<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR83222_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende- zaakbelastingen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oostermoer, 15 december 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende- zaakbelastingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onroerende- zaakbelastingen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 9 d </al><al>Betreft: Verordening onroerende- zaakbelastingen 2011 </al><al/><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16
                        november 2010;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende</vet><vet>-
                            zaakbelastingen 2011</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam “onroerende-zaakbelastingen” worden voor de van binnen
                                de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen
                                geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden
                                        beoordeeld - bij het begin van het kalenderjaar een
                                        onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit,
                                        beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te
                                        noemen: gebruikersbelasting; </al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
                                        noemen: eigenarenbelasting. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door de leden van een huishouden aangemerkt als
                                        gebruik door een door de in artikel 231, tweede lid,
                                        onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
                                        aan te wijzen lid van dat huishouden; </al></li><li nr="b."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
                                        in gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig
                                        te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                        gegeven;</al></li><li nr="c."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                        belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak
                                        ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde
                                die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken
                                is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden
                                toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het tijdvak waarbinnen het in artikele 1 bedoelde
                                kalenderjaar valt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18, en 20, tweede lid, en 22 van de Wet
                                waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al
                                is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde,
                                de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                                        geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open
                                        grond, evenals de ondergrond van glasopstanden, die
                                        bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                        gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                        gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                        openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, één en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                                        zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                        voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat
                                        voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 8
                                        Rangschikkingsbesluit natuurschoonwet 1928, met uitzondering
                                        van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                        heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die
                                        door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke
                                        zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                        per rail, één en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de
                                        delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                        werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                        afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                        werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                        gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                        onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                        eigendommen –niet zijnde gebouwen- welke zijn geplaatst ten
                                        gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van
                                        het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals
                                        lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                                        fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                        beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen
                                        van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, één en ander met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        dienen als woning;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste
                                lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet
                                voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de gebruikersbelasting 0,0770% </al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelasting </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                0,0818%</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
                                0,0962%</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden door middel van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen die worden opgelegd in het belastingjaar waarop
                                zij betrekking hebben, in geval het totaalbedrag van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
                                aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 30,00 worden betaald
                                in vijf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens één maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
                                het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is
                                dan € 30,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                                termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en
                                elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid moeten worden
                                betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede één maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010" van de gemeente
                                    Tynaarlo, vastgesteld bij raadsbesluit van 8 december 2009,
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening onroerende-
                                    zaakbelastingen 2011”.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vries, 30 november 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>F.van Zuilen, voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.L. de Jong, griffier </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>