<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR83940_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verificatieplan 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ooststellingwerf</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ooststellingwerf</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwe Ooststellingwerver 14-07-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verificatieplan 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Wet Werk Bijstand, artikelen 17 en 40</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, artikelen 68 en 49</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen, artikelen 68 en 49</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-06-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W 29-06-2004, no 5-1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Het meest recente verificatieplan dateert van maart 2003. Directe aanleiding tot herijken van dit plan is de invoering van de WWB per 01-01-2004 en het project Hoogwaardige Handhaving 2003-2004.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verificatieplan 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>VERIFICATIEPLAN 2004Werk en Inkomen gemeente Ooststellingwerfjuni
                        2004INHOUDSOPGAVEDEEL I. Inleiding algemeen 1DEEL II. Algemene
                        uitgangspunten bij verificatie 2§ 2.1. Inlichtingenplicht van de cliënt
                        versus inspanningsverplichting van de consulent 2§ 2.2. Beginselen van
                        proportionaliteit en subsidiariteit 2§ 2.3. Schending van de
                        inlichtingenplicht door de cliënt 2§ 2.3.1. Het geven van een aanvultermijn
                        2§ 2.3.2. Termijn van orde 3§ 2.3.3. Het geven van een hersteltermijn 3§
                        2.3.4. Niet reageren op een hersteltermijn 3§ 2.4. Wijze van verificatie
                        afhankelijk van soort onderzoek 4DEEL III. Verificatie bij aanvraag
                        uitkering WWB, Ioaw of Ioaz 5§ 3.1. Toepassing van verificatieregels zoals
                        neergelegd in deel III 5§ 3.2. Aanvraagformulier / Inlichtingenformulier 5§
                        3.3. NAW-gegevens / Legitimatie 5§ 3.3.1. NAW-gegevens 5§ 3.3.2. Legitimatie
                        5§ 3.4. Gezinssamenstelling / Bewoners van het pand 6§ 3.5. Burgerlijke
                        staat 6§ 3.6. Echtscheiding / ontbinding partnerschap of verbreken
                        samenwoning 7§ 3.6.1. Algemeen 7§ 3.6.2. Ioaz en Ioaw: afwijkende bepalingen
                        inzake verificatie 7§ 3.6.3. Op datum aanvraag is de scheiding of ontbinding
                        partnerschap een feit 7§ 3.6.4. Op datum aanvraag is de scheiding /
                        ontbinding partnerschap nog geen feit 7§ 3.6.5. In geval van verbreking
                        samenwonen 8§ 3.6.6. Samenloop van leefvormen 8§ 3.6.7. Recente verlating 8§
                        3.6.8. De duur van alimentatieplicht / verhaalsplicht 9§ 3.6.9.
                        Aanschrijving van de onderhoudsplichtige(n) 9§ 3.7. Bijzondere bijstand aan
                        jong meerderjarigen 9§ 3.8. Sofi-nummer 9§ 3.9. Ziektekostenregeling 10§
                        3.10. Huisvesting: huur en/of huursubsidie 10§ 3.11. Huisvesting: woning in
                        eigendom 10§ 3.11.1. Verifiatie / op te vragen stukken bij aanvraag WWB en
                        Ioaz 10§ 3.11.2. Waardevaststelling woning 11§ 3.12. Inkomsten 11§ 3.13.
                        Vermogen bij aanvraag WWB en Ioaz 11§ 3.14. Bankrekeningnummers /
                        dagafschriften van banken 12§ 3.14.1. Lopende rekeningen / betaalrekeningen
                        / spaarrekeningen 12§ 3.14.2. Inzien en opvragen van afschriften over
                        langere periode 12§ 3.14.3. Bankpasjes 12§ 3.14.4. Onleesbaar maken van
                        uitgaven / vervaardigen van kopieën 13§ 3.15. Arbeidsverleden / Genoten
                        opleiding / Uitstroom 13§ 3.15.1. In geval van aanvraag uitkering in verband
                        met beëindiging studie / opleiding 13§ 3.15.2. In geval van aanvraag
                        uitkering in verband met ontslag 14§ 3.15.3. In geval van aanvraag uitkering
                        i.v.m. afwijzing of einde andere uitkering 14§ 3.15.4. In geval van aanvraag
                        uitkering in verband met beëindiging eigen bedrijf 14§ 3.15.5. Er is geen
                        sprake van een recent arbeidsverleden 14§ 3.15.6. Gedeeltelijke ontheffing
                        van de arbeidsverplichting 15§ 3.16 Bewijsstukken Besluit bijstandsverlening
                        zelfstandigen 2004 15 </al><al>DEEL IV. Verificatie bij aanvraag bijzondere bijstand door nieuwe cliënt 16§
                        4.1. Definitie van begrip "nieuwe cliënt" 16§ 4.2. Verificatie algemeen: de
                        regels neergelegd deel III 16§ 4.2.1. Arbeidsverleden en genoten opleiding
                        16§ 4.2.2. Aanvraagformulier/ Inlichtingenformulier 16§ 4.2.3. Gegevens
                        inzake onderhoudsplichtige(n) /Verhaalsactie 16§ 4.3. Verificatie bijzondere
                        kosten 17§ 4.4. Aanvraag woonkostentoeslag door huiseigenaren 17§ 4.5.
                        Leenbijstand: schuldbekentenis 17DEEL V. Verificatie bij aanvraag bijzondere
                        bijstand bestaande cliënt 19§ 5.1. Definitie van begrip "bestaande cliënt"
                        19§ 5.2. Verificatie algemeen 19§ 5.3. Aanvraagformulier /
                        Inlichtingenformulier /Rapportage 19§ 5.3.1. NAW-gegevens / Legitimatie 19§
                        5.3.2. Inkomsten - en vermogenstoets 20§ 5.4. Aanvraag woonkostentoeslag
                        door huiseigenaren 20§ 5.5. Leenbijstand: schuldbekentenis en machtiging tot
                        verrekening 20DEEL VI. Verificatie bij heronderzoek WWB/ Abw, Ioaw of Ioaz
                        21§ 6.1. Heronderzoeksformulier 21§ 6.2. NAW-gegevens / Legitimatie 21§
                        6.2.1. NAW-gegevens 21§ 6.2.2. Legitimatie 21§ 6.3. Gezinssamenstelling /
                        Bewoners van het pand 22§ 6.4. Burgerlijke staat 22§ 6.5.
                        Ziektekostenregeling 22§ 6.6. Huisvesting 23§ 6.7. Inkomsten 23§ 6.7.1.
                        Rofjes / statusformulieren/ mutatieformulieren 23§ 6.7.2. Samenloop 24§ 6.8.
                        Vermogen 24§ 6.8.1. Actuele vermogen 24§ 6.8.2. Lopende rekeningen/
                        betaalrekeningen 24§ 6.8.3. Spaarrekeningen 24§ 6.8.4. Inzien en opvragen
                        van afschriften over langere periode 25§ 6.8.5. Bankpasjes 25§ 6.8.6.
                        Onleesbaar maken van uitgaven / vervaardigen van kopieen 25§ 6.9.
                        Aflossingsverplichting aan Sozawe 25§ 6.10. Uitstroom 25§ 6.11.
                        Veranderingen ingevolge invoering WWB en Hoogwaardige Handhaving 26DEEL VIa.
                        Verificatie bij Start heronderzoek Abw, Ioaw of Ioaz 27§ 6a.1. Algemeen 27§
                        6a.2. Echtscheiding/ verlating 27§ 6a.3. Fasering 28§ 6a.3.1. Fase 1 28§
                        6a.3.2. Fase 2, 3 en 4 28§ 6a.4. Statushouders 28§ 6a.5. Ioaz 29DEEL VII.
                        Verificatie bij beëindigingsonderzoek WWB,Abw, Ioaw of Ioaz 30§ 7.1. Datum
                        en reden van beëindiging 30§ 7.2. Inkomsten en vermogen 30§ 7.2.1. Rofjes/
                        statusformulieren/ mutatieformulieren/ Suwi-net 31§ 7.2.2. Heffingskortingen
                        31§ 7.3. Beëindiging bijzondere bijstand / premie 31§ 7.4. Afwikkeling van
                        verplichtingen over en weer 31§ 7.5. Afwikkeling jegens derden 31</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>I</nr><titel>Inleiding algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>De Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                            zelfstandigen (Ioaz) en het Bijstandsbesluit zelfstandigen (Bbz) geven
                            aan het college van burgemeester en wethouders de opdracht om een
                            uitkering rechtmatig te verstrekken.Dit vloeit mede voort uit de
                            verplichting tot het vaststellen van een verordening ter bestrijding van
                            misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstandsgelden (zie artikel 8a
                            WWB). Onderliggende stukken van deze verordening zijn onder andere het
                            beleidsplan Handhaving en diverse beleidsregels en
                            uitvoeringsinstructies, zoals het verificatieplan (ingevolge artikel 40,
                            lid 1 en artikel 53a WWB).Om te kunnen beoordelen of een persoon recht
                            heeft op bijstand moet hij door het college gevraagde bewijsstukken
                            overleggen. Deze worden vervolgens beoordeeld op echtheid, juistheid en
                            volledigheid.Middels afzonderlijke rapportages onder bijvoeging van
                            relevante bewijsstukken dient het besluitvormingsproces inzichtelijk te
                            worden gemaakt. Het gaat er om dat aantoonbaar wordt vastgelegd dat er
                            een juiste op de wet gebaseerde beslissing wordt genomen: het spoor van
                            verificatie dient zichtbaar te worden gemaakt.De WWB, Abw, Ioaw/z en Bbz
                            kennen enkele concrete bepalingen over de verplichte opname van
                            bewijsstukken in het dossiers.De concrete bepalingen die de genoemde
                            wetten kennen zijn de volgende:-artikel 17, lid 3 WWB, juncto artikel 65
                            lid 4 Abw: de identificatieplicht van de cliënt;-artikel 40,lid 3 WWB,
                            juncto artikel 69a Abw: controle inschrijving bij afdeling Bevolking
                            (inschrijving GBA); -artikel 68,lid 1 WWB, juncto artikel 126 lid 1 Abw
                            / artikel 49 Ioaw / artikel 49 Ioaz: opname van het
                            sociaal-fiscaalnummer in het dossier.Voornoemde bepalingen geven geen
                            uitputtende beschrijving inzake het vaststellen van het recht op
                            uitkering, daarom moet het college zelf beleid creëren op het terrein
                            van de verificatie (artikel 53a WWB). Het meest recente verificatieplan
                            dateert van maart 2003. Directe aanleiding tot herijken van dit plan is
                            de invoering van de WWB per 01-01-2004 en het project Hoogwaardige
                            Handhaving 2003-2004.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>II</nr><titel>Algemene uitgangspunten bij verificatie</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Inlichtingenplicht van de cliënt versus inspanningsverplichting
                                van de consulent</titel></kop><structuurtekst><al>In het algemeen kan over de verificatieplicht worden gezegd dat de
                                wetgever dit ziet als één van de belangrijkste pijlers van de
                                poortwachterfunctie.Degene die een beroep doet op de WWB, Abw, Ioaw
                                of Ioaz, heeft de wettelijke verplichting om alle gegevens te
                                verstrekken die nodig zijn om te beoordelen of een uitkering moet
                                worden verleend of voortgezet.Alle gegevens moeten zoveel mogelijk
                                door middel van originele stukken worden aangetoond door de
                                aanvrager/cliënt.Het feit dat de consulent zelfstandig in staat is
                                om gegevens op te vragen bij derden (artikelen 63 en 64 WWB, juncto
                                121 en 122 Abw / artikelen 44 en 45 Ioaw / artikel 44 en 45 Ioaz),
                                laat de inlichtingenplicht van de cliënt onaangetast. De
                                inlichtingenplicht van de cliënt staat in beginsel voorop.Indien de
                                inspanningsverplichting van de cliënt echter in geen verhouding
                                staat tot de beperkte inspanning die de consulent zou moeten leveren
                                om de gegevens via derde(n) te verkrijgen, weegt de
                                inspanningsverplichting van de consulent zwaarder en dient de
                                informatie verkregen te worden via derde(n). Zie in dit licht ook
                                artikel 4:2 lid 2 Algemene wet bestuursrecht.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit</titel></kop><structuurtekst><al>Het onderzoek van de gemeente beperkt zich tot hetgeen van belang is
                                voor de verlening van de uitkering. Inbreuk in de persoonlijke
                                levenssfeer moet beperkt blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor
                                het vaststellen van het recht op uitkering. Hierbij gelden de
                                belangrijke uitgangspunten proportionaliteit en
                                subsidiariteit.Proportionaliteit: de inbreuk op de privacy moet in
                                redelijke verhouding staan tot het beoogde doel. Dit betekent onder
                                meer dat niet meer mag worden gevraagd dan nodig is voor een bepaald
                                doel.Subsidiariteit: als het doel via een andere weg kan worden
                                bereikt die minder inbreuk maakt op de privacy, moet die andere weg
                                worden bewandeld.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Schending van de inlichtingenplicht door de cliënt</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 2.3.1 Het geven van een aanvultermijn.</tussenkop><al>Indien bij een bij het C.W.I. ingediende aanvraag onverhoopt
                                    informatie ontbreekt om het recht op uitkering te kunnen
                                    vaststellen, dient een aanvultermijn te worden verstuurd. De
                                    term aanvultermijn is afwijkend van de hersteltermijn omdat de
                                    aanvultermijn zijn grondslag vind in de Awb.In geval van
                                    ontbrekende informatie bij een aanvraag uitkering, wordt de
                                    aanvraag:- buiten behandeling gesteld op grond van artikel 4:5
                                    lid 1 Awb òf- afgewezen omdat het recht op uitkering niet kan
                                    worden vastgesteld(artikel 17 WWB, juncto artikel 65 lid 1 Abw /
                                    artikel 13 lid 1 Ioaw / artikel 13 lid 1 Ioaz).Voor de goede
                                    orde:Let op het verschil tussen het buiten behandeling stellen
                                    van een aanvraag en het afwijzen van de aanvraag. Eerst genoemde
                                    is in feite een strikt formele procedure en eenvoudig aan te
                                    tonen. De afwijzingsgrond van artikel 17, lid 1 WWB, juncto
                                    artikel 65 lid 1 Abw dan wel artikel 13 lid 1 Ioaw of Ioaz heeft
                                    meer inhoudelijke aspecten en vereist een gedegen motivatie. Het
                                    verdient dan ook aanbeveling om artikel 4:5 Awb te
                                    hanteren.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.3.2 Termijn van orde</tussenkop><al>Onder Abw-regime:Indien de cliënt niet tijdig zijn
                                    rechtmatigheidsonderzoeksformulier (rofje) inlevert, wordt de
                                    volgende werkwijze gevolgd. De cliënt krijgt een brief waarin
                                    hij / zij verzocht wordt om alsnog binnen een te stellen termijn
                                    de gevraagde gegevens over te leggen: de zogenaamde termijn van
                                    orde.De te stellen termijn is in beginsel 5 werkdagen, maar kan,
                                    afhankelijk van een bepaalde situatie, anders worden
                                    gesteld.Worden binnen de gestelde termijn alsnog de gevraagde
                                    gegevens overgelegd, dan blijft het niet tijdig verstrekken van
                                    de informatie, zonder gevolgen. Een maatregelbeoordeling vindt
                                    niet plaats.Onder WWB-regime:  zie artikel 10
                                    Maatregelenverordening.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.3.3 Het geven van hersteltermijn</tussenkop><al>Reageert de cliënt in geval van een rofje niet op de termijn van
                                    orde, dan wordt een officiële hersteltermijn gegeven.In geval
                                    van een heronderzoek krijgt de cliënt een brief waarin hij/zij
                                    verzocht wordt op een aangegeven tijdstip te verschijnen bij de
                                    consulent en op het gestelde tijdstip de gevraagde gegevens over
                                    te leggen.Bij een heronderzoek is de wettelijke basis hiervoor
                                    gelegen in artikel 54, lid 2 WWB, juncto artikel 69 lid 2
                                    Abw,artikel 17 lid 2 Ioaw en artikel 17 lid 2 Ioaz.Indien de
                                    cliënt het verzuim herstelt binnen de gestelde termijn, wordt in
                                    geval van een lopende uitkering: - de opschorting ongedaan
                                    gemaakt en vindt maatregel-onderzoek plaats wegens het niet
                                    tijdig verstrekken van informatie.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.3.4 Niet reageren op hersteltermijn</tussenkop><al>Indien de cliënt het verzuim niet herstelt binnen de gestelde
                                    termijn, dan heeft dat negatieve consequenties voor de
                                    voortzetting van de uitkering.</al><al/><al>In geval van een lopende uitkering, wordt het recht op uitkering
                                    ingetrokken / herzien.</al><al>(artikel 54, lid 4 WWB, juncto artikel 69 lid 4 Abw / artikel 17
                                    lid 4 Ioaw / artikel 17 lid 4 Ioaz). In dat geval volgt een
                                    boeteonderzoek (vervalt met het vaststellen van de
                                    Maatregelenverordening).</al><al/><al>Onder WWB-regime:  zie artikel 11 en 12
                                    Maatregelenverordening</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>III</nr><titel>Verificatie bij aanvraag levensonderhoud WWB, Ioaw of Ioaz en Bbz
                            2004</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Toepassing van verificatieregels zoals neergelegd in deel
                                III</titel></kop><structuurtekst><al>Dit deel is, zoals de aanhef aangeeft, van toepassing op alle
                                aanvragen reguliere uitkering WWB, Ioaw, Ioaz en Bbz.De Ioaw, Ioaz
                                en Bbz kennen op een aantal aspecten (bijvoorbeeld bij inkomen en
                                vermogen) afwijkende regels ten opzichte van de WWB. Die afwijkende
                                regels kunnen tot gevolg hebben dat de verificatieregels zoals die
                                gelden voor de WWB niet onverkort van toepassing zijn in geval van
                                Ioaw, Ioaz en Bbz. Indien de verificatieregels afwijkend zijn, wordt
                                dat in de afzonderlijke paragrafen expliciet aangegeven.De
                                verificatie bij aanvragen van bijzondere bijstand is geregeld in de
                                delen IV en V. Hierop bestaat één uitzondering: de zogenaamde
                                bijzondere bijstand jongmeerderjarigen (artikel 12 WWB). De
                                verificatie van deze vorm van bijzondere bijstand valt eveneens
                                onder het bereik van deel III.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Aanvraagformulier / Inlichtingenformulier</titel></kop><structuurtekst><al>Bij de rapportage aanvraag uitkering dienen in ieder geval de
                                volgende stukken te worden gevoegd:- Volledig ingevuld en
                                ondertekend aanvraagformulier (en indien van toepassing het
                                overdrachtsformulier)- Volledig ingevuld en ondertekend
                                inlichtingenformulier;- In geval van arbeidsverplichting: bewijs
                                inschrijving CWI</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.3</nr><titel>NAW-gegevens / Legitimatie</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 3.3.1 NAW-gegevens</tussenkop><al>Naam, adres en woonplaatsgegevens (NAW) van de aanvrager(s)
                                    worden aan de hand van een uitdraai van het GBA
                                    (persoonsgegevens) geverifieerd.- De uitdraai NAW-gegevens uit
                                    het GBA (persoons- en woongegevens: P- en W-scherm) wordt bij
                                    het rapport gevoegd.- Als er sprake is van een
                                    verblijfsdocument, dan moet een GBA-uitdraai (verblijfstitel:
                                    J-scherm) worden bijgevoegd. De code achter "aanduiding
                                    verblijfstitel" moet worden vergeleken met het Handboek
                                    Schulinck § B.3.6 (tabel GBA-codes). Er moet worden
                                    gecontroleerd of er recht op bijstand bestaat en/ of melding bij
                                    de Vreemdelingendienst noodzakelijk is.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.3.2 Legitimatie</tussenkop><al>De aanvrager(s) moet zich bij een aanvraag voor een uitkering
                                    identificeren aan de hand van een geldig legitimatiebewijs. De
                                    volgende documenten kunnen gelden als een legitimatiebewijs
                                    (artikel artikel 17, lid 3 WWB, artikel 13 lid 4 Ioaw, artikel
                                    13 lid 4 Ioaz jo. artikel 1 Wet op de identificatieplicht):- een
                                    paspoort;- een Nederlandse identiteitskaart;- een
                                    verblijfsdocument zoals bedoeld in artikel 7 lid 2 en 3 van de
                                    Abw.- een Europese identiteitskaart (tot oktober 2006)Een
                                    rijbewijs en een zogenaamde 65+-pas kunnen niet als een
                                    legitimatiebewijs gelden, omdat hierop niet de nationaliteit dan
                                    wel de verblijfstitel op staat vermeld.- Een kopie van het
                                    legitimatiebewijs, te weten het blad waarop de persoonsgegevens
                                    staan vermeld alsook de geldigheidsduur, wordt bij het rapport
                                    gevoegd. Bij een verblijfsdocument dient de voor- en achterkant
                                    te worden gekopieerd.Let wel: de aanvrager(s) heeft het recht om
                                    te weigeren dat een kopie van zijn / haar legitimatiebewijs aan
                                    het dossier wordt toegevoegd. Het gevolg zal dan wel zijn, dat
                                    de aanvrager(s) in beginsel bij ieder contact met de afdeling
                                    Sozawe zijn / haar identiteitsbewijs dient te tonen. In dat
                                    geval dient in de aanvraagrapportage expliciet aangegeven te
                                    worden hoe de legitimatie heeft plaatsgevonden (soort bewijs,
                                    opname van nummer in rapportage alsook geldigheidsduur).Een
                                    aanvrager(s) kan beschikken over meerdere legitimatiebewijzen.
                                    Bijvoorbeeld iemand met een dubbele nationaliteit kan
                                    bijvoorbeeld beschikken over een Nederlands paspoort, een
                                    buitenlands paspoort en een Nederlandse identiteitskaart. Of
                                    iemand over meerdere legitimatiebewijzen / reisdocumenten
                                    beschikt kan worden afgeleid uit het GBA (reis-documenten). De
                                    medewerkers van Szoawe hebben hier (vooralsnog) geen inzage
                                    in.Het verdient de aanbeveling om expliciet bij een aanvraag te
                                    informeren of iemand over meerdere legitimatiebewijzen
                                    beschikt.- Houd in het kader van fraudepreventie in de gaten dat
                                    iemand over meerdere identiteitsbewijzen kan beschikken.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.4</nr><titel>Gezinssamenstelling / Bewoners van het pand</titel></kop><structuurtekst><al>Bij een aanvraag dienen de gegevens van de gezinssamenstelling /
                                bewoners van het pand te worden geverifieerd aan de hand van de
                                GBA-uitdraai (persoons- en woongegevens: P- en W-scherm).
                                Vastgesteld moet worden door wie het huis wordt bewoond. Eveneens
                                moet worden vastgesteld hoeveel kinderen thuis wonen en of zij,
                                gelet op hun leeftijd en inkomsten, deel uitmaken van het gezin van
                                de aanvrager(s).- Een GBA-uitdraai van persoons- en woongegevens (P-
                                en W-scherm) dient aan rapportage te worden toegevoegd;- Indien er
                                sprake is van inwonende kinderen onder de 18 jaar met structureel
                                eigen inkomsten, dient aan rapportage bewijsstuk(ken) te worden
                                toegevoegd waaruit blijkt of de kinderen al dan niet tot het gezin
                                behoren (betreft norm) dan wel dat de kosten gedeeld kunnen worden (
                                betreft toeslag)- Meest recente bewijs inzake ontvangst van
                                kinderbijslag;- Meest recente inkomensgegevens kinderen; Vanaf het
                                moment dat de kinderen 18 jaar worden, dient de situatie beoordeeld
                                te worden of er sprake van is dat de kosten gedeeld kunnen worden.De
                                richtlijnen zijn vastgelegd in de Toeslagenverordening WWB 2004.Deze
                                gegevens behoeven niet te worden opgevraagd bij aanvraag Ioaw en
                                Ioaz.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.5</nr><titel>Burgerlijke staat</titel></kop><structuurtekst><al>De consulent verifieert de burgerlijke staat van de aanvrager(s) aan
                                de hand van de persoonsgegevens uit het GBA.- Een uitdraai van het
                                GBA inzake burgerlijke staat dient aan de rapportage te worden
                                toegevoegd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.6</nr><titel>Echtscheiding / ontbinding partnerschap of verbreken
                                samenwoning</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 3.6.1 Algemeen</tussenkop><al>Met betrekking tot de stukken die moeten worden toegevoegd aan
                                    rapportage wordt onderscheid gemaakt tussen 3 situaties:- Op
                                    datum aanvraag is de scheiding of ontbinding geregistreerd
                                    partnerschap een feit.- Op datum aanvraag is de scheiding of
                                    ontbinding partnerschap nog geen feit. De procedure loopt of
                                    moet nog aanhangig worden gemaakt.- Er is geen huwelijk of
                                    partnerschap. Het gaat om een verbreking van samenwoning.Let op:
                                    bij een flitsscheiding wordt het huwelijk omgezet in een
                                    geregistreerd partnerschap, en daarna wordt dit geregistreerd
                                    partnerschap ontbonden!</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.6.2 Ioaz en Ioaw: afwijkende bepalingen inzake
                                    verificatie</tussenkop><al>In geval van aanvraag Ioaz- en Ioaw-uitkering behoeft geen
                                    inzicht te worden verkregen in inkomsten uit alimentatie danwel
                                    de mogelijkheid om die te verkrijgen, daar alimentatie-inkomsten
                                    niet worden gekort. Ook vindt ten aanzien van Ioaz en Ioaw geen
                                    verhaal plaats.Stukken inzake alimentatie behoeven dan ook niet
                                    te worden toegevoegd aan de rapportage.Bij Ioaw vindt daarnaast
                                    ook geen vermogenstoets plaats. In die zin zijn bij een aanvraag
                                    Ioaw ook de stukken inzake de boedelscheiding niet relevant. Bij
                                    een aanvraag Ioaz zijn de stukken inzake boedelscheiding weer
                                    wel relevant gelet op artikel 8 Ioaz.De navolgende checklisten
                                    kennen dan ook enige afwijkingen als het gaat om Ioaw en
                                    Ioaz.Zie de afwijkingen expliciet benoemd.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.6.3 Op datum aanvraag is de scheiding of ontbinding partnerschap
                                    een feit en er is</tussenkop><al>- Naam en adres van eventuele onderhoudsplichtige(n);- Zie ook
                                    hierna onder § 3.12. : indien de aanvrager alimentatie-inkomsten
                                    heeft, dienen bewijsstukken omtrent inkomsten te worden
                                    toegevoegd waaronder eventueel:- kopie uitspraak rechtbank
                                    inzake alimentatie;- bij ontbreken rechterlijke uitspraak inzake
                                    alimentatie: eventuele schriftelijke stukken inzake afspraken
                                    omtrent alimentatie;- In geval van aanvraag Ioaw en Ioaz
                                    behoeven bovengenoemde gegevens niet te worden toegevoegd aan
                                    rapportage.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.6.4 Op datum aanvraag is de scheiding / ontbinding partnerschap
                                    nog geen feit</tussenkop><al>- Naam en adres van eventuele onderhoudsplichtige(n);- In geval
                                    de procedure inzake ontbinding huwelijk / partnerschapen/of
                                    alimentatie aanhangig is: kopie van de processtukken zoals deze
                                    reeds bij de rechter zijn ingediend;- In geval de procedure
                                    inzake ontbinding huwelijk / partnerschap en / of alimentatie
                                    nog niet aanhangig is gemaakt: afschriften van de
                                    correspondentie tussen ex-partners en/of advocaten;- In geval
                                    van huwelijkse voorwaarden: afschrift van notariële akte inzake
                                    huwelijkse voorwaarden;- In geval van Ioaw behoeven
                                    bovengenoemde stukken niet te worden toegevoegd;- In geval van
                                    aanvraag Ioaz behoeven alleen die stukken te worden toegevoegd
                                    die betrekking hebben op de boedel en de boedelscheiding.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.6.5 In geval van verbreking samenwonen</tussenkop><al>- Naam en adres van eventuele onderhoudsplichtige(n);- In geval
                                    van uitspraak rechter inzake (kinder-) alimentatie: kopie
                                    uitspraak rechtbank;- In geval de procedure inzake (kinder-)
                                    alimentatie aanhangig is: kopie van de processtukken zoals deze
                                    reeds bij de rechter zijn ingediend;- In geval de procedure
                                    inzake (kinder-)alimentatie nog niet aanhangig is gemaakt:
                                    afschriften van de correspondentie tussen ex-partners en/of
                                    advocaten;- In geval van Ioaw behoeven bovengenoemde stukken
                                    niet te worden toegevoegd;- In geval van aanvraag Ioaz behoeven
                                    alleen die stukken te worden toegevoegd die betrekking hebben op
                                    de boedel en de (feitelijke) boedelscheiding.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.6.6 Samenloop van leefvormen</tussenkop><al>Houd bij het bovenstaande in de gaten dat bij één cliënt sprake
                                    kan zijn van meerdere (gewezen) leefvormen. Bijvoorbeeld,
                                    aanvrager is gedurende een periode gehuwd geweest, en is na de
                                    echtscheiding gaan samenwonen met een nieuwe partner. In dat
                                    geval dienen stukken opgevraagd te worden inzake èn
                                    echtscheiding èn verbreking samenwoning. Dit speelt een rol
                                    indien de belanghebbende kinderen heeft.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.6.7 Recente verlating</tussenkop><al>In geval van recente verlating, dient de consulent op de
                                    volgende aspecten zeer alert te zijn:- Controle GBA op woonadres
                                    (zie in dit licht ook artikel 40, lid3 WWB). Aan de rapportage
                                    dient bewijsstuk(ken) te worden toegevoegd waaruit de datum van
                                    feitelijke verlating onomstotelijk blijkt;- Indien de ex-partner
                                    zich weigert uit te schrijven terwijl hij niet meer op het adres
                                    woonachtig is, kan degene die op het adres achtergebleven is dit
                                    melden bij Burgerzaken (het zogenaamde 'adres in
                                    onderzoek')Tevens dient met een huisbezoek de woonsituatie te
                                    worden geverifieerd.- het bestaan en opheffen van
                                    en/of-rekening(en).</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.6.8 De duur van alimentatieplicht / verhaalsplicht</tussenkop><al>De verhaalsplicht (inzake Abw en overgangsrecht) van de gemeente
                                    duurt maximaal 12 jaar, te rekenen vanaf moment van inschrijving
                                    van de echtscheiding / einde partnerschap in de registers van de
                                    burgerlijke stand.In geval uit het huwelijk / geregistreerd
                                    partnerschap geen kinderen zijn geboren en het huwelijk /
                                    partnerschap niet langer heeft geduurd dan 5 jaren, is de duur
                                    van de onderhoudsplicht c.q. verhaalsplicht gelijk aan de duur
                                    van het huwelijk / partnerschap.Dit betekent dat, op het moment
                                    dat de termijn(en) zoals genoemd zijn verstreken, de
                                    bovengenoemde gegevens niet meer behoeven te worden
                                    opgevraagd.Hierop is één belangrijke uitzondering: Indien de
                                    rechterlijke beschikking tot echtscheiding dateert van vóór 1
                                    juli 1994, eindigt de onderhoudsplicht na 15 jaar en dan pas
                                    slechts op verzoek van de onderhoudsplichtige. Weliswaar is na
                                    12 jaar echtscheiding geen verhaal meer mogelijk, maar kan het
                                    dus wel zo zijn dat de alimentatieplicht zoals vastgelegd in een
                                    rechterlijke uitspraak van vóór 1 juli 1994, nog steeds
                                    voortduurt.- In geval de rechterlijke uitspraak dateert van vóór
                                    1 juli 1994 zal dus altijd expliciet nagegaan moeten worden in
                                    hoeverre nog sprake is van een onderhoudsplichtige die krachtens
                                    een rechterlijke uitspraak een verplichting heeft om alimentatie
                                    te betalen.Voor de goede orde:In geval van kinderen eindigt de
                                    onderhoudsplicht op het moment dat het kind 18 wordt danwel
                                    21.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.6.9 Aanschrijving van de onderhoudsplichtige(n)</tussenkop><al>De consulent draagt zorg voor de eerste aanschrijving in
                                    concept. De brief wordt getekend door de toetser. De consulent
                                    boekt de aanleiding Start onderhoudsbijdrage in VTSLet op: in
                                    geval van Ioaw, Ioaz en Bbz behoeft geen verhaalsactie te worden
                                    opgeboekt.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.7</nr><titel>Bijzondere bijstand aan jongmeerderjarigen</titel></kop><structuurtekst><al>Zie § 3.1.: de verificatieregels zoals neergelegd in deel III zijn
                                eveneens van toepassing in geval van bijzondere bijstand
                                jongmeerderjarigen. Ingevolge artikel 12 WWB kan slechts bijzondere
                                bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan aan
                                jongmeerderjarigen worden verstrekt indien:-de middelen van de
                                ouders niet toereikend zijn òf-de jongmeerderjarige redelijkerwijs
                                zijn onderhoudsplicht jegens de ouders niet te gelde kan maken.-
                                Alvorens aanvullende bijstand te verstrekken, dient contact te
                                worden gezocht met de ouders of die de onderhoudsplicht op zich
                                willen nemen (horen). Pas daarna (bij weigering van de ouders) kan
                                een toeslag worden verstrekt. De toeslag (dus niet de algemene
                                bijstand) kan worden verhaald op de ouders (vaststellen
                                onderhoudsplicht).- Bewijsstukken waaruit de draagkracht van de
                                ouders blijkt danwel bewijsstukken / onderbouwing in de rapportage
                                waaruit blijkt of de aanvrager al dan niet redelijkerwijs zijn
                                onderhoudsplicht jegens zijn ouders te gelde kan maken, dienen aan
                                de rapportage te worden toegevoegd;- Als bewijsstukken dat een
                                persoon zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet ten gelde kan
                                maken, gelden verklaringen van externe organisaties zoals
                                bijvoorbeeld de Stichting Jeugd en Gezin etc.;- Een verhaalsactie
                                dient te worden opgestart. Zie hieromtrent tevens § 3.6.9.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.8</nr><titel>Sofi-nummer</titel></kop><structuurtekst><al>Het sofi-nummer van de aanvrager(s) moet worden geverifieerd aan de
                                hand van de persoonsgegevens uit het GBA.Alleen wanneer het GBA geen
                                duidelijkheid biedt, vindt verificatie plaats aan de hand van de
                                brief die de aanvrager(s) van de belastingdienst heeft ontvangen en
                                waarin dit nummer is vermeld. Indiende aanvrager niet meer beschikt
                                over het originele document, kan worden volstaan met:- een recente
                                aanslag/aangifte inkomstenbelasting (niet ouder dan 2 jaar);-
                                beschikking voorlopige teruggaaf heffingskortingen (niet ouder dan 2
                                jaar);- een geldig legitimatiebewijs waarop het sofi-nummer is
                                aangebracht.Als dit laatste evenmin mogelijk blijkt, moet de
                                aanvrager bij de belastingdienst een gewaarmerkt stuk opvragen
                                waaruit onomstotelijk het sofi-nummer blijkt. Andere papieren
                                waaruit het sofi-nummer zou kunnen blijken, mogen niet geaccepteerd
                                worden.- Een uitdraai van het GBA inzake sofi-nummer danwel een
                                kopie van één van bovengenoemde stukken anderszins waaruit het
                                sofi-nummer blijkt, dient aan de rapportage te worden
                                toegevoegd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.9</nr><titel>Ziektekostenregeling</titel></kop><structuurtekst><al>De inschrijving bij een ziektekostenverzekeraar wordt geverifieerd
                                aan de hand van de polis/inschrijfbewijs.- Een kopie van de
                                polis/inschrijfbewijs ziektekostenverzekering dient aan rapportage
                                te worden toegevoegd.Denk aan wijze van de verzekering (Basis, AV,
                                Comfort etc.) als mede de geldigheid.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.10</nr><titel>Huisvesting: huur en/of huursubsidie</titel></kop><structuurtekst><al>Als de aanvrager(s) een woning of kamer huurt dan vindt de
                                verificatie van de huisvesting plaats aan de hand van een duidelijk
                                opgemaakte originele huurovereenkomst of vergelijkbaar
                                afschrift.Deze huurovereenkomst moet tenminste bevatten:- naam,
                                adres en woonplaats van de verhuurder;- naam van de huurder,
                                omschrijving van het gehuurde;- de ingangsdatum van het contract;-
                                de datum van opmaak van het contract;- de huurprijs.</al><al/><al>- Een kopie van het huurcontract en/of laatste huurspecificatie
                                dient aan de rapportage te worden toegevoegd;In geval van
                                particuliere huur, dient - in geval sprake is van tussentijdse
                                huurverhogingen - een kopie te worden toegevoegd van de brief
                                waaruit de meest recente huurverhoging blijkt;- In geval van
                                particuliere kamerhuur dient aan de rapportage tevens te worden
                                toegevoegd: afschriften van huurbetalingsbewijzen (bankafschriften
                                danwel kwitanties) over periode van drie maanden voorafgaand aan de
                                ingangsdatum van uitkering (let op aannemelijke commerciële prijs,
                                idem bij kostganger);- Indien de aanvrager huursubsidie ontvangt,
                                dient tevens een kopie van de beschikking huursubsidie (VROM) of
                                beschikking vangnetregeling Huursubsidie te worden toegevoegd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.11</nr><titel>Inkomsten</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 3.11.1 Verificatie / op te vragen stukken bij aanvraag WWB en
                                    Ioaz</tussenkop><al>Deze paragraaf is niet van toepassing in geval van aanvraag Ioaw
                                    en Bbz.Als de aanvrager(s) een woning bewoont in zijn /haar
                                    eigendom, dienen de volgende gegevens te worden toegevoegd aan
                                    de rapportage:- Kopie van eigendomsakte;- Kopie van
                                    hypotheekakte;- Kopie van meest recente betaling
                                    hypotheekrente;- Overzicht van hypotheekbank inzake
                                    restantschuld per 1 januari jl.;- Kopie WOZ-beschikking.De reden
                                    dat bovengenoemde stukken worden opgevraagd houdt verband met de
                                    vermogenstoets en de vorm van de bijstand. De reden dat in geval
                                    van Ioaz bovengenoemde stukken worden opgevraagd houdt verband
                                    met de inkomenstoets zoals neergelegd in artikel 8 Ioaz.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.11.2 Waardevaststelling woning</tussenkop><al>Ter vaststelling van de waarde van de woning vindt taxatie
                                    plaats door een taxateur die door burgemeester en wethouders in
                                    overeenstemming met de aanvrager wordt aangewezen. De kosten
                                    verbonden aan de taxatie komen voor rekening van de
                                    aanvrager.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.12</nr><titel>Vermogen bij aanvraag WWB en Ioaz</titel></kop><structuurtekst><al>Alle inkomsten moeten worden geverifieerd aan de hand van
                                bewijsstukken. Hiervoor moeten originele loonstroken,
                                uitkeringsspecificaties en andere van belang zijnde bewijsstukken
                                worden overgelegd aan de consulent.- Kopieën van de betreffende
                                stukken (laatste drie maanden voorafgaande aan datum ingang
                                uitkering), worden bij de rapportage gevoegd;- In geval van
                                inkomsten uit dienstverband dient tevens een kopie van het
                                arbeidscontract bij de rapportage te worden gevoeg- In geval van
                                heffingskortingen, dient een kopie van de beschikking voorlopige
                                teruggaaf te worden toegevoegd aan de rapportage danwel - indien de
                                beschikking nog niet is afgegeven door de belastingdienst - een
                                kopie van de aanvraag tot heffingskortingen;- In geval van Ioaw/z
                                dient een kopie van de loonbelastingverklaring (van beide partners)
                                ingevuld en ondertekend in het dossier te worden opgenomen.- Ook
                                dient een uitdraai Suwi-net te worden bijgevoegd ter verificatie van
                                opgegeven inkomsten.Let op: in geval van aanvraag Ioaw en Ioaz
                                behoeven geen stukken te worden opgevraagd / toegevoegd die
                                betrekking hebben op heffingskortingen. De reden daarvan is dat
                                heffingskortingen per definitie niet worden gekort op een Ioaw- of
                                Ioaz-uitkering.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.13</nr><titel>Bankrekeningnummers / dagafschriften van banken</titel></kop><structuurtekst><al>Deze paragraaf is niet van toepassing in geval van aanvraag
                                Ioaw.Uitgangspunt voor de vaststelling van het vermogen vormt het
                                inlichtingenformulier. Hetgeen de aanvrager(s) hierin stelt inzake
                                zijn / haar vermogen dient geverifieerd te worden aan de hand van
                                concrete bewijsstukken, bijvoorbeeld:-dagafschriften van bank- en
                                spaarrekeningen;-bewijsstukken inzake aandelen / obligaties /
                                spaarbewijzen;-bewijzen inzake (on)roerende zaken; (bijvoorbeeld
                                vakantiehuis, kunst of antiek);-bewijsstukken inzake waarde van de
                                auto (kentekenbewijs deel I en II / ANWB- BOVAG-koerslijst);-meest
                                recente bewijsstukken inzake schulden.- De bewijsstukken inzake
                                positief en negatief vermogen dienen aan de rapportage te worden
                                toegevoegd.Voor het inzien van de bankafschriften zijn de afspraken
                                van toepassing zoals die vastgelegd zijn in de laatste Service
                                Niveau Overeenkomst (SNO). Na inzage door het CWI van de
                                bankafschriften van de laatste drie maanden worden het eerste en het
                                laatste bankafschrift over die periode overgedragen. Zo nodig worden
                                meerdere afschriften gekopieerd en overgedragen.Let op: In geval van
                                Ioaz is geen sprake van een vermogenstoets. Inzicht in het vermogen
                                is echter wel noodzakelijk in verband met het bepalen of er sprake
                                is van "inkomen uit vermogen" (zie artikel 8, lid 2 IOAZ; 4% van het
                                meerdere aanmerken als inkomsten).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.14</nr><titel>Bankrekeningnummers / dagafschriften van banken</titel></kop><structuurtekst><al>Deze paragraaf is eveneens van toepassing in geval van aanvraag Ioaw
                                en Ioaz (checken inkomsten uit of in verband met arbeid).</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.14.1 Lopende rekeningen / betaalrekeningen/ spaarrekeningen/
                                    internetsparen</tussenkop><al>De aanvrager(s) moet aan het CWI alle dagafschriften van de door
                                    hem/haar en gezin in gebruik zijnde rekeningen overleggen over
                                    periode van drie maanden voorafgaande aan de ingangsdatum van de
                                    uitkering. Deze verplichting houdt in eerste instantie verband
                                    met de vermogenstoets. Gelet op het feit dat dagafschriften veel
                                    inzicht verschaffen in het inkomsten- en uitgavenpatroon van de
                                    aanvrager(s), geldt deze verplichting ook ingeval van aanvragen
                                    Ioaw en Ioaz (fraudepreventie/ controle op inkomsten uit of in
                                    verband met inkomsten) voor wat betreft de lopende rekening/
                                    betaalrekening. Voor de Ioaw hoeven geen afschriften van de
                                    spaarrekeningen te worden overgelegd. Wel voor de Ioaz: bepalen
                                    vermogen op het moment van bedrijfsbeëindiging.- De
                                    dagafschriften van alle relevante (spaar)rekeningen die
                                    overeenkomstig de S.N.O. door het CWI zijn overgedragen (eerste
                                    en laatste van de afgelopen drie maanden), worden beoordeeld en
                                    bij de rapportage gevoegd. Indien over die periode - vanwege het
                                    ontbreken van transacties - geen afschriften voor handen zijn,
                                    dient het laatste en voorlaatste afschrift te worden
                                    gekopieerd.- Ingeval van kinderen jonger dan 18 jaar moet er een
                                    kopie gemaakt worden van het meest recente afschrift.- Bij
                                    telebankieren wordt ingeval de lopende rekening/betaalrekening
                                    kopieën gemaakt van de originele - van de door de bank
                                    aangemaakte - afschriften. Dit is niet mogelijk bij
                                    spaarrekeningen (hiervan worden geen afschriften meer
                                    verstrekt).- Ter verificatie van het saldo op een
                                    internetspaarrekening zijn er de volgende mogelijkheden (zie
                                    Handboek Schulinck B4.4-4). - De aanvrager kan een afdruk van de
                                    internetpagina met het saldo overleggen - De aanvrager kan
                                    tijdens een gesprek worden gevraagd om via een computer die is
                                    verbonden met internet de pagina met het saldo van de
                                    internetspaarrekening op te roepen - Sozawe kan bij de
                                    belastingdienst (via het Inlichtingenbureau) een lijst opvragen
                                    van alle bankrekeningnummers die gekoppeld zijn aan aanvrager.
                                    Stortingen en opnames moeten meestal via de lopende rekening
                                    lopen.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.14.2 Inzien en opvragen van afschriften over langere
                                    periode</tussenkop><al>Indien de getoonde bankafschriften gerede vragen en twijfels
                                    oproepen inzake de door de aanvrager overgelegde informatie
                                    (inkomsten, vermogen, gezinssituatie), is de consulent
                                    gerechtigd om alsnog de bankafschriften op te vragen over een
                                    langere periode.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.14.3 Bankpasjes</tussenkop><al>Bankpasjes behoeven in beginsel niet te worden getoond door de
                                    aanvrager. Alleen in geval van vermoede van fraude of indien de
                                    aanvrager (s) beschikt over een nieuwe rekening en nog niet
                                    beschikt over dagafschriften, dient het pasje / de pasjes te
                                    worden ingezien. Een kopie van pasje(s) dient dan bij de
                                    rapportage te worden gevoegd.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.14.4 Onleesbaar maken van uitgaven / vervaardigen van
                                    kopieën</tussenkop><al>Het moet als een recht van de cliënt worden gezien om uitgaven
                                    onleesbaar te maken, tenzij de afdeling Sozawe gegronde redenen
                                    heeft om ze te zien, bijvoorbeeld bij een vermoeden van fraude
                                    of als bijvoorbeeld sprake is van een traject schuldsanering
                                    (zie ook artikel 57 WWB). Het saldoverloop dient overigens wel
                                    zichtbaar te blijven en inkomsten mogen niet onleesbaar te
                                    worden gemaakt.De noodzaak tot het inzien van het
                                    uitgavenpatroon dient de afdeling Sozawe vooraf expliciet te
                                    motiveren en moet gebaseerd zijn op concrete feiten of
                                    omstandigheden. Een algemeen beroep op de poortwachterfunctie is
                                    onvoldoende.Inkomsten mogen op de bankafschriften niet
                                    onleesbaar gemaakt worden. Het vakje waarin het totaal van "bij"
                                    staat vermeld mag dus niet onzichtbaar gemaakt worden gemaakt.
                                    Ook moet uit het afschrift blijken waar deze inkomsten uit
                                    bestaan.Indien een aanvrager niet toestaat dat kopieën worden
                                    gemaakt, dient in beginsel de wens van de cliënt te worden
                                    gerespecteerd. De aanvrager moet in ieder geval toestaan dat een
                                    kopie van het eerste en laatste bankafschrift worden gekopieerd
                                    en toegevoegd aan het dossier (zie ook afspraken SNO). Weigert
                                    de cliënt dan kan dat reden zijn de uitkering te beëindigen.Zie
                                    hieromtrent mede: Rechtbank Arnhem 30 juni 1997, JABW 1997 /
                                    146, CRvB 31 juli 2001, JABW 2001 / 160 alsook Circulaire
                                    Privacykader uitvoering Algemene bijstandswet en de Wet
                                    bescherming Persoongegevens (WPB).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.15</nr><titel>Arbeidsverleden / Genoten opleiding / Uitstroom</titel></kop><structuurtekst><al>Om een beoordeling te kunnen maken van: op te leggen
                                arbeidsverplichtingen / mogelijkheid tot arbeidsbemiddeling /
                                aanmelding voor traject, scholing e.d. en maatregelwaardig gedrag
                                (verwijtbaar werkloos / onvoldoende sollicitatieactiviteiten), dient
                                de consulent op de hoogte te zijn van het arbeidsverleden van de
                                aanvrager(s) en de genoten opleiding.In verband daarmee dienen door
                                de aanvrager(s) de volgende gegevens in ieder geval te worden
                                nagelopen. De relevante bewijsstukken dienen als kopie aan de
                                aanvraagrapportage worden toegevoegd.- Voor diploma´s, zie suwinet;-
                                Inschrijfbewijs CWI en indien van toepassing de kwint;-
                                Inschrijfbewijzen uitzendbureaus;- Voor Arbeidsverleden zie
                                suwinet;- Sollicitatieactiviteiten;- (Onderzoek)Trajectplan:
                                mogelijkheden en beperkingen tot uitstroom;- Scholingsactiviteiten;-
                                Vrijwilligersactiviteiten;- In de rapportage dient het overleg
                                tussen consulent en casemanager aan de orde te komen.In de paragraaf
                                § 3.15.1. tot en met § 3.15.6. staat aangegeven wat daar nog in
                                specifieke situaties aan toegevoegd dient te worden.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.15.1 In geval van aanvraag uitkering in verband met beëindiging
                                    studie / opleiding</tussenkop><al>- Bewijs van uitschrijving van laatstgenoten opleiding dan wel;-
                                    Beschikking einde studiefinanciering;</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.15.2 In geval van aanvraag uitkering in verband met
                                    ontslag</tussenkop><al>- Arbeidscontract met de ex-werkgever;- Ontslagcorrespondentie
                                    met de ex-werkgever of andere instanties;- Ontslagvergunning CWI
                                    of Beschikking van Kantonrechter inzake ontbinding
                                    arbeidsovereenkomst plus de onderliggende processtukken
                                    (verzoek- en verweerschrift);</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.15.3 In geval van aanvraag uitkering i.v.m. afwijzing of einde
                                    andere uitkering</tussenkop><al>- Besluit (voorlopige) afwijzing andere uitkering;- Indien het
                                    een afwijzing andere uitkering betreft waartegen bezwaar /
                                    beroep is ingesteld: de hierop betrekking hebbende (proces-)
                                    stukken;- Bij Ioaw: toekenningsbeschikking WW in verband met
                                    grondslag Ioaw.- Beschikking tot beëindiging andere
                                    uitkering.Indien de aanvrager(s) zich vanuit een andere gemeente
                                    vestigt, alwaar een uitkering van de Sociale Dienst werd
                                    ontvangen, verdient het in veel gevallen aanbeveling om zoveel
                                    mogelijk relevante informatie op te vragen bij de oude gemeente.
                                    Gebruik hiervoor het overdrachtsformulier.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.15.4 In geval van aanvraag uitkering in verband met beëindiging
                                    eigen bedrijf</tussenkop><al>- Uittreksel Kamer van Koophandel; - Eventueel: bewijs van
                                    uitschrijving Kamer van Koophandel;- Jaarrekeningen over de
                                    afgelopen drie jaar;- Belastingaangiften en belastingaanslagen
                                    drie jaar voorafgaand aan de uitkering;- Eventueel:
                                    correspondentie met bewindvoerder of curator;- Stukken inzake
                                    verkoop bedrijf en bedrijfsgoederen / voorraden;-
                                    Liquidatiebalans;Bij aanvraag uitkering door (ex-) zelfstandige
                                    zijn waarschijnlijk nog niet alle bovengenoemde stukken
                                    aanwezig. Zo is een liquidatiebalans vaak pas diverse maanden na
                                    beëindiging bedrijf aanwezig. In die gevallen waar de stukken
                                    onvolledig zijn, dient bij aanvang van de uitkering het vermogen
                                    voorlopig vastgesteld te worden en dient de betrokkene middels
                                    de beschikking de verplichting te worden opgelegd om de
                                    ontbrekende stukken over te leggen zodra voorhanden. Een
                                    incidentele actie ter bewaking overleggen stukken en definitief
                                    vaststellen vermogen dient in dit geval te worden opgeboekt.
                                    Datum incidentele actie: uiterlijk 3 maanden na datum toekenning
                                    via een Start heronderzoek (aanleiding in VTS zetten). Indien de
                                    informatie dan nog niet compleet is, dan opnieuw een Start
                                    (verkort) heronderzoek plannen over 3 maanden.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.15.5 Er is geen sprake van een recent arbeidsverleden</tussenkop><al>Als er geen recent arbeidsverleden is, dan moet door de
                                    aanvrager(s) de reden hiervan aangeven en aangeven hoe hij / zij
                                    in zijn / haar levensonderhoud heeft kunnen voorzien. Middels de
                                    rapportage en daar waar nodig bijgevoegde bewijsstukken, dient
                                    deze verificatie door de consulent zichtbaar worden
                                    gemaakt.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.15.6 Beoordeling tijdelijke ontheffing van de
                                    arbeidsverplichting</tussenkop><al>- Indien de aanvrager(s) vanaf de ingangsdatum een beroep doen
                                    op (gedeeltelijke) vrijstelling van de arbeidsverplichtingen
                                    (artikel 9, lid 2 WWB). Dient dit expliciet gemotiveeerd te
                                    worden in de rapportage en voorzien van de nodige bewijsstukken
                                    (dus een advies inzake arbeidsgeschiktheid). De ontheffing is in
                                    principe altijd tijdelijk.- Tijdelijke ontheffing van de
                                    arbeidsverplichtingen in beginsel altijd onderbouwen met een
                                    onafhankelijk (bijvoorbeeld medisch) advies. Er dient altijd
                                    overleg te zijn tussen de consulent en de casemanager, en de
                                    inhoud hiervan dient in de rapportage te worden vermeld.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.16</nr><titel>Bewijsstukken Besluit bijstandsverlening zelfstandigen
                                2004</titel></kop><structuurtekst><al>Bbz is een beetje een vreemde eend in de bijt van de
                                bijstandsverlening. Het doel is om mensen uit de bijstand te houden.
                                Of, als aanvulling op de WWB (die gericht is op het verkrijgen van
                                arbeid in loondienst) uit de bijstand te krijgen. Bovendien wordt
                                hier in eerste instantie geen uitkering verstrekt maar een lening.
                                Er zijn verschillende categorieën zelfstandigen die aanvragen voor
                                de Bbz in kunnen dienen.1. Pre-startfase2. Starter3. Gevestigde
                                zelfstandige4. Oudere zelfstandige5. Beëindigend zelfstandige6.
                                Arbeidsongeschikte zelfstandigeVoor elk van deze categorieën gelden
                                aparte criteria. Deze worden ondervangen door middel van de
                                verschillende inlichtingenformulieren.</al><al/><al>Bij aanvragen Bbz zijn een aantal punten van belang voor het recht:-
                                vestigingscriteria- urencriteria- levensvatbaarheid- er mag geen
                                sprake zijn van concurrentievervalsing.Over deze zaken rapporteert
                                het IMK of Laser. Voor de beoordeling van de levensvatbaarheid
                                dienen pre-starters en starters een ondernemingsplan in. Afhankelijk
                                van de situatie kan dat ook van een gevestigde zelfstandige gevraagd
                                worden.Naar aanleiding van het advies neemt de gemeente een
                                gemotiveerde beslissing.Als er een lening is toegekend wordt
                                achteraf beoordeeld of deze lening omgezet dient te worden naar een
                                bedrag om niet. Daarvoor is een inzichtelijk boekhoudkundig rapport
                                en de belastingaangifte/ belastingaanslag nodig.In feite geldt het
                                in hoofdstuk III bepaalde omtrent de verificatie bij een aanvraag
                                ook voor de Bbz met een aantal nuanceringen.Betreffend § 3.6
                                echtscheiding/ ontbinding partnerschap of verbreken samenwoning is
                                de actuele situatie relevant voor de hoogte van een eventuele
                                lening. Er wordt ook rekening gehouden met alimentatie. Er wordt
                                echter geen verhaalsactie richting onderhoudsplichtige
                                gestart.Paragraaf 3.15 Arbeidsverleden/Genoten opleiding/ Uitstroom
                                is voor zelfstandigen niet relevant.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>IV</nr><titel>Verificatie bij aanvraag bijzondere bijstand door nieuwe
                            cliënt</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Definitie van begrip</titel></kop><structuurtekst><al>Nieuwe cliënten zijn mensen die niet bekend zijn vanwege een
                                reguliere WWB/Abw-uitkering of reeds eerder toegekende bijzondere
                                bijstand (langer dan één jaar geleden).Met ander woorden: na afloop
                                van een eerder vastgesteld draagkrachtjaar dient een aanvraag altijd
                                behandeld te worden als ware het een onbekende/ "nieuwe"
                                cliënt.Wordt de aanvraag om bijzondere bijstand daarentegen gedaan
                                gedurende een reeds vastgesteld draagkrachtjaar, dan wordt de cliënt
                                aangemerkt als een bestaande cliënt en gelden de verificatieregels
                                zoals vastgelegd in deel V.Dit betekent dat mensen die bij de
                                afdeling Sozawe uitsluitend bekend zijn in het kader van een Ioaw-
                                of Ioaz-uitkering per definitie als een nieuwe cliënt worden
                                aangemerkt.Deel IV is niet van toepassing in geval van de zogenaamde
                                bijzondere bijstand voor jongmeerderjarigen (artikel 10 Abw/ artikel
                                12 WWB). In geval van aanvraag van de zogenaamde bijzondere bijstand
                                voor jongmeerderjarigen zijn de verificatieregels zoals neergelegd
                                in deel III van toepassing. Zie hieromtrent § 3.1. en § 3.7..</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Verificatie algemeen: de regels neergelegd deel III</titel></kop><structuurtekst><al>Bij aanvraag bijzondere bijstand door een nieuwe cliënt, gelden de
                                verificatieregels zoals neergelegd in deel III onverkort met
                                uitzondering van de volgende gegevens:</al><tussenkop> Sub-paragraaf 4.2.1 Arbeidsverleden en genoten opleiding</tussenkop><al>Omdat aan de toekenning van bijzondere bijstand door de gemeente
                                    Ooststellingwerf geen arbeidsverplichtingen worden gekoppeld
                                    behoeft geen onderzoek en verificatie plaats te vinden inzake
                                    arbeidsverleden en genoten opleiding (zie § 3.15).</al><tussenkop> Sub-paragraaf 4.2.2 Aanvraagformulier / Inlichtingenformulier</tussenkop><al>In geval van aanvraag bijzondere bijstand wordt met een ander
                                    inlichtingenformulier gewerkt dan in geval van aanvraag
                                    reguliere uitkering. Zie ook § 5.3.1. en § 5.3.2.</al><al/><al>Het aanvraag-/inlichtingenformulier bijzondere bijstand dienen
                                    beide volledig ingevuld en ondertekend door de aanvrager(s),
                                    toegevoegd te worden aan de rapportage.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 4.2.3 Gegevens inzake onderhoudsplichtige(n) /Verhaalsactie</tussenkop><al>In geval van bijzondere bijstand alleen (dit wordt anders in
                                    geval van samenloop bijzondere bijstand en reguliere uitkering)
                                    vindt (door de gemeente Ooststellingwerf) in principe geen
                                    verhaalsonderzoek plaats jegens mogelijke onderhoudsplichtige(n)
                                    (zie ook 3.7).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>Verificatie bijzondere kosten</titel></kop><structuurtekst><al>- Bij de aanvraagrapportage dienen bewijsstukken te worden gevoegd
                                inzake de bijzondere kosten;- Voor zover de kosten waarvoor
                                bijzondere bijstand wordt gevraagd, nog niet daadwerkelijk zijn
                                gemaakt, dient - waar mogelijk - pro forma-nota(´s) te worden
                                toegevoegd aan rapportage.Betaling geschiedt aan de hand van
                                originele nota's.- De toets inzake een eventuele voorliggende
                                voorziening dient eveneens te blijken uit de rapportage. Kopieën van
                                eventuele bewijsstukken inzake ontbreken of (een gedeeltelijke)
                                vergoeding door een voorliggende voorziening dienen aan de
                                rapportage te worden toegevoegd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.4</nr><titel>Aanvraag woonkostentoeslag door huiseigenaren</titel></kop><structuurtekst><al>In geval van aanvraag woonkostentoeslag eigenaren, dienen, behalve
                                de hierboven genoemde gegevens, de volgende gegevens te worden
                                overgelegd door de aanvrager(s) en toegevoegd te worden aan de
                                rapportage:De gegevens zoals genoemd in § 3.11.1:</al><al/><al>- Kopie van eigendomsakte; - Kopie van meest recente betaling
                                hypotheekrente;- Overzicht van hypotheekbank inzake restantschuld
                                per 1 januari jl.;- Kopie WOZ-beschikking.De volgende aanvullende
                                gegevens:- Kopie van aanslag rioolrechten;- Kopie van bewijsstuk
                                hoogte eigenaarsdeel waterschapslasten;- Kopie van aanslag
                                erfpachtcanon;- Kopie onderhoud centrale verwarming;- Kopie polis
                                brand- en opstalverzekering.Toelichting inzake
                                erfpachtcanon:Erfpacht: een recht dat de erfpachter de bevoegdheid
                                geeft de onroerende zaak van een derde te houden en te
                                gebruiken.Erfpachtcanon: de geldsom die de erfpachter voor het
                                gebruik aan de eigenaar moet betalen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.5</nr><titel>Leenbijstand: schuldbekentenis</titel></kop><structuurtekst><al>In geval van het verstrekken van leenbijstand behoeft de
                                cli&amp;#xEB;nt geen schuldbekentenis te ondertekenen. De
                                vaststelling van de schuld en de aflossingsverplichting geschiedt
                                namelijk (eenzijdig) via de beschikking zoals deze naar de
                                cli&amp;#xEB;nt wordt verzonden.De enige reden om de cli&amp;#xEB;nt
                                toch een schuldbekentenis te laten tekenen is van symbolische
                                waarde.Naast de bestemming en de hoogte van het bedrag van de
                                lening, dienen de volgende punten te worden opgenomen in de
                                beschikking:* maandelijkse termijnen voor de terugbetaling;*
                                ingangsdatum van de eerste aflossing;* wijze van terugbetaling (in
                                veel gevallen middels inhouding op de uitkering);* de voorwaarden
                                waaronder het aflossingsbedrag kan wijzigen;* de voorwaarden
                                waaronder de lening in zijn geheel direct opeisbaar
                                is.Uitzonderingen.In een tweetal gevallen dient wel gebruik te
                                worden gemakt van een akte van schuldbekentenis:</al><lijst><li nr="1."><al>ingeval van bijstandsverlening in de vorm van een
                                        rentedragende geldlening (of borgtocht) ter voorziening in
                                        de behoefte aan bedrijfskapitaal aan zelfstandigen;</al></li><li nr="2."><al>ingeval van bijstandsverlening in de vorm van een lening
                                        voor woninginrichting voor statushouders.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>V</nr><titel>Verificatie bij aanvraag bijzondere bijstand bestaande cliënt</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.1</nr><titel>Definitie van begrip</titel></kop><structuurtekst><al>Bestaande cli&amp;#xEB;nten zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>mensen die reeds bekend zijn vanwege een reguliere
                                        WWB/Abw-uitkering en</al></li><li nr="b."><al>mensen met een ander inkomen, maar bekend wegens eerder
                                        toegekende bijzondere bijstand en opnieuw bijzondere
                                        bijstand aanvragen gedurende een reeds vastgesteld
                                        draagkrachtjaar (dus binnen de periode van 12maanden).</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.2</nr><titel>Verificatie algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>- Bij aanvraag bijzondere bijstand door een bestaande cliënt, gelden
                                de verificatieregels zoals neergelegd in deel III niet. De
                                navolgende regels zijn van toepassing op bestaande cliënten:</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.3</nr><titel>Aanvraagformulier / Inlichtingenformulier/ Rapportage</titel></kop><structuurtekst><al>Beide groepen kunnen gebruik maken van een verkorte procedure.Bij de
                                aanvraagrapportage dienen de volgende stukken te worden gevoegd:-
                                het aanvraagformulier bijzondere bijstand, volledig ingevuld en
                                ondertekend door de aanvrager(s). Met name vraag b dient te worden
                                beantwoord. Het inlichtingenformulier bijzondere bijstand behoeft
                                niet te worden ingevuld en overgelegd;- een bewijsstuk aangaande
                                kostensoort ( (pro forma-)nota) en/of- een bewijsstuk van het
                                ontbreken of (gedeeltelijke) vergoeding door de voorliggende
                                voorziening.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 5.3.1 NAW-gegevens / Legitimatie</tussenkop><al>Naam, adres en woonplaatsgegevens (NAW) van de aanvrager(s)
                                    worden aan de hand van een uitdraai van het GBA (woon- +
                                    persoonsgegevens: W- + P-scherm) geverifieerd.- De uitdraai
                                    NAW-gegevens wordt bij het rapport gevoegd.In het merendeel van
                                    de gevallen, bevindt een kopie van het legitimatiebewijs zich
                                    reeds in het persoonsdossier. In dat geval behoeft legitimatie
                                    bij de aanvraag bijzondere bijstand niet plaats te vinden, dat
                                    wil zeggen: volstaan kan worden met de check of
                                    legitimatiebewijs in dossier en de persoon van de aanvrager
                                    overeenstemmen.Indien een kopie van het legitimatiebewijs zich
                                    niet in het dossier bevindt (omdat de cliënt in het verleden
                                    geen toestemming heeft gegeven om een kopie van
                                    legitimatiebewijs toe te voegen aan het dossier), zal de cliënt
                                    zich bij de aanvraag bijzondere bijstand opnieuw dienen te
                                    legitimeren.- In geval van ontbreken legitimatiebewijs in het
                                    dossier dient in de rapportage expliciet aangegeven te worden
                                    hoe de legitimatie heeft plaatsgevonden (soort bewijs, opname
                                    van nummer in rapportage alsook geldigheidsduur - zie ook
                                    3.3.2.) .Bij vervolgcontacten mag overigens worden volstaan met
                                    legitimatie via een verlopen identiteitsbewijs (aangezien de
                                    formele vaststelling van de identiteit al heeft plaatsgevonden
                                    bij eerdere toekenning uitkering).</al><tussenkop> Sub-paragraaf 5.3.2 Inkomsten - en vermogenstoets</tussenkop><al>- In beginsel hoeven bankafschriften niet te worden ingezien en
                                    gekopieerd;- Ook (overige) gegevens inzake inkomsten en vermogen
                                    behoeven niet te worden ingezien en gekopieerd;- De klant
                                    verklaart op het aanvraagformulier dat er zich geen wijzigingen
                                    hebben voorgedaan die van invloed zijn op de gevraagde
                                    bijstand.De draagkracht van de WWB-klant kan zondermeer op nihil
                                    worden gesteld, immers de draagkrachttoets heeft ook al bij
                                    aanvang bijstand c.q. laatste heronderzoek plaatsgevonden.Voor
                                    de klant met ander inkomsten geldt, tenzij er sprake is van
                                    wijzigingen, dat de draagkracht voor 12 maanden wordt
                                    vastgesteld.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.4</nr><titel>Aanvraag woonkostentoeslag door huiseigenaren</titel></kop><structuurtekst><al>In geval van aanvraag woonkostentoeslag eigenaren, dienen de
                                volgende gegevens te worden overgelegd door de aanvrager(s) en
                                toegevoegd te worden aan de rapportage:- Kopie van meest recente
                                betaling hypotheekrente;- Overzicht van hypotheekbank inzake
                                restantschuld per 1 januari jl.;- Kopie meest recente
                                WOZ-beschikking;- Kopie van aanslag rioolrechten;- Kopie van
                                bewijsstuk hoogte eigenaarsdeel waterschapslasten;- Kopie van
                                aanslag erfpachtcanon;- Kopie polis brand- en
                                opstalverzekering.Toelichting inzake erfpachtcanon:Erfpacht: een
                                recht dat de erfpachter de bevoegdheid geeft de onroerende zaak van
                                een derde te houden en te gebruiken.Erfpachtcanon: de geldsom die de
                                erfpachter voor het gebruik aan de eigenaar moet betalen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.5</nr><titel>Leenbijstand: schuldbekentenis en machtiging tot
                                verrekening</titel></kop><structuurtekst><al>In geval van bijzondere bijstand in de vorm van lening, wordt de
                                lening doorgaans, middels inhouding op de uitkering / verrekening,
                                door de cliënt terugbetaald.Betaling door de cliënt middels
                                verrekening met de reguliere uitkering, gebeurt op basis van een
                                eenzijdig besluit van de gemeente:* op basis van artikel 51 WWB,
                                juncto artikel 21 Abw bepalen B&amp;amp;W eenzijdig het
                                aflossingsbedrag;* op basis van het Burgerlijk Wetboek bestaat
                                vervolgens de bevoegdheid van B&amp;amp;W om te verrekenen met de
                                reguliere uitkering.Een schuldbekentenis is niet noodzakelijk en de
                                cliënt hoeft geen machtiging tot verrekening te tekenen (zie ook §
                                4.5 waarin staat vermeld welke voorwaarden in de beschikking
                                opgenomen moeten worden).</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>VI</nr><titel>Verificatie bij heronderzoek WWB/ Abw, Ioaw of Ioaz</titel></kop><structuurtekst><al>Onder Abw-regime:</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.1</nr><titel>Heronderzoeksformulier</titel></kop><structuurtekst><al>- De cliënt dient in verband met heronderzoek een zogenaamd
                                heronderzoeksformulier volledig in te vullen. Dit formulier dient
                                aan de rapportage te worden toegevoegd.Draag zorg voor volledige
                                invulling van het formulier door de cliënt, alsook voor
                                ondertekening daarvan. In geval van echtgenoten / samenwonenden:
                                ondertekening door beiden.Breng niet zondermeer wijzigingen c.q.
                                aantekeningen aan op het door de cliënt(en) ingevulde formulier.Voor
                                zover door de consulent wijzigingen c.q. aantekeningen worden
                                aangebracht, dient dat expliciet op het formulier vermeld te worden.
                                Ook dient de cliënt hiermee in te stemmen (middels ondertekening bij
                                opmerking van consulent dat wijzigingen zijn aangebracht).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.2</nr><titel>NAW-gegevens / Legitimatie</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 6.2.1 NAW-gegevens</tussenkop><al>Naam, adres en woonplaatsgegevens (NAW) van de aanvrager(s)
                                    worden aan de hand van een uitdraai van het GBA
                                    (persoonsgegevens) geverifieerd.- De uitdraai NAW-gegevens wordt
                                    bij het rapport gevoegd (persoons- en woongegevens: P- en
                                    W-scherm).</al><tussenkop> Sub-paragraaf 6.2.2 Legitimatie</tussenkop><al>In het merendeel van de gevallen, bevindt een kopie van het
                                    legitimatiebewijs zich reeds in het persoonsdossier. In dat
                                    geval behoeft legitimatie bij heronderzoek niet plaats te
                                    vinden, dat wil zeggen: volstaan kan worden met de check of
                                    legitimatiebewijs in dossier en de persoon overeenstemmen.Indien
                                    een kopie van het legitimatiebewijs zich niet in het dossier
                                    bevindt (omdat de cliënt in het verleden geen toestemming heeft
                                    gegeven om een kopie van legitimatiebewijs toe te voegen aan het
                                    dossier), zal de cliënt zich bij het heronderzoek opnieuw dienen
                                    te legitimeren.- In geval van ontbreken legitimatiebewijs in het
                                    dossier dient in de rapportage expliciet aangegeven te worden
                                    hoe de legitimatie heeft plaatsgevonden (soort bewijs, opname
                                    van nummer in rapportage alsook geldigheidsduur).Bij
                                    vervolgcontacten mag overigens worden volstaan met legitimatie
                                    via een verlopen identiteitsbewijs (aangezien de formele
                                    vaststelling van de identiteit al heeft plaatsgevonden bij
                                    eerdere toekenning uitkering - zie ook 3.3.2.). Als uit het door
                                    cliënt ingevulde heronderzoek formulier blijkt dat er een nieuw
                                    legitimatiebewijs is aangeschaft, dan dient hiervan een kopie in
                                    het persoonsdossier te worden opgenomen, en de nieuwe gegevens
                                    in NTS te worden gezet (de consulent dient de nieuwe gegevens
                                    aan de administratie door te geven).- Indien iemand over
                                    meerdere identiteitsbewijzen beschikt, kan - met het oog op
                                    fraudepreventie - aan de cliënt worden verzocht om bij het
                                    heronderzoek alle identiteitsbewijzen te tonen.- Kopie van het
                                    nieuwe legitimatiebewijs in het dossier opnemen.- Als er sprake
                                    is van een verblijfsdocument (voor- en achterzijde kopiëren)
                                    moet een GBA-uitdraai (verblijfstitel: J-scherm) worden
                                    bijgevoegd. De code achter "aanduiding verblijfstitel" moet
                                    worden vergeleken met het handboek Schulinck (B3.6-2 schema
                                    recht op bijstand vreemdelingen (met GBA-codes). Er moet aan de
                                    hand van dit schema gecontroleerd worden of er recht bestaat op
                                    bijstand en of er een melding bij de Vreemdelingendienst
                                    noodzakelijk is.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.3</nr><titel>Gezinssamenstelling / Bewoners van het pand</titel></kop><structuurtekst><al>Bij een heronderzoek dienen de gegevens van de gezinssamenstelling /
                                bewoners van het pand te worden geverifieerd aan de hand van de
                                GBA-uitdraai (persoons- en pandgegevens).Vastgesteld moet worden
                                door wie het huis wordt bewoond.Eveneens moet worden vastgesteld
                                hoeveel kinderen thuis wonen en of zij, gelet op hun leeftijd en
                                inkomsten, deel uitmaken van het gezin van de cliënt(en).- Een
                                GBA-uitdraai van persoons- en woongegevens (P- en W-scherm) dient
                                aan rapportage te worden toegevoegd;- Indien er sprake is van
                                inwonende kinderen onder de 18 jaar met structureel eigen inkomsten,
                                dient aan rapportage bewijsstuk(ken) te worden toegevoegd waaruit
                                blijkt of de kinderen al dan niet tot het gezin behoren (betreft
                                norm) dan wel dat de kosten gedeeld kunnen worden ( betreft
                                toeslag)- Meest recente bewijs inzake ontvangst van kinderbijslag;-
                                Meest recente inkomensgegevens kinderen;Vanaf het moment dat de
                                kinderen 18 jaar worden, dient de situatie beoordeelt te worden of
                                er sprake van is dat de kosten gedeeld kunnen worden.De richtlijnen
                                zijn vastgelegd in de Toeslagenverordening.Deze gegevens behoeven
                                niet te worden opgevraagd in geval van Ioaw en Ioaz.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.4</nr><titel>Burgerlijke staat</titel></kop><structuurtekst><al>Geverifieerd wordt of de in het persoonsdossier aanwezige gegevens
                                overeenkomen met de gegevens die zijn vermeld in het GBA inzake
                                burgerlijke staat.Heeft een wijziging plaatsgevonden in de
                                burgerlijke staat, dan wordt dit geverifieerd door middel van
                                navraag bij de cliënt(en).- In geval van eventuele wijziging worden
                                (kopieën van) bewijsstukken toegevoegd aan rapportage alsook een
                                kopie van de uitdraai GBA inzake burgerlijke staat</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.5</nr><titel>Ziektekostenregeling</titel></kop><structuurtekst><al>Bij een heronderzoek dient te worden nagegaan in hoeverre zich
                                wijzigingen hebben voorgedaan inzake ziektekostenverzekering (omvang
                                pakket, kring verzekerden).- Een kopie van het meest recente
                                polisblad of bewijs van inschrijving of afschrijving premiebetaling
                                dient aan de rapportage te worden toegevoegd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.6</nr><titel>Huisvesting</titel></kop><structuurtekst><al>- huur en/of huursubsidie:Onderzocht moet worden of de woonsituatie
                                sinds het laatste (her-)onderzoek is gewijzigd danwel gelijk is
                                gebleven.- Indien er sprake is van een wijziging in
                                huisvestingssituatie, dienen de stukken inzake de wijziging te
                                worden toegevoegd aan de rapportage;- In geval de woning wordt
                                gehuurd van een woningstichting, dient de meest recente
                                huurspecificatie te worden ingezien en een kopie daarvan te worden
                                toegevoegd aan het rapport. Ook ingeval van particuliere huur, dient
                                - in geval sprake is van tussentijdse huurverhogingen - een kopie te
                                worden toegevoegd van de brief waaruit de meest recente
                                huurverhoging blijkt;- Indien de woning wordt gehuurd van een
                                particulier danwel het kamerbewoning betreft dienen door de cliënt
                                betalingsbewijzen (bankafschriften of kwitanties) te worden
                                overgelegd van de laatste drie maanden;- Indien de aanvrager
                                huursubsidie ontvangt, dient tevens een kopie van de beschikking
                                huursubsidie (VROM) of beschikking vangnetregeling Huursubsidie aan
                                rapportage te worden toegevoegd.- woning in eigendom (alleen in
                                geval van Abw):Als de cliënt een woning bewoont in zijn /haar
                                eigendom, dienen de volgende gegevens te worden toegevoegd aan de
                                rapportage:- Kopie van meest recente betaling hypotheekrente.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.7</nr><titel>Inkomsten</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 6.7.1 Rofjes/ statusformulieren/ mutatieformulieren</tussenkop><al>Bij een heronderzoek wordt de inkomstenkorting over de afgelopen
                                    periode geverifieerd aan de hand van de
                                    rechtmatigheidonderzoeksformulieren (rofjes) c.q. de
                                    statusformulieren/ mutatieformulieren, en de uitkeringshistorie
                                    (NTS).- Voor zover een onregelmatigheid in de inkomstenkorting
                                    is geconstateerd, wordt daarvan melding gemaakt in de rapportage
                                    en worden de bewijsstukken toegevoegd.- Voor bedrijf en beroep
                                    (bescheiden schalers) dienen de volgende stukken voor kopie te
                                    worden overgelegd: jaarstukken (boekhoudkundige verslagen) en
                                    aangiftebiljetten IB/OB. Tevens dient er in een dossier een
                                    bewijs van inschrijving bij de KvK te zijn opgenomen (voorzover
                                    inschrijving vereist is).Let op of het verrekenen van de
                                    inkomsten in de zelfde maand of achteraf gebeurd. Bij dat
                                    laatste zal er een keuze gemaakt moeten worden om het in te
                                    lopen of niet.Let tevens bij het heronderzoek op de juiste wijze
                                    van korten eventuele inkomsten uit heffingskortingen (n.v.t. in
                                    geval van Ioaw en Ioaz).- Voeg kopie van eventuele beschikking
                                    voorlopige teruggaaf heffingskortingen toe aan rapportage alsook
                                    kopie van eventuele definitieve aanslag Inkomstenbelasting
                                    voorafgaande belastingjaar;- Ook dient Suwi-net te worden
                                    geraadpleegd.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 6.7.2 Samenloop</tussenkop><al>Naast de controle van de rofjes om het inkomen te verifiëren
                                    wordt de samenloop van inkomen en uitkering nog op een andere
                                    wijze onderzocht. Tot en met 2001 ging dat via een
                                    belastingssignaal achteraf. Vanaf 2002 tot heden loopt dat via
                                    het inlichtingenbureau.Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de
                                    administratie (let op boete vervalt bij vaststellen
                                    Maatregelenverordening WWB).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.8</nr><titel>Vermogen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 6.8.1 Actuele vermogen</tussenkop><al>Deze paragraaf is niet van toepassing in geval van Ioaw en
                                    Ioaz.Bij een heronderzoek wordt de actuele vermogenspositie van
                                    belanghebbende in kaart gebracht.- Bewijsstukken inzake actuele
                                    vermogen worden aan rapportage toegevoegd.Het gaat dan niet
                                    alleen om het positieve vermogen, maar zeker ook om het
                                    negatieve vermogen. Hieraan gekoppeld worden tevens de actuele
                                    aflossingsverplichtingen in kaart gebracht.Het doel hiervan is
                                    om volledig zicht te behouden op de financiële situatie. Indien
                                    nodig - in het belang van cliënt - , dient eventueel contact
                                    gezocht te worden met derden/schuldeisers voor totstandkoming /
                                    bijstelling van aflossingsverplichting, of aanmelding bij een
                                    project voor schuldbemiddeling/sanering zoals het Bish.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 6.8.2 Lopende rekeningen / betaalrekeningen</tussenkop><al>De cliënt moet aan de consulent alle dagafschriften van de door
                                    hem/haar en gezin in gebruik zijnde betaalrekeningen overleggen
                                    over periode van drie maanden voorafgaande aan het
                                    heronderzoek.Gelet op het feit dat dagafschriften veel inzicht
                                    verschaffen in het inkomsten- (beoordelen korting inkomsten uit
                                    of ivm arbeid) en uitgavenpatroon van de cliënt(en), geldt deze
                                    verplichting ook in geval van Ioaw en Ioaz (fraudepreventie /
                                    beoordeling schuldenproblematiek).- De dagafschriften over
                                    periode van drie maanden worden op de juiste volgorde beoordeeld
                                    en geverifieerd. Als er geen bijzonderheden zijn worden alleen
                                    de eerste en de laatste gekopieerd en bij de rapportage gevoegd.
                                    In geval een heronderzoek niet tijdig wordt opgepakt, worden de
                                    bankafschriften ingezien over de drie maanden voorafgaande aan
                                    het moment dat daadwerkelijk met het heronderzoek wordt
                                    gestart.- Bij telebankieren worden kopieën gemaakt van de
                                    originele - van de door de bank gemaakte - rekeningafschriften.
                                    Dit is niet mogelijk bij spaarrekeningen (hiervan worden geen
                                    afschriften meer verstrekt).- Ingeval van kinderen jonger dan 18
                                    jaar moet er een kopie gemaakt worden van het meest recente
                                    afschrift.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 6.8.3 Spaarrekeningen (geldt niet voor Ioaw en Ioaz)</tussenkop><al>- Van de spaarrekeningen moeten de afschriften worden gekopieerd
                                    over periode van drie maanden voorafgaande aan datum
                                    heronderzoek en bij de rapportage te worden gevoegd. Indien over
                                    die periode - vanwege ontbreken van transacties - geen
                                    afschriften voorhanden zijn, dient het laatste en voorlaatste
                                    afschrift te worden gekopieerd zoals die door de bank zijn
                                    verstrekt aan de cliënt(en).- Ter verificatie van het saldo op
                                    een internetspaarrekening zijn er de volgende mogelijkheden (zie
                                    Handboek Schulinck B4.4-4):*De aanvrager kan een afdruk van de
                                    internetpagina met het saldo overleggen*De aanvrager kan tijdens
                                    een gesprek worden gevraagd om via een computer die is verbonden
                                    met internet de pagina met het saldo van de
                                    internetspaarrekening op te roepen*Sozawe kan bij de
                                    belastingdienst (via het Inlichtingenbureau) een lijst opvragen
                                    van alle bankrekeningnummers die gekoppeld zijn aan aanvrager.
                                    Stortingen en opnames moeten meestal via de lopende rekening
                                    lopen.- Ingeval van kinderen jonger dan 18 jaar moet er een
                                    kopie gemaakt worden van het meest recente afschrift.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 6.8.4 Inzien en opvragen van afschriften over langere
                                    periode</tussenkop><al>Indien de getoonde bankafschriften gerede vragen en twijfels
                                    oproepen inzake de door de aanvrager overgelegde informatie
                                    (inkomsten, vermogen, gezinssituatie), is de consulent
                                    gerechtigd om alsnog de bankafschriften op te vragen over een
                                    langere periode, en kan van elke dubieuze post op het afschrift
                                    een kopie worden gemaakt.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 6.8.5 Bankpasjes</tussenkop><al>Bankpasjes behoeven in beginsel niet te worden getoond door de
                                    cliënt. Alleen in geval van vermoeden van fraude of indien de
                                    cliënt (en eventuele partner /gezin) beschikt over een nieuwe
                                    rekening en nog niet beschikt over dagafschriften, dient het
                                    pasje / de pasjes te worden ingezien. Een kopie van pasje(s)
                                    dient dan bij de rapportage te worden gevoegd.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 6.8.6 Onleesbaar maken van uitgaven / vervaardigen van
                                    kopieën</tussenkop><al>Zie hieromtrent § 3.14.4.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.9</nr><titel>Aflossingsverplichting aan Sozawe.</titel></kop><structuurtekst><al>- Bij het heronderzoek wordt beoordeeld of de cliënt, - indien
                                hij/zij een schuld heeft aan Sozawe - aflost conform de getroffen
                                betalingsregeling danwel een betalingsregeling dient te worden
                                vastgesteld.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.10</nr><titel>Uitstroom</titel></kop><structuurtekst><al>Ingevolge artikel 9, lid 1 WWB juncto artikel 113 Abw , artikel 35
                                IOAW en artikel 37 IOAZ is de uitkeringsgerechtigde verplicht van af
                                de dag van melding (bij het Centrum voor werk en inkomen) naar
                                vermogen (algemeen geaccepteerde) arbeid te verkrijgen en te
                                aanvaarden, dan wel gebruik te maken van een door het college
                                aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling alsmede
                                medewerking te verlenen aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                arbeidsinschakeling. Anderzijds heeft de klant het recht op
                                ondersteuning (artikel 10 WWB treedt in werking op het moment dat de
                                reïntegratieverordening en maatregelenverordening WWB zijn
                                vastgesteld).Ter bewaking van het traject vindt regelmatig contact
                                met de klant plaats. De consulent zorgt voor een adequate
                                verslaglegging. Minimale frequentie rapportage aangaande
                                activiteiten gericht op arbeidsinschakeling: 4 maal per
                                jaar.Afhankelijk van de opgelegde arbeidsverplichtingen en
                                persoonlijke situatie zijn de volgende vragen relevant:- Heeft de
                                cliënt gesolliciteerd ?- Staat cliënt ingeschreven bij
                                uitzendbureau´s?- Is de inschrijving bij CWI tijdig verlengd?- Moet
                                er een belastbaarheidsonderzoek plaatsvinden ?- Wat is de stand van
                                zaken inzake een scholingstraject ?- Wat is de stand van zaken
                                inzake arbeidstraining?- Hoe is de terugkoppeling met het
                                reïntegratiebedrijf?- Etc.Gelet op het feit dat voor iedere cliënt
                                de situatie anders is, kan niet zondermeer gesteld worden welke
                                gegevens in het kader van verificatie aan de rapportage dienen te
                                worden toegevoegd. Wel dient voor wat betreft vorm en inhoud
                                aansluiting gezocht te worden, na vaststelling, bij de
                                reïntegratieverordening WWB.- Uitgangspunt is dat die stukken dienen
                                te worden toegevoegd aan de rapportage die relevant zijn gelet op de
                                situatie van betrokkene.Dus bijvoorbeeld:- Kopie actuele
                                inschrijvingsbewijs CWI;- Bewijsstukken inzake inschrijving bij
                                uitzendbureau´s;- Kopie sollicitatiebrieven;- Uitdraai EBB;- Stukken
                                met betrekking tot voortgang scholing en- bijvoorbeeld een
                                trajectplan</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.11</nr><titel>Veranderingen ingevolge invoering WWB en Hoogwaardige
                                Handhaving:</titel></kop><structuurtekst><al>Per 01-01-2004 is de Regeling administratieve uitvoering komen te
                                vervallen, derhalve zal een "heronderzoek rechtmatigheid" nieuwe
                                stijl worden ontwikkeld om te waarborgen dat de uitkering rechtmatig
                                wordt verstrekt en fraude wordt voorkomen dan wel wordt
                                opgespoord.De voornaamste wijzigingen zijn te verwachten in de vorm
                                en inhoud van de onderzoeken en de daarbij gebruikte formulieren en
                                afschaffing van het maandelijkse rechtmatigheidsformulier (rofje) en
                                invoering van het statusformulier en het mutatieformulier.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>VI a</nr><titel>Start heronderzoek WWB/ Abw, Ioaw of Ioaz</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6a 1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>In principe worden alle belanghebbenden voor dit start heronderzoek
                                (verkort heronderzoek) binnen drie maanden na aanvraag opgeroepen
                                tenzij de toetser / beslisser beslist dat er geen noodzaak voor een
                                dergelijk start heronderzoek is. Er is geen noodzaak voor een start
                                heronderzoek als alle stukken compleet zijn en er geen sprake is van
                                aandachtspunten. Het start heronderzoek is bedoeld om binnen een
                                redelijke tijd na de aanvraag belanghebbende nogmaals uit te nodigen
                                met het oog op het nog aanleveren van informatie, bewijsstukken en
                                speciaal bij fase 1 cliënten een check op uitstroomresultaten (o.a.
                                de activiteiten van het CWI op dit gebied). In een aantal gevallen
                                moet belanghebbende nog stukken aanleveren waarover hij c.q. zij bij
                                de aanvraag nog niet beschikte. Dit doet zich onder andere voor in
                                die gevallen waar sprake is van een voorgenomen echtscheiding c.q.
                                verlating. In die gevallen kan bijvoorbeeld nog niet het vermogen
                                worden vastgesteld of is er nog geen uitspraak in de echtscheiding,
                                alimentatie, de verdeling van vermogen of de boedel. Als tijdens het
                                start heronderzoek nog steeds niet alle benodigde informatie en /of
                                bewijsstukken voor handen zijn, dan moet er na drie maanden nogmaals
                                een start heronderzoek worden uitgevoerd.De belanghebbende hoeft
                                geen (heronderzoek) formulier in te vullen. In de uitnodiging wordt
                                door de consulent aangegeven welke informatie c.q. bewijsstukken
                                belanghebbende (nog) moet aanleveren. Het onderzoek geldt alleen
                                voor de WWB, Abw, Ioaw of Ioaz en niet voor Bbz, Roa of Vvtv. In dit
                                hoofdstuk worden een aantal bijzondere groepen belanghebbenden
                                benoemd die voor het start heronderzoek in aanmerking komen onder
                                andere voor het aanleveren van extra informatie en / of
                                bewijsstukken.Tijdens het start heronderzoek moeten in ieder geval
                                de punten c.q. onderdelen in het onderstaande blok aan de orde komen
                                en worden gerapporteerd.</al><al/><al>- In het rapport terugkomen op de aandachtspunten uit het vorige
                                rapport c.q. het aanvraagonderzoek afhandelen (bijvoorbeeld door het
                                opvragen van stukken die op het moment van het aanvraagonderzoek nog
                                niet aanwezig waren).- Controle op de uitvoering van de
                                heffingskortingen aan de hand van bewijsstukken van de
                                belastingdienst (voor zover van toepassing).- Controle of
                                belanghebbende is opgenomen in EBB.- Controle van de bankafschriften
                                (zie hiervoor de onderstaande tekst en eventueel Hoofdstuk VI, §
                                6.8. van dit Verificatieplan).- Rapportage over het overleg met de
                                casemanager.- bankafschriften:In het rapport vermelden dat de
                                afschriften geverifieerd zijn en dat er geen bijzonderheden zijn
                                geconstateerd. Het 1e en het laatste bankafschrift kopiëren. Ook
                                kopieën maken van afschriften waarop wel bijzonderheden worden
                                geconstateerd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6a 2</nr><titel>Echtscheiding / verlating</titel></kop><structuurtekst><al>- Kopie van het huurcontract op naam gesteld van de achterblijvende
                                partner.- Kopie bewijsstuk betaling huur.- Kopieën van de
                                correspondentie van advocaten (eigen en van ex-partner).- Kopie van
                                een eventueel afgesloten convenant tussen ex-partners.- Kopie van de
                                beschikking rechtbank (voorlopige voorzieningen, echtscheiding,
                                scheiding van tafel en bed, co-ouderschap, voogdij, alimentatie).-
                                Kopie bewijs van inschrijving echtscheiding (controle NAW-gegevens;
                                P-scherm)- Controle op de stand van zaken van het interne onderzoek
                                vaststelling onderhoudsbijdrage.- Kopie van de akte van
                                boedelscheiding.- Vaststellen definitieve vermogen aan de hand van
                                de geleverde bewijsstukken.- Overgaan tot terugvordering van de
                                uitkering bij overschrijding van de vrijlatingsgrens van het
                                vermogen</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6a 3</nr><titel>Fasering</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 6a 3.1 Fase 1</tussenkop><al>- Rapporteren over de uitstroomactiviteiten van het CWI richting
                                    belanghebbende (is het CWI wel actief bezig met
                                    belanghebbende?). - Kopieën van bewijsstukken van
                                    sollicitatieactiviteiten (zie voor een toelichting onderstaande
                                    tekst).- Controle of belanghebbende wel is opgenomen in EBB.-
                                    Rapportage over het overleg met casemanager.- bewijsstukken van
                                    sollicitatieactiviteiten. Geen sollicitaties verricht is
                                    maatregelwaardig gedrag, tenzij er een gegronde reden is
                                    aangegeven waarom niet is gesolliciteerd</al><tussenkop> Sub-paragraaf 6a 3.2 Fase 2, 3 en 4</tussenkop><al>- Controle of belanghebbende wel is opgenomen in EBB.- Controle
                                    of er reeds een traject is uitgezet richting
                                    reïntegratiebedrijf.- Rapportage over het overleg met
                                    casemanager.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6a 4</nr><titel>Statushouders</titel></kop><structuurtekst><al>- Controle status a.d.h.v. het J-scherm (uitdraai bijvoegen).-
                                Controle of WIN-traject is gestart (zie voor een toelichting
                                onderstaande tekst en eventueel het Instructieboek, blz. 12 - 9).-
                                Rapportage over het overleg casemanager- Controle op de verstrekte
                                leenbijstand, akte van schuldbekentenis en verrekening aflossing met
                                de uitkering.- Controle op de voortgang van het verstrekken van
                                leenbijstand (in twee termijnen) voor woninginrichting
                                (bewijsstukken verzamelen van gemaakte kosten en betaling vanuit het
                                eerste reeds verleende voorschot). Rapporteren of het tweede deel
                                van de lening kan worden verstrekt.- Verloopt de betaling van de
                                vaste lasten voor huisvesting correct (betaalbewijzen verzamelen van
                                huur, gas, water en elektrisch).- Zijn de benodigde verzekeringen
                                afgesloten (ziektekostenverzekering is verplicht, WA, inboedel en
                                uitvaartverzekering zijn gewenst).- Contact opnemen met de Stichting
                                Vluchtelingenwerk Ooststellingwerf inzake eventuele knelpunten
                                (huisvesting, inburgering, financiële / psychische problemen,
                                schoolgaande kinderen en hierover rapporteren.- controle of
                                WIN-traject is gestart:Binnen 6 weken na vestiging vanuit een AZC
                                c.q. na uitreiken status dient de nieuwkomer een verzoek in voor een
                                inburgeringscontract (na uitnodiging door casemanager). Binnen 6
                                weken stelt de casemanager het inburgeringscontract vast, d.m.v. een
                                beschikking, waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Het
                                inburgeringscontract gaat binnen 4 maanden van start.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6a 5</nr><titel>Ioaz</titel></kop><structuurtekst><al>- Kopie maken van de liquidatiebalans.- Taxaties van onroerende
                                zaken afgerond (de noodzakelijke bewijsstukken voor de definitieve
                                vaststelling van het vermogen en eventuele inkomsten uit vermogen
                                kopiëren).- In de rapportage het definitieve vermogen berekenen en
                                vaststellen in de beschikking.- Controle op inkomsten uit vermogen.-
                                Kopie van het bewijs van uitschrijving uit het handelsregister bij
                                de Kamer van Koophandel (dit is niet van toepassing bij agrarische
                                bedrijven)</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>VII</nr><titel>Verificatie bij beëindigingsonderzoek WWB, Abw, Ioaw of Ioaz</titel></kop><structuurtekst><al>Bij een beëindigingsonderzoek dient formeel gezien dezelfde verificatie
                            plaats te vinden als bij een heronderzoek onder het Abw-regime.
                            Beoordeeld moet worden of de uitkering in de afgelopen periode correct
                            is verstrekt. Bij ieder onderzoek dient een uitdraai van het W- en
                            P-scherm gevoegd te zijn.In concreto heeft de gemeente Ooststellingwerf
                            het volgende verificatiebeleid inzake de beëindiging.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7.1</nr><titel>Datum en reden van beëindiging</titel></kop><structuurtekst><al>- Bij een be&amp;#xEB;indigingsonderzoek dient het juiste tijdstip
                                van be&amp;#xEB;indiging van de uitkering te worden vastgesteld. De
                                gegevens inzake de reden van be&amp;#xEB;indiging dienen aan de
                                rapportage te worden toegevoegd.De volgende bewijsstukken / gegevens
                                dienen bij een be&amp;#xEB;indigingsonderzoek aanwezig te zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Werkaanvaarding: arbeidscontract waaruit de aanvangsdatum
                                        blijkt alsmede de hoogte van de verdiensten of, indien van
                                        toepassing, schriftelijk dan wel mondelinge verificatie bij
                                        het Uitzendbureau. Eventueel kan ook worden volstaan met een
                                        salarisspecificatie waaruit duidelijk blijkt op welke datum
                                        het dienstverband is aangevangen. Indien een fulltime
                                        dienstverband wordt aanvaard en duidelijk is dat de
                                        inkomsten gelijk of hoger zijn dan de bijstandsnorm dan is
                                        een bewijsstuk met betrekking tot de hoogte van de inkomsten
                                        niet noodzakelijk. In het rapport dient dan wel duidelijk te
                                        worden vermeld dat het een fulltime dienstverband
                                        betreft.</al></li><li nr="2."><al>Niet melden / onvoldoende inlichtingen: uitdraai
                                        bevolkingsregister (W + P scherm). Bij twijfel: telefonisch
                                        /schriftelijk navraag bij GAK of UWV (over mogelijke
                                        werkzaamheden), bij ziekenfonds (verzekerd via welke
                                        werkgever / uitkerende instantie) en bij Belastingdienst
                                        (over mogelijk dienstverband). In ieder geval vindt een
                                        vergelijking plaats met de gegevens via het
                                        Inlichtingenbureau.</al></li><li nr="3."><al>Studiefinanciering: bewijsstuk waaruit de ingangsdatum van
                                        de studiefinanciering blijkt.</al></li><li nr="4."><al>Huwelijk / samenwonen met verdienende echtgenoot / partner:
                                        gedateerde bevolkingsuitdraai.</al></li><li nr="5."><al>Overlijden: bevolkingsuitdraai.</al></li><li nr="6."><al>Verhuizing naar andere gemeente: bevolkingsuitdraai,
                                        verificatie bij nieuwe gemeente, hetgeen op een
                                        controleerbare manier dient te zijn vastgelegd in het
                                        rapport onder vermelding van de datum van het
                                        telefoongesprek en de persoon met wie men heeft gesproken,
                                        of, indien van toepassing, een toekenningsbeschikking van de
                                        andere gemeente.</al></li><li nr="7."><al>Vermogen: bewijsstuk hiervan. Bij erfenis / boedelscheiding
                                        moet de datum duidelijk zijn waarop de oorzaak (overlijden /
                                        echtscheiding) heeft plaatsgevonden. Dus per welke datum het
                                        recht op uitkering eindigt c.q. moet worden
                                        ingetrokken.</al></li><li nr="8."><al>Andere uitkering: besluit of uitkeringsstrook waaruit
                                        duidelijk de aanvangsdatum van de uitkering blijkt.</al></li><li nr="9."><al>Bij inkomsten dient een specificatie hiervan aanwezig te
                                        zijn. Indien een fulltime dienstverband wordt aanvaard en
                                        duidelijk is dat de inkomsten gelijk of hoger zijn dan de
                                        bijstandsnorm dan is een bewijsstuk met betrekking tot de
                                        hoogte van de inkomsten niet noodzakelijk.</al></li><li nr="10."><al>Bij een beginnende zelfstandige: vanuit de WWB: een
                                        vestigingsvergunning, BTW-nummer of inschrijving Kamer van
                                        Koophandel.</al></li><li nr="11."><al>Bij een be&amp;#xEB;indigde zelfstandige: een bewijs van
                                        uitschrijving bij de Kamer van Koophandel.</al></li><li nr="12."><al>Bij een arbeidsongeschikte zelfstandige: de
                                        toekenningsbeschikking van de Waz-uitkering.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7.2</nr><titel>Inkomsten en vermogen</titel></kop><structuurtekst><al>Bij het beëindigingsonderzoek dient te worden vastgesteld of de
                                belanghebbende in de totale uitkeringsperiode heeft ontvangen waarop
                                hij / zij recht had.In dat kader vindt de volgende verificatie
                                plaats.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 7.2.1 Rofjes / statusformulieren/ mutatieformulieren/
                                    Suwi-net</tussenkop><al>- De rofjes/ statusformulieren/ mutatieformulieren over de
                                    periode gelegen tussen laatste onderzoek rechtmatigheid en datum
                                    einde uitkering, dienen door de consulent te worden ingezien en
                                    gecontroleerd;- Ook dient Suwi-net te worden geraadpleegd.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 7.2.2 Heffingskortingen</tussenkop><al>- Nadrukkelijk dient controle plaats te vinden van juiste wijze
                                    van korten inkomsten uit heffingskortingen (n.v.t. in geval van
                                    Ioaw en Ioaz).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7.3</nr><titel>Beëindiging bijzondere bijstand /premie (afbouw in 2004)</titel></kop><structuurtekst><al>- Voor zover de cliënt periodieke bijzondere bijstand ontvangt:
                                dient nagegaan te worden of deze bijzondere bijstand tevens dient te
                                worden beëindigd;- Voor zover de cliënt maandelijks een
                                deeltijdpremie of activiteitenpremie ontvangt: deze dient beëindigd
                                te worden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7.4</nr><titel>Afwikkeling van verplichtingen over en weer</titel></kop><structuurtekst><al>- Indien de cliënt nog niet alle gevraagde stukken heeft overgelegd,
                                zoals hem / haar verzocht gedurende de periode van
                                uitkeringsverstrekking, dient hij / zij deze alsnog over te leggen;-
                                Vastgesteld dient te worden of er een (restant-) schuld is aan
                                Sozawe en op welke wijze de cliënt dient voort te gaan met betalen;-
                                Vastgesteld dient te worden of het vakantiegeld kan worden
                                uitbetaald of dat deze reservering ten goede dient te komen aan een
                                schuldeiser danwel aan Sozawe zelf (ter verrekening van
                                schuld).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7.5</nr><titel>Afwikkeling jegens derden</titel></kop><structuurtekst><al>- De inhoudingen op de uitkering dienen te worden beëindigd;- Derden
                                dienen eventueel op de hoogte te worden gebracht van de beëindiging
                                (actie administratie)en- Indien de uitkering gedeeltelijk wordt
                                verhaald op onderhoudsplichtige(n), dient de onderhoudsplichtige(n)
                                te worden bericht met mededeling van het totaal nog te betalen
                                bedrag aan onderhoudsbijdrage. Mocht de onderhoudsplicht op nihil
                                zijn gesteld, dan volgt geen bericht.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>