<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr
    xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"
    xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/"
    xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/"
    xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"
    xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
    <meta>
        <owmskern>
            <dcterms:identifier>84002_1</dcterms:identifier>
            <dcterms:title>Verordening voorzieningen inburgering Krimpen aan den IJssel
                2009</dcterms:title>
            <dcterms:language>nl</dcterms:language>
            <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
            <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:creator>
            <dcterms:modified>2011-01-21</dcterms:modified>
        </owmskern>
        <owmsmantel>
            <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf>
            <dcterms:alternative>Verordening voorzieningen inburgering Krimpen aan den IJssel
                2009</dcterms:alternative>
            <dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source>
            <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente"
                >gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
            <dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject>
            <dcterms:issued>2009-04-02</dcterms:issued>
            <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights>
        </owmsmantel>
        <cvdripm>
            <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
            <overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>
            <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
            <overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft>
            <overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk>
            <overheidrg:redactioneleToevoeging>
                <al>Geen</al>
            </overheidrg:redactioneleToevoeging>
        </cvdripm>
    </meta>
    <body>
        <intitule/>
        <regeling>
            <aanhef>
                <preambule>
                    <al/>
                </preambule>
            </aanhef>
            <regeling-tekst>
                <hoofdstuk>
                    <kop>
                        <label>Hoofdstuk</label>
                        <nr>1.</nr>
                        <titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel>
                    </kop>
                    <structuurtekst>
                        <al>De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel;</al>
                        <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 maart
                            2009;</al>
                        <al>b e s l u i t :</al>
                        <al>vast te stellen de Verordening voorzieningen inburgering Krimpen aan den
                            IJssel 2009</al>
                    </structuurtekst>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>1</nr>
                            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
                        </kop>
                        <lid>
                            <lidnr>1.</lidnr>
                            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
                            <lijst>
                                <li nr="a.">
                                    <al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Krimpen aan den IJssel;</al>
                                </li>
                                <li nr="b.">
                                    <al>de wet: de Wet inburgering;</al>
                                </li>
                                <li nr="c.">
                                    <al>De bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5, sub c,
                                        van de Wet werk en bijstand (WWB), indien de
                                        inburgeringsplichtige, of de persoon ten aanzien van wie het
                                        college op redelijke gronden kan vermoeden dat die
                                        inburgeringsplichtig is, geen belanghebbende in de zin van
                                        de WWB is, wordt uitgegaan van de bijstandsnorm die voor hem
                                        zou gelden, in het geval hij wél belanghebbende zou
                                        zijn.</al>
                                </li>
                            </lijst>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>2.</lidnr>
                            <al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al>
                        </lid>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>2</nr>
                            <titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel>
                        </kop>
                        <al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                            doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten
                            en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang
                            tot inburgeringsvoorzieningen.</al>
                    </artikel>
                </hoofdstuk>
                <hoofdstuk>
                    <kop>
                        <label>Hoofdstuk</label>
                        <nr>2.</nr>
                        <titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel>
                    </kop>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>3</nr>
                            <titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel>
                        </kop>
                        <al>Het college wijst bij nadere beleidsregels de groepen
                            inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij voorrang een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan aanbieden en
                            informeert terzake de raad. Hierbij kan rekening gehouden worden
                            met:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="a.">
                                <al>het hebben van een opvoedingstaak;</al>
                            </li>
                            <li nr="b.">
                                <al>het hebben van een relatief korte afstand tot de
                                    arbeidsmarkt;</al>
                            </li>
                            <li nr="c.">
                                <al>een wijkgerichte aanpak;</al>
                            </li>
                            <li nr="d.">
                                <al>een bepaalde inkomensgrens;</al>
                            </li>
                            <li nr="e.">
                                <al>het ontvangen van een bepaalde uitkering;</al>
                            </li>
                            <li nr="f.">
                                <al>het bevordering van emancipatie van vrouwen.</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>4</nr>
                            <titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening</titel>
                        </kop>
                        <lid>
                            <lidnr>1.</lidnr>
                            <al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening, na onderzoek, af op het startniveau en de
                                vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke
                                positie van de inburgeringsplichtige.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>2.</lidnr>
                            <al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>3.</lidnr>
                            <al>Een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening kan, naast
                                datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende
                                onderdelen bevatten:</al>
                            <lijst>
                                <li nr="a.">
                                    <al>een taalstage voor inburgeringsplichtigen zonder werk of
                                        reïntegratievoorziening</al>
                                </li>
                                <li nr="b.">
                                    <al>trajectbegeleiding bij de gemeente</al>
                                </li>
                                <li nr="c.">
                                    <al>een module kennis van de Nederlandse samenleving </al>
                                </li>
                                <li nr="d.">
                                    <al>nader te ontwikkelen modules in het kader van de Wet
                                        participatiebudget.</al>
                                </li>
                            </lijst>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>4.</lidnr>
                            <al>Het college is bevoegd voor de afstemming nadere beleidsregels vast
                                te stellen.</al>
                        </lid>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>5</nr>
                            <titel>De inning van de eigen bijdrage</titel>
                        </kop>
                        <lid>
                            <lidnr>1.</lidnr>
                            <al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet,
                                dient in maximaal 36 maanden te worden betaald.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>2.</lidnr>
                            <al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast middels het
                                toelichten van de betalingsprocedure. Indien het college de eigen
                                bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de
                                beschikking vastgelegd.</al>
                        </lid>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>6</nr>
                            <titel>Opleggen van verplichtingen</titel>
                        </kop>
                        <lid>
                            <lidnr>1.</lidnr>
                            <al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of
                                meer van de volgende verplichtingen opleggen:</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>a.</lidnr>
                            <al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening of
                                taalkennis-voorziening;</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>b.</lidnr>
                            <al>het deelnemen aan (voortgangs-)gesprekken met de
                                trajectbegeleider;</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>c.</lidnr>
                            <al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat
                                door het college wordt bepaald;</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>d.</lidnr>
                            <al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                worden voldaan.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>2.</lidnr>
                            <al>Het college kan besluiten in beleidsregels aanvullende
                                verplichtingen vast te leggen.</al>
                        </lid>
                    </artikel>
                </hoofdstuk>
                <hoofdstuk>
                    <kop>
                        <label>Hoofdstuk</label>
                        <nr>3.</nr>
                        <titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel>
                    </kop>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>7</nr>
                            <titel>De inhoud van de beschikking</titel>
                        </kop>
                        <lid>
                            <lidnr>1.</lidnr>
                            <al>Het college stelt de inburgeringsvoorziening vast middels een
                                beschikking.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>2.</lidnr>
                            <al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                                ieder geval:</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>a.</lidnr>
                            <al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening;</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>b.</lidnr>
                            <al>een opgave van de rechten en plichten van de
                                inburgeringsplichtige;</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>c.</lidnr>
                            <al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands
                                als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>d.</lidnr>
                            <al>de procedure van de inning van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel
                                23, tweede lid, van de wet;</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>e.</lidnr>
                            <al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving
                                van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet,
                                aanvangt;</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>f.</lidnr>
                            <al>de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift.</al>
                        </lid>
                    </artikel>
                </hoofdstuk>
                <hoofdstuk>
                    <kop>
                        <label>Hoofdstuk</label>
                        <nr>4.</nr>
                        <titel>De bestuurlijke boete</titel>
                    </kop>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>8</nr>
                            <titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel>
                        </kop>
                        <lid>
                            <lidnr>1.</lidnr>
                            <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek bedoeld
                                in artikel 25 van de wet.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>2.</lidnr>
                            <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500, indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening
                                of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de
                                wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
                                verordening.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>3.</lidnr>
                            <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500, indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede
                                taal I of II heeft behaald.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>4.</lidnr>
                            <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000, indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I
                                of II heeft behaald.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>5.</lidnr>
                            <al>Het college is bevoegd om beleidsregels vast te stellen voor de
                                hoogte van de bestuurlijke boete. De in de beleidsregels genoemde
                                boetes kunnen lager zijn dan de hiervoor genoemde maximale
                                bedragen.</al>
                        </lid>
                    </artikel>
                </hoofdstuk>
                <hoofdstuk>
                    <kop>
                        <label>Hoofdstuk</label>
                        <nr>5.</nr>
                        <titel>Slotbepalingen</titel>
                    </kop>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>9</nr>
                            <titel>Uitvoering en mandatering</titel>
                        </kop>
                        <lijst>
                            <li nr="1.">
                                <al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het
                                    bepaalde in deze verordening.</al>
                            </li>
                            <li nr="2.">
                                <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het door hen te nemen
                                    besluit in het kader van de Wet inburgering, voor zover het
                                    individuele aanspraken op een voorziening betreft:</al>
                            </li>
                            <li nr="a.">
                                <al>volgens de Wet inburgering respectievelijk het Besluit
                                    inburgering;</al>
                            </li>
                            <li nr="b.">
                                <al>volgens de gemeentelijke beleidsregels en
                                    uitvoeringsvoorschriften,</al>
                            </li>
                        </lijst>
                        <al>te mandateren aan het hoofd van de afdeling Samenleving, zulks onder
                            nader door hen te stellen regels met betrekking tot de verantwoording
                            van de mandatering. Voorts is het hoofd van de afdeling Samenleving
                            bevoegd ondermandaat te verlenen.</al>
                        <lijst>
                            <li nr="3.">
                                <al>De onder het tweede lid genoemde mandaatregeling geldt niet
                                    voor:</al>
                            </li>
                            <li nr="a.">
                                <al>het vaststellen van beleidsregels voor de uitvoering van de Wet
                                    inburgering;</al>
                            </li>
                            <li nr="b.">
                                <al>het vaststellen van beleidsverslagen en beleidsplannen;</al>
                            </li>
                            <li nr="c.">
                                <al>het nemen van besluiten op bezwaarschriften;</al>
                            </li>
                            <li nr="d.">
                                <al>het instellen van beroep.</al>
                            </li>
                            <li nr="4.">
                                <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van
                                    beheersbesluiten inzake de verstrekking van individuele
                                    voorzieningen, evenals het nemen van besluiten met betrekking
                                    tot de inrichting van de administratieve organisatie, te
                                    mandateren aan het afdelingshoofd, zulks onder nader door hen te
                                    stellen regels met betrekking tot de verantwoording van de
                                    mandatering.</al>
                            </li>
                            <li nr="5.">
                                <al>De onder 2. en 4. genoemde regeling geldt evenzeer voor de
                                    uitvoering van de producten en processen, vermeld in het
                                    jaarlijks vast te stellen afdelingsplan.</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>10</nr>
                            <titel>Inwerkingtreding</titel>
                        </kop>
                        <lid>
                            <lidnr>1.</lidnr>
                            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2009.</al>
                        </lid>
                        <lid>
                            <lidnr>2.</lidnr>
                            <al>De verordening Wet Inburgering 2007 wordt gelijktijdig
                                ingetrokken.</al>
                        </lid>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>11</nr>
                            <titel>Citeertitel</titel>
                        </kop>
                        <al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen
                            inburgering Krimpen aan den IJssel 2009.</al>
                        <al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in
                            zijn openbare vergadering van 2 april 2009.</al>
                        <table>
                            <tgroup cols="2">
                                <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="43*"/>
                                <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="57*"/>
                                <tbody>
                                    <row>
                                        <entry colname="col1">
                                            <al>De griffier,</al>
                                        </entry>
                                        <entry colname="col2">
                                            <al>De voorzitter,</al>
                                        </entry>
                                    </row>
                                </tbody>
                            </tgroup>
                        </table>
                        <al>
                            <vet>Artikelsgewijze toelichting</vet>
                        </al>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>1</nr>
                            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
                        </kop>
                        <al>Het eerste lid spreekt voor zich. Het tweede lid geeft aan dat de
                            omschrijvingen van de begrippen die worden gebruikt in respectievelijk
                            de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de Regeling inburgering
                            ook van toepassing zijn op deze verordening.</al>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>2</nr>
                            <titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel>
                        </kop>
                        <al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente
                            goed te informeren</al>
                        <al>over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering. De
                            wet laat gemeenten</al>
                        <al>vrij om zelf te bepalen op welke wijze de informatievoorziening aan
                            de</al>
                        <al>inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Hierbij kan gedacht worden
                            aan het gebruik van de gemeentelijke website, de Klinker, e.d. en het
                            uitgeven van een eigen folderlijn. </al>
                        <al>Binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel is, in verband met de
                            aangekondigde wijzigingen in de wet nog geen gebruik gemaakt van een
                            eigen folderlijn. Inburgeringsplichtigen worden individueel voorgelicht
                            waarbij gebruik wordt gemaakt van de uitgebreide folderlijn van de
                            rijksoverheid en de IBgroep.</al>
                        <al>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen`</al>
                        <al>In dit artikel is gebruik gemaakt van de bevoegdheid in artikel 19a,
                            eerste lid, WI om bij verordening te bepalen dat het college een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan vaststellen zonder
                            dat daaraan een procedure van aanbod (door het college) en aanvaarding
                            (door de inburgeringsplichtige) vooraf hoeft te gaan. Op grond van dit
                            artikel kan het college voor elke inburgeringsplichtige een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening vaststellen. </al>
                        <al>Op grond van artikel 19a, tweede lid, onderdeel b juncto artikel 19,
                            vijfde lid, onderdeel a, WI moet de gemeenteraad bij verordening regels
                            stellen met betrekking tot de criteria die worden gehanteerd bij het
                            vaststellen van een inburgeringsvoorziening. Dit artikel vormt de
                            uitwerking van deze verplichting. In dit artikel wordt het college
                            opgedragen om vast te stellen ten aanzien van welke groepen
                            inburgeringsplichtigen bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan
                            worden vastgesteld. Bovendien wordt in dit artikel vastgelegd binnen
                            welke kaders het college tot zijn keuze van doelgroepen moet komen. Het
                            is van belang dat deze kaders (in casu het aanwijzen van groepen voor
                            wie een inburgeringsvoorziening kan worden vastgesteld) niet te eng te
                            definiëren. Het college zal binnen deze kaders gedurende een aantal
                            jaren groepen moeten kunnen aanwijzen. Het alternatief is dat de
                            verordening op dit onderdeel steeds opnieuw moet worden gewijzigd. Een
                            andere reden om de kaders niet te strak vast te stellen is dat gemeenten
                            op dit moment wellicht nog geen duidelijk zicht hebben op de precieze
                            omvang van bepaalde mogelijke doelgroepen (bijvoorbeeld oudkomers zonder
                            werk of uitkering). Te strenge criteria zouden wel eens kunnen leiden
                            tot het niet benutten van de beschikbare middelen voor het vaststellen
                            van inburgeringsvoorzieningen. </al>
                        <al>Dit artikel regelt dat voor de groepen die het college aanwijst
                                <cursief>bij voorrang</cursief> een inburgeringsvoorziening wordt
                            vastgesteld. Dit betekent dat het college de ruimte heeft om in bepaalde
                            gevallen ook een inburgeringsvoorziening vast te stellen voor
                            inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen die hij
                            heeft aangewezen. </al>
                        <al>Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de groep of
                            groepen die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht
                            gaan ontlenen op het krijgen van een voorziening, bepaalt dit artikel
                            dat het college voor de groepen die hij aanwijst een
                            inburgeringsvoorziening kan vaststellen. </al>
                        <al>Voorbeelden van criteria die in de verordening kunnen worden neergelegd
                            en op basis waarvan het college de doelgroep(en) kan aanwijzen, zijn: </al>
                        <lijst>
                            <li nr="-">
                                <al>hebben van een opvoedingstaak;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>hebben van een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt; </al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>een wijkgerichte aanpak;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>een bepaalde inkomensgrens;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>het ontvangen van een bepaalde uitkering;</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>bevordering van emancipatie van vrouwen.</al>
                            </li>
                        </lijst>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>4</nr>
                            <titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel>
                        </kop>
                        <al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                            vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening,
                            met in begrip van de totstandkoming en samenstelling van de
                            inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). In
                            dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de
                            opdracht heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in
                            aanmerking komt, een op de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening
                            samen te stellen.</al>
                        <al>In het eerste lid wordt aangegeven welke doelstellingen door het college
                            in acht moeten worden genomen bij de samenstelling van de
                            inburgeringsvoorziening. </al>
                        <al>In het tweede lid wordt aangegeven op welke wijze het college een
                            passende inburgeringsvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van
                            de passendheid van een inburgeringsvoorziening, kunnen de volgende
                            factoren een rol spelen:</al>
                        <lijst>
                            <li nr="-">
                                <al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal
                                    en de Nederlandse samenleving en zijn of haar
                                    leercapaciteit.</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of
                                    gaat vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden
                                    gedacht aan het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden
                                    van kinderen.</al>
                            </li>
                            <li nr="-">
                                <al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij
                                    kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                                    inburgeringsplichtige moet vervullen.</al>
                            </li>
                        </lijst>
                        <al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke
                            bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben
                            dus niet de mogelijkheid om deinburgeringsvoorziening die zij aan
                            geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen inzichtvorm te geven.</al>
                        <al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een
                            voorziening gericht oparbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen
                            opleveren de inburgerings-voorzieningdaarmee te combineren. Uitgangspunt
                            is wel, zo blijkt uit artikel 19, vierde lid, van de wet,dat een aanbod
                            voor een inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde
                            inburgeringsplichtige niet wordt gedaan, indien dat diens
                            arbeidsinschakeling belemmert.</al>
                        <al>De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd
                            moet worden met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                            (reïntegratievoorziening) als een inbur-geringsvoorziening wordt
                            aangeboden aan een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of
                            een uitkering ontvangt op grond van een andere socialezekerheidswet of
                            sociale zekerheidsregeling én die verplicht is om arbeid om arbeid te
                            verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Het college is
                            verantwoordelijk voorhet aanbieden van de gecombineerde
                            inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid, WI).</al>
                        <al>Het tweede lid van artikel 4 van de verordening draagt het college op om
                            er voor te zorgen dat de inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de
                            reïntegratievoorziening. Aangezien deze voorzieningen in het kader van
                            de uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of
                            –regelingen ook door andere partijen dan het college (kunnen) worden
                            verstrekt, zal het college afspraken moeten maken met de
                            verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet of –regeling:
                            het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),
                            eigenrisicodragers of overheidswerkgevers (artikel 21 WI). </al>
                        <al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                            onderdeel van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan
                            opnemen. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in
                            ieder geval moet bestaan: een cursus die toeleidt naar het
                            inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                            II en het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende examen
                            (artikel 19, derde lid, WI). </al>
                        <al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt
                            ook maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel 19, zesde lid,
                            WI). Trajectbegeleiding en het houden van voortgangsgesprekken zullen
                            vooral van belang zijn bij inburgeringsplichtigen die geen
                            inburgeringsvoorziening krijgen aangeboden in combinatie met een
                            voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Bij voorzieningen gericht op
                            arbeidsinschakeling vormen dergelijke faciliteiten reeds een vast
                            onderdeel.</al>
                        <al>Evenwel kunnen specifieke omstandigheden van de inburgeringsplichtige
                            het aanbieden van trajectbegeleiding als extra ondersteuning
                            noodzakelijk maken.</al>
                        <al>Ten overvloede wordt gewezen op het feit dat het inburgeringsexamen ook
                            een praktijkgericht deel omvat, waarin de praktische (taal)vaardigheden
                            worden getoetst. Het is vanzelfsprekend dat bij de samenstelling van de
                            inburgeringsvoorziening ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling
                            van deze vaardigheden. Daarbij zal de inzet van duale trajecten een
                            belangrijke rol vervullen.</al>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>5</nr>
                            <titel>De inning van de eigen bijdrage</titel>
                        </kop>
                        <al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op
                            de inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het
                            college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde
                            lid, WI). De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en
                            bedraagt € 270. Dit bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden
                            gewijzigd (artikel 23, tweede lid, WI).</al>
                        <al>Bij onvoldoende draagkracht kan een beroep gedaan worden op bijzondere
                            bijstand. Inburgeraars worden daarover actief geïnformeerd door de
                            klantmanager inburgering.</al>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>6</nr>
                            <titel>Opleggen van verplichtingen</titel>
                        </kop>
                        <al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat
                            bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten
                            en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld.</al>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>7</nr>
                            <titel>De inhoud van de beschikking</titel>
                        </kop>
                        <al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening is een
                            beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid
                            heeft tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel
                            wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten
                            worden neergelegd.</al>
                        <al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de
                            daaraan verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige
                            nauwkeurig moeten worden vermeld (onderdelen a en b). De
                            inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de
                            uitvoering van de inburgeringsvoorziening (artikel 23, eerste lid, WI).
                            Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van de
                            inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene
                            (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt.</al>
                        <al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen
                            moet hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, WI). In
                            de beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden
                            gemaakt (onderdeel c).</al>
                        <al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                            termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de
                            betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                            bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 5 van de
                            verordening.</al>
                        <al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het
                            college een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening vaststelt
                            voor een oudkomer, dan moet het college in de betreffende beschikking
                            ook de dag opnemen waarop de termijn van handhaving van de
                            inburgeringsplicht van start gaat (artikel 22, tweede lid, juncto
                            artikel 26 WI). </al>
                        <al>Binnen vijf jaar ná deze datum moet de betreffende oudkomer het
                            inburgeringexamen hebben behaald.</al>
                        <al>Het college kan zelf bepalen wanneer de termijn van handhaving van de
                            inburgeringsplicht van start gaat. Het ligt voor de hand om deze termijn
                            direct te laten ingaan (en bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum
                            waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat). De precieze datum
                            waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat, zal niet altijd bekend
                            zijn op het moment dat deze wordt toegekend. Bovendien past het
                            vaststellen van een datum van aanvang van handhaving van de
                            inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop met de
                            inburgeringsvoorziening kan worden begonnen bij het uitgangspunt van de
                            wet dat de betreffende persoon als oudkomer inburgeringsplichtig is en
                            in beginsel zelf verantwoordelijk is voor het behalen van het
                            inburgeringsexamen.</al>
                    </artikel>
                    <artikel>
                        <kop>
                            <label>Artikel</label>
                            <nr>8</nr>
                            <titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel>
                        </kop>
                        <al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                            bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                            overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de
                            verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete
                            vastgelegd. </al>
                        <al>Thans wordt in de verordening uitgegaan van de maximaal wettelijke
                            normbedragen. Volgens artikel 9, vijfde lid, kan het college
                            beleidsregels vaststellen waarin lagere bedragen voorkomen. Het college
                            is voornemens om in 2009 met de raad te overleggen over de invulling van
                            deze beleidsregels. Het college zal aan de raad keuzemogelijkheden
                            voorleggen ten einde het boetebeleid nader vorm te geven. Hierbij wordt
                            rekening gehouden met hetgeen gebruikelijk is in de wetgeving volgens de
                            Sociale Zekerheid (o.a. Wet werk en bijstand). </al>
                        <al>Artikel 9 Uitvoering en mandatering</al>
                        <al>Met dit artikel wordt de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het
                            college gehandhaafd, maar wordt het uit oogpunt van een efficiënte
                            inrichting van werkprocessen noodzakelijk geacht de dagelijkse
                            besluitvorming te mandateren aan het afdelingshoofd. De mandatering is
                            bepaald overeenkomstig hetgeen is geregeld in de Verordening
                            maatschappelijke ondersteuning.</al>
                    </artikel>
                </hoofdstuk>
            </regeling-tekst>
        </regeling>
    </body>
</cvdr>
