<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>83092_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Kinderopvang Gemeente Meppel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-06-10+02:00</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Meppeler Courant, 24-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET KINDEROPVANG">Wet kinderopvang, art. 25</dcterms:source><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:alternative>Verordening kinderopvang gemeente Meppel 1996</dcterms:alternative><dcterms:issued>2010-02-18+01:00</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-04+01:00</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-12-28+01:00</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk> 2010-1608</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Kinderopvang Gemeente Meppel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De R a a d der gemeente Meppel;</al><al> </al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. ;</al><al> </al><al>gelet op het bepaalde in art. 25Wet kinderopvang;</al><al> </al><al>b e s l u i t:</al><al> </al><al>vast te stellen de:</al><al> </al><al>Verordening Kinderopvang Gemeente Meppel 1996 </al><al>  </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al> In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels wordt verstaan onder:</al><al> a. burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van Meppel;</al><al> b. Vervallen</al><al> c. kindercentrum: kinderopvang in een ruimtelijke voorziening buiten een gezinssituatie,</al><al> alsmede kinderopvang binnen een gezinssituatie indien de opvang betrekking heeft op meer</al><al> dan vier kinderen gelijktijdig;</al><al> d. Vervallen</al><al> e. Vervallen</al><al> f. peuterspeelzaal: een kindercentrum uitsluitend voor kinderen vanaf 2 jaar tot het moment</al><al> waarop zij basisonderwijs kunnen volgen, met een maximale verblijfsduur van 3,5 uur per</al><al> dag;</al><al> g. Vervallen</al><al> h. Vervallen</al><al> i. Vervallen</al><al> j. functionaris:</al><al> 1. in een kindercentrum werkzame persoon die werkzaamheden verricht, opgenomen</al><al> in de voor kinderopvang geldende CAO, en die over de voor die werkzaamheden benodigde opleiding beschikt;</al><al> 2. Vervallen</al><al> k. houder: een natuurlijke rechtspersoon die een kindercentrum in stand houdt;</al><al> l. NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut vastgestelde norm;</al><al> m. begeleider: de in een kindercentrum werkzame persoon die anders dan als functionaris</al><al> belast is met het bieden van verzorging en opvoeding of onderdak en begeleiding aan</al><al> kinderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><al> 1. Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, een</al><al> kindercentrum open te stellen of te houden.</al><al> 2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Weigering en ontheffing</titel></kop><al> 1. Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning indien niet wordt voldaan aan de</al><al> kwaliteitsregels die in hoofdstuk 2 van deze verordening worden gesteld.</al><al> 2. In afwijking van lid 1 zijn burgemeester en wethouders bevoegd ontheffing te verlenen van</al><al> de voorschriften in artikel 17 en de op artikel 11 gebaseerde nadere regels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al> 1. Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen</al><al> voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen</al><al> mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee</al><al> de vergunning of ontheffing is vereist.</al><al> 2. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is</al><al> verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Behandeling aanvragen</titel></kop><al> 1. Op in behandeling genomen aanvragen is afdeling 3.4 Awb van toepassing.</al><al> 2. Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al> 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning of op een verzoek</al><al> tot ontheffing binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag of het verzoek is</al><al> ontvangen.</al><al> 2. Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanhouding</titel></kop><al> 1. Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag om vergunning of het</al><al> verzoek tot ontheffing aan, totdat zij een beslissing hebben genomen over de aanvraag voor</al><al> een bouwvergunning overeenkomstig artikel 40, lid 1 van de Woningwet.</al><al> 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 6 nemen burgemeester en wethouders, voor zover</al><al> de aanhouding bedoeld in het eerste lid langer duurt dan de in artikel 6 gestelde termijnen,</al><al> de beslissing op een aanvraag om vergunning of een verzoek tot ontheffing zo spoedig</al><al> mogelijk na afloop van de in artikel 6 bedoelde termijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Duur van de vergunning of ontheffing</titel></kop><al> De vergunning of ontheffing wordt verleend voor maximaal vijf jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verplichtingen van de houder</titel></kop><al> 1. De vergunning of ontheffing is niet overdraagbaar.</al><al> 2. De houder is verplicht aan burgemeester en wethouders gegevens te verstrekken die door of</al><al> namens hen in verband met de huisvesting, verzorging en begeleiding van de kinderen van</al><al> belang worden geacht.</al><al> 3. De houder is voorts verplicht om bij wijziging van de gegevens die zijn verstrekt bij de</al><al> vergunningaanvraag daarvan onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen aan</al><al> burgemeester en wethouders.</al><al> 4. De vergunninghouder is verplicht de vergunning op een zichtbare plaats in het</al><al> kindercentrum op te hangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekken of wijzigen van vergunning of ontheffing </titel></kop><al> 1. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunningen of ontheffingen intrekken of</al><al> wijzigen:</al><al> a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;</al><al> b. indien op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten, opgetreden</al><al> na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat</al><al> intrekking of wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de belangen ter</al><al> bescherming waarvan de vergunning is verstrekt;</al><al> c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften niet zijn of</al><al> worden nagekomen;</al><al> d. indien binnen de termijn van één jaar geen gebruik van de vergunning wordt</al><al> gemaakt;</al><al> e. indien de houder dit verzoekt.</al><al> 2. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de kinderen tijdelijke of blijvende</al><al> sluiting van een kindercentrum gelasten, indien naar hun oordeel dringende</al><al> omstandigheden die niet uit deze verordening voortvloeien daartoe aanleiding geven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>KWALITEITSREGELS </titel></kop><structuurtekst><al></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels </titel></kop><al> 1. Het kindercentrum dient hygiënisch en veilig te zijn en een deugdelijke inrichting te</al><al> hebben.</al><al> 2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen waaraan het</al><al> kindercentrum, de houder en de in het kindercentrum werkzame functionarissen en</al><al> begeleiders moeten voldoen. Deze regels hebben betrekking op:</al><al> a. de verzorging en begeleiding van en het toezicht op de kinderen;</al><al> b. de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van het kindercentrum voor zover</al><al> deze eisen noodzakelijk zijn voor de kinderopvang en hierin niet wordt voorzien bij</al><al> of krachtens de Woningwet;</al><al> c. de aan functionarissen en begeleiders te stellen gezondheidseisen;</al><al> d. de aanwezigheid van gegevens in het kindercentrum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel> Invloed van functionarissen, gastouders en begeleiders op het beleid van de houder </titel></kop><al> De houder zorgt ervoor dat de invloed van functionarissen, gastouders en begeleiders op het beleid van de houder gewaarborgd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel> Informatie aan ouders/verzorgers </titel></kop><al> De houder van een kindercentrum of een gastouderbureau informeert de ouders/verzorgers voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst schriftelijk over:</al><al> a. het te voeren beleid, waaronder het pedagogisch beleid en de wijze waarop</al><al> uitvoering wordt gegeven aan artikel 15, derde lid;</al><al> b. de wijze waarop klachten worden behandeld;</al><al> c. de wijze waarop, overeenkomstig de Wet medezeggenschap cliënten</al><al> zorginstellingen (Staatsblad 1996 nr. 204), de inspraak is geregeld;</al><al> d. de wijze waarop het contact met de ouders/verzorgers wordt onderhouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering </titel></kop><al> 1. De houder van een kindercentrum moet ten behoeve van in het centrum aanwezige</al><al> functionarissen, begeleiders en kinderen een passende aansprakelijkheids- en</al><al> ongevallenverzekering afsluiten.</al><al> 2. Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Groepsgrootte en aantallen functionarissen </titel></kop><al> 1. De opvang van kinderen vindt in groepen plaats met dien verstande dat een groep van kinderen:</al><al> a. vervallen;</al><al> b. in de leeftijd van 0 tot 13 jaar gelijktijdig ten hoogste 16 kinderen omvat, waaronder</al><al> ten hoogste 8 kinderen van 0 tot 1 jaar;</al><al> c. vervallen.</al><al> 2. Tenminste één functionaris wordt ingezet voor de verzorging en opvoeding van gelijktijdig</al><al> ten hoogste:</al><al> a. vervallen;</al><al> b. vervallen;</al><al> c. 6 kinderen in de leeftijd van 2 tot 3 jaar;</al><al> d. 8 kinderen in de leeftijd van 3 tot 4 jaar;</al><al> e. vervallen;</al><al> f. het aantal functionarissen bij een gemengde groep wordt bepaald aan de hand van</al><al> het gemiddelde, waarbij naar boven kan worden afgerond.</al><al> 3. In afwijking van lid 2 kan gedurende een beperkte tijd, doch niet meer dan anderhalf uur,</al><al> na opening en voor sluiting van het kindercentrum en in bijzondere omstandigheden één</al><al> functionaris minder ingezet worden, met dien verstande dat tenminste één functionaris</al><al> wordt ingezet.</al><al> 4. Indien slechts één functionaris ingezet wordt ingevolge lid 2 of 3, wordt naast deze</al><al> functionaris ten minste één volwassene ingezet ter ondersteuning van die functionaris.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verblijfsruimte kindercentra </titel></kop><al> 1. Per groep is een ruimte beschikbaar die per kind drie vierkante meter netto speel-</al><al> werkoppervlak bevat, bepaald overeenkomstig NEN 2580.</al><al> 2. Er is een buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de oppervlakte minimaal vier vierkante</al><al> meter per spelend kind bedraagt, bepaald overeenkomstig NEN 2580.</al><al> 3. Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Voorkoming verspreiding infectieziekten </titel></kop><al> 1. Het is aan de houder, dan wel aan degene die met de dagelijkse leiding is belast, verboden:</al><al> a. enig persoon tot het kindercentrum of tot enige daarmee in verbinding staande lokaliteit toe</al><al> te laten of daarin te vertoeven, wanneer, volgens of vanwege de directeur van de GGD,</al><al> daarmee het gevaar van overbrenging van een infectieziekte, zoals genoemd in de Wet</al><al> bestrijding infectieziekten en opsporing ziekte-oorzaken, aanwezig is;</al><al> b. enig persoon tot het kindercentrum of tot enige daarmee in verbinding staande lokaliteit toe</al><al> te laten of daarin zelf te vertoeven, wanneer hij redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee</al><al> het gevaar van overbrenging van een infectieziekte, zoals genoemd in de onder a. vermelde</al><al> wet aanwezig is.</al><al> 2. Van het in het eerste lid onder t omschreven verbod is de houder ontheven, zodra de</al><al> behandelend geneesheer een schriftelijke verklaring heeft afgegeven dat de kans op</al><al> overbrenging van een infectieziekte is uitgesloten.</al><al> 3. De bepalingen in het eerste en tweede lid laten onverlet de bepalingen krachtens de in het</al><al> eerste lid, onder a, genoemde wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Eisen aan de gastouderopvang </titel></kop><al> 1. Vervallen</al><al> 2. Vervallen</al><al> 3. Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aantallen functionarissen per groep in een peuterspeelzaal </titel></kop><al> In afwijking van artikel 15 kunnen de groepen onder leiding staan van een functionaris en een begeleider.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verblijfsruimte peuterspeelzalen </titel></kop><al> Het in artikel 16, lid 3 bepaalde geldt niet voor peuterspeelzalen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel> STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Strafbepaling </titel></kop><al> Overtreding van artikel 2 en 9 en van de kwaliteitsregels in hoofdstuk 2 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Toezicht en opsporing</titel></kop><al> 1. Burgemeester en wethouders kunnen personen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.</al><al> 2. De opsporing van de in artikel 22 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het</al><al> Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die</al><al> door burgemeester en wethouders met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn</al><al> belast, voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.</al><al> 3. De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd elke plaats te betreden met</al><al> uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Controle</titel></kop><al> Burgemeester en wethouders controleren tenminste een maal per jaar de houders op naleving van de verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al> Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2005.</al><al> 2. De Verordening kinderopvang gemeente Meppel 1996 vastgesteld op 12 december 1996</al><al> wordt gewijzigd door alleen de bepalingen op te nemen die betrekking hebben op de</al><al> peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening kinderopvang gemeente Meppel 1996.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 september 2004,</al><al> de griffier, de voorzitter,</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr></nr><titel>Bijlagen</titel></kop><al><plaatje><illustratie formaat="pdf" naam="Toelichting verordening Wet Kinderopvang" type="lijn" id="i42014"></illustratie></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>