<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR83012_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van Precariobelasting 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Peperbus (22-12-2010)</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Precariobelasting 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0008588&amp;artikel=216">Artikel 216 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1-2010.092</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsregeling Precariobelasting Zwolle</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wanneer en hoe worden kosten berekend wanneer men gebruik maakt van bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijnde eigendommen ?</al><al>Deze verordening vervangt de verordening van 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11868</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting
            2011
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van deze verordening en van de daarbij behorende
                        tarieventabel wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een jaar: een kalenderjaar</al></li>
            <li nr="b."><al>een maand: een kalendermaand</al></li>
            <li nr="c."><al>een week: een periode van 7 achtereenvolgende dagen</al></li>
            <li nr="d."><al>een dag: een periode van 24 achtereenvolgende uren, aanvangende te
                                0:00 uur</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de heffing en belastbare feiten</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij
                        behorende tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <al>Belastingplichtig is degene:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                                openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel degene ten
                                behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven
                                voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.</al></li>
            <li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente
                                een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                                voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                                rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid,
                                tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op
                                of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Tarieven en berekening van de belasting</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven volgens de in de bij deze verordening
                            behorende tarieventabel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de
                            tarieventabel genoemde eenheid van tijd, hoeveelheid of afmeting als een
                            volle eenheid gerekend, tenzij anders is aangegeven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt wordt de
                            belasting, waarvoor in de tarieventabel uitsluitend jaartarieven zijn
                            opgenomen, geheven over zoveel twaalfde gedeelten als na de aanvang van
                            de belastingplicht nog volle kalendermaanden in dat jaar
                            overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt wordt, ten
                            aanzien van de belasting waarvoor in de tarieventabel uitsluitend
                            jaartarieven zijn opgenomen, ontheffing verleend over zoveel twaalfde
                            gedeelten als na de beëindiging van de belastingplicht nog volle
                            kalendermaanden in dat jaar overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing op nummer 9 van de
                            tarieventabel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Voor de berekening van de belasting worden geen andere eenheden van tijd
                            gehanteerd dan die welke in de tarieventabel zijn vermeld. Ten aanzien
                            van de nummers in de tabel achter welke meer dan één eenheid is
                            opgenomen wordt uitgegaan van voor de belastingplichtige meest gunstige
                            wijze van berekening van de belasting.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>Indien een oppervlaktetarief is vastgesteld wordt de belasting berekend
                            naar de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is
                            bepaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>8.</lidnr>
            <al>Indien voor het hebben van voorwerpen een vergunning verleend is, wordt
                            voor de berekening van de belasting aangesloten bij de maateenheid
                            waarvoor de vergunning verleend is. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>9.</lidnr>
            <al>Indien niet of niet volledig gebruik gemaakt wordt van de vergunning kan
                            ontheffing verleend worden voor zoveel gedeelten van de vergunde
                            maateenheid waarvan geen gebruik gemaakt is.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Aanslagen of nota's van minder dan € 9,00 worden niet opgelegd, met dien
                        verstande dat het totaal van op één aanslagbiljet of nota verenigde
                        verschuldigde bedragen precariobelastingen of andere heffingen als één
                        belastingaanslag of nota wordt aangemerkt. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Heffingstijdvak</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het heffingstijdvak is de in één kalenderjaar gelegen periode
                            gedurende welke zich een belastbaar feit in de zin van deze verordening
                            voordoet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien na het opleggen van een aanslag of het verzenden van een nota
                            aannemelijk wordt gemaakt, dat het belastbare feit zich slechts
                            gedurende een gedeelte van het voor de berekening van de belasting in
                            aanmerking genomen heffingstijdvak voordoet of zal voordoen, wordt op
                            verzoek ontheffing verleend, indien deze € 9,00 of meer bedraagt en
                            voorzover het betreft:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een tariefstelling per maand of per jaar over de resterende
                                    maanden van dat tijdvak;</al></li>
              <li nr="b."><al>een tariefstelling per dag of per week over de resterende weken
                                    van het tijdvak.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Tijdstippen van verschuldigdheid en termijnen van
                            betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting is verschuldigd bij aanvang van het belastbare feit. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen met
                            een totaalbedrag kleiner dan of gelijk aan € 50,00 worden betaald in één
                            termijn welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                            die in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen/nota's dan wel op één aanslagbiljet of nota
                            verenigde aanslagen/nota’s met een totaalbedrag groter dan € 4.500,00
                            worden betaald in één termijn welke vervalt op de laatste dag van de
                            maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet of
                            nota is vermeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen/nota's dan wel op één aanslagbiljet of nota
                            verenigde aanslagen/nota’s met een bedrag groter dan € 50,00 dan wel
                            kleiner dan of gelijk aan € 4.500,00 worden betaald in vier gelijke
                            termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                            maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet of
                            nota is vermeld en de volgende termijnen telkens twee maanden
                            later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en
                            in afwijking van artikel 7, vierde lid van deze verordening moeten de
                            aanslagen/nota's worden betaald in acht gelijke termijnen indien het
                            bedrag van de aanslag/nota, dan wel het totaalbedrag van de op één
                            aanslagbiljet of nota verenigde aanslagen/nota's, groter is dan € 50,00
                            en kleiner is dan of gelijk is aan € 4.500,00 zolang de verschuldigde
                            bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
                            betaalrekening van de belastingschuldige worden afgeschreven. De eerste
                            termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld en elk van de
                            volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <al>Geen belasting is verschuldigd voor:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in
                                gebruik zijn bij een derde;</al></li>
            <li nr="2."><al>Kelderingangen, licht – en luchtopeningen ( koekoeken ) en
                                stoeptreden welke in, of op aan de gemeente om niet afgestane grond
                                aanwezig waren op het tijdstip van overdracht;</al></li>
            <li nr="3."><al>Brievenbussen, postzegelautomaten en telefooncellen;</al></li>
            <li nr="4."><al>Het hebben van voorwerpen die, noodzakelijk voor de uitoefening van
                                hun publieke taak, door of ten behoeve van het rijk, de provincie,
                                de gemeente, waterschappen of het zuiveringschap, worden
                                gebezigd;</al></li>
            <li nr="5."><al>Afvoerbuizen in de grond of aan gebouwen tot lozing van faecaliën
                                van huishoud – of van hemelwater;</al></li>
            <li nr="6."><al>Voorwerpen welke uitsluitend worden gebezigd voor liefdadige of
                                kerkelijke doeleinden of ten behoeve van politieke partijen;</al></li>
            <li nr="7."><al>Buisleidingen voor installaties voor centrale verwarming;</al></li>
            <li nr="8."><al>Het hebben van voorwerpen indien de gemeente ter zake van het
                                gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop
                                het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een privaatrechtelijke
                                vergoeding is overeengekomen;</al></li>
            <li nr="9."><al>Het hebben van voorwerpen in het kader van een activiteit, indien de
                                activiteit wordt georganiseerd door een vrijwilligersorganisatie en
                                daarnaast geen winstoogmerk heeft dan wel dat de opbrengst van die
                                activiteit ten goede dient te komen aan andere buurtactiviteiten of
                                doelen ten algemene nutte.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Het bepaalde in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 inzake de verlening
                        van kwijtschelding vindt geen toepassing op de invordering van deze
                        belasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De “Verordening Precariobelasting 2010” van 14-12-2009, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die
                            zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die
                            van de bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2011.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            Precariobelasting 2011”.</al>
            <al/>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i23288.pdf">Bijlage Tarieventabel behorende bij de Precariobelasting 2011</extref>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>