><al>indien de exploitatie van de inrichting voor een periode van
                                        langer dan zes maanden is of wordt onderbroken, alsmede
                                        indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor
                                        geen nieuwe vergunning is aangevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34B</nr><titel>Sluiting van inrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan een inrichting - al dan niet voor een
                                        bepaalde duur - gesloten verklaren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd zonder
                                                geldige vergunning;</al></li><li nr="b."><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd
                                                met de aan de vergunning verbonden
                                                voorschriften;</al></li><li nr="c."><al>indien de burgemeester oordeelt, dat één van de in
                                                artikel 2:34A en/of 1:6, genoemde situaties waarin
                                                intrekking van de vergunning mogelijk is, zich
                                                voordoet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn
                                        gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de
                                        toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van een
                                        belanghebbende door de burgemeester worden opgeheven, indien
                                        later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe
                                        aanleiding geven en er naar zijn oordeel voldoende garanties
                                        aanwezig zijn dat er geen herhaling van de gronden die tot
                                        de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al>Het is de houder van de inrichting verboden na het van
                                        kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid,
                                        bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten
                                        verblijven.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Inrichting: elke al of niet besloten ruimte waarin, in de
                                        uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                        mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen
                                        wordt verschaft;</al></li><li nr="2."><al>Houder: degene die een inrichtingexploiteert, dan wel daarin
                                        de feitelijke leiding heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het
                                houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                                daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die inrichting
                                volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst, alsmede
                                de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                                30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de
                                                Kansspelen vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
                                                of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                                verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                                om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van
                                                de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen
                                                op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
                                                Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in
                                                artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                                verrichten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de
                                        burgemeester de vergunning indien de exploitatie van een
                                        speelgelegenheid in strijd is met een geldend
                                        bestemmingsplan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het artikel wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de Kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>Kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                        c van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>Hoogdrempelige inrichting: inrichting bedoeld in artikel 30,
                                        onder d. van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>Laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder e van de Wet.</al></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                        kansspelautomaten toegestaan;</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                        toegestaan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet
                                        gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal
                                        of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te
                                        betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten
                                        voor publiek toe­gankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend
                                        erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Dit verbod geldt niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                        woning of het lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk
                                        is.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester is bevoegd van het in het eerste lid
                                        bedoelde verbod ontheffing te verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats, dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf een openbare plaats zichtbaar is,
                                        en/of inzamelmiddelen voor afval te bekrassen of te
                                        bekladden. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden om aanplakbiljetten of andere geschriften,
                                        afbeeldingen of aanduidingen aan te brengen of te laten
                                        aanbrengen op een openbare plaats, op onroerende zaken die
                                        vanaf een openbare plaats zichtbaar zijn en/of op
                                        inzamelmiddelen voor afval. </al></li><li nr="3."><al>Het is verboden om met kalk, krijt, teer of een kleur- of
                                        verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te
                                        brengen of te laten aanbrengen op een openbare plaats, op
                                        onroerende zaken die vanaf een openbare plaats zichtbaar
                                        zijn en/of op inzamelmiddelen voor afval. </al></li><li nr="4."><al>De verboden in lid 2 en 3 gelden niet wanneer degene die de
                                        handeling verricht in het bezit is van schriftelijke
                                        toestemming van de rechthebbende, wanneer er gehandeld wordt
                                        krachtens wettelijk voorschrift of wanneer er sprake is van
                                        normaal gebruik op de wegverharding van stoepkrijt ten
                                        behoeve van sport of spel. </al></li><li nr="5."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen, bekendmakingen en commerciële
                                        uitingen.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen, bekendmakingen en commerciële uitingen.
                                        Deze nadere regels mogen geen betrekking hebben op de inhoud
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen. </al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het vierde lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of
                                        openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig
                                        aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                        verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder redelijk doel op of aan de weg
                                        gereedschappen, voorwerpen of middelen te ver­voeren of bij
                                        zich te hebben die ertoe kunnen dienen zich onrechtmatig de
                                        toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                        sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel
                                        van braak te vergemakkelijken of het achterlaten van sporen
                                        te voorkomen. Hieronder kunnen in ieder geval worden
                                        verstaan: lopers, valse sleutels, touwladders en lantaarns.
                                    </al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de in dat lid
                                        bedoelde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet bestemd
                                        of gebruikt zijn voor de in dat lid bedoelde
                                        handelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op
                                                een beeld, monument, overkapping, constructie,
                                                openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of
                                                andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor
                                                niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                                weggebruikers of bewoners van nabij die plaats
                                                gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                                veroorzaakt. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan een weg, die deel uit maakt van
                                        een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende
                                        drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en
                                        dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als
                                                bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
                                                krachtens artikel 35, tweede lid, van de Drank- en
                                                Horecawet</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden; </al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van zo'n gebouw. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en
                                plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het
                                college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt,
                                kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt welke
                                publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is gemaakt aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden, verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een hond is verplicht zijn of haar hond
                                        aan te lijnen indien de hond zich binnen de bebouwde kom, op
                                        of aan de weg bevindt, met uitzondering van die plekken die
                                        zijn aangewezen op grond van het vierde lid. </al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een hond is verplicht zijn of haar hond
                                        aan te lijnen indien de hond zich buiten de bebouwde kom
                                        bevindt op een plek die is aangewezen op grond van het
                                        vijfde lid. </al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende op een hond mag deze hond, al dan niet
                                        aangelijnd, niet laten verblijven op voor kinderen bestemde
                                        openbare speelplaatsen, speelweiden of trapveldjes dan wel
                                        op plekken die op grond van het zesde lid door het college
                                        zijn aangewezen. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan plaatsen binnen de bebouwde kom aanwijzen
                                        waar honden onaangelijnd mogen verblijven. </al></li><li nr="5."><al>Het college kan plaatsen buiten de bebouwde kom aanwijzen
                                        waar honden dienen te worden aangelijnd ter voorkoming van
                                        gevaar, hinder of overlast. </al></li><li nr="6."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar honden niet mogen
                                        verblijven, ter voorkoming van gevaar, hinder of overlast.
                                    </al></li><li nr="7."><al>Het bepaalde in de leden 1 t/m 3 is niet van toepassing voor
                                        zover de rechthebbende op een hond zich vanwege zijn
                                        handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als
                                        zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                        dat die hond, indien deze zich op of aan de weg bevindt,
                                        zich niet van uitwerpselen ontdoet.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op door Burgemeester en Wethouders aangewezen
                                                plaatsen;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende op een hond ervoor zorgt,
                                                dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd
                                                met behulp van een doeltreffend hulpmiddel.
                                                Burgemeester en Wethouders stellen de eisen vast
                                                waaraan een dergelijk hulpmiddel ten minste moet
                                                voldoen, wil het doeltreffend zijn.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De rechthebbende is verplicht, indien hij zich met een hond
                                        op de weg bevindt, een doeltreffend hulpmiddel als bedoeld
                                        in het tweede lid, onder b bij zich te hebben. </al></li><li nr="4."><al>De rechthebbende op een hond die zich met die hond op of aan
                                        de weg bevindt, is verplicht dit hulpmiddel op eerste
                                        vordering te laten zien aan de toezicht houdende
                                        ambtenaar.</al></li><li nr="5."><al>Indien van de rechthebbende op een hond vanwege een handicap
                                        redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij / zij
                                        voldoet aan het bepaalde in de leden 1 t/m 4, dan zijn deze
                                        niet van toepassing. De rechthebbende met een handicap dient
                                        zich in te spannen om overlast door hondenuitwerpselen waar
                                        mogelijk te voorkomen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57 dient de
                                        rechthebbende op een hond ten allen tijde toezicht op zijn
                                        of haar hond te houden en, al dan niet door deze aan te
                                        lijnen, te voorkomen dat de hond gevaar, hinder of overlast
                                        kan veroorzaken. </al></li><li nr="2."><al>Indien het college van mening is dat een bepaalde hond op of
                                        aan de weg gevaar, hinder of overlast veroorzaakt of dreigt
                                        te veroorzaken, dan kan zij nadere voorschriften verbinden
                                        aan het verblijf van deze hond op of aan de weg. Deze nadere
                                        voorschriften kunnen betrekking hebben op: </al><lijst><li nr="a."><al>het kort aanlijnen van de hond met een lijnlengte
                                                van maximaal 1.50 m. gemeten van hand tot halsband.
                                            </al></li><li nr="b."><al>een muilkorfplicht waarbij de muilkorf niet zonder
                                                toedoen van de mens verwijderd kan worden en de
                                                muilkorf deugdelijk voorkomt dat de hond door bijten
                                                schade kan aanrichten aan mens of dier. </al></li><li nr="c."><al>een identificatieplicht waarbij de hond in kwestie
                                                wordt voorzien van een niet verwijderbaar optisch
                                                leesbaar identificatiekenmerk. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in of nabij woningen dieren te houden, op
                                        een dusdanige wijze dat dit voor de omgeving en/of
                                        omwonenden hinderlijk of schadelijk is.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt slechts, nadat
                                        de betrokkene door het college is aangeschreven, dat dit
                                        verbod ten aanzien van de in die aanschrijving te noemen
                                        diersoorten van toepassing is. Degene tot wie de
                                        aanschrijving is gericht of diens rechtsopvolger is
                                        verplicht de aanschrijving op te volgen.</al></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd gedeelten van de gemeente of bepaalde
                                        plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing
                                        van overlast of van schade aan de openbare gezondheid
                                        verboden is daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben,
                                        dan wel deze aanwezig te hebben in door het college te
                                        benoemen aantallen en/of omstandigheden die aanleiding geven
                                        tot overlast of schade aan de volksgezondheid. </al></li><li nr="4."><al>Het is verboden op een krachtens het derde lid aangewezen
                                        plaats een daarbij aan­geduid dier of daarbij aangeduide
                                        dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwe­zig te hebben
                                        anders dan met inachtneming van de door het college gestelde
                                        regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan
                                        door hen is aangegeven.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een krachtens het derde lid aangewezen
                                        gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het
                                        vierde lid gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                        milieubeheer van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee en pluimvee</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op vee of pluimvee, dat zich bevindt in een
                                        aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg
                                        is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht
                                        ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                        dat dit vee of pluimvee die weg niet kan bereiken.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien voor het
                                        bereiken van de overzijde van de weg rechtmatig gebruik
                                        wordt gemaakt van een vee-oversteekplaats die met dat doel
                                        in het leven is geroepen en als zodanig herkenbaar is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62A</nr><titel>Bestrijding van ongedierte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een onroerende zaak, voer -of vaartuig,
                                        is verplicht de maatregelen te gedogen, welke het college
                                        ter voorkoming van schade door ratten, muizen, ander
                                        ongedierte of ten gevolge van stankverspreidende stoffen aan
                                        eigendommen of gezondheid nodig acht.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden enige handelingen te verrichten waardoor de
                                        in het vorige lid bedoelde maatregelen geheel of
                                        gedeeltelijk hun werking kunnen verliezen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht</al></li><li nr="b."><al>Verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                        vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                                het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het
                                                goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen –
                                                voor zover dat mogelijk is – soort, merk en nummer
                                                van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijsof andere voorwaarden voor overdracht
                                                van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                                verkregen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                        verplichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register (s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;</al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a
                                        bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder Consumentenvuurwerk: vuurwerk
                                waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met
                                betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk
                                (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op
                                        een voor publiek toegankelijke plaats te bezigen indien
                                        zulks gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in de navolgende artikelen van deze
                                verordening groepsgewijs niet naleven: </al><lijst><li nr="a."><al>2:1 (samenscholing en ongeregeldheden);</al></li><li nr="b."><al>2:1A (verstoring openbare orde);</al></li><li nr="c."><al>2:10A (voorwerpen op of aan de weg);</al></li><li nr="d."><al>2:11 (aanleggen, beschadigen of veranderen va weg);</al></li><li nr="e."><al>2:16 (openen straatkolken);</al></li><li nr="f."><al>2:19 (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp);</al></li><li nr="g."><al>2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen);</al></li><li nr="h."><al>2:48 (verboden drankgebruik);</al></li><li nr="i."><al>2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen);</al></li><li nr="j."><al>2:50 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                        ruimten);</al></li><li nr="k."><al>2:73 (bezigen van consumentenvuurwerk);</al></li><li nr="l."><al>5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen)
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                        Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                        een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een
                                        openbare plaats.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                        eerste lid eveneens ten aanzien van de volgende binnen de
                                        gemeente gelegen voor een ieder toegankelijke plaatsen:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeerplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>sportvelden;</al></li><li nr="c."><al>schoolpleinen;</al></li><li nr="d."><al>jongeren ontmoetingsplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>trein- en busstations.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77A</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><al>Het is degenen aan wie dit door of namens de burgemeester in het
                                belang van de openbare orde of zedelijkheid is bekendgemaakt,
                                verboden zich anders dan in een openbaar middel van vervoer te
                                bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen en plaatsen
                                gedurende de uren daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in
                                de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf weken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77B</nr><titel>Overlastgebied en groepsverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan een gebied aanwijzen als overlastgebied
                                        als daar naar zijn oordeel sprake is van een ernstige
                                        verstoring of bedreiging van de openbare orde. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zich in een overlastgebied op te houden in
                                        een groep van meer dan vier personen als dit leidt tot
                                        verstoring van de openbare orde als bedoeld bij of krachtens
                                        artikel 2:1A. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester trekt de aanwijzing in zodra de openbare
                                        orde in het overlastgebied naar zijn oordeel voldoende is
                                        hersteld.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="2."><al>Prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="3."><al>Seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="4."><al>Escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="5."><al>Sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="6."><al>Raamprostitutiebedrijf: een seksinrichting met één of meer
                                        ramen van waarachter de prostituee tracht de aandacht van
                                        passanten op zich te vestigen;</al></li><li nr="7."><al>Straatprostitutie: het zich op of aan de weg door
                                        handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze te
                                        presenteren als prostituee, als zodanig diensten aan te
                                        bieden of hiertoe contacten te leggen.</al></li><li nr="8."><al>Exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li><li nr="9."><al>Beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="10."><al>Bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrich­ting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de prostituee;</al></li><li nr="d."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="e."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6:2;</al></li><li nr="f."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 1:8 en 3:13 genoemde belangen, kan het
                                college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk
                                nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan. Het bevoegd orgaan kan een maximum stellen
                                        aan het aantal te verlenen vergunningen,</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; </al></li><li nr="c."><al>de aard en het adres van de seksinrichting of het
                                                es­cortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>het aantal werkplekken;</al></li><li nr="e."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="f."><al>de openingstijden van de seksinrichting.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij de vergunningsaanvraag moeten de navolgende bescheiden
                                        worden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een origineel uittreksel uit de gemeentelijke
                                                basisadministratie van zowel de exploitant(en), de
                                                beheerder(s), als de
                                                vertegenwoordigingsbevoegde(n);</al></li><li nr="b."><al>een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de
                                                exploitant(en), de beheerder(s) en de
                                                vertegenwoordigingsbevoegde(n);</al></li><li nr="c."><al>een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant
                                                gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd
                                                voor de seksinrichting; </al></li><li nr="d."><al>voor zover van toepassing, een verklaring waaruit
                                                blijkt dat de exploitant bevoegd is de aangegeven
                                                rechtspersoon te vertegenwoordigen;</al></li><li nr="e."><al>een recent bewijs van inschrijving in het
                                                Handelsregister van de Kamer van Koophandel</al></li><li nr="f."><al>een bewijs van inschrijving bij de belastingdienst
                                                ten aanzien van loon-, inkomsten- en/of
                                                omzetbelastingen, met bijbehorende
                                                BTW-nummer(s);</al></li><li nr="g."><al>een door de GGD Rivierenland namens het college van
                                                burgemeester en wethouders afgegeven verklaring,
                                                waaruit blijkt dat de inrichting voldoet aan de
                                                eisen in het kader van de hygiëne en
                                                volksgezondheid, dan wel een verklaring waaruit
                                                blijkt welke aanpassingen moeten worden gepleegd om
                                                de inrichting aan deze eisen te laten voldoen;</al></li><li nr="h."><al>een situatietekening, tenminste schaal 1 : 1000,
                                                waaruit de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                                seksinrichting blijkt;</al></li><li nr="i."><al>een nauwkeurige plattegrondtekening van de gehele
                                                seksinrichting, schaal tenminste 1 : 100, met
                                                vermelding van de oppervlakte van de verschillende
                                                ruimten in m2 . Tevens dient per ruimte de functie
                                                aangegeven te worden;</al></li><li nr="j."><al>de huisregels zoals bedoeld in artikel 12, lid 4 van
                                                de “Nadere regels”, vastgesteld op grond van artikel
                                                3:3.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant noch de beheerder: </al><lijst><li nr="a."><al>staat onder curatele en/of is ontzet uit de
                                                ouderlijke macht of de voogdij; </al></li><li nr="b."><al>is in enig opzicht van slecht levensgedrag; </al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet
                                                bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant
                                        noch de beheerder: </al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                                Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst
                                                of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
                                                van Strafrecht ter beschikking gesteld; </al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van zes maanden of meer door de rechter in
                                                Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                                door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                                naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                                hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het
                                                Wetboek van Strafvordering is toegelaten; </al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                                rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of
                                                meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                                                van bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                Wet arbeid vreemdelingen, de artikelen 137c tot en
                                                met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a
                                                (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis,
                                                426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                                Strafrecht, de artikelen 8 en 162, derde lid,
                                                alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel
                                                163 van de Wegenverkeerswet 1994, de artikelen 1,
                                                onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                                kansspelen, de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                weerkorpsen en/of de artikelen 54 en/of 55 van de
                                                Wet wapens en munitie. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan € 375 bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                                vergunning; </al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van de intrekking van deze
                                                vergunning. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De exploitant noch de beheerder is binnen de laatste vijf
                                        jaar exploitant en/of beheerder geweest van een
                                        seksinrichting of escortbedrijf welke voor ten minste een
                                        maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of
                                        waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, of een
                                        vergelijkbare vergunning is ingetrokken, tenzij aannemelijk
                                        is dat hem terzake geen verwijt treft. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                        bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                        sluitingstijden vaststellen. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben en/of daarin bezoekers toe te laten en/of te laten
                                        verblijven gedurende de op grond van lid 1 opgelegde
                                        sluitingstijden.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid, dan wel krachtens artikel 3:7,
                                        eerste lid, gesloten dient te zijn. </al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                        voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 1:8 en 3:13 genoemde belangen
                                        of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                        hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: </al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6,
                                                eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren
                                                vaststellen; </al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                                tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                                bevelen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in
                                        het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend
                                        overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.
                                    </al></li><li nr="3."><al>Het is de exploitant of beheerder van een seksinrichting
                                        verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten
                                        verblijven, zolang de sluiting als bedoeld in lid 1 onder a
                                        en b van kracht is. </al></li><li nr="4."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid, onder a en b gesloten dient te
                                        zijn. </al></li><li nr="5."><al>Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van
                                        belanghebbende(n) door het bevoegd bestuursorgaan worden
                                        opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en
                                        omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel
                                        voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de
                                        gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                        vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting
                                        aanwezig is. </al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                                ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                                (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
                                                de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                                (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van
                                                het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de
                                                Wet wapens en munitie; en </al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                                strijd met hetgeen bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet is bepaald.
                                            </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                        op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
                                        te nodigen dan wel aan te lokken: </al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt ook op op openbare
                                        plaatsen waar inrichtingen zijn gevestigd als bedoeld in
                                        artikel 3:1, derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak (huurder of
                                        gebruiker) verboden, daarin een sekswinkel te exploiteren in
                                        door het college van burgemeester en wethouder in het belang
                                        van de openbare orde of de woon-en leefomgeving aangewezen
                                        gebieden of delen van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan van het in
                                        het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid wordt alleen
                                        verleend indien geen strijd ontstaat met de in artikel 1:8
                                        genoemde belangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Erotisch-porno­grafi­sche goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen of dit te laten doen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat het
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        ge­dachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid
                                        van de Grondwet.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden;</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken
                                na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf
                                weken verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, wordt de vergunning als
                                bedoeld in artikel 3.4. eerste lid geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke
                                        toestand niet met het in de aanvrage vermelde in
                                        overeenstemming zal zijn;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant - indien een rechtspersoon: de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde
                                        natuurlijke perso(o)n(en) of de beheerder niet voldoet aan
                                        de in artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="c."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; of één van
                                        voornoemde plannen, wanneer deze aantoonbaar in
                                        voorbereiding is; </al></li><li nr="d."><al>er aanwijzingen zijn dat dat in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                        strijd met artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde; </al></li><li nr="e."><al>de aanvrager niet door het overleggen van een door het
                                        college van burgemeester en wethouders afgegeven
                                        geschiktheidverklaring kan aantonen dat het bedoelde pand
                                        voldoet aan de ex artikel 3:3 gestelde nadere regels;</al></li><li nr="f."><al>het maximaal aantal af te geven vergunningen voor
                                        seksinrichtingen of escortbedrijven is verleend;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsvoorwaarden van de prostituee onvoldoende
                                        gewaarborgd zijn.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                        vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                        seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                        beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis
                                        aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, negende
                                        lid, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan
                                        binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                        schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                        indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                        exploitant heeft besloten de verleende vergunning
                                        overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het
                                        bepaalde in artikel 3:13 onder b, is van overeenkomstige
                                        toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Besluit: het Besluit houdende algemene regels voor
                                        inrichtingen milieubeheer;</al></li><li nr="2."><al>Inrichting: een inrichting type A of type B, als bedoeld in
                                        het besluit;</al></li><li nr="3."><al>Houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="4."><al>Collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="5."><al>Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.</al></li><li nr="6."><al>Geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting</al></li><li nr="7."><al>Geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="8."><al>Onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit, de voorwaarden met betrekking tot de
                                        verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de
                                        buitenlucht in art. 4.113 van het Besluit en artikel 4:5 van
                                        deze verordening gelden niet voor maximaal 8 door het
                                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan het
                                        college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of
                                        meer van delen van de gemeente Culemborg. </al></li><li nr="3."><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als be­doeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="5."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op 1
                                        meter van de gevel van gevoelige gebouwen. </al></li><li nr="6."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het vijfde lid is inclusief
                                        onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                        muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                        buiten beschouwing gelaten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele
                                        festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de waarden
                                        bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit
                                        en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn
                                        mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor
                                        de aanvang van de festiviteithet college daarvan in kennis
                                        heeft gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om in afwijking van artikel
                                        4.113, eerste lid van het besluit, tijdens maximaal 6
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
                                        langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten, mits
                                        de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
                                        aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis
                                        heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van de
                                        kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan
                                        wanneer het in het derde lid bedoelde formulier, volledig en
                                        naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op
                                        dat formulier vermeld. </al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan
                                        wanneerhet college op verzoek van de houder van een
                                        inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs
                                        niet te voorzien was, terstond toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op 1
                                        meter van de gevel van geluidgevoelige gebouwen.</al></li><li nr="7."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit en artikel 4:5 van deze verordening om 24:00 uur
                                        beëindigd. De geluidsnorm is inclusief onversterkte muziek
                                        en exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege muziekcorrectie. Tevens
                                        wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing
                                        gelaten.</al></li><li nr="8."><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor het
                                        bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                        buitenruimte.</al></li><li nr="9."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                        deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten
                                        van personen of goederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                                gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren
                                                of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                                terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                                voor zover het woningen betreft, gelden in
                                                geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld
                                                in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                                toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al><al/></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="47*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00 – 19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00 – 23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00 – 7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van maximaal 6 uur in de week is onversterkte
                                        muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals
                                        orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een
                                        inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd
                                        van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien
                                        versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                        elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte
                                        muziek en is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de wet
                                        milieubeheer of in de zin van het Besluit, toestellen of
                                        geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                        verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of
                                        overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                        veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde
                                        ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien het
                                        straatmuzikanten betreft die voldoen aan door het college te
                                        stellen nadere regels ten aanzien van plaatsen, tijden, duur
                                        en wijze van optreden. </al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                        milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder,
                                        de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van
                                        Strafrecht, , de Wet openbare manifestaties, de
                                        Luchtvaartwet, het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1994, of het Vuurwerkbesluit.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7A</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een daarvoor door het college
                                        bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de
                                        Wet Milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de
                                        bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of
                                        anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven
                                        tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>het overeenkomstig de afvalstoffenverordening Regio
                                                Rivierenland ter inzameling aanbieden van
                                                huishoudelijke afvalstoffen of
                                                bedrijfsafvalstoffen;</al></li><li nr="b."><al>het thuis composteren van groenten-, fruit- en
                                                tuinafval;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg
                                                geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg
                                                van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen,
                                                dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op
                                                of aan de weg. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover
                                        in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                        regionale afvalstoffenverordening, de Wet Bodemsanering of
                                        het Bouwstoffenbesluit. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7B</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder straatafval:
                                        huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en
                                        gewicht, zoals proppen, papier, plastic bekertjes en
                                        blikjes, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten
                                        een perceel. Tevens wordt verstaan onder straatafval;
                                        uitwerpselen van honden die conform het bepaalde bij of
                                        krachtens art. 2:58 worden opgeruimd. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te
                                        laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of
                                        anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of
                                        soortgelijke voorwerpen. </al></li><li nr="3."><al>Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval
                                        achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins
                                        geplaatste of voorgeschreven bakken , manden of soortgelijke
                                        voorwerpen. </al></li><li nr="4."><al>De in het tweede en derde lid gestelde verboden gelden niet
                                        voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de regionale afvalstoffenverordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7C</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                    promotiemateriaal</titel></kop><al>Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of ander
                                promotiemateriaal onder het publiek verspreidt of doet verspreiden,
                                is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of
                                te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van
                                uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke
                                plaats door het publiek worden weggeworpen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7D</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                    werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig
                                        te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden
                                        te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu
                                        nadelig kan worden beïnvloed. </al></li><li nr="2."><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van
                                        afvalstoffen, stoffen of voorwerpen de weg wordt
                                        verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed is
                                        degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens
                                        opdrachtgever verplicht de weg te reinigen of te laten
                                        reinigen:</al><lijst><li nr="a."><al>direct na het ontstaan van de verontreiniging,
                                                indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid
                                                van het verkeer of beschadiging van het wegdek
                                                oplevert;</al></li><li nr="b."><al>direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien
                                                de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid
                                                van het verkeer of beschadiging van het wegdek
                                                oplevert;</al></li><li nr="c."><al>indien de werkzaamheden langer dan één dag duren,
                                                elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.
                                            </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7E</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                    drinkwaren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De houder of beheerder van een winkel, hal, kraam of andere
                                        dergelijke inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden
                                        verkocht welke ter plaatse kunnen worden genuttigd, is
                                        verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een mand, bak of soortgelijk voorwerp in of nabij de
                                                inrichting op een duidelijk zichtbare plaats
                                                aanwezig te hebben, waarin het publiek papier,
                                                etensresten, verpakkingsmateriaal en ander afval kan
                                                achterlaten;</al></li><li nr="b."><al>zorg te dragen dat die mand, die bak of dat
                                                soortgelijke voorwerp van een zoda­nige constructie
                                                is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft
                                                en dat die mand, die bak of dat voorwerp steeds
                                                tijdig wordt geledigd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De houder of beheerder van een inrichting bedoeld in het
                                        eerste lid is verplicht te zorgen dat dagelijks, uiterlijk
                                        een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval
                                        terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met
                                        het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel,
                                        in de nabijheid van de inrichting op de weg achtergebleven
                                        stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk uit of van die
                                        in­richting afkomstig, worden verwijderd.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en het tweede lid gestelde verplichting
                                        geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                        voorschriften van toepassing zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7F</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een
                                voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende
                                een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                                dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10
                                                centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld.
                                                In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede
                                                van de dikste stam. In het kader van een herplant-
                                                of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften
                                                gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen
                                                kleiner dan 10 centimeter dwarsdoorsnede op 1,3
                                                meter boven het maaiveld;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
                                                bomen;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                                opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="d."><al>dunning: velling ter bevordering van het
                                                voortbestaan van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                                vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                                Boswet;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                                        ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11A</nr><titel>Kapvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                        houtopstand te vellen of te doen vellen welke op een
                                        stamhoogte van 1,3 meter boven het maaiveld een omtrek van
                                        60 centimeter of meer heeft, of die in het kader van een
                                        opgelegde herplantplicht aangeplant zijn.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod als bedoeld in lid 1 geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of
                                                langs landbouw gronden, beide voorzover bestaande
                                                uit niet-geknotte populieren of wilgen;</al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen, met uitzondering van
                                                hoogstamfruitbomen, en windschermen om
                                                boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te
                                                dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                                bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
                                                geveld;</al></li><li nr="f."><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij
                                                het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en
                                                die gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de
                                                houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die niet
                                                groter is dan 10 are en/of bestaat uit rijbeplanting
                                                van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale
                                                aantal rijen;</al></li><li nr="g."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                                Plantenziektewet of het bepaalde in art. 4:11
                                                F;</al></li><li nr="h."><al>houtopstand die moet worden geveld in verband met
                                                het beperken van acuut gevaar voor de veiligheid van
                                                personen of goederen</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is de zakelijk gerechtigde op een houtopstand verboden
                                        toe te staan dat met betrekking tot deze houtopstand wordt
                                        gehandeld in strijd met hetgeen bij of krachtens deze
                                        afdeling is bepaald. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11C</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder
                                voorschriften verlenen in het belang van</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand; </al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                        dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11D</nr><titel>Herplant</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan aan een vergunning als bedoeld in
                                        artikel 4:11A de voorwaarde verbinden dat binnen een
                                        bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te
                                        geven aanwijzingen moet worden herplant. Wordt deze
                                        voorwaarde aan een vergunning verbonden, dan kan daarbij
                                        tevens worden bepaald binnen welke termijn en op welke wijze
                                        niet geslaagde herbeplanting moet worden vervangen. </al></li><li nr="2."><al>Indien een houtopstand wordt geveld in strijd met hetgeen
                                        bij of krachtens deze afdeling is bepaald, dan kan het
                                        bevoegd gezag degene die een vergunning heeft aangevraagd
                                        dan wel had behoren aan te vragen en/of de zakelijk
                                        gerechtigde van de grond verplichten binnen een bepaalde
                                        termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven
                                        aanwijzingen tot herplant over te gaan. Wordt een dergelijke
                                        verplichting opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald
                                        binnen welke termijn en op welke wijze niet geslaagde
                                        herbeplanting moet worden vervangen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11E</nr><titel>Bruikbaarheid vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan gebruik maken van de mogelijkheid als
                                        bedoeld in art. 6:16 Algemene wet bestuursrecht door bij
                                        voorschrift te bepalen dat van de vergunning geen gebruik
                                        gemaakt kan worden totdat: </al><lijst><li nr="a."><al>de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is
                                                verstreken zonder dat bezwaar of beroep is
                                                ingediend;</al></li><li nr="b."><al>beslist is op een verzoek om een voorlopige
                                                voorziening;</al></li><li nr="c."><al>beslist is op het beroep van derden en geen verzoek
                                                tot voorlopige voorziening is gedaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De voorschriften als bedoeld in lid 1 gelden in ieder geval
                                        voor vergunningen die op grond van artikel 3.9 derde lid van
                                        de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van rechtswege
                                        zijn verleend en die betrekking hebben op bomen op of aan de
                                        weg. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen, waar het verboden is
                                        bepaalde voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                        aanwezig te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Een aanwijzingsbesluit als bedoeld in lid 1 strekt ertoe het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente te beschermen en/of
                                        overlast of gevaar voor de volksgezondheid te voorkomen of
                                        op te heffen. </al></li><li nr="3."><al>Een aanwijzingsbesluit als bedoeld in lid 1 kan alleen
                                        betrekking hebben op plaatsen gelegen buiten een inrichting
                                        in de zin van de wet Milieubeheer, buiten de weg als bedoeld
                                        in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 en in de
                                        openlucht. </al></li><li nr="4."><al>Een aanwijzingsbesluit als bedoeld in lid 1 kan voorts
                                        alleen betrekking hebben op de volgende voorwerpen en/of
                                        stoffen: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 1:1, onder L,
                                                boten, of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of
                                                aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
                                                verhuur of anderszins voor een commercieel
                                                doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen;</al></li><li nr="e."><al>inzamelmiddelen zoals bedoeld in de
                                                afvalstoffenverordening regio Rivierenland.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan bij haar aanwijzingsbesluit nadere regels
                                        stellen, met inachtneming waarvan het verbod als bedoeld in
                                        art. 1 niet geldt. </al></li><li nr="6."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        ruimtelijke ordening, de afvalstoffenverordening Regio
                                        Rivierenland of de Provinciale Verordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college
                                        handelsreclame te maken of te laten maken die vanaf de weg
                                        zichtbaar is. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in art. 1.8. kan een vergunning
                                        als bedoeld in lid 1 worden geweigerd ter bescherming van
                                        het uiterlijk aanzien van de gemeente. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod uit het eerste lid geldt niet voor
                                        reclame-uitingen die: </al><lijst><li nr="a."><al>zich bevinden in het inwendige deel van een
                                                onroerende zaak;</al></li><li nr="b."><al>aangebracht zijn op of bij een onroerende zaak en
                                                betrekking hebben op het beroep, de dienst of het
                                                bedrijf dat in die zaak wordt verricht of waartoe
                                                die zaak is bestemd;</al></li><li nr="c."><al>aangebracht zijn op of bij een onroerende zaak en
                                                betrekking hebben op de verkoop, verhuur of
                                                verpachting van die zaak; </al></li><li nr="d."><al>betrekking hebben op openbaar vervoer; </al></li><li nr="e."><al>aangebracht zijn op of bij bouwwerken in uitvoering
                                                en betrekking hebben op die uitvoering.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Vergunningvrije reclame-uitingen als bedoeld in lid 3 mogen
                                        geen aantasting opleveren van de verkeersveiligheid, de
                                        openbare orde, het milieu, de volksgezondheid of het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente. </al></li><li nr="5."><al>Het gestelde in dit artikel geldt niet voor zover in het
                                        onderwerp wordt voorzien door of krachtens de woningwet, de
                                        monumentenwet, de wet milieubeheer, de provinciale
                                        landschapsverordening of de artikelen 2:42 en 2:10 A t/m D
                                        van deze verordening </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=40">artikel 40 van de Woningwet</extref> is vereist, dat bestemd of
                                opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
                                recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
                                        bestemd of mede-bestemd. </al></li><li nr="2."><al>Dit verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen gebruik voor korte perioden door de rechthebbende
                                        op een terrein. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                                        eerste lid. </al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod in
                                        artikel 4:18 eerste lid niet geldt. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang
                                        van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen
                                                of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid;</al></li><li nr="e."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="f."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1A</nr><titel>Onevenredig gebruik van beschikbare parkeerruimte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder parkeren: parkeren als bedoeld
                                in artikel 1, onder ac, van het RVV 1990.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, ver­boden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 50 meter met als
                                                middelpunt een van deze voertuigen; </al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                        gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende
                                                de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor
                                                deze werkzaamheden</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de
                                                in het eerste lid genoemde persoon.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3 Voertuigen</nr><titel>met commerciële intenties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is met het oog op de verdeling van de beschikbare
                                        parkeerruimte verboden op door het college aange­wezen wegen
                                        of weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke
                                        doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Het is met het oog op de beschikbare parkeerruimte verboden
                                        een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                        handels­re­clame, op de weg te parkeren met het kennelijk
                                        doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid bedoelde
                                        verboden ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4 </nr><titel>Defecte voertuigen en wrakken.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is met het oog op de verdeling van de beschikbare
                                        parkeerruimte verboden een voertuig waarmee als gevolg van
                                        andere dan eenvoudig te ver­helpen gebreken niet kan of mag
                                        worden gereden, langer dan op drie achtereen­vol­gende dagen
                                        op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het is met het oog op de verdeling van de beschikbare
                                        parkeerruimte verboden een voertuig dat rijtechnisch in
                                        onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                        verwaarloosde toestand verkeert op de weg te plaatsen of te
                                        hebben. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod in lid 2 geldt niet voor zover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeervoertuigen en dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is met het oog op de beschikbare parkeerruimte verboden
                                        een voertuig dat uitsluitend of mede voor de recreatie dan
                                        wel anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebruikt langer dan op vijf achtereenvolgende dagen en/of
                                        meer dan 35 dagen per kalenderjaar op of aan een door het
                                        college daartoe aangewezen weg te plaatsen of te hebben.
                                    </al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod uit het
                                        eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                        Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8 </nr><titel>Overige grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is met het oog op de beschikbare parkeerruimte verboden
                                        een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte
                                        heeft van meer dan 6 meter te parkeren op door het college
                                        daartoe aangewe­zen wegen en tijden.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun
                                        anderszins hinder of overlast wordt aan­gedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende
                                        de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het
                                        uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
                                        voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Aantasting van het uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan met het oog op het uiterlijk aanzien van de
                                        gemeente tijden en plaatsen aanwijzen waar het verboden is
                                        om: </al></li><li nr="a."><al>voertuigen die met inbegrip van lading, een lengte hebben
                                        van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter
                                        en/of; </al></li><li nr="b."><al>voertuigen die uitsluitend of mede voor de recreatie dan wel
                                        anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden worden
                                        gebruikt en/of; </al></li><li nr="c."><al>voertuigen die zijn voorzien van een aanduiding van
                                        handels­re­clame en/of</al></li><li nr="d."><al>voertuigen die in een kennelijk verwaarloosde toestand
                                        verkeren</al></li><li nr="e."><al>te plaatsen of te hebben op zodanige wijze dat deze vanaf
                                        een openbare plaats zichtbaar zijn. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                                        eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door dan wel deze
                                        te doen laten of te laten staan in een park of plantsoen of
                                        een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
                                    </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                        toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen zoals bedoeld in artikel 5:1 eerste
                                                lid</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                                uitvoering van werkzaam­heden door of vanwege de
                                                overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend
                                                voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan openbare plaatsen aanwijzen waar het in het
                                        belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, de
                                        openbare orde, de volksgezondheid en/of het doelmatig beheer
                                        verboden is om: </al></li><li nr="a."><al>fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde
                                        ruimten of plaatsen te laten staan en/of; </al></li><li nr="b."><al>fietsen of bromfietsen te plaatsen die rijtechnisch in
                                        onvoldoende staat van onderhoud en/of in verwaarloosde
                                        toestand verkeren. </al></li><li nr="c."><al>fietsen of bromfietsen langer dan een door het college
                                        bepaalde periode te laten staan in een daartoe bestemde
                                        openbare (brom)fietsstalling. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen te laten staan bij,
                                        tegen of bevestigd aan; straatverlichting, straatmeubilair
                                        (uitgezonderd fietsenrekken), verkeersaanduidingen en andere
                                        openbare voorzieningen die daar naar hun aard niet voor
                                        bestemd zijn.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een
                                        bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een
                                        raamkozijn, een deur, gevel dan wel in de ingang van een
                                        portiek, indien dit in strijd is met de uitdrukkelijk
                                        verklaarde wil van de gebruiker en/of indien daardoor een
                                        ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goed</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                        inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsomschrijving venten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze paragraaf wordt onder venten verstaan: het in de
                                        uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                        verkopen of afleveren van goederen, dan wel diensten aan te
                                        bieden op een openbare en in de openlucht gelegen plaats of
                                        aan huis. </al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                                degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel
                                                als bedoeld in artikel 1 van de
                                                Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                                jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                                eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                                snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22 van deze
                                                verordening;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                                standplaats als bedoeld in het eerste lid op een
                                                standplaats als bedoeld in artikel 5:17 van deze
                                                verordening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde,
                                        de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in
                                        gevaar komt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen en op maandagen t/m
                                        zaterdagen tussen 21:00 uur en 9:00 uur.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:15 geldt niet voor venten met
                                        gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                        worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van
                                        de Grondwet.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de activiteiten als bedoeld in het eerste
                                        lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan door het college aangewezen wegen of
                                                gedeelten daarvan, en/of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde
                                        krachtens het tweede lid.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsomschrijving standplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats: het
                                        vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht
                                        gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                        goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van
                                        fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
                                    </al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld
                                                in artikel 160, eerste lid aanhef en onder h, van de
                                                Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel
                                                2:24;</al></li><li nr="c."><al>plaatsen op snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                                                5:22.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                                redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien de standplaats in strijd is met een geldend
                                                bestemmingsplan;</al></li><li nr="c."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door
                                                het verlenen van een vergunning voor een standplaats
                                                voor de verkoop van goederen een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                                gevaar komt. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt
                                ingenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><al>Het verbod van artikel 5:18 eerste lid geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, De wet milieubeheer, de Woningwet, het
                                Provinciaal wegenreglement, het bouwbesluit of de daaruit
                                voortvloeiende regelgeving.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een
                                        markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar
                                        goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden
                                        vanaf een standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                                eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                                Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        snuffelmarkt te organiseren of te doen organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Het is de rechthebbende op een gebouw verboden toe te staan
                                        dat zonder vergunning van de burgemeester in dat gebouw een
                                        snuffelmarkt wordt georganiseerd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                        nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in
                                        de zin van de Winkeltijdenwet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college.</al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de
                                        daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek
                                        van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening,
                                        de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen
                                        of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                        beschikbaar te stellen op door het college aangewezen
                                        gedeelten van openbaar water. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan met betrekking tot het innemen van
                                        ligplaatsen en voor gedeelten van openbaar water, die niet
                                        op grond van lid 1 zijn aangewezen: </al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                                orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en
                                                het aanzien van de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
                                            </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        of de Provinciale landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                        bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een
                                        vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
                                        veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                                        openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne
                                        en het aanzien van de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                        vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot
                                        het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                        volgen. </al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        of de Provinciale landschapsverordening .</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5:25 en 5:26
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van bij of namens de gemeente
                                        in beheer zijnde openbaar water, havens, dijken, wallen,
                                        kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen,
                                        zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                        aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel, dan wel dit voor dadelijk gebruik ongeschikt te
                                maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is, verboden zich
                                        zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in
                                        openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin
                                        te begeven of te bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, of een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 hobbymatig,
                                        bij wijze van proefrit, wedstrijdmatig, of ter voorbereiding
                                        op een wedstrijd, een rit te houden of te doen houden dan
                                        wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                                aanzien van de omgeving en ter bescherming van
                                                andere milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers
                                                van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en
                                                ritten of van het publiek. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat. </al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                                        sportmotoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                                1990;</al></li><li nr="b."><al>een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i,
                                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
                                            </al></li><li nr="c."><al>een fiets;</al></li><li nr="d."><al>een rijdier. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                                milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.
                                            </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van rijdieren die: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste staan van politie, brandweer en
                                                geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens
                                                artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en
                                                Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten; </al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                                of exploitatie van de terreinen als in het eerste
                                                lid bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die
                                                krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                                uitgevoerd; </al></li><li nr="d."><al>zakelijk gerechtigden, huurders en pachters zijn van
                                                percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in
                                                het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>in de hoedanigheid van bezoekers en/of verzorgers
                                                van de onder d bedoelde personen toegang tot die
                                                personen moeten hebben. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                                b, van de Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale
                                                verordening 'Stiltegebieden' aangewezen
                                                stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                                'toestel'. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                                geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, </al><al>en voor zover deze activiteiten door bijvoorbeeld
                                                extreme droogte, harde wind of anderszins geen
                                                gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                                opleveren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
                                        het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                                crematoriumterreinen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                        termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in
                                        het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg
                                        draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen
                                    bepaalde en/of van de op grond van artikel 1:4 daaraan verbonden
                                    voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van
                                    ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie,
                                    al dan niet onder openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. </al><al>artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden); </al><al>artikel 2:1A (verstoring openbare orde)</al><al>artikel 2:10A (vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of
                                    aan de weg etc…); </al><al>artikel 2:11 (aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg); </al><al>artikel 2:12 (maken en veranderen van een uitweg); </al><al>artikel 2:16 (openen straatkolken e.d); </al><al>artikel 2:19 (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp); </al><al>artikel 2:20 (vallende voorwerpen); </al><al>artikel 2:21 (voorzieningen voor verkeer en verlichting); </al><al>artikel 2:25 (evenement); </al><al>artikel 2:26 (ordeverstoring); </al><al>artikel 2:28 (exploitatie horecabedrijf); </al><al>artikel 2:29A (sluitingstijd terras);</al><al>artikel 2:29B (venstertijd);</al><al>artikel 2:31 (aanwezigheid in gesloten horecabedrijf); </al><al>artikel 2:32 (handel in horecabedrijf)</al><al>artikel 2:33 (ordeverstoring); </al><al>artikel 2:36 (kennisgeving exploitatie); </al><al>artikel 2:38 (verschaffing gegevens nachtregister);</al><al>artikel 2:39 (speelgelegenheden); </al><al>artikel 2:40 (kansspeelautomaten)</al><al>artikel 2:41 (betreden gesloten woning of lokaal); </al><al>artikel 2:42 (plakken en kladden); </al><al>artikel 2:59 (gevaarlijke honden); </al><al>artikel 2:32 (handel in horecabedrijf); </al><al>artikel 2:72 (ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk); </al><al>artikel 2:73 (bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling); </al><al>artikel 2:74 (drugshandel op straat);</al><al>artikel 2:77A (verblijfsontzeggingen);</al><al>artikel 2:77B (overlastgebied en groepsverbod)</al><al>artikel 3:4 (seksinrichting); </al><al>artikel 3:8 (aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder); </al><al>artikel 3:9 (straatprostitutie); </al><al>artikel 3:10 (sekswinkels); </al><al>artikel 3:11 (erotisch-pornografische goederen afbeeldingen en
                                    dergelijke); </al><al>artikel 4:7E (afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken
                                    van eet- en drinkwaren); </al><al>artikel 4:9 (toestand van sloten en andere wateren); </al><al>artikel 4:11A (kapvergunning); </al><al>artikel 4:13 (opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz..); </al><al>artikel 4:15 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclames e.d.); </al><al>artikel 4:18 (recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen); </al><al>artikel 5:2 (voertuigen van autobedrijf e.d.); </al><al>artikel 5:3 (te koop aanbieden van voertuigen); </al><al>artikel 5:4 (defecte voertuigen en wrakken); </al><al>artikel 5:6 (kampeervoertuigen e.d.); </al><al>artikel 5:8 (overige grote voertuigen); </al><al>artikel 5:9 (parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen); </al><al>artikel 5:15 (ventverbod); </al><al>artikel 5:18 (standplaatsvergunning); </al><al>artikel 5:19 (toestemming rechthebbende)</al><al>artikel 5:23 (organiseren van een snuffelmarkt; </al><al>artikel 5:24 (voorwerpen op, in of boven openbaar water); </al><al>artikel 5:25 (ligplaats woonschepen en overige vaartuigen); </al><al>artikel 5:26 (aanwijzingen ligplaats); </al><al>artikel 5:27 (verbod innemen ligplaats); </al><al>artikel 5:28 (beschadigen van waterstaatswerken); </al><al>artikel 5:29 (reddingsmiddelen); </al><al>artikel 5:32 (crossterreinen); </al><al>artikel 5:33 (beperking verkeer in natuurgebieden); </al><al>artikel 5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                                    inrichtingen). </al></li><li nr="2."><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen
                                    bepaalde en/of van de op grond van artikel 1:4 daaraan verbonden
                                    voorschriften en beperkingen wordt gestraft met geldboete van de
                                    eerste categorie: </al><al>artikel 2:15 (uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp); </al><al>artikel 2:43 (vervoer plakgereedschap e.d.); </al><al>artikel 2:44 (vervoer inbrekerswerktuigen);</al><al>artikel 2:47 (hinderlijk gedrag of openbare plaatsen); </al><al>artikel 2:48 (verboden drankgebruik); </al><al>artikel 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen); </al><al>artikel 2.50 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten); </al><al>artikel 2:52 (overlast van fiets of bromfiets op markt- en
                                    kermisterrein e.d.); </al><al>artikel 2:57 (loslopende honden, verboden plaatsen); </al><al>artikel 2:58 (verontreiniging door honden); </al><al>artikel 2:60 (houden van hinderlijke of schadelijke dieren); </al><al>artikel 2:62 (loslopend vee en pluimvee); </al><al>artikel 2:65 (bedelarij)</al><al>artikel 4:3 (kennisgeving incidentele festiviteiten); </al><al>artikel 4:5 (onversterkte muziek);</al><al>artikel 4:6 (overige geluidhinder); </al><al>artikel 4:7A (voorkomen van diffuse milieuverontreiniging);</al><al>artikel 4:7B (achterlaten van straatafval);</al><al>artikel 4:7C (wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                    promotiemateriaal);</al><al>artikel 4:7D (zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of
                                    overige werkzaamheden);</al><al>artikel 4:7F (straatvegen); </al><al>artikel 4:8 (natuurlijke behoefte doen); </al><al>artikel 5:11 (aantasting groenvoorziening door voertuigen); </al><al>artikel 5:12 (overlast van fiets of bromfiets); </al><al>artikel 5:13 (inzameling van geld of goed); </al><al>artikel 5:30 (veiligheid op het water); </al><al>artikel 5:31 (overlast aan vaartuigen); </al><al>artikel 5:36 (verboden plaatsen); </al><al>artikel 5:37 (hinder of overlast). </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast: .</al><lijst><li nr="a."><al>Alle ambtenaren die zijn aangesteld bij de gemeente
                                            Culemborg en die blijkens hun functiebeschrijving zijn
                                            belast met de handhaving van hetgeen bij of krachtens
                                            deze verordening is bepaald. </al></li><li nr="b."><al>De bijzondere opsporingsambtenaren die extern worden
                                            ingehuurd ter handhaving van het hetgeen bij of
                                            krachtens deze verordening is bepaald.</al></li><li nr="c."><al>De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 3, eerste
                                            lid, onder a en c, en tweede lid van de Politiewet
                                            1993</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Culemborg
                                    2010-1 wordt ingetrokken. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op achtste dag na die waarop
                                    zij is bekendgemaakt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel Algemene
                            Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van de raad gehouden op 15 december
                        2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier De burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>P.J. Peters R. van Schelven </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>