<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR84141_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt, 29-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 1998</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wetboek van Strafvordering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-05-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Dossiercode; 303167</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Parkeerverordening 1991 zoals deze is vastgesteld bij raadsbesluit van 20 januari 1994.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Harderwijk; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2005,
                        nummer 105; </al><al/><al>gelet op de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, de gemeentewet en
                        het Wetboek van Strafvordering;; </al><al/><al>besluit: </al><al> Parkeerverordening. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="A."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stb 459;</al></li><li nr="B."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990;</al></li><li nr="C."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="D."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven
                                    kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het
                                    voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het
                                    parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="E."><al>algemene vergunning: de door burgemeester en wethouders
                                    verleende vergunning krachtens welke het is toegestaan een
                                    motorvoertuig te parkeren op alle daartoe aangewezen
                                    vergunningplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen en de kelder van
                                    het stadhuis;</al></li><li nr="F."><al>bewoner: de belanghebbende die blijkens het bevolkingsregister
                                    in de binnenstad woont;</al></li><li nr="G."><al>binnenstad: gebied II zoals aangegeven op de tekening behorende
                                    bij het besluit, bedoeld in artikel 2 van deze verordening;</al></li><li nr="H."><al>invalidenparkeerkaart: zoals bedoeld in artikel 85 van het RVV
                                    1990;</al></li><li nr="I."><al>invalidenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990;</al></li><li nr="J."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van centrale parkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="K."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="L."><al>parkeerplaats: het als zodanig aangegeven gedeelte van een weg
                                    of terrein dat bestemd is om te parkeren;</al></li><li nr="M."><al>parkeerkelder stadhuis: de onder het stadhuis aanwezige
                                    parkeerkelder die als zodanig op de kaart is aangegeven op de
                                    kaart behorende bij het besluit, bedoeld in artikel 2 van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="N."><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    vergunningplaatsen en/of in de parkeerkelder stadhuis;</al></li><li nr="O."><al>vergunningbewijs: het schriftelijk bewijsstuk van de vergunning,
                                    verstrekt door burgemeester en wethouders aan de
                                    vergunninghouder;</al></li><li nr="P."><al>vergunningplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9
                                    uit bijlage 1 van het RVV 1990 of gelegen is binnen een zone,
                                    aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 voorzover
                                    deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li><li nr="Q."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend;</al></li><li nr="R."><al> werker: de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer
                                    deze een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                    vergunningplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                    gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; </al></li><li nr="S."><al>zware werker: werker die valt onder ten minste één van de
                                    volgende categorieën:</al><lijst><li nr="-"><al>zij die levensreddende of spoedeisende medische hulp
                                            verrichten of moeten verrichten in de binnenstad;</al></li><li nr="-"><al>zij die geregeld zware materialen moeten vervoeren of
                                            omvangrijk gereedschap bij zich hebben;</al></li><li nr="-"><al>zij die een winkel in de binnenstad gevestigd hebben in
                                            de uitvoering waarvan bezorging essentieel is, zijnde
                                            uitsluitend bloemenzaken, bakkers en groentezaken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzen parkeergelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen bij openbaar te maken besluit, de
                                weggedeelten en terreinen aan die bestemd zijn voor het parkeren
                                door vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de
                                parkeerregulering of om andere dringende redenen tijdelijk van de in
                                het eerste en/of tweede lid bedoelde beslissing bij openbaar te
                                maken besluit afwijkende maatregelen treffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van het bepaalde
                                in de volgende leden van dit artikel regels geven voor het aanvragen
                                en verlenen van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend
                                schriftelijk verzoek vergunning verlenen voor het parkeren op
                                daartoe aangewezen vergunningplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen of
                                in de kelder van het stadhuis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning, bedoeld in lid 1, geeft geen recht op een
                                parkeerplaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bewonersvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een bewoner zijnde eigenaar of houder van een motorvoertuig en geen
                                bewoner zijnde van een wooncomplex die parkeergelegenheid heeft op
                                eigen erf bijvoorbeeld Pius en Muntplein, kan in aanmerking komen
                                voor een vergunningplaats en/of een plaats in de kelder van het
                                stadhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid,
                                met uitzondering van bewoners van een wooncomplex met
                                parkeergelegenheid op eigen erf bijvoorbeeld Pius en Muntplein, in
                                het belang van de parkeerregulering een bewoner vergunning verlenen
                                voor een parkeerapparatuurplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het maximaal aantal uit te geven
                                vergunningen voor de vergunningplaatsen, parkeerkelder stadhuis en
                                parkeerapparatuurplaatsen vaststellen. Een bewoner wordt op verzoek
                                op een wachtlijst geplaatst wanneer het vastgestelde aantal
                                vergunningen is uitgegeven. Een vergunning wordt steeds verleend aan
                                de als eerste op een wachtlijst geplaatste bewoner.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die
                                niet voldoen aan één van de in het eerste en/of tweede lid genoemde
                                voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Werkersvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek
                                van de directie van een bedrijf een vergunning verlenen aan de
                                eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of
                                bedrijf uitoefent in een gebied waar vergunningplaatsen en/of mede
                                door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang is van diens
                                beroeps- of bedrijfsvoering noodzakelijk is in dit gebied een
                                motorvoertuig te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in
                                lid 1 aan een zware werker vergunning verlenen op een daartoe
                                aangewezen vergunningplaats en/of parkeerapparatuurplaats en/of
                                parkeerkelder stadhuis dan wel een algemene vergunning.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen
                                die niet voldoen aan de in lid 1 of 2 genoemde voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de vergunning, bedoeld in de artikelen 4 en 5 kunnen door
                                burgemeester en wethouders zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning de volgende
                                voorschriften verbinden:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwijzingen van politieambtenaren en andere door
                                        burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren dient
                                        onmiddellijk gevolg te worden gegeven;</al></li><li nr="b."><al>op een daartoe strekkend strekkend verzoek van de hiervoor
                                        genoemde ambtenaren dient het vergunningbewijs onmiddellijk
                                        aan hen overhandigd te worden;</al></li><li nr="c."><al>het is de vergunninghouder niet toegestaan om zijn
                                        vergunningbewijs, al dan niet tegen betaling, aan derden
                                        beschikbaar te stellen, met uitzondering van werkgevers die
                                        deze vergunningen aan de werknemers beschikbaar
                                        stellen;</al></li><li nr="d."><al>de vergunninghouder is verplicht om wijzigingen in één of
                                        meer van de omstandigheden die relevant waren voor het
                                        verstrekken van de vergunning terstond te melden aan
                                        burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="e."><al>bij het parkeren in het vergunningengebied moet een
                                        doorrijbreedte worden vrijgelaten die zodanig is dat een
                                        voertuig met een breedte van 2.60 meter te allen tijde
                                        ongehinderd kan passeren;</al></li><li nr="f."><al>indien de vergunning geldig is voor de kelder van het
                                        stadhuis mag daarvan geen gebruikgemaakt worden door auto's
                                        voorzien van een L.P.G.-installatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                                beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van
                                een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergunningtermijn en vergunningvorm</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt verleend voor een kalenderjaar of het deel
                                daarvan. Binnen dat tijdvak kan de geldigheidsduur worden beperkt
                                tot bepaalde dagen en/of tot bepaalde tijden en/of tot bepaalde
                                parkeerplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>het vergunningsbewijs vermeldt ten minste:</al><lijst><li nr="-"><al>naam van het bedrijf;</al></li><li nr="-"><al>het kenteken van het motorvoertuig;</al></li><li nr="-"><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="-"><al>de periode waarvoor de vergunning geldt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekking of wijziging van de vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>ingeval van overlijden van de vergunninghouder;</al></li><li nr="c."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied waarvoor de vergunning is
                                    verleend verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf
                                    beëindigt;</al></li><li nr="d."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor de
                                    vergunningverlening;</al></li><li nr="e."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen of wordt gewijzigd;</al></li><li nr="f."><al>indien aan de in het gebied gelegen terreinen of weggedeelten,
                                    waarvoor de vergunning is verleend, de bestemming voor
                                    parkeerdoeleinden wordt ontnomen;</al></li><li nr="g."><al>indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning
                                    verbonden voorschriften;</al></li><li nr="h."><al>wanneer blijkt, dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="i."><al>om redenen van openbaar belang;</al></li><li nr="j."><al>bij misbruik.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gebruik parkeerplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een vergunningplaats;</al></li><li nr="c."><al>in de kelder van het stadhuis.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij een parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan dat daardoor een normaal gebruik van die meter belemmerd
                                of verhinderd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden met een motorvoertuig te parkeren in strijd met
                                enige in de kennisgeving op de parkeerapparatuur en/of op
                                bijbehorende borden gegeven aanwijzing, met uitzondering van de
                                betaling van parkeergeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Parkeren motorvoertuig</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                vergunningplaats of in de kelder van het stadhuis slechts aan
                                vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren
                                of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder geldige vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van het vergunningbewijs; </al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op bestuurders
                                van invalidenvoertuigen en bestuurders van motorvoertuigen, waarin
                                op de voorgeschreven wijze een geldige en behoorlijk leesbare
                                invalidenparkeerkaart is aangebracht. Zij mogen niet langer dan drie
                                uur parkeren en bestuurders van een motorvoertuig moeten daarbij
                                duidelijk zichtbaar een parkeerschijf voeren waarmee het tijdstip
                                waarop met parkeren is begonnen wordt aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Toezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze regeling zijn belast: personen in de functie van algemeen
                                controleur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze regeling belast bij besluit van het college dan wel
                                de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Parkeerverordening
                                    1998.</al></li><li nr="2."><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    Parkeerverordening 1991 zoals deze is vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 20 januari 1994 onder nummer 2.</al></li><li nr="3."><al>De vergunningen en ontheffingen die verleend zijn krachtens de
                                    in lid 2 genoemde verordening blijven van kracht totdat de tijd
                                    waarvoor ze werden verleend is verstreken of totdat zij worden
                                    ingetrokken.</al></li><li nr="4."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een vergunning of ontheffing is aangevraagd op grond
                                    van de verordening bedoeld in het tweede lid en op het tijdstip
                                    van inwerkingtreding daarop nog niet is beslist wordt die
                                    aanvraag op grond van de bepalingen van deze verordening
                                    afgehandeld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare
                        vergadering van 17 december 1998, onder nummer 82a.</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd bij raadsbesluit 16 februari 2006, onder nummer 105.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, drs. J.C.G.M. Berends MPA</ondertekening><ondertekening>De griffier, mw. mr. J.Th van der Kwast</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Parkeerverordening voor fiscale handhaving</titel></kop><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al><al/><al><cursief>R VV 1990</cursief></al><al>Bij de formulering van de verordening is aangesloten bij de definities zoals die
                    in het RVV 1990 voorkomen </al><al/><al><cursief>Motorvoertuig/voertuig</cursief></al><al>Onder motorvoertuig valt wel de motorfiets. Ook aan de eigenaren of houders van
                    motorfietsen kan een vergunning worden verleend. Het reserveren van
                    parkeerplaatsen voor motorrijders zal over het algemeen echter niet nodig zijn.
                    Motorfietsen nemen relatief weinig ruimte in beslag. Het enige probleem is het
                    aanbrengen van een vergunning. Bij een motorfiets kan deze niet achter de
                    voorruit bevestigd worden. De controlerende ambtenaren krijgen daarom een
                    overzicht van kentekens mee. </al><al/><al><cursief>Parkeren</cursief></al><al>In artikel 225 Gemeentewet is in hoofdzaak dezelfde defini­tie van parkeren
                    gehanteerd, die in de wegenverkeerswetgeving voorkomt. </al><al/><al><cursief>Parkeerapparatuur</cursief></al><al>Met de invoering van het RVV 1990 op 1 november 1991 is het niet meer
                    noodzakelijk in de Parkeerverordening een onderscheid te maken tussen
                    parkeermeters en parkeerautomaten. Daarom wordt nu alleen nog het begrip
                    parkeerapparatuur gehanteerd. </al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al/><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur‑ en/ of vergunningplaatsen
                    worden uitgegeven op basis van de Parkeerverordening. Het aanwijzen van de
                    plaatsen waar met een dergelijke vergunning geparkeerd kan worden, dient daarom
                    bij of krachtens deze verordening te gebeuren. Los daarvan staat het heffen van
                    rechten voor het uitgeven van de vergunning. Dit gebeurt op basis van de
                    Verordening Parkeerbelastingen. </al><al>Uit praktische overwegingen is de aanwijzingsbevoegdheid bij burgemeester en
                    wethouders neergelegd. </al><al>Lid 2 geeft de bevoegdheid tijdstippen vast te stellen zoals bijvoorbeeld op het
                    Kerkplein gebeurd is namelijk dat vergunninghouders pas na 20.00 uur daar mogen
                    parkeren. Van deze bevoegdheid wordt ook gebruik gemaakt om werkers vrijdag en
                    zaterdag naar de Boulevard te dirigeren met uitzondering van de marktkooplieden. </al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al/><al><cursief>derde lid</cursief></al><al>Een vergunning is een toestemming om te parkeren, er kan geen parkeerplaats mee
                    worden geclaimd. </al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al/><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Omdat in deze verordening wordt gesproken over motorvoertuigen, kunnen eigenaren
                    en houders van onder meer vrachtauto's en autobussen voor een vergunning in
                    aanmerking komen. Omdat er evenwel geen sprake is van een gebonden beschikking
                    hebben burgemeester en wethouders de mogelijkheid een vergunning voor dit soort
                    voertuigen te weigeren. Er is overwogen deze beperking in de verordening op te
                    nemen. Een dergelijke inperking vooraf is echter afgeraden. De
                    toepassingsmogelijkheden van de verordening worden daardoor ernstig belemmerd.
                    Er zijn omstandigheden denkbaar dat het redelijk is een vergunning voor andere
                    motorvoertuigen dan personenauto's te verlenen. Wellicht ten overvloede moet er
                    nog op gewezen worden dat bij een eventuele vergunningverlening voor 'grote'
                    motorvoertuigen rekening moet worden gehouden met de verboden die in de APV zijn
                    opgenomen. </al><al>Uit artikel 4 en 5 blijkt dat er twee soorten vergunningen (voor bewoners
                    respectievelijk zakelijk belanghebbenden) kunnen worden verleend. Dit
                    onderscheid is gewenst omdat voor de verlening van deze twee soorten
                    vergunningen verschillende criteria worden aangelegd. Daarnaast is de ruimte om
                    te parkeren binnen het gebied dat gereguleerd is beperkt. Het maximum aantal te
                    verlenen vergunningen moet wanneer de noodzaak zich aandient bepaald kunnen
                    worden. B&amp;W kan van die mogelijkheid gebruik maken. </al><al/><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In dit lid wordt gesproken over 'kunnen ... in aanmerking komen'. Hiermee wordt
                    aangegeven dat niet elke aanvraag gehonoreerd behoeft te worden. Burgemeester en
                    wethouders moeten de mogelijkheid hebben om een aanvraag te toetsen aan het
                    gemeentelijke beleid. Er is dan ook sprake van een vrije beschikking. De houder
                    van een dergelijke vergunning is het toegestaan om te parkeren bij
                    parkeerapparatuur zonder betaling, mits hij in het bezit is van een vergunning.
                    Uiteraard blijft het ook mogelijk om op de 'gewone' manier bij parkeerapparatuur
                    te parkeren. </al><al/><al>In het eerste lid wordt ook gesproken van de wooncomplexen Pius en Muntplein.
                    Deze wooncomplexen hebben een parkeergarage onder de woningen. Uitgangspunt is
                    dat bewoners van deze wooncomplexen parkeergelegenheid hebben op eigen erf. Zij
                    komen niet in aanmerking voor een vergunning. Bewoners van wooncomplexen met
                    parkeren op eigen erf en die nu parkeren op eigen erf krijgen geen vergunning
                    meer. Toekomstige bewoners van wooncomplexen krijgen ook geen vergunning meer. </al><al/><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>Er zijn echter situaties denkbaar dat weigering van een vergunning onevenredige
                    gevolgen met zich mee zal brengen. Hier moet gedacht worden aan bewoners van
                    eerder genoemde wooncomplexen met parkeergelegenheid op eigen erf die nu al een
                    vergunning voor het parkeren in hun bezit hebben. Beoordeling van de
                    ontheffingsmogelijkheid zal van geval tot geval moeten gebeuren. De bewoner moet
                    bijvoorbeeld schriftelijk aantonen dat er geen parkeerplaats beschikbaar is
                    onder het wooncomplex. </al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al/><al><cursief>eerste lid </cursief></al><al>Er is bewust voor gekozen de verantwoordelijkheid voor het aanvragen van de
                    vergunning neer te leggen bij de bedrijven zelf. Een belangrijk principe is dat
                    elk bedrijf in principe op eigen erf dient te parkeren. Omdat dit vaak niet
                    mogelijk is zal het bedrijf in principe mee moeten betalen aan het aanleggen van
                    parkeervoorzieningen op openbaar terrein. Daarom dienen werkers van de
                    binnenstad via het bedrijf een vergunning aan te vragen. Bedrijven dienen dus
                    een vergunning aan te vragen. </al><al/><al>Hier moet worden gedacht aan het verlenen van vergunningen aan eigenaren of
                    houders die tijdelijk een motorvoertuig in het betreffende gebied willen
                    parkeren (bij voorbeeld aannemers die werkzaamheden moeten uitvoeren). </al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al/><al>Algemeen </al><al>In literatuur en jurisprudentie wordt algemeen het standpunt gehuldigd dat aan
                    een vergunning of ontheffing voorschriften mogen worden verbonden ter
                    bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of
                    ontheffing is vereist. Alleen wanneer de wettelijke regeling zich daartegen
                    verzet, bijvoorbeeld in het geval van een gebonden beschikking, zijn dergelijke
                    voorschriften niet geoorloofd. Strikt genomen is het dan ook niet nodig om die
                    bevoegdheid hier nog eens uitdrukkelijk te bevestigen. Omwille van de
                    duidelijkheid en om mogelijke twijfels weg te nemen wordt die bevoegdheid van
                    burgemeester en wethouders hier toch nog eens bevestigd en worden een aantal
                    meest gangbare voorschriften hier weergegeven. De voorschriften zijn nagenoeg op
                    elke vergunninghouder van toepassing. Het is geen limitatieve opsomming. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al/><al><vet>Eerste lid</vet></al><al>Om een goede controle te kunnen houden over de verleende vergunningen worden
                    deze voor de termijn van maximaal een jaar ( of een deel ervan) verleend. Door
                    deze jaarlijkse controle blijft het bestand up-to-date. </al><al/><al>Tweede lid </al><al>Om de praktische controle op de naleving van het vergunningparkeren efficiënt te
                    laten verlopen dient alleen de ter zake doende informatie op het
                    vergunningbewijs te worden vermeld. </al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In de aanhef van dit artikel wordt gesproken over 'kunnen...intrekken'. Bedoeld
                    is hiermee aan te geven dat het ter beoordeling van burgemeester en wethouders
                    staat of een vergunning daadwerkelijk wordt ingetrokken wanneer een van de
                    opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief bedoeld. Om
                    andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden ingetrokken. </al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al/><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen,
                    op parkeerapparatuur‑ en vergunningplaatsen. Het plaatsen van dergelijke
                    voorwerpen belemmert de normale gang van zaken op de genoemde plaatsen en
                    doorkruist daarmee de beoogde regulering. Het gaat hier om gedragingen die zich
                    niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet dan ook in de
                    verordening worden opgenomen. </al><al/><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>Het lijkt voor een goede gang van zaken op parkeerapparatuurplaatsen niet
                    gewenst om ontheffing te kunnen verlenen van het in het tweede lid neergelegde
                    verbod. De mogelijkheid daartoe is daarom ook niet opgenomen. </al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al/><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Ook dit artikel bevat enkele verbodsbepalingen voor gedragingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. Deze bepalingen moeten, in de verordening
                    opgenomen worden. </al><al>Wanneer de parkeertijd, waarvoor een bestuurder heeft betaald, is verstreken
                    moet hij (opnieuw) aangifte doen. Als hij niet aan die verplichting voldoet,
                    wordt hem, in geval van constatering, een naheffingsaanslag opgelegd. Wanneer
                    een bijvulverbod geldt, zou de parkeerder een strafbaar feit plegen, terwijl hij
                    aan zijn belastingplicht voldoet. Een bijvulverbod is derhalve onder een fiscaal
                    regime niet mogelijk. Bij strafrechtelijke handhaving is een bijvulverbod wel
                    mogelijk . </al><al/><al>Tweede<cursief>lid</cursief></al><al>Toegevoegd is dat het eveneens verboden is te parkeren in strijd met bepaalde in
                    de kennisgeving op de parkeerapparatuur en op de bebording gegeven aanwijzingen.
                    De toevoeging bebording is opgenomen omdat daar ook duidelijk op staat wat op
                    een bepaald parkeerterrein is toegestaan. Bijvoorbeeld de parkeertijd. Vooral op
                    de Boulevard gelden meerdere regimes. De bepaling dat het verboden is te
                    parkeren 'in strijd met enige in de kennisgeving op de parkeerapparatuur gegeven
                    aanwijzing lijkt minder geschikt omdat op de meter ook pleegt te worden vermeld
                    hoeveel moet worden betaald. Het niet betalen zou daarmee onder het strafrecht
                    worden gebracht, wat natuurlijk door de invoering van de fiscalisering niet de
                    bedoeling is. Daarom geldt het verbod met uitzondering van de plicht tot
                    betaling van parkeergeld. </al><al/><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>De fiscale aanpak van het niet betalen van het parkeergeld is, gelet op de
                    Gemeentewet, alleen mogelijk bij parkeerapparatuur, en niet op
                    vergunningplaatsen. Daarom is in de verordening een strafbepaling opgenomen.
                    Voor het parkeren op parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur zonder (geldige)
                    vergunning is geen strafbaarstelling nodig. Op die plaatsen kan immers wel het
                    fiscale regime gehanteerd worden. </al><al/><al>Tweede lid </al><al>In het tweede lid wordt rekening gehouden met de Wet Mulder. Door de
                    strafbepaling zo te redigeren wordt het mogelijk gemaakt voor minder-validen die
                    in het bezit zijn van een invalidenvoertuig om drie uur te parkeren op
                    vergunningplaatsen. De eigenaar of de houder van het invalidenvoertuig is
                    uitgezonderd van de plicht om in het bezit te zijn van een
                    invalidenparkeerkaart. Ook houders van een invalidenparkeerkaart
                    (bestuurderskaart en passagierskaart) mogen maximaal drie uur op de
                    vergunningplaatsen parkeren </al><al/><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>De Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun verordeningen een
                    hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de eerste of tweede
                    categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak kan als
                    bijkomende straf op een overtreding worden gesteld. </al><al>Gezien de ernst van een parkeerovertreding lijkt het minder gewenst om daarop
                    een geldboete van de tweede categorie te stellen. Het openbaar maken van de
                    rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij parkeerovertredingen
                    weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daarvan in de Parkeerverordening
                    is daarom achterwege gelaten. </al><al/><al><vet>Artikel 13</vet></al><al/><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Gezien de nauwe samenhang die er bestaat tussen de Parkeerverordening en de
                    Verordening Parkeerbelastingen, </al><al>dienen deze gelijktijdig in werking te treden. Bovendien moeten op dat ogenblik
                    de oude bepalingen ingetrokken worden. Tot slot treedt de verordening, tenzij
                    anders is bepaald, acht dagen na afkondiging in werking. </al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>