<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR83309_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders 2007 Gemeente Oosterhout</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders 2007 Gemeente Oosterhout</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=44">Gemeentewet, art. 44, tweede en derde lid </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=95">Gemeentewet, art. 95 tot en met 99 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders">Rechtspositiebesluit wethouders </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Rechtspositie wethouders</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders 2007 Gemeente Oosterhout</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oosterhout</al><al>gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=44">artikelen 44, tweede en derde lid</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=95">95 tot en met 99</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">147 van de Gemeentewet</extref>,</al><al>gelet op het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders">Rechtspositiebesluit wethouders</extref>,</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening</al><al>Verordening rechtspositie wethouders 2007 Gemeente Oosterhout</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>n.v.t.</al></li><li nr="b."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders">Rechtspositiebesluit wethouders</extref>: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>n.v.t.</al></li><li nr="d."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders">Regeling rechtspositie wethouders</extref>: de ministeriële
                                    regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders/article=23">artikel 23 van het Rechtspositiebesluit
                                    wethouders</extref>;</al></li><li nr="e."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verplaatsingskostenregeling%201989">Verplaatsingskostenregeling 1989</extref>: het besluit van
                                    de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                    AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;</al></li><li nr="f."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reisregeling%20binnenland">Reisregeling binnenland</extref>: het besluit van de
                                    Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr.
                                    AB93/U280, Stcrt. 56;</al></li><li nr="g."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reisregeling%20buitenland">Reisregeling buitenland</extref>: het besluit van de
                                    Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr.
                                    AD94/U1011, Stcrt. 181;</al></li><li nr="h."><al>n.v.t.</al></li><li nr="i."><al>n.v.t.</al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=102">artikel 102 van de Gemeentewet</extref>.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk II Niet van toepassing</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikelen 2 tot en met 13b</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14 Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 18.001-,
                            vermeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders/article=25">artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=3">artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Zakelijke reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in
                                    artikel 15 vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van
                                    andere dan de in artikel 15 bedoelde reizen ten behoeve van de
                                    gemeente gemaakt.</al></li><li nr=""><al>De vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                            taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding
                                            als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=4">artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                                rechtspositie wethouders</extref>;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs
                                            gemaakte verblijfkosten;</al></li><li nr="d."><al>op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke
                                            reizen van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de
                                            regeling voor gemeentelijk personeel. Indien geen
                                            regeling als bedoeld in de eerste volzin is vastgesteld
                                            vindt op aanvraag saldering van de reiskosten voor de
                                            zakelijke reizen van de wethouder plaats overeenkomstig
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reisregeling%20binnenland/article=4a">artikel 4a van de Reisregeling binnenland</extref>,
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reisregeling%20buitenland/article=2a">artikel 2a van de Reisregeling buitenland</extref>
                                            en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verplaatsingskostenbesluit%201989/article=13a">artikel 13a van de krachtens het
                                                Verplaatsingskostenbesluit 1989</extref>
                                            vastgestelde <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verplaatsingskostenregeling%201989">Verplaatsingskostenregeling 1989</extref>.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Dienstauto</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik
                                    maken van een dienstauto. Onder dienstauto wordt voor de
                                    toepassing van dit artikel verstaan een door de gemeente
                                    ingehuurde auto met of zonder chauffeur.</al></li><li nr="2."><al>De door de gemeente ingehuurde auto met of zonder chauffeur kan
                                    door de wethouder ook worden gebruikt voor reizen ten behoeve
                                    van nevenfuncties die de wethouder vervult uit hoofde van zijn
                                    ambt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van in het tweede
                                    lid bedoelde nevenfuncties gebruik maakt van de door de gemeente
                                    ingehuurde auto en daarvoor een vergoeding van reiskosten
                                    ontvangt wordt die vergoeding in de gemeentelijke kas
                                    gestort.</al></li><li nr="4."><al>In een nader door college vast te stellen regeling kan van het
                                    in dit artikel gestelde worden afgeweken indien de vervulling
                                    van de functie van wethouder dit redelijkerwijs verlangt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Verblijfkosten</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                    Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                    reis- en verblijfkosten vergoed.</al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                    zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                    toestemming van het college vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en
                                    een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                    gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                    uitoefening van het ambt van wethouder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Computer en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente voor
                                    de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende
                                    apparatuur en software in bruikleen ter beschikking
                                    gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met
                                    een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste
                                    lid ontvangt de wethouder ten laste van de gemeente op aanvraag
                                    per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde
                                    daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt
                                    ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software welke het college aan
                                    wethouders in bruikleen ter beschikking stelt.</al></li><li nr="3."><al>Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                                    beschikking is gesteld, verleent het college de wethouder op
                                    aanvraag voor de uitoefening van het ambt voor een periode van
                                    maximaal drie jaar een tegemoetkoming van 30% van de
                                    aanschafwaarde voor </al><lijst><li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                            software, of</al></li><li nr="b."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur
                                            en software.</al></li><li nr=""><al>Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de
                                            aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur
                                            en software welke het college aan de wethouders in
                                            bruikleen ter beschikking stelt.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Op aanvraag worden de wethouder de aanleg- en abonnementskosten
                                    voor de internetverbinding voor de in het eerste of derde lid
                                    genoemde computerapparatuur vergoed.</al></li><li nr="5."><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li><li nr="6."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Mobiele telefoon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening
                                    van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                                    gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met
                                    de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li><li nr="4."><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                    voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een
                                    verrekening van de gesprekskosten plaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                    gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld
                                    in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20loonbelasting%201964/article=19g">artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                                    1964</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                    wethouder gebruik maakt van de wettelijke
                                    levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=44">artikel 44 van de Gemeentewet</extref> bestaat geen
                                    aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23a Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                    gemeentelijk personeel geldende fietsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=44">artikel 44 van de Gemeentewet</extref> bestaat geen
                                    aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Reis- pensionkosten en verhuiskosten bij
                                benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=1">artikel 1 van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders</extref>;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=2">artikel 2 van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Kinderopvang</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV Niet van toepassing</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 26 tot en met 30</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk V De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 31 Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>n.v.t.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 16,19,
                                    en 24 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan
                                    het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten
                                    uit eigen middelen vooruit zijn betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend.
                                    De wethouder dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij
                                    de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in,
                                    onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 16, 19, 20 en
                                    24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door de
                                    wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de
                                    gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                    het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></li><li nr="3."><al>De wethouder dient het begeleidingsformulier en de factuur
                                    binnen 2 maanden in bij de gemeentesecretaris of de door hem
                                    aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 n.v.t.</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk Vl Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 35 Intrekking oude regeling</titel></kop><al>Voor zover bestaand, wordt de verordening Voorzieningen wethouders,
                            raads- en commissieleden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders 2007 gemeente Oosterhout</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING gewijzigd d.d. 29 maart 2007³</titel></kop><al><vet>Wettelijke regelingen</vet></al><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders vindt op drie of vier niveaus
                    plaats, te weten bij wet, AMvB, ministeriële regeling (alleen wethouders) en
                    gemeentelijke verordening. Wettelijk is voor wethouders in de Algemene
                    pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) de uitkering na aftreden en het
                    pensioen geregeld. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van
                    de rechtspositie van wethouders moet worden geregeld bij AMvB. Daartoe is
                    totstandgekomen het Rechtspositiebesluit wethouders. Enkele vergoedingen voor
                    wethouders die gelijk zijn aan die voor rijksambtenaren, maar voor hen voorheen
                    in verschillende regelingen waren opgenomen waarnaar in het verleden werd
                    verwezen, zijn om pragmatische redenen sinds 1 januari 2004 opgenomen in een
                    ministeriële regeling, de Regeling rechtspositie wethouders. In deze wetten en
                    nadere regelgeving zijn alle voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen
                    geregeld. Een aantal voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de
                    verschillende onkostenvergoedingen, is in de rechtspositiebesluiten overwegend
                    geregeld in dwingende bepalingen. Voor secundaire voorzieningen, zoals
                    bijvoorbeeld een regeling tegemoetkoming in de kosten van een
                    ziektekostenverzekering, geldt dat de gemeente de vrijheid heeft om deze
                    voorzieningen te treffen.</al><al><vet>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening</vet></al><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    wethouders. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en genoemde
                    rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend
                    genieten de wethouders als zodanig geen inkomsten, in welke vorm dan ook, ten
                    laste van de gemeente (artikel 44 van de Gemeentewet). Dit betekent dat de
                    rechtspositionele aanspraken voor zittende wethouders uitsluitend te vinden zijn
                    in respectievelijk de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                    Regeling rechtspositie wethouders en de plaatselijke Verordening rechtspositie
                    wethouders. Gewezen wethouders ontlenen hun aanspraak op een ontslaguitkering en
                    pensioen aan de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.</al><al><vet>Afzonderlijke verordeningen</vet></al><al>De gemeente Oosterhout geeft er de voorkeur aan de lokale regeling voor
                    wethouders en voor raads- en commissieleden in afzonderlijke verordeningen op te
                    nemen. Daartegen bestaat geen bezwaar. In dat geval bestaat de Verordening
                    rechtspositie raads- en commissieleden uit de hoofdstukken I, II, IV, V en VI
                    van de voorbeeldverordening en de Verordening rechtspositie wethouders uit de
                    hoofdstukken I, III, V en VI van de voorbeeldverordening.</al><al>De verordening bevat bepalingen inzake:</al><lijst><li nr="-"><al>een vaste algemene onkostenvergoeding voor wethouders (artikel 14);</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten van wethouders, waarbij een onderscheid is
                            gemaakt tussen woon-werkverkeer en zakelijke reizen (artikelen 15 t/m
                            19);</al></li><li nr="-"><al>reis- en pensionkosten en verhuiskosten van de bij benoeming
                            verhuisplichtige wethouder (artikel 24)</al></li><li nr="-"><al>beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur aan
                            wethouders, (artikelen 21 en 22 ) en faciliteiten in de vorm van
                            deelname van wethouders aan cursussen, congressen e.d. (artikel
                            20);</al></li><li nr="-"><al>een aantal secundaire voorzieningen voor wethouders zoals de
                            spaarloonregeling of levensloopregeling (artikelen 23 23a);</al></li><li nr="-"><al>de procedure van declareren (artikelen 31 t/m 34).</al></li></lijst><al><sup>!</sup> VNG-ledenbrief ECCVA/U200700476</al><al><vet>De arbeidsverhouding van de wethouder</vet></al><al>Wethouders zijn sinds de dualisering van het gemeentebestuur ingevolge de
                    Ambtenarenwet als benoemde bestuurders in openbare dienst aangesteld en vallen
                    onder de werking van die wet. Echter de bepalingen over het materiële
                    ambtenarenrecht uit de Ambtenarenwet zijn niet van toepassing op wethouders. Hun
                    rechtspositie wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst door specifieke wet-
                    en regelgeving. De aanstelling in openbare dienst houdt voor de toepassing van
                    de fiscale wetgeving in dat sprake is van een arbeidsverhouding die als
                    dienstbetrekking wordt aangemerkt. Dit betekent dat wethouders direct onder de
                    werking van de Wet op de loonbelasting vallen. Er is sinds de dualisering van
                    het gemeentebestuur derhalve geen mogelijkheid meer om wel of niet voor de
                    loonbelasting te opteren. Wethouders vallen niet onder de werking van de
                    Ziektewet, Werkloosheidswet en WIA. Evenmin geldt voor hen de
                    pensioenvoorziening bij het ABP. Wachtgeld na aftreden en ouderdoms- en
                    nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in de Algemene pensioenwet
                    politieke ambtsdragers (Appa). Wethouders zijn werknemers in de zin van de</al><al>Zorgverzekeringswet en hebben derhalve op grond van die wet recht op vergoeding
                    door de gemeente van de over hun bezoldiging verschuldigde inkomensafhankelijke
                    bijdrage in de kosten van de basisverzekering.</al><al><vet>De vergoedingssystematiek</vet></al><al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken. Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zoveel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan. Als vergoedingssystematiek is gekozen voor de volgende
                    wijze van redeneren:</al><lijst><li nr="-"><al>welke voorzieningen worden aangeboden door de organisatie
                            (bedrijfsvoering en bestuurskosten);</al></li><li nr="-"><al>welke voorzieningen zijn noodzakelijk voor de uitoefening van het ambt,
                            maar zijn niet rechtstreeks aan te bieden door de organisatie;</al></li><li nr="-"><al>kan voor deze voorzieningen nog een onbelaste vergoeding worden
                            aangeboden (indien de loonbelasting geldt);</al></li><li nr="-"><al>voor voorzieningen die niet onbelast aangeboden kunnen worden, kan een
                            (bruto) vergoeding worden verstrekt.</al></li></lijst><al>Concreet betekent deze vergoedingensystematiek het volgende.</al><al>Voorzieningen die zijn ondergebracht in de bedrijfsvoering</al><lijst><li nr="-"><al>bruikleen van computer- en communicatieapparatuur;</al></li><li nr="-"><al>zakelijk gebruik van dienstauto's;</al></li><li nr="-"><al>deelname aan cursussen en congressen e.d.</al></li></lijst><al>De zakelijke uitgaven hoeven niet te worden voorgeschoten door de wethouder maar
                    worden direct door de gemeente voldaan en de voorzieningen worden om niet in
                    bruikleen gegeven. Zij vallen derhalve buiten de vergoedingssfeer.</al><al>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten maar onbelast kunnen worden
                    vergoed</al><al>Voor een aantal zakelijke uitgaven, zoals reis- en verblijfkosten, blijft het
                    systeem overeind dat de gedane zakelijke uitgaven de wethouder op basis van
                    declaratie worden vergoed. Deze kunnen, als is voldaan aan de gestelde
                    voorwaarden, onbelast worden vergoed.</al><al>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten maar niet onbelast kunnen
                    worden vergoed</al><al>Voor een aantal andere beroepskosten wordt een vaste (bruto) kostenvergoeding
                    verstrekt. In de toelichting op artikel 14 is aangegeven om welke beroepskosten
                    het gaat.</al><al><vet>Controle en verantwoording</vet></al><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is - net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen -transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                    belasting.</al><al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven.</al><al>In hoofdstuk V is in verband hiermee, in aanvulling op de in de beheers- en
                    controleverordening vastgestelde regels, een aantal belangrijke procedures
                    vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven en de
                    declaratie van vooruit betaalde kosten. Daarnaast zijn er in de
                    bruikleenovereenkomsten heldere afspraken vastgelegd over het gebruik van
                    computer- en communicatieapparatuur die beschikbaar wordt gesteld voor de
                    uitoefening van de politieke functie. In aanvulling hierop is een gedragscode
                    ontwikkeld waarin nadere gedragsregels zijn vastgelegd. Daarbij gaat het onder
                    meer om afspraken omtrent de bestuurlijke uitgaven die in aanmerking komen voor
                    bespreking en zonodig besluitvorming in het college. In die gedragscode is ook
                    het beleid rond buitenlandse reizen en de bekostiging van zakendiners met derden
                    opgenomen. Verder zijn er aanvullende administratieve procedures beschreven over
                    de afwikkeling van declaraties en facturen en de daarbij te hanteren verdeling
                    van verantwoordelijkheden en hoe bijvoorbeeld om te gaan met interpretatie- of
                    meningsverschillen.</al><al><vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al><vet>Artikel 14 vaste onkostenvergoeding</vet></al><al>Hierin is de vaste vergoeding geregeld voor aan het ambt van wethouder verbonden
                    kosten. De vergoeding is opgebouwd op basis van de volgende
                    kostencomponenten:</al><lijst><li nr="-"><al>representatie</al></li><li nr="-"><al>vakliteratuur</al></li><li nr="-"><al>contributies, lidmaatschappen</al></li><li nr="-"><al>telefoonkosten</al></li><li nr="-"><al>bureaukosten, porti</al></li><li nr="-"><al>zakelijke giften</al></li><li nr="-"><al>bijdrage aan fractiekosten</al></li><li nr="-"><al>ontvangsten thuis</al></li><li nr="-"><al>excursies.</al></li></lijst><al>Sedert 1 januari 2001 zitten daarin niet langer de kostensoorten fax/pc en
                    cursussen en congressen. Daarvoor zijn vanaf dat tijdstip specifieke
                    voorzieningen getroffen (zie de artikelen 20, 21). De onkostenvergoeding is in
                    verband hiermee vanaf die datum neerwaarts bijgesteld. De vaste kostenvergoeding
                    kan sinds 1 januari 2001 niet meer onbelast worden verstrekt. Om netto het
                    bedrag van de vaste kostenvergoeding gelijk te houden is het bedrag gebruteerd
                    tegen het belastingtarief van 52%.</al><al>De hoogte van de kostenvergoeding wordt bij gemeentelijke verordening bepaald.
                    Wel is in de rechtspositiebesluiten voor wethouders het maximale bedrag van de
                    kostenvergoeding aangegeven. In artikel 14 is de hoogte van de kostenvergoeding
                    bepaald op het maximale bedrag. Ook de onkostenvergoeding kan door de raad op
                    een lager bedrag worden bepaald, dat echter niet lager mag zijn dan 80% van het
                    door de minister vastgestelde maximum.</al><al>Het bedrag van de kostenvergoeding is geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1
                    januari herzien aan de hand van de consumentenprijsindex. Hiervoor is in de
                    gemeente geen nadere besluitvorming nodig als in de verordening in algemene zin
                    is aangegeven of de onkostenvergoeding gelijk is aan het door de minister te
                    bepalen maximum of een percentage daarvan.</al><al><vet>Artikelen 15 en 16 Reiskosten woon/werk en zakelijke reiskosten</vet></al><al>Voor wethouders is in artikel 15 een belastingvrije vergoeding voor het
                    woon-werkverkeer geregeld overeenkomstig de bepalingen bij en krachtens het
                    Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling</al><al>rechtspositie wethouders. Bij gebruik van de eigen personenauto bedraagt de
                    vergoeding in 2007 € 0,14 per afgelegde kilometer.</al><al>Ingevolge artikel 16 worden zakelijke reiskosten, indien gemaakt met het
                    openbaar vervoer of met een taxi, volledig vergoed (mits in redelijkheid
                    gemaakt) en indien gemaakt met de eigen personenauto in 2007 € 0,28 per
                    afgelegde kilometer. De kilometervergoeding is, voor zover die meer bedraagt dan
                    € 0,19, belast.</al><al>Voor zakelijke kilometers (waaronder mede te verstaan de kilometers voor het
                    woon/werkverkeer) kan, zoals gezegd, een onbelaste vergoeding worden verleend
                    van maximaal € 0,19 per kilometer, ongeacht het gebruikte vervoermiddel.
                    Vergoedingen die daarboven uitgaan zijn voor dat hogere deel belast. In het
                    Handboek loonheffingen 2007 (§ 18.5.3) wordt over de kilometervergoeding
                    opgemerkt: Vergoedingen voor reiskosten die u naast de € 0,19 per kilometer
                    betaalt, zijn ook loon. Dat zijn bijvoorbeeld vergoedingen voor parkeer- en
                    tolgelden, voor (extra) afschrijving en slijtage aan de auto, voor het inbouwen
                    van een carkit of navigatiesysteem, voor extra benzineverbruik wegens gebruik
                    van een aanhangwagen of voor schade aan de auto. Vergoedingen voor parkeer-,
                    veer- en tolgelden en voor overeenkomstige verstrekkingen vallen onder de
                    eindheffing.</al><al>De fiscus staat toe de reiskostenvergoedingen voor de verschillende doeleinden
                    te salderen. Dat houdt in dat als bijvoorbeeld de verstrekte
                    reiskostenvergoeding voor dienstreizen hoger is dan de fiscaalwettelijk
                    vastgestelde belastingvrije vergoeding van maximaal € 0,19 per kilometer een
                    verstrekte lagere vergoeding dan € 0,19 voor woon/werkverkeer daarop in
                    mindering mag worden gebracht. Die salderingsmogelijkheid moet wel in een
                    formele vergoedingsregeling zijn vastgelegd. Die is opgenomen in artikel 16,
                    tweede lid. Indien voor het gemeentelijk personeel een salderingsregeling geldt
                    wordt daarbij aangesloten. Ontbreekt een dergelijke regeling, dan geldt in ieder
                    geval de salderingsregeling voor het rijkspersoneel. In het volgende voorbeeld
                    wordt toegelicht wat het vorenstaande betekent voor het salderen en de
                    berekening van de loonheffing over het bovenmatig deel van
                    reiskostenvergoedingen.</al><al>Voorbeeld</al><al>Betrokkene krijgt in een kalenderjaar van zijn werkgever een
                    reiskostenvergoeding van in totaal € 2.240,</al><al>bestaande uit:</al><lijst><li nr="-"><al>een vergoeding voor 10.000 woon/werkkilometers x € 0,14 = € 1.400
                            en</al></li><li nr="-"><al>een vergoeding voor 3.000 kilometers wegens dienstreizen x € 0,28 = €
                            840.</al></li></lijst><al>Als er geen salderingsregeling is moet de inhoudingsplichtige in ieder tijdvak
                    het bovenmatig bedrag van de vergoeding voor de dienstreizen in de heffing
                    betrekken (in totaal 3.000 km x € 0,09 = € 270). Als er wel een
                    salderingsregeling is mag de inhoudingsplichtige deze heffing uitstellen (dit is
                    niet verplicht). Saldering leidt dan tot het volgende resultaat: totale
                    reiskostenvergoeding € 2.240 gedeeld door het totaal aantal kilometers 13.000 =
                    gemiddelde vergoeding per km van € 0,17 per kilometer. Na saldering blijft de
                    vergoeding onder de € 0,19 per km waardoor de totale reisvergoeding onbelast
                    blijft. Indien de werkgever het "bovenmatige' gedeelte van € 0,09 van de
                    dienstreiskilometers reeds heeft belast (in totaal 3.000 km x € 0,09 = € 270)
                    mag de inhoudingsplichtige uiterlijk in de eerste maand van het nieuwe
                    kalenderjaar in zijn loonadministratie als negatief loon opnemen: € 270.</al><al>Reiskostenvergoedingen mogen dus ook onderling worden gesaldeerd. Kilometers die
                    betrekking hebben op het reizen per openbaar vervoer waarvoor een vergoeding in
                    geld is ontvangen, alsmede kilometers die als meerijder zijn afgelegd zonder dat
                    sprake is van vervoer vanwege de werkgever en zonder dat de betrokkene daarvoor
                    een vergoeding heeft ontvangen, mogen eveneens bij de saldering worden
                    betrokken. Saldering, respectievelijk belastingheffing over het bovenmatig deel
                    dat na saldering overblijft, mag worden uitgesteld. Afrekening met de fiscus op
                    basis van saldering kan na afloop van een bepaald loontijdvak, maar dient
                    uiterlijk plaats te vinden in de eerste maand van het nieuwe kalenderjaar.
                    Saldering na afloop van een</al><al>kalenderkwartaal, half kalenderjaar of heel kalenderjaar is mogelijk zolang de
                    vergoeding niet definitief is toegekend. In verband daarmee wordt de
                    reiskostenvergoeding in eerste instantie bij wijze van voorschot uitbetaald.
                    Voor de berekening van de loonheffing over het bovenmatig deel van de in een
                    gekozen periode uitbetaalde reiskostenvergoedingen dient te worden uitgegaan van
                    alle daadwerkelijk afgelegde dienstkilometers, vermeerderd met de daadwerkelijk
                    afgelegde woon/werkkilometers.</al><al><vet>Artikel 17 Dienstauto</vet></al><al>Onder dienstauto wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan een door de
                    gemeente ingehuurde auto. Dit kan zijn een taxi of een auto zonder of met
                    chauffeur. De gemeente kent geen dienstauto voor het vervoer van personen.</al><al>Als onderdeel van de bedrijfsvoering kan de gemeente de ingehuurde auto voor
                    zakelijk gebruik beschikbaar stellen aan wethouders. De door de gemeente
                    ingehuurde auto kan ook worden gebruikt voor de vervulling van een
                    q.q.-nevenfunctie. De eventueel uit hoofde van die nevenfunctie ontvangen
                    vergoeding van reiskosten ter zake wordt in dat geval in de gemeentelijke kas
                    gestort. Deze door de gemeente ingehuurde auto is niet beschikbaar voor
                    privé-gebruik.</al><al>De kilometers voor ambtsgebonden nevenfuncties worden als zakelijk aangemerkt.
                    Ambtsgebonden nevenfuncties vloeien voort uit het ambt. Van een ambtsgebonden
                    nevenfunctie is in elk geval sprake als de ambtsdrager zich er niet aan kan
                    onttrekken en de functie moet worden beëindigd als het ambt niet meer wordt
                    uitgeoefend. Of met de nevenfunctie een maatschappelijk of algemeen bestuurlijk
                    belang is gediend, is fiscaal bezien geen criterium voor het begrip
                    ambtsgebonden nevenfunctie. Ook is het fiscaal niet relevant of door provinciale
                    staten c.q. de gemeenteraad toestemming is gegeven voor het vervullen van de
                    nevenfunctie en het gebruik van de dienstauto voor dat doel.</al><al>Het gebruik van de dienstauto voor niet ambtsgebonden nevenfuncties wordt als
                    privégebruik aangemerkt. (Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en
                    Koninkrijksrelaties d.d. 22 maart 2007 aan de Tweede Kamer,
                    Tweede-Kamerstuknummer 30800 VII, nr. 42)</al><al>Bijwonen van bijvoorbeeld vergaderingen van de VNG behoort tot ambtsgebonden
                    activiteiten. Het gebruik voor overige nevenactiviteiten die dus tot het
                    privégebruik worden gerekend, is slechts tot 500 km per jaar onbelast. Daarboven
                    wordt het privé-gebruik aangemerkt als loon in natura en is om die reden
                    belast.</al><al><vet>Artikelen 19 Buitenlandse dienstreis</vet></al><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de wethouder
                    de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed.
                    De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland zijn
                    daarbij richtsnoer. In de eerder genoemde gedragscode zijn nadere gedragsregels
                    vastgesteld. Daarbij gaat het om expliciete besluitvorming in het college over
                    buitenlandse reizen en over uitnodigingen daartoe op kosten van derden.</al><al>Maar ook om bijvoorbeeld de rekening en verantwoording achteraf (zowel
                    inhoudelijk als financieel), het meereizen van de partner en het combineren van
                    een dienstreis met een (direct voorafgaande of aansluitende) privé-reis.</al><al><vet>Artikel 20 Cursus, congres, seminar of symposium</vet></al><al>Zoals hierboven al aangegeven is deze voorziening in de bedrijfsvoering gebracht
                    en komen de kosten rechtstreeks voor rekening van de gemeente. Zij zijn in
                    verband hiermee uit de vaste kostenvergoeding gehaald.</al><al>De in deze artikelen bedoelde cursussen en congressen hebben een zakelijk
                    karakter en zijn aan te merken als beroepskosten waarvan de vergoeding c.q.
                    verstrekking van loonbelasting is vrijgesteld.</al><al><vet>Artikel 21 Computer en internetverbinding</vet></al><al>Voor de uitoefening van het ambt van wethouder wordt op aanvraag om niet een
                    computer met bijbehorende apparatuur en software in bruikleen beschikbaar
                    gesteld. Bijbehorende apparatuur is apparatuur die is bestemd om aan de computer
                    te worden gekoppeld om informatie uit te wisselen. Voorbeelden hiervan zijn een
                    modem, een printer, een fax en een digitale fotocamera. De nadere voorwaarden
                    zijn geregeld in de bruikleenovereenkomst die de wethouder met de gemeente
                    sluit. Het model van die overeenkomst is door het college vastgesteld. De
                    grondslag voor deze faciliteit is te vinden in de rechtspositiebesluiten voor
                    wethouders.</al><al>Sinds 2005 kan een computer met bijbehorende apparatuur en software alleen
                    onbelast worden vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld indien deze geheel
                    of nagenoeg geheel zakelijk wordt gebruikt. In de Nota naar aanleiding van het
                    verslag (Tweede-Kamerstuk 29 767, nr. 14, blz. 22) wordt hierover het volgende
                    opgemerkt:</al><al>'Er is juist omwille van de eenvoud gekozen voor het criterium geheel of
                    nagenoeg geheel. Op deze wijze blijven computers die louter zakelijk worden
                    gebruikt buiten de heffing. Het aanvullende criterium 'nagenoeg geheel' zorgt
                    ervoor dat de werkgever bij zeer incidenteel privé-gebruik niet meteen de gehele
                    computer in de heffing hoeft te betrekken. De werkgever dient aannemelijk te
                    maken dat de computer geheel (of nagenoeg geheel) zakelijk wordt gebruikt om
                    deze onbelast te kunnen vergoeden, verstrekken of ter beschikking te stellen.
                    Hierbij geldt de vrije bewijsleer. In dit kader kan bijvoorbeeld worden gedacht
                    aan situaties waarin technische voorzieningen zijn aangebracht aan de computer
                    die privé-gebruik als zodanig bemoeilijken, de werknemer via de computer toegang
                    heeft tot het intranet van de werkgever, hij via de computer geen vrije
                    internettoegang heeft, er op de computer geen software anders dan bedrijfsmatige
                    software op staat, de werknemer ook niet de mogelijkheid heeft er software op te
                    zetten en hij geen eigen randapparatuur kan aansluiten.'</al><al>Omwille van het creëren van een compensatie voor de belastingheffing, wordt er
                    in de respectievelijke rechtspositiebesluiten en de verordening van uitgegaan
                    dat betrokkenen de computer niet geheel of nagenoeg geheel voor zakelijk gebruik
                    bestemmen.</al><al>Dat betekent dat zowel de vergoeding, de verstrekking als de
                    terbeschikkingstelling van computerapparatuur en de daaraan gekoppelde
                    tegemoetkoming zal worden belast. In verband hiermee vindt er gedurende de
                    afschrijvingsperiode van drie jaar voor de door de gemeente beschikbaar gestelde
                    computer een fiscale bijtelling plaats van 30% van de waarde in het economisch
                    verkeer op het moment van eerste ingebruikneming. Na het derde jaar wordt de
                    waarde op nihil gesteld. Geregeld is dat de gemeente op aanvraag 30% van de
                    aanschafprijs vergoedt gedurende de drie jaar dat i.v.m. het beschikbaar stellen
                    van de computer belasting is verschuldigd. Deze vergoeding is overigens belast.
                    Indien een computer tijdens het kalenderjaar wordt verstrekt geldt in het eerste
                    en vierde kalenderjaar een vergoeding naar evenredigheid van het aantal
                    kalendermaanden waarin de computer beschikbaar is gesteld. De gemeente bepaalt
                    zelf de hoogte van de vergoeding. Als norm kan daarvoor worden uitgegaan van de
                    aanschafwaarde van de computer die de gemeente ter beschikking stelt.</al><al>Een andere methode die toegepast kan worden is de volgende, waarbij wordt
                    uitgegaan van een bruikleen-pc en toebehoren ad € 1.500,- Deze is voor
                    belanghebbende bij wie loonbelasting wordt ingehouden toepasbaar omdat het
                    inhoudingspercentage bekend is. Voor de fiscaal zelfstandigen zal ofwel het
                    percentage door betrokkene vrijwillig moeten worden aangereikt dan wel dat voor
                    die belanghebbenden één en hetzelfde percentage wordt toegepast zonder rekening
                    te houden met de feitelijke situatie van betrokkene.</al><al>De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule: L x T/(100-T),
                    waarin:</al><al>L = het ter zake van de voorziening tot het belastbare loon in de zin van de Wet
                    op de loonbelasting 1964 behorende bedrag;</al><al>T = het hoogste van de in de tarieftabel van artikel 20a, eerste lid, van de Wet
                    op de loonbelasting 1964 opgenomen percentages."</al><al>Cijfermatig uitgewerkt ziet dit er als volgt uit:</al><al>Fiscale bijtelling voor een ter beschikking gestelde computer is 500.</al><al>Tarief 52% = € 260. Resulteert netto in (€ 500 - € 260 =) € 240.</al><al>Compensatie:</al><al>L500 x T52% / (100 - T52) = € 541 bruto</al><al>bruto € 541 = netto (€ 541 - 52% =) € 260.</al><al>Recapitulatie :</al><al>Totaal brutoloon € 500 + € 541 = € 1041</al><al>Totaal netto € 240 + € 260 = € 500</al><al>Het is ook mogelijk om een vergoeding te geven voor de aanschaf of het gebruik
                    van een eigen computer. Een compensatie voor belastingheffing is dan echter niet
                    toegestaan. De gemeente bepaalt zelf de hoogte van de vergoeding. Als norm kan
                    daarvoor worden uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer die de gemeente
                    ter beschikking stelt.</al><al>De aanleg- en abonnementskosten van de internetvoorziening komen ten laste van
                    de gemeente. Hier is er eveneens van uitgegaan dat de internetverbinding niet
                    geheel of nagenoeg geheel voor zakelijk gebruik is. In dat geval is de
                    vergoeding onbelast. Zie pag. 153 Handboek loonheffingen 2007. Ook hierbij kan
                    de gemeente zelf een normbedrag vaststellen uitgaande van bijvoorbeeld de
                    laagste of de gemiddelde kosten,</al><al><vet>Artikel 22 mobiele telefoon</vet></al><al>Met ingang van 1 januari 2007 zijn de vergoedingen of verstrekkingen van een
                    mobiele telefoon geheel onbelast als het zakelijk gebruik meer dan 10%
                    bedraagt.</al><al>In de vaste onkostenvergoeding is een component telefoonkosten opgenomen. Voor
                    deeltijdwethouders is dat 12% van de onkostenvergoeding en voor voltijd
                    wethouders 9%. Bij het verstrekken van een mobiele telefoon kan sprake zijn van
                    overbedeling. De component telefoonkosten kan om die reden verminderd worden.
                    Anderzijds is ook bij wethouders sprake van gebruik van de privé telefoon voor
                    zakelijke doeleinden. Voor dit doel ontvangen burgemeesters maandelijks bruto
                    een bedrag van € 25,-. Het is redelijk om, wanneer plaatselijk de component
                    telefoonkosten wordt gekort, deze korting tot een bedrag van € 25,-per maand van
                    de bruto onkostenvergoeding achterwege te laten.</al><al><vet>Artikel 23 Spaarloonregeling/levensloopregeling</vet></al><al>Een wethouder is een werknemer en kan dientengevolge gebruik maken van de
                    spaarloonregeling dan wel de levensloopregeling. Een combinatie van beide is
                    niet toegestaan. Wanneer de wethouder gebruik maakt van de gemeentelijke
                    levensloopregeling is het niet toegestaan een levensloopbijdrage ten laste van
                    de gemeente te verstrekken. Het gaat hier niet om een rechtspositionele
                    aangelegenheid maar om een fiscale faciliteit voor werknemers. De opbouw van de
                    levensloopvoorziening mag uitsluitend ten laste van de wethouderswedde
                    plaatsvinden. Aangezien wethouders geen verlof kennen, is het slechts mogelijk
                    dat de opgebouwde voorziening bij de beëindiging van het wethouderschap wordt
                    meegenomen naar een volgende werkgever of dat uitbetaling ineens
                    plaatsvindt.</al><al><vet>Artikel 23a Fietsregeling</vet></al><al>Wethouders kunnen deelnemen aan de fietsregeling. Het gaat hier niet om een
                    rechtspositionele aangelegenheid maar om een fiscale faciliteit voor werknemers.
                    Het is niet mogelijk een 'werkgeversbijdrage' te verstrekken. Afhankelijk van de
                    kostprijs van de fiets bedraagt de vermindering ten hoogste het bedrag dat in
                    artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 is vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 24 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</vet></al><al>Sinds de dualisering van het gemeentebestuur kunnen personen van buiten de
                    gemeenteraad tot wethouder worden benoemd. Dat kunnen ook personen zijn die niet
                    in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond van de Gemeentewet verplicht om te
                    gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder zijn geworden. In artikel 24 is
                    geregeld dat zij bij verhuizing naar de gemeente in aanmerking komen voor een
                    verhuiskostenvergoeding en eventueel voor vergoeding van reis- en pensionkosten
                    in afwachting van de verhuizing. De vergoedingen zijn onbelast.</al><al><vet>Artikelen 31 t/m 34 De procedure van declaratie</vet></al><al>In artikel 31 zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. In de artikelen 37
                    t/m 39 is vervolgens aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de
                    orde is en welke procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden.</al><al>Declaratie van vooruitbetaalde kosten</al><al>Daarbij gaat het om vergoeding van de volgende kosten:</al><lijst><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten van raadsleden;</al></li><li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                            wethouders</al></li><li nr="-"><al>reis- en pensionkosten en verhuiskosten;</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten van leden van gemeentelijke commissies</al></li></lijst><al>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</al><al>Rekeningen kunnen rechtreeks bij de gemeente in rekening worden gebracht in de
                    volgende gevallen:</al><lijst><li nr="-"><al>deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door raadsleden
                            en wethouders;</al></li><li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis- en pensionkosten en verhuiskosten</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                            wethouders.</al></li></lijst><al><vet>Artikelen 35 t/m 37 Citeertitel en inwerkingtreding</vet></al><al>Gekozen is voor inwerkingtreding met terugwerkende kracht 1 januari 2007</al><al>Terugwerkende kracht is alleen toegestaan wanneer de nieuwe aanspraken geen
                    verslechtering inhouden van de op dat moment vigerende verordening. De nieuwe
                    verordening kent geen verslechteringen, ook niet ten aanzien van de bepalingen
                    over de computer. Immers de bepalingen daaromtrent uit de vorige verordening
                    zijn van rechtswege buiten toepassing mede als gevolg van de terugwerkende
                    kracht die is verleend aan de wijziging van de grondslag voor artikel 27a uit
                    het Rechtspositiebesluit wethouders en artikel 7a uit het Rechtspositiebesluit
                    raads- en commissieleden (Stb. 2006, 8).</al><al>Sinds 20 februari 2004 bestaat naast het Rechtspositiebesluit wethouders ook de
                    (ministeriële) Regeling rechtspositie wethouders. In lijn met die gehanteerde
                    benaming is gekozen voor een nieuwe naam van de verordening: Verordening
                    rechtspositie wethouders 2007 Gemeente Oosterhout.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>