<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84296_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Culemborg</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Culemborg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Culemborgse Courant 21-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 229 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-12-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad van de gemeente Culemborg; gelezen het voorstel van het
                        college van burgemeester en wethouders nr. 1101996/793;</al><al>gelet artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de
                        Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al>“Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2012 “</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                onderdeel h, van de Woningwet (Stb. 1991, 439); </al></li><li nr="b."><al>woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                onderdeel e, van de Woningwet; </al></li><li nr="c."><al>huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder
                                van de standplaats c.a., waarin de huurbepalingen voor de
                                standplaats zijn geregeld. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het hebben van een
                        standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de
                        standplaats verband houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de
                        standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt de
                        hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt
                        naar de omstandigheden beoordeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de
                        standplaats een huurovereenkomst geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Op de daarvoor aangewezen locaties wordt een recht als bedoeld in artikel 2
                        geheven en bedraagt het per belastingjaar € 1.200,00 per staanplaats</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het
                        belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al><lijst><li nr="1."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is
                                het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na
                                de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven. </al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing
                                wordt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als
                                er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog
                                volle kalendermaanden overblijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als
                                er, met inbegrip van de maand van dagtekening van het aanslagbiljet,
                                nog maanden in het belastingjaar overblijven. De eerste termijn
                                vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
                                de volgende termijnen telkens een maand later. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval van
                                dagtekening van het aanslagbiljet na het einde van het belastingjaar
                                dat de aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag
                                van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                                het aanslagbiljet is vermeld. </al></li><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van staangeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening op de heffing en invordering van Staangeld 2010’,
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012. </al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening op de heffing en
                                invordering van staangeld 2012’.</al><al/><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van de Raad, </ondertekening><ondertekening>gehouden op 15 december 2011</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>P. Peters R. van Schelven</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>